Bijlage 3 - Bijlagen Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek Bosstraat 73 Swalmen
Verkennend bodemonderzoek Bosstraat 73 Swalmen Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM21156 : Definitief (versie 1) : 20 juli 2021
Opdrachtgever
: Victor Adams Beleggingen B.V. Postbus 685 6040 AR ROERMOND
Opgesteld door Paraaf
: M. Vrolix, bc :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. J.M.G. Reuver :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2 AM21156
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.
VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5
2.3
Historisch overzicht en omgeving .........................................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................7
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .................................................................................................................................................... 11
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .............................................................................................................................................. 11
2.7
Asbest ............................................................................................................................................................................................................. 11
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer ................................................................................................................................. 12
2.9
Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 12
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................................................................................................................. 13 3.1
Inleiding ......................................................................................................................................................................................................... 13
3.2
Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................................................................. 13
4.
VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................................................................... 14 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 14
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 15
5.
LABORATORIUMONDERZOEK..................................................................................................................................................................... 16 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 16
5.2
Grond(meng)monsters .............................................................................................................................................................................. 16
5.3
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 17
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 18
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 19
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen Verklaring veldmedewerker Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monsters Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonsters
Pagina | 3 AM21156
1. INLEIDING In opdracht van Victor Adams Beleggingen heeft Aeres Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Bosstraat 73 Swalmen
Gemeente
: Roermond
Kadastrale registratie
: sectie B, nrs. 3412 en 3413
Oppervlakte
: circa 1980 m2
Huidig gebruik van de locatie
: garage met woonhuis
Toekomstig gebruik
: aankoop en herontwikkeling perceel
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de voorgenomen aankoop waarna de bestaande bebouwing gesloopt wordt voor een voorgenomen nieuwbouw van appartementen.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in april-mei 2021. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4 AM21156
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
gemeente Roermond;
•
provincie Limburg;
•
het dinoloket;
•
het bodemloket;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de Bosstraat 73 in het stedelijk gebied van Swalmen. Rondom zijn woningen met tuin aanwezig. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Roermond, sectie B, nrs. 3412 en 3413. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 201.245 / Y = 360.915. Zie bijlage 1 voor een topografisch overzicht en de kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Pagina | 5 AM21156
Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (Bron luchtfoto: Google Maps)
2.3
Historisch overzicht en omgeving
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit kaartmateriaal van de geraadpleegde historische kaarten is af te leiden dat de zuidelijk gelegen Bosstraat reeds lang aanwezig. Het plangebied is in gebruik als akker- en weiland. Omstreeks 1970 is voor het eerst bebouwing zichtbaar op de onderzoekslocatie. Vanaf 1970 is rondom de onderzoekslocatie ook meer bebouwing zichtbaar (woningen). Door de jaren heen is de bebouwing ter plaatse licht uitgebreid.
1900
1940
1970
2000
2010
2019
Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)
Pagina | 6 AM21156
2.4
Dossieronderzoek
Via de website van de gemeente Roermond is bodeminformatie gedownload van de locatie en directe omgeving. De bodemrapportage is opgenomen in bijlage 8. Ter plaatse is automobielbedrijf Baars gevestigd. Hiervan zijn 3 bodemlocaties bekend, namelijk AA095701316, AA095701488 en AA095703253. Bij de gemeente Roermond is gevraagd naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwetof milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks, gegevens over calamiteiten en eventuele asbestinventarisaties. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. Algemeen zijn in Limburg geen bronlocaties bekend. Potentieel verdachte puntbronnen waar PFAS op lokaal niveau door activiteiten in de bodem is geraakt, worden niet uitgesloten. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen bronlocatie voor het voorkomen van PFAS en/of GenX bekend. Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 15 april 2021 een archiefonderzoek uitgevoerd bij de gemeente Roermond. Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.1 weergegeven (relevante) bouwvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
1377
28-01-1960
Bouw autoreparatiewerkplaats
Asbesthoudende gresbuis schrobput
1603
29-03-1962
Bouw woonhuis
Geen bodemrelevante bijzonderheden.
