CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: concept ruimtelijke onderbouwing (oud)

Gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning WEPA Nederland, Boutestraat 125 te Swalmen4.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WEPA Nederland te Swalmen vestiging Boutestraat Ruimtelijke onderbouwing afwijken bestemmingsplan

Rapportnummer FF 1453-4-RA-001 d.d. 7 maart 2022

WEPA Nederland te Swalmen vestiging Boutestraat Ruimtelijke onderbouwing afwijken bestemmingsplan

opdrachtgever

W E P A N ed e r l a n d B . V .

rapportnummer

F F 1 45 3- 4 - R A - 0 01

datum

7 m a a r t 2 02 2

referentie

T K e / T K e / K S / F F 14 53 - 4- R A - 00 1

verantwoordelijke ir. A.C.R. Kessen opsteller

ir. A.C.R. Kessen +31 85 8228694 t.kessen@peutz.nl

peutz bv, postbus 66, 6585 zh mook, +31 85 822 86 00, mook@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook – zoetermeer – groningen – eindhoven – düsseldorf – dortmund – berlijn – nürnberg – leuven – parijs – lyon

FF 1453-4-RA-001 2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Strijd met het bestemmingsplan

4

1.3

Samenhang met andere documenten

4

Huidig en beoogd gebruik plangebied

5

2.1

Ligging bedrijf

5

2.2

Het vigerende bestemmingsplan

6

2.3

Beoogde wijzigingen in strijd met het bestemmingsplan

7

2

3

Ruimtelijk beleidskader

10

3.1

Rijksbeleid

10

3.2

Provinciaal beleid

11

3.3

Gemeentelijk beleid

12

4

Omgevingsaspecten

15

4.1

Inleiding

15

4.2

Vrijwaringszone

15

4.3

Milieuaspecten

15

4.4

Bodem

16

4.5

Natuur

17

4.6

Wat er huis ho ud ing

17

4.7

Archeologie

17

4.8

Ruimtelijke impact / welstand

18

Uitvoerbaarheid

19

5.1

Economische uitvoerbaarheid

19

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

19

Conclusie

20

5

6

FF 1453-4-RA-001 3

1

Inleiding

1.1 A a n l e i d i n g

WEPA Nederland is een zelfstandige producent van hygiënisch papier voor de Away From Home-markt. WEPA levert aan klanten in meer dan 20 landen, voornamelijk in Europa. Hoofdkantoor én beide productielocaties bevinden zich in Swalmen (gemeente Roermond). Op de locatie Boutestraat 125 te Swalmen wordt hygiënisch papier gemaakt uit onder andere oud papier, etiketten en drankenkartons. WEPA beoogt tevens miscanthus (olifantsgras) als grondstof toe te passen voor de productie van papierwaren. Hiervoor is een nieuwe, hogere, stofvoorbereidingshal benodigd, evenals een CO2-tank. Daarnaast is WEPA voornemens een centrale schoorsteen te realiseren ter reductie van de geurbelasting in de omgeving, wordt een extra beluchtingstank geplaatst en worden extra keerwanden geplaatst ten behoeve van de opslag van oud papier. 1.2 S t r i j d m e t h e t b e s t e m m i n g s p l a n

De voorgenomen ontwikkelingen passen in verband met de bouwhoogte van de genoemde bouwwerken niet binnen het vigerende bestemmingsplan “Kern Swalmen” dat d.d. 7 juli 2011 is vastgesteld. Om het plan te kunnen realiseren, wordt daarom een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan aangevraagd conform artikel 2.12, lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggende ruimtelijke onderbouwing (onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag) bevat een opsomming van de van toepassing zijnde beleidsuitgangspunten, een beschrijving van het bestaande en beoogde gebruik van het plangebied en een integraal overzicht van de (milieu)planologische aspecten die van belang zijn om middels een omgevingsvergunning toestemming te verkrijgen om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan. 1.3 S a m e n h a n g m e t a n d e r e d o c u m e n t e n

