CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2a - Toelichting bestemmingsplan Melickerveld 2022 (digitaal ter inzage)

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Melickerveld 202229.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Verder zijn er verhoogde concentraties aangetroffen in de asbestproefgaten 18 (Ratommerweg), 28, 30 (Dirksbergerweg zuid), 34 (Bronkweg) en 50 (Eindstraat). De gehalten variëren van 113,85 tot 586,3 mg/kg d.s. gewogen asbest. Op basis van de destijds aangetroffen gehalten aan asbest werd een nader onderzoek naar de omvang van de verontreiniging noodzakelijk geacht; er is een nader bodemonderzoek geadviseerd ter plaatse van boring 48 (Eindstraat). In 2013 heeft Geonius een nader bodemonderzoek PAK en asbest uitgevoerd (rapport MB-120463.R01 | d.d. 26 april 2013. Ter

90/176

plaatse van het eerder gegraven proefgat 48 was het funderingsmateriaal (zijnde bodem) sterk verontreinigd met PAK (traject van 0,12 tot maximaal 0,6 m -mv). De sterke verontreiniging beperkte zich tot de rijbaan en is destijds niet in de naastgelegen bermen aangetroffen. De omvang van de sterke PAK-verontreiniging bedroeg ± 18 m3. Gezien de omvang van de sterke verontreiniging, was er geen sprake van een ernstige bodemverontreiniging. uit de resultaten van het nader asbestonderzoek bij proefgaten 18, 28, 30, 34 en 50 bleek geen asbest te zijn aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden is alleen in proefsleuven SL50-1 en SL50-5 asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. In alle geanalyseerde(meng)monsters van de fijne fractie (< 16 mm) overschreed het gemeten gehalte asbest de detectielimiet niet. De gehele onderzoek locatie is dan ook als asbestvrij beoordeeld. Geonius adviseerde destijds met betrekking tot de sterke PAK-verontreiniging (± 18 m3) voorafgaand aan de graafwerkzaamheden een “Plan van aanpak” op te stellen. De eerdere uitgevoerde bodemonderzoeken voor het plangebied Melickerveld zijn gebundeld als bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd.

Actualiserend bodemonderzoek Archiefonderzoek Door Econsultancy is in 2021 een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging voor het plangebied Melickerveld met voornamelijk woningbouw. Het actualiserend bodemonderzoek heeft tot doel gehad te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707. Het onderzoek is uitgevoerd oor middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Zie bijlage 7 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Het vooronderzoek omvat het plangebied en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De woonhuizen langs de Eindstraat (nummer 30, 31 en 36) maken géén deel uit van dit plangebied. Terreininspectie Op 11 mei 2021 heeft er een terreininspectie plaatsgevonden. Deze was gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens uit eerder onderzoeken. In het plangebied zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen.

Tijdens de terreininspectie zijn verder geen aanwijzingen gevonden dat binnen het plangebied (recentelijk) sprake is geweest van het illegaal storten van grof huisvuil en/of asbestverdacht (plaat)materiaal. Op het maaiveld zijn ookgeen asbestverdachte materialen waargenomen. Samenvatting en conclusies op basis van diverse onderzoeken en terreininspectie Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging of andere verontreinigingen te verwachten in het plangebied.

91/176

Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van het gebied, en ook voor de bouwplannen in het plangebied. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodem- onderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. Wel wordt geadviseerd een Plan van aanpak op te stellen ter plaatse van de sterke PAKverontreiniging (circa 18 m3) ter plaatse van de Eindstraat ('proefgat 48'), welke vervolgens gesaneerd moet worden. Beoordeling en conclusie Vanuit milieuhygiënisch oogpunt (de kwaliteit van de bodem) zijn er géén belemmeringen voor dit bestemmingsplan (de voorgenomen bestemmingplanwijziging). Wanneer (op termijn) grond van de locatie wordt afgevoerd, is het raadzaam om in dit stadium ook de parameter PFAS in het onderzoek mee te nemen. De resultaten worden in dat geval indicatief getoetst aan de toepassingsnormen uit het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecies”. 4.4.2 Milieuzonering en Activiteitenbesluit In de nabijheid van de planlocatie bevinden zich een crematorium en sportvelden.

Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en de activiteiten te kunnen maken, is voor dit plan gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden/milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. Ook wordt de uitvoerbaarheid van het plan getoetst aan de hand van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Milieuzonering Milieuzonering houdt in dat er voldoende ruimtelijke scheiding moet zijn tussen milieubelastende bedrijven/inrichtingen en woongebieden. Hoe zwaarder de toegestane milieucategorie, hoe groter de afstand. Bij het bepalen van deze afstand wordt gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. In de VNG-brochure is een indeling van bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten opgenomen. De bedrijfsactiviteiten zijn daarbij ingedeeld in een zestal categorieën met potentiële milieu emissies. Op grond van deze lijst kan bepaald worden waar rekening mee moet worden gehouden bij een ruimtelijke invulling van het toekomstig woongebied. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI -codes) in deze staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elke ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven.

Deze afstand moet in beginsel worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (veelal woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productie- processen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype 'rustige woonwijk'; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

92/176

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand. categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter; categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Voor de bedrijven in de nabijheid van het nieuwe woongebied Melickerveld gelden de volgende in acht te nemen richtafstanden: Activiteit Crematorium Sportvelden

Geur 100 meter 0 meter

Stof 10 meter 0 meter

Geluid 30 meter 50 meter

Grootste afstand 100 meter 50 meter

milieucategorie 3.2 3.1

Gebiedstypering In de VNG-brochure worden richtafstanden gegeven tot twee soorten omgevingstypen, te weten: een rustige woonwijk/rustig buitengebied en een gemengd gebied. Voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en richtwaarden. De definitie van een rustige woonwijk/ rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied“ De definitie van een gemengd gebied is: “een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend“ Bij een gemengd gebied geldt een kortere afstand dan bij een rustige woonwijk.

93/176

Vanwege de situatie met omliggende functies rondom het plangebied Melickerveld kan dit gebied aangemerkt worden als een "gemengd gebied". Ten noorden van het plangebied, direct grenzend aan de woningbouwlocatie Melickerveld, ligt het crematorium 'Tussen de Bergen' (milieucategorie 3.1). Direct grenzend ten westen en ten zuiden van het plangebied liggen drukke ontsluitingswegen, te weten de Heinsbergerweg (snelheids- regime 50 km/per uur) respectievelijk de provinciale weg N293 (snelheidsregime 80 km/per uur). Ten noordoosten-oosten direct grenzend aan het plangebied ligt een verlicht sportveldencomplex (milieucategorie 3.1). Ten oosten van het plangebied ligt p alsmede het industrieterrein Heide-Roerstreek. Een gezoneerd industrieterrein, waarvan de daarbij behorende geluidszone, vrijwel geheel over het plangebied van Melickerveld ligt. De richtwaarden die gelden voor woningen in een rustige woonwijk/rustig buitengebied zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel: VNG-richtwaarden geluid voor een gemengd gebied Periode Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) dagperiode (07:00 - 19:00) 50 dB(A) avondperiode (19:00 - 23:00) 45 dB(A) nachtperiode (23:00 - 07:00) 40 dB(A)

Maximaal geluidniveau (LAmax ) 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A)

Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG-brochure biedt hiervoor een stappenplan. De afstanden genoemd in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' zijn zoals eerder aangegeven richtafstanden en geen harde afstandseisen. Aanvaarde normen voor emissies liggen hieraan ten grondslag. Eisen voor emissies naar de lucht liggen vast in voorschriften in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de bijbehorende Ministeriële regeling. Activiteitenbesluit Het crematorium en sportaccommodaties vallen onder de werking van het Activiteiten- besluit en de daarin opgenomen algemene regels. Het Activiteitenbesluit kent eisen voor verschillende milieuaspecten, zoals geluid, lucht, bodem, externe veiligheid, afval en afvalwater. Het Activiteitenbesluit verplicht bedrijven om bepaalde milieumaatregelen toe te passen. Sportveldencomplex

