Bijlage 2 - toelichting en regels bestemmingsplan Eiermijn
Tekst van het document
7.2.3
Zienswijzenprocedure
Het ontwerpbestemmingsplan 'Eiermijn' heeft van woensdag 8 december 2021 tot en met dinsdag 18 januari 2022 ter inzage gelegen, na voorafgaande publicatie op 7 december 2021 in het Elektronisch Gemeenteblad. Gedurende de periode van terinzagelegging was het ontwerpbestemmingsplan digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze periode heeft eveneens het besluit aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling ter inzage gelegen. Dit voorjaar heeft daarnaast en het ontwerpbesluit vaststelling hogere waarde Wgh ter inzage gelegen. Het besluit vaststelling hogere waarde Wgh is bij deze toelichting opgenomen als bijlage 8. Eenieder heeft de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Daarvan is geen gebruik gemaakt. Het ontwerpbestemmingsplan is daarom niet gewijzigd naar aanleiding van de zienswijzen. Na gesprekken met belanghebbenden uit de directe omgeving en de gemeente is echter besloten dat de invulling van het noordelijk deel van het plan nog niet voldoende zeker is en daarom toch nog niet als directe bouwmogelijkheid in voorliggend bestemmingsplan op te nemen. Er heeft daarom een ambtshalve wijziging plaatsgevonden waarbij de 9 atelierwoningen uit het plan zijn gehaald. Er zijn nu 58 woningen opgenomen in dit bestemmingsplan.
Uit de toelichting zijn de onderbouwende teksten over de atelierwoningen verwijderd en van de verbeelding is het bouwvlak met bijbehorende bouwaanduidingen verwijderd.
54
De bij het bestemmingsplan behorende onderzoeken zijn niet aangepast, omdat er wel een woonbestemming is opgenomen op de locatie en omdat de conclusies van de onderzoeken niet wijzigen naar aanleiding van de verwijdering van het bouwvlak woningen uit het bestemmingsplan.
7.2.4
Vaststelling
Op 7 juli 2022 is het bestemmingsplan 'Eiermijn' gewijzigd vastgesteld.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
55
56
BIJLAGEN TOELICHTING
Bijlage 1
Haalbaarheidstoets
Bijlage 2
Bodem onderzoek
Bijlage 3
Bodem onderzoek addendum
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
Bijlage 5
Onderzoek flora en fauna
Bijlage 6
Onderzoek stikstofdepositie
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
Bijlage 8
Besluit Hogere waarden
Bijlage 9
Externe veiligheid
Bijlage 10
Verantwoordingsdocument groepsrisico
Bijlage 11
Verslag omgevingsdialoog
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
57
58
REGELS
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
59
60
HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 1.1
Begrippen
plan
het bestemmingsplan 'Eiermijn' met identificatienummer NL.IMRO.0957.BP00000314VG01 van de gemeente Roermond. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aan en/of uitbouw
een aan een hoofdgebouw vast gebouwd bouwwerk, dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; voor de toepassing van deze regels wordt een aan- of uitbouw gelijkgesteld met een aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw. 1.4
aan huis verbonden beroep
de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, (para-)medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel. 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7
aaneengebouwde woning
Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van minimaal drie woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gebouwd / verbonden zijn. 1.8
archeologische waarde
waarde die bestaat uit de aanwezigheid van een bodem-archief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang is en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigt.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
61
1.9
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.10
bebouwingspercentage
een percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1.11
bedrijf
een onderneming gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren, herstellen en/of verhandelen van goederen. Detailhandel, horeca, dienstverlening, zelfstandige kantoren, maatschappelijke voorzieningen, seksinrichtingen en aan huis verbonden beroepen worden hieronder niet begrepen. 1.12
begane grond
bouwlaag waarvan het vloerpeil ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een souterrain. 1.13
beperkt kwetsbaar object
object als bedoeld in artikel 1 onder b van het Bevi. 1.14
bestaand
a. bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig of wordt gebouwd op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen; b. bij gebruik: het (vergunde) gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden. 1.15
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.16
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.18
bijgebouw
een gebouw dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat ten dienste staat van dat hoofdgebouw.
