Bijlage 2 - nota van zienswijzen en wijzigingen
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan ‘Woonboten Donkernack Roermond’
September 2023 Cluster Vergunning Toezicht en Handhaving Gemeente Roermond
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.1
Procedure ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan ‘Woonboten Donkernack Roermond’ heeft van woensdag 1 februari 2023 tot en met dinsdag 14 maart 2023 ter inzage gelegen, na voorafgaande publicatie op 31 januari 2023 in het Elektronisch Gemeenteblad. Gedurende de periode van terinzagelegging was het ontwerpbestemmingsplan digitaal raadpleegbaar op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Een ieder heeft de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Daarvan is gebruik gemaakt door: No. 1.
3.
Naam Mevr. mr. N.M. Buddingh – Ubink namens dhr. R. Theunissen Dhr. mr. M. van Hoorne, namens dhr. en mevr. Obbens Dhr. J. Sevenich
Adres Maasstraat 20, 6049 CC Herten Molenweg 17 6067 EL Linne Roermond In Geneiken 72 41812 Erkelenz (Duitsland)
4.
Dhr. P. Houkes namens Long Island BV
Oolderhuuske 1 6041 TR Roermond
2.
Ontvangen 10 maart 2023 14 maart 2023 14 maart 2023; herstel op 21 april 2023 15 maart 2023
Ontvankelijkheid Alle zienswijzen zijn binnen de inzagetermijn van het ontwerpbestemmingsplan en daarmee tijdig ontvangen. Indiener 3 heeft zijn zienswijze per mail kenbaar gemaakt. De gemeente Roermond heeft de elektronische weg voor het indienen van zienswijzen niet opengesteld. Daarom is aan indiener 3 een herstelmogelijkheid geboden. Daarvan heeft indiener gebruik gemaakt, binnen de daarvoor gegeven hersteltermijn. De schriftelijke zienswijze is op 21 april 2023 ontvangen. Alle zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk. Inhoudelijke reactie naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen: De zienswijzen geven geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen. Wel is naar aanleiding van de zienswijzen het bestemmingsplan gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Hierna volgt een zakelijke samenvatting van de diverse ontvangen zienswijzen en de inhoudelijke reactie daarop. De onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet zijn genoemd, zijn dus bij de reactie op de zienswijzen betrokken. De zienswijzen zijn in hun geheel beschouwd. Bij de standpuntbepaling is dus rekening gehouden met de volledige inhoud van de ontvangen zienswijzen. Na elke zienswijze is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. 1.
Mevr. mr. N.M. Buddingh – Ubink namens dhr. R. Theunissen, per brief d.d. 9 maart 2023, ontvangen op 10 maart 2023.
1.
Indiener is eigenaar van een van de woonboten aan de Donkernack. Hij gebruikt zijn woonboot recreatief en heeft dit altijd gedaan. In het bestemmingsplan is het gebruik van de woonboot voor recreatieve doeleinden niet toegestaan op grond van artikel 4.4.1 aanhef en onder d van de planregels.
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.2
De ligplaatsen zijn begin jaren ’60 door de gemeente aangewezen omdat de woonboten destijds verplaatst moesten worden vanwege de uitbreiding van de haven. De schriftelijke afspraken hierover zijn echter niet meer in het archief van de gemeente aanwezig. De gemeente heeft eerder toegezegd dat de bestaande situatie gelegaliseerd zou worden. Gebeurt dit niet dan zal cliënt geen gebruik meer kunnen maken van zijn woonboot voor recreatiedoeleinden. Omdat de feitelijke situatie niet legaal is, kan ook geen gebruik gemaakt worden van het overgangsrecht om het bestaande gebruik voort te zetten. Indiener verzoekt daarom het recreatieve gebruik toe te blijven staan en het bestemmingsplan in zoverre aan te passen. Standpunt: Met dit bestemmingsplan wordt legalisering beoogd van al jaren ter plaatse gelegen woonboten. Uitgangspunt is dat de bestaande woonboten, bijgebouwen en aanverwante bouwwerken en bijboten gelegaliseerd worden en ter plaatse dus gehandhaafd mogen blijven. Voor toekomstige ontwikkelingen is wel een ruimtelijk kader vastgelegd. Dit betekent dat als woonboten of bijbehorende bouwwerken worden vervangen of als de wens bestaat bij te bouwen, dat voldaan moet worden aan dit ruimtelijk kader. Van gemeentewege is vanaf de start van het planologisch legalisatietraject ook aangegeven dat de bestaande woonboten beogen te worden gelegaliseerd.
