CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 – concept plantoelichting met bijlagen ‘bestemmingsplan Asenray West’ (geanonimiseerd)

Commissie Ruimte (RU) 3 september 2025, gemeente RoermondBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Asenray West’27.525 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray Gemeente Roermond Ontwerp

colofon

projectnaam Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray datum 25 juni 2025 projectnummer P05895 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0957.BP00000329-VG01 opdrachtgever HVG Real Estate Concept 27 november 2023 Ontwerp 30 november 2023 Vaststelling 25 juni 2025 BRO projectleider ROs bron kaft BRO review AKu

Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 info@bro.nl www.bro.nl

TOELICHTING

Inhoudsopgave 1

INLEIDING

5

2

BESTAANDE SITUATIE

7

3

PLANBESCHRIJVING

9

4

UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID

12

4.1

Rijksbeleid

12

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4

12 13 17 17

4.2 4.3

Provinciaal beleid

18

4.2.1 4.2.2

18 20

5

Regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 - 2025

21 21

Gemeentelijk beleid

25

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 4.4.7 4.4.8 4.4.9

25 26 28 29 29 30 32 32 34

Toekomstvisie Roermond 2030 Nota Parkeernomen 2021 Nota Archeologie Nota bodembeheer Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan Beleidsregel ‘Aan huis gebonden beroepen en kleine economie’ Groenvisie Vigerend bestemmingsplan ‘Kern Asenray’ Vigerend bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Ridder van Asenrodeweg’

ONDERZOEK

36

5.1

Milieuaspecten

36

5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5

Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering

36 38 40 42 45

Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Leidingen en infrastructuur Verkeerskundige aspecten Duurzaamheid Waterparagraaf M.e.r.-plicht

46 48 53 53 57 58 62

5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

5.8.1

5.9

6

Provinciaal Omgevingsvisie (POVI) Omgevingsverordening Limburg 2021

Regionaal beleid 4.3.1

4.4

Nationale omgevingsvisie (NOVI) Ladder voor duurzame verstedelijking Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)

Beoordeling directe m.e.r.-plicht

Niet gesprongen explosieven

62

63

PLANSTUKKEN

64

6.1 6.2 6.3

64 64 64

Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

3

7

8

UITVOERBAARHEID

68

7.1 7.2 7.3 7.4

68 68 69 70

Economische uitvoerbaarheid Overleg Omgevingsdialoog Zienswijzen

PROCEDURE

71

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladderonderbouwing Bijlage 2: Vooronderzoek bodem Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Actualisatie Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 5: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 6: Archeologisch bureau- en verkennend bureauonderzoek Bijlage 7: Programma van Eisen (archeologie) Bijlage 8: Proefsleuvenonderzoek (archeologie) Bijlage 9: Actualisatie quickscan Wet natuurbescherming Bijlage 10: Stikstofdepositieonderzoek Bijlage 11: NGE-onderzoek Bijlage 12: Omgevingsdialoog Bijlage 13: Verantwoordingsdocument Externe Veiligheid

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

4

1

INLEIDING

Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van 23 grondgebonden woningen aan de westkant van Asenray (gemeente Roermond). Het plangebied staat kadastraal bekend als Roermond, sectie O, perceelnummers 740 (ged.), 734 en 686. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 10.244 m2. Het plangebied bestaat momenteel voornamelijk uit agrarische gronden.

Figuur 1. Uitsnede topografische kaart Nederland globale ligging plangebied rood omlijnd

Het plangebied valt grotendeels onder de werking van het geldende bestemmingsplan ‘Kern Asenray’, dat op 16 februari 2012 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Roermond. Het plangebied valt daarnaast gedeeltelijk onder de werking van het geldende bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Ridder van Asenrodeweg’, dat op 27 september 2012 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Roermond. Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Ridder van Asenrodeweg’ is het plangebied gedeeltelijk bestemd als ‘Verkeer’. Volgens het bestemmingsplan ‘Kern Asenray’ is het plangebied hoofdzakelijk bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden’. Tevens is een gedeelte van het plangebied gelegen binnen de bestemming ‘Woongebied’. Het gehele plangebied valt onder de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’. Tevens valt een gedeelte van het plangebied binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van sport - schutterij’. Tot slot geldt voor een gedeelte van het plangebied de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. De ontwikkeling van de beoogde woningen is binnen de

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

5

agrarische bestemming en de woonbestemming niet mogelijk. Het plan past ook niet binnen het bestemmingsplan “Uitbreidingsplan Ridder van Asenrodeweg” voor zover het hierbinnen is gelegen. In het voorliggende bestemmingsplan worden de nieuwe bestemmingen voor de gronden wettelijk geregeld, waardoor nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en gaat vergezeld van voorliggende toelichting met bijlagen. Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing van het plan aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk 6 worden de planstukken en de juridische opzet van de regels beschreven en in hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

6

2

BESTAANDE SITUATIE

Het plangebied waar de voorliggende ontwikkeling is voorzien, is gelegen nabij de Molenakker, aan de westzijde tegen de kern van Asenray. De kern Asenray is gelegen in het oosten van de gemeente Roermond, tussen de kern Roermond en de grens met Duitsland. Het plangebied staat kadastraal bekend als Roermond, sectie O, perceelnummers 737 (ged.) en 686. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 10.244 m2. Het plangebied bestaat momenteel voornamelijk uit agrarische gronden.

