Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing (digitaal ter inzage)
Tekst van het document
Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten Gemeente Roermond <Status>
colofon
titel rapport Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten datum 19 augustus 2021 projectnummer P03955 opdrachtgever Amvest BRO Projectleider HLe Projectteam JvG bron Kaft BRO
BRO Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl www.bro.nl
4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Cultuurhistorie Leidingen en infrastructuur Ecologie Verkeer en parkeren Waterhuishouding
24 24 24 27 28
5
Afweging belangen 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
30 30 30
6
Procedure, overleg en planstukken
31
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Opbouw ruimtelijke motivatie
3 3 4
2
Gebiedsprofiel en Besluitprofiel 2.1 Planopzet 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
5 5 5 6
3
Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking
3.2 Provinciaal beleid
9 11 12
3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021
3.4 Gemeentelijk beleid
13
16
3.4.3 Overige beleidsnota gemeente Roermond
16
Programma van eisen
Bijlage 2
Aerius-berekening
Bijlage 3
Verbeelding
19
3.5 Afweging beleidskader
20
Onderzoek 4.1 Milieuhygiënische aspecten
21 21
4.1.1 Bodem
21
4.1.2 Geluid
21
4.1.3 Luchtkwaliteit
21
4.1.4 Externe veiligheid
22
donderdag 19 augustus 2021
Bijlage 1
15
3.4.2 Strategische visie Roermond 2020
4.2 Archeologie
31
15 15
4.1.5 Milieuzonering
31
6.3 Planstukken
15
3.4.1 Toekomstvisie Roermond 2030
3.4.4 Vigerend bestemmingsplan
6.2 Overleg
11
3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 3.2.3 Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
31
8
3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan 2014
3.3 Regionaal beleid
4
8 8
6.1 Procedure
23
24
2
1 Inleiding Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
1
Inleiding
1.1
Inleiding
Het voornemen bestaat om een kleinschalige woonvoorziening van 20 appartementen te realiseren die zorg en wonen biedt aan 20 tot 22 mensen (ouderen) met dementie, alsmede een wooneenheid voor het zorg(echt)paar. Dit huis zal ‘het Gastenhuis’ komen te heten. Het besluitgebied is gelegen op de hoek Prinsensteerten en de Hazensteerten in de nieuwbouwlocatie Oolder Veste in de kern Herten (gemeente Roermond). De ontwikkeling voorziet in volledige nieuwbouw van een momenteel braakliggend terrein. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan, omdat het toevoegen van dergelijke woonvoorzieningen niet is toegestaan. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend waarmee tevens is verzocht medewerking te verlenen aan een afwijking van het bestemmingsplan. Omdat deze ontwikkeling voorziet in volledige nieuwbouw, is toepassing van de reguliere procedure (kruimelgevallenregeling) niet haalbaar. Door middel van een uitgebreide omgevingsvergunningsprocedure voor het afwijken van het bestemmingsplan onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 2.11, eerste lid, onder a, onder 3°) kan medewerking aan onderhavig planvoornemen worden verleend.
donderdag 19 augustus 2021
Globale ligging besluitgebied op topografische kaart (in het rode kader)
3
1 Inleiding Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
Een voorwaarde daarbij is dat middels een goede ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat het initiatief van een goede ruimtelijke ordening getuigt. In dat kader is onderhavige ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
1.2
Opbouw ruimtelijke motivatie
Deze ruimtelijke motivatie is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 worden het gebiedsprofiel en het besluitprofiel beschreven. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 beknopt het vigerend beleid aan de orde. In hoofdstuk 4 komt de toetsing aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten aan bod. Hoofdstuk 5 beschrijft de belangenafweging. Tot slot beschrijft hoofdstuk 6 de procedure.
donderdag 19 augustus 2021
4
2 Gebiedsprofiel en Besluitprofiel Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
2
Gebiedsprofiel en Besluitprofiel
2.1
Planopzet
In de huidige situatie is er in het besluitgebied sprake van een braakliggend terrein. Het besluitgebied is onderdeel van een bredere gebiedsontwikkeling in de nieuwbouwlocatie Oolder Veste in de kern Herten en bestaat uit een perceel (ged.), kadastraal bekend als gemeente Roermond, sectie B, nummer 2807. De oppervlakte van het besluitgebied bedraagt circa 2000 m2. Het besluitgebied is gelegen ten zuiden van de kern Roermond aan de oostzijde van de kern Herten en maakt onderdeel uit van de nieuwbouwlocatie Oolder Veste. In deze uitleglocatie zijn voornamelijk nieuwbouwwoningen gerealiseerd. De beoogde kleinschalige woonvoorziening met zorg is dan ook gelegen in een rustige omgeving met voornamelijk burgerwoningen eromheen. Het besluitgebied wordt ontsloten door de Oolderweg, die aansluiting heeft op de Rijksweg. Via de Rijksweg is er een directe aansluiting op de A73 en in noordelijke richting het centrum van Roermond. Ten westen van het plangebied ligt de recreatieplas ‘de Oolderplas’.
