Bijlage 3 bij de toelichting - Infiltratieadvies (Geonius) (digitaal ter inzage)
Tekst van het document
Infiltratieadvies
t.b.v. nieuwbouw appartementencomplex aan de Donderbergweg te Roermond
GA200004.011.R01.V1.0 19 februari 2021
Infiltratieadvies t.b.v. nieuwbouw appartementencomplex aan de Donderbergweg te Roermond Documentnummer GA200004.011.R01.V1.0 19 februari 2021
Opdrachtgever Wonen Limburg Willem II Singel 25 6041HP Roermond
Auteurs Adviseur geohydrologie A. Mirrezai MSc Collegiale toets ir. T.C.F. Van Es
Functie
Naam
Adviseur geohydrologie
A. Mirrezai MSc
Collegiale toets
ir. T.C.F. Van Es
GA200004.011.R01.V1.0
Paraaf
2 van 12
Inhoud 1
Inleiding ......................................................................... 4
2
Grondonderzoek ...........................................................5
2.1
Algemeen
5
2.2
Boringen
5
2.3
Doorlatendheidsmetingen
5
2.4
Inmeting
5
3
Grondslag ....................................................................... 6
3.1
Terreingesteldheid
6
3.2
Bodemopbouw
6
3.3
Grondwater
6
3.4
Doorlatendheid
6
4
Infiltratie hemelwater ............................................... 8
4.1
Toetsing
8
4.2
Conclusie
9
5
Dimensionering infiltratievoorziening .............. 10
5.1
Uitgangspunten
5.1.1
Algemeen.................................................................................................................................................. 10
5.2
Ontwerpadvies
5.3
Overige ontwerpaspecten
11
5.4
Voorzuivering en onderhoud
12
10 11
Bijlagen Bijlage 1 Situatietekening Bijlage 2 Boringen Bijlage 3 Doorlatendheidsmetingen Bijlage 4 Dimensionering infiltratievoorziening
GA200004.011.R01.V1.0
3 van 12
1 Inleiding
Door Wonen Limburg werd aan Geonius Geotechniek B.V. opdracht gegeven een infiltratieonderzoek uit te voeren en een infiltratieadvies op te stellen. Dit onderzoek was nodig voor de afkoppeling van regenwater bij de nieuwbouw van een appartementencomplex aan de Donderbergweg in Roermond. De ligging van de geplande nieuwbouw is afgebeeld in Figuur 1.1. Voorliggend rapport bevat de resultaten van het infiltratieonderzoek en het infiltratieadvies. Voor de uitgangspunten voor het ontwerp van de infiltratievoorziening wordt verwezen naar hoofdstuk 5.1. De resultaten van het infiltratieonderzoek zijn getoetst aan de eisen van Waterschap Limburg.
Figuur 1.1 Ligging geplande nieuwbouw aan de Donderbergweg in Roermond
GA200004.011.R01.V1.0
4 van 12
2 Grondonderzoek 2.1 Algemeen Ten behoeve van het grondonderzoek zijn in februari 2021 vier handboringen en vier doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Hieronder is het uitgevoerde onderzoek verder beschreven.
2.2 Boringen Om de toplagen nader te verkennen en om doorlatendheidsmetingen uit te kunnen voeren, zijn op de locatie vier handboringen (genummerd GA200004.011 DB01 t/m DB04) tot ca. 3,0 m- maaiveld uitgevoerd. Tijdens de boorwerkzaamheden is het bodemmateriaal lithologisch onderzocht. Bij het lithologisch onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd volgens NEN 5104. De boorstaten zijn opgenomen in de bijlagen.
2.3 Doorlatendheidsmetingen In de boorgaten zijn doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Deze zijn genummerd GA200004.011 DM01 t/m DM04 en zijn opgenomen in bijlagen. De doorlatendheidsmetingen zijn uitgevoerd volgens de omgekeerde open-boorgatmethode (Porchet). Om de meting te kunnen uitvoeren, wordt allereerst een gat geboord tot de onderkant van de te beproeven laag. Vervolgens wordt in het boorgat water toegevoegd en wordt de daling van de grondwaterstand per tijdseenheid gemeten, hieruit kan de doorlatendheid worden berekend.