De omgevingsvergunningaanvraag (waar voorliggende ruimtelijke onderbouwing deel van uitmaakt) bestaat uit de volgende activiteiten: – afwijken van het bestemmingsplan; – bouwen; – slopen; – revisievergunning milieu. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing moet dan ook in samenhang met de overige tot de aanvraag behorende documenten bezien te worden. FF 1453-4-RA-001 4

2

Huidig en beoogd gebruik plangebied

2.1 L i g g i n g b e d r i j f

WEPA is gelegen aan de Boutestraat te Swalmen. De inrichting wordt aan de noordwestzijde begrensd door de A73 en de Swalmentunnel. Ten oosten en zuidwesten van de inrichting liggen op korte afstand enkele woningen. De inrichting wordt aan de zuidzijde begrensd door het Natura2000-gebied Swalmdal en de rivier de Swalm. In figuur 1 is de globale ligging van de inrichting in de omgeving weergegeven. f1

Actuele situatie WEPA en aanduiding situering plangebied (geel).

FF 1453-4-RA-001 5

2.2 H e t v i g e r e n d e b e s t e m m i n g s p l a n

Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ”Kern Swalmen”, dat d.d. 7 juli 2011 door de gemeenteraad van Roermond is vastgesteld. Daarnaast is het bestemmingsplan “Herziening Kern Swalmen” (vastgesteld op 25 september 2014) van toepassing. Laatstgenoemde bestemmingsplan heeft uitsluitend betrekking op het aspect archeologie. In de afgelopen jaren zijn zijn voorts enkele omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan verleend, voor wat betreft de realisatie van een weegbrug en de stofafzuiging van PM4. f2

Uitsnede verbeeldingen bestemmingsplannen en afwijkingen hierop (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

Het plangebied is bestemd als “Bedrijf” met als aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – papierfabriek”. Het huidige en beoogde gebruik van het perceel is in overeenstemming met deze bestemmingsomschrijving. De maximale bouw- en goothoogte bedraagt 8 meter. Voor wat betreft bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 30 meter mag bedragen. Ter plaatste van het plangebied is voorts sprake van een dubbelbestemming “Waarde – Archeologie” en van de gebiedsaanduiding “Vrijwaringszone – weg 2”, ten behoeve van de bescherming van respectievelijk archeologische waarden en het functioneren van de Rijksweg A73. In het bestemmingsplan is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen om voor wat betreft de toegestane bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde af te wijken tot maximaal 12 meter en tot maximaal 30 meter voor silo's.

FF 1453-4-RA-001 6

2.3 B e o o g d e w i j z i g i n g e n i n s t r i j d m e t h e t b e s t e m m i n g s p l a n

WEPA is voornemens om binnen de inrichting enkele wijzigingen door te voeren: 1. Aan de zuidwestzijde van het perceel is WEPA voornemens de bestaande hal 8 te slopen en op deze plek een nieuwe, hogere, hal te realiseren met twee bouwlagen. Deze hal krijgt een belangrijke rol bij de plannen van WEPA om miscanthus (olifantsgras) toe te gaan passen als grondstof voor de productie van papierwaren. De beoogde hal heeft een bouwhoogte van ca. 15 meter. Dit is hoger dan is toegestaan op grond van de bestemmingsplanregels. 2. Ten behoeve van het toepassen van miscanthus wordt tevens een CO 2-tank geplaatst op het buitenterrein. Deze tank krijgt een hoogte van ca. 12 meter, met daarbij een verdamperinstallatie van ca. 6 meter hoogte. Dit is hoger dan is toegestaan op grond van de bestemmingsplanregels. 3. Daarnaast is WEPA voornemens om een nieuwe centrale schoorsteen te realiseren. Reeds in 2011 is vergunning aangevraagd en verleend voor een schoorsteen van 20 meter hoog. Deze schoorsteen is echter nooit gerealiseerd. Uit nader onderzoek is gebleken dat met een hoogte van 25 meter een betere geurreductie in de omgeving gerealiseerd kan worden. WEPA is daarom voornemens om een nieuwe centrale schoorsteen te realiseren met een hoogte van 25 meter.

