CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Toelichting herstelbesluit Bestemmingsplan “Melickerveld 2022”

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Melickerveld 202231.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1

Aanleiding planherziening

6

1.2

Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied

7

1.3

Plankarakter

8

1.4

Bestaande juridische regeling

9

1.5

Leeswijzer

11

Planbeschrijving

12

2.1

Ontstaansgeschiedenis

12

2.2

Bestaande situatie

14

2.3

Toekomstige situatie

18

Hoofdstuk 3

Ruimtelijk beleid

30

3.1

Europees- en Rijksbeleid

30

3.2

Provinciaal beleid

36

3.3

Regionaal beleid

54

3.4

Gemeentelijk beleid

57

Omschrijving omgevingsaspecten

68

4.1

Cultuurhistorie en archeologie

68

4.2

Verkeer en infrastructuur

79

4.3

Parkeren

87

4.4

Milieu

89

4.5

Externe veiligheid

121

4.6

Waterhuishouding

131

4.7

Natuur en flora & fauna

136

4.8

Landschap

154

4.9

Belemmeringen

155

4.10

M.e.r.

158

Juridische planopzet

162

5.1

Algemeen

162

5.2

Artikelsgewijze toelichting regels

164

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

3/176

Hoofdstuk 6

4/176

Uitvoerbaarheid

173

6.1

Handhaving

173

6.2

Economische uitvoerbaarheid

174

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

175

Toelichting

5/176

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding planherziening Voor het gebied ‘Melickerveld’ heeft Leigraaf Midden-Limburg B.V. (hierna: LML) een stedenbouwkundig en landschappelijk raamwerk ontwikkeld ten behoeve van de realisatie van een buitenstedelijk woongebied (Melickerveld) voor maximaal 468 woningen. Daarnaast is in het plan de mogelijkheid opgenomen om met toepassing van een wijzigingsbevoegdheid maximaal twee woningen op particulier terrein te realiseren onder voorwaarden. Het plan betreft een aanpassing van een eerder voorgenomen woningbouwontwikkeling op dezelfde planlocatie. Dit uitgewerkte gebiedsontwikkelingsplan, zijnde het bestemmingsplan 'Melickerveld' uit 2016, is grotendeels vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (uitspraak op 14 augustus 2019, 201700257/3/R1) vanwege de stikstofproblematiek, omdat in het bestemmingsplan nog uitgegaan werd van het Programma aanpak stikstof (hierna: PAS). Doordat de Raad van State, in navolging van het standpunt van het Europees Hof van Justitie, op 29 mei 2019 heeft geoordeeld dat het PAS in strijd is met artikel 6 Habitatrichtlijn en de PAS daarmee onverbindend heeft verklaard, zijn alle besluiten die waren gebaseerd op de PAS, nadien vervolgens vernietigd (waaronder het vastgestelde bestemmingsplan 'Melickerveld' uit 2016).

6/176

Afbeelding 1.1: het bestemmingsplan voor Melickerveld uit 2016 vernietigd door de ABRvState (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gemeente Roermond heeft zich bereid verklaard medewerking te verlenen aan het voornemen om aan de zuidelijke rand van het stedelijk gebied van de gemeente Roermond voorlopig de laatste grote uitbreidingslocatie voor met name grondgebonden woningen voor de stad te realiseren. Hier ligt een unieke kans om een bijzonder en onderscheidend woonmilieu en leefomgeving toe te voegen aan het aanbod in de stad, daarbij gebruikmakend van de landschappelijke elementen die het gebied al kent.

1.2 Ligging, begrenzing en juridische status van het plangebied Ligging plangebied (rood omcirkeld) Aan de zuidrand van gemeente Roermond ligt de locatie Melickerveld. De locatie is op dit moment hoofdzakelijk een agrarisch gebied met landbouw en was bosstructuren van ongeveer 28 hectare met drie bestaande woningen.

7/176

Afbeelding 1.2: ligging plangebied (indicatief) op luchtfoto Begrenzing plangebied Het plangebied is globaal genomen als volgt begrensd: aan de zuidzijde ligt de begrenzing bij de provinciale weg N293 en aan de westzijde door de Heinsbergerweg. Aan de noordrand sluit het plangebied aan op de percelen gelegen aan de Diksbergerweg en de begraafplaats met het crematorium Tussen de Bergen. Aan de oostzijde scheidt de Ratommerweg de nieuwe woonwijk van de voetbalvelden en de speeltuin.

1.3 Plankarakter Dit bestemmingsplan is gericht op het mogelijke maken van ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied. Met het vaststellen van dit bestemmingsplan ontstaat er een nieuw juridisch-planologisch regime voor de planlocatie. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, verbeelding en regels. De regels en verbeelding vormen samen het bindende nieuwe juridisch-planologische kader. Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten, de bestaande toestand en gewenste ontwikkelingen behandeld. Ook wordt in de toelichting van het plan de uitvoerbaarheid van de planontwikkeling getoetst aan het beleidskader en verschillende omgevingsaspecten. Daarnaast wordt in de toelichting inzicht verstrekt in de omgevingsdialoog in het kader van de voorbereiding van het plan alsmede de wettelijke vaststellingsprocedure. Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling.

8/176

Regels: In de regels is het gebruik van gronden, opstallen en andersoortig gebruik van de gronden juridisch geregeld voor zover gelegen binnen het plangebied. Per bestemming zijn doelen of doeleinden aangegeven.

1.4 Bestaande juridische regeling Het bestemmingsplan 'Melickerveld' (2016-10-13) is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij besluit van 14 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2756) vernietigd voor zover het de bestemmingen 'Wonen-1 t/m 3', 'Groen' en 'Verkeer' betreft. De drie bestaande woningen opgenomen in de bestemming 'Woongebied - 4' in dit plan zijn in stand gebleven. De planregeling voor deze bestemming is afgestemd op de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Roerdal'. Ook de overige bestemming uit het bestemmingsplan 'Melickerveld' (2016-10-13) gelden nog in het plangebied, te weten de bestemmingen 'Agrarische met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden' en 'Bos', zij het dat dit een beperkt gebied van het plangebied betreft. Voor het circa 28 hectare grote plangebied geldt derhalve momenteel grotendeels het bestemmingsplan 'Buitengebied Roerdal' (vastgesteld door de gemeenteraad op 3 juni 2009). In dit bestemmingsplan heeft het plangebied hoofdzakelijk een agrarische bestemming ('Agrarisch met waarden - Agrarische functie met landschapswaarden') en deels een bosbestemming en verkeersbestemming. Zie afbeelding 1.3.