Het gebruik van de boten ten behoeve van (verblijfs)recreatief hoofdgebruik valt daar niet onder. Qua gebruik is in het ruimtelijk kader recreatief gebruik dan ook alleen als medegebruik toegestaan. Voor zover het bestaand gebruik bestaat uit recreatief gebruik als hoofdgebruik, past dit niet in het ruimtelijk kader en artikel 14.2.4 staat – in verband met de op grond van artikel 3.2.2. van het Bro voorgeschreven overgangsrechtelijke bepalingen – eraan in de weg dat dit gebruik onder het overgangsrecht valt. Er is geen sprake van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 3.2.3 van het Bro, en daarmee is er geen aanleiding om een persoonsgebonden overgangsregeling of uitsterfregeling op te nemen om recreatief hoofdgebruik van de woonboten mogelijk te maken. Als uitwerking van de Intergemeentelijke Structuurvisie Maasplassen 2030 en de Toekomstvisie 2030 is door het college van burgemeester en wethouders in mei 2020 het Ontwikkelingskader Stedelijke Maasplassen vastgesteld. Op basis van een uitgevoerde ruimtelijke, functionele en beleidsmatige inventarisatie, zijn deelgebieden aangewezen waarin bepaalde voorzieningen en activiteiten in de Stedelijke Maasplassen een plek kunnen krijgen. De locatie van de woonboten in het Donkernack is hierin aangewezen in deelgebied 1 als functie Wonen.
Daarbij is de afweging gemaakt om – gelet op de kleinschaligheid van de locatie voor wat betreft aantal woonboten - recreatief hoofdgebruik niet mogelijk te maken. De omgeving van de locatie wordt reeds intensief (recreatief) gebruikt. Verdere intensivering van dit recreatief gebruik wordt, gelet op de belangen van de overige booteigenaren, niet wenselijk geacht. Het recreatief medegebruik in combinatie met de mogelijkheid van maximaal 3 pleziervaartuigen en/of bijboten per woonschepenligplaats betekent dat de mogelijkheden voor recreatief medegebruik ruim voldoende zijn. Het persoonlijk op recreatieve wijze (niet als hoofdverblijfplaats) gebruik maken van een woonboot is op grond van het bestemmingsplan niet verboden. 2.
Indiener stelt dat de regels in het ontwerpbestemmingsplan te sterk beperkend werken. - Op grond van artikel 3.2.2. onder b van de planregels mag een bouwwerk maximaal 3 meter hoog zijn. Erfafscheidingen mogen maar 1 meter hoog zijn (artikel 3.2.3 onder b).
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.3
-
Artikel 3.3.1 aanhef en onder c bepaalt dat het parkeren van meer dan drie auto’s strijdig is met de bestemming ‘Groen’. Indiener zou graag zien dat deze regels meer ruimte laten. Standpunt: Met dit bestemmingsplan wordt legalisering beoogd van al jaren ter plaatse gelegen woonboten. Uitgangspunt is dat de bestaande woonboten, bijgebouwen en aanverwante bouwwerken en bijboten gelegaliseerd worden en ter plaatse dus gehandhaafd mogen blijven, ongeacht de afmeting. Voor toekomstige ontwikkelingen is wel een ruimtelijk kader vastgelegd, met een concrete maximale maatvoering. Dit betekent dat als woonboten of bijbehorende bouwwerken worden vervangen of als de wens bestaat bij te bouwen, dat voldaan moet worden aan dit ruimtelijk kader. Bij het opstellen van bedoeld ruimtelijk kader is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van het gebied. De erfafscheiding is gemaximeerd op 1 meter om zoveel mogelijk rekening te houden met de openheid van het landschap, als een van de landschappelijke kwaliteiten van dit gebied. Rekening houdend met de aanwezige kernkwaliteiten is opgenomen dat per woonboot maximaal 3 parkeerplaatsen aanwezig mogen zijn. Daarmee voldoen de woonboten aan de geldende parkeernormen, is er geen discrepantie met de algemene regeling voor parkeren en wordt voorkomen dat de oever een grote parkeerplaats wordt. 3.