Dit is hoger dan is toegestaan op grond van de bestemmingsplanregels en/of de eerdere omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan. 4. WEPA beoogt een derde beluchtingstank te plaatsen bij de afvalwaterzuivering. Met een hoogte van ca. 10 meter is dit hoger dan is toegestaan op grond van het bestemmingsplan. 5. De buitenopslag van oud papier wordt uitgebreid. Hiertoe wordt aan de zuidzijde van de inrichting een nu nog braakliggend terrein ingericht met stelconplaten en met keerwanden. Deze keerwanden hebben een hoogte van ca. 5 meter hetgeen hoger is dan is toegestaan op grond van het bestemmingsplan en gelegen op gronden waar wel bedrijvigheid is toegestaan maar geen functieaanduiding "papierfabriek" aan de orde is. In tabel 2.1 is weergegeven welke afwijkingsmogelijkheid (binnenplans, kruimel, buitenplans) per beoogde wijziging aan de orde is. t2.1 Beoogde wijzigingen en van toepassing zijnde afwijking. Beoogde wijziging

Binnenplanse afwijking

Kruimelafwijking

Buitenplanse afwijking

art. 2.12, lid 1 onder a, 1

art. 2.12, lid 1 onder a, 2

art. 2.12, lid 1 onder a, 3

Sloop/nieuwbouw hal 8 Plaatsing CO2-tank en verdamper

X X

Realisatie centrale schoorsteen

X

e

Plaatsing 3 beluchtingstank

X

Uitbreiding buitenopslag

X*

X*

* de bouwhoogte is middels een binnenplanse afwijking te vergunnen, het gebruik ten behoeve van de papierfabriek niet.

FF 1453-4-RA-001 7

De locatie van de genoemde wijzigingen is weergegeven in figuur 3. In de tekeningen bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is de exacte ligging en invulling uitgebreid weergegeven. f3

Locaties beschreven wijzigingen 1 t/m 5.

Daarnaast liggen de beoogde locaties (deels) binnen de gebiedsaanduidingen "vrijwaringszone – tunnel", "vrijwaringszone – weg 1" en "vrijwaringszone – weg 2". Op basis van de bij deze vrijwaringszones behorende regels, is het bouwen van bouwwerken in eerste aanleg verboden. Afwijken hiervan is bij omgevingsvergunning mogelijk, het bevoegd gezag verleent echter geen omgevingsvergunning dan nadat de wegbeheerder gehoord is. De bepalingen ten aanzien van de dubbelbestemming Archeologie geven aan dat geen bebouwing mag worden opgericht, met uitzondering van: − vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of; − bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm reiken, of; − bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden een oppervlak beslaan van < 100 m². Wijzigingen 2 t/m 5 vallen onder deze uitzonderingen, omdat deze wijzigingen ondiep en op een beperkt oppervlak gerealiseerd worden. Voor wat betreft de heiwerkzaamheden die nodig zijn voor de nieuwbouw van hal 8 geldt dat in het bestemmingsplan bepaald is dat hiervoor een omgevingsvergunning voor het FF 1453-4-RA-001 8

uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden benodigd is. Deze wordt verleend indien de werken of werkzaamheden plaatsvinden in een evident eerder verstoorde bodem, of indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden.

FF 1453-4-RA-001 9

3

Ruimtelijk beleidskader

3.1 R i j k s b e l e i d

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. De SVIR schetst hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: – de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; – de bereikbaarheid verbeteren; – zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Om deze doelen te bereiken heeft het Rijk 13 nationale belangen geformuleerd. De juridische verankering van deze nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen (zoals gedefinieerd in de SVIR) dat noodzakelijk maken.