Figuur 2. Uitsnede kadastrale kaart ligging plangebied rood omlijnd

De luchtfoto geeft een beeld van het bestaande gebruik in het plangebied. Het plangebied grenst aan de noord- zuid- en westzijde aan het buitengebied van Asenray. Verder naar het noorden liggen de sportvelden van Asenray. Aan de oostzijde van het plangebied is de kern van Asenray gelegen met

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

7

hoofdzakelijk woonbestemmingen. De verdere omgeving kent hoofdzakelijk een woonfunctie en bestaat uit met name grondgebonden woningen met tuinen. Vigerende bestemmingsplannen Kern Asenray Het plangebied valt gedeeltelijk onder de werking van het geldende bestemmingsplan ‘Kern Asenray’, dat op 16 februari 2012 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Roermond. Volgens het bestemmingsplan is het plangebied gedeeltelijk bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden’. Tevens is een gedeelte van het plangebied gelegen binnen de bestemming ‘Woongebied’. Het gehele plangebied valt onder de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’. Tevens valt een gedeelte van het plangebied binnen de functieaanduiding ‘specifieke vorm van sport - schutterij’. Tot slot geldt voor een gedeelte van het plangebied de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ en is er een bouwvlak gelegen binnen het plangebied. De ontwikkeling van de beoogde woningen is binnen de agrarische bestemming en de woonbestemming niet mogelijk. Op basis van het vigerend bestemmingplan ‘Kern Asenray’ is het toevoegen van 23 grondgebonden woningen op deze locatie niet toegestaan. Het bouwen van woningen op gronden die zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Agrarische functie met landschapswaarden’ is namelijk niet toegestaan.

Ook binnen de woonbestemming is het toevoegen van woningen op deze locatie niet toegestaan, vanwege het ontbreken van een bouwvlak. De beoogde ontwikkeling van 23 grondgebonden woningen is daarmee niet rechtstreeks toegestaan volgens het vigerende bestemmingsplan. Het vigerende bestemmingsplan kent ook geen (algemene) afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden, op basis waarvan de realisatie van het beoogde initiatief alsnog mogelijk kan worden gemaakt. Uitbreidingsplan Ridder van Asenrodeweg Het plangebied valt gedeeltelijk onder de werking van het geldende bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Ridder van Asenrodeweg’, dat op 27 september 2012 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Roermond. Volgens het bestemmingsplan is het plangebied gedeeltelijk bestemd als ‘Verkeer’ en ‘Wonen’. Het gehele plangebied valt onder de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’. De ontwikkeling van de beoogde woningen is binnen deze bestemmingen niet mogelijk.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

8

3

PLANBESCHRIJVING

In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven. De ontwikkeling Binnen het plangebied is de ontwikkeling van een woongebied bestaande uit maximaal 23 woningen voorzien. De initiatiefnemer is voornemens om 23 grondgebonden woningen te realiseren. Er zullen verschillende soorten woningen worden gerealiseerd. Het woningbouwprogramma bestaat uit tweeonder-een-kapwoningen, rijwoningen en vrijstaande woningen voor de koopsector en in verschillende

Figuur 3. Uitsnede schetsontwerp (bron: aangeleverd door opdrachtgever)

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

9

huursectoren en zijn gezien hun omvang geschikt voor meerdere soorten doelgroepen waaronder, ouderen en starters. Onderhavige woningbouwontwikkeling bestaat uit het navolgende woningbouwprogramma:  2 vrijstaande woningen;  18 twee-onder-een-kapwoningen, waarvan 6 woningen als nultredenwoning worden uitgevoerd en 9 met de optie nultredenwoningen worden aangeboden;  3 rij-/hoekwoningen. De beoogde woningen betreffen allen grondgebonden woningen met tuin. Er is in de intentieovereenkomst afgesproken dat 6 woningen (3 tweekappers en de 3 rijwoningen) worden aangeboden ofwel als sociale huurwoning of met een VON-koopprijs die maximaal gelijk is aan het bedrag om in aanmerking te komen voor een starterslening (of een combinatie hiervan). Naast de woningen wordt er ook nog een ontsluitingsweg gerealiseerd ten zuiden van het plangebied. Deze weg loopt in zuidelijke richting en sluit aan op de Kerkstraat.

Figuur 4. Uitsnede schetsontwerp inclusief ontsluitingsweg (bron: aangeleverd door opdrachtgever)

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

10

Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten In het kader van het initiatief worden de gronden geheel herontwikkeld. Aangezien er reeds woningen rondom de locatie aanwezig zijn en de locatie gelegen is direct aansluitend aan een bestaand woongebied, passen de nieuw te bouwen woningen functioneel in de omgeving. Stedenbouwkundig bezien wordt onder andere qua hoogte, rooilijnen, typologieën, e.d. zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing. Er worden eveneens parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling, is er kortom geen sprake van negatieve ruimtelijke en/of stedenbouwkundige effecten op de korte en op (middel) lange termijn. Vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt wordt de ontwikkeling goed inpasbaar geacht.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

11

4

UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID

In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Onderhavig planvoornemen valt op basis van het overgangsrecht nog onder de Wro. Derhalve wordt er in onderhavig hoofdstuk nog gebruik gemaakt van het beleid onder de Wro. Bij een vergunningsaanvraag op basis van onderhavig bestemmingsplan zal er wel gebruik worden gemaakt van de regelgeving en het beleid onder de Omgevingswet.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Dit streven naar integraliteit komt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.

Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

12

Relevante nationale belangen voor het voorliggende project zijn als volgt:  bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Afweging Middels de voorliggende ontwikkeling wordt bijgedragen aan de realisatie van een goede omgevingskwaliteit en een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Het project voorziet namelijk in moderne en hoogwaardige woningbouw, passend bij de behoefte van Asenray en de gemeente Roermond. Voor het plangebied geldt daarnaast dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en integrale besluitvorming bij ruimtelijke plannen. Nieuwe (ruimtelijke) projecten dienen daarom in lijn te zijn met het beleid zoals dat is opgesteld in de NOVI. Het voorliggende planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling, waarbij geen belangen uit de NOVI in het geding zijn. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige woningbouwplannen geen stedelijke ontwikkeling betreffen als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro.