1810
01-08-1963
Uitbreiding garage met wasplaats
Wasplaats
naar
riolering,
verder
geen
bodemrelevante
bijzonderheden
Pagina | 7 AM21156
Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
3545
25-09-1973
Bouw showroom Baars
Baksteen en glas op fundering
3985
25-12-1975
Uitbreiding showroom
Staaldak en bitumen op betonfundering
4501
03-07-1978
Bouw werkplaats aan garage
Bitumen dak
Tabel 2.1.: Overzicht geraadpleegde (relevante) bouwvergunningen
Voor de onderzoekslocatie zijn de in tabel 2.2 weergegeven bodembedreigende activiteiten bekend en enkele (relevante) milieuvergunningen geraadpleegd. Dossiernummer
Datum
Bodemrapportage
Milieu
19-11-1996
Vergunning
Opmerkingen
autohandel (geen reparatie)
1966-onbekend
benzine-service-station
1960-onbekend
autoreparatiebedrijf
1966-onbekend
autospuitbedrijf (geen plaatwerkerij)
1966-onbekend
brandstoftank (ondergronds)
onbekend-1993
dieseltank (ondergronds)
onbekend-1993
benzinetank (ondergronds)
onbekend-1993
afgewerkte olietank (ondergronds)
onbekend-1993
Indeling garage Baars
Dubbelwandige bovengrondse olieopslag 1000 liter Bovengronds 2400 liter bulk olie opslag Bezinkbak inpandig ter plaatse van de wasplaats Zie afbeelding 3 voor de ligging
23-08-1993
Milieucontrole Baars
De 4 ondergrondse tanks en een 1200 liter ondergrondse olietanks zijn gesaneerd en verwijdert van de locatie. Bij een vulpunt is een lichte verontreiniging waargenomen welke
tevens
afgevoerd
is.
Verder
is
een
olie-
waterafscheider van 2500 liter geplaatst aan de voorzijde van de wasstraat.
Pagina | 8 AM21156
Dossiernummer
Datum
Vergunning
Opmerkingen
1993
Milieucontroles
2002 Wasplaats niet meer in gebruik.
15-9-1997
Verder geen bijzonderheden voor bodem aangetroffen.
9-7-1999 12-04-2002 12-05-2003 6-12-2005 Tabel 2.2: Overzicht geraadpleegde (relevante) milieuvergunningen
Afbeelding 3: Foto inpandig gebruik milieuvergunning d.d. 19-11-1996
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn de in tabel 2.3 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd. Kenmerk
Bijzonderheden
AA095703624
wegtrace's rondom BMS, bovengronds groter dan achtergrondwaarde.
Aelmans Eco HO Econsultancy
De onderzoekslocatie betreft een woning met tuin.
Bosstraat 60A
In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen. Behoudens de inpandige
27 juli 2010
toepassing van asbesthoudend materiaal zijn er geen aanwijzingen gevonden die aanleiding geven voor het
10061476
uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek.
440-039 L00490
Esso tankstation in 1960, garage Baars in 1966, uitbreiding werkplaats en showroom in 1980.
Meldingsonderzoek
Onder het voorterrein zijn 4 ondergrondse tanks aanwezig (2x6000 liter meng en diesel; 2x 12000 liter normale en
CSO
superbenzine). Peilpunten liggen op de tanks en de afleverpunten enkele meters ten oosten.
Augustus 1990
Pagina | 9 AM21156
Kenmerk
Bijzonderheden
Oriënterend
Esso servicestation Baars. Ter plaatse van de tankinstallatie is zintuiglijk geen brandstofgeur waargenomen.
onderzoek
Analytisch is in de grond nabij de afleverpomp van diesel een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond.