62
1.19
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.21
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond. 1.22
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.24
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.25
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26
cultuurhistorische waarde
de waarde van een bouwwerk of gebied die ontstaan is door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. 1.27
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.28
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
63
1.29
dove gevel
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. 1.30
eindwoning
Een woning die ligt aan het begin of eind van een rij aaneengebouwde woningen. 1.31
evenement
al of niet periodiek terugkerende publieke gebeurtenis op het gebied van sport, cultuur, folklore, handel, recreatie, liefdadigheid, religie, gezondheid, wetenschap, amusement en vergelijkbare gebeurtenissen. 1.32
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, met minimaal twee wanden omsloten ruimte vormt. 1.33
gestapelde woning
boven dan wel beneden elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid al dan niet direct vanaf de weg of openbaar toegankelijk gebied gewaarborgd is; 1.34
hoofdgebouw
een gebouw dat door zijn constructie, afmetingen of situering, dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel valt aan te merken. 1.35
horeca
het bedrijfsmatig bereiden of verstrekken van dranken en/of etenswaren voor directe consumptie of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, één en ander al dan niet in combinatie met ondersteunende activiteiten of met een vermaaksfunctie, met uitzondering van seksinrichtingen. 1.36
kantoor
een gebouw dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor, of een onderneming die hoofdzakelijk is gericht op, het verrichten van werkzaamheden van administratieve aard of het bedrijfsmatig verlenen van diensten, het leggen van contacten of het uitvoeren van commerciële handelingen, waarbij de nadruk ligt op de administratieve afwikkeling van genoemde handelingen, en waarbij geen sprake is van een baliefunctie.
64
1.37
kleine economie
bedrijfsactiviteiten die wat betreft invloed op de woonomgeving gelijk te stellen zijn aan een aan huis gebonden beroep, waarvan de omvang en de activiteiten zodanig zijn dat de activiteiten in een woning en de daarbij behorende gebouwen met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 1.38
maatschappelijke voorzieningen
voorzieningen ten behoeve van educatieve, sociale, sociaal-medische, sociaal-culturele, (para-) medische en levensbeschouwelijke voorzieningen, alsmede voorzieningen ten behoeve van van begeleid wonen en van de openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. 1.39
milieuhygiënische uitvoerbaarheid
overkoepelend begrip voor relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, etc. aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd. 1.40
nutsvoorzieningen
op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.41
ondergeschikte detailhandel
detailhandel-activiteiten die qua uitstraling passen bij de hoofdfunctie, naar aard- en omvang ondergeschikt zijn aan en dienen ter ondersteuning van de hoofdfunctie, en niet zelfstandig worden uitgeoefend en/of toegankelijk zijn, los van de hoofdfunctie. 1.42
ondergeschikte horeca
het qua aard en omvang beperkt verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte activiteit in direct verband met andere ter plaatse toegestane hoofdactiviteiten (niet zijnde horeca). 1.43
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
65
1.44
patiowoning
een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.45
peil
de hoogte van de begane grond vloer direct achter de hoofdtoegang; 1.46
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.47
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of gelegenheid wordt geboden seksuele handelingen te verrichten dan wel vertoningen en/of voorstellingen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan:
een prostitutiebedrijf;
een raamprostitutiebedrijf;
een erotische massagesalon;
een seksbioscoop;
een sekstheater;
een parenclub;
geheel of gedeeltelijke bedrijfsvoering in overwegend seksueel geaarde dienstverlening;
al dan niet in combinatie met elkaar. 1.48
stedenbouwkundig beeld
het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa's, de gevelindelingen, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving. 1.49
twee- aan- een gebouwde woning
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen. 1.50
voorgevelrooilijn
denkbeeldige lijn waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is/zijn of word(t)(en) geplaatst en die is gelegen aan de zijde van de aan de weg gelegen perceelsgrens.