2.2
Toekomstige situatie
In het voorliggende geval is er sprake van de volledige herontwikkeling van een momenteel braakliggend terrein. De ontwikkeling maakt deel uit van een grotere gebiedsontwikkeling ‘Oolder Veste.’ Er is sprake van de realisatie van een kleinschalige woonvoorziening ‘Het Gastenhuis’ die zorg en wonen biedt aan ongeveer 20 tot 22 mensen met dementie, met een WIz-indicatie.
donderdag 19 augustus 2021
Gevelaanzichten of impressie – ontwerp B+O Architecten Amsterdam
Het Gastenhuis is een nieuwe kleinschalige zorgformule voor mensen met dementie. De formule is opgebouwd rondom de (veranderde) behoeften van mensen met dementie, los van de bestaande zorgstructuren. De visie van Het Gastenhuis is dat mensen met dementie er bij gebaat zijn zoveel mogelijk in hun eigen omgeving te blijven en hun eigen levensritme voort te zetten. Het ideale Gastenhuis maakt onderdeel uit van een gebiedskern. Het voelt toegankelijk en gewoon, en biedt een kleinschalige en huiselijke woonomgeving. Het is niet alleen een plek waar mensen wonen, maar ook een plek waar mensen uit de omgeving samenkomen. Elk Gastenhuis wordt geleid door een zorg(echt)paar. Zij zijn volledig verantwoordelijk voor hun eigen vestiging. Daarnaast biedt Het
Gastenhuis ook ruimte voor dagactiviteiten voor mensen met dementie. Meer concreet zijn de wooneenheden (financieel) toegankelijk voor een brede doelgroep en bieden deze werkgelegenheid voor 20-25 mensen. Naast permanente bewoning wordt ook dagopvang mogelijk gemaakt. Daarin worden twee woonkamers beoogd, een voor de permanente bewoners en een sociëteitsruimte Deze sociëteitsruimte fungeert als gezamenlijke ruimte (intern), bijvoorbeeld voor bijeenkomsten en andere gelegenheden. Tevens fungeert deze ruimte als ontmoetingsplek voor ouderen met dementie uit te (nabije) omgeving.
5
2 Gebiedsprofiel en Besluitprofiel Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
De nieuwbouw betreft een gebouw bestaande uit twee bouwlagen met een kap. Op de begane grond bevinden zich gemeenschappelijke ruimten, te weten een gemeenschappelijke woonkamer, sociëteitsruimte, verzorgingsruimte en gemeenschappelijke toiletten. Daarnaast bevinden er zich eveneens een wasruimte, kantoorruimte en het woonhuis van het zorg(echt)paar. Op de eerste en tweede verdieping bevinden zich 18 appartementen van ieder 35 m 2 gebruiksvloeroppervlak (GBO), en 2 grote appartementen voor echtparen van 50 m2 GBO. De totale bruto vloeroppervlakte van het gastenhuis bedraagt circa 1.475 m2. De dienstwoning voor het zorgechtpaar heeft een bruto vloeroppervlakte van circa 140 m2. Daarnaast wordt een buitenberging voor het gastenhuis en een buitenberging ten behoeve van de dienstwoning gerealiseerd. Het programma van eisen is als bijlage 1 aan deze toelichting toegevoegd Op het terrein wordt verder een terras gerealiseerd bij de woonkamer en sociëteitsruimte. Het plan voorziet in de aanleg van 10 parkeerplaatsen. De rest van het perceel zal, behoudens de looppaden, als tuin worden ingericht. Op figuur 2 is een impressie van de beoogde situatie weergegeven.
2.3
Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
In het kader van onderhavig initiatief worden de gronden geheel herontwikkeld. Aangezien er reeds woningen rondom de locatie aanwezig zijn en de locatie gelegen is binnen een bestaand woongebied, passen de nieuw te bouwen woningen functioneel in de omgeving. In het stedenbouwkundig plan van Oolder Veste is rekening gehouden met ruimte voor een grote villa met eventueel een andere functie dan wonen.
donderdag 19 augustus 2021
Situering woonzorgvoorziening – ontwerp B+O Architecten Amsterdam
6
2 Gebiedsprofiel en Besluitprofiel Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
De onderhavige woonvoorziening zoekt qua volume met name aansluiting op de ruime Bos- en Lommerkavels direct ten oosten van het park. Het Gastenhuis zorgt als het ware voor een markering of een beëindiging van de royale kavels. Daarbij komt dat de aanwezigheid van het park, en de ruimtelijkheid die dat met zich meebrengt, ervoor zorgt dat een groter volume inpasbaar is. Het onderhavige bouwplan voorziet in de realisering van twee bouwlagen en kap en het bouwvolume is daarmee passend binnen de omgeving. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is er kortom geen sprake van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkundige effecten op de korte als op (middel)lange termijn. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.
donderdag 19 augustus 2021
7
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9 dat betrekking heeft op Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel;
donderdag 19 augustus 2021
Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering;
11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie.
8
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is
delijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro be-
op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober
paald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein
2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden.
of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woning-
In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging
bouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de juris-
vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking
prudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke
van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De on-
ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1
derwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Ruimtereservering parallelle Kaag baan, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Conclusie Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de realisatie van het initiatief. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe ste-
Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking locatie De beoogde ontwikkeling op de hoek van de Prinsensteerten en de Hazensteerten in de kern Herten omvat de toevoeging van 20 appartementen voor mensen met dementie, en een wooneenheid voor het zorg(echt)paar. Gelet op de bestaande jurisprudentie, uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 20172, is bij het toevoegen van twaalf of meer woningen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Dit betekent dat artikel 3.1.6, lid 2 Bro van toepassing is en dat
in beginsel getoetst moet worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In dit geval is woningbouw op deze locatie reeds voorzien in het thans vigerende bestemmingsplan ‘Oolder Veste’, namelijk in totaal 38 woningen binnen het gedeelte dat bestemd is als ‘Woongebied 4’.
Figuur 1: Woongebied 4 (opgelicht)
Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor de bouw van woningen en/of voorzieningen in de vorm van openbare, sociale, culturele, medische, onderwijs- en sportdoeleinden. Het bestemmingsplan voorziet in woningbouw ter plaatse en er is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Omdat sprake is van een ander woonvorm dan in het bestemmingsplan is voorzien wordt volledigheidshalve hierna de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte kort toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied?