In lijn met de uitspraak 2 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 2 ABRS 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724)

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

13

van State van 28 juni 2017 is vastgesteld dat een initiatief waarbinnen maximaal 11 woningen worden gerealiseerd, niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Afweging De voorliggende ontwikkeling omvat de realisatie van circa 23 woningen en wordt daarmee aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het planvoornemen conform het Besluit ruimtelijke ordening een nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft dient er een behoefte onderbouwing ten aanzien van de beoogde woningbouw plaats te vinden. Door initiatiefnemer is een ladderonderbouwing3 opgesteld. De volledige onderbouwing is als separate bijlage opgenomen. Hieronder wordt volstaan met een samenvatting. Nieuwe stedelijke ontwikkeling: De realisatie van de woningen geldt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling: 1. Het plangebied heeft in het bestemmingsplan de bestemmingen: ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Woongebied’. Op basis hiervan is wonen op de locatie, zoals beoogd door het initiatief, niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om 23 woningen te bouwen kan onder deze definitie worden geschaard. 3.

Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging van 23 woningen gaat, kan het initiatief gekwalificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Bij het opstellen van de bestemmingsregeling is het uitgangspunt dat niet méér dan 23 woningen mogelijk worden gemaakt. Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het om de gemeente Roermond als primaire verzorgingsgebied en de woonregio Midden-Limburg als secundaire verzorgingsgebied. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Passend binnen beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente:

3

HVG, Roermond, Woonladder Asenray West, rapportnummer: WNDLDR271023V.02 d.d. 23 juni 2025.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

14

Provinciaal, regionaal en gemeentelijk wordt benadrukt dat doorstroming van belang is om een toekomstbestendige woningmarkt te creëren met voldoende woningen van de juiste kwaliteit. Het initiatief Asenray West creëert mogelijkheden voor doorstroming en het maken van wooncarrière door een gevarieerd woningbouwprogramma te realiseren, zowel qua segmenten (sociaal, midden, duur) als woningtypen (vrijstaand, tweekappers, rijwoningen).

Regionaal en gemeentelijk uit zich dit in beleid waarbij aandacht besteed wordt aan de leefbaarheid van kleine kernen en daar de doorstroming op gang te laten komen. Specifiek moet in die kernen gebouwd worden naar behoefte. Het toevoegen van woningen kan bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Het initiatief in Asenray draagt bij aan deze ambities.

Het streven van de gemeente is om 6 starterswoningen en/of sociale huurwoningen (onder starterswoningen wordt verstaan een woning waarvan de VON koopsom lager is dan of gelijk is aan de op het moment van aanbieden geldende maximale aankoopgrens voor startersleningen). 6 tweekappers die levensloopbestendig worden uitgevoerd, 9 tweekappers welke optioneel levensloopbestendig uitgevoerd kunnen worden en tot slot 2 vrijstaande woningen waarbij behoudens de starters en/of sociale huurwoningen de woningen in diverse prijscategorieën te realiseren zijn.

Woningbouw zoveel mogelijk plaatsvindt binnen of direct aansluitend aan het bestaande dorpsgebied. Hiervan is sprake bij het initiatief. Asenray West betreft op dit moment agrarische grond en Woongebied, de locatie sluit aan op bestaand woongebied.

Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van 23 woningen voorziet nadrukkelijk in een kwantitatieve behoefte: 1. De regio Midden-Limburg vindt het van belang dat de plancapaciteit in lijn is met de huishoudensprognose, zodat er kan worden gebouwd naar reële behoefte. Volgens de structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 is een totale behoefte voorzien van 3.437-3.562 woningen vanaf 1 januari 2021. (Rekening houden met de in 2021 tot en met 2024 gerealiseerde woningen (1.015) is een plancapaciteit benodigd per 1 januari 2025 van 2.422 tot 2.547 woningen. Uit de meest recente huishoudenprognoses van (september 2023) is een hogere woningbehoefte naar voren gekomen van +90 huishoudens. Aanvullend is in de Woondeal Limburg aangegeven dat er minimaal 130% plancapaciteit voor de periode 2025-2030 dient te zijn voor eventuele onzekerheden op te vangen. In totaliteit dient er vanuit de structuurvisie en Woondeal Limburg een planvoorraad van circa 3.300 woningen te zijn. Op 1 januari 2025 is een planvoorraad inclusief voorliggend plan van circa 2.998 woningen. Er is dus nog behoefte aan aanvullende plannen voor circa 302 woningen. 2. De huishoudensontwikkeling geeft een reëel beeld van de woningbehoefte. Uit het in regionale woningmarktonderzoek blijkt dat 7% van de huishoudens in de Gemeente Roermond wenst te wonen in een landelijk dorps woonmilieu.

7% van de huishoudensgroei tussen 2025 en 2035 betreft 114 huishoudens. Wanneer de actuele woningbehoefte in de periode 2025-2035 wordt afgezet tegen de bestaande harde +zachte plancapaciteit landelijk dorps per 1 januari 2025 ruimte aan 60 woningen exclusief voorliggend plan.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

15

Uit bovenstaande blijkt dat er in de gemeente Roermond onvoldoende plancapaciteit heeft om in de behoefte te voorzien. Kwalitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling Asenray West, waarbij verschillende woningtypen worden gerealiseerd, welke voorziet in een kwalitatieve behoefte: 1. Door de demografische ontwikkeling is in heel Midden- Limburg nadrukkelijk behoefte aan woningen die geschikt zijn voor ouderen. Daarbij kan gedacht worden aan grondgebonden levensloopbestendige woningen (seniorenwoningen). 2. Betaalbaarheid, een gedeelte van het plan zal betaalbare woningen bevatten. Hierover is vastgelegd dat minimaal 6 van de 23 woningen dient te worden verhuurd als sociale huurwoning en/of te worden verkocht voor een koopprijs die onder de grens valt waarvoor een starterslening kan worden aangevraagd. 3. Woonmilieu ‘’landelijk-dorps wonen’’. Geen onaanvaardbaar leegstandeffect Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 23 woningen aan de Molenakker onaanvaardbare leegstandseffecten gaan optreden binnen de gemeente Roermond. De woningbehoefte in de Gemeente Roermond is groot genoeg waardoor na realisatie van Asenray West behoefte blijft bestaan aan woningen. Dit geldt met name voor het landelijk dorps woonmilieu van de omliggende kernen. Een gezonde woningmarkt kent bovendien een leegstand van 2 tot 3%.

