CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - nota investeringen gemeente Roermond 2023

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: Actualiseren Financiële verordening ex art 212 met beide nota's6.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Investeringen Gemeente Roermond 2023

Inhoud 1

2

3

4

5

6

Inleiding ............................................................................................................................................1 1.1

Doelstelling ..............................................................................................................................1

1.2

Wettelijk kader .........................................................................................................................1

1.3

Leeswijzer................................................................................................................................1

1.4

Samenvatting...........................................................................................................................2

Activeren ..........................................................................................................................................3 2.1

Algemeen.................................................................................................................................3

2.2

Soorten vaste activa ................................................................................................................3

2.2.1

Immateriële vaste activa ......................................................................................................3

2.2.2

Materiële vaste activa ..........................................................................................................4

2.2.3

Financiële vaste activa ........................................................................................................4

2.3

Criteria voor het activeren van vaste activa.............................................................................4

2.4

Onderhoud...............................................................................................................................5

Waarderen........................................................................................................................................6 3.1

Waarderingsgrondslag.............................................................................................................6

3.2

Bruto en netto waarderen ........................................................................................................6

3.3

Restwaarde..............................................................................................................................7

3.4

Waardeverandering van activa ................................................................................................7

3.5

Boekwinst of -verlies................................................................................................................7

Afschrijven........................................................................................................................................8 4.1

Uitgangspunten bij afschrijving ................................................................................................8

4.2

Methode van afschrijving .........................................................................................................8

4.3

Afschrijvingstermijnen..............................................................................................................9

4.4

Ingangsmoment van afschrijving .............................................................................................9

4.5

Rentetoerekening ....................................................................................................................9

Procedures investeringsbudgetten.................................................................................................10 5.1

Algemeen...............................................................................................................................10

5.2

Autorisatie investeringsplanning en investeringsbudgetten...................................................10

5.3

Uitvoeren van investeringsbudgetten ....................................................................................10

5.4

Voortgangsrapportage investeringsbudgetten.......................................................................11

5.5

Overschrijding van investeringsbudgetten.............................................................................11

5.6

Afsluiten van investeringsbudgetten ......................................................................................12

Slotbepalingen................................................................................................................................12 6.1

Citeertitel................................................................................................................................12

6.2

Inwerkingtreding ....................................................................................................................12

6.3

Hardheidsclausule .................................................................................................................12

Bijlage 1

Afschrijvingstabel...............................................................................................................13

Bijlage 2

Wettelijk kader ...................................................................................................................16

1

Inleiding

1.1

Doelstelling

Deze nota is een uitwerking van artikel 11 in de Financiële verordening 2023. De nota investeringen is primair bedoeld als instrument ten behoeve van de kader stellende rol van de raad. Het doel van deze nota is: 1. Informatie geven over de richtlijnen van het BBV over vaste activabeleid; 2. Beleidsregels vast te stellen over de wijze waarop vaste activa in de gemeentelijke administratie moeten worden vastgelegd en verantwoord. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat een aantal artikelen die betrekking hebben op gemeentelijke investeringen. Van een investering is sprake als het gaat om een, meestal qua omvang wat grotere, uitgave waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Het gevolg van het doen van investeringen is het ontstaan van bezittingen, de zogenaamde vaste activa. In deze notitie wordt ingegaan op de bepalingen uit het BBV en de overige voorschriften met betrekking tot het waarderen en afschrijven van vaste activa.

1.2

Wettelijk kader

Deze nota sluit aan bij de Gemeentewet (artikel 212) en bij het BBV. In de toepassing van het BBV zijn de afgelopen jaren diverse notities uitgebracht door de Commissie BBV, alsmede is aan de hand van praktijkcases veel informatie beschikbaar gekomen welke een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV bevorderen. In deze informatie wordt onderscheid gemaakt in stellige uitspraken en aanbevelingen. Met stellige uitspraken geeft de Commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Dit betekent dat verwacht wordt dat stellige uitspraken worden gevolgd en indien een gemeente toch een afwijkende interpretatie kiest (de gemeente is van oordeel dat in haar specifieke omstandigheden een andere lijn beter past en ook ‘BBV-proof’ is), zij dit expliciet moet motiveren en kenbaar moet maken bij de begroting en jaarstukken. Bij aanbevelingen gaat het om uitspraken die 'steun en richting geven aan de praktijk'. De Commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie). In deze nota zijn de richtlijnen uit de BBV-notitie materiële vaste activa 2020 verwerkt die van toepassing zijn met ingang van de begroting 2021. Met het aanbieden van deze Nota aan de raad wordt voldaan aan artikel 11 van de Financiële verordening gemeente Roermond 2023.

1.3

Leeswijzer

De nota is opgebouwd uit een toelichting op de verschillende soorten vaste activa, waarna vervolgens de waarderingsgrondslagen en de afschrijvingsmethoden zijn uitgewerkt. Ter afsluiting wordt ingegaan op de procedures rondom investeringsbudgetten. In de bijlagen is de afschrijvingstabel per activasoort opgenomen alsmede de relevante artikelen uit het BBV toegevoegd.