66
1.51
vrijstaand bijgebouw
een bijgebouw, dat qua constructie en visueel vrij staat van het hoofdgebouw. 1.52
waterhuishouding
het ontvangen, vasthouden, (tijdelijk) bergen en afvoeren van water, eventueel gecombineerd met infiltratie van water in de bodem. 1.53
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.54
woongebouw
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
67
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is. 2.2
de bedrijfsvloeroppervlakte
binnenwerks, op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. 2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4
breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5
breedte van een zone langs een watergang
vanaf de insteek van de betreffende zijde van de watergang. 2.6
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
68
2.10
Aanvullende bepalingen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 0,5 m wordt overschreden.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
69
70
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 3.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. openbare groenvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c.
speelvoorzieningen;
d. voet- en fietspaden; e. kleinschalige evenementen; f.
nutsvoorzieningen;
g. overige bijbehorende voorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Op of in de voor 'Groen' aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de onder 3.1 genoemde doeleinden.
3.2.2
Gebouwen
Op of in de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
3.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
71
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals geluidwerende voorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c.
4.2
evenementen.
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de onder 4.1 genoemde doeleinden; b. in afwijking van het bepaalde in lid a. mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - erfafscheiding' de bestaande erfafscheiding worden gehandhaafd; c.
4.3
de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 10 m.
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1, en toestaan dat nieuwe bebouwing ten behoeve van nutsvoorzieningen worden opgericht, met dien verstande dat: a. de maximum bouwhoogte 3 meter bedraagt; b. het maximum oppervlak 15 m2 bedraagt.
72
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen met bijbehorende voorzieningen zoals tuinen en erven, alsmede aan huis verbonden beroepen; met daaraan ondergeschikt: b. verkeersvoorzieningen; c.
parkeervoorzieningen;
d. nutsvoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f.
speelvoorzieningen;
g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op of in de als ‘Wonen’ bestemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de onder 5.1 genoemde functies worden gebouwd;
5.2.2
Gebouwen
a. hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' bedraagt het aantal woningen ten hoogste het op de verbeelding weergegeven aantal; c.
ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' zijn uitsluitend aaneengebouwde woningen toegestaan;
d. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - patio' zijn uitsluitend patiowoningen toegestaan; f.
ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' bedraagt de bouwhoogte van hoofdgebouwen ten hoogste de op de verbeelding weergegeven maat;
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
73
g. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' bedraagt het aantal bouwlagen van hoofdgebouwen ten hoogste het op de verbeelding weergegeven aantal; h. de volgens de NEN5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de ten hoogst berekende geluidsbelasting uit het geluidrapport ''Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, bouwplan Prins Bernhardstraat 40 te Roermond " met kenmerk 20.415-FB.wr-1A opgesteld door Amitec op 8 april 2020 en 33dB. i.
de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft volgens de NEN5077 een bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB lager is dan karakteristiek geluidwering bedoeld in sublid g.
j.
Daar waar de maximaal te ontheffen waarde volgens het geluidrapport ''Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, bouwplan Prins Bernhardstraat 40 te Roermond " met kenmerk 20.415-FB.wr-1A opgesteld door Amitec op 8 april 2020 en 33dB wordt overschreden mogen geen geluidgevoelige ruimtes te worden geprojecteerd, dan wel dienen de gevels als 'dove gevel' uitgevoerd te worden.
5.2.3
Bijgebouwen
a. het aantal bijgebouwen per woningen mag niet meer bedragen dan 1; b. de oppervlakte per bijgebouw mag niet meer bedragen dan 8 m2; c.
de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m.
5.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarbij de hoogte maximaal 2,00 meter bedraagt; b. in afwijking van het bepaalde in lid a. mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - erfafscheiding' de bestaande constructie met de bestaande hoogte als erfafscheiding worden gehandhaafd.