9/176

Afbeelding 1.3: het bestemmingsplan 'Buitengebied op de planlocatie Melickerveld (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Tevens zijn in het plangebied een aantal dubbelbestemmingen van toepassing vanwege de ligging van onder meer een gastransportleiding, brandstofleiding en rioolwatertransport- leiding alsmede de gebiedsaanduidingen 'geluidszone - industrie' en 'geluidszone - weg'. Het betreft de planregelingen opgenomen in het bestemmingsplan 'Melickerveld' (2016-10-13) die niet vernietigd zijn door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het vernietigde bestemmingsplan 'Melickerveld' (2016-10-13) was daarnaast nog een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het bouwen van twee extra woningen op een particulier agrarisch perceel met de bestemming 'Agrarische met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden' en ook de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' op delen van het plangebied. Zie afbeelding 1.4.

10/176

Afbeelding 1.4: het vernietigde bestemmingsplan uit 2016 voor de planlocatie Melickerveld (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) met rood omcirkeld de locatie waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking had Om de ontwikkeling van het plan 'Melickerveld 2022' met woningbouw op de voornamelijk agrarische gronden mogelijk te maken dienen verschillende bestemmingen in het plangebied te worden gewijzigd. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de noodzakelijke planherziening met bestemmingen om de beoogde planontwikkeling in het plangebied te kunnen realiseren.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding en historie van de planontwikkeling en ook de ligging van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 2 beschrijft de onstaansgeschiedenis, de bestaande situatie en toekomstige situatie van het plangebied Melickerveld. Hierbij gaat het zowel om de ruimtelijke structuur als de aanwezige functies. In hoofdstuk 3 wordt aandacht geschonken aan de relevante beleidskader voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de fysieke omgevingswaarden met onder meer de milieutechnische randvoorwaarden en de historische kwaliteiten. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planopzet en wordt de daarbij behorende planregeling uiteengezet. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 aandacht geschonken aan de uitvoeringsaspecten handhaving alsmede de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid, met de plaatsgevonden omgevingsdialoog, het wettelijk voorgeschreven (voor)overleg en de procedure tot totstandkoming van het bestemmingsplan.

11/176

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ontstaansgeschiedenis Het plangebied maakt deel uit van het terrassenlandschap van de Roer, een landschap dat (voornamelijk) in de voorbije 100.000 jaar is gemodelleerd door een zich herhaaldelijk insnijdende en verplaatsende Roer. Een terrassenlandschap is een getrapt landschap waarbij de oudste rivierafzettingen zich het hoogst en op relatief grote afstand van de huidige rivier bevinden. Jongere terrassen bevinden zich lager en in het algemeen op kortere afstand van de huidige rivierloop.

Afbeelding 2.1: terrassen binnen de gemeente Roermond. De globale ligging van het plangebied is aangegeven met de rode contour (bron: Ellenkamp en Tichelman 2008). Het plangebied ligt op een Pleniglaciaal rivierterras van de Maas of de Roer. Het rivierterras is gedurende het Laat Pleniglaciaal of de Oude Dryas op verscheidene locaties afgedekt door dekzand. Nabij de ingesneden rivierdalen van de Roer en de Maas is gedurende het Allerød en het Vroeg-Holoceen zogenaamde

12/176

overstromingsleem of “Hochflutlehm” afgezet. Op de plekken waar “Hochflutlehm” is afgezet ontbreekt het dekzand of wordt deze afgedekt. In het noordelijke en oostelijke deel van het plangebied zijn gedurende de Late Dryas of gedurende het Vroeg-Holoceen daarnaast rivierduinen ontstaan met zand dat afkomstig is vanuit het actieve Laat-glaciale/Vroeg-Holocene Maas- en Roerdal. Op de eerste kadastrale kaart uit omstreeks 1830 is zichtbaar dat het plangebied deel uitmaakt van een uitgestrekt landbouwcomplex tussen Melick en Roermond. Wanneer en op welke manier dit aaneengesloten complex is ontwikkeld is niet bekend. Mogelijk waren de oudste delen ervan al in de vroege middeleeuwen in cultuur gebracht. De verbindingsweg tussen de Eindstraat en de Dirksbergerweg staat evenals de Dirksbergerweg, de Heinsbergerweg en de Ratommerweg reeds aangegeven op de eerste kadastrale kaart. Het is goed mogelijk dat dit cultuurhistorisch waardevol gebied met bijbehorende wegen reeds vanaf de Romeinse tijd aanwezig was. Het oorspronkelijke in cultuur gebrachte landschap is hedendaags nog steeds duidelijk in het landschap zichtbaar. Opvallend is de waaierachtige verkavelingsstructuur in het westelijke deel van het plangebied in tegenstelling tot de blokvormige verkavelingspatroon in de rest van het plangebied.

Mogelijk had dit gedeelte van het plangebied te maken met periodiek wateroverlast of hogere grondwaterstanden, waardoor dit gedeelte van het plangebied ongeschikt was voor het verbouwen van gewassen. Rond 1900 is op een historische kaart zichtbaar dat er een gebouw aan de Heinsbergerweg gebouwd is (Tol 1). Daarnaast is zichtbaar dat aan de Eindstraat twee boerderijen gebouwd zijn, die de voorlopers vormen van de huidige bebouwing rondom de Eindstraat. Ook zijn de natuurlijke steilranden aangegeven met een arcering, welke voormalige hoogte- verschillen in het huidige landschap nog steeds aanwezig zijn.

Afbeelding 2.2: kaartbeeld van planlocatie rond 1900 (bron: toptijdreis.nl) Het landgebruik is met uitzondering van enkele beboste verstuivingen in het landschap nog steeds hoofdzakelijk agrarisch. Pas rond de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn sommige percelen in gebruik genomen als weiland. Kwaliteiten van de locatie zijn het bestaande landschap en nog herkenbare relicten zoals schaapsdreven en de graft. Een graft is een steil walletje, opgeworpen ter bestrijding van erosie en daarom begroeid met struikgewas. 13/176

Schaapsdreven zijn weggetjes door weilanden waar schapen over werden gedreven.

2.2 Bestaande situatie Het plangebied “Melickerveld” bedraagt in totaal circa 28 hectare en is grofweg gelegen tussen de Heinsbergerweg, de Ratommerweg, de Oosttangent N293 en de wijk Kitskensdal aan de zuidzijde van de bebouwde kom van Roermond.

Afbeelding 2.3: zicht op het plangebied vanaf de Heinsbergerweg Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Roermond, sectie M, nummers 22, 23, 28, 30 t/m 35, 37 (ged.), 43 t/m 45, 46 (woonperceel), 49 (woonperceel), 50 t/m 57, 60 (woonperceel), 87 (ged.), 89 t/m 92, 104, 119, 173, 174, 195, 199, 200 (ged.), 201 (ged.), 214 (ged.), 218, 220 (ged.), 244 (ged.), 246 en 247 en sectie E, nummers 2756, 2757, 5128 en 7091 (ged.).