Oranjewoud
Het grondwater is niet onderzocht omdat dit ten tijde niet binnen 5 m-mv aangetroffen is.
maart 1991 4879-47025
Tabel 2.3: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken
Pagina | 10 AM21156
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
Het plangebied ligt op de Peelhorst. Ter plaatse is een hoge enkeerdgrond te verwachten. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.4. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0-2,2
Formatie van Boxtel
Matig fijn tot matig grof zand, zwak tot sterk siltig
2,2-15
Formatie van Beegden
Matig fijn tot uiterst grof zand, zwak siltig, grindlagen met weinig klei
Tabel 2.4: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 26,5 m +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal westelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 4-5 m-mv. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 19 april 2021 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Ter plaatse is een autogarage met een aangebouwd woonhuis aanwezig. Rondom de bebouwing is een tegelverharding aanwezig. Inpandig is een betonvloer aanwezig. Oostelijk in de werkplaats bevindt zich een smeerkuil en westelijk van de werkplaats nabij de showroom is de voormalige wasplaats aanwezig. Noordelijk is een (opslag)kelder aanwezig. Verder is voor de wasplaats een oliewaterafscheider aanwezig. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Er zijn behoudens bovengenoemde aspecten geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen op de situatietekening in bijlage 3. De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door bebouwingen aan de Pater Geraedtsstraat, aan de oostzijde door een woning met tuin gelegen (Bosstraat 75), aan de zuidzijde door de Bosstraat en aan de westzijde door de Molenweg.
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is behoudens enkele inpandige asbesthoudende bouwmaterialen geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.
Pagina | 11 AM21156
2.8
Bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Roermond blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Landbouw en Natuur’ geldt voor zowel de bovengrond als ondergrond. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘Wonen’. Ten aanzien van PFAS zijn de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 met bijbehorende bodemfunctieklasseen bodemkwaliteitskaart geactualiseerd. Zowel in de bovengrond als de ondergrond is het gehalte aan PFAS lager dan de achtergrondwaarde waardoor deze in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur vallen. In aanvulling op de bestaande regels voor overige stoffen die in het bestaande beleid zijn opgenomen, gelden voor PFAS houdende grond de toepassingseisen voor PFAS. Deze achtergrondwaarden zijn terug te vinden in het aangepast Tijdelijk handelingskader.
2.9
Onderzoekshypothese
Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als verdacht beschouwd met enkele verdachte deellocaties zijnde de werkplaats met olieopslag, smeerput en wasplaats, de oliewaterafscheider nabij de wasplaats en de voormalige olieopslag op het achterterrein. Ter plaatse van het voormalig benzineservicestation is op basis van het eerder uitgevoerd bodemonderzoek geen verontreiniging aanwezig. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).
Pagina | 12 AM21156
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de strategie ‘VED-HE’ uit de NEN 5740. De verdachte deellocaties worden onderzocht conform de strategie VEP(-OO) en worden onderzocht op het voorkomen van minerale olie. In principe worden boringen willekeurig verspreid over de gehele onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische conditie van de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. ONDERZOEKSNORM NEN 5740 'VED-HE' Aantal boringen oppervlakte (m²) tot 0,5 m in de verdachte laag 1980
10
boring tot de onderzijde van de èn boring met verdachte laag met een maximum van peilbuis 1,2) 2m 2 3
Aantal te onderzoeken (meng)monsters grond grondwater (verdachte laag) 3
1
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie volgens NEN 5740 “verdacht” 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. De peilbuizen worden in dat geval vervangen door boringen tot tenminste 5,5 m beneden maaiveld. 2) Wanneer de verontreiniging vooral in het grondwater wordt verwacht, wordt het aantal peilbuizen uitgebreid. Legenda bij tabel 3.1 m: meter beneden maaiveld lutos: lutum en organische stofgehalte De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
Pagina | 13 AM21156
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001 en 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Op 19 april 2021 zijn de boringen geplaatst volgens de in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoeksstrategie door de heer H. van Tillaar en de heer L. Koomen, beiden erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018.
De boringen zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Inpandig zijn enkele betonboringen verricht. Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn 3 boringen afgewerkt met een peilbuis. Deze zijn ter plaatse van boorpunten 1, 17 en 18 op de onderzoekslocatie geplaatst. De bovenkant van het peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt.
Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging.
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3.
In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring 10
Diepte boring (m -mv) 100
Traject (m -mv) 0,05-0,5
Grondsoort
Waargenomen bijzonderheden
Zand
Matig baksteenhoudend
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Bij de uitvoering van de boringen zijn passief geen geuren waargenomen bij het opboren, uitspreiden, bemonsteren en beschrijven van het opgeboorde bodemmateriaal. Bij de verdachte deellocaties zijn in de bodem geen olie-waterreacties waargenomen.
