CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - toelichting bestemmingsplan Buurtzorghuis Donderhof (digitaal ter inzage)

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan Buurtzorghuis Donderhof14.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29

per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt eveneens niet overschreden. Uit de monitoringstool blijkt dat de optredende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied ruim onder de in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2) gestelde grenswaarden liggen. Gesteld kan worden dat ter plaatse van het plangebied vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 4.1.4. Milieuzonering & bedrijvigheid In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tussen kwetsbare of gevoelige objecten, zoals een woning, en bepaalde functies en bedrijven voldoende afstand te worden gehouden. Deze afstand is enerzijds nodig om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het gevoelige object niet aan te tasten, anderzijds is deze afstand nodig om het bedrijf of de functie niet te beperken in de betreffende (bedrijfs)activiteiten. Als uitgangspunt worden de richtafstanden uit publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) genomen. In de VNG-publicatie is voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar een richtafstand gegeven, waarbij de grootste richtafstand leidend is. De VNG maakt onderscheid tussen de omgevingstypen ‘Rustige woonwijk / rustig buitengebied’ en ‘Gemengd gebied’.

Bij het eerste type is er duidelijk sprake van functiescheiding. Bij het tweede is sprake van functiemenging en komen direct naast woningen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en (kleine) bedrijven. In de VNG-publicatie is aangegeven dat wanneer er sprake is van een ‘gemengd gebied’, de richtafstand met één afstandsstap mag worden verminderd. Dat wil zeggen dat een oorspronkelijke richtafstand van 30 meter wordt verminderd naar 10 meter en een oorspronkelijke richtafstand van 10 meter wordt verminderd naar 0 meter. Beoordeling plan In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere niet-woonfuncties. Dit betreffen onder andere de dienstverlenende functies en winkelfuncties (o.a. winkelcentrum Donderberg) aan Kasteel Hornstraat. Ook zijn er maatschappelijke functies aanwezig in de nabijheid van het plangebied. Ten slotte zijn er woningen aanwezig. Vanwege deze situatie is het plangebied aan te duiden als ‘gemengd gebied’. De oorspronkelijke richtafstanden worden daarom verminderd met één afstandsstap. Hierna is ingegaan op de verschillende ruimtelijk relevante niet-woonfuncties in de directe omgeving. Winkelcentrum Donderberg Het winkelcentrum is bestemd met de bestemming ‘Centrum’ t.b.v. de vestiging van detailhandelszaken, dienstverlening, kantoren en horeca tot en met categorie 2. In het winkelcentrum zijn diverse winkels aanwezig. Het betreffen o.a.

twee supermarkten, een bakkerij, een boekenwinkel, een cafetaria en een groentenwinkel. Deze inrichtingen zijn allemaal te categoriseren in de milieucategorie 1. Voor de milieucategorie 1 geldt een

30

richtafstand van 0 meter (na verlaging van één afstandsstap). Gezien deze omstandigheid kan aan de richtafstand worden voldaan. Kasteel Hornstraat 12, 18-24 en 30 Ter plaatse van deze adressen zijn een dienstverlenende bedrijven aanwezig (en toegestaan), zoals een stomerij/kledingreparatie (nr. 12), een kapper (nr. 20) en een telefoonwinkel. Voor dienstverlenende bedrijven geldt de milieucategorie 1 en een richtafstand van 0 meter. Gezien deze omstandigheid kan aan de richtafstand worden voldaan. Kasteel Hornstraat 51 Ter plaatse van dit adres is een apotheek gevestigd (bestemming ‘Centrum’). Voor apotheken en drogisterijen geldt eveneens de milieucategorie 1 en een richtafstand van 0 meter. Gezien deze omstandigheid kan aan de richtafstand worden voldaan. Kasteel Hillenraedtstraat Op dit adres is o.a. een huisarts en fysiotherapeut gevestigd (bestemming ‘Maastschappelijk’). Voor deze maatschappelijke inrichtingen geldt de milieucategorie 1 en een richtafstand van 0 meter. Gezien deze omstandigheid kan aan de richtafstand worden voldaan. Conclusie Zoals uit vorenstaande blijkt wordt aan de richtafstanden voldaan. Het woon- en leefklimaat van het te realiseren woonzorgcomplex wordt niet verstoord door omliggende niet-woonfuncties. Anderzijds worden niet-woonfuncties niet geschaad in de bedrijfsvoering door dit planvoornemen.