Nota Investeringen

P a g i n a |1

1.4

Samenvatting

Hieronder volgt een opsomming van de financiële kaders uit de verschillende hoofdstukken. Activeren (hoofdstuk 2): • •

Investeringen van minder dan € 50.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen en vervoermiddelen/rijdend materieel. Deze worden altijd geactiveerd. Onderhoud brengt een object in goede, oorspronkelijke staat en is niet levensduur verlengend en wordt daarom niet geactiveerd.

Waarderen (hoofdstuk 3): • • • • • •

Investeringen met direct toe te rekenen salarislasten worden geactiveerd. Bijdragen van derden moeten in mindering worden gebracht op de investering. Bijdragen uit reserves mogen niet in mindering worden gebracht op de investering. Er wordt geen rekening gehouden met een restwaarde, tenzij de raad voor een subactivasoort anders besluit. Boekwinst of -verlies mag niet worden verrekend met de aanschafwaarde van het vervangend actief. Duurzame waardeverminderingen worden verwerkt via een (tijdelijke) voorziening waardevermindering.

Afschrijven (hoofdstuk 4): • • • •

In de regel wordt lineair afgeschreven. Afschrijven volgens de termijnen opgenomen in de afschrijvingstabel in bijlage1. Afschrijven start in het jaar na ingebruikname of levering van het actief. Rentetoerekening gebeurt op basis van de boekwaarde per 1 januari en de regels in het vastgestelde Treasury statuut en rentenota.

Procedures (hoofdstuk 5): • • • • • • •

Met het vaststellen van de begroting wordt het (geactualiseerde) investeringsprogramma vastgesteld, tenzij de raad heeft aangegeven dat een investeringsproject met bijbehorend budget afzonderlijk geautoriseerd moet worden. Uitgangspunt is dat het ramen van investeringen alleen bij de kadernota en begroting plaatsvindt, zodat een integrale afweging wordt gemaakt van de kapitaallasten en de bijbehorende jaarlijkse exploitatielasten. Vooruitlopend op het uitvoeren van een investering kan een deel van het totale budget als voorbereidingsbudget worden bestemd. Rapporteren over de voortgang investeringsbudgetten vindt plaats in een afzonderlijke rapportage dan wel via de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus. Met overschrijdingen van investeringsbudgetten wordt conform de tabel opgenomen in hoofdstuk 5 omgegaan. Bij het afsluiten van het investeringsbudget kan, voor zover noodzakelijk, uit het resterende investeringsbudget een nazorgbudget beschikbaar worden gesteld. Het college kan besluiten tot een verlenging van maximaal twee jaar van het investeringsproject met bijbehorend totale budget.

Nota Investeringen

P a g i n a |2

2

Activeren

2.1

Algemeen

Jaarlijks wordt door de gemeente grote bedragen geïnvesteerd in kapitaalgoederen. Er is sprake van een vast actief als de investering betrekking heeft op een uitgave waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Een vast actief kan als volgt worden gedefinieerd: Van een vast actief is sprake indien de organisatie voor de uitoefening van zijn werkzaamheid het betreffende actief duurzaam nodig heeft (langer dan voor het leveren van een enkel goed of het verrichten van een enkele dienst) en de levensduur zich uitstrekt over een periode langer dan een jaar.

2.2

Soorten vaste activa

Investeringen worden op de balans verantwoord onder de vaste activa. In het BBV (artikel 33) wordt bij de vaste activa onderscheid gemaakt in: • Immateriële vaste activa, • Materiële vaste activa, • Financiële vaste activa. 2.2.1 Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa bestaan volgens artikel 34 BBV uit: 1. Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio. Het disagio is het verschil tussen het bedrag waarvoor de lening wordt aangegaan en het lagere bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. In het BBV is bepaald dat een lening voor het totaalbedrag van de aangegane schuld moet worden gewaardeerd. Voor kosten verbonden aan het afsluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio geldt een maximale afschrijvingsduur gelijk aan de looptijd van de lening. 2. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. Wanneer voorafgaand aan een nieuwe investering een onderzoek en/of voorbereidend werk plaatsvindt, dan mogen deze kosten – als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 60 BBV – worden geactiveerd. Hiervoor geldt een afschrijvingstermijn van maximaal 5 jaar (artikel 64 lid 5 BBV). (Voorbereidings-)kosten die worden gemaakt in de periode voordat een grondexploitatie is vastgesteld, mogen eveneens worden geactiveerd als een immaterieel vast actief.

Hiervoor gelden een aantal aanvullende voorwaarden opgenomen in de notitie Grondbeleid van de commissie BBV. 3. Bijdragen aan activa in eigendom van derden. In artikel 61 BBV is duidelijk ingekaderd wanneer bijdragen aan derden mogen worden geactiveerd. Bijdragen aan activa in eigendom van derden mogen worden geactiveerd indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals overeengekomen; d. de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Indien aan één van deze criteria niet voldaan wordt, mag de bijdrage niet geactiveerd worden, maar moet deze op de exploitatie als een last worden verantwoord.