De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Ecologische hoofdstructuur, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Met het rijksbeleid legt het kabinet grotere verantwoordelijkheid bij decentrale overheden. De uitvoering van het beleid ligt primair bij gemeenten, terwijl voor provincies een belangrijke kaderstellende, coördinerende en controlerende taak is weggelegd. Voor het plangebied zijn geen relevante rijksbelangen aan de orde. Ladder voor duurzame verstedelijking In oktober 2012 is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte FF 1453-4-RA-001 10

programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren aan de hand van de ladder. Voorliggend initiatief valt -aangezien de nieuwe ontwikkelingen slechts tot een zeer beperkte groei van het aantal m 2 bebouwd oppervlak leiden- niet binnen de definitie van “stedelijke ontwikkeling”. Een laddertoets is dan ook niet aan de orde. Overigens ligt het initiatief in bestaand stedelijk gebied en komt het initiatief voort uit een concrete ruimtebehoefte van een bestaand bedrijf. In die zin wordt, hoewel niet van toepassing, wel voldaan aan de gedachte van de Ladder. Conclusie Rijksbeleid Vanuit Rijksbeleid bestaan geen belemmeringen tegen de voorgenomen realisatie van de woning. 3.2 P r o v i n c i a a l b e l e i d

Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2021 Uitdagingen op het gebied van gezondheid en veiligheid, veranderingen in de samenleving als gevolg van demografische ontwikkelingen en individualisering, de relatie tussen overheid en samenleving, ontwikkelingen met betrekking tot het klimaat, de aanstaande energietransitie, een landbouwtransitie, digitalisering en de circulaire economie. Dat zijn de vraagstukken waar Limburg voor staat. Het zijn fysieke, economische en sociale opgaven én kansen die allemaal hun weerslag op de (fysieke) leefomgeving hebben. Ze vragen dus om een integrale aanpak. Want die is noodzakelijk om goed met de schaarse ruimte om te gaan. Een integrale Omgevingsvisie is niet voor niets een verplicht instrument van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie Limburg is een lange termijn visie waarin voor de periode 2021 tot 20302050 aangegeven wordt hoe de provincie richting wil geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen en daarbij steeds de balans zoekt tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) Ten aanzien van werklocaties wordt de ambitie uitgesproken om ook in de toekomst te beschikken over genoeg werklocaties en goede ontwikkelruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven, zoals bedrijventerreinen, kantoorlocaties en winkelgebieden.

Samen met gemeenten en/of eigenaren wordt de komende jaren toegewerkt naar werklocaties die zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht aan de maat zijn. Daarbij beoogt de provincie zo efficiënt mogelijk omgaan met het ruimtebeslag. FF 1453-4-RA-001 11

Voor bedrijventerreinen kiest de provincie voor compacte werklocaties om ruimtegebruik en landschappelijke inpassing te optimaliseren. Hierbij wordt de redeneerlijn “behoeftebestaand-uitbreiding-nieuw” gehanteerd, om op deze wijze zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren. Dit betekent concreet: 1. de behoefte aantonen; 2. (her)gebruik ruimte op bestaande, evt. te herstructureren terreinen; 3. ontwikkel nieuwe terreinen aansluitend aan bestaande werklocaties; 4. mogelijk andere buitenstedelijke locaties 'mits gemotiveerd' te ontwikkelen. Omgevingsverordening Limburg 2014/2021 De Omgevingsverordening Limburg 2014 (en de opvolger 2021, thans nog in ontwerp) vormt de vertaling van de ambities van de provincie zoals verwoord in de Omgevingsvisie naar regels. Toets van het initiatief aan provinciaal beleid Gegeven de beoogde verduurzamende uitbreiding van het bestaande bedrijf op de bestaande locatie, kan geconcludeerd worden dat dit past binnen het beleid van zorgvuldig ruimtegebruik. 3.3 G e m e e n t e l i j k b e l e i d