Pagina | 14 AM21156
In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek conform NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De aangetroffen bijmenging met baksteen in de bovengrond van boorpunt 10 wordt niet als asbestverdacht beschouwd. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn een week na plaatsing op 26 april 2021 bemonsterd conform protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer L. Koomen. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 1
Filterdiepte (m-mv.) 4,55-5,55
Grondwaterstand (m-mv. 4,75
pH (-)
Ec (µS/cm)
6,04
310
Troebelheid (NTU) 4,75
17
3,0-4,0
3,4
6,74
232
4,19
18
4,5-5,5
4,75
6,48
300
56,5
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden.
In het grondwater uit peilbuis 18 is sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5, zie hoofdstuk 5.3. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De overige waarden geven geen aanleiding tot opmerkingen.
Pagina | 15 AM21156
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Grond(meng)monsters
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie.
Analysemonster MM1
Traject (m -mv) 0,05 - 0,50
MM2 MM3
0,00 - 0,50 0,05 - 0,50
MM4
1,00 - 2,00
MM5 werkplaats
0,08 - 0,50
M6 M7 olieopslag M8 olietank M9 afscheider M10 voormalige tanks
0,05 - 0,50 0,15 - 0,50 0,60 - 1,00 1,50 - 2,00 1,50 - 2,00
Deelmonsters
Analysepakket
01 (0,08 - 0,25) 07 (0,05 - 0,50) 08 (0,09 - 0,50) 09 (0,09 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 11 (0,05 - 0,50) 02 (0,10 - 0,50) 04 (0,09 - 0,50) 05 (0,05 - 0,50) 06 (0,05 - 0,50) 02 (1,00 - 1,50) 02 (1,50 - 2,00) 03 (1,50 - 2,00) 14 (1,00 - 1,40) 12 (0,10 - 0,50) 13 (0,10 - 0,30) 15 (0,08 - 0,50) 10 (0,05 - 0,50) 16 (0,15 - 0,50) 18 (0,60 - 1,00) 20 (1,50 - 2,00) 01 (1,50 - 2,00)
Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os Min.olie GC (C10-C40), Pakket lutum en organische stof Min.olie GC (C10-C40), Pakket lutum en organische stof Min.olie GC (C10-C40), Pakket lutum en organische stof Min.olie GC (C10-C40), Pakket lutum en organische stof Min.olie GC (C10-C40), Pakket lutum en organische stof Min.olie GC (C10-C40), Pakket lutum en organische stof
Tabel 5.1: samenstelling analysemonsters en analysepakket
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit.
Pagina | 16 AM21156
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 6 voor het analyserapport. (Meng)monster
Zintuiglijke waarnemingen
MM1
Traject (m -mv) 0,05 - 0,50
--
Verhoogde component --
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing ---
MM2
0,00 - 0,50
--
Som PCB
0,0635
*
MM3
0,05 - 0,50
--
--
--
--
MM4
1,00 - 2,00
--
--
--
--
MM5 werkplaats
0,08 - 0,50
--
--
--
--
M6
0,05 - 0,50
Matig baksteenhoudend
--
--
--
M7 olieopslag
0,15 - 0,50
--
--
--
--
M8 olietank
0,60 - 1,00
--
--
--
--
M9 afscheider
1,50 - 2,00
--
--
--
--
M10 voormalige
1,50 - 2,00
--
--
--
--
tanks Tabel 5.2: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat grondmengmonster MM2 (dieptetraject 0-0,5 m-mv.) licht verhoogd is met som PCB. In de overige onderzochte grondmengmonsters zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten.
PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980. PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden.
5.3
Grondwatermonsters
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor het analyserapport.
Pagina | 17 AM21156
Peilbuis
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
1
Filtertraject [m-mv] 4,55-5,55
4,75
Cadmium
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 1,3 *
17
3,0-4,0
3,4
--
--
--
18
4,5-5,5
4,75
--
--
--
Tabel 5.3: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater afkomstig uit peilbuis 1 licht verhoogd is met cadmium. In de andere twee peilbuizen is geen verhoogd gehalte aan minerale olie of vluchtige aromaten gemeten.
