Bijlage 2 – concept plantoelichting met bijlagen ‘bestemmingsplan Laan van Schöndeln ong. Roermond’
Tekst van het document
29
5.2.1
Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2022-2027 van de Waterschap Limburg, de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, het Provinciaal Waterplan, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening.
De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: • vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). De opgave in het provinciaal beleid inzake het regionale water is het komen tot robuuste en natuurlijk functionerende en veerkrachtige watersystemen. Dit om risico’s tot wateroverlast en watertekort verminderen en ook bij klimaatverandering beheersbaar en maatschappelijk acceptabel te blijven. Er dient te worden voldaan aan de regionale normering voor wateroverlast. Daarnaast is het ontwikkelen van regionale, gebiedsgerichte adaptiestrategieën en het treffen van effectieve maatregelen de opgave voor het omgaan met huidige en toekomstige watertekorten. Een belangrijke voorwaarde hierbij is de beschikbaarheid van voldoende water en de juiste kwaliteit. Op deze manier zijn problemen op het gebied van watertekort in tijden van schaarste beheersbaar en maatschappelijke acceptabel. Een van de doelen van de provincie is om wateroverlast en watertekorten in het regionale watersysteem te beperken door meer ruimte voor water beschikbaar te stellen, de sponswerking te versterken en te anticiperen op de gevolgen van de klimaatverandering. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Hierbij spelen verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces.
Ter invulling van ecologische functies stelt het waterschap onder andere dat ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (waar mogelijk) moeten worden verhoogd door peilbeheer. Tevens dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies te worden afgestemd. Naast deze ecologische functies dienen er ook mensgerichte hoofd- en nevenfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater te worden ingepast.
5.2.2
Kenmerken watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied en de omgeving, kunnen beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, afvalwater en hemelwater. Grondwater Uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat de planlocatie ligt binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk. In het plangebied wordt niet voorzien in onttrekkingen, waardoor er met betrekking tot de boringsvrije zone geen belemmeringen zijn.
30
Oppervlaktewater Het plangebied grenst aan de watergang Leigraaf Gutecoven (figuur 11). Bijbehorende vrije ruimte en inundatiegebied zijn binnen het plangebied gelegen. Het plan voorziet niet in het aanbrengen van wijzigingen binnen dit gebied. De waterkundige voorzieningen worden derhalve niet aangetast.
Figuur 11: Uitsnede leggerkaart Waterschap Limburg met plangebied rood omcirkeld
Afvalwater Het afvalwater afkomstig van het plangebied zal worden geloosd op het bestaande en aanwezige rioleringsstelsel. Met het bouwvlak is rekening gehouden dat er voldoende ruimte blijft tot het aanwezige riool ten aanzien van de bereikbaarheid voor onderhoud. In de beoogde situatie wordt slechts één extra woning gerealiseerd welke wordt aangesloten op het rioleringsstelsel. Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling, worden geen belemmeringen verwacht ten aanzien van het afvoeren van afvalwater. Hemelwater Het Waterschap Limburg en de gemeente Roermond streven ernaar om bij nieuwbouw en herstructurering regenwater volledig af te koppelen en zoveel mogelijk binnen het plangebied te verwerken. In de huidige situatie is er geen bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Het hemelwater dat binnen het plangebied valt wordt zodoende op natuurlijke wijze geïnfiltreerd in de bodem. In de beoogde situatie zal het bebouwd oppervlak en de hoeveelheid erfverharding toenemen. Binnen het plangebied zullen voorzieningen worden getroffen zodat het hemelwater afkomstig van erfverharding en bebouwing op eigen terrein kan worden opgevangen dan wel op eigen terrein kan infiltreren. In het kader van de omgevingsvergunning voor het onderdeel ‘Bouwen’ wordt de toe te passen waterbergingsvoorziening nader uitgewerkt. 31
5.3
Natuur
5.3.1
Gebiedsbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. De beleidsmatige natuurbescherming die voorheen was vastgelegd in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is opnieuw vastgelegd, maar heeft een andere naam gekregen namelijk Natuur Netwerk Nederland (NNN). Daarnaast is de specifieke soortenbescherming geëvalueerd en gemonitord. Op basis daarvan is de soortbescherming voor sommige soorten gewijzigd. Sommige soorten worden daardoor beter beschermd, andere soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. (Nieuwe) ontwikkelingen kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor beschermde flora- en faunasoorten. Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied.