14/176

Afbeelding 2.4: het plangebied met zicht op fietsovergang over de N293 Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 22,5 tot 27,5 m +NAP. 2.2.1

Ruimtelijke en functionele structuur

Afbeelding 2.5: locatie van het plangebied (bron: luchtfoto)

15/176

Het plangebied bestaat momenteel uit een landschap met een hoofdzakelijk agrarische functie. Veelal betreft het hier akkerland en graslanden. In het zuidoostelijke deel van het plangebied ligt aan de Eindstraat een buurtschap met enkele voormalige boerderijen die zijn vervangen door vrijstaande woonhuizen. De Eindstraat loopt van oost naar west door het zuidelijke deel van het plangebied.

Afbeelding 2.6: en van de woningen aan de Eindstraat in het plangebied (bron: google.com) Door de locatie loopt een belangrijke fietsverbinding tussen Melick en de stad Roermond. Deze verbinding blijft behouden maar wordt (deels) aangepast binnen het woongebied. De randen van het gebied worden aan de noordzijde bepaald door de begraafplaats en crematorium “Tussen de Bergen” en een bosrand met een aantal woonhuizen aan de Dirksbergerweg. Aan de oostzijde van de locatie ligt de oude route naar het buitengebied, de Ratommerweg met Boskamers en de sportvelden.

16/176

Afbeelding 2.7: zicht op het crematorium en uitvaartcentrum 'Tussen de Bergen' (bron: google.com) De zuidzijde van de locatie wordt begrensd door de N293 en de westzijde door de Heinsbergerweg met daarachter het uitloopgebied van de Roer, de Roervallei.

Afbeelding 2.8: zicht op N293 (Oosttangent Zuid) vanaf de kruising met de Heinsbergerweg (bron: google.com) De locatie kenmerkt zich verder door het reliëf in het landschap, er is sprake van een verloop van circa zeven

17/176

meter. Dit reliëf is goed beleefbaar en wordt geaccentueerd door de nog aanwezige graft en kleine steilrandjes. De combinatie van de bosranden/bosstructuren en dit reliëf geeft het landschap van Melickerveld een bijzondere sfeer. De overige ruimtelijke kwaliteiten in het gebied bestaan uit: herkenbare wegen- structuur, de ecologische waarde bezien vanuit het perspectief van natuurbescherming (nabijheid van het Roerdal als Natura 2000-gebied en soortenbescherming van flora en fauna), de vrije toegankelijkheid van het gebied, de goede ontsluiting en de aansluiting op recreatieve routes.

Afbeelding 2.9: ruimtelijke kwaliteiten van het plangebied (bron: Buro Lubbers)

2.3 Toekomstige situatie 2.3.1 Raamwerk stedenbouwkundig model Melickerveld Aan het woningbouwplan 'Melickerveld' ligt een stedenbouwkundig en landschappelijk raamwerk ten grondslag met een beschrijving van het stedenbouwkundig plan en de landschappelijke invulling voor de diverse deellocaties. In deze paragraaf wordt ingegaan op de belangrijkste kenmerken uit het raamwerk stedenbouwkundig model Melickerveld (hierna: 'Raamwerk Melickerveld'). Het 'Raamwerk Melickerveld' is als separate bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Dit 'Raamwerk Melickerveld' is op 8 juli 2021 door de gemeenteraad van Roermond vastgesteld als basis voor het bestemmingsplan. Het 'Raamwerk Melickerveld' betreft een opzet voor een duurzame en natuurinclusieve leefomgeving, waarin woningbouw en landschap hand in hand gaan. Inspiratie is opgedaan in de directe omgeving: bos, houtwallen, holle landweggetjes en het reliëf vormen de ingrediënten voor een groen raamwerk. Er worden hagen, bosschages en flinke groenstroken aangeplant ter versterking van de biodiversiteit. Lokale boomsoorten als

18/176

kornoelje en bloeiende (fruit)bomen dienen als leefgebied voor vlinders, insecten en dieren. In de groene structuur komen bestaande landschapselementen tot hun recht. Het groene raamwerk zorgt niet alleen voor meer biodiversiteit. Een groene vallei met natuurlijk verlaagde delen voor wateropvang zorgt ook voor klimaatbestendig water- beheer. De verdere vormgeving, ontwikkeling en uitvoering van het 'Raamwerk Melickerveld' wordt uitgewerkt in dit bestemmingsplan alsmede in een 'Beeldregieplan Melickerveld'. Het 'Raamwerk Melickerveld' is opgebouwd vanuit de openbare ruimte, uitgaande van de functies groen, water, wegen en paden. Daarmee wordt een nieuwe woonwijk ontworpen met telkens een eigen woonsfeer binnen de beoogde kwaliteit. Eerst de openbare ruimte en daarna pas de woningen en niet andersom.

Voor het opstellen van het 'Raamwerk Melickerveld' zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: een natuurlijk ontwerp, opgebouwd vanuit de aanwezig gebiedskwaliteiten; een groen raamwerk als drager en hoofdstructuur van de nieuwe wijk; het creëren van nieuwe en gevarieerde woonmilieus voor Roermond binnen het groene raamwerk, waar anders omgegaan wordt met de ruimte (minder uitgeefbaar, meer groen, minder zichtbare ruimte voor de auto, meer zichtbare ruimte voor voetganger en fietser); meer ruimte voor flora en fauna en versterking van lokale biodiversiteit en lokale ecologische waarden en een zichtbaar en integraal waterbeheer.

19/176

Afbeelding 2.10: huidig schetsvoorstel stedenbouwkundig raamwerk (bron: Buro Lubbers) Het eerste concept van het 'Raamwerk Melickerveld' is op basis van voortschrijdend inzicht alsmede naar aanleiding van een gehouden omgevingsdialoog aangepast, wat geresulteerd heeft in: wonen direct aan 'De Vallei'; meer groen in de profilering van de wegenstructuur; parkeren uit het zicht; betere inpassing van het recreatief verkeer; meer woningdifferentiatie per fase; betere positionering van de appartementengebouwen.