94/176

Afbeelding 4.12: situering sportvelden aan de Ratommerweg/Eindstraat met boombeplanting Langs de sportvelden aan de Ratommerweg/Eindstraat zijn lichtmasten geplaatst. Voor het aspect lichthinder geeft het Activiteitenbesluit geen normen. Wel wordt verwezen naar de bovenstaande richtlijnen van de NSVV. Deze richtlijn beschrijft grenswaarden voor onder meer sportverlichting ter plaatse van woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een viertal omgevingszones. In de hieronder opgenomen tabel 'grenswaarde per gebiedstype' zijn de relevante grenswaarden voor de verschillende omgevingszones weergegeven. Tabel : grenswaarde per gebiedstype Parameter Periode

verticale verlichtingssterkte Ev [lux]

lichtsterkte per armatuur [cd]

95/176

E1 natuurgebied

dag en avond 07.00-23.00 uur

2 kux

E2 Landelijk gebied 5 lux

nacht 23.00 - 07.00 uur dag en avond 07.00-23.00 uur

21lux

1 lux

2.500 cd

7.500 cd

E3 stedelijk gebied 1o lux

E4 stadscentrum/ industriegebied 25 lux

4 lux 10.000 cd

25.000 cd

nacht 23.00 - 07.00 uur

0 cd

500 cd

1.000 cd

2.500 cd

Verder zijn in artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit voorschriften opgenomen voor de tijden wanneer sportcomplexen niet verlicht mogen worden (zorgplicht). Onder de zorgplicht met betrekking tot lichthinder valt het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinderlijke lichtverschijnselen in woon- of slaapvertrekken van woningen als gevolg van lichtinstallaties. Daarbij zijn er uitzonderingen mogelijk voor toernooien/ festiviteiten en het voorkomen van lichthinder bij maatwerk op grond van de zorgplicht. De verlichting moet zijn uitgeschakeld: tussen 23.00 uur en 07.00 uur; als er geen sport wordt beoefend; als er geen onderhoud plaatsvindt. Er is gezien de aanwezigheid van kappen op de verlichting (sturing licht op de sportvelden), de hoge boombeplanting langs de sportvelden aan de Ratommerweg/Eindstraat (zie afbeelding 4.12) en de zorgplicht vanuit het activiteitenbesluit geen onaanvaardbare lichthinder te verwachten ten gevolge van veldverlichting op de woningen in het toekomstige woongebied Melickerveld. Crematorium ' Tussen de Bergen' Vanuit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering worden richtafstanden gegeven voor de inpassing van bedrijven in de nabijheid van woningen. Op basis van deze systematiek is een crematorium een bedrijf met milieucategorie 3.2.

De richtafstand oor het aspect geur bedraagt 100 meter (basis) en 50 meter (bij mindering van 1 afstandsstap). Deze afstand geldt tussen de inrichtingsgrens en de gevel van de dichtstbijzijnde woning. De dichtstbijzijnde bestaande woning bevindt zich op ongeveer 85 meter en geprojecteerde nieuwe woning op circa 30 meter. Sinds 1 januari 2010 vallen crematoria onder de werkingssfeer van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Activiteitenbesluit). Voor crematoria gelden eisen ten aanzien van de crematieoven, het verbrandingsproces, de emissies en metingen. Bij het in werking hebben van een crematieoven moeten maatregelen worden toegepast om rookgassen zo volledig mogelijk te laten verbranden en het ontstaan van stikstof- dioxiden zoveel mogelijk te beperken. Voorzieningen en waarborgen voor onderhoud ten behoeve van het goed functioneren van crematieovens zijn verplicht voorgeschreven. De milieuwetgeving voor crematieovens is dusdanig streng, dat voor wat betreft het aspect geur een crematorium inpasbaar is op korte afstand van woningen. De richtafstand van 100 meter uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) is door de stand van de techniek en de eisen vanuit de wetgeving na 2009 achterhaald. De oventechnieken die ten tijde van de uitgave van de VNG-publicatie (meest recente uitgave dateert uit 2009) in gebruik waren zijn verouderd.