Artikel 5.4 Specifieke gebruiksregels bepaalt; 'Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen wordt in elk geval verstaan het gebruik voor zowel riviergebonden als niet-riviergebonden activiteiten’. Op grond van artikel 5.5 kan bij omgevingsvergunning afgeweken worden van het bepaalde in artikel 5.4. Dit houdt in dat cliënt voortaan voor elk gebruik van zijn gronden en opstallen een omgevingsvergunning strijdig gebruik nodig heeft. Dit is onevenredig belastend voor indiener, te meer omdat dit gebruik al jaren bestaat. Indiener verzoekt dan ook deze regel te schrappen.
Standpunt: De bestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ is een dubbelbestemming. Dit houdt in dat de gronden met deze bestemming, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor bescherming en behoud van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit van het rivierbed. Het gevolg daarvan is dat ter plaatse in beginsel niet mag worden gebouwd, tenzij het gaat om bouwwerken die krachtens hoofdstuk 2 van de planregels opgericht mogen worden èn op grond van artikel 6.5 Waterwet een vergunning verleend is of redelijkerwijs verleend kan worden, of dat kan worden aangetoond dat een dergelijke vergunning niet noodzakelijk is. Op grond van artikel 5.4 van de planregels is inderdaad elk gebruik verboden tenzij daarvoor een vergunning is verleend. Voor de ten tijde van ter visie legging van het ontwerpbestemmingsplan aanwezige woonboten – waarvoor in het verleden een watervergunning is verleend door Rijkswaterstaat – geldt dat met dit bestemmingsplan legalisering wordt beoogd. Deze mogen dus gehandhaafd blijven, een omgevingsvergunning strijdig gebruik is hierdoor niet nodig. Bij wijziging van het gebruik van de gronden en/of de woonboot en bij (ver-)bouwplannen moet inderdaad ook voldaan worden aan de bepalingen van artikel 5 van de planregels.
Gelet op het bepaalde in titel 2.4 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, de bijzondere locatie van
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.4
het plangebied en het belang van het beschermen van de kernkwaliteiten van het gebied is dit geen onevenredig belastende werkwijze. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Woonboten Donkernack’ niet vast te stellen. 2.
Dhr. mr. M. van Hoorne, namens dhr. en mevr. Obbens, per brief d.d. 13 maart 2023, ontvangen op 14 maart 2014.
1.
Een belangrijk punt voor indieners betreft de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen onduidelijkheid wat betreft het recreatief mogen gebruiken van hun woonboot. Volgens de huidige beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’ is volgens indieners op dit moment ter plaatse van de bestemming Water (Wa) recreatief medegebruik van de boot toegestaan, waarbij recreatief medegebruik gedefinieerd is als ‘een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie(s) van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan’. Binnen de bestemming ‘Water’ is conform artikel 4.1 onder e. van het ontwerpbestemmingsplan recreatief medegebruik eveneens toegestaan. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreekt een definitie van het begrip ‘recreatief medegebruik’. Daarnaast bepaalt artikel 4.4.1 dat het recreatief gebruik van woonboten als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Het komt indieners voor dat, waar in bestemmingsplan ‘Maas en Maasplassen’ uit 2008 het recreatief gebruiken van hun woonboot toegestaan was, in het onderhavige ontwerpbestemmingsplan dit uitgesloten wordt. Immers, het gebruik van de woonboot voor recreatieve doeleinden wordt als strijdig gebruik aangemerkt in planregel 4.4.1, daarnaast ontbreekt ook een definitie in de planregels van het begrip 'recreatief medegebruik'.
Indieners verzoeken hierover duidelijkheid te scheppen, en waar nodig de planregels aan te passen. Indieners kunnen zich zeker niet verenigen met een inperking van de gebruiksmogelijkheden wat betreft recreatief gebruik die het bestemmingsplan ‘Maas en Maasplassen’ uit 2008 (en de daarop volgende beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’ uit 2018) bood.