20/176

Afbeelding 2.11: 'De Vallei' met impressie beelden van de mogelijke invulling (bron: Buro Lubbers) Vanuit stedenbouwkundig perspectief is het gebied opgebouwd uit meerdere deelgebieden. Het belangrijkste landschappelijk deelgebied betreft een centrale groenzone 'De Vallei', een laag centraal gelegen open landschap. Deze Vallei gaat de hoger gelegen bosstructuur en de Roer verbinden. Een ecologische verbinding zal ontstaan met speciale aandacht voor flora en fauna en tevens een aantrekkelijke route voor wandelaars. De Vallei gaat ook de noordelijke en de zuidelijke delen van het plan verbinden, door routes en door zichtlijnen. Dit deelgebied biedt ruimte voor: inpassing ecologie; versterken biodiversiteit; mens en dier; recreatie, ontspanning ontmoeten en nodigt uit tot bewegen; waterberging en infiltratie voor het toekomstig woongebied.

21/176

Afbeelding 2.12: 'De Vallei' met suggestieve impressies voor water/langzaam verkeer en flora en fauna (bron: Buro Lubbers) Voor de overige deelgebieden vormt de openbare ruimte de dragende, groene structuur. Binnen de dragers ontstaan sfeergebieden, bouwvelden met elk hun eigen karakter en woonmilieu. De groene dragers zorgen voor inpassing van de bebouwing, ontsluiting en parkeren in de omgeving en dragen bij aan de verbetering van de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Binnen de groene draagstructuur ontstaat zo de mogelijkheid om gedifferentieerde en unieke woonsferen te creëren, met variatie tussen groene openbare ruimte en voor Roermond nieuwe woonsferen zoals: boswonen, valleiwonen en terraswonen. De architectuur en materialisatie binnen de verschillende woonsferen worden in een beeldkwaliteitsplan vastgelegd.

22/176

Afbeelding 2.13: groene structuurdrager met verschillende bouwvelden (bron: Buro Lubbers) De woongebieden aan De Vallei liggen zijn hoger gelegen en ieder gebied wordt gekenmerkt door zijn eigen woonmilieu. Het deel ten noorden van De Vallei speelt in op de bestaande hoogteverschillen, aan de rand van het zuidelijk deel worden hoogteverschillen gecreëerd. Dit nieuw te creëren hoogteverschil heeft een visueel effect en dient tevens als geluidswal voor de N293, waardoor De Vallei een rustige luwe ruimte wordt. De randen van het plangebied bestaan voor een groot deel uit bomen, dit wordt zoveel mogelijk versterkt. De bestaande graft in het landschap vormt een uitzondering in het plan. Dit mini-terras op een heuvel staat met de voet in De Vallei. De graft zal verder aangeheeld worden. Deze ruige groene rand van de heuvel (graft) gaat een mooi contrast vormen met het open en laaggelegen landschap van De Vallei. Woningbouwprogramma De verschillende woonmilieus worden afgestemd op de verschillende landschappelijke eenheden van het plan (zoals de Boskamers, grondwal en 'De Vallei' etc.). De bebouwing van de woonmilieus is volledig georiënteerd op het landschap; landelijk wonen te midden van het bos, op de terrassen en aan De Vallei. Het landelijke karakter wordt benadrukt door een informele setting van gebouwen met aandacht voor de accentuering van het individuele gebouw.

Zowel in de vrije positie als in de geschakelde vorm is de individuele herkenbaarheid belangrijk. Typische stedenbouwkundige ingrediënten zijn: de plaatsing van het gebouw op de kavelgrens met een verspringende rooilijn, verschillende nok- en goothoogtes en een afwisselende kaprichting. Het woonprogramma in Melickerveld bevat een mix aan woningtypes. Het woongebied voorziet in de realisatie van maximaal 468 woningen. Het betreft een mix aan woningtypes bestaande uit vrijstaande woningen, vrijstaand geschakelde woningen, twee-ondereenkap-woningen, rijwoningen en woongebouwen met

23/176

appartementen en verschillende types levensloopbestendige woningen en levenloopgeschikte woningen. Alle grondgebonden woningen beschikken over een kavel met tuin. Ontwikkeling gefaseerd en flexibel Met de realisatie van Melickerveld zal hoogstwaarschijnlijk in 2023 worden gestart. Melickerveld wordt organisch en stapsgewijs in circa 10 jaar tijd ontwikkeld en gerealiseerd. In iedere fase is ruimte voor diverse woningtypes: grondgebonden én gestapeld, van levensloopbestendige woning tot levensloopgeschikte woning, zowel in huur- als koopsegment, met een aandeel sociale huurwoningen. Het groene raamwerk ligt vast maar de invulling van de woonvelden blijft flexibel zodat ingespeeld kan worden op de wensen en behoefte van belangstellenden en de woningmarkt in de komende jaren. De voorlopige verkavelingsschets toont het groene raamwerk met een voorlopige invulling met woningen. 2.3.2 Wegstructuur en parkeren De woningbouwlocatie 'Melickerveld' krijgt een goede fiets-, auto- en wandelverbinding met de stad. Uitgangspunt is minder ruimte voor de auto, meer ruimte voor voetganger en fietser, in de geest van de Parkeervisie Roermond (2020). De externe ontsluiting van het woongebied vindt plaats via een nieuwe aansluiting op de Heinsbergerweg, als entree van de nieuwe woonwijk alsmede via Eindstraat/Morgenstraat. Er zal geen ruimte zijn voor gemotoriseerd verkeer richting Kitskensdal.

De bestaande Ratommerweg blijft als fietsroute bestaan, maar verliest zijn doorgaande functie voor auto’s richting Kitskensdal. Qua profilering zal de interne wegenstructuur afgestemd worden op een 30 km per uur regime met ruimte voor groen en water, een goede inpassing voor het recreatief verkeer, wegaanpassingen en attentie verhogende maatregelen om de snelheid op 30 km/uur te houden. De fietsstructuur in het woongebied is van oost naar west gesitueerd. Daarnaast is er sprake van een verbinding naar Roermond centrum, Melick, Kitskensdal, de scholen en voorzieningen. In elk geval zal het langzaam verkeer netwerk vanuit Melick, wat met een brug over de N293 binnenkomt in het plangebied, aansluiten en voortgezet worden op het beoogde fietsnetwerk in Melickerveld naar het fietspad op de Ratommerweg.

24/176

Afbeelding 2.14: beoogde wegenstructuur in Melickerveld Het parkeren in het nieuwe woongebied wordt uitgewerkt en vormgegeven met inachtneming van het gemeentelijk parkeerbeleid. Er wordt rekening gehouden met de aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein en ook in de openbare ruimte. Bij elk woningtype behoort een daarop afgestemd parkeerprogramma gebaseerd op het op moment van uitvoering (vergunningverlening) actuele parkeernormenbeleid van de gemeente Roermond. Het parkeren zal zoveel mogelijk uit het straatbeeld/zicht plaatsvinden tussen de bomen of in parkeerhofjes achter de woningen.