5.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend: a. het gebruik van bijgebouwen voor zelfstandige bewoning.
74
5.4
Afwijken van de gebruiksregels
5.4.1
Kleine economie
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 5.1 voor de uitoefening van bedrijven, vallende onder de kleine economie, met dien verstande dat: a. geen onevenredige hinder mag worden toegebracht aan de kwaliteit van het woonmilieu; b. door de uitoefening van de activiteit het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig mag veranderen, dat het karakter ervan geheel of gedeeltelijk verloren gaat, dit houdt onder meer in dat er geen grote reclame-uitingen aan of bij de woning geplaatst mogen worden; c.
de oppervlakte van de woning welke voor de bedrijfsvoering wordt gebruikt, niet meer dan 50% van de begane grond en maximaal 30% van het totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen bedraagt en de totale oppervlakte van de activiteit niet meer bedraagt dan 25 m²;
d. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft, die de woonomgeving onevenredig belasten en ten gevolge waarvan extra verkeersmaatregelen, waaronder extra parkeerplaatsen, noodzakelijk worden, tenzij op eigen terrein gezorgd kan worden voor voldoende parkeervoorzieningen of in de omgeving voldoende beschikbare plaatsen zijn; e. de uitvoerder van de activiteiten op hetzelfde perceel woont; f.
detailhandel alleen als ondergeschikte activiteit is toegestaan en uitsluitend van goederen die verband houden met de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend;
g. activiteiten die op grond van het bepaalde in de Wet milieubeheer meldingsplichtig zijn of activiteiten die op grond van artikel 2.1 lid 1 onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vergunningplichtig zijn, in beginsel niet worden toegestaan, tenzij kan worden aangetoond dat geen overlast voor de omgeving op zal treden, waarbij maximaal bedrijven uit categorie 2 van de 1 of daarmee qua aard en invloed op de woonomgeving vergelijkbare bedrijven worden toegestaan.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
75
5.4.2
Maatschappelijke en commerciële functies
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 5.1 voor het vestigen van maatschappelijke voorzieningen met daaraan ondergeschikte commerciële functies en/of voor het vestigen van zelfstandige commerciële functies, met dien verstande dat: a. de functies uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' op de begane grond en in het souterrain mogen worden gevestigd; b. de functies niet mogen afdoen aan een evenwichtige verdeling van maatschappelijke functies in de omgeving; c.
de functies niet mogen leiden tot een dreigende onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid.
d. de verkeersaantrekkende werking van de functies dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; f.
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende bedrijven.
76
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. b. Waar een basisbestemming samenvalt met deze dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming. De bepalingen van de basisbestemming zijn alsdan uitsluitend van toepassing voor zover deze niet strijdig zijn met het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming.
6.2
Bouwregels
Op de voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden mag geen bebouwing worden opgericht, met uitzondering van: a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of; b. bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm reiken, of; c.
bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden een oppervlak beslaan van minder dan 100 m².
6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.2 voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke zijn toegelaten krachtens de aan de gronden gegeven basisbestemming, mits: a. bebouwing plaatsvindt ter plaatse van een evident eerder verstoorde bodem, of; b. op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of het verrichte van archeologisch vervolgonderzoek, of; c.
de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden binnen de bebouwde kom, op een terrein dat kleiner is dan 1.000 m² en het terrein niet is gelegen binnen 50 m van een beschermd archeologisch monument, of;
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
77
d. de voorgenomen werkzaamheden plaatsvinden buiten de bebouwde kom, op een terrein dat kleiner is dan 2.500 m² en het terrein niet is gelegen binnen 50 m van een beschermd archeologisch monument.