2.4 Inmeting De ligging van de onderzoekspunten is op situatietekening GA200004.011.T01 weergegeven. De resultaten van het grondonderzoek zijn in de bijlagen toegevoegd. De onderzoekspunten zijn met behulp van 06-GPS ingemeten t.o.v. het Rijksdriehoekstelsel en NAP (nauwkeurigheid ca. 0,10 m). Alle gegevens van de inmetingen zijn een momentopname en zijn alleen te gebruiken voor voorliggend onderzoek.
GA200004.011.R01.V1.0
5 van 12
3 Grondslag 3.1 Terreingesteldheid Het maaiveld ten tijde van het grondonderzoek lag ter plaatse van de boorpunten op een niveau van ca. NAP +25,1 tot +25,2 m. Het terrein kent hiermee een hoogteverschil van ca. 0,1 m.
3.2 Bodemopbouw De bodemopbouw kan op basis van de handboringen door middel van het volgende lagensysteem worden beschreven: Toplaag: Vanaf het maaiveld (ca. NAP +25,2 m) wordt tot ca. NAP +24,7 m een zwak humeus zandpakket aangetroffen. Onderlaag: Vanaf ca. NAP +24,7 m wordt vervolgens tot de maximaal verkende diepte van ca. NAP +22,2 m een zwak siltig, matig fijn zandpakket aangetroffen. Op variabele diepten worden zwak kleiige tussenlagen aangetroffen.
3.3 Grondwater Tijdens het grondonderzoek is in de boorgaten naar de actuele grondwaterstand gepeild. Deze werd niet aangetroffen tot de maximaal verkende diepte van ca. 3,0 m- maaiveld. Dit komt overeen met ca. NAP +22,2 m. Het betreft hierbij slechts een eenmalige meting, waardoor deze waarneming slechts als indicatie kan gelden. Daarnaast kan als gevolg van spanningswater, lagenopbouw en lokale omstandigheden een afwijkende waarde worden aangetroffen. Wij wijzen erop dat de grondwaterstand van seizoen tot seizoen kan verschillen en in nattere jaargetijden mogelijk hoger wordt aangetroffen dan thans het geval is. Exacte grondwaterstanden kunnen alleen middels peilbuismetingen worden verkregen.
3.4 Doorlatendheid Om de doorlatendheid van de bodem ten behoeve van infiltratie te berekenen, zijn vier proeven in de onverzadigde zone uitgevoerd volgens de omgekeerde open-boorgatmethode (Porchet). Bij de doorlatendheidsmetingen worden drie metingen uitgevoerd. De eerste meting geeft meestal een hogere doorlatendheid omdat de aanwezige grond dan nog niet verzadigd is. Bij de volgende twee metingen raakt de grond langzaam verzadigd. De derde meting is meestal maatgevend voor de doorlatendheid. De range van gemeten doorlatendheden is opgenomen in tabel 3.4.1. De resultaten van de metingen zijn opgenomen in de bijlagen.
GA200004.011.R01.V1.0
6 van 12
Tabel 3.4.1: gemeten doorlatendheid
Meting
Traject
Traject
Grondsoort
Doorlatendheid
[m- maaiveld]
[m t.o.v. NAP]
DM01
2,0 - 3,0
+23,2 tot +22,2
Zand, matig fijn, zwak siltig
64,8 – 92,4*
[m/d]
DM02
2,0 - 3,0
+23,2 tot +22,2
Zand, matig fijn, zwak siltig
1,4 – 1,7
DM03
2,0 - 3,0
+23,2 tot +22,2
Zand, matig fijn, zwak siltig
2,1 – 4,0
DM03
2,0 - 3,0
+23,1 tot +22,1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak kleiig
1,1
* de gemeten doorlatendheid is niet representatief voor de aangetroffen ondergrond
De doorlatendheden van DM01 zijn naar verwachting uitgevoerd op een scheur in de ondergrond, waardoor het water direct wegstroomt en een onnauwkeurige k-waarde wordt berekend. De gemeten doorlatendheden zijn niet representatief voor de aangetroffen grondslag en zijn in voorliggend rapport buiten beschouwing gelaten in de dimensionering van het infiltratiesysteem.