25/176

Afbeelding 2.15: mogelijke (suggestief) parkeerinvulling in Melickerveld (bron: Buro Lubbers) 2.3.3 Waterhuishouding Het watersysteem in Melickerveld wordt zichtbaar gemaakt en zal uitgaan van een integraal waterbeheer met een functionele en recreatieve functie. Het hemelwater wordt bovengronds en vertraagd afgevoerd via bermen en wadi's naar 'De Vallei'. In 'De Vallei' zal ca. 1.600 m² beschikbaar zijn voor waterberging en infiltratie. De uitwerking van de waterhuishoudkundige opgave zal in overeenstemming met het gemeentelijk beleid en in overleg met waterschap Limburg plaatsvinden.

26/176

Afbeelding 2.16: beoogd watersysteem in Melickerveld (bron: Buro Lubbers) 2.3.4 Duurzaamheid & gezondheid De gemeente Roermond heeft de ambitie klimaatneutraal te zijn. Met de ontwikkeling van het woongebied Melickerveld in dit bestemmingsplan streeft de gemeente Roermond naar een aantrekkelijk, duurzaam en klimaat robuust nieuw woongebied. Dit uit zich op verschillende schaalniveaus. Duurzaamheid beperkt zich namelijk niet tot de woningen. De ambities en uitgangspunten op het gebied van duurzaamheid en gezondheid zijn als volgt vertaald in het plan: Bij de locatiekeuze voor een nieuwe woonwijk ontstaat inzicht op de externe factoren die al dan niet invloed hebben op het plangebied. Door voldoende afstand te houden ten opzichte van de A73, de spoorlijn, bedrijventerreinen en veehouderijen is een goed woon- en leefmilieu haalbaar. Bij het opstellen van het stedenbouwkundig 'Raamwerk Melickerveld' is het beoordelingsinstrument voor duurzame stedenbouw ‘GPR stedenbouw’ als leidraad gebruikt voor de ontwikkeling van de verschillende bouwvelden. Door het opnemen van een grote groene centrale ruimte ('De Vallei') in het plan Melickerveld wordt een bijdrage geleverd aan klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Maatregelen met betrekking tot klimaatadaptatie en gezondheid zijn: 1. tegengaan van hittestress door schaduwwerking van beplanting en ruimte tussen bebouwing; 2.

het opvangen, bufferen en infiltreren van hemelwater, waardoor wateroverlast bij hevige regenbuien, maar ook verdroging beperkt gehouden kan worden; 3. een duurzame en natuurinclusieve stedenbouw waarin woningbouw en landschap hand in hand gaan

27/176

zoals beschreven in het stedenbouwkundig en landschappelijk raamwerk met zicht op groen en het contact met groen, hetgeen een positieve werking heeft op de gezondheid van de bewoners en tevens bevorderlijk is voor sporten en recreatief lokaal verblijf. Onder natuurinclusief bouwen wordt verstaan: "het oprichten van bouwwerken en inrichting van de omgeving van gebouwen zodanig dat natuurwaarden er baat bij hebben". De maatregelen kunnen hard zijn (bijv. nestkasten) of zacht (bijv. inrichting tuinen). Ze kunnen betrekking hebben op beschermde plant- en diersoorten of op algemene soorten. Een natuurinclusieve inrichting levert bijdrage aan de verbetering van waterbergingscapaciteit, het temperen van eventuele hittestress effecten, het maakt dagen van strenge vorst of hittegolven draaglijker en draagt bij aan de vermindering van luchtvervuiling in het gebied. Al deze aspecten hebben tevens een positieve invloed op de gezondheid van mensen. Het plan is zodanig ingericht dat het aansluit bij aanwezige voetpaden en fietsverbindingen buiten het plangebied. Tevens wordt beoogd te voorkomen dat de nieuwe woonwijk een autowijk wordt door onderlinge verbindingen in de wijk als langzaam verkeersroutes in te richten. Hierdoor wordt voet- en fietsverkeer richting de bushalte, het station en het centrumgebied van Roermond gestimuleerd.

Tijdens de voorbereiding van dit plan is onderzoek uitgevoerd op het gebied van wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit, externe veiligheid, endotoxinen en geur. Hieruit blijkt dat ter plaatse van het plangebied ruim wordt voldaan aan de grenswaarden. Op basis van de resultaten wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat realiseerbaar is. Op woningniveau wordt gestreefd naar klimaat neutrale woningen. Dit komt als volgt tot uiting: 1. onderzoek naar optimale en duurzame energie-infrastructuur; 2. experimenteren met ‘extra’ duurzame woningen, verdergaand dan de wettelijke vereisten 3. gebruik van duurzaam geproduceerd hout; 4. circulair bouwen. Beoordeling Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling aansluit bij de ambities op gebied van duurzaamheid en gezondheid. 2.3.5 'Beeldregieplan Melickerveld' Het 'Raamwerk Melickerveld' is op 8 juli 2021 door de gemeenteraad van Roermond vastgesteld en dient als basis voor de verdere vormgeving en uitvoering van het woongebied 'Melickerveld. Het 'Raamwerk Melickerveld' is uitgewerkt in een 'Beeldregieplan Melickerveld', waarin de wenselijke beeldkwaliteit voor zowel de gebouwde omgeving als voor de openbare ruimte wordt beschreven ten aanzien van de voorgenomen gebiedsontwikkeling.

Het beeldregieplan is de borging van het 'Raamwerk Melickerveld' en vormt de basis voor de toetsing van de kwaliteit van de afzonderlijke bouwplannen en de inrichting van de openbare ruimte. In het beeldregieplan wordt aandacht besteed aan: de omgevingskwaliteiten, de inrichting van de openbare ruimte in zijn algemeenheid en specifiek ten aanzien van de verschillende bouwvelden; de beeldkwaliteit met architectuur verbonden aan de verschillende woningtypen en overgang privé naar openbaar in de verschillende bouwvelden.

28/176

Het 'Beeldregieplan Melickerveld' is besproken met de Cie Beeldkwaliteit en de adviezen van de commissie zijn verwerkt. Het 'Beeldregieplan Melickerveld' zal als specifiek welstandbeleid op grond van artikel 12a van de Woningwet worden vastgesteld door de gemeenteraad en wordt daarmee (formeel) opgenomen in de 'Nota Beeldkwaliteit van de gemeente Roermond' en vormt daarmee een toetsingskader bij de beoordeling van bouwactiviteiten. Het 'Beeldregieplan Melickerveld' is als bijlage 2 bij de toelichting van dit plan gevoegd.

29/176

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleid Het beleid van de gemeente Roermond vormt het kader waarbinnen de functionele en ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente Roermond worden vastgesteld. De ruimtelijke ontwikkelingsplannen van rijk, provincie en regio vormen randvoorwaarden voor het gemeentelijke beleid. Voor dit bestemmingsplan worden in de volgende paragrafen het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid toegelicht.