Het meest nabijgelegen natuurgebied behorende bij Natura 2000 betreft het Roerdal op een afstand van circa 200 meter. Woningbouwontwikkelingen kunnen een significant negatief effect hebben op Natura 2000-gebieden. Negatieve externe effecten zoals geluid, licht en trillingen op het nabijgelegen natuurgebied kunnen bij voorbaat worden uitgesloten. Het gebruik van de woningen en een toename van het aantal verkeersbewegingen kan zorgen voor een toename van de stikstofdepositie. Voor het mogelijke effect in de vorm van de mogelijkheid tot verzuring en/of vermesting als gevolg van stikstofdepositie is een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat het projecteffect (bouw- en gebruiksfase) op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Bij een dergelijke projectbijdrage treden geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura-2000 gebieden. Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet Natuurbescherming. Het aspect stikstofdepositie vormt zodoende geen belemmering voor het planvoornemen. Voor een volledige rapportage van het stikstofdepositie onderzoek wordt verwezen naar een separate bijlage.
5.3.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren.
32
Om te bepalen of de ontwikkeling een significant negatief effecten heeft op (beschermde) flora en fauna binnen het plangebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Onderstaand zijn de conclusies uit dit onderzoek weergegeven. De volledige rapportage is opgenomen in een separate bijlage bij deze toelichting. Naar aanleiding van het onderzoek wordt geconcludeerd dat negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden binnen het projectgebied op wettelijk beschermde soorten kunnen worden uitgesloten. In alle gevallen dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht onder de Wet natuurbescherming.
5.4
Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een ruimtelijk plan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In dit plan dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de archeologische en/of cultuurhistorische waarden. In deze toelichting is een splitsing gemaakt tussen archeologie en cultuurhistorie. Archeologie is in de bodem aanwezig en is meestal niet beleefbaar, terwijl cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar is in de omgeving. In de volgende paragraaf wordt verder ingegaan op het aspect ‘landschap en cultuurhistorie’. De gemeente Roermond kent geen specifiek archeologisch beleid. Wel is in de regels van het geldende bestemmingsplan opgenomen dat bij graafwerkzaamheden met een verstoringsoppervlakte groter dan 2.500 m2 en de werkzaamheden plaatsvinden minder dan 50 meter verwijderd van een eerdere vindplaats, een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.
Aangezien de maximale verstoringsoppervlakte met onderhavige ontwikkeling niet wordt overschreden en de locatie niet binnen 50 meter van een eerdere vindplaats is gelegen, is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Landschap en cultuurhistorie Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en esembles van een grotere schaal. Conform de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Limburg zijn er binnen het plangebied geen cultuurhistorische elementen aanwezig. De bomenrij langs de Laan van Schöndeln is wel beschermd. Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in het
33
aanbrengen van wijzigingen aan deze bomenrij. Met onderhavige ontwikkeling wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken.
5.6
Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.
5.6.1
Mobiliteit In de huidige situatie zijn er geen verkeersbewegingen afkomstig van het plangebied. Door het toevoegen van een woning zal het aantal verkeersbewegingen dus toenemen. Om te bepalen of het aantal extra verkeersbewegingen een belemmering vormt ten aanzien van het aspect mobiliteit, wordt de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ gehanteerd. Conform de CROW-publicatie dient voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied van de gemeente Roermond te worden uitgegaan van een verkeersgeneratie van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. De nieuwe woning wordt ontsloten via de Laan van Schöndeln. De Laan van Schöndeln betreft geen doorgaande weg, waardoor enkel bestemmingsverkeer gebruik maakt van deze weg. Het verkeer op de Laan van Schöndeln gaat via Heinsbergerweg, de N293 en de A73 op in het heersende verkeer. Gezien de weg het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie zonder problemen kan verwerken en het aantal extra bewegingen dusdanig klein is, behoeft de infrastructuur geen aanpassingen. Daarnaast zullen ook de omliggende wegen deze minimale toename zonder problemen kunnen verwerken. Het aspect mobiliteit levert geen belemmeringen op.
5.6.2
Parkeren Voor nieuwe functies dient voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd, om geen parkeeroverlast tot gevolg te hebben. Derhalve is gekeken of het plangebied voldoende groot is om te voorzien in het benodigd aantal parkeerplaatsen. Conform de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota Parkeernomen 2021 van de gemeente Roermond, dient ten behoeve van een woning in het buitengebied te worden voorzien in minimaal 2,4 parkeerplaatsen op eigen terrein (figuur 12). Afgerond dienen er dus 3 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig te zijn. Het perceel is ruim genoeg om dit aantal benodigde parkeerplaatsen te realiseren. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de herbestemming.
