CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - ruimtelijke onderbouwing (digitaal ter inzage)

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Ontwerp-vvgb dijkverbetering Willem-Alexanderhaven7.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

College van Burgemeester en Wethouders van Roermond Ter attentie van de heer F. Dings Kazerneplein 7 6041 TG ROERMOND

Ingenieursbureau Maasvallei p/a Arcadis Nederland BV Beaulieustraat 22 Postbus 220 6800 AG Arnhem Tel 088 4621606 www.arcadis.nl

Onderwerp: Aanvraag Omgevingsvergunning handelingen in strijd met regels ruimtelijke ordening Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei - dijkverbetering Roermond Willem-Alexanderhaven Arnhem, 28 oktober 2019

Geacht College,

Contactpersoon:

Om te borgen dat Nederland nu en in de toekomst beschermd is tegen overstromingen, is wettelijk vastgelegd dat primaire waterkeringen periodiek worden gecontroleerd. Primaire waterkeringen die niet op orde zijn, worden versterkt. Afspraken over welke primaire waterkeringen wanneer aangepakt worden, leggen het Rijk en de waterschappen gezamenlijk vast in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Het doel van het huidige programma is het op orde krijgen van de primaire waterkeringen die in de afgelopen en lopende toets/beoordelingsronde zijn afgekeurd.

Emiel Ypma Telefoonnummer:

06 13 89 26 99 E-mail: emiel.ypma@witteveenbos.com Ons kenmerk: SP 1081

Waterschap Limburg (WL) is verantwoordelijk voor de hoogwaterbescherming in het door haar beheerde gebied. Ze werkt daarbij nauw samen met partners als het Rijk, Provincie Limburg, gemeenten uit de regio en naastgelegen waterschappen. In het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei voert WL dijkversterkingen uit bij Roermond WillemAlexanderhaven. Hierbij ontvangt u namens Waterschap Limburg een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan in het kader van artikel 2.1 lid 1c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Procedure De omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt beschouwd als een uitvoeringsbesluit en doorloopt daarom de projectprocedure voor waterstaatswerken (artikel 5.5 - 5.14 Waterwet). Omdat de projectprocedure van toepassing is, wijkt de procedure af van de reguliere procedure. Hieronder zijn de belangrijkste afwijkingen Page 1 of 3

toegelicht. Ik verzoek u de proceduretekst van het door u op te stellen ontwerpbesluit hieraan te toetsen. Op grond van artikel 5.8 en 5.12 coördineren Gedeputeerde Staten van Limburg de bekendmaking van de besluiten die voor de uitvoering van het projectplan Waterwet nodig zijn. De besluitvormingsprocedure wordt op grond van artikel 5.9 van de Waterwet uitgevoerd op basis van de uitgebreide voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). Rechtsbescherming Zienswijze Het ontwerpbesluit, de aanvraag en de bijbehorende stukken liggen op grond van de Algemene wet bestuursrecht, gedurende 6 weken met ingang van de dag na bekendmaking, ter inzage in het gemeentehuis van Roermond, in het Gouvernement te Maastricht en bij Waterschap Limburg op het kantoor te Roermond. Eenieder wordt in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren te brengen tegen het ontwerpbesluit. Beroep Tegen het besluit kan binnen zes weken vanaf de dag na bekendmaking een beroepschrift worden ingediend bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Op dit besluit is afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing.

Hieruit volgt dat als beroep wordt ingesteld, in het beroepschrift de beroepsgronden moeten worden opgenomen en dat deze beroepsgronden na afloop van de termijn niet meer kunnen worden aangevuld. Bekendmaking De kennisgeving van het (ontwerp)besluit wordt door de Provincie gepubliceerd op www.overheid.nl (Provinciaal blad). In het plaatselijke huis-aan-huis-blad wordt via een verwijsadvertentie verwezen naar de kennisgeving op www.overheid.nl. Namens de provincie Limburg is de heer Jaap Goudriaan de contactpersoon voor de coördinatie in het kader van de projectprocedure Waterwet. Het ontwerpbesluit en later ook het besluit (op naam van Waterschap Limburg), stuurt u derhalve niet naar Waterschap Limburg maar naar Gedeputeerde Staten van Limburg, Cluster Natuur en Water, ter attentie van de heer J.L. (Jaap) Goudriaan, Postbus 5700, 6202 MA Maastricht. Gedeputeerde Staten sturen de besluiten door naar de initiatiefnemer. Meer informatie over de te volgen procedure kunt u verkrijgen bij het coördinerende bevoegd gezag, te weten de Provincie Limburg, Cluster Natuur en Water, de heer J.L. (Jaap) Goudriaan: jl.goudriaan@prvlimburg.nl en/of 06 46 84 79 94.

Page 2 of 3

Inhoud aanvraag De volgende documenten maken onderdeel uit van deze aanvraag: •

Aanvraagformulier omgevingsvergunning met aanvraagnummer 5926437;

•

Machtiging door Waterschap Limburg;

•

Ruimtelijke onderbouwing inclusief bijlagen.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. In geval van inhoudelijke vragen of onduidelijkheden verzoek ik u op korte termijn contact met ons op te nemen (zie aanhef brief voor contactgegevens). Voor procedurele vragen verzoeken wij u contact op te nemen met Provincie Limburg, Cluster Natuur en Water, de heer J.L. (Jaap) Goudriaan: jl.goudriaan@prvlimburg.nl en/of 06 46 84 79 94. Met vriendelijke groet, Ingenieursbureau Maasvallei

Mr. E.H.G. Wolfs Coördinator planproducten Ingenieursbureau Maasvallei VOF

Ons kenmerk

Pagina 3 of 3

30-10-2019Machtiging aanvragen HWBP project Nieuw BergenMachtiging aanvragen HWBP project Nieuw Bergen

Machtiging als bedoeld in artikel 95 Waterschapswet ten behoeve van het aanvragen van vergunningen De Secretaris-Directeur van Waterschap Limburg, Gelet op het besluit van het dagelijks bestuur van 3 januari 2017 tot instemming aan de dijkgraaf van het Waterschap Limburg om op grond van artikel 95 Waterschapswet anderen te machtigingen het waterschap te vertegenwoordigen; Gelet op het besluit van de dijkgraaf van 28 februari 2019 om aan de secretaris-directeur van Waterschap Limburg, de heer ir. E.J.M. Keulers MMO, toe te staan om per project derden (advies-\ingenieursbureaus) te machtigen voor het aanvragen van vergunningen en het doen van meldingen (namens het waterschap bij andere overheden) en het voeren van correspondentie daarover, onder voorwaarde van accordering van de in te dienen stukken door de juridische adviseur(s) van WL; MACHTIGT: • • • • • • •