GA200004.011.R01.V1.0
7 van 12
4 Infiltratie hemelwater Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van hemelwater interessant is indien: •
de doorlatendheid groter is dan ca. 0,2 m/d*;
•
de grondwaterstand dieper dan 0,5 à 0,7 m minus maaiveld aanwezig is;
•
het in te leiden hemelwater niet is verontreinigd.
*
Infiltratie van hemelwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer functioneren.
4.1 Toetsing In Tabel 4.1.1 zijn de maatgevende doorlatendheden weergegeven ter plaats van de metingen. De doorlatendheid van de bodem is geclassificeerd en tevens is weergegeven of de doorlatendheid aan de eerste eis voldoet. Tabel 4.1.1: toetsing waterdoorlatendheid conform Cultuurtechnisch Vademecum (2008)
Meting
Traject
Traject
Maatgevende
Classificatie
Gunstige
doorlatendheid
doorlatendheid
mogelijkheden voor
[m- maaiveld]
[m t.o.v. NAP]
[m/d]
bodem
infiltratie
DM02
2,0 - 3,0
+23,2 tot +22,2
1,4
Goed
Ja
DM03
2,0 - 3,0
+23,2 tot +22,2
2,1
Goed
Ja
DM04
2,0 - 3,0
+23,1 tot +22,1
1,1
Goed
Ja
Aan de tweede eis wordt voldaan aangezien het grondwater niet is aangetroffen tot een diepte van ca. 3,0 mmaaiveld ofwel NAP +22,1 m. Aan de derde eis kan worden voldaan door alleen het schone regenwater te infiltreren. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. De mogelijkheden voor infiltratie zijn als volgt: 1.
Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 1,0 m- maaiveld) door middel van oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar is geen economisch aantrekkelijke oplossing en zeer gevoelig voor dichtslibben (met name in de aangetroffen geroerde, silthoudende ondergrond). Doorlatende verhardingen kunnen wel toegepast worden om het af te koppelen oppervlak (en dus de toestroom van hemelwater) te beperken, bijvoorbeeld door de verhardingen met grind of grasbetontegels uit te voeren. Tevens zal rekening gehouden moeten worden met de humeuze toplaag, deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal.
2.
Infiltratie in de bovengrond (tot ca. 1,0 m- maaiveld) middels een open bovengronds systeem zoals een infiltratieveld, wadi of greppel. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar zal ten koste gaan van de beschikbare ruimte. Afhankelijk van de beschikbare ruimte is dit wel een economisch aantrekkelijk, robuust en goed onderhoudbaar systeem.
GA200004.011.R01.V1.0
8 van 12
3.
Infiltratie in de ondiepe ondergrond (tot ca. 3,5 m- maaiveld) middels een ondergronds systeem. Hierbij valt te denken aan infiltratie via infiltratiekratten, infiltratiekoffers, putten en/of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden. Het gekozen infiltratiesysteem dient wel op voldoende afstand van de bestaande en nieuwbouw geprojecteerd te worden.
4.
Infiltratie naar de diepere ondergrond (dieper dan ca. 3,5 m- maaiveld). Dit kan middels grindpalen naar een dieper niveau. Dit behoort tot de mogelijkheden, maar biedt gezien de zandige toplaag geen toegevoegde waarde. Tevens dient dan de doorlatendheid van de diepere ondergrond onderzocht te worden.
4.2 Conclusie Uit de gemeten doorlatendheden en grondwaterstand blijkt dat infiltratie van hemelwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondergrond is goed. Gezien de beperkte beschikbare ruimte ter plaatse van de projectlocatie, wordt aanbevolen een infiltratievoorziening in de ondiepe ondergrond aan te leggen. Infiltratie naar dieper gelegen lagen door gebruik te maken van o.a. grindpalen biedt geen meerwaarde.