Het planvoornemen voorziet dan ook in een goede ruimtelijke ordening. Het aspect bedrijven en milieuzonering is geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.1.5. Milieueffectrapportage Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning) gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage.

Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit

31

of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden (1) of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, (2) of de ontwikkeling in een gevoelig gebied ligt en (3) of er belangrijke milieugevolgen zijn. Beoordeling plan Het planvoornemen voorziet in de toevoeging van een woonzorgcomplex binnen het bestaand stedelijk gebied van de stad Roermond. Deze activiteit is aan te merken als activiteit D 11.2 uit de bijlage van het Besluit m.e.r. Het gaat daarbij om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Een milieueffectrapportage zou verplicht zijn in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

De toevoeging van een woonzorgcomplex met 30 kamers voor cliënten met zorg en 16 appartementen valt ver onder de drempelwaarde van 2.000 woningen en de oppervlakte van het projectgebied blijft ver beneden de 100 hectare. Gelet op bovenstaande is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Deze beoordeling - in de vorm van een aanmeldnotitie - is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit de beoordeling is gebleken dat het project geen belangrijke nadelige gevolgen of effecten heeft op het milieu.

4.2.

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. 4.2.1. Wettelijk kader Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico.

32

Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt in bepaalde gevallen een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De eindafweging (vertaald in een ruimtelijke onderbouwing) kan pas worden gemaakt wanneer advies bij de veiligheidsregio is ingewonnen.

Uitsnede Risicokaart (plangebied blauw omcirkeld)

4.2.2. Beoordeling Risicokaart Het plangebied ligt op circa 770 meter van de A73 en op ruim 1.200 meter van de spoorlijn Roermond-Sittard. Gelet op deze afstanden ligt het plangebied binnen het invloedgebied van de A73 en buiten het invloedgebied van de spoorlijn Roermond-Sittard. Binnen het plangebied zijn de gevolgen van een toxisch scenario nog goed merkbaar. Om de gevolgen van het toxisch scenario te beperken dient de luchtbehandelingsinstallatie voorzien te

33

worden van de mogelijkheid om deze installatie met één druk op de knop uit te schakelen. Gelet op het voorgaande dient aan de omgevingsvergunning een voorschrift verbonden te worden met de volgende tekst: “Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht”. De ventilatieopeningen dienen zoveel mogelijk van de A73 af gericht te worden. Zoals uit vorenstaande uitsnede van de risicokaart blijkt zijn er verder geen risicobronnen van invloed op het planvoornemen. De rode stippellijn staat voor de aanwezigheid van een gasleiding op circa 330 meter afstand van het plangebied. Hiervoor geldt een invloedsgebied van 50 meter. 4.2.3. Gemeentelijk beleid externe veiligheid In het kader van dit bestemmingsplan dient conform de ‘Beleidsvisie externe veiligheid’ van de gemeente Roermond het groepsrisico van de spoorlijn Roermond-Sittard te worden verantwoord. Het plangebied is namelijk gelegen binnen zone IV (> 300 meter t.o.v. de spoorlijn). Het groepsrisico zal niet significant toenemen, vanwege: de afstand tot de plaats van het mogelijk incident, namelijk 1,2 km; de aard van het incident (blootstelling aan toxisch gas); de reeds hoge personendichtheden binnen de gemeente Roermond nabij de grote risicobronnen.