Emiel Ypma, Coördinator planproducten, Witteveen+Bos Milan Storms, Vergunningenspecialist, Witteveen+Bos. Amber van Driel, Jurist ruimtelijke planprocedures, Witteveen+Bos Robin Wientjes, Adviseur gebiedsontwikkeling, Arcadis Nederland B.V. Jeroen Noordhoek, Ecoloog, Witteveen+Bos Michelle de Groot, Ecoloog, Witteveen+Bos Beno Koolstra, Ecoloog, Koolstra Advies namens Arcadis Nederland B.V.

voor het indienen van de aanvragen om (omgevings)vergunningen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het HWBP-project Roermond Willem-Alexanderhaven (betreft het versterken van primaire waterkeringen gelegen in de gemeente Roermond) onder voorwaarde van accordering van de in te dienen stukken door de juridische adviseur(s) van WL. 2019-D9711 8

Roermond, 9 juni 2021 Secretaris-Directeur,

ir. E.J.M. Keulers MMO

1/1

*2019-D97118*

zaaknr. 2021-Z30898 doc.nr. WLDOC77825112-1107

HWBP Noordelijke Maasvallei Het referentieontwerp van de dijk betreft een verticale constructie met een kruinhoogte (ontwerphoogte) variërend over het dijktraject van NAP + 22,0 meter tot en met NAP + 22,5 meter. Het dijktraject heeft een lengte van 990 meter en bestaat uit tien dijkvakken. In figuur 3 zijn de aanwezige bedrijven langs de nieuwe waterkering weergegeven.

Figuur 3 Waterkering en omliggende bedrijven (indicatief)

In de Willem-Alexanderhaven is een gedeelte van het bedrijventerrein wel beschermd sinds de aanleg van de kades na ’93-’95. Voor een aantal bedrijven geldt echter dat deze momenteel buitendijks zijn gelegen. Buitendijks gebied heeft geen beschermingsniveau. De overstromingsfrequentie is voor deze delen afhankelijk van maaiveldniveau maar bedraagt overwegend eens per 30 tot 100 jaar (berekenend zichtjaar 2015) respectievelijk eens per 10 tot 30 jaar (berekend zichtjaar 2075). Met de kennis van nu is het huidige dijktraject niet sluitend en kan het gebied ‘via de achterdeuren’ binnenstromen. De versterkingsopgave is er daarom op gericht om een nieuwe aansluiting te vinden op hoge grond. De terreinen van Besix, Kalle&Bakker, Smurfit-Kappa en SIF liggen in het Voorkeursalternatief (VKA) beschreven tracé (referentieontwerp) buitendijks. Reeds in de verkenningsfase is onderzocht of het bieden van aanvullende bescherming binnen de HWBP-opgave mogelijk is. In het VKA is gezocht naar een zo kort mogelijk tracé naar de hoge grond. Op basis van diverse criteria is een afweging gemaakt tussen diverse tracémogelijkheden en noodzakelijk benodigde kunstwerken. Daaruit is geconcludeerd dat het volledig beschermen van het havengebied niet past binnen een sobere en doelmatige oplossing welke door het HWBP gefinancierd wordt.

Om die reden is gekozen voor het referentieontwerp waarbij niet alle bedrijfsterreinen binnendijks komen te liggen.

7

HWBP Noordelijke Maasvallei Door de buitendijks gelegen bedrijven is de uitdrukkelijke wens geuit om ook deze bedrijfsterreinen hoogwaterbescherming te bieden. Omdat dit binnen de vigerende HWBP-opgave niet mogelijk is wordt, in samenwerking met Gemeente Roermond, de provincie Limburg en Waterschap Limburg, door de bedrijven gekeken naar alternatieve maatregelen, inclusief bijbehorende subsidiering, welke aansluiten op de primaire kering. Hiervoor wordt onder andere de geschiktheid beoordeeld van de bestaande aanwezige damwanden om, in combinatie met nieuwe maatregelen, als waterkering te kunnen dienen. Door het combineren van de HWBP-opgave (binnen scope) met aanvullende maatregelen (buiten scope) ontstaat uitzicht op een integraal plan zonder de HWBP-opgave te vergroten. In de volgende paragrafen wordt niet verder ingegaan op dit integrale plan, maar wordt een nadere beschrijving gegeven van het uitgewerkte VKA-tracé. De dijkverbetering start ten westen van Besix bij de voormalige Yumble hal. Het tracé sluit hier aan op de bestaande damwandconstructie langs de waterlijn van de Schippershaven. De dijkverbetering vindt plaats tussen de weg Maashaven en het terrein van Besix (dijkvak 1). Vervolgens loopt de kering vanaf de kruising van de Maashaven en de Schipperswal in oostelijke richting en volgt de kering de perceelsgrens van Besix en de weg Schipperswal (dijkvak 2 en 3).

Ter hoogte van Schipperswal 25 buigt de kering af van de weg (Schipperswal) en loopt hier tussen de bedrijven Besix en Koopmans door (dijkvak 4 en 5). De huidige kering langs Besix wordt vervangen door een nieuwe verticale constructie. In dijkvak 1, 2 en 3 is gekozen voor vervanging op de positie van de huidige kering vanwege de beperkte ruimte en het benodigde wegprofiel. De nieuwe damwand krijgt in dijkvak 1 en 3 een hoogte van NAP + 22,3 meter en in dijkvak 2 een hoogte van NAP + 22,5 meter. Tevens wordt in dijkvak 2 een hoogwaterveilige kruising voor het overstort riool gerealiseerd. Hierbij wordt een deel van de leidingen en een schuifafsluiter vervangen, wordt de put binnendijks aangepast en wordt er een nieuwe put (met terugslagklep) buitendijks gerealiseerd. In dijkvak 4 en 5 wordt de huidige kering ook vervangen voor een nieuwe verticale constructie met een hoogte van NAP + 22,4 meter. In dijkvak 3 liggen in de huidige situatie twee coupures, dit zijn twee op- en afritten naar het bedrijventerrein van Besix en tevens naar de bedrijfswoning op het terrein van Besix. De coupures worden vervangen bij de versterking van de kering. De opbouwhoogte van de coupure wordt gelijk aan de hoogte van de kering (van NAP + 22,3 meter). De coupures krijgen een drempelhoogte van circa NAP + 20,7 meter. Bij een van de inritten van Besix is tevens een weegbrug aanwezig.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden is het van belang dat de weegbrug toegankelijk blijft voor vrachtwagens. Hiervoor is een tijdelijke toegangsweg voor de weegbrug opgenomen in het ontwerp. Op de kade van de Lisbonnehaven gaat dijkvak 5 over in dijkvak 6. De kering gaat over in de kade, achter het bedrijf Koopmans, parallel aan het water van de Lisbonnehaven verder in zuidoostelijke richting. Ter hoogte van de perceelgrens van het bedrijf VARO gaat dijkvak 6 over in dijkvak 7. In dijkvak 6 mist in de huidige situatie een genormeerde waterkering. Langs de kade wordt een nieuwe kering gerealiseerd, bestaande uit een verankerde damwand (met een hoogte van NAP + 22,30 meter). De aanwezige damwand in dijkvak 7 is geschikt gebleken voor hergebruik voor een restlevensduur van 50 8