Deze frictieleegstand is van belang om de dynamiek binnen de woningmarkt op te kunnen vangen. De gemeente Roermond had in 2022 een woningleegstand van 3% waarmee de woningmarkt binnen de Gemeente Roermond als gezond kan worden gezien. Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. 1. Het plangebied ligt binnen het bestemmingsplan ‘Kern Asenray’ (vastgesteld op 16 februari 2012), de gronden zijn bestemd als 'Agrarisch met waarden’ of ‘Woongebied’. In het huidige bestemmingsplan heeft het - thans onbebouwde - plangebied een agrarische met waarden bestemming die bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt.

Ook kan het gebied op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan niet worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het plangebied

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

16

wordt hedendaags overeenkomstig de bestemming in het voorheen geldende bestemmingsplan gebruikt, hierdoor kan het gebied worden aangeduid als niet stedelijk gebied conform artikel 1.1.1 onder h van het Bro. 2. Het plangebied sluit aan op de Molenakker, waarbij het gebied een overgang vormt tussen het dorp en het landelijk gebied. Het plan is omringd door de bestemming ‘Wonen’ en bestemming ‘Agrarisch met waarden’. 3. Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de gemeente is inbreiden niet mogelijk vanwege het feit dat dit plan toeziet op woningen in het landelijk-dorps woonmilieu. Binnen de gemeente Roermond zijn dergelijke woonmilieus enkel terug te vinden in de kernen Asenray, Boukoul, en het buitengebied waar echter onvoldoende inbreidingslocaties zijn om in de behoefte te kunnen worden voorzien. Inbreiding in Swalmen of Roermond is daarnaast niet aan de orde omdat op deze locaties geen sprake is van landelijk-dorps woonmilieu. Vanuit deze verklaring kan worden geconcludeerd dat er sprake is van duurzaam ruimtegebruik. 4.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en in de jaren daarna hebben nog diverse wijzigingen plaatsgevonden. In de Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Hoofdwegen en landelijke spoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Natuurnetwerk Nederland, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Afweging Het Barro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de nieuw te bouwen woningen. Voor de beoogde ontwikkelingen zijn er geen van de bovengenoemde belangen in het geding bij de ontwikkeling van het plangebied. De beoogde woningbouw is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)

De Rarro is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende gebieden en objecten worden aangewezen, waar gemeenten bij vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

17

Afweging De Rarro heeft voor wat betreft de genoemde onderwerpen en gezien de aard en kleinschaligheid van het project, geen gevolgen voor de nieuw te bouwen woningen. Voor de beoogde ontwikkelingen zijn er geen van de bovengenoemde belangen in het geding bij de ontwikkeling van het plangebied. De beoogde woningbouw is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in de Rarro.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Provinciaal Omgevingsvisie (POVI)

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast is een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 4.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied;  een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

18

Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: 1. een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; 2. een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en nietcourante bestaande woningvoorraad.

Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Afweging Middels onderhavig plan wordt ingespeeld op de veranderende vraag naar woningen. Voorliggend plan voorziet in een functioneel gebruik van het plangebied voor de realisatie van 23 hoogwaardige woningen geschikt voor de specifieke doelgroep senioren en starters. Daarnaast bevindt het planvoornemen zich in bestaand stedelijk gebied, namelijk de kern van Asenray.

Dit komt overeen met het principe van ‘zorgvuldig ruimtegebruik.’ Daarnaast worden kwalitatief hoogwaardige woningen toegevoegd aan de woningvoorraad, waardoor wordt bijgedragen aan de kwalitatieve transformatie van de woningvoorraad (behoefte aan levensloopbestendige en energiezuinige woningen). Op basis van het bovenstaande voldoet het planvoornemen aan de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

19

4.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de in werking treding van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 25 mei 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten het ontwerp van deze nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze ontwerp-omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en wordt naar verwachting in december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De inwerkingtreding heeft plaatsgevonden op 1 januari 2024, gelijktijdig met de Omgevingswet. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied binnen het ‘Buitengebied’. Conform artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening dient de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van één of meerdere woningen het volgende beschrijven: a.

rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c.

over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;

d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Afweging In deze toelichting is in voldoende mate rekening gehouden met de in artikel 12.1 van de ontwerp-omgevingsverordening opgenomen instructieregels. Zoals beschreven in paragraaf 4.2.1 past deze ontwikkeling binnen de POVI Limburg. In paragraaf 4.3 volgt een uitgebreide onderbouwing met betrekking tot de behoefte en de regionale afspraken en met de bouw van de woningen wordt spoedig een aanvang gemaakt, tenminste binnen 5 jaar na de verleende vergunning. De onderhavige ontwikkeling is in lijn met de Omgevingsverordening Limburg.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

20

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 - 2025

De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) en de provincie Limburg hebben het initiatief genomen tot het opstellen van een ‘nieuwe’ Structuurvisie Wonen, als opvolger van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 – 2021. Deze is op 22 september 2022 door de samenwerkende gemeenten vastgesteld. In de structuurvisie worden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld ‘Wonen’ voor de korte termijn (2022 tot en met 2025) en met een doorkijk naar de lange termijn vastgelegd. Eén van de belangrijkste opgaven op het terrein van Wonen is voor Midden-Limburg: het toevoegen van woningen overeenkomstig de woningbehoefte. Nieuwe woningbouwinitiatieven worden daarbij kwantitatief en kwalitatief getoetst. Kwantitatieve kaders Voor wat betreft de toekomstige woningbehoefte in kwantitatieve zin zijn de huishoudensprognoses van Etil al jaren leidend. Met name de top van het aantal huishoudens is bepalend voor het benodigde aantal woningen. Een prognose is geen exacte voorspelling en de algemene ervaring is dat de huishoudentop steeds verder wegschuift in de tijd en de afgelopen jaren naar boven is bijgesteld. Gemeenten laten hierin wel verschillen zien.