De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door maatregelen te nemen bij de risicobron zijn beschreven in de ‘Beleidsvisie externe veiligheid’. De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is binnen het plangebied geen item, vanwege het gegeven dat de toename van de personendichtheid geen significant effect op het groepsrisico heeft, en vanwege het feit dat kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden bijzonder klein is. Verder liggen er in de directe omgeving van het plangebied geen wegen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. 4.2.4. Advies veiligheidsregio Limburg-Noord De veiligheidsregio Limburg-Noord is om advies gevraagd. Het advies is op d.d. 16 maart 2021 uitgebracht. Doordat de afstand ten opzichte van transportas groter is dan 200 meter en de toename van het groepsrisico zeer beperkt is valt de ontwikkeling binnen het toepassingsgebied van standaard advisering m.b.t. het geroepsrisico. Geadviseerd is om rekening te houden met de navolgende punten: • Wanneer voor ventilatie een installatie nodig is, plaats dan op een makkelijk te bereiken plaats, een noodknop waarmee de installatie uitgezet kan worden zodat er geen ventilatielucht meer van buitenaf wordt ingebracht. De noodknop kan bijvoorbeeld in de meterkast of bij een brandmeldinstallatie worden geplaatst.

34

•

•

Zorg dat de gebruikers en BHV-organisatie (indien aanwezig) op de hoogte zijn van de risico’s van een toxisch incident met gevaarlijke stoffen, het handelingsperspectief: "binnenblijven, ramen en deuren sluiten en mechanische ventilatie uitzetten" en hiernaar wordt gehandeld. Indien gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn voorzien van natuurlijke ventilatie is het advies om naar een ruimte te gaan waar ramen en deuren gesloten kunnen worden en de mechanische ventilatie uitgezet kan worden. Indien sprake is van een BHV-organisatie dan dient het toxisch scenario en handelwijze te worden opgenomen in het bedrijfsnoodplan.

Het complete advies is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. 4.2.5. Conclusie Gelet op het voorgaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3.

Water

4.3.1. Beleid Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. Centraal uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is het streven dat deze ontwikkelingen hydrologisch neutraal moeten zijn. Hiermee wordt bedoeld dat het regenwater het gebied niet sneller mag verlaten dan het geval is voor aanvang van de in het projectgebied voorgenomen ontwikkelingen. Waterschap Limburg is het bevoegd gezag voor het afkoppelen van regenwater. Het beleid van het waterschap is opgenomen in de Keur. De kernpunten uit het beleid van Waterschap Limburg zijn navolgend puntsgewijs vermeld: Meenemen waterbelangen uit de WaterATLAS. In bestaand stedelijk gebied respectievelijk nieuwbouwlocaties wordt gestreefd naar 100% afkoppeling van het verharde oppervlak. Wateropgave oplossen binnen het plangebied. Voorkeursvolgorde waterkwantiteit: hergebruik, vasthouden (infiltratie), bergen, afvoeren. Voorkeursvolgorde waterkwaliteit: schoonhouden, scheiden, zuiveren. Verantwoord afkoppelen (toepassen voorkeurstabel brochure “Regenwater schoon naar beek en bodem”. Infiltratie en bergingsvoorzieningen dimensioneren op een bui intensiteit van T=25 jaar met 35 mm. Een bui intensiteit van T=100 jaar in beschouwing nemen uitgaande van een bui van 45 mm. Rekening houden met hoogteverschillen in de omgeving.

In de nieuwe keur van het Waterschap Limburg is sprake van 100 millimeter regenwaterberging als streefwaarde. Het beleid van de gemeente Roermond ligt vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 20172021:

35

-

Qua bergingseis wordt een bui T=10 gehanteerd (50 millimeter in 24 uur). Deze hoeveelheid moet binnen het plan geborgen en geïnfiltreerd worden. Daarnaast moet nog een doorkijk gegeven worden naar een T=100 die uitgaat van 84 millimeter neerslag in 48 uur tijd. Bij een infiltratiewaarde lager dan 0,5 meter per dag moet een leegloop voorziening ontworpen worden. Regenwater dat valt op het plangebied mag afstromen naar – en niet tot overlast leiden op – belendende percelen. Naast het beleid van waterschap en gemeente is ook het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) van toepassing. De dijken welke rondom de projectlocatie liggen worden mogelijk in de toekomst verhoogd.