34
Figuur 12: Gebiedsindeling Nota parkeernormen 2021
35
HOOFDSTUK 6.1
6 Uitvoerbaarheid
Inleiding In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
6.2
Economische uitvoerbaarheid De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Wanneer met een omgevingsvergunning een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wro een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Binnen het plangebied wordt een woning gebouwd, zodat sprake is van een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.12, lid 1 Wro in samenhang met artikel 6.2.1. onder a Bro. Doordat er in het kader van de beoogde ontwikkeling geen aanpassingen in de openbare ruimte nodig zijn, is er geen sprake van verhaalbare kosten, waardoor volgens artikel 6.2.1a, aanhef en onder b van het Bro geen verplichting tot kostenverhaal geldt. De gemeente sluit een planschadeovereenkomst met de initiatiefnemer. Hiermee wordt vastgelegd dat eventuele tegemoetkomingen in planschade aan derden, toegebracht door een planologische wijziging, door de gemeente verhaald kunnen worden op initiatiefnemer van het plan.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.1. Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bij de voorbereiding is overleg geweest met de provincie Limburg. Het plan is door de initiatiefnemer middels het voeren van een omgevingsdialoog voorgelegd aan de omwonenden. Naar aanleiding van de gevoerde omgevingsdialoog is besloten om met de nieuwe inrit aan te sluiten bij de bestaande inrit aan Laan van Schöndeln 8. Bij eerdere ontwerpen was een eigen inrit aan de Laan van Schöndeln voorzien. Dit stuitte echter op bezwaren van de omgeving. Het plan is op dit punt aangepast. Verder zijn geen bezwaren van de omgeving naar voren gekomen. Een verslag van de omgevingsdialoog is bijgevoegd als bijlage bij deze toelichting. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Laan van Schöndeln ong. Roermond’ is ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 weken ter visie gelegd, waarbij eenieder gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Tijdens de inzagetermijn zijn geen zienswijzen ingediend welke leiden tot wijzigingen van het bestemmingsplan.
36
Ambtshalve wijzigingen Ten behoeve van de vaststelling van het plan zijn ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd: - De begrippen ‘bouwlaag’ en ‘dienstverlening’ zijn toegevoegd aan artikel 1 van de planregels; - De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ is opgenomen in de regels en op de verbeelding. Het voormalige artikel 11.3 is daarmee komen te vervallen. - De dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterhuishoudkundige en/of Waterstaatkundige functie’ is voorzien van bouwregels die alleen bebouwing mogelijk maken die noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de waterhuishoudkundige en/of waterstaatkundige functie waarbij tevens een aanlegvergunningstelsel is opgenomen; - Het strijdig gebruik zoals gedefinieerd in artikel 8 (voorheen artikel 7) is aangepast zodat dit in lijn is met andere bestemmingsplannen; - De binnenplanse afwijkingsbevoegdheden t.b.v. evenementen en het oprichten van waterretentiebekkens (voormalig artikel 8.1 onder f. en g.) zijn komen te vervallen; - In een aantal artikelen is ‘ontheffing’ vervangen door ‘omgevingsvergunning om te mogen handelen in afwijking van het bestemmingsplan’. - Artikel 12.3 ‘Hardheidsclausule’ is komen te vervallen.