Nota Investeringen

P a g i n a |3

2.2.2 Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan volgens artikel 35 BBV uit: 1. Investeringen met een economisch nut, 2. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, 3. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Materiële vaste activa (MVA) zijn de bezittingen van de gemeente, die zij langdurig gebruikt voor haar bedrijfsvoering. De gemeente heeft het economisch eigendom. Voorbeelden zijn het gemeentehuis, bedrijfsauto’s, computers, maar ook riolering en sportvelden/-hallen in het bezit van de gemeente. Investeringen in bedrijfsmiddelen zijn direct of indirect dienstbaar aan het primaire proces (bijv. software of machines). Dit zijn over het algemeen vervangingsinvesteringen die na afloop van de levensduur opnieuw worden aangeschaft. Afgezien van prijsstijgingen en renteontwikkelingen leidt een dergelijke vervanging niet tot hogere kapitaallasten. MVA hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn (er een markt voor is) en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Indien dit genereren van middelen gebeurt of kan gebeuren middels het vragen van rechten of heffingen, dan spreekt het BBV van MVA met een economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.

MVA in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut genereren geen middelen, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, water en groenvoorzieningen. Overigens is er bij investeringen niet altijd sprake van een nieuw object. Bij een bestaand actief is sprake van een investering indien de uitgaven: - leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; en/of - leiden tot een levensduurverlenging; en/of - aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- en regelgeving (bijv. investeringen in een gebouw om te voldoen aan veiligheidsvoorschriften die invloed hebben op de waarde en de levensduur). 2.2.3 Financiële vaste activa In artikel 36 lid a t/m f BBV is opgenomen welke kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en uitzettingen tot de financiële vaste activa worden gerekend.

2.3

Criteria voor het activeren van vaste activa

De hoofdregel voor het activeren van investeringen is opgenomen in artikel 59 BBV: alle investeringen worden geactiveerd. De enige uitzondering op het verplicht activeren zijn kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde die, zoals vermeld in artikel 59, tweede lid BBV, niet mogen worden geactiveerd. Software als afzonderlijk actief valt onder de materiële vaste activa en behoren tot de categorie investeringen met een economisch nut. Dit geldt ook voor licenties op software voor onbepaalde duur, die in één keer in rekening worden gebracht. Het is echter niet praktisch om alle investeringen, die in aanmerking komen om geactiveerd te worden, ook daadwerkelijk te activeren. De commissie BBV doet in haar notitie rondom verkrijging en vervaardiging van kapitaalgoederen vanuit efficiency oogpunt de aanbeveling om een minimale omvang voor het activeren van vaste activa te hanteren. Hierdoor wordt de staat van activa niet belast met veel kleine investerings- en afschrijvingsbedragen en worden extra administratieve handelingen voorkomen.

Nota Investeringen

P a g i n a |4

Vanaf 2023 worden investeringen met een aanschafwaarde of vervaardigingswaarde van minder dan € 50.000 niet geactiveerd m.u.v. gronden en terreinen en vervoermiddelen/rijdend materieel. Deze kosten worden in het jaar van aanschaf of vervaardiging direct ten laste van de exploitatie gebracht. Deze stelselwijziging geldt vanaf 2023 en leidt niet tot een herrekening van de in het verleden geactiveerde boekwaarden. Investeringen van minder dan € 50.000 worden op basis van een meerjarige planning (minimaal 5 jaar) opgenomen in de totale lasten per programma van de begroting.

2.4

Onderhoud

In sommige gevallen is het moeilijk een onderscheid te maken tussen investeringen en grote uitgaven die niet kunnen worden geactiveerd. De commissie BBV heeft de stellige uitspraak gedaan dat kosten voor (klein en groot) onderhoud niet levensduur verlengend zijn. Deze kosten mogen dus niet geactiveerd worden: • Kosten van klein onderhoud dienen in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te worden gebracht. • Kosten van groot onderhoud kunnen op twee wijzen worden verwerkt in de administratie: o De kosten worden in het jaar van uitvoering direct ten laste van de exploitatie gebracht. o De kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste gebracht van een vooraf gevormde voorziening (artikel 44 lid 1c BBV). • Kosten van het wegwerken van achterstallig onderhoud dienen ineens ten laste van de exploitatie te worden gebracht. Onderhoud is niet levensduur verlengend, maar dient om een actief gedurende zijn levensduur in een goede staat te houden. Voor levensduur verlengende investeringen geldt expliciet dat ze bijdragen aan een waarde verhoging van het actief zoals een substantiële levensduurverlenging van het betreffende actief, het renoveren van een gebouw waardoor de capaciteit toeneemt of de kwaliteit verbetert (duurzamer).

Een investering die de levensduur verlengt van een bestaand actief (ten opzichte van de oorspronkelijke termijn) wordt afgeschreven over de resterende verwachte levensduur van het totale actief. Voor het beleid rondom het instellen en beheren van (onderhouds-)voorzieningen wordt verwezen naar de Nota reserves en voorzieningen.