Uitsnede Legger waterschap Limburg (plangebied rood omlijnd)

In het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen kunstwerken, waterkeringen, oppervlaktewateren of zoneringen aanwezig conform de Legger van Waterschap Limburg. 4.3.2. Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd via een nog aan te leggen afvoer aan het gemeentelijk rioolsysteem. 4.3.3. Hemelwater In de huidige situatie is het perceel (3.870 m²) gedeeltelijk verhard en gedeeltelijk onverhard. Het gaat om circa 2.000 m² verharding in de vorm van asfalt. Er wordt een gebouw gerealiseerd met een footprint van circa 1.300 m². Overige verhardingen, zoals parkeerterrein en paden hebben een oppervlakte van circa 800 m².

36

Per saldo zal het totale verharde oppervlakte dus toenemen met circa 100 m². Conform artikel 4.2, onder b van de Keur is het verboden om zonder vergunning van het bestuur in overig gebied meer dan 5.000 m² verhard oppervlak aan te brengen. Het bouwplan blijft ruim onder 5.000 m², waardoor geconcludeerd wordt dat er geen vergunning voor het aanbrengen van verhardingen is benodigd. Een uitgebreide watertoets is dan ook niet benodigd voor onderhavig plan. Desalniettemin wordt het hemelwater op eigen terrein afgekoppeld, en daarna ofwel opgevangen, vastgehouden of geïnfiltreerd. Het toekomstige parkeerterrein en/of de tuinen zijn de aangewezen locaties waar deze voorziening wordt gerealiseerd. De technische aspecten worden in een later stadium uitgewerkt. Bij de realisatie van dit plan zal geen gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen zoals lood, koper en zink. Dit om verontreiniging van het af te koppelen water te voorkomen.

4.4.

Archeologie

4.4.1. Wet op de archeologische monumentenzorg Sinds 2007 kent Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, gewijzigde Monumentenwet 1988). Per 1 juli 2016 zijn de bepalingen van de Wamz 2007 gedeeltelijk overgegaan in de Erfgoedwet. Op basis van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Verder stelt de Wamz dat gemeenten archeologieparagrafen moeten opnemen in bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen dienen op te nemen op de verbeelding en deze moeten beschermen middels regels. De zorg voor het bodemarchief is door deze wet bij gemeenten komen te liggen. Gemeente Roermond heeft haar erfgoedbeleid vastgelegd in de Erfgoedverordening 2018. 4.4.2. Erfgoedverordening 2018 In de erfgoedverordening worden regels gesteld voor de uitvoering van het monumenten- en archeologiebeleid. In de verordening is zijn de volgende zaken opgenomen: - Hoe de aanwijzing tot gemeentelijk monument in zijn werk gaat. - Subsidiemogelijkheden. - Voor welke ingrepen een vergunning vereist is. - Archeologische verplichtingen. - Mogelijkheden voor vrijstelling van archeologisch onderzoek.

37

Uitsnede Beleidskaart archeologie Roermond

4.4.3. Archeologische beleidskaart gemeente Roermond Op de Beleidskaart archeologie van gemeente Roermond is te zien dat voor het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt. In de Erfgoedverordening 2018 zijn de regels voor dergelijke gebieden vastgesteld. Uit artikel 39, lid 2 blijkt dat voorafgaande aan grondwerkzaamheden binnen de op de bij deze verordening behorende Beleidskaart archeologie als gebied met hoge archeologische verwachting aangeduide gebieden een archeologisch vooronderzoek dient plaats te vinden. Dit geldt niet wanneer de grondwerkzaamheden plaatsvinden binnen de bebouwde kom én het plangebied kleiner is dan 1.000 m² of wanneer de grondwerkzaamheden plaatsvinden buiten de bebouwde kom én het plangebied kleiner is dan 2.500 m². Omdat niet aan vorenstaande voorwaarden kan worden voldaan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een bureau- en veldonderzoek. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hierna volgen de belangrijkste resultaten. 4.4.4. Archeologisch bureau- en veldonderzoek Bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek zouden in het plangebied radebrikgronden voorkomen die zich hebben gevormd in de zavels en kleien (Formatie van Beegden) van het dalvlakteterras dat zich heeft gevormd in het allerød.