37
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ........................................................................................................... 4
2
ONDERZOEKSLOCATIE .......................................................................................... 5 2.1 Algemeen ..................................................................................................... 5 2.2 Huidig gebruik (gebiedsinspectie) .................................................................... 5 2.3 Historisch gebruik (archiefonderzoek) .............................................................. 6 2.4 Toekomstig gebruik ....................................................................................... 6
3
VOORONDERZOEKSGEBIED ................................................................................... 7 3.1 Algemeen ..................................................................................................... 7 3.2 Bodeminformatie ........................................................................................... 7 3.3 Achtergrondgehalten ...................................................................................... 8
4
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................... 9
5
CONCLUSIES....................................................................................................... 10
BIJLAGEN 1|
Foto’s, historische kaarten en luchtfoto
2|
Verklarende woordenlijst
3|
Geraadpleegde bronnen
4|
Omgevingsrapportage gemeente Roermond
5|
Uittreksel kadastrale kaart en situatietekening
Vooronderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van te Roermond is door HMB B.V. in mei 2023 een vooronderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Laan van Schöndeln 8 te Roermond. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Doelstelling Het doel van het historisch onderzoek is vast te stellen of er aanleiding is om bodemverontreiniging te verwachten binnen de beschouwde locatie. Indeling rapport In de rapportage worden de uitvoering en resultaten van het onderzoek besproken. In de hoofdstukken 2 en 3 wordt de verzamelde informatie van de onderzoekslocatie en het vooronderzoeksgebied (de omgeving) weergegeven. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de bodemopbouw en de geohydrologie. Tenslotte worden de conclusies in hoofdstuk 5 weergegeven. Verantwoording De te hanteren werkwijze voor uitvoering van het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 57251, aanleiding A2. Het eventueel gegeven ‘op maat gesneden plan’ voor bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57403. Onder bijlage 2 is, gebaseerd op de NEN 5740, een ‘Verklarende woordenlijst’ opgenomen. Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Opgemerkt wordt dat HMB B.V. geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de beschouwde locatie.
1 2
3
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016
23241002H | Laan van Schöndeln 8 Roermond
4
Vooronderzoek
▪ ▪
bestuderen luchtfoto's; verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin.
Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen (bijvoorbeeld puinverhardingen) verkregen voor de aanwezigheid van asbest in de bodem van de locatie. 2.3
Historisch gebruik (archiefonderzoek)
Historisch gebruik Uit oude topografische kaarten blijkt dat de onderhavige locatie altijd in gebruik is geweest voor natuur/bos. Het terrein is in gebruik geweest voor natuur/bos. Rond de jaren tachtig van de 20ste eeuw is ten westen van de onderhavige bebouwing (Laan van Schöndeln 8) zichtbaar. Op de onderhavige locatie is nooit bebouwd geweest. Verleende vergunningen Bij de gemeente Roermond zijn geen verleende vergunningen in het kader van de Bouwverordening, de Hinderwet en/of Wet Milieubeheer bekend van de onderhavige locatie. Bodembedreigende activiteiten Bij de gemeente Roermond zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten als (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen welke aanleiding kunnen geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminformatie Van de onderhavige locatie is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. 2.4
Toekomstig gebruik
De opdrachtgever/eigenaar is voornemens om een omgevingsvergunning aan te vragen voor de onderhavige locatie.
23241002H | Laan van Schöndeln 8 Roermond
6
Vooronderzoek
In onderhavige paragraaf wordt alleen het bodemonderzoek besproken wat binnen het invloed gebied (25 meter) is gelegen van de onderhavige locatie. Het verkennend bodemonderzoek (Fase 1; verdachte deellocaties, Geonius, opdrachtnummer: MA-120463, 18 januari 2013) heeft met deellocatie D betrekking op een gedeelte va de omgeving. In deze alinea wordt alleen het conclusies van deellocatie D besproken (gelegen aan de Heinsbergerweg 367). De bovengrond (0-0,5 m-mv) ter plaatse van de verdachte deellocatie licht verontreinigd met zware metalen, PAK en PCB. De ondergrond (0,5-2,0 m-mv) is licht verontreinigd met kobalt. In het grondwater ter plaatse van de peilbuis H1 is een lichte verontreiniging met barium, cadmium en nikkel aangetoond. De resultaten van het genoemde bodemonderzoek in de omgeving geven geen aanleiding relevante bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. 3.3
Achtergrondgehalten
De regio Limburg-Noord, waaronder de gemeente Roermond , beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt de boven- en ondergrond – volgens de ontgravingskaarten – ingedeeld in de ontgravingskwaliteit ‘landbouw/natuur’.
23241002H | Laan van Schöndeln 8 Roermond
8
Vooronderzoek
5
CONCLUSIES
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de onderzoekslocatie als onverdacht ten aanzien van bodemverontreiniging te beschouwen is. Binnen het vooronderzoeksgebied is verder geen sprake van deellocaties welke verdacht zijn ten aanzien van bodemverontreiniging. Ter plaatse wordt dan ook geen bodemverontreiniging verwacht welke zich uitstrekt tot binnen de onderzoekslocatie.