Toekomstvisie Swalmen 2014 In de Toekomstvisie Swalmen 2014 is een programma van maatregelen vastgelegd dat bijdraagt aan behoud en ontwikkeling van voorzieningen en het sociaal klimaat, mogelijkheden voor wonen voor starters en ouderen, behoud van de identiteit en kwaliteit van Swalmen, behoud van kwaliteit van de (natuurrijke) omgeving, werkgelegenheid en recreatie. Ten aanzien van industrie wordt in de Toekomstvisie opgemerkt dat met name arbeidsintensieve en schone bedrijven de voorkeur verdienen. Swalmen is ook bereid daar extra ruimte voor te scheppen als blijkt dat daar markt voor is. Ook is er ruimte voor bedrijven van buiten Swalmen. Tegelijkertijd worden grootschalige uitbreidingen van bedrijventerreinen niet wenselijk geacht. De grote industrieën worden niet gestimuleerd om te verplaatsen maar ook niet om zich op de huidige locaties verder te ontwikkelen. Een betere kwaliteit van de (leef )omgeving is één van de gestelde doelen.

FF 1453-4-RA-001 12

f4

Kaart Toekomstvisie Swalmen.

Nota beeldkwaliteit (2015) De gemeenteraad stelt het welstandsbeleid vast op grond waarvan het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk waarop de vergunning betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met zijn omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, getoetst wordt. Het bouwplan mag niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. Een onafhankelijke commissie van deskundigen toetst de bouwplannen aan de hand van welstandcriteria. De welstandscriteria zijn onderverdeeld in “algemene” criteria en in criteria die voor de “bijzondere” en de “normale” welstandsgebieden zijn beschreven. De “bijzondere” en de “normale” welstandsgebieden zijn in kaart gebracht in de Nota beeldkwaliteit. Voor de bedrijventerreinen en industriegebieden zijn geen criteria opgenomen; dit zijn de zogenaamde “welstandsvrije” gebieden met uitzondering van zichtlocaties. Onder zichtlocatie wordt verstaan: de bebouwing aan de randen van een industrie- en/of bedrijventerrein die aan de openbare weg grenst zodanig dat die locatie in het zicht zijn gelegen van de invalswegen van Roermond, tegenover de bebouwing van woonwijken en/of tegenover buitengebieden c.q. natuurgebieden. Toets van het initiatief aan gemeentelijk beleid Het beoogde toekomstig gebruik past in verband met de bouwhoogte niet binnen de vigerende bestemmingsplan. FF 1453-4-RA-001 13

De voorgenomen ontwikkeling past binnen het beleid van de Toekomstvisie Swalmen 2014, omdat het een beperkte uitbreiding is en zich beperkt tot een bestaand bedrijventerrein. Er is bovendien geen sprake van een verslechtering van de kwaliteit van de leefomgeving (zie hoofdstuk 4). Het betreft uitbreidingen die enerzijds bijdragen aan een circulaire economie (door toepassing nieuwe grondstoffen) en anderzijds aan de beperking van hinder voor de woonomgeving (plaatsen schoorsteen voor verlaging geurbelasting). Gegeven de beoogde uitbreiding van het bestaande bedrijf op de bestaande locatie, kan geconcludeerd worden dat dit past binnen het beleid van zorgvuldig ruimtegebruik en de groei van lokale bedrijvigheid. WEPA is gelegen aan de Boutestraat te Swalmen. De uitbreidingen bevinden zich in hoofdzaak aan de achterzijde van het complex. Geconcludeerd wordt dat de realisatie van de beoogde wijzigingen in het kader van de Nota Beeldkwaliteit als welstandsvrij aangemerkt kan worden. Het initiatief past daarmee binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente Roermond.