Inmiddels is techniek dusdanig veranderd en gemoderniseerd, waardoor een kortere afstand te verantwoorden is. Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit zijn een groot aantal milieueisen opgenomen, waaronder luchtvoorschriften voor crematoria. Bij een goed functionerende crematieoven blijven de optredende emissies over het algemeen onder de algemene emissieconcentratie-eisen voor lucht, waaronder stof. De emissienormen voor een

96/176

crematorium zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit, als gekwantificeerde doelvoorschriften. De doelvoorschriften geven aan wat de maximaal toegestane milieubelasting als gevolg van een activiteit is. Het gaat om verplicht voorgeschreven grenswaarden die gelden wanneer tijdens een installatieproces bepaalde stoffen kunnen voorkomen, ook wel emissiegrenswaarden genoemd. Het crematorium in Roermond zal voor al haar activiteiten op elk moment moeten voldoen aan deze voorschriften. Dit betekent concreet het volgende: metalen en kunststof handvaten en andere versierselen van kunststof of metaal moeten voordat de kist in de oven wordt geschoven, worden verwijderd. De kist mag niet met lood of zink bekleed zijn; bij het starten van het verbrandingsproces in een dergelijke installatie, kunnen o.a. stikstofdioxiden (NOx) vrijkomen. Het gebruik van technieken voor een crematie installatie zoals Low-NOx branders, naverbranders en filters zijn volgens het Activiteitenbesluit in dit verband verplicht gesteld. Deze technieken voorkomen en reduceren emissies die kunnen vrijkomen tijdens het crematieproces en borgen daarmee dat steeds sprake is van een aanvaardbaar milieuniveau.

Er worden eisen gesteld aan de naverbranding (temperatuur, tijdsduur, zuurstofgehalte en automatische regeling) met als doel een zo volledig mogelijke verbranding van de rookgassen; om kwik uit de rookgassen te verwijderen moet een emissiebeperkende techniek worden toegepast. Er zijn verschillende technieken, maar de belangrijkste systemen werken door middel van absorptie van het kwik aan actief kool of cokes. Omdat een crematie installatie een stookinstallatie is, moet ook steeds voldaan worden aan de eisen die gelden voor de keuring en het onderhoud van een crematie installatie. Als een oven goed functioneert, is er geen zichtbare rookemissie. Om de werking van de crematieoven te controleren, moeten de temperatuur en het zuurstofgehalte in de naverbrandingskamer continu worden gemeten en geregistreerd. Zes maanden na de ingebruikname van de installatie en daarna jaarlijks dient de werking te worden gecontroleerd. Bij een gasgestookte oven is dit minimaal 1 keer per 4 jaar. Wanneer het bevoegd gezag twijfelt aan het onderhoud van de emissiebeperkende maatregelen die het bedrijf gebruikt, kan ze aanvullende eisen stellen aan het onderhoud en de controle hiervan. Daarbij vindt ook een controle plaats van de continue meetapparatuur.

Het uitgangspunt is, ook voor het crematorium in Roermond, dat door het nemen van de erkende maatregelen uit de Activiteitenregeling milieubeheer, voldaan wordt aan de emissiegrenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Uit de systematiek van het Activiteitenbesluit volgt dat naleving van de daarin opgenomen milieu-eisen, betekent dat de milieugevolgen van het crematorium worden voorkomen of tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt. De toezichthouder van het bevoegd gezag controleert op de naleving van deze voorschriften door initiatiefnemer. Gelet hierop zullen de activiteiten van het crematorium, waaronder begrepen de uitstoot tijdens het crematieproces niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging in de omgeving en is het effect op de luchtkwaliteit, als daar al sprake van is, als verwaarloosbaar te beschouwen. Bij het bestrijden van geurhinder moet een inrichting bovendien de Beste Beschikbare Technieken (BBT) toepassen. Door optimale verbrandingscondities, zoals de hoogte van de temperatuur, het zuurstofgehalte en de verblijfstijd in de naverbrandingskamer wordt er een optimale verbranding verkregen. Daarnaast zijn de filterinstallaties zodanig krachtig, waardoor het gehele crematieproces nagenoeg reuk- en rookloos plaats kan vinden.