Nota Investeringen

P a g i n a |5

3

Waarderen

3.1

Waarderingsgrondslag

De hoofdregel voor waardering van activa is opgenomen in artikel 63 BBV: activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Salarislasten die direct aan een actief zijn toe te rekenen moeten worden geactiveerd. Indirecte overheadkosten worden uit voorzichtigheidsoverwegingen niet toegerekend aan het actief. Omzetbelasting (BTW) wordt niet geactiveerd voor zover deze compensabel of verrekenbaar is. Niet compensabele en niet verrekenbare BTW verhoogt de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en daarmee ook de waardering van het vast actief.

3.2

Bruto en netto waarderen

Vaste activa worden op basis van de bruto investering (exclusief compensabele of verrekenbare BTW) geactiveerd. Dit houdt in dat eventuele reserves niet in mindering mogen worden gebracht op investeringsbedrag. Kapitaallastenreserves mogen conform BBV wel in mindering worden gebracht op de afschrijvingslasten voortvloeiende uit de investering. Hierbij vindt een jaarlijkse vrijval uit de reserves plaats conform de geldende afschrijvingstermijn van de investering, waardoor er minder exploitatielasten op de begroting drukken. Deze laatste methode heeft niet de voorkeur: de structurele kapitaallasten worden zo gedekt vanuit incidentele middelen (de kapitaallastenreserve). Op termijn bij vervanging is er geen ruimte in de begroting om de nieuwe afschrijvingslasten te kunnen opvangen. Deze incidentele middelen (kapitaallastenreserves) kunnen als uitzondering worden ingezet ter dekking van de kapitaallasten. Op het bruto activeren zijn de volgende uitzonderingen op van toepassing: • Bijdragen van derden Bijdragen van derden zijn bijvoorbeeld bijdragen van het Rijk, Provincie of Europese fondsen. Alle bijdragen van derden, zowel op activa met economisch nut als maatschappelijk nut, worden in mindering op het actief gebracht. Ze verlagen per saldo de kostprijs van de investering.

Er dient dan wel een direct aantoonbare relatie te bestaan tussen de kosten van de investering en de daarvoor ontvangen bijdrage (artikel 62 lid 2 BBV). • Voorziening vervanging riolering Voor het rioolrecht bestaat de wettelijke mogelijkheid om via het tarief vooraf gepland te sparen voor toekomstige vervangingsinvesteringen (artikel 229b, tweede lid, onderdeel a, van de Gemeentewet). Deze spaarbedragen moeten op grond van artikel 44 lid 1d BBV aan een voorziening worden toegevoegd. In het jaar dat de vervangingsinvestering wordt gerealiseerd, moet de opgebouwde spaarvoorziening daarop in mindering worden gebracht. (artikel 62 lid 3 BBV). Als het gespaarde bedrag in de voorziening ‘vervanging riolering’ niet voldoende is om het volledige bedrag van de vervangingsinvesteringen te dekken, blijft het resterende deel als boekwaarde op de balans staan. De kapitaallasten daarvan kunnen vervolgens in de berekening van het riool tarief worden meegenomen. De resterende boekwaarde mag versneld worden afgeboekt met later ontvangen bijdragen.

Nota Investeringen

P a g i n a |6

3.3

Restwaarde

De restwaarde is de verwachte waarde van een actief aan het eind van de gebruikstermijn. Het vertegenwoordigt de schatting (tegen het huidig prijspeil) van de opbrengstwaarde die na de gebruikstermijn nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen) van het actief. In de waarderingsgrondslag wordt, tenzij middels een expliciet besluit van de gemeenteraad voor een sub-activasoort anders wordt bepaald, in beginsel geen rekening gehouden met een restwaarde van het actief. Voor de beide in eigendom zijnde parkeergarages heeft de raad in het verleden besloten om een restwaarde van 25% van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs te hanteren.

3.4

Waardeverandering van activa

Door diverse factoren kan de actuele waarde van een actief stijgen of dalen ten opzichte van de waarde die op de balans is opgenomen (boekwaarde). In dat geval komt de administratieve boekwaarde niet meer overeen met de reële waarde. Daarbij speelt de bestuurlijke intentie betreffende het vastgoed een belangrijke rol. Ingeval van duurzame waardevermindering heeft de commissie BBV hierover in haar notitie materiële vaste activa de volgende stellige uitspraak opgenomen: “voor vastgoed met een economische functie is afwaardering verplicht en wordt de toets met behulp van de directe opbrengstwaarde voorgeschreven”. De directe opbrengstwaarde wordt bepaald met een onafhankelijke taxatie. Ingeval van een duurzame waardevermindering wordt deze direct verwerkt in een (tijdelijke) voorziening waardevermindering en niet ten laste van de boekwaarde gebracht. Op deze wijze is bij een later waardeherstel een correctie mogelijk tot maximaal het bedrag van de gevormde voorziening voor dat actief. In artikel 65 BBV is bepaald dat deze afwaardering moet plaatsvinden onafhankelijk van het resultaat. Een herwaardering van het vast actief vindt, rekening houdende met de artikelen 63 en 65 BBV, niet plaats. Daarnaast is bepaald dat een actief dat buiten gebruik wordt gesteld - indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde - wordt afgewaardeerd op het moment van buiten gebruikstelling.