De prognoses zijn waardevol om de trend op middellange termijn aan te geven en vormen een uniforme basis voor de kwantitatieve woningbehoefte op lokaal, regionaal en provinciaal niveau. In de structuurvisie worden deze cijfers verruimd met een regionale ambitie om aanvullende woningbouw te realiseren. Daaruit volgen regionale afspraken over de woningbehoefte tot aan de huishoudentop en de ambitie voor de woningbouwrealisaties per gemeente voor de periode 2022 tot en met 2025. Prognoses Etil Op basis van de meest recente huishoudenprognose (Etil, Progneff 2021) wordt in Midden-Limburg de komende jaren, op basis van de huidige bevolking, nog een groei van het aantal huishoudens verwacht van 5.387 met een top in 2034. Het aantal huishoudens in de regio groeit nog van 108.814 per 1-1-2021 tot 114.201 per 1-1-2034. Naarmate de top nadert vlakt de groei af. Na de huishoudentop buigt deze om naar een daling waardoor er -met uitzondering van vervangende nieuwbouw- op termijn per saldo geen nieuwe woningen meer nodig zijn.

Figuur 5. Uitsnede figuur huishoudensontwikkeling Midden-Limburg

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

21

Voorgaande figuur geeft de verwachte ontwikkeling voor de regio weer. In de bijlage is meer informatie opgenomen over de verwachte ontwikkeling per gemeente. Niet elke gemeente bereikt gelijktijdig de top, dit varieert op grond van de meest recente prognoses van het jaar 2025 tot 2043. Aanvullende regionale ambitie De beleidsneutrale Etil-prognoses geven de verwachte ontwikkelingen aan en bieden daarmee ruimte voor aanvullende ambities op korte en middellange termijn. De regio heeft de wens om bovenop deze prognoses aanvullend meer woningen te realiseren om tegemoet te komen aan de behoeften en wensen van (toekomstige) inwoners. Hiermee willen we tegemoetkomen aan het maatschappelijke vraagstuk en de druk op de woningmarkt. In onderstaande tabel wordt deze ambitie voor de korte termijn (de looptijd van de structuurvisie) weergegeven. Daarnaast is sprake van een regionale ambitie voor de langere termijn. Over de omvang en de wijze waarop deze ambitie wordt ingevuld, maken de samenwerkende gemeenten nadere afspraken gedurende de looptijd van de structuurvisie. Voor de periode na 2025 wordt ook, hoewel in de structuurvisie niet cijfermatig vastgelegd, een hogere ambitie nagestreefd.

De ambitie voor de middellange termijn is bepalend voor het opstarten van nieuwe woningbouwplannen die een langere doorlooptijd kennen en waar de realisatie pas na de looptijd van de structuurvisie is voorzien. Kwantitatieve afspraken periode 2022 tot en met 2025 De ambitie voor het aantal woningbouwrealisaties in de planperiode 2022 tot en met 2025 is aangegeven binnen bandbreedtes. Deze bandbreedte geldt ook voor het overgangsjaar 2021. Het is een combinatie van de verwachte behoefte (prognose Etil 2021) en een aanvullende lokale ambitie. Deze is gebaseerd op (nieuwe) plannen en initiatieven waarvan de verwachting is dat ze voor eind 2025 netto gerealiseerd kunnen worden. De regio zet zich in om de hoge bouwproductie van de afgelopen jaren door te zetten. In de periode 2018 tot en met 2021 zijn netto gemiddeld 844 woningen per jaar opgeleverd.

Figuur 6. Uitsnede tabel aan te houden groei / kwantitatieve woningbehoefte

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

22

In de bovenstaande uitsnede van de tabel wordt duidelijk dat de regio ambitieuzer inzet. Voor de periode 2022 tot en met 2025 wordt gekoerst op een gemiddelde jaarlijkse realisatie van 975-1.150 woningen. Kwalitatieve kaders De regio heeft in het voorjaar van 2018 door Etil en Companen een grootschalig woningmarktonderzoek laten uitvoeren. In Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert en Roerdalen zijn alle huishoudens aangeschreven. In Roermond en Weert is gewerkt met een steekproef. Dit onderzoek kent regiobreed een deelname van ongeveer 17.800 huishoudens, met een respons van 26%. De uitkomsten van het onderzoek geven nog steeds een actueel en gedetailleerd beeld van de kwalitatieve woonwensen van verschillende doelgroepen. De bevolkingssamenstelling is in 3 jaar niet wezenlijk veranderd waardoor aangenomen mag worden dat de belangrijkste conclusies overeind blijven. De uitkomsten van de kwantitatieve woonbehoefte zijn echter gebaseerd op de verouderde (en veelal lagere) prognose Etil 2017. Daarom wordt in de structuurvisie afgesproken de cijfers van de meest recente prognose Etil 2021 te hanteren voor een richtinggevende, kwantitatieve doorvertaling op gemeentelijk en kern- of wijkniveau. In het huidige woonbeleid wordt vooral gestuurd op het toevoegen van kwalitatief de juiste woningen op de juiste plek.

Het woningmarktonderzoek biedt hiervoor nog steeds een goede basis als richtinggevend kader. Uitkomsten woningmarktonderzoek regio Midden-Limburg 2018-2030 Midden-Limburg heeft te maken met demografisch ontwikkelingen als ontgroening en vergrijzing. Ten aanzien van veranderingen in de bevolkingsopbouw leverde het woningmarktonderzoek de volgende resultaten op: 

het aantal jongere huishoudens tot 30 jaar neemt tot 2030 af (- 13%);

het aantal midden huishoudens (30-65 jaar) neemt tot 2030 af (- 11%);

het aantal oudere huishoudens vanaf 65 jaar neemt tot 2030 fors toe (+ 30%).

Bovenstaande betekent dat de woonwensen van senioren zwaar meetellen, vanwege de enorme omvang van de groep. Daarbij neemt ook het aantal 1- en 2-persoonhuishoudens toe en het aantal gezinnen af. Verder valt nog op dat de woningbehoefte voor de sociale doelgroep de komende jaren toeneemt. In kwalitatieve zin blijkt dan ook uit het onderzoek dat vooral ingezet moet worden op de realisatie van: 

seniorenwoningen (huur en koop; grondgebonden en appartementen met lift; nultreden en levensloopbestendig);

1- en 2-persoonswoningen (grondgebonden en appartementen; huur en koop);

reguliere huurwoningen (grondgebonden en appartementen; sociale en middenhuur).