6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1
Aanlegverbod
Het is verboden op of in gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder ontgronden, afgraven, diepploegen en het aanbrengen van leidingen, op een grotere diepte dan 40 cm, behalve indien deze in het kader van onderzoek naar mogelijke archeologische vindplaatsen worden uitgevoerd; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c.
het verlagen of het verhogen van het waterpeil;
d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op een andere wijze voorwerpen in de grond drijven.
6.4.2
Uitzondering
Het onder 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, of; b. een oppervlak beslaan van minder dan 100 m2, of: c.
plaatsvinden binnen de bebouwde kom, op een terrein dat kleiner is dan 1.000 m² en het terrein niet is gelegen binnen 50 meter van een beschermd archeologisch monument, of;
d. plaatsvinden buiten de bebouwde kom, op een terrein dat kleiner is dan 2.500 m² en het terrein niet is gelegen binnen 50 meter van een beschermd archeologisch monument. e. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een reeds verleende vergunning mogen worden uitgevoerd.
78
6.4.3
Afwegingskader
De werken of werkzaamheden als bedoeld onder 6.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien: a. de werken of werkzaamheden plaatsvinden in een evident eerder verstoorde bodem, of; b. op basis van een archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden of mogelijke verstoring van archeologische waarden kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem of verrichten van archeologisch vervolgonderzoek.
6.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat deze bestemming (deels) komt te vervallen, indien als gevolg van archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
79
80
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8
Algemene bouwregels
8.1
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten
8.1.1
Overschrijding voorgeschreven maten
Indien afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
8.1.2
Minimaal toelaatbare maten
In die gevallen dat afstanden tot, bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
8.1.3
Heroprichting van gebouwen
In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 8.1.1 en 8.1.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
81
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik voor een seksinrichting; b. het permanent bewonen van recreatiewoningen, kampeermiddelen en andere onderkomens en gebouwen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn; c.
het gebruik van niet-bebouwde grond als permanente staan- of ligplaats van demonteerbare of verplaatsbare inrichtingen voor de verkoop van etenswaren en/of dranken;
d. het gebruik van niet-bebouwde staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden; e. het gebruik van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen, arken of andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken; f.
het gebruik van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik qua ruimtelijke uitstraling van zeer ondergeschikte betekenis is, of noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden.
Artikel 10 10.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijking
Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van Hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken – met een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. het afwijken van de maatvoering (exclusief percentages) met ten hoogste 15%; b. het oprichten van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, telefooncellen en naar de aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, voor zover deze bouwwerken geen grotere bouwhoogte dan 3,50 m en geen grotere oppervlakte dan 20 m2 hebben; c.
het oprichten van gebouwtjes ten dienste van de verkoop van kranten en tijdschriften, bloemen, ijs, frisdranken en straatconsumpties, voor zover deze bouwwerken geen grotere bouwhoogte dan 3,50 m en geen grotere oppervlakte dan 12 m2 hebben;
82
d. geringe afwijkingen, van de op de verbeelding aangegeven bestemmingsgrenzen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking niet meer dan 2 m bedraagt; e. het oprichten van zend; ontvangst; en/of sirenemasten voor zover deze van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte, gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt van het bouwwerk, niet meer bedraagt dan 15 m voor privégebruik en niet meer dan 40 meter voor gemeenschappelijk gebruik; f.
het oprichten van waterretentiebekkens, met dien verstande dat: 1. de inhoud niet meer bedraagt dan 4000 m3; 2. ingeval van ondergrondse bekkens:
de bovenzijde van de bekkens minimaal 0,50 meter onder het aangrenzende maaiveld blijft;
de putdeksels op maaiveldniveau gelegen zijn.
g. evenementen voor zover de bestemming niet onevenredig wordt aangetast;
10.2
Voorwaarden
10.2.1 Voorwaarden ten aanzien van de situering Het bevoegd gezag kan bij verlening van de omgevingsvergunning voorwaarden stellen ten aanzien van de situering van de in 10.1 bedoelde bouwwerken, teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing van deze bouwwerken ten opzichte van de omgeving te waarborgen.