3.5

Boekwinst of -verlies

Indien een actief met een bepaalde restwaarde wordt afgestoten (verkoop, inruil etc.), zal de verkoopopbrengst in eerste instantie worden aangewend als dekking voor het volledig afschrijven van de restant boekwaarde van het actief. De verkoopopbrengst van een actief minus de boekwaarde (rekening houdend met een eventuele voorziening waardevermindering) van dit actief wordt de boekwinst of het boekverlies genoemd. Op het moment van afstoten moet de winst of het verlies in de exploitatie worden verantwoord als een incidenteel voordeel of incidenteel nadeel. De boekwinst of het boekverlies mag in geen geval worden verrekend met de aanschafwaarde- of verkrijgingsprijs van een eventueel vervangend actief.

Nota Investeringen

P a g i n a |7

4

Afschrijven

Het gebruik van vaste activa strekt zich uit over meerdere jaren. De levensduur van (niet financiële) vaste activa is echter niet oneindig. Door technische slijtage of economische veroudering daalt de waarde. Het zichtbaar maken van deze waardevermindering in de jaarlijkse exploitatie wordt afschrijven genoemd. Bij het bepalen van de juiste afschrijving moeten de levensduur en de wijze van afschrijven in ogenschouw worden genomen.

4.1

Uitgangspunten bij afschrijving

Belangrijkste uitgangspunten bij het afschrijven zijn volgens artikel 64 BBV: • Onafhankelijk van het resultaat: de afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar; • Bestendige gedragslijn: slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorgaande begrotingsjaar zijn toegepast; • Stelselmatig: op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. In afwijking van het bovenstaande is: • de afschrijvingsduur van kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio maximaal gelijk aan de looptijd van de lening; • de afschrijvingsduur van kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief ten hoogste vijf jaar; • voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Op gronden wordt in beginsel niet afgeschreven, omdat dergelijke activa geen beperkte gebruiksduur hebben en geen waardedaling als gevolg van slijtage kennen. Grond wordt eveneens gewaardeerd op verkrijgingsprijs. Wanneer omstandigheden daartoe aanleiding geven, moet grond gewaardeerd worden op een lagere marktwaarde.

Grond in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut onder wegen, straten of rotondes etc. wordt geactiveerd en afgeschreven in dezelfde periode als de betreffende investering in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.

4.2

Methode van afschrijving

Er bestaan verschillende methoden voor het bepalen van het bedrag aan afschrijving. De gemeente Roermond hanteert de lineaire en de annuïtaire afschrijvingsmethode. • Bij de lineaire afschrijvingsmethode wordt per jaar een vast percentage afgeschreven van het verschil tussen de aanschafkosten en de restwaarde. De formule voor deze berekening van de afschrijving luidt: afschrijving per jaar = aanschafkosten : verwachte toekomstige gebruiksduur. • Bij de annuïteitenmethode blijft de jaarlijkse kapitaallast (= afschrijving + rente) gelijk. Gedurende de levensduur nemen de rentekosten af en stijgen de afschrijvingskosten. In de regel wordt de lineaire afschrijvingsmethode gehanteerd. In het verleden is in de navolgende gevallen gekozen voor een annuïtaire afschrijving: • sprake is van een noodzakelijke match tussen lasten en baten (bijvoorbeeld bij verhuur van gebouwen), • het van belang wordt geacht de lasten gedurende de looptijd gelijk te houden (bijvoorbeeld bij de berekening van heffingstarieven). De raad heeft voor de toepassing van deze annuïtaire afschrijvingsmethode een expliciet besluit genomen. Nota Investeringen

P a g i n a |8

4.3

Afschrijvingstermijnen

Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur moet volgens artikel 64 lid 3 BBV jaarlijks worden afgeschreven. Het BBV schrijft niet voor welke termijnen gelden voor de verschillende activasoorten. Het BBV zegt wel dat de afschrijvingstermijn overeen moet komen met de verwachte technische en/of economische levensduur. Op grond wordt niet afgeschreven. Ingeval van grond met daarop een openbare weg is de toekomstige waarde van de grond nihil. De investering die gepaard gaat met de aanleg van de weg wordt dan inclusief aankoopkosten van de grond over de levensduur van de weg afgeschreven. Herwaardering van grond die al in eigendom is met een waarde van nihil is niet toegestaan. De afschrijvingstermijnen moeten consistent worden toegepast en mogen alleen bij gegronde reden worden aangepast. Aanpassingen in afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op een inhoudelijke onderbouwing. Door de vooruitgang van technologie, andere gebruiksdoeleinden of bijvoorbeeld verduurzaming is snellere veroudering van activa aannemelijk. Indien een actief nog niet is afgeschreven, maar wel aan vervanging of vernieuwing toe is (bijvoorbeeld schoolgebouwen), veroorzaakt het afboeken van resterende boekwaarde (en eventuele sloopkosten) incidenteel extra lasten.