HWBP Noordelijke Maasvallei jaar. Hierbij wordt de huidige damwandconstructie opgehoogd, door een ophoging van de damwand op de huidige damwand te lassen (naar een hoogte van NAP + 22,0 meter in plaats van in de huidige situatie NAP + 20,80 meter). Dijkvak 7 sluit ter hoogte van de perceelovergang tussen VARO en Menten aan op een kadeconstructie die recent is gerealiseerd, deze kadeconstructie voldoet aan de huidige normen. Dit deel maakt wel onderdeel uit van het normtraject en de leggerwijziging, maar er geldt geen versterkingsopgave en er worden hier dus geen werkzaamheden uitgevoerd. Dijkvak 8 start aan de overkant van het water Lisbonnehaven, tegenover het einde van dijkvak 7. Hier loopt de nieuwe kering van het water af in noordoostelijke richting tussen de percelen van de bedrijven Menten en Kalle&Bakker. In dijkvak 9 blijft de kering de perceelsgrens van Menten en de zijweg van de Mijnheerkensweg volgen tot de Mijnheerkensweg (hoofdweg). Vlak voordat de kering de Mijnheerkensweg (hoofdweg) kruist loopt het over in dijkvak 10. In dijkvak 10 sluit de kering aan de oostzijde aan op de hoge grond (talud N280), achter de kruising met de Mijnheerkensweg. In dijkvak 8 en 9 wordt op de locatie van de huidige blokkenmuur de nieuwe kering geplaatst. De nieuwe damwand krijgt in dijkvak 9 een hoogte van NAP + 22,3 meter en in dijkvak 8 een hoogte van NAP + 22,4 meter.

Bij de realisatie van de nieuwe kering worden de huidige blokkenmuren in dijkvak 8 en 9 tijdelijk richting de terreinen van Menten en Kalle&Bakker opgeschoven. Na realisatie wordt de blokkenmuur teruggeschoven richting de kering. In dijkvak 9 bevindt zich in de huidige situatie een opening in de blokkenwand (hoogte NAP + 20,47 meter) naar het terrein van Menten. In de toekomstige situatie wordt uitgegaan van een standaard geopende coupure (van 9 meter breed) met schuifdeur constructie. De hoogte van de coupure wordt gelijk aan de hoogte van de kering (van NAP + 22,3 meter). De drempel van de coupure zal worden opgehoogd naar NAP + 20,7 meter. In dijkvak 10 wordt net voorbij de kruising met de Mijnheerkensweg (aan de kant van Menten) een damwand geplaatst als kering en wordt de weg opgehoogd (naar NAP + 22,3 meter), door een grondlichaam aan te brengen. Voor de realisatie van de dijkverbetering en ophoging in de Mijnheerkensweg zal er een tijdelijk ruimtebeslag plaatsvinden tijdens de aanleg van de kering op het terrein van Smurfit Kappa en SIF. Doordat de Mijnheerkensweg tijdelijk niet toegankelijk zal zijn, wordt er een tijdelijke weg (een bypass) aangelegd over deze terreinen. Aanleghoogte is ontwerphoogte Bij de aansluiting op de hoge grond bij de Mijnheerkensweg wordt grond aangebracht als onderdeel van de kering.

De damwand wordt hier doorgetrokken tot in het talud van N280, waarbij de Mijnheerkensweg wordt opgehoogd en waarbij nazakking door zorgvuldige uitvoering voorkomen dient te worden. Hierdoor is geen sprake van een verschil tussen aanleg en ontwerphoogte. Ook voor de damwanden in de overige dijkvakken geldt dat deze conform ontwerphoogte aangelegd worden.

9

HWBP Noordelijke Maasvallei onderbouwing voor het afwijken van het bestemmingsplan is in dit rapport verwoord. Activiteiten die niet afwijken van het bestemmingsplan Passende activiteiten Een deel van de voorgenomen activiteiten voor dijktraject Roermond WillemAlexanderhaven is niet strijdig met de vigerende bestemmingsplannen. Het gaat dan om maatregelen die passen binnen algemene regels van het bestemmingsplan of die passen binnen de bestemmingsomschrijvingen, bouwregels en specifieke gebruiksregels van bestemmingen en gebiedsaanduidingen. Een deel van het dijktraject is al gelegen binnen de dubbelbestemming Waterstaat waarvoor geen afwijking nodig is (zie Figuur 5 en Bijlage II). De dijkversterking bij dijkvakken 1 t/m 5 ligt binnen de dubbelbestemming Waterstaatswerk wat inrichting of onderhoud aan de waterkering toestaat. Ook de nieuwe damwanden in deze dijkvakken passen binnen de dubbelbestemming Waterstaat uit het vigerende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan staat het bouwen van bouwwerken (zoals een verticale constructie als een damwand) toe tot een hoogte van maximaal 3,5 meter boven maaiveld. De verticale constructies worden minder hoog. Daarnaast wijzigt het gebruik van de Mijnheerkensweg niet door de ophoging.

Alleen de damwand ten behoeve van de aansluiting van de waterkering op de hoge grond vormt hier een afwijking van het bestemmingsplan waarvoor een vergunning wordt aangevraagd. De ophoging van de Mijnheerkensweg buiten de waterkering is een passende activiteit waarvoor geen afwijking van het bestemmingsplan nodig is.

Figuur 5 Dubbelbestemming Waterstaat (gele arcering) in bestemmingsplan Bedrijventerrein Willem Alexander ter plekke van dijkvak 1 t/m 6 en deels ter plekke van dijkvak 7 en 8.