Standpunt: Het plangebied is gelegen binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘Maas en Maasplassen’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Roermond op 27 maart 2008 en de op 22 februari 2018 vastgestelde beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’, waarbinnen het bestemmingsplan ‘Maas en Maasplassen’ van overeenkomstige toepassing is verklaard. Uit de doeleindenomschrijving in combinatie met de plankaart volgt dat de gronden met de bestemming ‘Water’ voor recreatief medegebruik mogen worden gebruikt. Bovendien is ter plaatse slechts één woonboot toegestaan onder de beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’ en wel voor woondoeleinden. De overige 9 boten zijn op grond van de beheersverordening niet toegestaan. Dat wordt met het bestemmingsplan ‘Donkernack’ aangepast. In het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat recreatief medegebruik is toegestaan, in zoverre betreft dit een vergelijkbare regeling als in de beheersverordening ‘Maas en Maasplassen’. In lijn daarmee is het recreatief gebruiken van woonboten in artikel 4.4.1 als strijdig gebruik aangemerkt, Hiermee wordt bedoeld, recreatief hoofdgebruik. Om dit te verduidelijken zal de planregel worden aangepast, door aan artikel 4.4.1 sub d toe te voegen ‘anders dan recreatief medegebruik’.
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.5
Ook zal een definitie van het begrip ‘recreatief medegebruik’ worden toegevoegd aan Artikel 1 Begrippen. 2.
Artikel 4.1 (bestemming 'Water') alsmede artikel 3.1 (bestemming 'Groen- Oevergebruik') geven aan dat deze gronden ook bestemd zijn voor 'evenementen'. Zeker daar het in casu gaat om woonboten dient het gebruik voor evenementen, mocht dit gebruik al toegestaan worden op gronden met de bestemmingen 'Water' of 'Groen-Oevergebruik' in ieder geval gelimiteerd te worden (in bijvoorbeeld aantal evenementen per jaar, of hoeveel dagen per jaar). Uitgaande van de maximale mogelijkheden die een bestemmingsplan biedt zou theoretisch elke dag van het jaar een evenement kunnen plaatsvinden in dit woongebied. Hiertoe dienen de planregels te worden aangepast.
Standpunt: Bij besluit van 7 november 2006 is door het college van de gemeente Roermond besloten in te actualiseren bestemmingsplannen een regeling op te nemen ten aanzien van evenementen. Dit met de bedoeling om kleinschalige evenementen rechtstreeks toe te staan zonder afzonderlijke procedures te moeten volgen. De zienswijze is echter aanleiding om – gelet op de kenmerken van het plangebied en de kleinschalige woonlocatie – de rechtstreekse mogelijkheid tot het houden van evenementen binnen het plangebied te schrappen. 3.
Indieners kunnen zich niet verenigen met planregel 3.2.3 onder b welke luidt: ‘de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 1 meter, met dien verstande dat geen erfafscheiding is toegestaan tussen het woonschip en de oever.’ Indieners verzoeken de maximale toegestane hoogte voor erfafscheidingen op 2 meter te bepalen. Zeker daar dit afgelegen gebied betreft, en bij cliënten recentelijk een poging tot inbraak is gedaan.
Standpunt: Ten aanzien van dit deel van de zienswijze wordt verwezen naar het standpunt zoals verwoord onder 1.2. . 4.
Indieners verzoeken een open reddingsboot, en een in aanleg zijnde terras van 3 bij 5 meter, op te nemen in bijlage 1 van de planregels (‘opnamerapport), zodat deze onder de toegestane bebouwing (artikel 3.2.1 onder c) en de toegestane terreininrichting (artikel 3.4.2 onder c) worden gebracht.
Standpunt: Naar aanleiding van dit onderdeel van de zienswijze is het opnamerapport (bijlage 1 bij de planregels) geactualiseerd. De inventarisatie daarvoor heeft op 8 augustus 2023 plaatsgevonden. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Woonboten Donkernack’ niet vast te stellen. Wel heeft de zienswijze aanleiding gegeven voor de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: - In artikel 3.1 ‘Groen- Oevergebruik’ wordt het ondergeschikte gebruik ten behoeve van evenementen geschrapt (sub i);
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.6
3.