Het licht verhoogde gehalte aan cadmium word waarschijnlijk gedeeltelijk van buiten de onderzoekslocatie aangevoerd, aangezien in de ondergrondmonsters geen verhoogde concentraties gemeten zijn. Op de locatie is ook geen verontreinigingsbron aan te wijzen die in relatie zouden kunnen staan met de verhoogd aangetroffen gehalte aan cadmium. De verhogingen met zware metalen worden overal in het grondwater van Noord- en Midden Limburg aangetroffen en passen in het beeld van de achtergrondconcentraties. Aangezien op de onderzoekslocatie geen aanwijsbare bronnen zijn gevonden, worden de verontreinigingen toegeschreven aan de verhoogde achtergrondconcentraties conform de circulaire van de provincie Limburg d.d. 12 september 1995 (nr. 95/36199V).
5.4
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat de berekende concentraties in de bovengrond en ondergrond behoudens een plaatselijke verhoging met PCB in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd dient te worden. Bij de verdachte deellocaties zijn geen verhogingen aangetroffen. De gemeten concentratie aan PCB ligt ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond).
Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in tegenstelling zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is, rekening houdend met het aantreffen van grondwaterverontreinigingen met zware metalen ten gevolge van de regionale grondwaterproblematiek. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk geacht.
Pagina | 18 AM21156
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuiglijk behoudens baksteenresten ter plaatse van boorpunt 10 geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond ter plaatse van de tuin licht verhoogd is met som PCB. In de overige bovenen ondergrond(meng)monsters, ook ter plaatse van de verdachte deellocaties, zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met cadmium. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen aankoop en herontwikkeling van het perceel. In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek conform NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De aangetroffen bijmenging met baksteen in de bovengrond van boorpunt 10 wordt niet als asbestverdacht beschouwd.
Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Om de aanwezigheid van asbest in de bodem te onderzoeken, kan na de sloop van de aanwezige bebouwing een verkennend asbest in bodem onderzoek conform de NEN 5707 worden uitgevoerd. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing.
Het grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie is niet multifunctioneel toepasbaar. Het wordt daarom afgeraden het freatisch grondwater te gebruiken voor consumptie, besproeiing of proceswater.
Pagina | 19 AM21156
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie
AM21156
Kadastrale kaart
Uw referentie: maat
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Swalmen B 3413
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 5 maart 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM21156
AM21156
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM21156
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM21156
Foto 13
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening met boorpuntlocaties
AM21156
201251
201276
201301
360950
201226
360950
201201
kelder
360900
Legenda
Olie-waterafscheider en voormalige ondergrondse opslagtanks
Boringen boring tot 0,5 m-mv boring tot 1,0 m-mv
Boorpuntenkaart (A4)
boring tot 2,0 m-mv
AM21156 Swalmen Bosstraat 73
peilbuis
Schaal
N
Foto's v1.0_20-7-2021_LK
360875
Tanktekening
Plangebied Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK
201201
201226
201251
201276
201301
360875
360900
360925
olie opslag in lekbak
360925
voormalige bovengrondse olietank
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en zintuiglijke waarnemingen
AM21156
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Boring: 0 8
0 1
25
2 50
50
tegel
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, oranjegrijs, Edelmanboor
100 4
0 5 10
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, bruinbeige, Edelmanboor
150
02 Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjegrijs, Edelmanboor
1 50
50 2
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, donkeroranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, oranjegrijs, Edelmanboor
3 150
5
tegel
4
200
200
200
250
300
350
400
450 480
Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindhoudend, grijsoranje, Zuigerboor handmatig, Boring gestaakt wegens grind
500
550
555
Boring:
03
Boring: 0
0
tuin
0 9
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
50
04
1 50
50