Vergunningvrije activiteiten Bor Verschillende activiteiten zijn vrijgesteld van de vergunningplicht voor het afwijken van het bestemmingsplan volgens de voorwaarde uit het Besluit 11

HWBP Noordelijke Maasvallei vergunningplicht uit artikel 4:11 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Roermond. Voor de kap van de bomen wordt daarom een omgevingsvergunning kappen aangevraagd. Conclusie Met de dijkverbetering Roermond Willem-Alexanderhaven wordt rekening gehouden met de Wet natuurbescherming en wordt de natuur minimaal aangetast en maximaal beschermd. Indien nodig worden mitigerende of compenserende maatregelen toegepast. Voor de dijkversterking Roermond Willem-Alexanderhaven is in het kader van de Wnb geen vergunning voor gebiedsbescherming of ontheffing voor soortbescherming noodzakelijk en is geen melding voor het kappen van houtopstanden nodig. 2.1.2 Waterwet De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Hoofdstuk 5 Waterwet geeft de waterbeheerder verschillende bevoegdheden voor het verrichten van actieve beheerhandelingen. Het betreft de uitvoering van werken en activiteiten aan waterstaatswerken die bij het Rijk of bij de waterschappen in beheer zijn.

Artikel 5.4 Waterwet bepaalt dat de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder geschiedt overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen Projectplan. Ten behoeve van de dijkversterking Roermond Willem-Alexanderhaven wordt een Ontwerp Projectplan Waterwet opgesteld dat gecoördineerd met deze ruimtelijke onderbouwing bij de aanvraag omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan ter inzage ligt. Conclusie De voorgenomen activiteiten voor het dijktraject bij Roermond WillemAlexanderhaven worden opgenomen in een vast te stellen Projectplan. Hiermee worden de regels uit de Waterwet gevolgd. De voorgenomen ontwikkelingen zijn daarom in lijn met de Waterwet. 2.1.3 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan de prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

In de NOVI is het waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid en realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit als nationale belangen benoemd. Bij het realiseren van waterveiligheid staat preventie voorop, door primaire keringen te onderhouden en te versterken.

16

HWBP Noordelijke Maasvallei Conclusie De dijkverbetering bij Roermond Willem-Alexanderhaven draagt bij aan het vergroten van de waterveiligheid. De versterking is daarom in lijn met de Nationale omgevingsvisie. 2.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De nationale belangen uit de structuurvisie (voorloper van de NOVI) die om juridische borging vragen, zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd. Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden, op 1 december 2020 is deze voor het laatst gewijzigd. Het Barro is het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid waaraan bestemmingsplannen van gemeenten moeten voldoen. Daarnaast kan in het Barro provincies opgedragen worden bepaalde thema’s verder uit te werken of te borgen in een provinciale verordening, waar de gemeente zich wederom aan dient te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen. In het Barro zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot onderwerpen van nationaal belang, die onder andere samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies zoals de grote rivieren, Natuurnetwerk Nederland (NNN, ofwel goudgroene natuurzones) en primaire waterkeringen buiten het kustfundament.

Wat betreft grote rivieren geldt dat in het bestemmingsplan regels worden opgenomen om de afvoercapaciteit van het rivierbed te beschermen. Bij Roermond Willem-Alexanderhaven is geen sprake van verlies aan afvoercapaciteit omdat de Willem-Alexanderhaven buiten het stroomvoerend rivierbed ligt en er geen sprake is van een afname van bergend volume. De bestaande damwand van VARO ligt, door een aanpassing van de kade voor 1998, in bergend winterbed maar zal voor de ombouw naar primaire kering alleen worden verhoogd, het ruimtebeslag in het bergend rivierbed wijzigt niet. In overleg met Rijkswaterstaat is geconcludeerd dat het op basis van het huidige tracé niet noodzakelijk is om bergend volume te compenseren. Voor de bescherming van primaire waterkeringen krijgen keringen volgens het Barro de bestemming ‘waterkering’ waardoor de uitvoer van (bouw)activiteiten wordt beperkt. De inrichting of onderhoud van de waterkering is toegestaan. Conclusie De voorgenomen activiteiten zijn niet in strijd met de regels uit het Barro over grote rivieren en primaire keringen. De voorgenomen activiteiten voor dijktraject bij Roermond Willem-Alexanderhaven zijn daarom in lijn met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

2.1.5 Deltaprogramma Het doel van het Deltaprogramma is dat de waterveiligheid, de zoetwatervoorziening en de ruimtelijke inrichting in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn, zodat ons land de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen. Een goede afstemming tussen ruimte en water is hierbij van belang, waarbij oog wordt gehouden voor ruimtelijke gevolgen van ingrepen om de waterveiligheid te verbeteren. In de deltabeslissing Waterveiligheid staan nieuwe normen voor de waterveiligheid centraal. Een van de manieren om het beschermingsniveau voor waterveiligheid te laten voldoen aan de norm is door versterkingsactiviteiten te nemen om overstromingen te voorkomen, zoals het versterken van dijken. 17

HWBP Noordelijke Maasvallei

Conclusie De voorgenomen activiteiten hebben tot doel de keringen te versterken en zijn daarmee in lijn met het Deltaprogramma. Vanwege de ruimtelijk kenmerken van de Willem-Alexanderhaven heeft de dijkversterking geen gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. 2.1.6 Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan wordt het landelijke (strategische) waterbeleid weergegeven. Op 14 december 2015 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het plan is voor de ruimtelijke aspecten ook een structuurvisie, als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid voor de periode 2016-2021, en een vooruitblik naar 2050. Het Nationaal Waterplan speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Hiermee sluit het aan bij het Deltaprogramma. Het doel van het Nationaal Waterplan is het robuust en toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Daarnaast is het van belang water en ruimte beter te verbinden.

Het Nationaal Waterplan streeft naar integrale combinaties waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt. Conclusie De voorgenomen versterking Roermond Willem-Alexanderhaven heeft tot doel overstromingen te voorkomen en is daarmee in lijn met het Nationaal Waterplan. 2.1.7 Ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027 Het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027 (NWP) beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de nieuwe Nationale Omgevingsvisie. Belangrijke onderdelen van het NWP zijn onder andere de stroomgebiedbeheerplannen en het overstromingsrisicobeheerplan. Nederland is de best beschermde delta ter wereld en wil dat zo houden. Hiervoor bouwt het rijk voort op bestaande strategieën, zoals de overstromingsrisicobenadering en meerlaagsveiligheid. Uiterlijk in 2050 moeten de primaire waterkeringen aan de aangescherpte wettelijke normen voldoen. In de planperiode van het NWP worden maatregelen genomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma en voor het veilig houden van het rivierengebied en de kust. Conclusie De voorgenomen versterking Roermond Willem-Alexanderhaven heeft tot doel overstromingen te voorkomen en is daarmee in lijn met het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027.

18

HWBP Noordelijke Maasvallei

Conclusie De doelstelling van het dijkversterkingsprogramma is primair: het verbeteren van de waterveiligheid in de Maasvallei (versterkingsopgave). De dijkversterking heeft geen invloed op de hydraulische taakstelling omdat de WillemAlexanderhaven buiten het stroomvoerend rivierbed ligt en geen sprake is van een afname van bergend volume. Vanwege de ruimtelijke kenmerken van de Willem-Alexanderhaven heeft de dijkversterking geen gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. De dijkversterking Roermond WillemAlexanderhaven voldoet aan de IG-SV.

