Bijlage 2c. was-wordt Verordening adviescommissie Omgevingskwaliteit Roermond
Tekst van het document
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
WAS
WORDT
VERORDENING OP DE COMMISSIE BEELDKWALITEIT
VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
Artikel 1: Begripsbepalingen a. college: het college van burgemeester en wethouders b. commissie: de Commissie Beeldkwaliteit; c. Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. Monumentenverordening: de Monumenten- en Archeologieverordening 2011; e. Verordening op de Begraafplaatsen: de Verordening op de Begraafplaatsen 1992; f. Bouwverordening: de Bouwverordening Roermond; g. aanvrager: de indiener van een verzoek om vergunning, ontheffing of toestemming voor een onderwerp, dan wel een kennisgeving (melding) van een voornemen, waartoe burgemeester en wethouders een advies inwinnen. h. architect: een architect ingeschreven als bedoeld in de Wet op de Architectentitel. i. stedenbouwkundige: een stedenbouwkundige ingeschreven als bedoeld in de Wet op de Architectentitel. j. landschapsarchitect: een landschapsarchitect ingeschreven als bedoeld in de Wet op de Architectentitel.
PARAGRAAF 1. ALGEMENE BEPALINGEN
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: aanvraag: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen; college: het college van burgemeester en wethouders; commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd adviescommissie Omgevingskwaliteit; goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; raad: gemeenteraad; wet: de Omgevingswet.
1
Hoofdstuk II De Commissie Beeldkwaliteit
Artikel 2 Er is een commissie die het college op verzoek van advies dient omtrent aangelegenheden die betrekking hebben op de aanvragen om vergunning overeenkomstig het bepaalde in artikel 6. Artikel 6 1. De commissie adviseert met betrekking tot de aan het college opgedragen besluitvorming als bedoeld in: a. artikel 2.10, lid 1, onder a van de Wabo; b. artikel 11, lid 2 van de Monumentenwet 1988; c. artikel 7 van de Monumentenverordening; d. de Algemene Plaatselijke Verordening, voor zover het betreft het voldoen aan redelijke eisen van welstand danwel het schaden van het uiterlijk aanzien van de gemeente in deze verordening vereist; e. Verordening op de Begraafplaatsen, voorzover het betreft het uiterlijk aanzien van grafbedekking en omtrent grafbedekkingen met een opvallende kwaliteit in deze verordening vereist. f. de Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond, paragraaf 3.7. 2. Desgevraagd brengt de commissie in bezwaar- en beroepsprocedures in heroverweging advies uit. Artikel 7 De commissie baseert haar advies op de in de Nota Beeldkwaliteit omschreven criteria en de Structuurvisiekwaliteitsbijdrage gemeente Roermond.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
PARAGRAAF 2. ADVIESTAAK Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van het college over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 .̊ een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 .̊ een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3 .̊ een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4 .̊ een andere activiteit in geval het college een advies nodig acht met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b. adviseert de commissie op verzoek van het college over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; 2
c.
d.
e.
f.
g.
h.
i.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
adviseert de commissie op verzoek van het college over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van het college in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin het college een advies nodig acht in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; informeert en begeleidt de commissie op verzoek van het college planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; voert de commissie op verzoek van het college vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; adviseert de commissie op verzoek van het college over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; adviseert de commissie op verzoek van het college over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten reclameuitingen in de openbare ruimte, terrasvergunningen en overige vergunningplichtige objecten in de openbare ruimte. adviseert de commissie gevraagd en ongevraagd over andere onderwerpen. 3
Hoofdstuk III De samenstelling van de commissie
Artikel 3 lid 1 1. De commissie bestaat uit maximaal negen leden en is als volgt samengesteld: a. 3 leden gekwalificeerd als architect; b. 1 lid gekwalificeerd als architectuurhistoricus; c. 1 lid gekwalificeerd als restauratiedeskundige; d. 1 lid als leken-lid; e. 1 lid gekwalificeerd als stedenbouwkundige; f. 1 lid gekwalificeerd als landschapsarchitect; g. 1 lid gekwalificeerd als landbouwdeskundige.
Artikel 3 1. De gemeenteraad benoemt en ontslaat, gehoord de betrokken raadscommissie, op voorstel van het college, de voorzitter en de overige leden van de commissie; 3. De bevoegdheid van de gemeenteraad onder lid 2 is gedelegeerd aan het college; 4. De leden van de commissie zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur. Zij mogen in ieder geval niet tevens zijn: lid van de gemeenteraad, lid van het college, ambtenaar van de gemeente Roermond en BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
PARAGRAAF 4. SAMENSTELLING EN INRICHTING Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal 12 leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal 6 plaatsvervangers benoemen die de leden bij afwezigheid kunnen vervangen. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: architectuur, cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw. 5. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Artikel 5. Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn vier jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De bevoegdheid van de raad voor benoeming en ontslag wordt op grond van artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet gedelegeerd aan het college.
