Bijlage 2 - Bestemmingsplan Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan Binnenstad Roermond
Tekst van het document
Standpunt: Op dit punt is het voor ons niet helder wat indiener met zijn zienswijze beoogt te zeggen. Voor nieuwe situaties van begeleid en/of beschermd wonen, zoals gedefinieerd in de artikelen 1.3 en 1.8 van de planregels, biedt het bestemmingsplan een helder kader. Uit artikel 4 van het bestemmingsplan volgt dat het niet is toegestaan om nieuwe vormen van begeleid en/of beschermd wonen en/of opvang te realiseren, zonder een voorafgaande toestemming (omgevingsvergunning) van het college van burgemeester en wethouders. Bij het beoordelen van de aanvraag omgevingsvergunning worden de gevolgen voor de leefbaarheid beoordeeld. Voor (nieuwe) situaties waarin enige zorg wordt geboden binnen een reguliere woonbestemming, zonder dat daarbij sprake is van begeleid en/of beschermd wonen zoals gedefinieerd in de planregels, biedt de beoogde bestemmingsplanherziening geen kader (verbod). Dat is ook niet wenselijk, omdat dergelijke vormen van zorg passen binnen een normaal gebruik van een woonbestemming, niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat, en (dus) als regel ook niet leiden tot een relevant ruimtelijk onderscheid dat zich laat reguleren door een bestemmingsplan. 6.
Het feit dat het beoogde uitvoeringsbeleid nog niet was vastgesteld bij de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan wekt de indruk van:
Bestemmingsplan ‘Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan Binnenstad Roermond’
p. 4
- onvoldoende volledig juist, rechtmatig, redelijk, billijk, evenredig handelen / nalaten; - schending van het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel; - misbruik van beoordelings- en beslissingsruimte en -vrijheid; - kennelijk misbruik van recht. Daarbij draagt het beoogde uitvoeringsbeleid volgens indiener ook bij aan het onnodig verhogen van regeldruk voor de burger. Standpunt: Voor wat betreft de onder de gedachtestreepjes opgenomen opsomming, geldt dat uit de zienswijze niet volgt of duidelijk is gemotiveerd waarom deze rechtsbeginselen zouden worden geschonden. Daar staat tegenover, dat de wetgever in artikel 3.1.2 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft bepaald dat bij het vaststellen van een bestemmingsplan gebruik mag worden gemaakt van de bevoegdheid om regels op te stellen met een open norm, waarvan de uitleg bij de uitoefening van een bij die regels aan te geven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels, de zogenaamde dynamische verwijzing. Hierbij moet de norm in de planregels wel voldoende concreet en objectief worden begrensd. Die begrenzing is opgenomen in artikel 4.2 van de planregels. In de beleidsregel zal worden beschreven op welke navolgbare wijze invulling wordt gegeven aan deze norm.
Gelet op het systeem dat de wetgever met bovenstaande mogelijk heeft gemaakt, afgezet tegen het belang dat de gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’ beoogt te beschermen, is ons inziens geen sprake van het onnodig opvoeren van regeldruk. 7.
Indiener heeft de indruk dat hij door de gemeente, rechtbank Limburg, en Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van Staten over diverse onderwerpen niet adequaat, tijdig en/of voldoende deugdelijk is geïnformeerd. Het bestemmingsplan ‘Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan Binnenstad Roermond’ wekt daarom de indruk van - onvoldoende volledig juist, rechtmatig, redelijk, billijk, evenredig handelen / nalaten; - schending van het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel; - misbruik van beoordelings- en beslissingsruimte en -vrijheid; - kennelijk misbruik van recht; schijnbaar om zo een bestaande situatie van begeleid en/of beschermd regulier wonen binnen een woonbestemming te reguleren als overgangsbeleid voor beschermd en /of begeleid wonen binnen een maatschappelijke bestemming.
Standpunt: Voor zover indiener met bovenstaande betoogt dat de gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’ een verkapte legalisatie betreft van thans onwenselijke en/of illegale situaties, wordt verwezen naar de standpunten zoals verwoord onder 2., 3., 4., en 5. 8.
Indiener verzoekt het bestemmingsplan niet vast te stellen, wegens strijdigheid met het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel, de beginselen van behoorlijke procespleging, de goede procesorde, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en het onvoldoende volledig juist, rechtmatig, redelijk, billijk, evenredig handelen/nalaten, zoals onderbouwd in de zienswijze.
Standpunt: Ons inziens volgt uit de zienswijze van indiener niet, of in ieder geval niet duidelijk gemotiveerd, dat de beoogde gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond’ in strijd zou zijn met de door hem genoemde rechtsbeginselen. De zienswijze geeft dan ook geen aanleiding om het bestemmingsplan niet vast te stellen.
Bestemmingsplan ‘Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan Binnenstad Roermond’
p. 5
9.
Indien aan de zienswijze zoals verwoord onder 7 niet tegemoet wordt gekomen, verzoekt indiener het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, namelijk om nieuw aanbod van opvang en nieuw aanbod van begeleid en beschermd wonen ter zake regulier wonen binnen een woonbestemming en een maatschappelijke bestemming - zonder uitzondering - volledig te verbieden.