22

HWBP Noordelijke Maasvallei vermoedelijk te relateren aan ophooglagen die in het verleden in de Alexanderhaven zijn opgebracht. Op basis van de huidige gegevens is het aannemelijk dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Daarbij zijn diverse zware metalen, PAK en minerale olie licht verhoogd gemeten; • ter plaatse van deellocatie RA-02 (Asfaltcentrale - STRABAG/BESIX) is langs de keermuur ter hoogte van één boorpunt een sterk verhoogd gehalte aan zink gemeten. De verontreiniging is vermoedelijk net als de verontreiniging ter hoogte van RA-01 te relateren aan ophooglagen die in het verleden in de Alexanderhaven zijn opgebracht. Deze waterbodem is ‘niet toepasbaar’ op landbodem en ‘niet verspreidbaar’ in de waterbodem; • ter plaatste van RA-12 (Grondwal Alexanderhaven) zijn in de waterbodem van de grondwal ter hoogte van twee boorpunten (01 en 03) aan de noordzijde eveneens gehalten zink gemeten die de interventiewaarde overschrijden. Deze waterbodem is ‘niet toepasbaar’ op landbodem en ‘niet verspreidbaar’ in de waterbodem; • ter plaatse van deellocatie RA-05 (NSG Terminal Roermond) is ter hoogte van twee boorpunten in de ondergrond een gehalte aan minerale olie gemeten dat de 0,5 index (> 0,5*(achtergrondwaarde + interventiewaarde)) overschrijdt.

Ter hoogte van boorpunt 05 is een gehalte aan minerale oliegemeten dat de interventiewaarde overschrijdt. De verontreiniging is goed afgeperkt in verticale richting, maar onvoldoende in horizontale richting. Circa 80 meter vanaf de kade (buiten de deellocatie) (Schipperswal 31) zijn verontreinigingen bekend, die deels gesaneerd zijn. Of deze verontreiniging zich heeft verspreid naar de kademuur (deellocatie RA-05) en daarmee dus onderdeel uitmaakt van deellocatie RA-05 is niet bekend. Op basis van de huidige inzichten kan niet worden bepaald of er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Wel kan worden gesteld dat de verontreiniging ter hoogte van de onderzoekslocatie een beperkte verticale omvang heeft. • De bovengrond ter plaatse van RA-11 is schoon tot plaatselijk licht verontreinigd met kobalt, zink en minerale olie. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt. De kwaliteit varieert daarom van ‘achtergrondwaarde’ ‘tot índustrie’. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken worden binnen het onderzochte ruimtebeslag van het referentieontwerp, met uitzondering van de hiervoor genoemde deellocaties, geen belemmeringen verwacht voor de voorgenomen werkzaamheden en/of hergebruik van grond. Wel dient erop basis van het vooronderzoek en eerder uitgevoerde onderzoeken rekening worden gehouden met: •

•

een ernstige verontreiniging met minerale olie in de ondergrond ter plaatse van de noordwestzijde van de keermuur bij deellocatie RA-01 (in de richting van de Schippershaven). Dit onderzoek bevestigt enkel dat deze verontreiniging met minerale olie niet aanwezig is aan de zuidzijde van de keermuur; een sterke verontreiniging met zink ter plaatse van deellocatie RA-03 is niet aangetroffen, terwijl deze door de provincie Limburg wel werd verwacht. Mogelijk is deze wel aanwezig buiten de onderzoekscontouren. Mochten graafwerkzaamheden zijn voorzien buiten de onderzoekscontour wordt aanbevolen aanvullend onderzoek te doen; 26

HWBP Noordelijke Maasvallei •

er kan een sterke grondwaterverontreiniging met arseen tussen de Lisbonnehaven en de Mijnheerkensweg aanwezig zijn. Indien bemaling is voorzien wordt aanbevolen aanvullend onderzoek te doen naar het grondwater waar dat nog niet is onderzocht.

Binnen de onderzochte deellocaties (landbodem) komt de bodemkwaliteit ter plaatse van deellocatie RA-01 en RA-05 niet overeen met de bodemkwaliteit zoals verwacht op basis van de bodemkwaliteitskaart. Op locaties waar de bodemkwaliteit niet overeenkomt met de bodemkwaliteit zoals aangegeven op de bodemkwaliteitskaart dient een geldig bewijsmiddel te worden verkregen voor hergebruik elders (dit kan door middel van partijkeuringen). Grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart is op deze locaties niet mogelijk, de bodemkwaliteitskaart kan niet als geldig bewijsmiddel dienen. Grondverzet op basis van tijdelijke uit name onder het Besluit bodemkwaliteit is wel mogelijk. Grondverzet binnen het ruimtebeslag van het dijktraject te Roermond Alexanderhaven ter plaatse van de niet onderzochte gebieden is eveneens mogelijk op basis van tijdelijke uitname (conform de bodemkwaliteitskaart, verdachte en uitgezonderde locaties uitgesloten). Voor waterbodem betreft het uitgevoerde onderzoek een geldig bewijsmiddel onder het Besluit bodemkwaliteit. Asbest Er zijn 117 proefgaten gemaakt tot in de ongeroerde grond (maximaal tot 2,0 m-maaiveld). Bij geen van het materiaal uit de proefgaten is asbest gevonden. PFAS Het stroomgebied van de Maas wordt als verdacht beschouwd op het voorkomen van Poly-en perFluor Alkyl Stoffen (PFAS).

Sinds 1 december 2019 is er een Tijdelijk Handelingskader voor PFAS van kracht. Het handelingskader heeft betrekking op het toepassen en hergebruiken van grond en baggerspecie (waterbodem)en stelt dat grond die vrijkomt of wordt toegepast onderzocht moet zijn op PFAS. Voor het toepassen van grond/baggerspecie betekent dit dat van de ontvangende bodem ook de bodemkwaliteit inzake PFAS bekend moet zijn. Op basis van dit Tijdelijke Handelingskader zijn maximale toepassingsnormen vastgesteld. Indien gehalten aan PFAS worden gemeten die deze maximale toepassingsnormen overschrijden, dan is deze grond of baggerspecie niet toepasbaar en zijn er (op dit moment) geen afzetmogelijkheden elders. Uit het PFAS-onderzoek blijkt dat de bovengrond van deellocatie RA-10 (ter plaatse van vier verschillende boringen) wat PFAS betreft niet toepasbaar is. Voor de overige deellocaties, inclusief waterbodem, is geen PFAS aangetoond. Deze grond is dus wel toepasbaar. Asfalt Indien het asfalt een PAK-10 gehalte bevat van minder dan 75 mg/kg wordt dit geclassificeerd als niet teerhouden en dan kan dit in asfaltmengsels worden verwerkt. Boven de 75 mg/kg kan het asfalt niet hergebruikt worden. De onderzochte asfaltlagen zijn niet teerhoudend gebleken en kunnen daarmee hergebruikt worden. Indien deze lagen als niet-vormgegeven bouwstof