10.2.2 Geen onevenredige afbreuk aan gebruiksmogelijkheden De in artikel 10.1 genoemde vergunning mag slechts worden verleend indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
83
Artikel 11 11.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van: a. het wijzigen van de voorgeschreven maatvoering voor bouwwerken met ten hoogste 10%; b. een enigszins andere situering en/of begrenzing van de bestemmingsgrenzen, indien bij de uitvoering van het plan mocht blijken dat verschuivingen in verband met de uitvoering van een bouwplan waarvan realisering wenselijk of noodzakelijk wordt geacht; c.
het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven;
d. het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.
84
Artikel 12
Algemene procedureregels
Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels gelden de volgende procedureregels: a. het ontwerpbesluit ligt gedurende tenminste twee weken voor belanghebbenden ter inzage ter gemeentesecretarie; b. burgemeester en wethouders maken de ter inzage legging van het ontwerpbesluit tevoren bekend in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze; c.
de bekendmaking houdt in de bevoegdheid van belanghebbenden tot het schriftelijk indienen van zienswijzen bij burgemeester en wethouders tegen het ontwerpbesluit gedurende de onder a. genoemde termijn;
d. burgemeester en wethouders delen aan hen, die zienswijzen hebben ingediend, de beslissing daaromtrent mede.
Artikel 13 13.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
13.2
Parkeren
13.2.1 Bepaling met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen van gebruik dient de inrichting van elk perceel zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2021, waarbij geldt dat ingeval de Nota Parkeernormen 2021 binnen de planperiode wordt herzien, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
85
13.2.2 Voorwaardelijke verplichting / specifieke gebruiksregel Het gebruik van de gronden conform de in dit bestemmingsplan toegekende bestemming(en) is alleen dan toegestaan indien is voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Er wordt in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid, wanneer wordt voldaan aan de parkeercriteria zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2021, of aan een verleende omgevingsvergunning, waarbij geldt dat: 1. indien functiewijziging of nieuwbouw plaatsvindt op de gronden ná (eventuele) herziening van de Nota Parkeernormen 2021, deze herziening leidend is voor het bepalen van de parkeercriteria; 2. voor bestaand gebruik van de gronden ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan, de parkeercriteria worden gehanteerd conform de verleende (omgevings)vergunning, dan wel conform de verleende vrijstelling of ontheffing. Wanneer voor bestaand gebruik op het moment van aanvang daarvan geen (omgevings)vergunning, vrijstelling of ontheffing was vereist, wordt voldoende parkeergelegenheid geacht aanwezig te zijn.
13.2.3 Afwijken van het benodigd aantal parkeerplaatsen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 13.2.1 en 13.2.2 bepaalde indien anderszins in voldoende parkeergelegenheid is voorzien.
13.3
Nadere eis
Burgemeester en Wethouders kunnen, met het oog op het aspect externe veiligheid, ter beheersing van de blootstelling aan giftige stoffen en uitpandige vluchtroutes, nadere eisen te stellen aan: a. de situering van bouwwerken (gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde); b. de inrichting van terreinen; c.
de bruto vloeroppervlakte (bvo) en de hoogte van gebouwen;
d. de wijze van afsluitbaarheid van mechanische ventilatiesystemen.
86
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 14 14.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwen
14.1.1 Algemeen overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
14.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 14.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 14.1.1 met maximaal 10%.
14.1.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Lid 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
14.2
Overgangsrecht gebruik
14.2.1 Algemeen overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
87
14.2.2 Wijzigen strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
14.2.3 Verboden gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 14.2.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
14.2.4 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Lid 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Eiermijn'.
88
BIJLAGEN BIJ REGELS
Bijlage 1
Bedrijvenlijst kleine economie
Bedrijvenlijst kleine economie
BESTEMMINGSPLAN EIERMIJN | VASTGESTELD
89
90