Bijlage 2 - Voorstel tot aanpassing van de werkwijze en de samenstelling van de AOK_
Tekst van het document
Bijlage 2 – Conceptvoorstel tot aanpassing van de werkwijze en de samenstelling van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (AOK) Voorstel tot aanpassing van de werkwijze en de samenstelling van de AOK. 1. Het roulatiesysteem van de commissieleden wordt vervangen door een systeem met vaste en plaatsvervangende commissieleden. 2. De taakverdeling tussen de AOK en de ambtelijke ondersteuning wordt verduidelijkt. 3. Het mandaat van de secretaris van de AOK (verder te noemen: de secretaris) en van leden van de commissie wordt verruimd (zie onder 4 t/m 9); Mandaat aan de ambtelijk secretaris van de commissie Secretaris of plv. secretaris van de commissie
Mandaatcommissie welstand 1 architect
Mandaatcommissie welstand en monumenten 1 architect en 1 restauratiearchitect 1 cultuurhistoricus
AOK
1 voorzitter/ architect 1 architect 1 restauratiearchitect 1 cultuurhistoricus
Op verzoek van de secretaris sluiten extra leden aan bij een overleg van de (mandaat)commissie. 4. De secretaris adviseert over het uiterlijk van bouwwerken waarvoor in de Welstandsnota Roermond 2026 (verder te noemen: de welstandsnota) ‘sneltoetscriteria’ zijn opgenomen en adviseert over bouwplannen die in eerder stadium door de (mandaat)commissie beoordeeld zijn met ‘niet akkoord, tenzij’. 5. De mandaatcommissie welstand adviseert op basis van de regels uit de welstandsnota over het uiterlijk van bouwwerken bij: a. bouwwerken waarvoor in de welstandsnota ‘sneltoetscriteria’ zijn opgenomen, waarbij niet aan alle sneltoetscriteria wordt voldaan, tenzij: • deze bouwwerken zijn gelegen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht; • deze bouwwerken worden gebouwd in, aan, op of bij een monument; of • door de ambtelijk secretaris advies is gegeven. b. andere dan onder a genoemde bouwwerken in gebieden waarvoor geen gebiedsgerichte welstands- en/ of bijzondere welstandsregels zijn opgesteld voor zover deze bouwplannen geen betrekking hebben op bouwen in, aan, op of bij een monument; c. bouwplannen die door de AOK zijn beoordeeld als ‘niet akkoord’ en waarvan de voorzitter van de commissie heeft aangegeven dat deze door de mandaatcommissie ‘welstand’ kunnen worden afgehandeld. 6.
De mandaatcommissie welstand en monumenten adviseert op basis van de regels uit de welstandsnota over het uiterlijk van bouwwerken en indien van toepassing uit oogpunt van monumentenzorg bij: a. bouwwerken waarvoor in de welstandsnota ‘sneltoetscriteria’ zijn opgesteld, waarbij niet aan alle sneltoetscriteria wordt voldaan en: • deze bouwwerken zijn gelegen in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht tenzij door de ambtelijk secretaris advies is gegeven; of • deze bouwwerken worden gebouwd in, aan, op of bij een gemeentelijk monument tenzij het gemeentelijk monument onderdeel is van een rijksmonument.
1
b. bouwplannen die betrekking hebben op: • het wijzigen van gemeentelijke monumenten, bouwwerken gelegen in een rijks beschermd stads- of dorpsgezicht, bouwwerken gelegen in gebieden waarvoor gebiedsgerichte en/ of bijzondere welstandsregels zijn opgesteld; • bouwwerken bij monumenten (op een bouwperceel waarop dat monument is gelegen) en bouwwerken bij gebouwen gelegen in een rijks beschermd stads- of dorpsgezicht; • nieuwbouw van bouwwerken gelegen in gebieden waarvoor gebiedsgerichte- en/ of bijzondere welstandsregels zijn opgesteld; c. bouwplannen die door de AOK zijn beoordeeld als ‘niet akkoord’ en waarvan de voorzitter van de commissie heeft aangegeven dat deze door de mandaatcommissie ‘welstand en monumenten’ kunnen worden afgehandeld. 7. De AOK adviseert bij: a. wijzigingen aan: rijksmonumenten*; b. nieuwbouw of een naar oordeel van de secretaris van de commissie grootschalige verbouwing van bouwwerken gelegen in een rijks beschermd stads- of dorpsgezicht. 8. De mandaatcommissies zijn bevoegd om advies in te winnen bij een of meer andere leden van de commissie; 9. De secretaris van de commissie blijft bevoegd om advies in te winnen bij een of meerdere leden van de commissie. *de restauratie-architect en de cultuurhistoricus worden eveneens betrokken bij de advisering van gemeentelijke monumenten.