3.1 Europees- en Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), september 2020 De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR). De NOVI is op 9 september 2020 vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen.

Dit betekent een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Hierdoor ontstaat het volgende beeld: het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame

30/176

energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem- verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de mede overheden. Beoordeling Wonen is voor onderhavig project relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn.

Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Voor dit project zijn de relevante nationale belangen: bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. De belangrijkste keuzes zijn: duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit; ruimte voor overgang naar een circulaire economie; woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden; landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Er is sprake van een zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij onderhavige ruimtelijke ontwikkeling en er is sprake is van een ontwikkeling met het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Er zijn geen nationale belangen in het geding. Het plan voldoet daarmee aan het rijksbeleid zoals dit is vastgelegd in de NOVI.

31/176

3.1.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) vloeit voort uit de SVIR. Om de nationale belangen uit de SVIR door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden is naast de SVIR het Barro in werking getreden. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken van provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het gaat daarbij om het beschermen van de nationale belangen. Deze algemene regels, vastgelegd in het Barro, werken zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Als directe doorwerking niet mogelijk is, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Deze 14 nationale belangen zijn: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur); 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12.

IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. 6 - Defensie - radarverstoringsgebied Op de projectlocatie levert het nationale belang defensie zoals bedoeld in het Barro géén belemmering op voor de planontwikkeling. Zie voor de beoordeling paragraaf 4.9.3. 9. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen In het plangebied is een pijpleiding van defensie gesitueerd. Deze leiding is echter niet actief en levert geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. Daarnaast is in het plangebied een aardgas hoofdtransportleiding van de Gasunie gesitueerd. Met de effecten van deze leiding wordt in voldoende mate rekening gehouden. Zie voor de beoordeling paragraaf 4.5. Verder zijn er géén regels uit het Barro van toepassing op de planontwikkeling.

32/176

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is daarnaast als nationaal belang opgenomen dat een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele projecten moet plaatsvinden. Dit nationale belang is vertaald in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), ook wel 'de ladder voor duurzame verstedelijking' genoemd. Artikel 3.1.6 Bro bepaalt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan geformuleerde voorwaarden. De laddertoets houdt in: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen op basis van de ladder voor duurzame verstedelijking verdeeld worden in de volgende vier categorieën: 1. Cate gori e 1: binnenstedelijke plannen die niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling en daarmee de toets aan de ladder duurzame verstedelijking niet hoeven te doorlopen. 2. Cate gori e 2: plannen die niet binnenstedelijk zijn en niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. 3. Ook deze plannen hoeven de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet te doorlopen. 4.

Cate gori e 3: plannen die gezien worden als een stedelijke ontwikkeling en die binnenstedelijk zijn. Deze categorie moet en kan de toets aan de ladder duurzame verstedelijking doorlopen. 5. Cate gori e 4: plannen die gezien worden als een stedelijke ontwikkeling en die niet binnenstedelijk zijn. Deze categorie moet getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking, maar kan deze toets niet doorstaan. De woningbouwontwikkeling Melickerveld wordt gerangschikt onder categorie 4. Beoordeling De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

De laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. In het plangebied is er sprake van een toevoeging van meer dan 11 nieuwe woningen. Twee te realiseren woningen op basis van een wijzigingsbevoegdheid op tot 'Agrarisch met landschapswaarden' bestemde gronden in het plangebied alsmede maximaal 468 woningen in het nieuw te ontwikkelen woongebied Melickerveld.

33/176

Gezien dit aantal en de ontwikkelde jurisprudentie op het gebied van 'stedelijke ontwikkeling' dient de in het plan voorziene ontwikkeling derhalve ‘beladderd’ te worden. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarom aan de orde. In paragraaf 3.4.6 onderdeel ‘Wonen en volkshuisvesting’ wordt hierop nader ingegaan. 3.1.4 Natura 2000 De Europese Unie heeft het initiatief genomen voor 'Natura 2000', een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de EU. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. Alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelen/of Habitatrichtlijn zijn ook aangegeven als Natura 2000-gebied. Het is niet toegestaan om zonder vooraf toegekende vergunning nieuwe activiteiten in deze gebieden uit te voeren. In de nabijheid van de voorgestane woningbouwontwikkeling 'Melickerveld' bevindt zich het Natura-2000 gebied Roerdal. Het is binnen de kaders van de Europese habitat- en vogelrichtlijn vereist om nieuwe ontwikkelingen en activiteiten die van nadelige invloed zouden kunnen zijn, te beoordelen en te rapporteren. In paragraaf 4.7 ‘Natuur en flora en fauna’ wordt nader op dit aspect ingegaan.

3.1.5 Waterbeleid Kaderrichtlijn water Een belangrijk onderwerp in het rijksbeleid is duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water, die sinds 2000 van kracht is, speelt hierbij een belangrijke rol. De richtlijn moet er immers voor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa in 2015 op orde is. Dit betekent dat de rijksoverheid streeft naar een watersysteem dat zoveel mogelijk de natuurlijke situatie (zonder ingrepen van de mens) benadert. Het streven is onder andere gericht op het behouden en vergroten van de ruimte voor water, waar mogelijk vasthouden van water en verbetering van de waterkwaliteit. De waterbeheerders spelen hierbij een belangrijke rol. In de ruimtelijke plannen, waaronder het bestemmingsplan, is een waterparagraaf opgenomen. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid. In de Waterwet is vastgelegd dat het rijk dit plan eens in de zes jaar opstelt. Het is de opvolger van de Vierde Nota waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota’s waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan bevat daarom de stroomgebiedbeheerplannen die op grond van de Kaderrichtlijn Water zijn opgesteld. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens structuurvisie.

De grondgedachte voor duurzaam waterbeheer wordt ‘meebewegen met natuurlijke processen waar het kan, weerstand bieden waar het moet en kansen voor welvaart en welzijn benutten’. Voor een duurzaam en integraal waterbeleid is het belangrijk om waar nodig en mogelijk water de ruimte te geven en mee te bewegen met en gebruik te maken van natuurlijke processen, zoals dit bijvoorbeeld wordt toegepast bij Ruimte voor de Rivier. Het rijk vindt het daarbij van belang dat bij alle wateropgaven en -maatregelen maximaal wordt mee gekoppeld met andere opgaven en maatregelen en dat problemen zo min mogelijk worden afgewenteld. In deze toelichting wordt op het aspect waterhuishouding nader ingegaan in paragraaf 4.6.

34/176

3.1.6 Archeologie Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is door vertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. Voor het aspect archeologie wordt verwezen naar hetgeen hieromtrent is opgenomen in paragraaf 4.1.