11
2
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Uitspraak 201608869/1/R3, ECLI:NL:RVS:2017:1724, 28 juni 2017
donderdag 19 augustus 2021
9
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
Kwantitatieve behoefte De woningbouwontwikkeling Oolder Veste is opgenomen in de planlijst van de gemeente Roermond. Binnen het besluitgebied is woningbouw toegestaan, maar dan in de vorm van reguliere woningen. Bij deze ontwikkeling is sprake van woningen met een zorgcomponent, hetgeen niet voorzien is binnen de plancapaciteit van Roermond. Er is echter wel een kwantitatieve behoefte aan zorgwoningen. Meer algemeen volgt uit de onderhavige Structuurvisie dat het aantal ouderenhuishoudens (65+) in Midden-Limburg, thans 33.600 bedraagt en zal toenemen met 10.500 huishoudens. Met name het aantal zelfstandig wonende 75-plussers neemt toe. Een flink deel van de ouderen geeft aan zo lang mogelijk zelfstandig te willen blijven wonen in hun woning (36%). De verhuisgeneigde ouderen willen het liefst naar een huurwoning, een appartement met lift of een grondgebonden seniorenwoning. Verder geven ruim 5.090 ouderenhuishoudens aan op niemand te kunnen rekenen voor mantelzorg. Voor alle gemeenten geldt in de periode 2018 tot en met 2029 een afname van het aantal jongere huishouden en de huishoudens uit de middengroep en een toename van het aantal oudere huishoudens. Ook hier zijn er duidelijke verschillen tussen de stedelijke gemeenten Roermond en Weert en Nederweert en de landelijke gemeenten Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Echt-Susteren.
De afname van het aantal jongere huishoudens is in de stedelijke gemeenten Roermond en Weert duidelijk lager dan in de overige gemeenten. Hetzelfde geldt voor het aantal huishoudens uit de middengroep. De toename van het aantal oudere huishoudens is in alle gemeenten ongeveer gelijk met een iets hogere toename in Leudal, Nederweert en Roermond.
donderdag 19 augustus 2021
Hieruit volgt dat het aantal ouderenhuishoudens in Roermond zal toenemen. Vanuit het aspect welzijn heeft de gemeente geconstateerd dat uit de cijfers ten aanzien van de demografische ontwikkeling in Roermond volgt dat het aantal ouderen in het algemeen en het aantal ouderen met dementie in het bijzonder de aankomende jaren (substantieel) zal toenemen. De verwachting is dan ook dat er meer vraag zal komen naar voorzieningen voor ouderen met dementie. Het onderhavige initiatief richt zich primair op zorg in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Deze zorg valt niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het VGZ zorgkantoor in onze regio, die verantwoordelijk is voor de inkoop van Wlz-zorg, onderschrijft de behoefte aan intramurale voorzieningen voor ouderen met dementie. Het onderhavige plan voorziet in de realisering van 20 appartementen voor ouderen met dementie en een wooneenheid voor het zorg(echt)paar, op een momenteel braakliggend terrein. Het besluitgebied is gelegen in de nieuwbouwlocatie Oolder Veste nabij de kern Herten. De onderhavige planlocatie is gelegen in Ool/Herten en betreft de ontwikkeling Oolder Veste. De woningbouwontwikkeling Oolder Veste is opgenomen in de planlijst van de gemeente Roermond. Het betreft een totaal van 285 woningen.
Meer specifiek is binnen deze totaalontwikkeling geen plancapaciteit opgenomen voor woningen met een zorgcomponent. Binnen het ter plaatse vigerende bestemmingsplan ‘Oolder Veste’ zijn binnen de bestemming ‘Woongebied – 4’ 38 woningen toegestaan en specifiek voor de onderhavige locatie is een wijzigingsbevoegdheid binnen de gebiedsaanduiding
‘wro-zone – wijzigingsbevoegdheid 3’ opgenomen ten behoeve van de bouw van woningen en/of voorzieningen in de vorm van openbare, sociale, culturele, medische, onderwijsen sportdoeleinden. De onderhavige voorziening heeft een maatschappelijke functie en past in die zin binnen de ‘doeleindenomschrijving’ van deze wijzigingsbevoegdheid. Er is dus kortom voorzien in een andere vorm van wonen dan de in het bestemmingsplan toegestane vrijstaande reguliere woningen. Voor een nadere beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar paragraaf 3.4.3 van deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de Kwaliteitsenvelop voor de gemeente Roermond, opgenomen in onderhavige Structuurvisie, volgt tenslotte ook dat in heel Roermond behoefte is aan appartementen met lift. Hiermee kan invulling worden gegeven aan de woonbehoefte van een toenemend aantal ouderen. Kwalitatieve behoefte De onderhavige ontwikkeling richt zich op ouderen met dementie en geeft daarmee invulling aan een toenemende vraag. Het aanbod van dit soort voorzieningen in Roermond is beperkt en in dit gedeelte van Roermond zelfs niet aanwezig. De locatie is gelegen op loopafstand van de eerste levensbehoeften en daarnaast gelegen in een aantrekkelijk woonklimaat door de ligging in de nabijheid van de Maas, de ruime opzet van de wijk, de groene buurt en de kwaliteit van de omliggende bebouwing.
Dit maakt het een prettige woonomgeving voor ouderen. Bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing van de Ladder is het daarnaast relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten bestaand stedelijk gebied.