In artikel 4.1 ‘Water’ wordt het bijbehorende gebruik ten behoeve van evenementen geschrapt (sub m); In de toelichting wordt paragraaf 3.4.9 ‘Planologisch regeling evenementen’ aangepast; Artikel 4.4.1 sub d wordt aangepast, zodanig dat wordt verduidelijkt dat recreatief medegebruik niet wordt beschouwd als strijdig gebruik; De volgende definitie van ‘recreatief medegebruik’ wordt toegevoegd aan Artikel 1 Begrippen: Een niet-bedrijfsmatig recreatief gebruik van gronden of bouwwerken dat ondergeschikt is aan de functie(s) van de bestemming waarbinnen dit recreatieve medegebruik is toegestaan; Het opnamerapport van bijlage 1 bij de planregels wordt aangevuld zoals verzocht.
Dhr. J. Sevenich, per e-mail d.d. 13 maart 2023. De zienswijze is aangevuld per brief d.d. 18 april 203 ontvangen op 21 april 2023.
Indiener geeft aan het eens te zijn met de zienswijze zoals ingediend door indiener onder 2 en zich dus ook niet te kunnen vinden met de regelgeving omtrent het recreatief gebruik zoals dat nu in het ontwerpbestemmingsplan is beschreven. Standpunt: Aangezien deze zienswijze integraal verwijst naar onderdeel 1 van de zienswijze onder 2, wordt voor het standpunt op deze zienswijze verwezen naar het standpunt zoals verwoord onder 1.2. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Woonboten Donkernack’ niet vast te stellen. Wel heeft de zienswijze aanleiding gegeven voor de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: - Artikel 4.4.1 sub d wordt aangepast, zodanig dat wordt verduidelijkt dat recreatief medegebruik niet wordt beschouwd als strijdig gebruik; - Een niet-bedrijfsmatig recreatief gebruik van gronden of bouwwerken dat ondergeschikt is aan de functie(s) van de bestemming waarbinnen dit recreatieve medegebruik is toegestaan; 4. Dhr. P. Houkes, namens Long Island BV, per brief d.d. 13 maart 2023, ontvangen op 15 maart 2023. 1.
In het ontwerpbestemmingsplan is voor de percelen kadastraal bekend als Roermond, sectie A. nummers 2017 en 2018 één gezamenlijk woonschepenligplaats aangewezen, door voor deze percelen gezamenlijk de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ in combinatie met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ (1) op te nemen. Daarnaast ontbreekt de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ in combinatie met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ (1) voor het perceel kadastraal bekend als Roermond, sectie A, nummer 2019, waardoor ter plaatse geen woonboot is toegestaan op grond van het ontwerp bestemmingsplan. Indiener verzoekt het bestemmingsplan zodanig aan te passen, dat in totaal 12 woonschepen ligplaatsen worden toegestaan, met dien verstande dat voor de percelen kadastraal bekend als Roermond, sectie A, nummers 2017 en 2018 afzonderlijk de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ in combinatie met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ (1) wordt opgenomen en voor het perceel kadastraal bekend als Roermond, sectie A, nummer 2019 de aanduiding ‘woonschepenligplaats’ in combinatie met de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ (1) wordt toegevoegd.
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.7
Ter ondersteuning van zijn verzoek stelt indiener dat er in het verleden door Rijkswaterstaat voor beide percelen vergunningen op grond van de (voorganger van) de Waterwet zijn afgegeven. Bij de zienswijze zijn diverse vergunningstukken gevoegd om dit te onderbouwen. Tevens is bij de zienswijze een foto gevoegd, waarop te zien is dat in het verleden op de kadastrale percelen 2017 en 2019 woonboten aanwezig waren. Standpunt: Om in het bestemmingsplan 2 extra ligplaatsen te kunnen opnemen, moet in de eerste plaats het bevoegd gezag op grond van de Waterwet bevestigen dat de 2 (mogelijke) extra boten daadwerkelijk over de noodzakelijke vergunningen op grond van dit wettelijk kader beschikken, of dat er vanuit dit wettelijk kader mogelijkheden zijn om deze te vergunnen. Om deze reden is naar aanleiding van de zienswijze advies gevraagd aan Rijkswaterstaat. De reactie van Rijkswaterstaat luidt als volgt: Ingekomen zienswijze In de zienswijze wordt aangegeven dat reclamant van mening is dat er twaalf woonboten zijn vergund ter plekke van Donkernack. Hierbij wordt verwezen naar een vergunning die afgegeven is voor twee woonboten die bij de bestaande 10 plekken opgeteld zouden moeten worden, waarbij het totaal op 12 woonboten zou komen te staan. Standpunt Rijkswaterstaat Er is ooit een vergunning verleend in 2003 voor het verplaatsen van 2 woonboten Ingrid en Iwan naar de Donkernack.