GA200004.011.R01.V1.0
9 van 12
5 Dimensionering infiltratievoorziening 5.1 Uitgangspunten
Ten aanzien van de het totaal afwaterende oppervlak, de goede doorlatendheid van de ondergrond en de beperkte beschikbare ruimte op het terrein, adviseren wij het toepassen van infiltratiekratten als infiltratiesysteem. Bij het dimensioneren van de voorziening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
5.1.1 Algemeen •
Het totaal aan afwaterend oppervlak is gebaseerd op door de opdrachtgever aangeleverde plattegrondtekening, welke is afgebeeld in Figuur 1.1. Op basis hiervan bedraagt het totale afwaterend oppervlak voor de geplande nieuwbouw ca. 2515 m2. Hierin is het verhard oppervlak van zowel de geplande nieuwbouw (ca. 1792 m2) en de bestrating/parkeervakken (ca. 723 m2) meegenomen in de dimensionering van het infiltratiesysteem;
•
Conform de bergingseisen van gemeente Roermond dient de voorziening gedimensioneerd te worden op een bui waarbij 50 mm neerslag tot afstroming komt en dient tevens inzichtelijk te worden gemaakt wat de effecten zijn van een bui van 84 mm;
•
conform de beleidsregels van de Keur van Waterschap Limburg, kan indien infiltreren aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is middels een leegloopvoorziening van maximaal 2 l/s/ha vertraagd worden afgevoerd;
•
de hoeveelheid toestromend water is berekend op basis van het afwaterend oppervlak en de gehanteerde bui (50 mm). De uitkomst van deze berekeningen bedraagt ca. 125,8 m3;
•
conform de richtlijnen van RIONED wordt een ledigingstijd van maximaal 24 uur gehanteerd Indien vanwege de doorlatendheid niet aan de ledigingstijd van 24 uur kan worden voldaan kan een leegloopvoorziening worden toegepast;
•
bij de dimensionering van de voorziening wordt uitgegaan van infiltratie tijdens de bui;
•
voor de doorlatendheid is op basis van het gewogen gemiddelde van de maatgevende
•
conform ISSO-publicatie 70.1 is de afvloeiingscoëfficiënt aangehouden op 1; dat wil zeggen dat alle
doorlatendheidsmetingen een k-waarde gehanteerd van 1,5 m/dag; neerslag op het beschouwde oppervlak, in het infiltratiesysteem terecht komt. •
Voor het dimensioneren van een voorziening middels infiltratiekratten is als doorlatend oppervlak conform de Leidraad Riolering 60% van de hoogte van de wanden meegenomen en 0% van het bodemoppervlak (als gevolg van dichtslibben);
•
Voor de berekening is uitgegaan van een porositeit van 95% voor de kratten;
Indien wordt afgeweken van voornoemde uitgangspunten dan dient ons bureau te worden gecontacteerd daar dan het advies mogelijk moet worden aangepast.
GA200004.011.R01.V1.0
10 van 12
5.2 Ontwerpadvies In tabel 5.2.1 is berekend welke dimensionering de voorzieningen minimaal moet hebben om aan de eisen te voldoen en of de voorziening daarmee aan de ledigingstijd voldoet. Conform de beleidsregels van de Keur mag een leegloopvoorziening worden toegepast waarmee maximaal 2 l/s/ha wordt geloosd. Derhalve is tevens een variant berekend met een vertraagde afvoer van 2 l/s/ha. Doordat de leeglooptijd hiermee wordt verkort, voldoet een kleinere voorziening. Afhankelijk van de beschikbare ruimte kunnen afwijkende afmetingen worden toegepast. Bij de berekeningen is uitgegaan van een stationaire situatie. De berekeningen zijn opgenomen in de bijlage van het rapport. Tabel 5.2.1: Afmetingen infiltratievoorziening: infiltratiekratten Bui
Kratten
Berging
Leeglooptijd
(l x h x b) [mm]
[m]
[m3]
[uur]
Vertraagde
Benodigde
Totale
Afvoer
Afvoercapaciteit
Afvoercapaciteit
[l/s/ha]
[m3]
Controle
[m3] 50
26,4 x 1,2 x 4,8
144,5
20,8
0
125,8
211,9
Voldoet
84
26,4 x 1,2 x 4,8
144,5
51,2
0
211,3
211,9
Voldoet*
50
19,2 x 1,2 x 6,0
131,3
17,5
2,0
125,8
229,2
Voldoet
84
19,2 x 1,2 x 6,0
131,3
38,4
2,0
211,3
214,8
Voldoet*
*Aangezien de totale afvoercapaciteit groter is dan de benodigde afvoercapaciteit is geen wateroverlast te verwachten.