Na confrontatie met de bestaande woningvoorraad wordt in het uitgevoerde woningmarkt onderzoek geconstateerd dat er (op termijn) een overschot ontstaat aan de volgende woningtypes:

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

23

appartementen zonder lift (huur);

rij-/hoekwoningen (huur en koop);

2 onder 1 kap woningen (koop).

Als naar de kwantitatieve behoefte gekeken wordt blijkt dat er duidelijk verschillen zijn in de situatie per gemeente. Daarbij is vooral het verschil in het bereiken van de huishoudentop opvallend te noemen. Over de gehele regio bezien geven de prognoses aan dat er in de planperiode nog een toename van het aantal huishoudens zal plaatsvinden. Bovendien wil de regio niet alleen in de eigen behoefte voorzien, maar ook in een aanvullende ambitie. Hiertoe wordt ingezet met de realisatie van extra woningen. Afweging Voor de gemeente is er op basis van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 behoefte aan 3.244 woningen vanaf 1 januari 2021 tot de zogenoemde huishoudentop (in 2043). In de structuurvisie is ook de ambitie uitgesproken om -aanvullend aan deze huishoudenprognose- tegemoet te komen aan aanvullende toekomstige behoefte en behoefte in onder andere Zuidoost Brabant. Voor de periode 2021-2025 is in de regionale structuurvisie 2022-2025 daarom voor de gemeente Roermond een groeiambitie van 325-350 per jaar opgenomen (193-318 meer dan de prognose van september 2021). In de structuurvisie is dus een totale behoefte voorzien van 3.437-3.562 woningen vanaf 1 januari 2021, zijnde 3.244 plus 193-318 aanvullende ambitie. Rekening houden met de in 2021 tot en met 2024 gerealiseerde woningen (1.015) is de benodigde planvoorraad dan 2.422- 2.547 woningen per 1 januari 2025.

Uit de huishoudenprognose van september 2023 komt een iets hogere woningbehoefte van ca. 90 huishoudens naar voren. In de Woondeal Limburg is aangegeven dat partijen inzetten op minimaal 130% plancapaciteit voor de periode 2025-2030 om voldoende rekening te houden met onzekerheden bij planvorming. Dit betekent een extra benodigde planvoorraad van circa 750, waarmee een planvoorraad van circa 3.300 woningen nodig is. De planvoorraad op 1 januari 2025 bedraagt 2.998, inclusief voorliggend plan. Daarmee past dit plan van in totaal 23 woningen in de geldende kwantitatieve kaders. Verder wordt ook verwezen naar de ladderonderbouwing die als bijlage bij de plantoelichting is gevoegd. Kwalitatieve onderbouwing Het plan past binnen de uitkomsten van het woningmarktonderzoek uit 2018, met name wat betreft het landelijk dorps woonmilieu. Uit dit onderzoek blijkt dat 7% van de huishoudens in de gemeente Roermond wenst te wonen in een landelijk dorps woonmilieu. Volgens de Etil huishoudenraming uit 2023 (de meest recente huishoudenprognose) neemt het aantal huishoudens in de gemeente Roermond in de periode 1 januari 2025 tot 1 januari 2035 toe met 1.626. 7% van dit aantal is 114. De harde en

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

24

zachte plancapaciteit betreffende landelijk dorps wonen is per 1 januari 2025 ruim 60 woningen, exclusief voorliggend plan. Met betrekking tot de kwalitatieve behoefte komt het plan tegemoet aan de behoefte aan grondgebonden koopwoningen zoals naar voren komt in de verschillende woningmarktonderzoeken, en de voornoemde structuurvisie. Uit de onderzoeken komt een behoefte aan grondgebonden koopwoningen naar voren met een nadruk op betaalbare koopwoningen. Onderhavig plan bestaat voor meer dan meer dan 2/3 uit betaalbare koopwoningen, wat aansluit bij het in de Woondeal Limburg opgenomen voornemen om 2/3 van de nieuwbouw in het betaalbare segment te realiseren. Een deel van het plan (in totaal 6 woningen) betreft woningen gericht op starters en zullen daarom een koopprijs hebben van maximaal de grens voor startersleningen en/of zullen worden verhuurd in het sociale huursegment Dit past eveneens is voornoemde kaders. Onderhavig planvoornemen voorziet in de realisatie van 6 levensloopbestendige woningen. De noodzaak tot het toevoegen van levensloopbestendige woningen aan de voorraad komt naar voren uit de verschillende woningmarktonderzoeken en is opgenomen in de voornoemde structuurvisie, de Woondeal Limburg én in de op 19 december 2024 door de gemeenteraad van Roermond vastgesteld visie ‘Thuis in Roermond. Wonen, welzijn zorg’.

Het onderhavige planvoornemen is in het kader van de Structuurvisie wonen Midden-Limburg 20222025 regionaal afgestemd.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Toekomstvisie Roermond 2030

Op 22 december 2016 heeft de raad van de gemeente Roermond de Toekomstvisie Roermond 2030 vastgesteld. Deze toekomstvisie schetst voor 5 hoofdthema's (welke in samenwerking met inwoners van Roermond en partners van de stad zijn gekozen) een toekomstbeeld voor de gemeente. Met de 5 thema's biedt de toekomstvisie een integraal perspectief op de toekomst van de stad, waarbij de belangrijkste veranderingen worden geadresseerd die op de stad afkomen. Aan de hand van de 5 thema's wordt de gewenste ontwikkelingsrichting van de gemeente beschreven. Drie zogenaamde rode draden zijn daarbij randvoorwaardelijk voor de geschetste toekomst: ontmoeting, verbinding en samenwerking. Deze rode draden spelen een belangrijke rol binnen een aantal hoofdthema's. De drie relevante hoofdthema’s voor het onderhavige planvoornemen kunnen als volgt worden samengevat: 1. Roermond in 2030, een thuis voor de jeugd In 2030 voelen kinderen en jongeren zich thuis in Roermond en verbonden met de stad. De jeugd die opgroeit in Roermond kan zich optimaal ontwikkelen. Er is een breed onderwijsaanbod en een variatie aan sport- en vrijetijdsmogelijkheden. Voor jongeren die op kamers gaan of starten op de woningmarkt biedt Roermond volop mogelijkheden. Een goede verbinding met het bedrijfsleven stimuleert ondernemerschap onder jongeren en zorgt voor voldoende stageplekken en carrièremogelijkheden. De jeugd