In een beperkte straal vanaf een tiental meter rondom het emissiepunt (de schoorsteen) worden zelfs geen geuren gemeten meer gemeten en is enkel sprake van lauwwarme lucht uit de afvoer.

97/176

Het uitgangspunt is, ook voor het crematorium in Roermond, dat door het nemen van de erkende maatregelen uit de Activiteitenregeling milieubeheer, voldaan wordt aan de emissiegrenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Onderzoek geur- en luchtkwaliteit crematorium In 2013 is door Tebodin ten behoeve van een goed te waarborgen woon- en leefklimaat in het toekomstige woongebied Melickerveld een onderzoek uitgevoerd, waarbij de geur- en luchtbelasting in beeld is gebracht vanuit het crematorium 'Tussen de Bergen' te Roermond. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de maximale aangevraagde bedrijfs- voering, welke volgens de aanvraag groter is dan de werkelijke op dat moment actuele bedrijfsvoering. Door hiervan uit te gaan is de bovengrens van de milieubelasting aangegeven. Indien deze voldoet, dan voldoet ook de werkelijk en gemiddelde bedrijfssituatie. De vergunningaanvraag gegevens zijn nog steeds valide, er heeft geen wijziging plaatsgevonden ten aanzien van de vergunde situatie en het onderzoek is dientengevolge nog steeds valide. De stoffen waarvoor wettelijke grenswaarden gelden (hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer, (Wm)) zijn beschouwd in bijlage 12.1 van de vergunningaanvraag. Het betreft zwaveldioxide, fijn stof (PM10), stikstofoxiden, stikstofdioxide, koolmonoxide, benzeen en lood.

Aangetoond is dat de uitstoot van deze stoffen door het crematorium aanvaardbaar is en niet leidt tot overschrijding van de luchtkwaliteitsgrenswaarden in de omgeving. Deze stoffen zijn dan ook niet verder onderzocht. Dit wordt bevestigd door metingen uitgevoerd bij twee crematoria in Leiden en in Geleen, beide vergelijkbaar met het Roermondse crematorium, waarbij geen dioxines zijn aangetoond. Bij deze metingen is tevens de uitstoot op de volgende stoffen (alleen de stoffen waarvoor geen wettelijke luchtkwaliteitsgrenswaarden (Wm) zoals hiervoor genoemd is vastgesteld) geanalyseerd: zware metalen (kwik, As, Cd, Va, Co, Pb, Se, Te, Cr, Cu, Mn, Sn), HCL, HF, dioxinen (PCDD/F) en koolwaterstoffen (CxHy). Alleen van de stoffen waterstofchloride (HCl), kwik (Hg) en koper (Cu) zijn sporen gevonden. Koolwaterstoffen zijn beschouwd als geur. Aangezien koper minder giftig is als kwik en de gemeten concentratie de helft minder bedraagt dan die van kwik, is koper verder niet beschouwd. Dit betekent dat in het onderzoek uitsluitend de stoffen kwik (Hg) en waterstofchloride (HCI) in het onderzoek nader zijn beschouwd. Door het RIVM is voor de blootstelling aan kwik een gezondheidskundige norm van 0,2 ug/m3 afgeleid als jaargemiddelde concentratie in lucht (Baars et al., 2001). Deze luchtnorm heeft geen wettelijke status.

In de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is norm voor kwik van 1 ug/m3 als jaargemiddelde opgenomen. Voor waterstofchloride (HCl) is door RIVM de gezondheidskundige (inhalatoire effecten) norm van 150 ug/m3 als jaargemiddelde opgenomen. Er is geen Europees beleid gericht op waterstofchloride in de buitenlucht. Het verspreidingsmodel heeft op de opgenomen rasterpunten een bijdrage berekent van maximaal 0,089 ng/m3 aan de jaargemiddelde kwik concentratie, ten opzichte van een achtergrondconcentratie van 3 ng/m3. De maximale berekende jaargemiddelde kwik-concentraties (de achtergrond en de bijdrage van het crematorium) bedraagt 3,089 ng/m3. Dit is lager voor zowel de door WHO opgenomen grenswaarde van 1.000 ng/m3 als voor de door RIVM voorgestelde waarde van 200 ng/m3. Het verspreidingsmodel berekent op de rasterpunten een bijdrage van maximaal 0,04 ug/m3 aan de