FF 1453-4-RA-001 14

4

Omgevingsaspecten

4.1 I n l e i d i n g

De voorgenomen wijzigingen aan de inrichting hebben beperkt invloed op de omgeving van de inrichting. Hierbij kan vooral gedacht worden aan de aspecten vrijwaringszone, milieu, water en archeologie. Onderstaand wordt nader ingegaan op de genoemde aspecten, voor zover vanuit ruimtelijke ordeningsperspectief relevant. 4.2 V r i j w a r i n g s z o n e

In het vigerende bestemmingsplan zijn vrijwaringszones (voor de snelweg en de tunnel) opgenomen ten behoeve van de bescherming van de verkeersbelangen. De locatie van de nieuwe ontwikkelingen liggen als volgt binnen deze vrijwaringszones: Ontwikkeling

Vrijwaringszone tunnel

Vrijwaringszone weg 1

Vrijwaringszone weg 2

Sloop-nieuwbouw hal 8

X

X

X

CO2-tank

X

X

--

Nieuwe centrale schoorsteen

--

--

X

Extra beluchtingstank

--

--

X

Nieuwe keerwanden oud papieropslag

--

X

X

Op basis van de bij deze vrijwaringszone behorende regels, is het bouwen van bouwwerken in eerste aanleg verboden. Afwijken hiervan is bij omgevingsvergunning mogelijk, het bevoegd gezag verleent echter geen omgevingsvergunning dan nadat de wegbeheerder gehoord is. Gegeven de situering van de nieuwe hal op dezelfde locatie als de bestaande hal 8 (alleen hoger) en de te verwachten beperkte impact van de realisatie van nieuwe keerwanden, schoorsteen en tanks tussen de overige gebouwen van het complex van WEPA, zijn de effecten van de nieuwe bebouwing op het functioneren van de tunnel en de weg uiterst beperkt en is het aannemelijk dat Rijkswaterstaat in zal stemmen met het voorgenomen initiatief. Hiertoe dient evenwel formeel nog een schriftelijk verzoek gedaan te worden. 4.3 M i l i e u a s p e c t e n

De voorgenomen ontwikkeling heeft slechts zeer beperkt gevolgen voor de optredende milieubelasting in de omgeving van WEPA. Het productieproces en de bijbehorende milieubelasting blijft grotendeels ongewijzigd, evenals bijvoorbeeld het aantal voertuigbewegingen van en naar de inrichting. Ook de geluidgrenswaarden die aan WEPA

FF 1453-4-RA-001 15

zijn opgelegd worden gerespecteerd. De hogere schoorsteen heeft een geurreducerend effect in de omgeving. Voor nadere informatie met betrekking tot de milieuaspecten wordt verwezen naar het deel van de omgevingsvergunningaanvraag dat ziet op de activiteit milieu (revisievergunning). Hierin worden onder andere de aspecten geluid, geur en luchtkwaliteit uitgebreid onderzocht en beoordeeld. 4.4 B o d e m

In de periode 1928 – 1974 is een deel van het bedrijfsterrein van WEPA in gebruik geweest bij een aantal galvanische bedrijven. De voormalige terreinen van deze metaalbewerkende bedrijven zijn medio jaren zeventig van de vorige eeuw door WEPA aangekocht en in gebruik genomen. Het terrein van WEPA bevat bodem- en grondwaterverontreinigingen met zware metalen en vluchtige organische koolwaterstoffen die aan de vorige gebruikers toe te schrijven zijn. De bodemkwaliteit ter plaatse van de inrichting is in de loop der jaren middels diverse bodemonderzoeken onderzocht. In deze onderzoeken (met name rapport V2721-01-001 d.d. 13 november 2003 van DHV) is de huidige toestand van de bodem en het grondwater ter plaatse van de inrichting vastgelegd als 'nulsituatie'. De betreffende onderzoeken zijn reeds in het bezit van de provincie. Op 10 augustus 2004 heeft de provincie Limburg ingestemd met het saneringsplan (besluit 2004/45128). In verband met de aanleg van de tunnelbak van de A73 is niet direct gestart met de actieve sanering. Tussentijds gewijzigde inzichten hebben geleid tot een nieuw onderzoek, waarbij meer de nadruk ligt op monitoring van de situatie. Deze wijziging van het saneringsplan is op 11 juni 2010 vastgesteld door de provincie Limburg. Als onderdeel van het geldende nazorgplan wordt het grondwater, oppervlaktewater en de waterbodem gemonitord.