10
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
De onderhavige planlocatie is gelegen midden in de uitleglocatie Oolder Veste, in de kern Herten. Het betreft hier dus uiteindelijk een ontwikkeling in (bestaand) stedelijk gebied, waardoor wordt aangesloten bij het principe van ‘zorgvuldig ruimtegebruik.’
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciaal Omgevingsplan 2014
Op 12 december 2014 is het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) vastgesteld. Het POL2014 richt zich op de vraag wat er nodig is om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in Limburg te verbeteren. Samen met de inspanningen op andere terreinen moet dat leiden tot een leef- en vestigingsklimaat van een voortreffelijke kwaliteit. In het POL2014 worden de ambities, opgaven en aanpak voor de thema’s benoemd waarop de provincie een rol heeft of wil vervullen. In het POL2014 is onderscheid gemaakt in acht soorten gebieden, elk met eigen herkenbare kernkwaliteiten. Voor de verschillende zones liggen er heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Volgens de kaart ‘Zonering Limburg’ van het POL2014 ligt het plangebied in de zone ‘Buitengebied.’ Op basis van de zonering in het POL2014 kan worden geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen niet is gelegen in bestaand stedelijk gebied, en daarmee dus niet aansluit bij de doelen geformuleerd in het POL2014. Echter is het plangebied gelegen in nieuwbouw-/uitleglocatie Oolder Veste, hier zal op termijn een woongebied worden gerealiseerd, dit vormt derhalve een uitbreiding van de kern Herten. Onderhavig planvoornemen wordt gerealiseerd op een locatie in Oolder Veste, hierdoor zal het op lange termijn wel in bestaand stedelijk gebied zijn gelegen.
donderdag 19 augustus 2021
Figuur 2: Uitsnede POL 2014 met ligging plangebied (blauwe kader)
Het accent binnen deze gebieden ligt op de transformatie van de regionale woningvoorraad, bereikbaarheid, balans tussen voorzieningen en detailhandel, stedelijk groen en water en de kwaliteit van de leefomgeving. Ten aanzien van deze geformuleerde doelen kent de Limburgse woningmarkt een paradox. Er ontstaat namelijk (nu of op termijn) een overschot aan woningen (vooral particulier eigendom, waaronder incourant bezit), terwijl er tegelijk een impuls in de vorm van nieuwbouw nodig is om ook op de langere termijn de gevraagde kwaliteiten te kunnen bieden.
Deze kwalitatieve opgave moet, gezien de afnemende kwantitatieve vraag, vooral gerealiseerd worden in de bestaande woningvoorraad, waarbij nieuwbouw (in de vorm van uitbreiding dan wel vervanging) vooral moet worden ingezet om te voorzien in de vraag naar datgene waaraan ook op langere termijn de meeste behoefte bestaat. Conclusie Middels onderhavig plan wordt ingespeeld op de veranderende vraag naar woningen. Voorliggend plan voorziet in een functioneel gebruik van het plangebied voor de realisatie van
11
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
kwalitatief hoogwaardige appartementen voor mensen met dementie en een woning voor het zorg(echt)paar. 3. Dit sluit aan op de groeiende kwalitatieve opgave binnen de regio Midden-Limburg, met name in relatie tot het groeiende aantal ouderen. Daarnaast wordt ook bijgedragen aan de kwaliteit van de leefomgeving, omdat een braakliggend terrein wordt opgevuld met kwalitatief hoogwaardige appartementen. Bovendien vindt de ontwikkeling plaats in de uitleglocatie Oolder Veste, waardoor het aansluit bij bebouwing in bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met het POL2014. 3.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
De provinciale ambities en belangen zijn vertaald naar juridisch bindende voorschriften in de provinciale omgevingsverordening Limburg 2014. In de provinciale verordening is bijvoorbeeld vastgelegd op welke wijze de ladder voor duurzame verstedelijking moet worden toegepast bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en dat het verboden is om een bestemming te wijzigen waarmee permanente bewoning van een recreatiewoning wordt mogelijk gemaakt. Voor zover relevant zijn hieronder de van toepassing zijnde passages uit de provinciale omgevingsverordening opgenomen. Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en
donderdag 19 augustus 2021
beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid.
Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken wonen In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten. Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel gemeenten – Provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omgevingsbeleid is gegroeid. Het POL2014 schetst de ambities, opgaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies, visies of anderszins. De Provincie is partner in die regioprocessen en faciliteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tussen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden. Meer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursafspraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg.
De gemeente Roermond maakt onderdeel uit van de regio Midden-Limburg en binnen deze regio is de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021’ vastgesteld. In het kader van deze regionale uitwerking zijn in artikel 2.4.2 van de verordening de navolgende bestuursafspraken (per regio) vastgelegd: 1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen NoordLimburg. 2. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. 3. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg. 4.
Als een ruimtelijk plan niet voldoet aan het gestelde in het eerste, tweede of derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten, rekening houdend met het standpunt van het Regionaal Bestuurlijk Overleg, gelegenheid bieden voor maatwerk in afwijking van het bepaalde in die leden. 5. De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan
12
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
6.
de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk het derde lid, dan wel van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het vierde lid. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen en als het vierde lid van toepassing is, van het versterken van de kwalitatieve woningvoorraad.