3.1.7 Wet milieubeheer Op de grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm), in samenhang met het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), moet bij de initiatieven voor bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken en plaats van de projecten en de kenmerken van potentiële effecten. In deze toelichting wordt op het aspect m.e.r.-beoordeling nader ingegaan in paragraaf 4.10. 3.1.8 Overig wettelijk kader Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteitseisen, (Wamz), de Natuurbeschermingswet, Besluit externe veiligheid, Wet geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk 4 nader worden ingegaan.

3.1.9 Conclusie rijksbeleid Het onderhavige plan past binnen het rijksbeleid. Het plan sluit aan bij de doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en heeft als doel het creëren van een leefbare en veilige omgeving waarin de aanwezige natuurlijke en cultuurhistorische waarden worden ingezet als dragers. Vanuit het Barro en het Bro zijn er voor dit plan géén beperkingen (zie ook paragraaf 3.4.6 ten aanzien van de 'Duurzaamheidsladder'). Verder voldoet het plan aan het rijkswaterbeleid (zie verder paragraaf 4.6 waterhuishouding).

35/176

3.2 Provinciaal beleid Tussen de periode van opmaak ontwerpbestemmingsplan, ter visie legging van het ontwerbestemmingsplan tot aan de vaststelling van het bestemmingsplan 'Melickerveld 2022' zijn enkele provinciale beleidsstukken veranderd c.q worden veranderd. Zo is het POL 2014 vervangen door de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) en zal de Omgeviningsverordening Limburg 2014 vervangen zijn of worden door de Omgevingsverordening Limburg (vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet). Hieronder wordt volledigheidshalve op alle stukken (ook de inmiddels vervangen beleidsstukken) ingegaan. 3.2.1 POL2014 Op 12 december 2014 zijn door Provinciale Staten het POL2014, de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers en- Vervoersprogramma 2014 vastgesteld. Deze documenten zijn op 16 januari 2015 in werking getreden en in de loop der tijd geactualiseerd. In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op klimaatverandering. Kwaliteit staat centraal.

Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto ‘meer stad, meer land’, in het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen, sluiten hierop aan. Op het gebied van woningbouw, bedrijventerreinen, kantoren en winkels liggen grote kwalitatieve opgaven. De uitdaging is om een omslag te maken van kwantiteit naar kwaliteit en meer schaarste te creëren. De sleutel daarvoor ligt in dynamisch voorraadbeheer. Per regio zijn visies gemaakt waarin gezamenlijke ambities, principes en werkwijzen worden uitgewerkt. Voor sommige thema's gaat het ook om gezamenlijke programmering. Als basis hiervoor bevat het POL uitgewerkte regiovisies zoals voor Midden-Limburg, waartoe Roermond wordt gerekend. Wonen De noodzakelijke transformatie kan slechts slagen als de regionale partners gezamenlijk invulling weten te geven aan dynamisch voorraadbeheer. Dat omvat het werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad, door kwaliteitsverbetering, herstructurering en waar nodig sloop.

Maar ook het terugdringen van nog niet gerealiseerde plannen die niet bijdragen aan de beoogde vernieuwing. En dynamisch voorraadbeheer betekent ook dat er slechts ruimte is voor nieuwe toevoegingen aan de voorraad als deze echt kwaliteit toevoegen en samengaan met het schrappen van slechte voorraad. Het dynamisch voorraadbeheer heeft vorm en inhoud gekregen door de opstelling én uitvoering van regionale structuurvisies zoals voor Midden-Limburg, waartoe Roermond behoort. Deze regionale visie bevat gezamenlijke ambities en opgaven, gezamenlijke principes en spelregels (toegespitst op de regionale situatie) en een gezamenlijke werkwijze.

36/176

Ze worden geconcretiseerd in concrete programma’s, ten minste voor de onderdelen: herstructurering en kwaliteitsverbetering van de bestaande voorraad; nieuwbouw (verdeeld naar relevante segmenten, huur/koop, doelgroepen, woonmilieus); sloop (incl. overige onttrekkingen); afstemmen van de planvoorraad op de behoefte; geprogrammeerd hergebruik van bestaand vastgoed. Gebiedstypen

Afbeeling 3.1: uitsnede POL2014 kaart ‘Zonering Limburg’. Het plangebied is rood omlijnd In het POL 2014 zijn gebiedstypen opgenomen. Binnen het bebouwd gebied worden de volgende zones onderscheiden: stedelijk centrum; bedrijventerrein; overig bebouwd gebied. In het landelijk gebied gaat het om de zones: goudgroene natuurzone; zilvergroene natuurzone; bronsgroene landschapszone; buitengebied Het plangebied ligt binnen gebiedstype ‘buitengebied’. In het POL 2014 is aangegeven dat de aanduiding van het buitengebied op deze kaart indicatief is, dat het gaat om de weergave van de feitelijke situatie en dat deze kaart zeker geen visiekaart is. De precieze begrenzing van het bestaand bebouwd gebied vindt volgens het POL 2014 plaats op gemeentelijke niveau. In het POL 2014 is over het bestaand bebouw gebied en dan met name over woningbouw aangegeven dat indien bestemmingsplannen op grond van het oude POL-beleid zijn aangepast en ruimte bieden voor ontwikkelingen buiten het bestaand bebouwd gebied, deze kunnen plaatsvinden. Ook het nieuwe POL biedt hier ruimte voor ontwikkelingen, voor zover die passen binnen de regionale afspraken over

37/176

woningbouw. Beoordeling Op grond van het gemeentelijk beleid maakt de locatie geen deel uit van het buitengebied, maar is het gebied aangeduid als stedelijke ontwikkelingszone. Op basis hiervan is de planontwikkeling in gang gezet. Bovendien maakt het plan deel uit van regionale afspraken conform de op 18 december 2014 vastgestelde 'Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving' en de daaropvolgende geactualiseerde 'Structuurvisie Wonen Midden-Limburg (2018-2021'. In deze Structuurvisie wordt verder ingegaan op de in het POL 2014 genoemde aandachtspunten met betrekking tot wonen, zoals het terugdringen van de planvoorraad en het dynamisch voorraadbeheer. Zie verder paragraaf 3.3.1, het actuele provinciale toetsingskader voor betreft de regionale structuurvisie Structuurvisie Wonen Midden-Limburg (2018-2021). 3.2.2 De Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening en is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Het hoofdstuk Ruimte bevat regels die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014 in gemeentelijke bestemmingsplannen.

Afbeeling 3.2: uitsnede uit de Omgevingsverordening Limburg 2014. Het plangebied is centraal aangeduid met rode stip en is gesitueerd volgens POl2014 buiten bestaand stedelijk gebied.