De monitoring van het grondwater is gericht op het bewaken van verschuivingen in de verontreinigingscontouren boven en onder de aanwezige klei/leemlagen. De monitoring van het oppervlaktewater en de waterbodem is erop gericht om te controleren of de natuurlijke lozing van nikkel, 1,2-dichloorethenen en vinylchloride op de Swalm risico’s voor het water- en het waterbodemecosysteem met zich meebrengt. De monitoring vindt periodiek plaats, de meest recente rapportage is van 8 december 2021. De locaties waar nu nieuwe activiteiten ontplooit worden, zijn reeds lange tijd verhard of bebouwd (zoals de sloop/nieuwbouw van hal 8) of zijn sinds 2003 braakliggend (het achterterrein waar de opslag van oud papier wordt uitgebreid). De bestaande onderzoeken geven daarmee een adequaat beeld van de actuele bodemsituatie bij WEPA. Om het risico van (nieuwe) bodemverontreiniging te minimaliseren, worden bij WEPA diverse voorzieningen getroffen. Zo zijn diverse vloeren vloeistofkerend of vloeistofdicht uitgevoerd en worden gevaarlijke stoffen opgeslagen in speciaal daarvoor ingerichte ruimtes. Ook is FF 1453-4-RA-001 16

sprake van opgeleid personeel, regelmatig toezicht en zijn faciliteiten aanwezig ter bestrijding van calamiteiten. Op deze wijze wordt een verwaarloosbaar bodemrisico bereikt. 4.5 N a t u u r

WEPA ligt in de directe nabijheid van het Natura2000-gebied Swalmdal. Inzake de effecten van de activiteiten van WEPA op het natuurgebied is op 12 juli 2012 door Gedeputeerde Staten van Limburg een vergunning (kenmerk: 2011-0794) verleend in het kader van de Natuurbeschermingswet (inmiddels: Wet natuurbescherming). De activiteiten die middels voorliggende aanvraag worden aangevraagd, hebben geen grotere effecten op de natuur dan reeds is vergund. Een en ander is nader uiteengezet in het stikstofdepositie-onderzoek dat bij de aanvraag is gevoegd. Ook voor wat betreft andere externe effecten (geluid, licht, etc.) is geen sprake van relevante wijzigingen en/of verslechtering. Een nieuwe Wnb-vergunning of wijziging van de bestaande vergunning is dan ook niet benodigd. 4.6 W a t e r h u i s h o u d i n g

De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen relevante wijzigingen in de terreinverharding tot gevolg, op de locatie waar de nieuwe hal, de tanks, de schoorsteen en de keerwanden gerealiseerd worden is thans immers ook al sprake van terreinverharding en/ of mocht bij recht al een verharding aanwezig zijn. De wateropvang en waterberging in het plangebied blijft verder dan ook ongewijzigd; er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. 4.7 A r c h e o l o g i e

De ontwikkeling is beoogd in een gebied dat deels een archeologische dubbelbestemming kent. In dit gebied is een hoge archeologische verwachtingswaarde. De bepalingen ten aanzien van de dubbelbestemming Archeologie geven aan dat geen bebouwing mag worden opgericht, met uitzondering van: − vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of; − bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden niet dieper dan 40 cm reiken, of; − bebouwing waarvoor de grondwerkzaamheden een oppervlak beslaan van < 100 m². Wijzigingen 2 t/m 5 vallen onder deze uitzonderingen, omdat deze wijzigingen ondiep en op een beperkt oppervlak gerealiseerd worden. Voor wat betreft de heiwerkzaamheden die nodig zijn voor de nieuwbouw van hal 8 geldt dat in het bestemmingsplan bepaald is dat hiervoor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden benodigd is. Deze FF 1453-4-RA-001 17

