Bijlage 2c - RIB ontwikkelingen RUDLN getekend
Tekst van het document
Alle gemeenteraden en provinciale staten
Markt 31 Postbus 900, 6040 AX Roermond Telefoon (0475)-359999 Kvk nummer 70077932
Datum
07-02-2022
Behandeld door
Ons kenmerk
A 2022-RIB HS
Datum uw brief
K.Joosten
BTW nummer 858131134B01 E-mail info@rudlimburgnoord.nl Internet www.rudlimburgnoord.nl
Uw kenmerk Onderwerp
RIB ontwikkelingen RUD LN
Geachte raadsleden, geachte statenleden, De RUD Limburg Noord verricht in uw opdracht taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Een veilige en gezonde leefomgeving staat daarbij centraal. Door de samenwerking kunnen we dit doel beter en goedkoper bereiken. We doen dit bewust in de vorm van een GR met een netwerkorganisatie waarbij uitvoerende medewerkers in dienst blijven van de gemeente, maar hun werk wel centraal wordt gecoördineerd en aangestuurd. Zo is de aandacht voor de plaatselijke aspecten optimaal, terwijl we toch het hele potentieel benutten van onze regio. We hebben zelf gemeten of dit goed werkt. Na de zelfevaluatie in 2019 heeft het bestuur van de RUD LN besloten tot een aantal acties om de effectiviteit van de GR verder te verbeteren (Zie Bijlage 1: Schouders eronder, verbeteringen in governance bij de RUD Limburg Noord d.d. 18 september 2020). Vervolgens is voortvarend gestart met het uitvoeren van die acties. Circa 2/3 ervan is inmiddels afgerond. De financiële consequenties van deze acties zijn al in de begroting 2021 verwerkt. Advies Van Aartsen In maart 2021 bood de adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (commissie Van Aartsen) het rapport “Om de leefomgeving” aan. Hierin stelt de commissie dat verdere verbeteringen in het VTH-stelsel nodig zijn om schade voor het leefmilieu te beperken.
De commissie stelt daarin dat het stelsel nog niet op het gewenste niveau functioneert, effectiever en slagvaardiger moet worden en nog steeds wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Omgevingsdiensten kunnen daardoor niet functioneren zoals de bedoeling was bij de oprichting van dit stelsel. De commissie geeft een 10 -tal met elkaar samenhangende aanbevelingen mee om dit te verbeteren. Deze punten zijn sindsdien onderwerp van bespreking in tal van gremia zoals de VNG, het IPO, de Omgevingsdiensten (ODNL) en de diverse betrokken ministeries. In bijlage 2 zijn beknopt de door Van Aartsen voorgestelde maatregelen en de nu bekende standpunten van diverse partijen erover weergegeven (Bijlage 2: Overzicht standpunten). Kabinet pakt adviezen Van Aartsen op Het nieuwe kabinet heeft in haar regeerakkoord (Coalitieakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst') aangegeven het rapport van de commissie Van Aartsen te gebruiken om tot verbeteringen in het VTH-stelsel te komen. Er is vanaf 2022 een bedrag van 24 miljoen structureel uitgetrokken (Budgettaire bijlage coalitieakkoord) om er verdere invulling aan te geven. Dit is opgesplitst in een bedrag van 18 mi gericht op omgevingsdiensten en 6 mi op het ILT (Inspectie Leefomgeving en Transport). Hoe bedragen zijn samengesteld en worden ingezet is nog niet bekend.
Op dit moment schatten wij in dat er aanvullend ook van gemeenten en provincies inspanningen zullen worden gevraagd. Wanneer er bijvoorbeeld landelijke normen worden bepaald voor de uitvoering van basistaken, kan dit organisatorische en/of financiële gevolgen hebben. Vanuit het Ministerie wordt de dialoog gezocht met de omgevingsdiensten en hun opdrachtgevers, de bevoegde gezagen, om hierover vooraf van gedachten te wisselen. Dit proces is in december 2021 gestart, maar op dit moment nog niet afgerond.
RUD LN en Van Aartsen We realiseren ons dat het uiteindelijk gaat om de resultaten die we als organisatie boeken voor het leefmilieu. Dit resultaat is echter niet altijd zo gemakkelijk te duiden/meten. Goede vergunningen maken, maar geen controle op de naleving ervan kan slecht uitpakken. Veel toezicht kan als “overkill” worden ervaren en onnodig verstorend voor de economie. Weinig handhavingsdossiers kan duiden op goed naleefgedrag, maar het zou ook kunnen betekenen dat er te weinig wordt gehandhaafd of geïnspecteerd of dat vergunningen niet scherp genoeg zijn. Te veel handhaving kan innovatie bij bedrijven afremmen. Dit betekent dat we steeds een goede balans zoeken in de uitvoering van de taken en eventueel bijsturen als dit nodig is. Naast de bestuurlijke wil om dit regionaal samen te doen, zijn dan de beschikbare capaciteit (mensen, middelen, informatie), beschikbare (vak)kennis, effectieve inrichting van de werkprocessen, aansluiting met de ketenpartners en een optimale coördinatie en aansturing van het geheel, nodig om dit goed te laten functioneren. Die basis moet op orde zijn en daarvoor staan we samen met u aan de lat. Voor de RUD LN was het rapport Van Aartsen aanleiding om (nogmaals) te kijken naar mogelijke verbeteringen in onze organisatie/resultaten en daarmee het positief effect op de leefomgeving nog te verhogen.