In de omgeving van het plangebied zijn verschillende vondsten uit de Romeinse tijd tot en met de nieuwe tijd aangetroffen. Op basis van historische kaarten blijkt dat het plangebied tot 1970 dienst deed als akker. Tussen 1979 en 1990 heeft er in het oostelijke deel van het plangebied een gebouw gestaan. De huidige parkeerplaats is aangelegd in 2018. Veldonderzoek Op basis van het veldonderzoek blijkt dat in het plangebied rivierduinafzettingen aanwezig zijn die zijn afgezet tijdens het jonge dryas. Op basis van de boorresultaten lijkt het aannemelijk dat in het plangebied van oorsprong horstpodzolen voorkwamen. Slechts in één boring is nog een restant van een horstpodzol waargenomen. Aangezien horstpodzolen vaak een dikke B-horizont

38

hebben, moet de bodem in het plangebied behoorlijk afgetopt zijn. Mogelijk is de top van de rivierduin bij de aanleg van de wijk geëgaliseerd. Derhalve worden geen intacte archeologische vindplaatsen meer verwacht. Advies Geadviseerd is het plangebied geheel vrij te geven. De gemeente Roermond heeft aangegeven hier in mee te gaan. Het planvoornemen conform dit bestemmingsplan is uitvoerbaar. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ blijft gehandhaafd om eventueel dieper gelegen bodemarchief te (blijven) beschermen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

4.5.

Cultuurhistorie

Cultuurhistorische waarden kunnen betrekking hebben op bebouwde cultuurhistorie (monumenten), cultuurhistorische landschappen en archeologische waarden van een gebied.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg (plangebied in rode cirkel)

Uit de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Limburg blijkt dat er geen cultuurhistorische elementen aanwezig zijn binnen of in de directe nabijheid van het plangebied. In de omgeving is een kruis gekarteerd. Het bouwplan zal niet zorgen voor aantasting van de in de omgeving aanwezige cultuurhistorische waarden. Het aspect cultuurhistorie levert dan ook geen belemmeringen op voor het planvoornemen.

39

4.6.

Natuur

4.6.1. Algemeen Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Met ingang van 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wnb staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Voorafgaand is een quickscan uitgevoerd om te bepalen of de wijzigingen binnen het projectgebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving. Deze quickscan, uitgevoerd door Tritium Advies, is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies. 4.6.2. Gebiedsbescherming Op de navolgende afbeelding zijn de natuurgebieden rondom het plangebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het plangebied niet in een beschermd natuurgebied ligt. Dichtstbijzijnd Natura 2000-gebied - Het Roerdal - is gelegen op 1,2 km ten zuidwesten van het plangebied.

Dichtstbijzijnd Bronsgroene landschapszone is gesitueerd op circa 810 meter ten zuidoosten van het plangebied.

Kaart natuurgebieden rondom rood aangeduid plangebied

40

Gelet op de aard en omvang van dit project, waarbij een woorzorgcomplex wordt gerealiseerd in een bestaande woonbuurt in stedelijk gebied, zijn als gevolg van dit project geen significant negatieve effecten te verwachten ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland gebied of het Natura 2000-gebied. Met een stikstofdepositieberekening met de laatste versie van AERIUS is aangetoond dat geen sprake is van stikstofdepositie op het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Meinweg. De rapportage van deze berekening is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. 4.6.3. Soortenbescherming Er is in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen.

Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op deze wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels. Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft.

Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren.

41

Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. De oostelijke gevel van de woning aan de Kasteel Hillenraedtstraat 121 is geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Er wordt geadviseerd om tijdens de bouw geen bouwlampen op deze gevel te richten. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van de tuinen van omliggende woningen, plantsoenen en de met bomen omringde “Maasnielderbeek”. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft.

Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen. 4.6.4. Zorgplicht Voor alle soorten en gebieden geldt de algemene zorgplicht. De zorgplicht is als een open norm geformuleerd in het eerste lid van artikel 1.11 Wet natuurbescherming. In het tweede lid wordt de zorgplicht geconcretiseerd door te bepalen dat de zorgplicht in elk geval inhoudt dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: 1. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, 2. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of 3. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 4.6.5. Conclusie In navolgende punten wordt de eindconclusie weergegeven:

42

•

•

• • • •

de omschreven werkwijzen in de quickscan met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, wordt aanbevolen de voorgenomen bouwwerkzaamheden overdag uit te voeren. Daarnaast wordt er geadviseerd geen bouwlampen op de oostelijke gevel van de woning aan de Kasteel Hillenraedtstraat 121 te richten; nader onderzoek naar soorten is niet noodzakelijk; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft; na een stikstofdepositie onderzoek is gebleken dat dit project geen stikstofdepositie veroorzaakt op Natura 2000-gebieden; een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten en gebieden) is niet noodzakelijk.

4.7.

Verkeer en infrastructuur

4.7.1. Algemeen De Nota Parkeernormen 2014 is op 4 november 2014 door het college van B&W vastgesteld. Doel van deze nota is om voldoende parkeerplaatsen op de juiste locaties in de stad te realiseren. Het parkeerbeleid van de gemeente Roermond vormt zowel een volgend als een sturend beleid. Met een sturend beleid wil de gemeente het selectief gebruik van de auto bevorderen. Dit wordt toegepast op de functies werken, winkelen en recreëren. Naar verwachting wordt in 2021 een nieuwe Nota Parkeernormen vastgesteld. Omdat naar verwachting de omgevingsvergunning voor de bouw van dit project moet worden getoetst aan dit nieuwe beleid wordt in 4.7.2. het planvoornemen aan de nieuwe normen. De gemeente stelt met haar nieuwe parkeernota een actuele parkeernormensystematiek vast waarin parkeren bij in-, uitbreidingen en functieverandering duidelijk is vastgelegd, gekoppeld aan de regelgeving van de Wet ruimtelijke ordening. Uitgangspunt is om binnen de bandbreedtes van de nieuwste parkeerkencijfers van CROW te zoeken naar de best passende parkeernorm voor Roermond. Mogelijkheden om bij nieuwe functies bezoekers op te nemen in de bestaande parkeervoorzieningen moeten worden onderzocht.

Bij het opstellen van bestemmingsplannen en de bouwverordening worden parkeernormen gehanteerd als norm voor het minimum aantal te realiseren parkeerplaatsen voor een gebouw of functie binnen een plangebied. Daarbij gaat het om nieuw te realiseren functies of uitbreidingen; bij bestaand gebruik blijft de parkeernorm gehandhaafd die bij het vaststellen van het oorspronkelijke bestemmingsplan is vastgesteld. De parkeerbehoefte is afhankelijk van de locatie van de voorziening en van het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoersbewijzen is er een onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en de zone waarin de voorziening gelegen is. In Roermond worden drie zones onderscheiden: • Centrum; • Schil;

43

•

Rest van de bebouwde kom en buitengebied.

Situatietekening (27 parkeerplaatsen op het parkeerterrein, 6 parkeerplaatsen aan de Kasteel Hornstraat)

4.7.2. Beoordeling plan Aan het nieuwe parkeerbeleid van de gemeente Roermond zullen de parkeerkencijfers zoals opgenomen in de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ ten grondslag worden gelegd. Omdat naar verwachting deze nota in 2021 wordt vastgesteld zijn deze ook gehanteerd bij de bepaling van de parkeerbehoefte van onderhavig plan. De berekening van het aantal parkeerplaatsen is in de bijlage van deze toelichting toegevoegd. Op basis van de functies Wonen en Sociaal Medisch / Ziekenhuis en rekening houdend met de aanwezigheidspercentages zijn volgens de parkeernota in totaal 33 parkeerplaatsen benodigd. Dit is inclusief het aandeel bezoekers parkeren. Op het binnenterrein worden 27 parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de Kasteel Hornstraat worden de overige langsparkeerplaatsen gerealiseerd (minimaal 6). Hiermee wordt voldaan aan de normatieve parkeerbehoefte van 33 parkeerplaatsen.