Door het verlengen van afschrijvingstermijnen zullen de verwachte onderhoudskosten toenemen, waardoor de omvang van de benodigde onderhoudsvoorziening geactualiseerd moet worden. Het hanteren van afschrijvingstermijnen voor dezelfde activasoorten moet consistent worden toegepast. De vaste activa worden afgeschreven volgens de termijnen zoals opgenomen in de afschrijvingstabel, die is opgenomen in bijlage 1 van deze nota. Als de afschrijvingstabel niet voorziet in een bepaalde activasoort kan het college daarin een beslissing nemen en de afschrijvingstabel hierop aanpassen. Bij de eerstvolgende investeringsrapportage of rapportagemoment in de P&C cyclus wordt de raad hierover geïnformeerd.

4.4

Ingangsmoment van afschrijving

De commissie BBV onderscheidt in haar nota materiële vaste activa een aantal momenten om te beginnen met afschrijven. Geldend beleid is dat vanwege de administratieve eenvoud de afschrijving start op 1 januari van het jaar volgend op het jaar waarin het actief in gebruik wordt genomen of geleverd wordt.

4.5

Rentetoerekening

Aan alle geactiveerde kapitaaluitgaven wordt rente toegerekend. Dit zijn de lasten die voortkomen uit financiering van de investering. De combinatie van rente en afschrijving vormen de kapitaallasten, die zowel in de begroting als in de jaarrekening ten laste van de exploitatie worden gebracht. De wijze waarop de rente wordt toegerekend, is opgenomen in het vastgestelde Treasury statuut en rentenota. In tegenstelling tot de aanschaf van complete actief is er soms sprake van vervaardiging van een actief. In dit geval komt het actief gedurende een langere periode (meerdere jaren) tot stand. Deze activa in ontwikkeling kent dus een oplopende boekwaarde tot het moment van gereedkomen van het actief. Aan de boekwaarde per 1 januari van het vast actief in ontwikkeling wordt rente berekend op basis van de door het BBV voorgeschreven methode.

Nota Investeringen

P a g i n a |9

5

Procedures investeringsbudgetten

5.1

Algemeen

Volgens het BBV bestaat de begroting uit een beleidsbegroting en de financiële begroting, waarbij de financiële begroting bestaat uit het overzicht van baten en lasten met toelichting en een uiteenzetting van de financiële positie met toelichting. In deze uiteenzetting wordt apart aandacht besteed aan de investeringsplanning, onderscheiden in: • investeringen met een economisch nut, • investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut, • investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Bij aanvang van een raadsperiode wordt een meerjarig investeringsprogramma (MJIP) vastgesteld. Jaarlijks wordt in de begroting het bestaande investeringsplan per programma geactualiseerd en vastgesteld. In de kadernota en begroting kunnen nieuwe investeringsprojecten worden opgenomen, die vervolgens door de raad worden vastgesteld.

5.2

Autorisatie investeringsplanning en investeringsbudgetten

Door de vaststelling van de begroting gaat de raad akkoord met de in de investeringsplanning op programmaniveau opgenomen investeringsprojecten met bijbehorende totale investeringsbudgetten en de daaruit voortvloeiende jaarlijkse lasten per programma. De raad kan bij de begrotingsbehandeling aangeven welke investeringsprojecten met bijbehorende budgetten zij op een later tijdstip wenst te autoriseren. Uitgangspunt is dat het ramen van investeringen alleen bij de kadernota en begroting plaatsvindt, zodat een integrale afweging wordt gemaakt van de kapitaallasten en de bijbehorende jaarlijkse exploitatielasten. Bij uitzondering, zoals autonoom beleid of rijksbeleid, kunnen investeringsprojecten, die niet in de begroting waren voorzien, ter besluitvorming middels een voorstel aan de raad worden voorgelegd. Dit voorstel is dan voorzien van een begrotingswijziging, waarin de baten en lasten (kapitaallasten met bijbehorende exploitatielasten) voortvloeiende uit de investering zijn opgenomen en structureel van dekking zijn voorzien.

5.3

Uitvoeren van investeringsbudgetten

In welk jaar, dan welke jaren de uitvoering van de investeringsprojecten gepland staat, is per programma opgenomen in de investeringsplanning. Het college, dat belast is met de uitvoering van investeringen, besluit op basis van een uitvoeringsplan tot openstelling en in uitvoering neming van de in deze planning opgenomen investeringsprojecten en de bijbehorende investeringsbudgetten, tenzij de raad bij de begrotingsbehandeling anders heeft besloten. Een uitvoeringsplan is voor de aanschaf van bedrijfsmiddelen niet vereist. Vooruitlopend op het uitvoeren van een investering is het toegestaan om een deel van het investeringsbudget, het zogenaamde voorbereidingsbudget, te bestemmen voor onderzoekskosten en voorbereidende kosten van een project. De volgende criteria gelden: - de investering staat in de begroting, - het voorbereidingsbudget maakt deel uit van het totale investeringsbudget, - als de investering niet in uitvoering wordt genomen, komen de gemaakte kosten ten laste van de exploitatie.