Artikel 4.4.1 Roerdalslenk 1. Het is in het gebied Roerdalslenk binnen en buiten inrichtingen verboden: a. een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei; b. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. 2. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 20 meter beneden het maaiveld in zone I, 30 meter in zone II of 80 meter in zone III tot aan de Bovenste Brunssumklei en ieder voornemen in zone IV, wordt vier weken tevoren schriftelijk gemeld aan gedeputeerde staten. 3. Bij het maken en sluiten van een boorput wordt de Beoordelingsrichtlijn Mechanisch boren BRL SIKB 2100,
donderdag 19 augustus 2021
als bedoeld in de Regeling bodemkwaliteit in acht genomen. Afweging Bestuursafspraken en de Ladder voor duurzame verstedelijking In paragraaf 3.3.1 wordt het regionale woonbeleid nader toegelicht en toegepast op de onderhavige planontwikkeling. De ontwikkeling voorziet in meer dan 12 woningen, maar wel op een locatie waar woningbouw ingevolge het ter plaatse vigerende bestemmingsplan is toegestaan. Er is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar vanwege het feit dat sprake is van een andere woonvorm, heeft een beperkte laddertoets plaatsgevonden. De ladder voor duurzame verstedelijking is nader toegelicht in paragraaf 3.1.4. Roerdalslenk Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II. Het is in de boringsvrije zone Roerdalslenk II verboden om een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.
Tot slot moet het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 30 meter (in zone II) tot aan de Bovenste Brunssumklei vier weken tevoren schriftelijk gemeld worden aan gedeputeerde staten. Binnen onderhavig voornemen zijn geen grondboringen dieper dan 30 meter voorzien. De ligging binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II vormt derhalve geen belemmering.
Conclusie Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014. 3.2.3
Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie (POVI)
Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt na vaststelling van deze Omgevingsvisie, het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien het mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De vaststelling van deze omgevingsvisie is beoogd in het eerste kwartaal van 2021. Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2022. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht.
13
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s. Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Wonen en leefomgeving.’ Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend.
Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein
donderdag 19 augustus 2021
beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking.
Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil.
Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Conclusie De provinciale Omgevingsvisie is het richtinggevende kader op hoofdlijnen omtrent wonen. Omdat de woonbehoeften snel veranderen, en omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven wat betreft wonen en leefomgeving, zijn er meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s en instrumenten (zie hiertoe de uiteenzetting in paragraaf 3.3.1, 3.4.1 en 3.4.2). Onderhavig plan voorziet in de realisatie van 20 appartementen voor ouderen met dementie en een wooneenheid voor het zorg(echt)paar, op een uitleglocatie Oolder Veste nabij de kern Herten.
Dit komt overeen met het principe van ‘zorgvuldig ruimtegebruik.’ Daarnaast worden kwalitatief hoogwaardige appartementen toegevoegd aan de woningvoorraad, waardoor wordt bijgedragen aan de kwalitatieve transformatie van de woningvoorraad (behoefte aan levensloopbestendige woningen en appartementen met een lift). De beoogde ontwikkeling is dan ook in lijn met de principes, zoals beschreven in de ‘Ontwerp Provinciale omgevingsvisie.’
14
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021
Binnen het plangebied zijn de provinciale regels ten aanzien van wonen van toepassing volgens artikel 2.4.2 lid 2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Dit is uitgebreid toegelicht in paragraaf 3.2.2. De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (EchtSusteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben nota de Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg (hierna: Structuurvisie 2014) geactualiseerd in 2019. Daartoe is een woningmarktonderzoek uitgevoerd (2018) met ondersteuning van de Provincie Limburg. In de structuurvisie 2018-2021 wordt de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld ‘Wonen’ voor de korte termijn (2018 tot en met 2021) en met een doorkijk naar de lange termijn vastgelegd. De gemeenteraad van Roermond heeft de Structuurvisie vastgesteld in haar vergadering van 4 juli 2019. Voor het specifieke segment van zorgwoningen wordt het volgende gesteld in de Structuurvisie: “Het langer zelfstandig blijven wonen is waar ouderen enerzijds de voorkeur aan geven. Anderzijds worden de mogelijkheden voor een (intramurale) zorgvoorziening of zorgwoning kleiner, nu voor een indicatie de zorgzwaarte steeds hoger wordt”. Door de opkomst van de kleinschalige woonzorgvoorzieningen, waar voorheen enkel de traditionele verpleeghuizen betreffende zorg leverden, wordt de keuzemogelijkheid steeds
donderdag 19 augustus 2021
groter. Onderhavige ontwikkeling levert hiermee ook een bijdrage aan de keuze die de zorgvrager kan maken. Nu het om 24-uurs zorg gaat is er geen sprake van een gemeentelijke verantwoordelijkheid bij de toetsing van het plan aan de Structuurvisie. De behoefte aan de 20 zorgeenheden is voldoende onderbouwd in paragraaf 3.1 (rijksbeleid en ladderonderbouwing). Conclusie Concluderend kan worden gesteld dat er voor wat betreft het aspect volkshuisvesting geen belemmeringen zijn ten aanzien van deze woningbouwontwikkeling. Het opnemen van 20 appartementen voor ouderen met dementie, en 1 woning voor het zorg(echt)paar past daarbij binnen de in de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021’ opgenomen kaders.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Toekomstvisie Roermond 2030
Op 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Roermond de Toekomstvisie Roermond 2030 vastgesteld. Deze toekomstvisie schetst voor 5 hoofdthema's (welke in samenwerking met inwoners van Roermond en partners van de stad zijn gekozen) een toekomstbeeld voor de gemeente. Met de 5 thema's biedt de toekomstvisie een integraal perspectief op de toekomst van de stad, waarbij de belangrijkste veranderingen worden geadresseerd die op de stad afkomen. Aan de hand van de 5 thema's wordt de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente beschreven. Drie zogenaamde rode draden zijn daarbij randvoorwaardelijk voor de geschetste toekomst: ontmoeting, verbinding en samenwerking. Deze rode draden spelen een belangrijke rol binnen de 5 hoofdthema's. De vijf hoofdthema's kunnen als volgt worden samengevat:
1. Roermond in 2030, een thuis voor de jeugd In 2030 voelen kinderen en jongeren zich thuis in Roermond en verbonden met de stad. De jeugd die opgroeit in Roermond kan zich optimaal ontwikkelen. Er is een breed onderwijsaanbod en een variatie aan sport- en vrijetijdsmogelijkheden. Voor jongeren die op kamers gaan of starten op de woningmarkt biedt Roermond volop mogelijkheden. Een goede verbinding met het bedrijfsleven stimuleert ondernemerschap onder jongeren en zorgt voor voldoende stageplekken en carrièremogelijkheden. De jeugd van Roermond maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de lokale gemeenschap en speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de stad. 2. Roermond in 2030, stad die je actief houdt In 2030 leveren vitale ouderen in Roermond actief een bijdrage aan de samenleving en daarmee zijn ze van grote waarde. Ook biedt Roermond als stad van leisure en recreatie volop mogelijkheden voor de vrijetijdsbesteding van ouderen. Voor senioren is het goed toeven in Roermond en biedt de stad een prettige woonomgeving. Met speciale aandacht voor het welbevinden voor haar oudere bewoners is Roermond een seniorvriendelijke stad. De levendigheid van de stad en de generatie-overstijgende netwerken in de gemeenschap maken dat Roermond een stad is die je actief houdt. 3.