4.8.

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het projectgebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden aanwezig. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de verdere planvorming.

44

Hoofdstuk 5. 5.1.

Juridische opzet

Planvorm

Het bestemmingsplan ‘Buurtzorghuis Donderhof’ is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting. Onderhavig document vormt de toelichting bij het bestemmingsplan ‘Buurtzorghuis Donderhof’. Dit bestemmingsplan heeft een uniek en eigen identificatienummer, namelijk NL.IMRO.0957.BP00000313-VG01.

5.2.

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

5.3.

Toelichting op de regels

5.3.1. Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Artikel 1 bevat een uitleg van de begrippen die in de planregels voorkomen. Artikel 2 bepaalt de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Door het geven van begripsomschrijvingen en aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid verkleind en daardoor de duidelijkheid en rechtszekerheid vergroot. 5.3.2. Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Artikel 4 Maatschappelijk De bestemming Maatschappelijk is opgenomen voor de realisatie van zowel reguliere woningen (in dit geval 16 appartementen in de sociale huur) en kamers voor cliënten met geïndiceerde zorg. Daarnaast komen er gemeenschappelijke ruimten in het gebouw t.b.v. het verlenen van zorg. Omdat de maatschappelijke functie de overwegende functie is in vergelijking met de woonfunctie is ervoor gekozen de bestemming Maatschappelijk toe te passen.

45

In de bestemming zijn regels opgenomen t.b.v. het bouwen en het gebruiken. Voor de bebouwing geldt dat hoofdgebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd. Bijgebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen buiten het bouwvlak worden opgericht. In de bouwregels is voor bepaald welke vereisten er zijn. Artikel 4 Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Na archeologisch onderzoek is gebleken dat het bouwplan conform dit bestemmingsplan kan worden gerealiseerd (zie ook paragraaf 4.4). 5.3.3. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels. 5.3.4. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan. In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.

46

Hoofdstuk 6. 6.1.

Uitvoerbaarheid

Inleiding

Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.2.

Economische haalbaarheid

6.2.1. Kostenverhaal Het exploitatieplan biedt de grondslag voor het publiekrechtelijk kostenverhaal. In artikel 6.12 lid 1 en 2 van de Wro is bepaald in welke situatie een exploitatieplan moet worden gemaakt. In artikel 6.2.1 Bro zijn de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Een exploitatieplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het ruimtelijk plan - in dit geval een bestemmingsplan - of besluit waarop het betrekking heeft. In de Wro en het Bro is tevens bepaald in welke gevallen kan worden afgezien van het van het vaststellen van een exploitatieplan. 6.2.2. Anterieure overeenkomst De gemeenteraad kan besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen indien er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f Bro, of indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Tussen de gemeente Roermond en initiatiefnemer (Wonen Limburg) wordt een grondexploitatieovereenkomst gesloten. Door middel van deze anterieure overeenkomst is het kostenverhaal (anderszins) verzekerd. Het plan is derhalve economisch uitvoerbaar en een exploitatieplan is niet noodzakelijk. 6.2.3.

Planschade Op grond van artikel 6.1 Wro kennen burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden ten gevolge van onder meer een wijziging van het bestemmingsplan, op aanvraag een tegemoetkoming in die schade toe. Daarbij geldt dat het moet gaan om schade die redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en die niet reeds voldoende anderszins is verzekerd. Degenen die schade lijden door planologische wijzigingen krijgen de schade slechts vergoed voor zover deze niet binnen het normaal maatschappelijk risico valt. De schade die minder bedraagt dan 2% van de waarde van de onroerende zaak of het inkomen van de aanvrager voorafgaand aan de planologische wijzigingen blijft in ieder geval voor rekening van de aanvrager. Deze forfaitregeling geldt niet voor schade in de vorm van waardevermindering indien de planologische wijziging ziet op het eigen perceel van de benadeelde, de zogenaamde 'directe' planschade.