98/176

jaargemiddelde HCl concentratie. Voor de achtergrondconcentratie van HCl zijn er geen gegevens beschikbaar. Hierdoor wordt de achtergrond van HCl hier niet beschouwd. De bijdrage aan HCl-concentratie is een factor 3000 kleiner dan de door RIVM voorgestelde norm van 150 ug/m3. Deze bijdrage kan verwaarloosbaar klein genoemd worden. De resultaten uit het onderzoek laten zien dat er geen luchtkwaliteitsproblemen met betrekking tot kwik en HCl te verwachten zijn in de geplande woonwijk Melickerveld. De berekende geurbelasting bedraagt 0,14 OUe/m3 als 98-percentiel en 0,4 OUe/m3 als 99,99-percentiel van de uurgemiddelde concentratiewaarden. Deze resultaten laten zien dat het crematorium voldoet aan de door gemeente gehanteerde toetsingswaarden van 0,5 OUE/m3 als 98 percentiel en 5 OUE/m3 als 99,99 percentiel. De geurbelasting is in elk geval aanvaardbaar en er mag verwacht worden dat er helemaal geen geurhinder door het crematorium zal optreden in de geplande woonwijk. De betreffende onderzoeksrapportage is als bijlage 9 bij de toelichting van het plan gevoegd. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat voor wat betreft het aspect geur een onaanvaardbare hinder voor toekomstige bewoners van het woongebied Melickerveld ontstaat. Besluit op de lijkbezorging De richtlijn van het Besluit op de lijkbezorging staat niet toe dat geur geëmitteerd wordt.

Cremeren vereist een optimale verbrandingstechniek: het is gewenst om het verbrandingsproces zo te laten plaatsvinden dat zintuiglijk buiten de verbrandingsruimtes niets waarneembaar is. Dat betekent dat geen zichtbare rook uit de schoorsteen mag komen en er geen geur verspreid mag worden. Door het uitvoeren van proeven is gebleken dat het mogelijk is om een crematieproces nagenoeg reukloos en geurloos te laten verlopen. Basis hiervoor ligt in optimale verbrandingscondities zowel in de oven als in de naverbrandingstechniek. Ten aanzien van het voorkomen van rook- en geuroverlast is in het Besluit op de lijkbezorging genoemd waaraan het aangebodene (de kist) dient te voldoen. De houder van een crematorium dient ook daarop toe te zien. Ten aanzien van stoffen die geëmitteerd worden bij het verbrandingsproces dient in de bedrijfsvoering dan ook aan voorwaarden te worden voldaan. Die voorwaarden staan, zoals eerder genoemd, beschreven in het Activiteitenbesluit en de ministeriele regeling. Dat wordt voldaan aan de eisen die het Activiteitenbesluit en het Besluit op de Lijkbezorging stellen blijkt ook uit de onderzoeksresultaten van het onderzoek lucht- kwaliteit zoals toegevoegd in bijlage 9.

Alle (nieuwe) crematieovens die worden of thans zijn geïnstalleerd voldoen aan de bovengenoemde uitgangspunten, zo ook de crematieoven voor het crematorium met uitvaartcentrum 'Tussen de Bergen' in Roermond. Indirecte hinder De verkeersbewegingen op de openbare weg, die worden veroorzaakt door een inrichting, kunnen zorgen voor geluidhinder. Deze hinder wordt echter niet direct toegerekend aan de inrichting. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt deze indirecte hinder doorgaans wel inzichtelijk gemaakt. Door dat de te beschouwen bedrijven geen relevante verkeersroute hebben langs de planlocatie is dit aspect verder niet beschouwd.

99/176

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=7cc6d8bf-71ec-41c2-869f-665dc61f65b4