Nota Investeringen

P a g i n a | 10

5.4

Voortgangsrapportage investeringsbudgetten

De raad wordt minstens eenmaal per jaar geïnformeerd over de financiële voortgang van de investeringsprojecten. Dit vindt plaats via een afzonderlijke rapportage, dan wel via de reguliere rapportagemomenten als onderdeel van de P&C cyclus. De navolgende informatie wordt aan de raad verstrekt: - een overzicht van alle beschikbaar gestelde investeringsbudgetten, de bestedingen en de afwijkingen; - de investeringsprojecten met bijbehorende budgetten die nog open moeten blijven staan of kunnen worden afgesloten; - een nadere toelichting bij verschuivingen tussen jaarschijven binnen het totaal beschikbaar gestelde investeringsbudget; - een nadere toelichting bij budgetoverschrijdingen.

5.5

Overschrijding van investeringsbudgetten

Indien sprake is van verwachte budgetoverschrijdingen wordt hiermee op de volgende wijze omgegaan: Overschrijdingen • Overschrijdingen ≤ 10% van het totale investeringsbudget met een maximum van € 20.000. • Overschrijdingen ≤ 10% van het totale investeringsbudget met een minimum van € 20.000en maximum van € 100.000.

•

Alle overige overschrijdingen (>10% en/of minimaal € 100.000).

•

Overschrijding van het totale investeringsbudget met meer dan € 100.000 welke wordt gecompenseerd met een direct gerelateerde inkomstenpost.

Nota Investeringen

Toelichting Het investeringsproject kan tussentijds zonder toelichting worden afgesloten. Het college informeert de raad over de overschrijding van het investeringsproject via de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus. Afwijkingen kleiner dan € 100.000worden via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd. Het college informeert de raad zo spoedig mogelijk over de overschrijding van het investeringsproject. Bij het eerstvolgende rapportagemoment in de P&C cyclus wordt de raad voorgesteld een aanvullend investeringsbudget beschikbaar te stellen en de begroting te wijzigen. De inkomstenpost kan na goedkeuring door het college worden ingezet op het investeringsbudget. Het college informeert de raad via de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus en stelt de raad voor de begroting te wijzigen.

P a g i n a | 11

5.6

Afsluiten van investeringsbudgetten

Ten aanzien van het afsluiten van investeringsbudgetten kan in zijn algemeenheid worden vermeld dat deze, met inachtneming van bovenstaande criteria, kunnen worden afgesloten op het moment dat het actief in gebruik wordt genomen of geleverd wordt. Bij het afsluiten van het investeringsbudget wordt, voor zover noodzakelijk, uit het resterende investeringsbudget een nazorgbudget beschikbaar gesteld. Aan het eind van een jaar worden alle investeringsbudgetten afgesloten die volgens het uitvoeringsplan dat jaar als eindjaar hebben. Na beëindiging van de looptijd van het investeringsproject (afsluitdatum) komen de niet bestede budgetten in principe te vervallen. Ook komen beschikbaar gestelde investeringsbudgetten, waarop in het verantwoordingsjaar geen uitgaven hebben plaatsgevonden, in principe te vervallen. Indien een investeringsbudget volgens de afspraken afgesloten zou moeten worden (afsluitdatum is bereikt), maar dit nog niet gewenst is, dan kan het college besluiten, binnen de overige voorwaarden van het uitvoeringsplan van het investeringsproject, tot een verlenging van maximaal twee jaar. Dit wordt via de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus in de begroting verwerkt.

6

Slotbepalingen

6.1

Citeertitel

Deze nota wordt aangehaald als de Nota Investeringen gemeente Roermond 2023.

6.2

Inwerkingtreding

Deze nota treedt in werking op 1 januari 2023. De nota vaste activa beleid gemeente Roermond 2020 komt per gelijke datum te vervallen.

6.3

Hardheidsclausule

Bij onvoorziene omstandigheden en gegronde redenen behoudt de raad op voorstel van het college het recht om anders te beslissen, dan is opgenomen in deze nota.

Nota Investeringen

P a g i n a | 12

Bijlage 1

Afschrijvingstabel

Activasoort

Afs.

grootboek indeling

Gronden en terreinen Gronden en terreinen Gronden in erfpacht Standplaatsen Inrichting begraafplaatsen

0 0 25 30

Gronden en terreinen ec In erfpacht gegeven gronden ec Gronden en terreinen ec Gronden en terreinen ec

Woonruimten en (bedrijfs)gebouwen Gebouwen van steen Renovatie/Bouwkundige aanpassingen Noodlokalen/kl.sch. sport.acc/fietsenstalling Zwembad, sporthallen Parkeergarages Woonruimten