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

25

van Roermond maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de lokale gemeenschap en speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de stad. 2. Roermond in 2030, stad die je actief houdt In 2030 leveren vitale ouderen in Roermond actief een bijdrage aan de samenleving en daarmee zijn ze van grote waarde. Ook biedt Roermond als stad van leisure en recreatie volop mogelijkheden voor de vrijetijdsbesteding van ouderen. Voor senioren is het goed toeven in Roermond en biedt de stad een prettige woonomgeving. Met speciale aandacht voor het welbevinden voor haar oudere bewoners is Roermond een seniorvriendelijke stad. De levendigheid van de stad en de generatie-overstijgende netwerken in de gemeenschap maken dat Roermond een stad is die je actief houdt. 3. Roermond in 2030, Roermond zorg(t) voor elkaar Roermond is in 2030 een stad waar aandacht is voor de kwaliteit van leven van haar inwoners. De mens staat centraal en met oog voor de individuele situatie wordt de zelfredzaamheid gestimuleerd en ondersteuning en zorg geboden waar nodig. Een grote rol is daarbij weggelegd voor sociale netwerken en communities. Samen met formele zorgnetwerken zorgen zij voor een fijnmazig vangnet. De gemeente brengt de verschillende organisaties en maatschappelijke initiatieven bijeen en stimuleert vernieuwende concepten voor zorg die menselijk, kleinschalig, dichtbij en bereikbaar is.

De stad biedt een zorgzame woonomgeving waar mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Vanzelfsprekend kunnen de diverse thema's uit de toekomstvisie ook ruimtelijke componenten en consequenties hebben. Daarbij kan gedacht worden aan het beschikbaar zijn van voldoende woningen voor starters en senioren, de doorontwikkeling en het beheer van de diverse werklocaties, of het beschermen en versterken van de voorzieningenstructuur binnen de gemeente. Middels het voorliggende plan worden 23 levensloopbestendige woningen gerealiseerd binnen de kern van Asenray in de directe nabijheid van voorzieningen. Hierdoor wordt middels onderhavig plan nadrukkelijk aangesloten bij thema 3 aangezien wordt voorzien in woningen die uitermate geschikt zijn voor oudere bewoners. Afweging Al met al kan worden geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen in overeenstemming is met de ‘Toekomstvisie Roermond 2030.’ Er wordt voorzien in een concrete behoefte en er wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwalitatief hoogwaardige woon- en leefomgeving voor inwoners van Asenray (in het bijzonder de groeiende groep ouderen). 4.4.2

Nota Parkeernomen 2021

De Nota Parkeernormen 2021 is op 11 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De nota is een actualisatie van de Nota Parkeernormen 2014. Het doel van de Nota Parkeernormen 2021 blijft om voldoende parkeerplaatsen op de juiste locaties te realiseren.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

26

Voldoende ruimte en een goede bereikbaarheid zijn belangrijke factoren voor bewoners en bedrijven om zich in Roermond te vestigen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen (inbreiding, uitbreiding en functieverandering) wordt door middel van een vaste systematiek met parkeernormering invulling gegeven aan de parkeervraag. De locatie en het type woning of bedrijvigheid bepalen de parkeernorm. De gemeente stelt een actuele parkeernormensystematiek waarin parkeren bij in-, uitbreiding en functieverandering duidelijk is vastgelegd. De huidige parkeernormen worden getoetst aan de nieuwste parkeerkencijfers. Als basis voor de autoparkeernormen kiest Roermond voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW. Deze kencijfers zijn opgenomen in publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren’, uitgebracht in december 2018. Omdat kencijfers geen parkeernormen zijn, zijn een aantal stappen doorlopen om de kencijfers te kalibreren tot autoparkeernormen. De parkeerbehoefte is afhankelijk van de locatie van de voorziening en van het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoersbewijzen is er een onderscheid gemaakt naar stedelijkheid en de zone waarin de voorziening gelegen is. In Roermond worden vier zones onderscheiden: 

Centrum;

Schil;

Rest van de bebouwde kom;

Overige kernen en buitengebied.

Afweging Voor het plangebied gelden de normen uit de categorie ‘Overige kernen en buitengebied’. Er worden verschillende soorten woningen gerealiseerd binnen meerdere typen segmenten. Onderhavige woningbouwontwikkeling bestaat uit het navolgende woningbouwprogramma:  2 vrijstaande woningen;  3 rij-/hoekwoningen;  18 twee-onder-een-kapwoningen. Hiervoor gelden verschillende parkeernormen. Ten aanzien van de vrijstaande woningen ‘Woning, vrijstaand’ betreft de parkeerbehoefte per woning 2,4 parkeerplaatsen. Ten aanzien van twee-onder-eenkap woningen ‘Woning, twee-onder-een-kap’ betreft de parkeerbehoefte per woning 2,2 parkeerplaatsen. Ten aanzien van rij- en hoekwoningen ‘Woning, tussen/hoek’ betreft de parkeerbehoefte per woning 2,0 parkeerplaatsen.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

27

Soort woning

Parkeernorm

Aantal

Totaal

Vrijstaand

2,4

2

4,8

Rij-/hoekwoningen

2,0

3

6,0

Twee-onder-een-kapwoningen

2,2

18

39,6

Totaal

50,4

De totale parkeerbehoefte ten behoeve van de ontwikkeling bedraagt derhalve (50,4 afgerond) 51 parkeerplaatsen. In paragraaf 5.5 vindt een toetsing plaats aan de parkeernota. De parkeernormen uit de Parkeernota 2021 worden eveneens verankerd in de regels van dit bestemmingsplan. 4.4.3