5.3 Overige ontwerpaspecten Het infiltratiesysteem dient van een noodoverstort te worden voorzien. Bij zeer intensieve buien (bijvoorbeeld T>200), zal het systeem het toestromende regenwater mogelijk niet kunnen verwerken en kan het regenwater gecontroleerd naar elders afstromen. Indien gekozen wordt voor een ondergrondse overstort op het gemeentelijke riool dan dient de overstort van een terugslagklep te worden voorzien. Bij de dimensionering van de infiltratievoorziening is de beschikbare ruimte in beschouwing genomen. De afmetingen in de praktijk kunnen op verschillende manieren tot stand komen, het is ter competentie van de aannemer er op toe te zien dat de minimale voorgeschreven bergingscapaciteit wordt gehandhaafd. Wij adviseren de infiltratie-elementen op voldoende afstand (minimaal ca. 5 meter) van belendende bebouwing aan te brengen, of zonodig een waterdicht folie tussen de infiltratievoorziening en de belendingen aan te brengen. Dit om het risico op vernatting van de ondergrond als gevolg van de infiltratievoorzieningen te voorkomen; met stabiliteitsverlies als gevolg. Alvorens de ondergrondse voorziening wordt aangebracht zal er een filterdoek moeten worden aangebracht. In dit doek moet het infiltratie-element worden aangelegd. Zodoende wordt een goede scheiding verkregen tussen de bestaande grondslag en het element.
Gebruik bij voorkeur geotextielen met een hoge O90-waarde (> 300 μm) en een waterdoorlatendheid hoger dan 35 l/s/m2. Op de bufferelementen zal een minimale gronddekking van 0,6 tot 0,8 meter aanwezig moeten zijn, indien er belastingen en verkeer op het maaiveld zijn voorzien (e.e.a. conform opgave leverancier). Tevens wordt deze diepte geadviseerd als te hanteren vorstvrije diepte.
GA200004.011.R01.V1.0
11 van 12
De aansluiting van het afwaterende dakoppervlak kan direct door middel van riolering (HWA) worden gerealiseerd. Indien in het afvoersystem van het dak koper en/of zink is gebruikt is mogelijk wel toepassing van een bodemfilter noodzakelijk. Regenwater dat op het dak valt, wordt via een (kunststof) dakgoot naar een verticale standleiding getransporteerd. Daarin dient een bladafscheider te worden voorzien welke bladeren en grof vuil uitwerpt en die tevens dienst doet als overstort bij extreme regenval. Voor een groot deel worden verstoppingen in leidingen en voorzieningen hiermee voorkomen. In verband met ontluchting bij het vullen van het element dient het systeem van ontluchtingsbuizen naar het maaiveld te worden voorzien. Indien gewenst kan het volledig ontwerp van de hemelwaterafvoer en de terreininrichting door ons bureau nader worden uitgewerkt.