27

HWBP Noordelijke Maasvallei R7: een langzaamstromende rivier/nevengeul op zand/klei. Op basis van bureaustudie en expert judgement zijn effecten inzichtelijk gemaakt (zie Bijlage VI). Effecten kwaliteit De ingreep heeft netto geen significant effect op biologische kwaliteitselementen. De maatregelen in het kader van de dijkversterking Roermond Willem-Alexanderhaven kunnen uitgevoerd worden zonder het nemen van mitigerende of compenserende maatregelen in relatie tot de Kaderrichtlijn Water. In de aanlegfase vinden grondroerende activiteiten plaats in de waterbodem. Grondroerende activiteiten in de waterbodem kunnen ervoor zorgen dat verontreinigingen in het oppervlaktewater terecht komen. Hiervoor wordt een melding Blbi gedaan en wordt een werkplan opgesteld, waarin (indien nodig) maatregelen opgenomen worden om vertroebelingen te voorkomen of te beperken. Effecten kwantiteit Het plaatsen van nieuwe damwanden of het vervangen van bestaande damwanden heeft geen gevolgen voor oppervlaktewater. Er zijn geen nieuwe doorsnijdingen van oppervlaktewater. Er zijn geen mitigerende maatregelen noodzakelijk. Grondwater De grondwaterstand van het freatisch grondwater wordt sterk beïnvloed door de waterstand van de Maas. Het grondwater stroomt in noordwestelijke tot westelijke richting. De Maas werkt drainerend.

Het watervoerend pakket ligt tussen het maaiveld (NAP + 15 meter) en NAP – 20 meter (slecht doorlatende laag). In de huidige situatie zijn in de haven constructies aanwezig, waar de regionale grondwaterstroming onderlangs stroomt.6 Op basis van expert judgement zijn effecten inzichtelijk gemaakt. Er zijn geen gevolgen voor het grondwater. De onderzijde van het watervoerende pakket ligt op NAP – 20 m. Het ontwerp van de damwanden is tot maximaal NAP + 5 m (Dwarsprofiel DP-06). De huidige damwand zal orde grootte eenzelfde niveau hebben. Er blijft daarom -in vergelijking met de huidige situatie- voldoende dikte van het watervoerende pakket over om de regionale grondwaterstroming te accommoderen. Er zijn geen mitigerende maatregelen noodzakelijk. Kwelbezwaar bij hoogwater De potentieel te verwachten binnendijkse kwel tijdens een hoogwatersituatie is voor het dijktraject Willem-Alexanderhaven Roermond indicatief berekend. Deze berekening is voor twee situaties berekend: de huidige situatie en de situatie na versterking. Deze twee situaties zijn opgesteld om een inzicht te krijgen in mogelijke verandering van het waterbezwaar en indicatieve wateropzet na uitvoeren van de dijkversterking. Op basis van de uitgevoerde geohydrologische analyse is aangetoond dat er potentieel sprake is van een toename van kwelwater.

Het te verwachten waterbezwaar na de dijkversterkingsmaatregel, 6 Pd.PP.58.001-0.9-1-Rp Effectnota DT76 Willem Alexanderhaven Roermond

30

HWBP Noordelijke Maasvallei

In het Natura 2000-gebied Roerdal zijn verschillende habitattypen en soorten aanwezig, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden. Wat betreft habitattypen zijn dat: • • • • • •

Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) (H3260A); Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) (H6510A); Beuken-eikenbossen met hulst (H9120)7; Hoogveenbossen (H91D0); Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen)8; Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen) (H91E0C).

Wat betreft Habitatsoorten gaan het om: • • • • • • • • • • •

Zeggekorfslak (H1016); Gaffellibel (H1037); Donker pimpernelblauwtje (H1061); Zeeprik (H1095); Beekprik (H1096); Rivierprik (H1099); Bittervoorn (H1134); Grote modderkruiper (H1145)9; Rivierdonderpad (H1163); Kamsalamander (H1166); Bever (H1337).

Conclusie Significante gevolgen van stikstofdepositie voor Natura 2000-gebieden Swalmdal, Meinweg, Roerdal en Leudal wordt op voorhand uitgesloten en hoeft niet passend beoordeeld te worden. De habitattypen zijn niet gevoelig voor verstoring van licht, geluid, trilling of optische verstoring. Voor alle habitatsoorten kunnen effecten op voorhand worden uitgesloten, met uitzondering van de effecten door geluid, licht, trilling en optische verstoring op bever. Voor bever heeft daarom een nadere beoordeling plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de geplande werkzaamheden geen (significante) effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Roerdal. Een vergunning Wnb is niet aan de orde. Provinciale beschermingszones natuur en landschap Het projectgebied ligt volledig buiten de begrenzing van zowel de Goudals de Zilvergroene natuurzone en de bronsgroene landschapszone, zoals beschreven in paragraaf 3.5. Het projectgebied ligt daarmee ook buiten het NNN (= Goudgroene natuurzone) en de provincie Limburg hanteert geen externe werking. Dit onderdeel is daarom niet verder getoetst.

7 Nog niet definitief opgenomen als type waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, hier moet nog een besluit over genomen worden. Wel meegenomen in de beoordeling voor de volledigheid. 8 Nog niet definitief opgenomen als type waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, hier moet nog een besluit over genomen worden. Wel meegenomen in de beoordeling voor de volledigheid. 9 Nog niet definitief opgenomen als soort waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden, hier moet nog een besluit over genomen worden. Wel meegenomen in de beoordeling voor de volledigheid.