50 25 15 30 40 50

Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Gebouwen Woonruimten

ec ec ec ec mts ec

Vervoermiddelen/rijdend materieel Personenauto, bedrijfsbusjes Veegmachine Vrachtauto, tractor, groot materieel Hoogwerker, schuim-blusvoertuig, boot

10 6 12 15

Vervoermiddelen Vervoermiddelen Vervoermiddelen Vervoermiddelen

ec ec ec ec

Machines, apparaten en installaties Telefooninstallatie, apparatuur

5

Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties

ec

Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken

ec

Tech.install., machines, regelapp.ww install., ov constructies Sneeuwploeg/strooier

10

Kleine machines/materieel, ger.sch. (maaimachines) Kabels en leidingen, infrastructuur in gebouwen

6

Zonnepanelen, warmtepompen, overige energiebesparende maatregelen

12

10 20

Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vrijverval rioleringen, bergbezinkbassin

60

Elektromechanische onderd. rioleringen

15

Bouwkundige onderdelen pompinstallaties

45

Wegen, straten, pleinen, bruggen, parkeerterreinen

30

Nota Investeringen

Nut ec/mts

ec ec ec ec ec

ec ec mts

P a g i n a | 13

Activasoort

Afs.

grootboek indeling

Levensduurverlengende maatregelen 25 jaar

25

Levensduurverlengende maatregelen 20 jaar

20

Levensduurverlengende maatregelen 15 jaar

15

Levensduurverlengende maatregelen 12 jaar

12

Levensduurverlengende maatregelen 8 jaar

8

Inricht.sportterr., atletiekbanen, kunststofmatten

15

Speeltoestellen

15

Verkeersvoorzieningen (drempels, vri, bewegw, park,auto) Grond- en sloopwerken, waterkering

10

Kabels en leidingen

30

Havens, kades

30

Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken

(Openbare) verlichting Openbare verlichting masten

30

Openbare verlichting armaturen

15

Openbare verlichting LED armaturen

20

Openbaar groen

20

Overige materiele vaste activa Kosten onderzoek en ontwikkeling

5

Hardware

3

Software*

5

Afvalcontainers en aanverwante app. Meubilair, inrichting/inventaris, vloerbedekking, Woonwagens Hulpmiddelen WMO

10 10 20 5

Nota Investeringen

30

Nut ec/mts mts mts mts mts mts mts mts mts mts mts mts

Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken Grond, weg en waterbouwkundige werken

mts

kosten onderzoek en ontwikkeling Machines, apparaten en installaties Machines, apparaten en installaties Overige mat.vaste activa Overige mat.vaste activa Overige mat.vaste activa Overige mat.vaste activa

ec

mts mts mts

ec ec ec e ec ec

P a g i n a | 14

Activasoort

Afs.

grootboek indeling

Financiële activa

0

Financiële vaste activa

Activa derden**

Nut ec/mts

Bijdragen aan activa derden

ec

Huurdersbelangen***

* Software in de vorm van een Saas-oplossingen mogen niet afgeschreven worden. ** conform afschrijvingstermijn gelijk aan gemeentelijke activa met een maximum van de afschrijvingstermijn die de derde voor het actief hanteert *** afschrijvingstermijn voor huurdersbelangen is maximaal de looptijd van de huurovereenkomst.

Nota Investeringen

P a g i n a | 15

Bijlage 2

Wettelijk kader

In deze bijlage zijn de relevante artikelen met betrekking tot activabeleid uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. Hoofdstuk IV. De jaarstukken en de toelichting Artikel 51 In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Hoofdstuk V. Waardering, activeren en afschrijven Artikel 59 1. Alle investeringen worden geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde niet geactiveerd. Artikel 60 Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien: a. het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; b. de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; c. het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; d. de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Artikel 61 Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd, indien: a. er sprake is van een investering door een derde; b. de investering bijdraagt aan de publieke taak; c. de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en; d.

de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de provincie onderscheidenlijk gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Artikel 62 1. Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd. 2. In afwijking van het eerste lid worden de bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief op de waardering daarvan in mindering gebracht. 3. In afwijking van het eerste lid moeten de voorzieningen, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder d, in mindering gebracht worden op de investeringen, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b.

Nota Investeringen

P a g i n a | 16

Artikel 63 1. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. 4. Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde. 5. Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. 6. In afwijking van het eerste lid is waardering tegen actuele waarde toegestaan voor de activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer. 7. Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. 8. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend. Artikel 64 1.

De afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. 2. Slechts om gegronde redenen mogen de afschrijvingen geschieden op andere grondslagen dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. De reden van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet. Tevens wordt inzicht gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. 3. Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 4. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder a, maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. 5. In afwijking van het derde lid is de afschrijvingsduur voor de immateriële vaste activa, bedoeld in artikel 34 onder b, ten hoogste vijf jaar. 6. Voor bijdragen aan de activa in eigendom van derden, bedoeld in artikel 34, onderdeel c, is de afschrijvingsduur maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt. Artikel 65 1. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 2.

Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 3. Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde.

Nota Investeringen

P a g i n a | 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=786206bf-0568-45f5-a38b-40b432243a14