Het rapport en de resultaten van enkele nadere onderzoeken die in september uitkwamen*, boden hiervoor nieuwe inzichten, die bij onze zelfevaluatie niet of in beperkte mate aan de orde waren gekomen of hadden kunnen komen. Dit leidde tot een aantal vraagpunten: Hebben een voldoende omvang om alle taken en de specifieke regionale complexiteit aan te kunnen (zijn we voldoende “robuust”)? Voldoet de geleverde kwaliteit en het werkproces aan de gestelde criteria (wettelijk vastgesteld in de kwaliteitscriteria 2.2)? Financieren we op basis van doelen of op basis van beschikbare middelen? Is het aan de RUD verleende mandaat voor sturing op de ingebrachte taken afdoende? Welke rol speelt de RUD LN bij omgevingsplannen teneinde deze plannen ook uitvoerbaar te maken? Gezien de landelijke ontwikkelingen wilde het AB daar proactief naar laten kijken en onderzoeken wat er, aanvullend op eerder genomen of ingezette maatregelen, nog nodig is. Lysias advies heeft hiervoor in juli 2021 een onderzoek gepresenteerd en kwam hierin met een aantal extra aanbevelingen. In dit onderzoek is ook aangegeven of de huidige Gemeenschappelijke Regeling hiervoor dan een voldoende basis biedt. (Bijlage 3, Onderzoek Maatregelen n.a.v. rapport Van Aartsen, blz.19). Het AB heeft over deze voorgestelde extra maatregelen echter nog geen besluit genomen.
Voorstel AB 8 juli 2022 Om dat wel te kunnen doen is eerst een verdere uitwerking en verdieping nodig omdat de maatregelen door de commissie Van Aartsen erg algemeen geformuleerd zijn. Hiervoor moeten de volgende zaken gebeuren: 1. Omzetten aanbevelingen naar concrete maatregelen die in onze netwerkorganisatie toepasbaar zijn. 2. Bepalen welke stappen (waaronder besluitvorming) nodig zijn om dit te implementeren. 3. Bepalen wat de eventuele financiële en organisatorische gevolgen zijn; 4. Bepalen met welk tempo en in welke volgorde realisatie mogelijk is, mede gezien alle andere ontwikkelingen. Gezien de vele andere activiteiten, bijvoorbeeld als gevolg van de nieuwe omgevingswet, maar ook vanwege de beperkte middelen en de krapte op de arbeidsmarkt, vraagt dit een zorgvuldige aanpak. Uiteindelijk moet dit in de vorm van een goed onderbouwd plan met bijbehorende planning en dekkingsvoorstel worden gegoten. Pas dan is besluitvorming mogelijk. Over dit complete pakket wil het AB een richtinggevend besluit nemen in haar vergadering van 8 juli 2022 zodat alle partners daarna nog de ruimte hebben om in hun begroting van 2023 hiermee rekening te kunnen houden. *Twijnstra Gudde/SPPS “Omgevingsdiensten in Beeld” en KokxDe Voogd “Juridisch onderzoek aanbevelingen Van Aartsen”.
2
Gestart is inmiddels met een eerste houtskoolschets, die in stappen tot een nieuwe blauwdruk voor de RUD LN moet worden uitgewerkt. We nemen hierbij de reeds in gang gezette acties vanuit onze eigen evaluatie mee. Daarnaast houden we rekening met de werkzaamheden die we vanuit de omgevingswet zullen moeten doen om een goede uitvoering ervan te borgen. De verwachting is verder dat de gemeenschappelijke regeling voor de RUD LN op onderdelen herzien moet worden. Deels is dit actualisatie, mede vanwege de nieuwe WGR die onlangs is vastgesteld, deels komen uit de maatregelen (mogelijk) aanpassingen voort. De basis van een netwerkorganisatie met als werkgebied de regio Noord- en Midden-Limburg wordt hierbij gehandhaafd. Gemeenteraadsverkiezingen De verkiezingen in maart zullen zeer waarschijnlijk leiden tot mutaties in het AB/DB van de RUD. Het proces van verbetering en veranderingen in het VTH-stelsel laat zich echter niet “on hold” zetten. Ook de omgevingswet leidt immers tot aanpassingen. Een concreet en actueel voorbeeld hiervan zijn de bodemtaken die nu bij de Provincie berusten en naar de gemeenten over gaan. Hierbij is het zaak om tijdig te onderkennen dat de middelen, die (waarschijnlijk) in het gemeentefonds worden gestort, ook voor deze nieuwe taak kunnen worden ingezet.
Er zijn natuurlijk nog veel meer voorbeelden te noemen, maar in het kader van deze brief gaat het vooral om de dynamiek die er is en de noodzaak om hier samen op te acteren. Gezien het belang van het leefmilieu moet gezocht worden naar continuïteit met een goede overdracht van het VTH-dossier, zowel binnen colleges als binnen gemeenteraden. Met deze raadsinformatiebrief zetten we hierin een eerste stap. De komende weken zal gewerkt worden aan een overdrachtsdocument aan alle deelnemers. De nieuwe raden en colleges kunnen hiermee hun voordeel doen. Daarnaast zal na de toedeling van portefeuilles een bijeenkomst voor de nieuwe portefeuillehouders worden gehouden. Verder komen er een aantal “inloopsessies” voor de nieuwe raadsleden en andere geïnteresseerden. Voor de raads- en commissieleden zal tevens een informatiepakket over de RUD LN beschikbaar worden gesteld voor de Griffies. Op deze manier willen we eraan bijdragen dat iedereen bij het proces aangesloten blijft en voor de besluitvorming in het AB van 8 juli 2022 goed geïnformeerd is. Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur van de RUD Limburg Noord,
T.J.C.M. Snijckers Voorzitter
K.G.M.C. Joosten secretaris/directeur
Bijlagen: - Bijlage 1: Rapport “Schouders Eronder”, verbeteringen in governance bij de RUD LN - Bijlage 2: Overzicht standpunten partijen - Bijlage 3: Lysias, Onderzoek Maatregelen n.a.v. rapport Van Aartsen
3