5.4 Voorzuivering en onderhoud Zonder regelmatige reiniging / doorspuiten hebben veel infiltratiesystemen na ca. 3 jaar nog maar 50% van de oorspronkelijke infiltratiecapaciteit beschikbaar, en functioneert het systeem na 5 tot 10 jaar enkel nog als buffer. Het dichtslibben van infiltratiesystemen is ook het gevolg van fijnstof, welke niet met een reguliere zandvang of bezinkput kan worden afgevangen en welke slechts deels uit een dichtgeslibd systeem te verwijderen is. Het te infiltreren hemelwater van de bestrating/parkeervakken dient gezuiverd te worden door middel van een bodemfilter of zuiverend substraat. Voor infiltratie van het water zal een zand- en slibvangsysteem moeten worden aangebracht. Er dient rekening gehouden te worden met het dichtslibben van het bodemfilter. Het goed functioneren ervan zal dan ook sterk onderhoudsafhankelijk zijn. Er wordt dan ook geadviseerd de doorlatendheid van het bodemfilter periodiek te meten en indien nodig het bodemfilter te vervangen. Er zijn voorzuiveringssystemen beschikbaar waarmee tot ca. 80% van de vaste bestanddelen uit het te infiltreren water kunnen worden afgevangen. Zo kan toepassing van een goede voorzuivering en regelmatig onderhoud de levensduur van een infiltratiesysteem significant verlengen.
Ook kan een vertraagde afvoer naar het riool of oppervlaktewater middels een regelbare debietbegrenzer worden toegepast, zodat de beschikbaarheid van de voorziening ook na een verminderde infiltratiecapaciteit kan worden gewaarborgd. Geonius heeft monitoringssystemen beschikbaar waarmee het waterpeil en de leeglooptijd van het systeem kan worden gemonitord. Deze kunnen worden toegepast ten behoeve van de controle van de werking van het systeem, op basis waarvan het onderhoudsregime kan worden bepaald. Indien gewenst kunnen we hierin nader adviseren, tevens kan het volledig ontwerp van de hemelwaterafvoer en de terreininrichting door ons bureau nader worden uitgewerkt.
GA200004.011.R01.V1.0
12 van 12
Bijlagen
GA200004.011.R01.V1.0
Bijlage 1 Situatietekening
GA200004.011.R01.V1.0
1
99
F 2349 F 2346
97 95
F 2348 93
91
89
87
85
83
81
F 3205
79
77
75
F 2695
73
F 2538
71
F 2539 F 2540 F 2541
F 2542 F 2461
101
104
105
F 4574
100
F 3365 98
111
113
F 4672
F 4285
115
117
F 3366 96
121 19A
119-1
DB01
69
F 4329
F 2351
F 4369 F 3367
F 4284 94
F 2467
F 4286
F 2551 F 2552
F 2553
F 2554
F 4366
67
F 2555
F 2353
F 3553 92
F 4283
DB02
F 2556
F 3554 90
F 2557
F 2698
88
F 2468 F 2546
86
26
24
22
F 4673
F 2547 F 2469
28
F 4367 F 3368
F 2465 F 2466 F 2352
30
F 4371
F 4368
109
F 2697 F 2810
F 3364
F 4671
F 2544 F 2463
107
F 4670
102
F 2545
103
106
F 4370
Donder bergwe g
F 2696
DB03
F 2548 F 2549
F 3369 F 2550
DB04
Venu
sstra at
F 4282 F 4279
20 18
F 4278 16
F 4275 14
2 12
58-84
4 6
10
Kast eel H
F 4274
8
F 4675
orns traat
10
12
14-14
B
F 5562
F 3240
F 4674
F 4191
3385 F 5563
Kast ee
l Hor
F 3370
F 3418
F 4281
nstra
F 3371 F 3372
at
F
F 3386 F 4280
F 4192 F 4277 F 4276
51
F 4273
56 bestaande bebouwing
54
DB00
F 5590 project
Infiltratieonderzoek Donderbergstraat te Roermond 52
onderdeel
situatietekening
projectnr
GA200004.011
50A projectleider
A. Mirrezai
bijlagenr
T01
getekend
P. Zelissen
datum
19-2-2021
formaat 50
A3
F 5402 1-43
F 3943 F 5582
F 5403 F 5427
F 5581
geplande nieuwbouw handboring met doorlatendheidsmeting
F 5606 39
37 Geo Geonius 35 +31 (0) 88 1300 600 1:500 schaal
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
33
31 0
2529
27
Bijlage 2 Boringen
GA200004.011.R01.V1.0