Roermond in 2030, Roermond zorg(t) voor elkaar Roermond is in 2030 een stad waar aandacht is voor de kwaliteit van leven van haar inwoners. De mens staat centraal en met oog voor de individuele situatie wordt de zelfredzaamheid gestimuleerd en ondersteuning en zorg geboden waar nodig. Een grote rol is daarbij weggelegd voor sociale netwerken en communities. Samen met formele zorgnetwerken zorgen zij voor een fijnmazig vangnet. De gemeente brengt de verschillende organisaties en maatschappelijke initiatieven bijeen en stimuleert vernieuwende concepten voor zorg die menselijk, kleinschalig, dichtbij en bereikbaar is. De stad
15
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
biedt een zorgzame woonomgeving waar mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. 4. Roermond in 2030, stad van retail & leisure en industrie Roermond is in 2030 een sterke regionale speler. Bedrijfsleven en onderwijs in de regio werken slim samen en de gemeente is daarbij een daadkrachtige en creatieve verbinder. De stad is koploper in retail-innovatie, wat voor extra aantrekkingskracht zorgt. Roermond wordt steeds internationaler. In retail en in de maakindustrie zorgt een mix van kleine en grote bedrijven voor een innovatieve dynamiek. Samen met het onderwijs uit de regio voeden zij het ondernemerschap bij de bevolking. Ondernemerschap dat gestalte krijgt op de verschillende werklocaties die de stad rijk is, van binnenstad tot Roerstreek. De werklocaties zijn de visitekaartjes van de Roermondse economie
beschermen en versterken van de voorzieningenstructuur binnen de gemeente. Middels het voorliggende bestemmingplan worden toekomstbestendige woningen mogelijk gemaakt op een locatie waar thans een braakliggend terrein is gelegen. Thema 3 is vanuit het perspectief van onderhavige ontwikkeling het meest in het oog springend, aangezien met het planvoornemen een zorglocatie wordt ontwikkeld. Conclusie Al met al kan worden geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen in overeenstemming is met de ‘Toekomstvisie Roermond 2030.’ Er wordt voorzien in een concrete behoefte en wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving voor inwoners van Roermond. 3.4.2
5. Roermond in 2030, historische binnenstad aan het water In 2030 is de levendige historische binnenstad aan het water hét visitekaartje van Roermond. In de compacte binnenstad zorgt een diverse mix van winkels, horeca, cultuur, recreatie, onderwijs, bedrijvigheid, wonen en evenementen voor een levendig centrum. Het historische decor en de verbinding met het water dragen bij aan een unieke beleving. De mogelijkheden voor watersport en recreatie van de Maasplassen, het binnenstadtoerisme en het Designer Outlet Center versterken elkaar. Niet alleen voor bezoekers, ook voor bewoners is de binnenstad van grote waarde. De binnenstad biedt een aantrekkelijke woonomgeving en is de plek waar bewoners komen om te werken, te leren en elkaar te ontmoeten. Vanzelfsprekend kunnen de diverse thema's uit de toekomstvisie ook ruimtelijke componenten en consequenties hebben. Daarbij kan gedacht worden aan het beschikbaar zijn van voldoende woningen voor starters en senioren, de doorontwikkeling en het beheer van de diverse werklocaties, of het
donderdag 19 augustus 2021
Strategische visie Roermond 2020
De Strategische Visie Roermond 2020 beschrijft het gewenste toekomstbeeld van de gemeente Roermond en is vastgesteld op 30 oktober 2008. De visie omvat doelstellingen, standpunten, sterke punten en onderscheidende kenmerken en geeft op hoofdlijnen aan waar de gemeente Roermond in 2020 wil staan. In 2020 dient Roermond een stad te zijn voor alle leeftijden, voor alle bevolkingsgroepen, waar het goed wonen, werken, vertoeven en recreëren is. De strategische visie is uitgewerkt in een zestal aandachtsgebieden waarin de komende jaren geïnvesteerd dient te worden: Roermond: Levende stad. Voor alle leeftijdscategorieën dient de stad de juiste voorzieningen te bieden zodat een bijzonder karakter en een grote aantrekkingskracht behouden blijft. Roermond: Regio stad. De functie van Roermond als centrumstad voor de regio dient in de toekomst verder te worden versterkt. Hiervoor wordt onder meer geïnvesteerd in (EU)regionale bedrijventerreinen. Het huidige
voorzieningenniveau van de gemeente dient zoveel mogelijk in stand te worden gehouden en waar mogelijk te worden uitgebreid. Roermond: Sociale stad. Er dient geïnvesteerd te worden in veiligheid en sociale problematiek. Roermond: Economisch sterke stad. In dit kader dient onder meer geïnvesteerd te worden in hoogwaardige (ouderen) zorg, verbetering van vestigingsklimaat voor bedrijven door een kwalitatieve woon-, cultuur-, en leefomgeving te creëren en bereikbaarheid. Roermond: Prachtige stad. Kansen ten aanzien van toerisme en recreatie dienen optimaal te worden benut. Hiertoe dient geïnvesteerd te worden in de kwaliteit van de woon-, cultuur-, en leefomgeving. Roermond: de gemeente. Betrokkenheid van de burgers bij besluitvorming en de kwaliteit van besluitvorming dient gewaarborgd te blijven.