tegel Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
3 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, neutraalbeige, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
05
Boring: 0 5
0
50
06 0 5
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
klinker
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
1 50
klinker
50
Projectnaam: Bosstraat 73, Swalmen Projectcode: AM21156
Opdrachtgever: Dhr. Adams
getekend volgens NEN 5104
Boring:
07
Boring: 0 5
0
tegel
50
50
Boring:
0 9
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
1
1
Boring: 0 9
1 50
50
50
50
09
0
08
tegel
0 5
0 1
50
50
11
0
100
Boring: grind
50
50
Boring:
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
0 10
0 1
0 1 2 50
50
50
13
Boring: 0 10
beton
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donker, Edelmanboor
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
klinker Betonboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
14
0
Betonboor
0
beton
12
Betonboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk grindhoudend, geen olie-water reactie, beigebruin, Edelmanboor, Boring gestaakt op harde laag
1 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, neutraal geelbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, matig grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor
12
Graven 1
grind Graven
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
2
0 5
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, neutraalbruin, Edelmanboor
10
100
Boring:
tegel
2 100 3 140
Projectnaam: Bosstraat 73, Swalmen Projectcode: AM21156
Opdrachtgever: Dhr. Adams
getekend volgens NEN 5104
Boring:
15
Boring: 0 8
0 1
50
50 2
100
100
Boring:
beton
0
Betonboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, bruingeel, Edelmanboor
50
0 15
Betonboor
1 50
50 2
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, sporen roest, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen grind, sporen roest, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
100
150
Betonboor
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor
18 0 5
0
tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor
1 50
60
2 100
100
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
3
beton
15
2
Boring: beton
0
1
17
0
16
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, oranjegeel, Edelmanboor
3 150
4
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
4
200
200
250
250
300
300
240
350
350
400
400
260
Zand, zeer fijn, matig siltig, sporen roest, geen olie-water reactie, grijsoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, grijsoranje, Edelmanboor
350 Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Zuigerboor handmatig, Gestaakt op grind
400
450 480
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, oranjebeige, Zuigerboor handmatig, Boring gestaakt wegens grind
500
550
550
Boring:
19
Boring: 0 8
0 1
50
50
20 0 9
0
Betonboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, oranjebruin, Edelmanboor
1
100
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, grijsoranje, Edelmanboor
2 100
beton
2 100
100
tegel Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, geen olie-water reactie, bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, geen olie-water reactie, licht bruinoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, grindig, sporen grind, sporen roest, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
3 150 4 200
200
Projectnaam: Bosstraat 73, Swalmen Projectcode: AM21156
Opdrachtgever: Dhr. Adams
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
aeres milieu
Bijlage 5 Verklaring veldmedewerker
AM21156
VERKLARING Hierbij verklaar ik (ondergetekende) dat de veldwerkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van de BRL 2000. Projectnummer
AM21156
Onderzoekslocatie
Bosstraat 73, Swalmen
Opdrachtgever
Victor Adams Beleggingen B.V.
Afwijkingen van BRL 2000 (protocol)
Nee
Ja, aard en motivatie afwijkingen beschrijven Protocol :
Datum uitvoering veldwerkzaamheden:
2001
19 april 2021
2002
26 april 2021
Gecertificeerd monsternemer
H. van den Tillaar
L. Koomen
aeres milieu
Bijlage 6 Analyseresultaten grond(meng)monsters met achtergrond en interventiewaarden
AM21156
Projectnaam Projectcode
Bosstraat 73, Swalmen AM21156
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
MM1 1 or
MM2 2 or
br
AW 1/2(AW+I)
Ja 91.4 <1 Geen
-----
Ja 91.9 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)
0.5
--
0.7
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 4.0
--
3.7
--
<20 <0.2 1.7 <5 <0.05 <10 <0.5 3.4 57
43.4 0.234 4.9 6.77 0.0487 10.6 0.35 8.5 123
<20 <0.2 2.2 5.1 <0.05 18 <0.5 4.5 27