47

Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een woonzorgcomplex op de onbebouwde locatie. De afwenteling van eventuele planschade als gevolg van deze ruimtelijke ontwikkeling maakt deel uit van de anterieure overeenkomst.

6.3.

Maatschappelijke haalbaarheid

6.3.1. Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro Op grond van artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht juncto artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is overleg nodig met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het project in het geding zijn. Het bestemmingsplan is in het kader van het bestuurlijk vooroverleg aangeboden aan de Provincie Limburg en de Veiligheidsregio. Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor de provincie geen reden gegeven tot het maken van opmerkingen. Het advies van de veiligheidsregio is als bijlage bij de toelichting opgenomen. 6.3.2. Samenspraak Op maandag 14 september 2020 vond een informatiebijeenkomst plaats die was georganiseerd door de zorgondernemers in samenspraak met Proteion en Wonen Limburg. Voor de bijeenkomst zijn omwonenden uitgenodigd door de zorgondernemer. De zorgondernemers zijn lokaal verankerd in de wijk. De bijeenkomst is op basis van inloop tussen 18.00-19.30uur gehouden. De bezoekers werden geïnformeerd over het beoogde zorgconcept, de doelgroepen en het ontwerp van het te realiseren gebouw, de verdere aanpak en planning. De teruggekoppelde reacties van bezoekers naar de zorgondernemers, Proteion en Wonen Limburg waren positief over de beoogde ontwikkeling.

Tevens hadden bezoekers vragen over de verdere uitwerking van de ontwikkeling. Vragen die in een volgende fase van de ontwikkeling beantwoord kunnen worden. Op maandag 1 maart 2021 vond een digitale informatiebijeenkomst plaats die was georganiseerd door Wonen Limburg in samenspraak met de zorgondernemers. Voor de bijeenkomsten zijn omwonenden uitgenodigd middels een huis-aan-huisbrief door Wonen Limburg en de zorgonderneemsters. Tevens is via de digitale media kanalen de bijeenkomst aangekondigd op basis waarvan diverse personen zich hebben aangemeld. De bijeenkomst is digitaal georganiseerd in verband met de RIVM richtlijnen in relatie tot COVID-19. De bijeenkomst heeft plaatsgevonden tussen 19.00-20.00uur. Na een introductie door de verantwoordelijke wethouder van de gemeente Roermond werden de deelnemers geïnformeerd over de stand van zaken van het plan vanuit Wonen Limburg en de zorgonderneemsters. Tevens heeft de architect het Voorlopig Ontwerp gepresenteerd en een toelichting gegeven. De reacties tijdens de bijeenkomst waren positief over de beoogde ontwikkeling. Veelal waren reacties en vragen gerelateerd over het in gebruik zijn van het project, zoals mogelijke samenwerkingen in de buurt. Daarnaast was een enkele reactie over de raakvlakken van het project met de omgeving.

48

6.3.3. Zienswijzeprocedure Het bevoegd gezag plaatst de kennisgeving van het ontwerpbesluit in de Staatscourant en een huis-aan-huis-blad. Iedereen kan zienswijzen op het ontwerpbesluit indienen (art. 3.12 lid 5 Wabo). Het ontwerpbestemmingsplan heeft van woensdag 24 maart 2021 tot en met dinsdag 4 mei 2021 ter inzage gelegen, na voorafgaande publicatie op 26 november 2019 in de Staatscourant, en het Elektronisch Gemeenteblad. Er zijn geen zienswijzen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan ingediend.

49

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1. Bijlage 2. Bijlage 3. Bijlage 4. Bijlage 5. Bijlage 6. Bijlage 7. Bijlage 8. Bijlage 9.

Verkennend bodemonderzoek Geonius Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Tritium Advies Advies waterberging Geonius Archeologisch bureau- en veldonderzoek RAAP Stikstofdepositie berekening Tritium Advies Quickscan flora & fauna Tritium Advies Berekening aantal parkeerplaatsen Gemeente Roermond Vormvrije m.e.r.-beoordeling Plan ROS Advies veiligheidsregio Limburg-Noord VLRN

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=f72beb30-d654-41d4-8ad5-7b72bc9db3a7