Middels deze ontwikkeling wordt geïnvesteerd in hoogwaardige ouderenzorg. Uit een peiling die in het kader van de visie is uitgevoerd volgt, dat maatschappelijke organisaties de suggestie doen voor meer gemengd wonen in de woonwijken. Hier wordt middels deze ontwikkeling eveneens gehoor aan gegeven. 3.4.3
Overige beleidsnota gemeente Roermond
De gemeente Roermond heeft een aantal nota’s opgesteld waaraan ruimtelijke plannen dienen te voldoen. De nota’s die van toepassing zijn op dit plan worden in deze paragraaf besproken. Groenvisie De visie op het stedelijk groen is in samenwerking met burgers en belangenverenigingen opgesteld en vastgelegd in de ‘Groenvisie’, die door de gemeenteraad op 22 december
16
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
2016 is vastgesteld. Om deze visies via diverse uitvoeringssporen te realiseren zijn spelregels opgesteld, toetsingscriteria voor kwaliteit. De Groenvisie zet in op duurzame groenstructuren in de openbare ruimte. Groenstructuren die aantrekkelijk zijn en zo robuust dat ze voor lange tijd bijdragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Vanzelfsprekend zijn deze structuren ecologisch waardevol, klimaaten ziektebestendig en klaar voor de toekomst. Bij de verdere uitwerking van de stedenbouwkundige opzet van het plangebied en de invulling met groenelementen, zal zoveel mogelijk aangesloten worden bij de spelregels uit de Groenvisie. Voor het plangebied wordt een hoog kwaliteitsniveau nagestreefd en de verdere uitwerking zal dan ook in nauw overleg met de gemeente Roermond plaatsvinden. Nota bodembeheer Op 9 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Roermond de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 en de Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord vastgesteld. De Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 is een gemeenschappelijke nota van de 15 Noord- en Midden-Limburgse gemeenten. In de Nota staat hoe de regio omgaat met bodemverontreiniging en welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond.
De Nota geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem. De Nota is onlosmakelijk verbonden met de bodemkwaliteitskaart (BKK). De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de bodemkwaliteit binnen een bepaald gebied is aangegeven. Een BKK wordt opgesteld om grondverzet op een efficiënte, kosteneffectieve en verantwoorde manier mogelijk te maken. De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de bodemkwaliteit
donderdag 19 augustus 2021
van de bodemlagen van 0 tot 0,5 meter onder het maaiveld en van 0,5 tot 2,0 meter onder het maaiveld. De Nota heeft 2 doelen: 1. Het stellen van een kader voor het duurzaam en efficiënt hergebruiken van grond binnen de regio. Of, simpeler gezegd: regels opstellen voor het hergebruik van vrijkomende grond. 2. Het beleidsmatig verankeren van het in Limburg gehanteerde meersporenbeleid. Dat komt erop neer dat voor de activiteiten grondverzet, ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en bodemsanering de bodemkwaliteit zo eenduidig mogelijk wordt beoordeeld. De ‘Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029’ bevat het toetsingskader voor de te hanteren bodemkwaliteit afhankelijk van de nieuwe functie en de huidige bodemkwaliteit, de zogenaamde dubbele toets. De volgende kwaliteitsklassen worden gehanteerd: Wonen en Industrie. In paragraaf 4.1.1 wordt nader ingegaan op het aspect bodem. Daarnaast is eveneens op 10 november 2020 de ‘Bodemkwaliteitskaart PFAS’ vastgesteld. Conform de desbetreffende bodemkwaliteitskaart zijn er geen waarnemingen van PFAS in het plangebied. Bovendien is binnen het plangebied recentelijk voorzien in een ophoging met grond, geschikt voor het beoogde gebruik. Zodoende bestaan er geen belemmeringen vanuit dit kader. Nota Parkeernormen 2014 De Nota Parkeernormen 2014 is op 4 november 2014 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.
De nota staat op zichzelf, maar maakt ook deel uit van de strategische kaders zoals weergegeven in de Parkeervisie Roermond en het Parkeerbeleidsplan 2013-2020.