23241002H | Laan van Schöndeln 8 Roermond
10
Bijlage | 1 Foto’s, historische kaarten en luchtfoto
Foto 01
Foto 02
Foto 03 23241002H
Foto 04
Foto 05
Foto 06 23241002H
Foto 07
Historische kaart: 1920
Historische kaart: 1980
23241002H
Historische kaart: 2000
Historische kaart: 2022
Luchtfoto: 2022
23241002H
Bijlage | 2 Verklarende woordenlijst4 Vooronderzoek Ook wel bekend als historisch onderzoek. Het betreft het verzamelen van informatie over de locatie middels archiefonderzoek, historisch bronnen en kaarten en een locatie-inspectie. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5717 (waterbodem) en de NEN 5725 (landbodem). Verkennend bodemonderzoek Op basis van de gekozen strategie (onverdachte of verdachte locatie) worden een aantal boringen en/of peilbuizen geplaatst. Een aantal grond- en grondwatermonsters wordt geanalyseerd op de relevante parameters. In de rapportage wordt verwoord of de milieuhygiënische kwaliteit voldoende is voor hetgeen is voorgenomen of dat nader bodemonderzoek noodzakelijk is. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740. Nader bodemonderzoek Het in één of meerdere fasen vaststellen van de aard, oorzaak, mate, omvang en ligging van een verontreiniging. In de rapportage wordt de verontreinigingssituatie omschreven. Over het algemeen wordt ook een risicobeoordeling uitgevoerd (bepaling ernst en spoedeisendheid). Uitvoering (behoudens voor asbest) conform de NTA 5755. Verkennend asbest in grondonderzoek Onderzoek naar asbest in de bodem met minder dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal. In de rapportage wordt verwoord of het asbestgehalte aanleiding geeft tot nader onderzoek. Uitvoering conform de NEN 5707.
Verkennend asbest in puinonderzoek Onderzoek naar asbest in funderingslagen, stortlocaties en wegen met meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal. In de rapportage wordt verwoord of het asbestgehalte aanleiding geeft tot nader onderzoek. Uitvoering conform de NEN 5897. Nader asbest in grond- of puinonderzoek Onderzoek naar de oorzaak, mate, omvang en ligging van een asbestverontreiniging. In de rapportage worden de verontreinigingssituatie omschreven. Over het algemeen wordt ook een risicobeoordeling uitgevoerd (bepaling ernst en spoedeisendheid). Uitvoering conform de NEN 5707 of NEN 5897. Verkennend waterbodemonderzoek Onderzoek voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem en daaruit vrijkomende baggerspecie. In de rapportage wordt verwoord dat de milieuhygiënische kwaliteit voldoende is voor hetgeen is voorgenomen of dat nader waterbodemonderzoek noodzakelijk is. Het verkennend waterbodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5720. Partijkeuring Ook wel bekend als AP04. Een onderzoek gericht op het vervoeren en elders toepassen van grond of bouwstof. In de rapportage worden de hergebruiksmogelijkheden verwoord. Asfaltonderzoek Onderzoek naar de laagopbouw en teerhoudendheid van asfalt. Het asfaltonderzoek wordt uitgevoerd conform de CROW 210.
4
Bron: NEN 5740
Bijlage | 4 Omgevingsrapportage gemeente Roermond
Laan van schondeln 8, roermond Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 25
-
10-05-2023
Pagina 2 van 25
-
10-05-2023
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Roerdal Melickerveld = Roerterras Dirksbergerweg ong Laan van Sch?ndeln 6 HBB_ Roermond: Laan Van Schondeln 6 (A0957010287) HBB_ Roermond: Heinsbergerweg 202 (A0957000903) HBB_ Roermond: Laan Van Schondeln 8 (A0957010354) Tussen de Bruggen (stroomgebied Roer) Heinsbergerweg 202 Roermond Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 3 van 25
-
10-05-2023
Inleiding Dit rapport is een geautomatiseerde samenvatting van de bij de gemeenten en provincie Limburg bekende gegevens over de bodemkwaliteit. Deze informatie wordt in een bodeminformatiesysteem (BIS) opgeslagen. In het rapport is de beschikbare informatie opgenomen van het door u geselecteerde perceel of gebied. Voor bodemadviesbureaus biedt deze rapportage een indicatie van de aanwezige bodemgegevens maar vormt niet alle archiefinformatie voor een vooronderzoek conform de NEN 5725 (historisch onderzoek). Voor een onderzoek conform NEN 5725, NEN 5707 en de norm NEN 5740 (verkennend bodemonderzoek) is naast de bodeminformatie ook alle informatie met betrekking tot milieudossiers en bouwvergunningen relevant. Deze informatie dient middels een dossieronderzoek (bouwvergunning- en Wet Milieubeheer-archief) te worden verzameld. Deze informatie is niet in alle gevallen digitaal beschikbaar en kan door middel van het maken van een afspraak worden ingezien bij de betreffende gemeente of provincie.