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -<0.01 fenantreen <0.01 -0.04 antraceen <0.01 -<0.01 fluoranteen <0.01 -0.10 benzo(a)antraceen <0.01 -0.05 chryseen <0.01 -0.05 benzo(k)fluoranteen <0.01 -0.03 benzo(a)pyreen <0.01 -0.05 benzo(ghi)peryleen <0.01 -0.04 indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 -0.04 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.07 0.07 0.414 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 <20
-------24.5
a
----70
<1 <1 <1 <1 3.8 3.5 2.6 12.7
<5 <5 6 7 <20
RBK eis
br
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
I
44.7 0.235 6.52 9.97 0.0489 27.5 0.35 11.5 59
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.414
63.5
-------*
----70
Monstercode en monstertraject 1 13446342-001 MM1 01(1) 07(1) 08(1) 09(1) 2 13446342-002 MM2 03(1) 11(1) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
+ De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 1 0.5% 4% 2 0.7% 3.7%
Projectnaam Projectcode
Bosstraat 73, Swalmen AM21156
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
MM3 3 or
MM4 4 or
br
Ja 95.2 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 0.6
--
<0.5
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 4.9
--
2.3
--
<20 <0.2 2.1 <5 <0.05 17 <0.5 4.4 <20
39.8 0.231 5.6 6.58 0.048 25.4 0.35 10.3 29
<20 <0.2 4.2 6.6 <0.05 <10 <0.5 11 22
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 -<0.01 fenantreen <0.01 -<0.01 antraceen <0.01 -<0.01 fluoranteen 0.01 -<0.01 benzo(a)antraceen <0.01 -<0.01 chryseen <0.01 -<0.01 benzo(k)fluoranteen <0.01 -<0.01 benzo(a)pyreen <0.01 -<0.01 benzo(ghi)peryleen <0.01 -<0.01 indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 -<0.01 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.073 0.073 0.07 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<5 <5 <5 <5 <20
-------24.5
a
----70
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 4.9
<5 <5 9 18 30
I
RBK eis
br
-----
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
Ja 91.5 <1 Geen
AW 1/2(AW+I)
52.3 0.24 14.3 13.5 0.05 11 0.35 31.3 51.4
0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140
6.8 102 115 18 290 96 68 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20
1.5
21
40
0.35
20
510
1000
4.9
190
2595
5000
35
----------0.07
-------24.5
a
----150
Monstercode en monstertraject 1 13446342-003 MM3 02(1) 04(1) 05(1) 06(1) 2 13446342-004 MM4 02(3) 02(4) 03(4) 14(3) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:
De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
+ De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 3 0.6% 4.9% 4 0.5% 2.3%
Projectnaam Projectcode
Bosstraat 73, Swalmen AM21156
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
MM5 5 or
M6 6 or
br
Ja 89.9 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 0.8
--
1.6
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.1
--
6.1
--
-----
<5 <5 7 6 <20
-----
<5 <5 <5 <5 <20
70
I
RBK eis
br
-----
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
Ja 95.4 <1 Geen
AW 1/2(AW+I)
70
190
2595
5000
35
Monstercode en monstertraject 1 13446342-005 MM5 12(1) 13(1) 15(1) 2 13446342-006 M6 10(1) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 5 0.8% 2.1% 6 1.6% 6.1%
Projectnaam Projectcode
Bosstraat 73, Swalmen AM21156
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
M7 7 or
M8 8 or
br
Ja 88.5 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 0.9
--
1.8
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 3.0
--
4.6
--
-----
<5 <5 <5 <5 <20
-----
<5 <5 <5 <5 <20
70
I
RBK eis
br
-----
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
Ja 96.0 <1 Geen
AW 1/2(AW+I)
70
190
2595
5000
35
Monstercode en monstertraject 1 13446342-007 M7 16(1) 2 13446342-008 M8 18(2) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing is gebruik gemaakt van de volgende samenstelling: (Als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) Bodemtypehumus lutum 7 0.9% 3% 8 1.8% 4.6%
Projectnaam Projectcode
Bosstraat 73, Swalmen AM21156
Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtype
monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)
M9 9 or
M10 10 or
br
AW 1/2(AW+I)
-----
Ja 87.9 <1 Geen
-----
organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) <0.5
--
<0.5
--
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 1.8
--
<1
--
-----
<5 <5 <5 <5 <20
-----
<5 <5 <5 <5 <20
70
RBK eis
br
Ja 91.8 <1 Geen
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
I
70
190
2595
5000
35
Monstercode en monstertraject 1 13446342-009 M9 20(4) 2 13446342-010 M10 01(5) De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). De gehalten die de betreffende toetsingswaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat RBK Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).