Deze vergunning is gewijzigd (in 2007) en toen ging het om het verplaatsen van de woonboten Ingrid en Watergeest naar de Donkernack. Het verplaatsen van de Iwan is daarmee komen te vervallen en maakte geen onderdeel meer uit van de vergunning. De Watergeest is uiteindelijk verplaatst naar de Donkernack, de Ingrid is echter nooit verplaatst, deze is in jachthaven de Rosslag blijven liggen. De vergunning voor het verplaatsen van de 2 woonboten wordt daarna in 2014 nogmaals gewijzigd en in die wijziging staat dat de Ingrid niet verplaatst is/wordt naar de Donkernack, maar in de Jachthaven Rosslag blijft liggen. Dus de vergunning heeft uiteindelijk betrekking op het verplaatsen van 1 woonboot naar de Donkernack en dat is de woonboot genaamd Watergeest. Deze woonboot is geen eigendom van reclamant, maar ligt wel op een ligplaats die eigendom is van reclamant. Woonboot de Watergeest is eigendom van derden. Reclamant kan hierdoor geen aanspraak maken op de rechten die verleend zijn aan het afmeren van de Watergeest. Ook is in 2016 nogmaals een vergunning verleend aan de eigenaar van de Watergeest, niet zijnde reclamant, voor het afmeren van de Watergeest en bijhorende werken (RWS-2016-3208, zaaknummer RWSV2015-00007477). Dit had eigenlijk dus niet gehoeven (dubbel afgegeven). Ook aan deze watervergunning kan reclamant geen rechten ontlenen.
Samengevat Door RWS zijn er dus 10 woonboten vergund in de Donkernack en gezien het huidige beleid en regelgeving kunnen er niet meer woonboten worden toegestaan. Uit de reactie van Rijkswaterstaat volgt dat er vanuit de Waterwet geen bestaat voor het opnemen van 2 extra ligplaatsen in het bestemmingsplan. Daarom is het verzoek van indiener niet nader op overige relevante ruimtelijke aspecten beoordeeld.
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.8
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Woonboten Donkernack’ niet vast te stellen, of gewijzigd vast te stellen. Conclusie: De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven om het bestemmingsplan ‘Woonboten Donkernack Roermond’ niet vast te stellen. Wel heeft de zienswijze aanleiding gegeven voor de volgende aanpassingen van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: - In artikel 3.1 ‘Groen- Oevergebruik’ wordt het ondergeschikte gebruik ten behoeve van evenementen geschrapt (sub i); - In artikel 4.1 ‘Water’ wordt het bijbehorende gebruik ten behoeve van evenementen geschrapt (sub m); - In de toelichting wordt paragraaf 3.4.9 ‘Planologisch regeling evenementen’ aangepast; - Artikel 4.4.1 sub d wordt aangepast, zodanig dat wordt verduidelijkt dat recreatief medegebruik niet wordt beschouwd als strijdig gebruik; - De volgende definitie van ‘recreatief medegebruik’ wordt toegevoegd aan Artikel 1 Begrippen: Een niet-bedrijfsmatig recreatief gebruik van gronden of bouwwerken dat ondergeschikt is aan de functie(s) van de bestemming waarbinnen dit recreatieve medegebruik is toegestaan; - Het opnamerapport van bijlage 1 bij de planregels wordt aangevuld zoals verzocht door indiener onder 2.
Bestemmingsplan Woonboten Donkernack Roermond - Nota van zienswijzen en wijzigingen
p.9