Bijlage 3 Doorlatendheidsmetingen
GA200004.011.R01.V1.0
opdrachtnummer : GA200004.011 projectomschrijving : Infiltratieonderzoek Donderbergstraat te Roermond
boring:
DB01
boring:
DB02
Maaiveldhoogte :
25,19
Maaiveldhoogte :
25,2
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 16-02-2021 8:40:55
Datum :
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 16-02-2021 7:29:48
Datum :
0,00
25,00
gras Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, zwak humeus, donker
0,00
25,00
0,50
0,50
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, zwak kleiïg, neutraal
24,50
gras Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, zwak humeus, donker
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, neutraal
24,50
24,00
24,00 1,50
1,50
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, neutraal
23,50
Zand, matig fijn, vast, matig siltig, zwak kleiïg, licht
23,50 2,00
23,00
23,00
22,50
22,50
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, neutraal
3,00
3,00
boring:
DB03
boring:
DB04
Maaiveldhoogte :
25,24
Maaiveldhoogte :
25,12
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 16-02-2021 13:46:23
Datum :
m. t.o.v. N.A.P. cm. - mv. 16-02-2021 13:48:10
Datum :
0,00
25,00
gras Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, zwak humeus, donker
0,00
25,00
0,50
0,50
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, neutraal
24,50
gras Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, donker
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, neutraal
24,50
24,00 24,00 1,50
23,50
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, zwak kleiïg, neutraal
23,50
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, neutraal
23,00
2,00
23,00
2,50
Zand, matig fijn, vast, zwak siltig, zwak kleiïg, neutraal
22,50 22,50 3,00
3,00
verticale schaal 1: 50 pagina 1 / 1
Projectomschrijving: Infiltratieadvies Locatie: Roermond Boornummer: DB01
Opdrachtnr. GA20004.011 Traject (m-mv) 2 - 3 Meting DM01
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
300 cm 100 cm 3,5 cm 0 cm
25
waterspiegelhoogte (cm)
20
15
10
5
0
0
100
200
300
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 95 sec 13,93 cm 105 sec 6,75 cm 1,07E-03 m/s 92,43 m/dag -7,17E-03 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 20 sec 8,67 cm 25 sec 6,58 cm 7,86E-04 m/s 67,95 m/dag -4,20E-03 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 100 sec 14,57 cm 105 sec 11,42 cm 7,50E-04 m/s 64,79 m/dag -6,30E-03 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Infiltratieadvies Locatie: Roermond Boornummer: DB02
Opdrachtnr. GA20004.011 Traject (m-mv) 2 - 3 Meting DM02
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
300 cm 100 cm 3,5 cm 0 cm
60
waterspiegelhoogte (cm)
50
40
30
20
10
0
0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 600 sec 8,63 cm 700 sec 7,52 cm 1,97E-05 m/s 1,71 m/dag -1,11E-04 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 200 sec 7,28 cm 400 sec 4,19 cm 3,66E-05 m/s 3,16 m/dag -1,55E-04 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 200 sec 3,08 cm 400 sec 2,27 cm 1,62E-05 m/s 1,40 m/dag -4,08E-05 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Infiltratieadvies Locatie: Roermond Boornummer: DB03
Opdrachtnr. GA20004.011 Traject (m-mv) 2 - 3 Meting DM03
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
300 cm 100 cm 3,5 cm 0 cm
90 80
waterspiegelhoogte (cm)
70 60 50 40 30 20 10 0
0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