32

HWBP Noordelijke Maasvallei

Beschermde soorten Vaatplanten In het plangebied komen geen beschermde vaatplanten voor. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren In het plangebied en de omgeving zijn de volgende soorten waargenomen: A. Bosmuis (Wnb Andere soorten); B. Dwergmuis (Wnb Andere soorten); C. Huisspitsmuis (Wnb Andere soorten); D. Egel (Wnb Andere soorten); E. Eekhoorn (Wnb Andere soorten); F. Haas (Wnb Andere soorten); G. Steenmarter (Wnb Andere soorten); H. Hermelijn (Wnb Andere soorten); I. Bunzing (Wnb Andere soorten); J. Wezel (Wnb Andere soorten); K. Vos (Wnb Andere soorten); L. Bever (habitatrichtlijnsoort) M. Das (Wnb Andere soorten). Voor de soorten onder a tot en met k gelden vrijstellingen voor het vernietigen van verblijfsplaatsen. Het doden van dieren wordt zoveel mogelijk voorkomen door mitigerende maatregelen toe te passen. Daarmee worden verbodsbepalingen niet overtreden. Tijdens de aanleg blijft het plangebied deel uitmaken van het leefgebied van deze soorten. Er zijn sporen (een hol en vraatsporen) van bever aangetroffen. De dichtstbijzijnde waarneming is op ongeveer 30 meter gedaan. Sporen zijn op circa 200 meter van het plangebied gevonden en op circa 250 meter is een rustplaats gevonden. Effecten kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van das is in het plangebied uitgesloten. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten.

Vleermuizen De gewone dwergvleermuis en de watervleermuis zijn waargenomen in en rond het plangebied. De aanwezigheid van verblijfplaatsen is op voorhand uit te sluiten. Er zijn vliegroutes waargenomen, maar deze zijn als nietessentieel aan te merken. Tevens zijn er gelijkwaardige alternatieve vliegroutes aanwezig. Effecten op verblijfplaatsen en vliegroutes zijn daarom op voorhand uit te sluiten. Wel is de zorgplicht van toepassing. Vogels 33

HWBP Noordelijke Maasvallei

Er zijn in en nabij het plangebied geen soorten waargenomen waarvan nesten jaarrond beschermd zijn. Effecten hierop zijn daarom op voorhand uit te sluiten. Wel zijn nesten van algemeen voorkomende soorten als eend, merel en ekster waargenomen. Effecten zijn niet op voorhand uit te sluiten. Amfibieën Voor de mogelijk aanwezige algemeen voorkomende amfibiesoorten geldt een jaarronde vrijstelling voor vernietiging van vaste rust- en verblijfplaatsen. Voor deze soorten volstaan algemene mitigerende maatregelen (zorgplicht en gedragscode). Reptielen, vissen en vlinders, libellen en andere ongewervelden In het plangebied komen geen reptielen, vissen en vlinders, libellen en andere ongewervelden voor. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. Wijze van onderzoek In het kader van onderliggende effectbeoordeling is voor dijkversterking Roermond - Alexanderhaven bureau- en nader veldonderzoek uitgevoerd. In 2018 is op basis van een bureaustudie (raadplegen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en andere vrij op internet verkrijgbare verspreidingsgegevens) bepaald of er potenties voor het voorkomen van beschermde soorten zijn en/of voor welke soort(groep)en aanvullend onderzoek nodig is.

In 2018 en 2019 is nader onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen (alle soorten), grondgebonden zoogdieren (bever), vogels met jaarrond beschermde nesten en beschermd functioneel leefgebied, amfibieën (alpenwatersalamander) en vaatplanten (m.n. grote leeuwenklauw en ruw parelzaad). Deze onderzoeken zijn uitgevoerd conform de vigerende kennisdocumenten en protocollen. Vanwege de geldigheidsduur van de ecologische onderzoeken (doorgaans drie jaar) is op 12 mei 2021 actualiserend veldonderzoek uitgevoerd. In een oplegmemo is onderbouwd waarom de onderzoeken uit 2018 en 2019 nog houdbaar zijn.10 Deze onderzoeken zijn uitgevoerd conform de vigerende kennisdocumenten en protocollen. Aan de hand van de geplande werkzaamheden en de resultaten van het bureau- en veldonderzoek is vervolgens bepaald of negatieve effecten kunnen optreden, of er sprake kan zijn van een overtreding van de Wnb en welke vervolgstappen eventueel nodig zijn.11 Mogelijke effecten Grondgebonden zoogdieren Bever: in het plangebied bevinden zich geen verblijfplaatsen en bevers zijn in de nacht actief. Dit betekent dat zij tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, overdag, niet ter plaatse zullen zijn. Het doden van 10

Onderbouwing houdbaarheid ecologische onderzoeken RWAX (onderdeel van bijlage 5).

11

PP.DR57.18.003 EFFECTBEOORDELING NATUUR Roermond Alexanderhaven.

34

HWBP Noordelijke Maasvallei Voor de aansluiting van dijkvak 9 en 10 op de hoge grond moet de Mijnheerkensweg opgehoogd worden. Bij het ontwerpen van de ophoging is nadrukkelijk rekening gehouden met de directe omgeving om, afgezien van de extra hoogte die overwonnen moet worden, geen nadelige effecten op toekomstig gebruik te veroorzaken. De ophoging heeft geen effecten op de bereikbaarheid van de aangrenzende percelen. Tevens heeft de ophoging geen effect op de loop van de weg. De bereikbaarheid en doorstroming van het gebied blijft hierdoor gelijk. Bij de inpassing van de kering is rekening gehouden met verkeersveiligheid. Op de hoek van dijkvak 1 en 2 is een schuine verkanting in het dijktrace aangebracht, waardoor het zicht voor verkeer ter plaatse van de kruising zoveel mogelijk behouden blijft. De kering langs de Schipperswal bevat twee coupures om het bedrijf Besix bereikbaar te houden. Ook in dijkvak 9 wordt een coupure gerealiseerd in de kering langs het bedrijf Menten Metaal Recycling. Door de coupures zijn er in de dagelijkse situatie geen gevolgen voor de bereikbaarheid van de bedrijven. Tijdens hoogwater zijn deze bedrijven tijdelijk niet bereikbaar in verband met het sluiten van de coupures. Deze situatie wijzigt ten opzichte van de huidige situatie niet. Deze gebieden zijn in de huidige en toekomstige situatie buitendijks.

Tijdens de uitvoeringswerkzaamheden wordt een drietal omleidingen aangelegd. Het betreft twee tijdelijke ontsluitingen voor respectievelijk Besix en Koopmans en een wegomleiding Mijnheerkensweg ten behoeve van de bereikbaarheid van overige bedrijven in de haven en het behouden van de doorgaande route Mijnheerkensweg gedurende de aanleg van de kering en de ophoging van de weg ter plekke.

Figuur 9 Bovenaanzicht projectgebied met in lichtgrijs en rood omlijnd de tijdelijke wegen

Er is geen sprake van permanente gevolgen voor de bereikbaarheid rond het dijktraject. Negatieve effecten op verkeer worden uitgesloten. De uitvoering van de activiteiten waarvoor van het bestemmingsplan moet worden afgeweken is daarom mogelijk. Er zijn geen aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk.