Rapportage In de rapportage wordt per locatie de bekende informatie weergegeven. Per locatie wordt weergeven welke bodemonderzoeken er bekend zijn. Er zijn ook locaties waarvoor geen bodemonderzoeken bekend zijn maar wel verontreinigende activiteiten. Deze locaties zijn opgenomen omdat op basis van historische informatie (milieuvergunningdossiers, tankarchief ed) blijkt dat er (potentieel) bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. De bodeminformatie van de Provincie Limburg is ook opgenomen. Hierdoor kan het voorkomen dat gegevens (locaties, bodemonderzoeken) twee keer in de rapportage worden vermeld. Met betrekking tot de Wet bodembescherming (Wbb) is provincie Limburg het bevoegd gezag. Op basis van het veld gegevensbeheerder is bekend waar de informatie opgevraagd kan worden. (Bij Roxit ligt nu de vraag of dit veld kan worden opgenomen) Onderstaand zijn de contactgegevens van de provincie Limburg en gemeenten voor het opvragen van bodeminformatie van de desbetreffende gemeente: Provincie Limburg: https://www.limburg.nl/onderwerpen/milieu-toezicht/bodem Servicecentrum MER-OD: dienstverlening@servicecentrum-mer.nl Roermond: bodem@Roermond.nl Meerssen: carlo.poolen@meerssen.nl
Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 en Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord. De gemeenten van Noord en midden Limburg beschikken over een gezamenlijke Nota Bodembeheer en bodemkwaliteitskaart die de gemiddelde bodemkwaliteit weergeeft van verschillende gebieden. Informatie over de Nota en de bodemkwaliteitskaart kunt u vinden op: https://experience.geowebonline.nl/GeoWeb56/Index.html?viewer=BKK_Limburg
Pagina 4 van 25
-
10-05-2023
Pagina 17 van 25 -
10-05-2023
Pagina 21 van 25 -
10-05-2023
Pagina 23 van 25 -
10-05-2023
Pagina 24 van 25 -
10-05-2023
Disclaimer De provincie Limburg en de gemeenten besteden de grootst mogelijke aandacht en zorg aan de gegevens in het Bodeminformatiesysteem. Toch kan het voorkomen dat de getoonde bodeminformatie verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. Tevens ontvangen de provincie en de gemeenten niet alle bodemonderzoeken die binnen de gemeentegrenzen worden uitgevoerd. De provincie Limburg en de gemeenten zijn niet aansprakelijk voor enigerlei schade die ontstaat als gevolg van of in verband staat met het gebruik van de getoonde informatie. De gegevens van een bodemonderzoek zijn ook een momentopname. Dit houdt in dat per situatie (omgevingsvergunning voor bouw of bestemmingsplanwijziging, grondverzet etc.) moet worden beoordeeld of de bekende gegevens nog bruikbaar zijn daarvoor.