Voldoende ruimte en een goede bereikbaarheid zijn belangrijke factoren voor bewoners en bedrijven om zich in Roermond te vestigen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen (inbreiding, uitbreiding en functieverandering) wordt door middel van een vaste systematiek met parkeernormering invulling gegeven aan de parkeervraag. De locatie en het type woning of bedrijvigheid bepalen de parkeernorm en het wel of niet realiseren van parkeergelegenheid op eigen terrein. Roermond wil de vraag naar parkeergelegenheid faciliteren, maar wel op zodanige wijze dat de kwaliteit van de openbare ruimte blijft behouden. Centraal hierbij staat dat de veroorzaker van de parkeervraag verantwoordelijk wordt gesteld voor het realiseren van de benodigde parkeerplaatsen bij nieuwen verbouw. Uitgangspunt is een duurzame inrichting van de openbare ruimte, waarbij het streven is om initiatiefnemers ‘parkeren op eigen terrein te laten realiseren. Indien dit niet mogelijk is, wordt gekeken naar andere parkeermogelijkheden. De gemeente stelt een actuele parkeernormensystematiek waarin parkeren bij in-, uitbreiding en functieverandering duidelijk is vastgelegd, gekoppeld aan de regelgeving van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De huidige parkeernormen worden getoetst aan de nieuwste parkeerkencijfers.
Uitgangspunt is om binnen de bandbreedtes van de nieuwste parkeerkencijfers van CROW te zoeken naar de best passende parkeernorm voor Roermond. Mogelijkheden om bij nieuwe functies bezoekers op te nemen in de bestaande parkeervoorzieningen moeten worden onderzocht. De parkeerbehoefte is afhankelijk van de locatie van de voorziening en van het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoersbewijzen is er een onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en de zone waarin de voorziening gelegen is.
17
3 Beleidskader Ruimtelijke motivatie zorgwoonvoorziening op de Prinsensteerten (ong.) te Herten
In Roermond worden drie zones onderscheiden: Centrum;
integraal onderdeel vormt bij afwegingen betreffende de ruimtelijke ordening.
Schil; Rest van de bebouwde kom en buitengebied.
Voor het besluitgebied gelden de normen uit de categorie 'rest bibeko en bubeko'. In paragraaf 4.6 vindt een toetsing plaats aan deze parkeernota. Samenvattend kan het navolgende worden geconcludeerd. Het Gastenhuis heeft een dienstauto die gebruikt wordt voor vervoer van bewoners. Van externe vervoersdiensten wordt geen gebruik van gemaakt. De bewoners van Het Gastenhuis maken geen gebruik van externe dagbesteding. De dagactiviteiten worden aangebonden in Het Gastenhuis zelf, gezien de achtergrond van de doelgroep (24-uurszorg behoefte, ZZP 5). Er wordt met de bewoners veel gewandeld en gefietst (o.a. met de duofiets). Bezoek van specialisten (zoals huisarts, fysio) is vaak ingericht op een afspraak met meer individuele bewoners. Het Gastenhuis heeft 5 jaar ervaring met parkeren, en 8 tot 10 parkeerplaatsen zijn ruim voldoende. Er is derhalve rekening gehouden met 10 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarnaast is in de openbare ruimte voldoende ruimte om het parkeren voor bezoekers op te vangen. Een volledige onderbouwing van de parkeernormen, parkeerbehoefte en feitelijke situatie is opgenomen in paragraaf 4.6 van deze ruimtelijke onderbouwing. Nota Archeologie In de nota archeologie is de gemeentelijke archeologievisie en het beleid voor de komende jaren geformuleerd (vastgesteld op 7 juli 2011). Leidraad daarbij is dat archeologie een
donderdag 19 augustus 2021
In 2008 is de Archeologieatlas vastgesteld door de gemeenteraad. Deze Atlas vormt de basis voor het archeologiebeleid dat transparant is voor burgers en investeerders en verantwoord omgaat met het ondergrondse erfgoed. Op basis van de Atlas is de Beleidskaart Archeologie opgesteld. Op deze kaart wordt een onderscheid gemaakt in drie gebieden. Het plangebied valt binnen een gebied met hoge archeologische waarden, waarbinnen bepaalde eisen worden gesteld aan archeologisch onderzoek.
keerssysteem noodzakelijk dat is afgestemd op deze ambities. Met behulp van het geactualiseerde verkeersrekenmodel zijn de verwachte verkeersknelpunten zichtbaar gemaakt. De verwachte knelpunten en de geformuleerde doelstellingen zijn vertaald in concrete maatregelen en projecten. Het realiseren van de doelstellingen kan via meerdere wegen, daarom is een aantal varianten opgesteld. Deze vormen een voorwaarde om de vastgestelde streefbeelden te bereiken. Ongeacht de uiteindelijke variantkeuze moeten deze worden uitgevoerd. Samenvattend houden deze basismaatregelen het volgende in: Belangrijke locaties moeten beter per voet te bereiken zijn.
In de nota archeologie worden de drie fasen van archeologisch onderzoek beschreven. De eerste fase betreft het vooronderzoek. De tweede fase betreft het uitvoeren van vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De laatste fase is een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving. Uit de in het bestemmingsplan opgenomen dubbelbestemming blijkt dat normaal gezien een vooronderzoek noodzakelijk is. In het voorliggende geval is echter sprake van opgehoogde gronden, waarbij geen grootschalige verstoring zal plaatsvinden in de gronden onder het oorspronkelijke maaiveld. Het uitvoeren van een onderzoek is daarom niet noodzakelijk. In paragraaf 4.2 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie. Mobiliteitsplan 2020 Op 26 augustus 2009 heeft de raad het Mobiliteitsplan 2020 vastgesteld. Het plan is een actualisering van de nota Verkeer en Vervoer. De verschillende ontwikkelingsambities van de gemeente brengen extra verkeersbewegingen met zich mee. Om deze ambities te kunnen verwezenlijken is een ver-