Standpunt: Het is ons niet duidelijk op welke wijze indiener verzoekt het vast te stellen bestemmingsplan te wijzigen. Zoals verwoord is in het standpunt onder 1.5, is het in ieder geval niet wenselijk om iedere vorm van zorg en begeleiding binnen een reguliere woonbestemming te verbieden. 10. Indien aan de zienswijze zoals verwoord onder 7 niet tegemoet wordt gekomen, verzoekt indiener het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, namelijk om de overgang van een bestaande situatie van opvang en een bestaande situatie van begeleid en beschermd wonen naar een nieuwe vorm van opvang, en een nieuwe vorm van begeleid en beschermd wonen ter zake regulier wonen binnen een woonbestemming en een maatschappelijke bestemming - zonder uitzondering – volledig te verbieden. Standpunt: Wij begrijpen dit onderdeel van de zienswijze zo, dat indiener verzoekt om een wijziging van het overgangsrecht dat in artikel 5 van het bestemmingsplan is opgenomen. Het overgangsrecht in artikel 5 is echter gebaseerd op het verplicht door de wetgever voorgeschreven overgangsrecht zoals opgenomen in de artikelen 3.1.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Aanpassing van het overgangsrecht op de door indiener gewenste aspecten is dus – los van de vraag of dit wenselijk wordt geacht – niet mogelijk. 11. Indiener verzoekt tot slot een kopie / afschrift te verstrekken van diverse gegevens.
Standpunt: Voor zover wij begrijpen bevat het verzoek om informatieverstrekking geen (nieuwe) inhoudelijke reactie op het bestemmingsplan. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan ‘Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan Binnenstad Roermond’ niet vast te stellen. Wel is het vast te stellen bestemmingsplan naar aanleiding van de zienswijze op enkele punten aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Wijzigingen Planregels: In de planregels is de definitie van het begrip Begeleid en/of beschermd wonen (artikel 1.3) als volgt uitgebreid en verduidelijkt: 1.3 Begeleid en/of beschermd wonen Een vorm van wonen onder begeleiding, waarbij het oogmerk en de nadruk liggen op het bieden van zorg aan de bewoner, zodat er geen sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning. De zorgvraag kan fysiek en/of psychisch van aard zijn.
Bestemmingsplan ‘Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan Binnenstad Roermond’
p. 6
Onder andere de volgende kenmerken kunnen wijzen op begeleid en/of beschermd wonen: - de zorg wordt geboden in een gebouw dat bestemd is voor het verlenen van zorg waarbij tevens de uitrusting van het gebouw sterk gericht is op zorgprocessen; - eventueel noodzakelijke behandeling vindt in het gebouw zelf plaats; - er is sprake van een verplicht begeleidings- of behandeltraject van de bewoners; - het doel van de behandeling is het bewerkstelligen van fysiek of psychisch herstel; - het doel van de behandeling is het bewerkstelligen van een gedragsverandering van de bewoners op de lange termijn, zodat zij uiteindelijk in staat zullen zijn zelfstandig te wonen. - er is sprake van (permanent) toezicht of begeleiding op de locatie door zorgprofessionals; Onder andere de volgende kenmerken kunnen wijzen op nagenoeg zelfstandige bewoning: - de bewoners hebben geen permanente begeleiding nodig; - de begeleiding overnacht niet in het pand; - dagbesteding vindt buitenshuis plaats; - er is geen verplicht begeleidings- en behandelingstraject; - bewoning vindt plaats op vrijwillige basis; - bewoners functioneren zoveel mogelijk zelfstandig. Bovengenoemde kenmerken moeten in hun onderlinge samenhang worden bezien en beoordeeld.
Plantoelichting: In de plantoelichting zijn in paragraaf 3.2.3 de in ieder geval bekende bestaande instellingen/huisvestingsvormen van begeleid en/of beschermd wonen toegevoegd. Ambtshalve wijzigingen: Er zijn ook enkele ambtshalve wijzingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan doorgevoerd. Planregels: Artikel 4.2 van de planregels is als volgt aangepast: Afwijken van de regels voor begeleid en/of beschermd wonen, en/of opvang Het bevoegd gezag kan, met in acht name van de daartoe vastgestelde beleidsregel 'Uitvoeringsbeleid begeleid en beschermd wonen en maatschappelijke opvang' (of een daarvoor in de plaats tredende beleidsregel), met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1 in gevallen, indien de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een dreigende onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid in de omgeving. Bij de afweging omtrent de beslissing op een aanvraag omgevingsvergunning, wordt de behoefte aan de betreffende woonvorm in overweging genomen. Plantoelichting: Paragraaf 2.3 van de plantoelichting is aangevuld met een korte toelichting over de uitbreiding van artikel 4.2.
Bestemmingsplan ‘Gedeeltelijke herziening bestemmingsplan Binnenstad Roermond’
p. 7