De mandaatcommissie welstand en monumenten is ook bevoegd om rijksmonumenten te beoordelen. Afhankelijk van de omvang van het plan kan door de secretaris van de commissie een keuze worden gemaakt om een rijksmonument voor te leggen aan de mandaatscommissie of aan de AOK. Toelichting op het concept voorstel tot aanpassing van de werkwijze en de samenstelling van de AOK 1. Door roulatie van de commissieleden tot een minimum te beperken, heeft de burger in de regel met dezelfde commissieleden te maken. Dit is met name een meerwaarde indien een plan meerdere malen aan de commissie wordt voorgelegd. In dat geval hoeft geen ‘overdracht’ naar andere leden plaats te vinden, hetgeen tijdwinst oplevert. Daarnaast wordt de kans op aanvullende adviezen geminimaliseerd. 2. De verduidelijking van de taakverdeling heeft tot doel om ‘overbodige’ adviezen te voorkomen. Zowel de ambtelijke ondersteuning als de commissie kunnen advies verstrekken, bijvoorbeeld op het gebied van stedenbouw of landschap. Indien op ambtelijk niveau al een advies is afgegeven dan hoeft de commissie hierover niet meer te adviseren. 3. Uit de evaluatie op basis van de ‘discussienota beeldkwaliteit’ kwam duidelijk de wens naar voren om het mandaat van de ambtelijk secretaris en/of een of meerdere leden van de commissie uit te breiden. Hiertoe zijn bij de onderdelen 4 t/m 9 voorstellen gedaan; 8.
Uitgangspunt is dat de mandaatcommissies zelfstandig adviseren. De secretaris van de commissie en de leden van de mandaatcommissie kunnen in bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij grote bouwontwikkelingen en bij plannen waartegen bezwaar is aangetekend) advies inwinnen bij andere commissieleden. 9. Zie onder 8.
2
Algemene toelichting op de samenstelling van een gemeentelijke adviescommissie Wanneer is het verplicht om advies in te winnen bij de gemeentelijke adviescommissie? Er is slechts één situatie waarbij de rijksoverheid dit verplicht stelt. Dat is - kort gezegd - bij een formele aanvraag voor het wijzigen van een rijksmonument (artikel 17.9 lid 1 van de Omgevingswet). In alle overige gevallen is het aan de gemeente om te bepalen of/ wanneer zij een plan voor advies voorlegt aan de gemeentelijke adviescommissie (in Roermond de ‘AOK’). Op basis van de Omgevingswet is het dus niet verplicht om de gemeentelijke adviescommissie om adviezen t.a.v. gemeentelijke monumenten, rijksbeschermd stads- of dorpsgezichten, welstand, stedenbouw en landschap te vragen. Vanzelfsprekend is dat wel toegestaan. Waarom is het inwinnen van een advies juist verplicht bij het wijzigen van een rijksmonument? Omdat de regering het niet mogelijk acht om van tevoren (‘gesloten’) beoordelingscriteria vast te leggen voor het behoud van alle monumentale waarden. De gevolgen van een wijziging van een rijksmonument en het belang van de monumentenzorg, moeten per geval worden beoordeeld.
In de gevallen dat de minister van OCW (voor deze de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)) en gedeputeerde staten niet adviseren (artikel 4.32 Omgevingsbesluit ), is de gemeentelijke adviescommissie de enige adviseur bij een wijziging van een rijksmonument. Daarom geldt de wettelijke eis dat enkele leden van de gemeentelijke adviescommissie deskundig moeten zijn op het gebied van de monumentenzorg. Minimale samenstelling gemeentelijke adviescommissie Uit artikel 17.9 lid 1 van de Omgevingswet volgt dat minimaal 2 leden (/ enkele leden) deskundig zijn op het gebied van monumentenzorg. Een gemeentelijke adviescommissie bestaat dus uit minimaal 2 personen die deskundig zijn op het gebied van monumentenzorg zodat zij kunnen adviseren bij een formele aanvraag voor het wijzigen van een rijksmonument . Geen leden van het gemeentebestuur in de gemeentelijke adviescommissie De Omgevingswet stelt als eis voor alle gemeentelijke adviesorganen dat leden van het gemeentebestuur daarvan geen deel mogen uitmaken. Dit is een minimumeis, dat wil zeggen dat de gemeenteraad nog andere voorwaarden kan stellen voor benoeming van leden van de gemeentelijke adviescommissie.
3