38/176

Ten aanzien van het provinciale kaartmateriaal (zie hierna) kan de volgende nuancering worden aangebracht. Ofschoon op het bestaande kaartmateriaal van de provincie de locatie Melickerveld niet is aangemerkt als bestaand stedelijk gebied, is de planlocatie sinds 1994 al in beeld als stedelijk uitleglocatie binnen de gemeente maar ook bij de provincie. In het Pol 2010 was de stadsregio Roermond opgenomen, met de stad Roermond voor wonen, werken, cultuur en voorzieningen alsmede een stedelijke ontwikkelingszone. Deze ontwikkelingszone diende in te spelen op de aanwezige kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden in een specifiek gebied. Voor de locatie Melickerveld was het perspectief stedelijke ontwikkelingszone (P8) en tevens 'stedelijk dynamiek' van toepassing. Het perspectief stedelijke ontwikkelingszone (P8) omvatte landbouwgebieden tussen het bestaand stedelijk gebied en de grens stedelijke dynamiek rondom iedere stadsregio. Deze zone was beoogd voor aan mensgerichte natuur zoals stadsparken, multifunctioneel bos, openluchtrecreatie en sportcomplexen maar kon ook ruimte bieden aan stadsuitbreiding in de vorm van nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden. Bij benodigde nieuwe rode ontwikkelingen in een stedelijke ontwikkelingszone dienen deze bij voorkeur aansluitend aan de bestaande stedelijke bebouwing gerealiseerd te worden.

Een dergelijk gebied was namelijk goed bereikbaar en sluit aan bij (bestaande en nieuwe) transportassen. In het POL 2014 zijn de perspectieven uit het POL2006 echter vervangen door gebiedstypen. Melickerveld is in het Pol 2014 gesitueerd in het gebiedstype 'buitengebied'. De verdeling bebouwd gebied en buitengebied (landelijk gebied) is opgenomen vanwege het belang dat de provincie hecht aan een optimaal gebruik van het (bestaand) bebouwd gebied (“de grens tussen het bestaand bebouwd gebied en het landelijk gebied is een belangrijke grens, onlosmakelijk onderdeel van de ladder van duurzame verstedelijking, één van de Limburgse principes”). De aanduiding van de gebieden (bestaand bebouwd gebied en buitengebied) op de kaart is echter indicatief, het gaat om de weergave van de feitelijke situatie en ruimtelijke dimensie van de steden en plattelandskernen en bedrijventerreinen in Limburg op basis van een momentopname (31-12-2013) en mede daardoor is er sprake van een illustratief kaartbeeld. De gebieden zijn volgens een standaard-methodiek op basis van o.a. bestemmingsplannen en luchtfoto's ingetekend door ETIL. Geplande en beoogde uitbreidingen in uitleglocaties maken geen deel van uit van het bestaand (overig) bebouwd gebied, maar vallen meestal onder het gebiedstype buitengebied (landelijk gebied).

Het (bestaand) bebouwd gebied wordt onderverdeeld naar 3 zones: stedelijk centrum, bedrijventerrein en overig bebouwd gebied. Als bestemmingsplannen op grond van het oude POL-beleid zijn aangepast en ruimte bieden voor ontwikkelingen buiten het bestaand bebouwd gebied, kunnen deze plaatsvinden. Maar ook het nieuwe POL biedt hier ruimte voor ontwikkelingen, voor zover die passen binnen de regionale afspraken over woningbouw. De kaart is bovendien géén visiekaart. De visiekaart wordt door en met de regio gemaakt, in trajecten van regionale visievorming, resulterend in bestuursovereenkomsten De precieze begrenzing van het (bestaand) bebouwd gebied zoals aangeduid door het POL 2014 vindt dan ook op gemeentelijk niveau plaats. De regionale visies en bieden daarbij een belangrijk kader om uitspraken te doen over de zonering en daaraan gekoppelde principes. Die regionale visies krijgen vertaling in gemeentelijke structuurvisies en bestemmingsplannen.

39/176

Uiteraard kunnen gemeenten ervoor kiezen om gebruik te maken van in het verleden gehanteerde begrenzingen zoals rode contouren. Op grond van het gemeentelijk beleid maakt de locatie geen deel uit van het buitengebied, maar is het gebied wel aangeduid als stedelijke ontwikkelingszone. Op basis hiervan en op basis van het POL 2006 is de ontwikkeling reeds in gang gezet. Bovendien maakt het plan deel uit van regionale afspraken conform de op 18 december 2014 vastgestelde Structuurvisie wonen, zorg en woonomgeving. In deze Structuurvisie wonen, zorg en woonomgeving wordt verder ingegaan op de in het POL 2014 genoemde aandachtspunten met betrekking tot wonen, zoals het terugdringen van de planvoorraad en het dynamisch voorraadbeheer. In de regionale Structuurvisie wonen, zorg en woonomgeving uit 2014 is in het ruimtelijk grofmazig kader in de zonering opgenomen dat Melickerveld behoort bij het stedelijk en sub urbaan gebied van Roermond (pagina 45). Deze Structuurvisie is weliswaar in 2019 ingetrokken en vervangen door de Structuurvisie wonen MiddenLimburg 2018-2021, maar daarmee is het vermelde ruimtelijk fijnmazig kader niet van tafel.

De Structuurvisie wonen Midden-Limburg 2018-2021 is immers expliciet een actualisatie van de Structuurvisie uit 2014 en wordt in het hoofdstuk 'Beleidsvoering/ afwegingskaders' op pagina 20 van deze visie aangegeven dat de in 2014 vastgesteld kaders (waaronder het ruimtelijk grofmazig kader) een goede basis vormen en dat er voor de Structuurvisie 2018-2021 een meer genuanceerde hantering van deze kaders is gehanteerd, maar het ruimtelijk grofmazig kader uit 2014 (met daarin opgenomen bovenstaande formulering m.b.t Melickerveld wordt gehandhaafd. Beoordeling In formele zin is het plangebied Melickerveld op basis van Pol2014 en de uitwerkingen volgens de regionale bestuursafspraken) en het gemeentelijk beleid gesitueerd in stedelijk gebied. Op basis de feitelijke ligging op het kaartmateriaal van het POL2014, alsmede vanwege het (nog) vigerende bestemmingsplan dat geen woonfuncties mogelijk maakt in de omvang als beoogd met de planontwikkeling, is het plangebied Melickerveld gesitueerd buiten het bestaand stedelijk weefsel van Roermond en is er sprake van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn regels opgenomen die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. Ook is in de omgevingsverordening de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (art. 2.2.2).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=c0d4dd99-f045-478c-bc46-9c756de51d90