wordt verleend indien de werken of werkzaamheden plaatsvinden in een evident eerder verstoorde bodem, of indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat geen verstoring plaatsvindt van archeologische waarden. De nieuwe hal 8 wordt gebouwd op de plek waar thans reeds bebouwing aanwezig is. Er is derhalve sprake van een eerder verstoorde bodem. Volledigheidshalve heeft WEPA evenwel een archeologisch bureauonderzoek laten uitvoeren door ADC ArcheoProjecten om vast te stellen of geen sprake is van verstoring van archeologische waarden. Het archeologisch onderzoek is als bijlage bij de aanvraag gevoegd. Op basis van het bureauonderzoek werd geconcludeerd dat er in het plangebied resten uit perioden vanaf het Laat-Paleolithicum kunnen worden verwacht. Voor zowel hal 8 als locatie C (de nieuwe locatie van de oud papier opslag) is de verwachting echter dat ondiepe sporen verstoord zullen zijn, gezien de verstoring tot in de B-horizont, welke in locatie C tijdens booronderzoek is aangetoond. Bovendien zal in totaal naar verwachting niet meer dan ca. 20 m2 dieper dan de bouwvoor worden verstoord. Dat is significant minder dan de 100 m2 welke in het bestemmingsplan wordt vrijgesteld. Om deze reden wordt dan ook geconcludeerd dat nader archeologisch onderzoek niet nodig is. ADC ArcheoProjecten adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.

Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Deze melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Roermond.

4.8 R u i m t e l i j k e i m p a c t / w e l s t a n d

De nieuwe bouwwerken worden gerealiseerd te midden van de bestaande gebouwen en bouwwerken van het terrein van WEPA. De ruimtelijke impact van het bouwwerk is dan ook minimaal. Vanaf de zijde Boutestraat (voorzijde) is alleen de nieuwe schoorsteen zichtbaar, de overige nieuwe bouwwerken zijn niet of nauwelijks zichtbaar. De locatie is voorts als welstandsvrij aangemerkt.

FF 1453-4-RA-001 18

5

Uitvoerbaarheid

5.1 E c o n o m i s c h e u i t v o e r b a a r h e i d

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is ontstaan uit een particulier initiatief. De kosten verband houdende met de opstelling van de plannen alsmede de uitvoering hiervan, komen voor rekening van de initiatiefnemer. Het risico op planschade wordt, gezien het geringe ruimtelijke verschil tussen de bestaande situatie en de plansituatie, als nihil ingeschat. Tussen gemeente en initiatiefnemer zal een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten worden. Voor de gemeente zijn aan de ontwikkeling en uitvoering van onderhavig plan dan ook geen financiële consequenties verbonden. 5.2 M a a t s c h a p p e l i j k e u i t v o e r b a a r h e i d

De omgevingsvergunning zal conform de gangbare voorbereidingsprocedures gedurende 6 weken in ontwerp ter inzage gelegd worden. In deze periode kan een ieder zijn of haar zienswijze kenbaar maken, alvorens het bevoegd gezag een definitief besluit neemt. Dit besluit staat open voor beroep door belanghebbenden.

FF 1453-4-RA-001 19

6

Conclusie Op basis van het vigerende bestemmingsplan is de voorgenomen realisatie van een nieuwe hal ten behoeve van de miscanthus-stofvoorbereiding, de plaatsing van een CO 2-tank en een extra beluchtingstank, de realisatie van een centrale schoorsteen en de plaatsing van nieuwe keerwanden ten behoeve van de buitenopslag van oud papier op het terrein van WEPA niet toegestaan. Zoals uit voorliggende ruimtelijke onderbouwing blijkt, bestaan tegen de voorgenomen ontwikkelingen echter geen stedenbouwkundige, planologische of milieuhygiënische bezwaren; er is sprake van “goede ruimtelijke ordening”. Er kan derhalve middels de afgifte van een omgevingsvergunning medewerking verleend worden aan het verzoek tot afwijking van het bestemmingsplan.

Mook, Dit rapport bevat: 20 pagina's.

FF 1453-4-RA-001 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=c528b708-cb3e-458a-97b2-60c7c1b48444