36

HWBP Noordelijke Maasvallei geval om bij alle woningen en opstallen, die geheel of gedeeltelijk binnen 25 meter vanuit het hart van de nieuwe kering staan, een visuele vooropname, de zogenaamde nulmeting van zowel exterieur als interieur, uit te voeren. Buiten deze 25 meter is het aan de aannemer of op basis van de uitvoeringsmethode en de risico contouren een vooropname noodzakelijk is. De verwachting is echter dat de effecten minimaal zijn, gezien de korte duur van de werkzaamheden en de mogelijkheden tot optimalisatie van de uitvoering. In het vervolg van de planfase wordt het ontwerp verder uitgewerkt en gekeken of en zo ja welke maatregelen noodzakelijk zijn.

40

HWBP Noordelijke Maasvallei waterschap. Ten aanzien van een besluit over het al dan niet toekennen van planschade is inspraak mogelijk in de vorm van bezwaar en beroepen.

43

HWBP Noordelijke Maasvallei

5 Conclusie Voor dijktraject Roermond Willem-Alexanderhaven zijn de onderdelen beschreven waarvoor middels onderhavige aanvraag een omgevingsvergunning wordt gevraagd voor het afwijken van de vigerende bestemmingsplannen. Het betreft afwijkingen van de volgende bestemmingsplannen: • • •

Bestemmingsplan Bedrijventerrein Willem Alexander (onherroepelijk vastgesteld 13 oktober 2016); Bestemmingsplan Jazz City (onherroepelijk vastgesteld 20 februari 2014) Bestemmingsplan N 280-West deelproject wegvak Roermond, herziening 1 (onherroepelijk vastgesteld 14 februari 2019).

Op basis van de voorgenomen realisatie van het referentieontwerp wordt geconcludeerd dat deze dijkversterking aansluit bij het vigerend beleid van het rijk, provincie, gemeente en waterschap. Dit is uitgebreid beschreven in hoofdstuk 2. Ten aanzien van de gevolgen voor mens en milieu zijn diverse omgevingsaspecten onderzocht, zoals de effecten van de afwijkingen ten aanzien van archeologie, bodem, niet gesprongen explosieven, water en natuur. De conclusies uit uitgevoerde onderzoeken zijn beschreven in hoofdstuk 3. De effecten die optreden als gevolg van dit initiatief zijn aanvaardbaar gelet op de uitkomsten van de onderzoeken. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van de dijkversterking is toegelicht in hoofdstuk 4. Ook hiervoor zijn geen belemmering voor de uitvoering van de dijkversterking. Met voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn om het dijktraject Roermond Willem-Alexanderhaven te realiseren en dat middels een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de genoemde bestemmingsplannen.

44

HWBP Noordelijke Maasvallei Bijlagen Bijlage I M.e.r.-beoordeling Bijlage II Enkel- en dubbelbestemmingen vigerende bestemmingsplan ter plekke van tijdelijke en permanent ruimtebeslag Bijlage III CB.23.001 rapportage basisinformatie conditionering Alexanderhaven te Roermond Zie bijlagenboek Bijlage IV CB.36.003 Rapportage verkennend (water)bodemonderzoek en asbestonderzoek Zie bijlagenboek Bijlage V CB.DR76.25.001-1.0-1-Rp-Risicoanalyse CE RAX Zie bijlagenboek Bijlage VI PP.DR.76.26.017-0.5-1-Rp-Effectbeoordeling natuur Roermond Alexanderhaven Zie bijlagenboek Bijlage VII MA200271.008.B01 VO Alexanderhaven te Roermond, GEONIUS 2021 Zie bijlagenboek

45

HWBP Noordelijke Maasvallei

BIJLAGE I

M.E.R. BEOORDELING

ZIE BIJLAGENBOEK

46

HWBP Noordelijke Maasvallei

BIJLAGE II

ENKEL- EN DUBBELBESTEMMINGEN

VIGERENDE BESTEMMINGSPLAN TER PLEKKE VAN TIJDELIJKE EN PERMANENT RUIMTEBESLAG

47

HWBP Noordelijke maasvallei Ruimtebeslag Enkelbestemming

WAX Roermond agrarisch met waarden bedrijf bedrijventerrein detailhandel gemengd groen

Dijkvak 8

horeca Dijkvak 1 Dijkvak 3

natuur

Dijkvak 6 Dijkvak 4

verkeer water Dijkvak 7

Dijkvak 9

wonen woongebied Permanent ruimtebeslag Tijdelijk ruimtebeslag

Dijkvak 2

Dijkvakgrenzen

Dijkvak 5 Dijkvak 10

Service Layer Credits: Esri Nederland, Community Map Contributors

opdrachtgever:

Waterschap Limburg

datum:

08-Jul-21

schaal (A3): 0

25

1:3,000 50

75

100

125 m WO

HWBP Noordelijke maasvallei Ruimtebeslag Dubbelbestemming

WAX Roermond Waterstaat Waarde - Archeologie Waterstaat - Stroomvoerend Rivierbed Waterstaat - Waterbergend rivierbed Permanent ruimtebeslag Tijdelijk ruimtebeslag

Dijkvak 8

Dijkvakgrenzen

Dijkvak 1 Dijkvak 3

Dijkvak 6 Dijkvak 4

Dijkvak 7

Dijkvak 2

Dijkvak 9

Dijkvak 5 Dijkvak 10

Service Layer Credits: Esri Nederland, Community Map Contributors

opdrachtgever:

Waterschap Limburg

datum:

08-Jul-21

schaal (A3): 0

25

1:3,000 50

75

100

125 m WO

HWBP Noordelijke Maasvallei

BIJLAGE III CB.23.001 RAPPORTAGE BASISINFORMATIE CONDITIONERING ALEXANDERHAVEN TE ROERMOND ZIE BIJLAGENBOEK

48

HWBP Noordelijke Maasvallei

BIJLAGE IV CB.36.003 RAPPORTAGE VERKENNEND (WATER)BODEMONDERZOEK EN ASBESTONDERZOEK ZIE BIJLAGENBOEK

49

HWBP Noordelijke Maasvallei

BIJLAGE V

CB.DR76.25.001-1.0-1-RP-

RISICOANALYSE CE RAX ZIE BIJLAGENBOEK

50

HWBP Noordelijke Maasvallei

BIJLAGE VI PP.DR.76.26.17 EFFECTBEOORDELING NATUUR ROERMOND ALEXANDERHAVEN ZIE BIJLAGENBOEK

51

HWBP Noordelijke Maasvallei

BIJLAGE VII MA200271.008.B01 VO ALEXANDERHAVEN TE ROERMOND, GEONIUS 2021 ZIE BIJLAGENBOEK

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=648f230d-e60a-40b1-b70e-ccaf6e93654b