Pagina 25 van 25 -
10-05-2023
Bijlage | 5 Uittreksel kadastrale kaart en situatietekening
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ........................................................................................................... 4
2
GEBRUIKTE GEGEVENS ......................................................................................... 5 2.1 Algemene gegevens ....................................................................................... 5 2.2 Situatiebeschrijving ....................................................................................... 5 2.3 Eisen met betrekking tot de geluidbelasting Lden .............................................. 5 2.4 Eisen met betrekking tot de gevelgeluidwering GA;k .......................................... 6
3
BEREKENINGEN .................................................................................................... 7 3.1 Toegepaste rekenmethodes ............................................................................ 7 3.2 Berekeningsresultaten .................................................................................... 7 3.3 Geluidreducerende maatregelen voor de gevelbelasting Lden .............................. 8
4
Conclusies ........................................................................................................... 9
BIJLAGEN 1|
Onderzoekslocatie
2|
Overzicht verkeersgegevens
3|
Invoergegevens en rekenresultaten
Akoestisch onderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van de te Roermond is door milieukundig adviesbureau HMB BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd op locatie Laan van Schöndeln 8 te Roermond. Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever tot het bouwen van een nieuw woonhuis op de onderzoekslocatie. Het doel van het onderzoek is het berekenen van de gevelgeluidbelasting op een nieuw te eraliseren woning als gevolg van wegverkeer conform Standaard RekenMethode 2 (SRM2) uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Het voorliggende rapport doet verslag van de gehanteerde uitgangspunten, berekeningsresultaten en toetsing aan de door de overheid gestelde grenswaarden. figuur 1: impressie onderzoekslocatie
23241001N | Laan van Schöndeln 8 Roermond
4
Akoestisch onderzoek
indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. De Wet geluidhinder geeft de voorwaarden waarbinnen hogere waardes mogelijk zijn, en geeft het lokale bestuur mogelijkheden om hierbinnen een eigen beleid te voeren. De gemeente Roermond kent hierin geen eigen geluidbeleid. Mocht de geluidbelasting op de gevel boven de maximale ontheffingswaarde liggen, dan is woningbouw in principe niet toegestaan. In voorkomende gevallen is onderzocht of er alsnog mogelijkheden zijn om tot een inpasbare situatie te komen. Eventuele mogelijkheden kunnen zijn: • het treffen van bronmaatregelen om de geluidemissie vanwege de (spoor)weg te beperken; • het treffen van overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld schermen) om de geluidbelasting op de gevel te verminderen; • de afstand van de gevels tot de geluidbron vergroten, waardoor de belasting afneemt; • het bouwplan zodanig inrichten dat zich achter de meest belaste gevels geen geluidgevoelige ruimten bevinden; • het toepassen van dubbele gevels of vliesgevels waardoor de geluidbelasting op de feitelijke gevel in voldoende mate afneemt; • het toepassen van ‘dove’ gevels, waarvoor de grenswaarden uit de Wet geluidhinder niet van toepassing zijn.
Conform artikel 110f van de Wet geluidhinder dient onderzoek te worden gedaan naar de effecten van samenloop van verschillende geluidsbronnen, indien de onderzoekslocatie is gelegen binnen de geluidzone van meerdere brontypes (wegverkeer, railverkeer, luchtverkeer of industrie). Omdat in onderhavige situatie slechts sprake is van één geluidtype (alleen wegverkeer), is cumulatie van geluid niet aan de orde.
2.4
Eisen met betrekking tot de gevelgeluidwering GA;k
Op grond van het Bouwbesluit dient de uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht een karakteristieke geluidwering (GA;k) te hebben van minimaal 20 dB(A). Daarnaast mag de geluidbelasting binnen een verblijfgebied niet meer bedragen dan 33 dB, en binnen een verblijfsruimte niet meer dan 35 dB. Een verblijfsgebied is een cluster van één of meer op dezelfde verdieping gelegen aan elkaar grenzende ruimten anders dan een toiletruimte, badruimte, technische ruimte of verkeersruimte. Een verblijfsruimte is een ruimte voor het verblijven van mensen (voor woningbouw in de regel de woonkamer, keuken, werkkamer, hobbyruimte en slaapkamers). Een verblijfsruimte maakt per definitie deel uit van een verblijfsgebied. Indien de geluidbelasting op de gevel derhalve hoger is dan 33 + 20 = 53 dB, dient door middel van berekening te worden aangetoond welke maatregelen noodzakelijk zijn opdat aan de in het Bouwbesluit genoemde eisen met betrekking tot de gevelgeluidwering wordt voldaan.
23241001N | Laan van Schöndeln 8 Roermond
6
Akoestisch onderzoek
4
CONCLUSIES
In opdracht van te Roermond is door milieukundig adviesbureau HMB BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd op locatie Laan van Schöndeln 8 te Roermond. Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen van de opdrachtgever tot het bouwen van een nieuw woonhuis op de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek is het berekenen van de geluidbelasting op een nieuw te eraliseren woning als gevolg van wegverkeer conform Standaard RekenMethode 2 (SRM2) uit het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Uit het onderzoek volgt dat de gecorrigeerde gevelbelasting ten gevolge van de Heinsbergerweg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, maar wel voldoet aan de maximale ontheffingswaarde. Maatregelen om de geluidbelasting tot beneden de voorkeursgrenswaarde te krijgen lijken niet reëel. Het is derhalve noodzakelijk om bij College van B&W in het kader van de Wet geluidhinder ontheffing aan te vragen voor een hogere grenswaarde. Het Bouwbesluit vereist een karakteristieke gevelgeluidwering van minimaal 20 dB(A) en een binnengeluidniveau in de woning van ten hoogste 33 dB. Aangezien de gecumuleerde ongecorrigeerde gevelgeluidbelasting hoger is dan 53 dB dient aanvullend onderzoek te worden verricht naar eventueel benodigde bouwkundige maatregelen opdat het maximaal toelaatbaar binnengeluidniveau in de woning is gewaarborgd.