tijd (sec) meetsessie 1
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 1 300 sec 9,34 cm 500 sec 4,79 cm 4,61E-05 m/s 3,99 m/dag -2,28E-04 m/s
Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
meetsessie 2
Meetsessie 2 300 sec 6,89 cm 500 sec 4,27 cm 3,16E-05 m/s 2,73 m/dag -1,31E-04 m/s
meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc =
Meetsessie 3 300 sec 4,38 cm 500 sec 2,87 cm 2,48E-05 m/s 2,14 m/dag -7,58E-05 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Projectomschrijving: Infiltratieadvies Locatie: Roermond Boornummer: DB04
Opdrachtnr. GA20004.011 Traject (m-mv) 2 - 3 Meting DM04
Formule om de doorlatendheid volgens Porchet te bepalen : kf = 1,15 * r * (log(h0+r/2)-log(h1+r/2))/dt [cm/s] Hierbij is : h0 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t0 h1 = waterhoogte in boorgat op tijdstip t = t1 r = boorgatradius dt = verlopen tijd van t = t0 tot t = t1 Onderzoekswaarden Diepte boorgat Standaardhoogte Radiusboorgat Grondwater
D: M: R W
300 cm 100 cm 3,5 cm 0 cm
160
waterspiegelhoogte (cm)
140 120 100 80 60 40 20 0
0
100
200
300
400
500
600
700
800
900
tijd (sec) meetsessie 3
t0 = h0 = t1 = h1 = kf = kf = rc = Geonius Geotechniek BV Postbus 1097 6160 BB Geleen
Meetsessie 3 200 sec 90,14 cm 700 sec 61,44 cm 1,31E-05 m/s 1,13 m/dag -5,74E-04 m/s Tel. 088-130 06 00 Fax. 088-130 06 69 info@geonius.nl
Bijlage 4 Dimensionering infiltratievoorziening
GA200004.011.R01.V1.0
Geonius Geotechniek
Projectnummer Omschrijving Datum
Infiltratiesysteem
GA200004.011 Nieuwbouw appartementen Roermond
19-2-2020
Infiltratie met kratten uitgaande stationaire toestand met verhang van 1,0 m/m Uitgangspunten
Neerslag [mm]
hoeveelheid r [mm] oppervlak A [m2] reductie r [-] totaal R [m3] porositeit [p] vertraagde afvoer (l/s/ha)
Eigenschappen bodem doorlatendheid 50 gemeten k [m/d] 2515 veiligheid [-] 1 wand kw [m/d] 125,8 vloer kv [m/d] 0,95 verhang I [-] 2
Bodem- en wandfactoren 1,5 1 1,5 1,5 1,0
0,6 0
Afmetingen van de infiltratiesleuf*
Lengte [m]
19,2
Toetsing
hoogte [m] breedte [m] 1,2 6
Berging [m3] 131,3
Totale afvoercapaciteit [m3] benodigd beschikbaar 125,8 229,2
Infiltratie tijdens bui [m3] 54,4 controle voldoet
vertraagde afvoer tijdens bui [m3] 43,5 Leeglooptijd [uur] 17,5
* Indien afwijkende afmetingen worden toegepast dient in ieder geval de minimale inhoud 82,3 m3 te bedragen
Overzicht aanvoer regenwater en afvoercapaciteit van het systeem
0,6 à 0,8 m
1,2 m
Kratten / grindkoffer
Geonius Geotechniek
Projectnummer Omschrijving Datum
Infiltratiesysteem
GA200004.011 Nieuwbouw appartementen Roermond
19-2-2020
Infiltratie met kratten uitgaande stationaire toestand met verhang van 1,0 m/m Uitgangspunten
Neerslag [mm]
hoeveelheid r [mm] oppervlak A [m2] reductie r [-] totaal R [m3] porositeit [p] vertraagde afvoer (l/s/ha)
Eigenschappen bodem doorlatendheid 50 gemeten k [m/d] 2515 veiligheid [-] 1 wand kw [m/d] 125,8 vloer kv [m/d] 0,95 verhang I [-] 0
Bodem- en wandfactoren 1,5 1 1,5 1,5 1,0
0,6 0
Afmetingen van de infiltratiesleuf*
Lengte [m]
26,4
Toetsing
hoogte [m] breedte [m] 1,2 4,8
Berging [m3] 144,5
Totale afvoercapaciteit [m3] benodigd beschikbaar 125,8 211,9
Infiltratie tijdens bui [m3] 67,4 controle voldoet
vertraagde afvoer tijdens bui [m3] 0,0 Leeglooptijd [uur] 20,8
* Indien afwijkende afmetingen worden toegepast dient in ieder geval de minimale inhoud 125,8 m3 te bedragen
Overzicht aanvoer regenwater en afvoercapaciteit van het systeem
0,6 à 0,8 m
1,2 m
Kratten / grindkoffer
18