Nota Archeologie

In de nota archeologie is de gemeentelijke archeologievisie en het beleid voor de komende jaren geformuleerd (vastgesteld op 7 juli 2011). Leidraad daarbij is dat archeologie een integraal onderdeel vormt bij afwegingen betreffende de ruimtelijke ordening. In 2008 is de Archeologie Atlas vastgesteld door de gemeenteraad. Deze Atlas vormt de basis voor het archeologiebeleid dat transparant is voor burgers en investeerders en verantwoord omgaat met het ondergrondse erfgoed. Op basis van de Atlas is de Beleidskaart Archeologie opgesteld. Op deze kaart wordt een onderscheid gemaakt in drie gebieden. Het plangebied valt binnen een gebied met hoge archeologische waarden, waarbinnen bepaalde eisen worden gesteld aan archeologisch onderzoek. In de nota archeologie worden de drie fasen van archeologisch onderzoek beschreven. De eerste fase betreft het vooronderzoek. De tweede fase betreft het uitvoeren van vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De laatste fase is een vervolgonderzoek in de vorm van een archeologische opgraving. Afweging Volgens de Erfgoedverordening (2018) geldt het volgende: “voorafgaande aan grondwerkzaamheden binnen de op de bij deze verordening behorende Beleidskaart archeologie als gebied met hoge archeologische verwachting aangeduide gebieden dient een archeologisch vooronderzoek plaats te vinden.

Dit geldt niet wanneer de grondwerkzaamheden plaatsvinden binnen de bebouwde kom én het plangebied kleiner is dan 1.000 m2 of wanneer de grondwerkzaamheden plaatsvinden buiten de bebouwde kom én het plangebied kleiner is dan 2.500 m 2.” Gezien de oppervlakte van het plangebied (circa 10.244 m2) wordt een archeologisch onderzoek noodzakelijk geacht. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie en het uitgevoerde archeologisch onderzoek.

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

28

4.4.4

Nota bodembeheer

Op 9 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Roermond de Nota Bodembeheer Limburg Noord 20202029 en de Bodemkwaliteitskaart Limburg Noord vastgesteld. De Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 is een gemeenschappelijke nota van de 15 Noorden Midden-Limburgse gemeenten. In de Nota staat hoe de regio omgaat met bodemverontreiniging en welke mogelijkheden er zijn voor het toepassen en hergebruiken van grond. De Nota geeft regels en richtlijnen voor iedereen die bij het voorbereiden van projecten of het uitvoeren van bodemwerken rekening moet houden met de kwaliteit van de bodem. De Nota is onlosmakelijk verbonden met de bodemkwaliteitskaart (BKK). De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de bodemkwaliteit binnen een bepaald gebied is aangegeven. Een BKK wordt opgesteld om grondverzet op een efficiënte, kosteneffectieve en verantwoorde manier mogelijk te maken. De bodemkwaliteitskaart geeft inzicht in de bodemkwaliteit van de bodemlagen van 0 tot 0,5 meter onder het maaiveld en van 0,5 tot 2,0 meter onder het maaiveld. De Nota heeft 2 doelen: 1. Het stellen van een kader voor het duurzaam en efficiënt hergebruiken van grond binnen de regio. Of, simpeler gezegd: regels opstellen voor het hergebruik van vrijkomende grond. 2. Het beleidsmatig verankeren van het in Limburg gehanteerde meersporenbeleid.

Dat komt erop neer dat voor de activiteiten grondverzet, ruimtelijke ontwikkeling, bouwen en bodemsanering de bodemkwaliteit zo eenduidig mogelijk wordt beoordeeld. Afweging De ‘Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029’ bevat het toetsingskader voor de te hanteren bodemkwaliteit afhankelijk van de nieuwe functie en de huidige bodemkwaliteit, de zogenaamde dubbele toets. Uit de regionale bodemkwaliteitskaart Limburg Noord blijkt dat de onderzoekslocatie voor de bovengrond en ondergrond ligt in het deelgebied ‘landbouw/natuur’. Voor zowel de bovengrond als de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen’. In paragraaf 5.1.1 wordt nader ingegaan op het aspect bodem. Daarnaast is eveneens op 10 november 2020 de ‘Bodemkwaliteitskaart PFAS’ vastgesteld. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS. 4.4.5

Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan

Op 26 oktober 2017 heeft de gemeente het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) vastgesteld. Dit is de opvolger van het in 2009 vastgestelde Mobiliteitsplan 2020. In het nieuwe GVVP legt gemeente Roermond de basis voor het verkeersbeleid van de opvolgende jaren. Hierin komen veel thema’s aan bod, zoals bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid, economische ontwikkeling en duurzaamheid. Voor het GVVP zijn een vijftal speerpunten geformuleerd, te weten: 

Smart Mobility;

Bestemmingsplan ‘Asenray West’ te Asenray

29

Beter Benutten;

Gedragsbeïnvloeding;

Lopen en Fietsen;

Mobiliteitsknooppunt.

Afweging In het kader van onderhavig plan is sprake van een relatief kleinschalige woningbouwontwikkeling. Onderhavige woningbouwontwikkeling bestaat uit het navolgende woningbouwprogramma:  2 vrijstaande woningen;  3 rij-/hoekwoningen;  18 twee-onder-een-kapwoningen. Uitgaande van bovenstaand woningbouwprogramma (waarbij is uitgegaan van koopwoningen) in rest bebouwde kom in een sterk stedelijke gemeente omvat de totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling 172 verkeersbewegingen per etmaal. De berekening van de verkeersgeneratie komt later aan bod in paragraaf 5.5 van de voorliggende toelichting. De woningen zullen worden ontsloten via de nieuw aan te leggen weg vanuit de Molenakker op de Kerkstraat. Deze wegen kunnen de toename in verkeersgeneratie in afdoende mate opvangen. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 5.5. 4.4.6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=e29cad5e-405d-4b14-91f5-9c69e71dee28