4
voorts geen nevenfuncties vervullen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog opeen goede invulling van het lidmaatschap; 5. De leden van de commissie treden na verloop van een periode van 3 jaar af. Zij zijn éénmaal onmiddellijk herbenoembaar tot in totaal een maximale zittingsduur van 6 jaar. Een lid dat ter opvulling van een -anders dan ten gevolge van een periodieke aftreding - opengevallen plaats wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, moest aftreden
5. De (plaatsvervangend) voorzitter wordt in functie benoemd. 6. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door het college worden geschorst en worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
6. Het college kan een tijdelijke voorziening treffen in het belang van de continuïteit van de samenstelling van de commissie; De selectie en benoeming van leden vindt plaats op basis van een vastgestelde selectie- en benoemingsprocedure. Artikel 4 1. het college wijst een of meer personen aan als secretaris van de commissie; Het secretariaat van de commissie is ondergebracht bij de sector Ruimte.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1. De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie.
5
Hoofdstuk IV Taakveld van de Commissie
Artikel 8 Termijn van advisering bij de bouwaanvraag a. De commissie dan wel een namens haar gemandateerd lid is bij de beoordeling van omgevingsverguningplichtige bouwwerken gebonden aan de in artikel 10 genoemde termijnen voor het uitbrengen van advies. Binnen de in artikel 10 genoemde termijnen voor het uitbrengen van advies kan de commissie dan wel het namens haar gemandateerde lid het advies aanhouden indien meer informatie of een toelichting van de ontwerper wenselijk is.
PARAGRAAF 5. ADVISERING EN STANDPUNTBEPALING Artikel 7. Adviestermijn 1. Het college kan aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval het college geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken.
Artikel 9 Overschrijding van de termijn Indien de commissie dan wel het namens haar gemandateerde lid niet binnen de in artikel 10 gestelde termijn tot een advies komt, beoordeelt het college zelf of wordt voldaan aan de in de Nota Beeldkwaliteit genoemde voorwaarden. Artikel 10 1. De commissie brengt advies uit over de aan de commissie voorgelegde omgevingsverguningplichtige bouwwerken binnen twee weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzochten de aanvraag voldoende beoordeelbaar is. 2. In afwijking van het eerste lid kan het college op grond van artikel 3.9 van de Wabo voor het uitbrengen van advies door de commissie een langere termijn toestaan.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
6
Artikel 11 1. Een advies van de commissie moet door een meerderheid van haar leden gedragen worden.
Artikel 12 Inhoud van het advies 1. Het advies geeft aan of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, al dan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand uitsluitend te beoordelen aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de Nota Beeldkwaliteit. Het advies kan worden gecombineerd met suggesties. 2. Het advies is niet gericht op zaken die geen betrekking hebben op het beeldkwaliteitstoezicht. 3. Het advies mag nooit zodanig zijn geformuleerd dat één der betrokkenen zich daardoor beledigd of ingoede naam of eer aangetast kan voelen.
Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 3. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden en de (plaatsvervangend) voorzitter. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. [vervallen] [komt terug in het Reglement van Orde]
Een advies van de commissie in het kader van de Structuurvisie kwaliteitsbijdrage gemeente Roermond heeft betrekking op de inhoud, de omvang en de inpassing van de kwaliteitsverbetering. De commissie toetst daarbij ook of de kwaliteitsverbetering voldoende is in relatie tot de "rode" ontwikkeling. De wenselijkheid en aanvaardbaarheid van de "rode" ontwikkeling wordt niet getoetst door de commissie.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
7
Hoofdstuk V Mandatering
Artikel 13 Conclusie van het advies Het advies kan de volgende conclusies hebben: 1. Akkoord: Het plan voldoet naar mening van de commissie volgens de van toepassing zijnde criteria aan redelijke eisen van welstand. Dit advies kan worden gecombineerd met suggesties om het plan op een (nog)hoger niveau te tillen. Deze suggesties zijn vrijblijvend en staan duidelijk los van de conclusie van het advieszelf. 2. Akkoord onder de voorwaarden (dat wordt voldaan aan de opmerkingen): Het plan voldoet naar mening van de commissie volgens de van toepassing zijnde criteria aan redelijke eisen van welstand, mits het op ondergeschikte punten wordt aangepast. Deze punten worden ondubbelzinnig genotuleerd of op de tekening aangegeven. 3. Niet akkoord: Het plan voldoet naar mening van de commissie volgens de van toepassing zijnde criteria niet aan redelijke eisen van welstand. Dit betekent dat ingrijpende wijzigingen in het planconcept of de uitwerking van het ontwerp noodzakelijk zijn. Artikel 14 De commissie is bevoegd de advisering te mandateren aan één van haar leden of aan een subcommissie.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie 1. De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan één of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. 2. In geval van een aanvraag omgevingsvergunning voor bouwwerken waarvoor in de nota ambtelijke toetsingscriteria zijn opgenomen kan advisering in ambtelijk mandaat worden afgedaan. 8
Hoofdstuk VI Van de orde van de vergadering
Artikel 15 De commissie stelt met in achtneming van deze verordening een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen vast. Het Reglement van Orde, alsmede de wijziging daarvan behoeft de goedkeuring van het college. Artikel 16 1. Aan een vergadering wordt overeenkomstig het Reglement van Orde een rooster van deelneming wordt opgesteld; 2. Indien het advies betreft aanvragen als bedoeld in artikel 6, lid 1, onder ben c is in elk geval een van de leden als bedoeld in artikel 3, onder b en c vertegenwoordigd. Artikel 17 1. De commissie vergadert tenminste eenmaal per twee weken volgens een door de commissie vast testellen schema. 2. De voorzitter is bevoegd tot het bijeenroepen van vergaderingen buiten het schema indien naar zijn oordeel bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken.
Hoofdstuk VII Van de beraadslagingen
Artikel 18 De commissie beraadslaagt in het openbaar. Onder beraadslaging wordt tevens begrepen het horen van de aanvrager. Indien de orde van de vergadering of het belang van de aanvrager dit vergt, kan de commissiebesluiten achter gesloten deuren te vergaderen.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
PARAGRAAF 6. WERKWIJZE Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde dat de goedkeuring behoeft van het college. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; b. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; c. de notulering en dossiervorming; d. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; e. de instelling van subcommissies; f. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; g. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3. Het college draagt zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien het college – al 9
Artikel 19 Indien de aanvrager bij het indienen van de aanvraag daarom heeft verzocht, wordt deze door of namens de commissie in staat gesteld zijn aanvraag nader toe te lichten. Hoofdstuk IX Onverenigbaarheid
Artikel 20 De secretaris draagt zorg voor: 1. De verslaglegging van de commissievergaderingen. 2. De dagtekening van alle correspondentie uitgaande van de commissie. 3. Alle maatregelen nodig voor het goed functioneren van de commissie. 4. Samenstelling van de jaarlijkse rapportage door het college ex artikel 12c van de Woningwet.
dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dient het college daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. Artikel 8 2. de aanvrager van de omgevingsvergunning of de gemachtigde hebben de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. [vervallen] [komt terug in het Reglement van Orde
Artikel 21 Ten aanzien van aanvragen waarbij een onderwerp aan de orde is waarbij leden van de commissie rechtstreeks of zijdelings zijn betrokken of betrokken zijn geweest, nemen de betreffende leden niet deel aan de beraadslaging en de stemming met betrekking tot het uit te brengen advies.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
10
Hoofdstuk X Vergoedingen
Hoofdstuk XI Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 22 Voor het bijwonen van de vergaderingen alsmede de in dat verband te maken reiskosten stelt het college op basis van de richtlijn van de BNA een vergoeding vast. Artikel 23 1. Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking treedt. 2. Op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening wordt de "Verordening op de Commissie Beeldkwaliteit 2008", vastgesteld bij raadsbesluit van 14 februari 2008, ingetrokken.
Artikel 14. Vergoeding De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding die wordt vastgelegd in een overeenkomst. PARAGRAAF 8. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 16. Overgangsrecht 1. Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Commissie Beeldkwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Omgevingswet in werking. Artikel 17. Vervallen en intrekking oude regeling 1. De regels met betrekking tot de commissie in artikel 2.3.1 van de Bouwverordening Roermond 2012 vervallen. 2. De in de Erfgoedverordening Roermond 2023 onder artikel 10 genoemde Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt vervangen door de commissie als bedoeld in art. 17.9 van de Omgevingswet. 3. De Verordening op de Commissie Beeldkwaliteit wordt ingetrokken.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
11
Artikel 24 Deze verordening kan worden aangehaald als "de Verordening Beeldkwaliteit". Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 juni 2010.
BIJLAGE BIJ VERORDENING ADVIESCOMMISSIE OMGEVINGSKWALITEIT ROERMOND
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 2. Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening adviescommissie Omgevingskwaliteit Roermond”.
12