Aanvullend onderzoek kan pas worden uitgevoerd op het moment dat een definitieve ontwerptekening van de woning beschikbaar is.
23241001N | Laan van Schöndeln 8 Roermond
9
Bijlage | 1 Onderzoekslocatie
Bijlage | 2 Overzicht verkeersgegevens
Rick Meelkop | HMB B.V. Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Ricardo Janssens <RicardoJanssens@roermond.nl> dinsdag 23 mei 2023 12:05 Rick Meelkop | HMB B.V. RE: aanvraag verkeersgegevens Verkeersgegevens verkeersmodel Laan van Schondeln.pdf
Te besche ming v an uw p iv ac s deze afbeeld ng niet au o m isch v an n net gedow load ogo Gemee e Roe m nd
Beste Rick, In de bijlage het aangevraagde verkeersmodel, we hebben de berekeningen tot 2040. Voor de autonome groei kan 2 % per jaar aangehouden worden. -
Laan van Schondeln Heinsbergerweg Dirksbergerweg
Asfalt, Asfalt, Half verharding
30km/h 50km/h 50km/h
Vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet, Ricardo Janssens Medewerker verkeer Gemeente Roermond Sector Ruimte | Afdeling Beheer Openbare Ruimte T 0475 359 437 E ricardojanssens@roermond.nl Stadhuis | Markt 31 6041 EM | Postbus 900 6040 AX Roermond | T 14 - 0475 | www.roermond.nl Van: Rick Meelkop | HMB B.V. <r.meelkop@hmbgroep.nl> Verzonden: dinsdag 2 mei 2023 08:25 Aan: Ricardo Janssens <RicardoJanssens@roermond.nl> Onderwerp: aanvraag verkeersgegevens Geachte heer Janssens, In verband met een uit te voeren akoestisch onderzoek aan de Laan van Schöndeln 8 te Roermond ben ik op zoek naar de verkeersgegevens van de: Laan van Schöndeln; Heinsbergerweg; Dirksbergerweg.
Het betreft de verkeersintensiteiten (uitgesplitst naar voertuigcategorie en etmaalperiode), toegestane rijsnelheden en het aanwezige wegdektype, alles voor prognosejaar 2033 (danwel een prognose voor de autonome groei). Een impressie van de onderzoekslocatie is als bijlage toegevoegd. Met vriendelijke groet, Rick Meelkop | HMB B.V. functie: projectleider contact: 077-4652808 | r.meelkop@hmbgroep.nl disclaimer: https://www.hmbgroep.nl/disclaimer/ 1
Wilt u persoonlijk op de hoogte blijven van het laatste nieuws, kijk dan op www.roermond.nl/service om u aan te melden voor Roermondpost en/of Buurtpost. | www.roermond.nl | De gemeente Roermond streeft naar een optimale dienstverlening en zorgvuldige afhandeling van vragen. Mocht deze mail toch niet voor u bestemd zijn, wilt u dan de afzender hiervan op de hoogte stellen? Voor (informatie over) het aanvragen van gemeentelijke producten & diensten en de servicenormen bij de gemeente Roermond, kunt u terecht op ons digitaal loket op www.roermond.nl. Reageert u via mail@roermond.nl dan ontvangt u binnen 4 werkdagen bericht. Gemeente Roermond maakt geen gebruik van e-mail voor het ontvangen van formele correspondentie. Ook aanvaardt de gemeente geen aansprakelijkheid bij onjuiste ontvangst. Onder formele correspondentie verstaat de gemeente Roermond o.a. bezwaarschriften, zienswijzen, bedenkingen, klachten (ingevolge klachtenregeling), offertes, aanvragen om een besluit/beschikking (zoals voor een vergunning, een ontheffing, handhaving, gedogen, een subsidie etc.), verzoeken om beleidswijziging, etc.
2
Bijlage | 3 Invoergegevens en rekenresultaten