Bijlage 1 - uitkomsten onderzoek Motie Werkbonus
Tekst van het document
Uitkomsten onderzoek Motie Werkbonus Oproep aan college vanuit de aangenomen motie Werkbonus is om: 1. een onderzoek te doen naar: 1) Hoeveel mensen in de gemeente Roermond in aanmerking zijn gekomen voor de bestaande regeling (artikel 7, lid 3, Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Roermond 2017) in de periode 2017 t/m 2020. 2) De ervaring van deze mensen én of de toekenning van deze Werkbonus heeft geleid tot het beoogde doel. 3) Wat de financiële consequenties zijn van het verhogen van de werkbonus naar € 1.500 (tussenvariant) of € 2.517 (maximale variant) per kalenderjaar uitgaande van de bijstandscijfers over het jaar 2019 en 2020. 4) Wat de voor- en nadelen zijn van een pilot Werkbonus waarin de Werkbonus verhoogd wordt tot bijv. € 1.500 of 2.517 per kalenderjaar per persoon in Roermond. 2. de uitkomst van het onderzoek uiterlijk een maand voor de behandeling van de Kadernota 2022 voor te leggen aan de commissie Burgers & Samenleving middels een commissievoorstel met een advies aangaande het wel of niet uitvoeren van een pilot werkbonus. Inleiding In de motie wordt gerefereerd aan artikel 7, lid 3 van de re-integratieverordening. In deze regeling is echter geen sprake van een werkbonus. Deze regeling betreft het instrument Participatieplaats voor het verrichten van onbeloonde additionele activiteiten met behoud van uitkering voor de duur van maximaal 2 jaar.
Het college beoordeelt na een periode van negen maanden na de aanvang van die werkzaamheden of deze werkzaamheden de kansen op arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde zijn vergroot. Indien dat niet het geval is wordt het verrichten van de additionele werkzaamheden twaalf maanden na aanvang van die werkzaamheden beëindigd. Indien de participatieplaats bijdraagt aan arbeidsinschakeling kan de termijn maximaal 2 maal 1 jaar worden verlengd. Het college verstrekt aan belanghebbende, telkens nadat hij gedurende zes maanden op grond van dit artikel additionele werkzaamheden heeft verricht, een premie als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, indien hij naar het oordeel van het college in die zes maanden voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van zijn kans op inschakeling in het arbeidsproces. Parttime werk Roermond Landelijk gezien heeft 8,3% van de bijstandsontvangers parttime werk1. In 2020 heeft 9,7% van alle uitkeringsgerechtigden in Roermond parttime gewerkt. Hieruit kunnen we concluderen dat in Roermond al een hogere percentage uitkeringsgerechtigden parttime werkt in vergelijk met het landelijk gemiddelde. In de Participatiewet en het beleid is opgenomen dat inkomsten uit arbeid gedurende een bepaalde tijd (maximaal 25% gedurende 6 maanden) worden vrijgelaten als er naast de bijstandsuitkering ook wordt gewerkt.
Hierdoor is parttime werk lonend voor de mensen. Resultaten Experimenten (bron; Schulinck / rapport met conclusies) Uit verschillende onderzoeken (bijstandsexperimenten) blijkt dat meer mogelijkheden bieden om bij te verdienen niet leidt tot een hogere arbeidsparticipatie in betaald werk. In de periode 1 oktober 2017 tot 1 januari 2020 zijn 6 experimenten uitgevoerd in de gemeenten Groningen, Tilburg, Utrecht, Wageningen, Deventer en Nijmegen. Doel is om te kijken hoe bijstandsgerechtigden makkelijker de weg naar werk vinden. Gemeenten experimenteerden met 3 methodes: een ontheffing voor arbeids- en re-integratieverplichtingen; intensivering van begeleiding; meer mogelijkheden om bij te verdienen. In het experiment werd onderzocht welke methode leidde tot meer uitstroom uit de bijstand. Er zijn geen wetenschappelijk significante resultaten geboekt ten aanzien van de doelstelling van het experiment, namelijk uitstroom naar voltijd werk. De kans voor mensen om aan het werk te gaan en onafhankelijk te worden van de bijstand is bij de groep waar er een van de 3 interventies is gedaan niet groter dan voor mensen waarbij deze methodieken niet werden toegepast (controlegroepen). 1
Factsheet Parttime werk in de bijstand, Divosa 2017-2019
1
Vaak ging het om mensen die al langdurig in de bijstand zitten en dus een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Conclusie was dat er geen algemene succesformule bestaat om uitkeringsgerechtigden snel aan het werk te krijgen. De onderzoeken gaven aan dat maatwerk het sleutelwoord is. De onderzoeken zijn voorgelegd aan het ministerie. De resultaten gaven geen aanleiding om de Participatiewet aan te passen. Ervaringen / overwegingen proeven en pilots werkbonus In de motie Werkbonus wordt gerefereerd aan de pilot Werkbonus in Rotterdam. We zien dat meerdere gemeenten dergelijke pilots hebben opgestart of gaan opstarten:
Den Bosch; De gemeente Den Bosch stopt met een proef waarbij bijstandsgerechtigden twee jaar mochten bijverdienen naast hun uitkering. Het college concludeert dat het experiment is mislukt omdat het niet heeft geresulteerd in meer parttime werk in de bijstand en niet tot meer uitstroom naar werk. Het Bossche college stelt dat de resultaten van het experiment aansluiten bij de bevindingen van de meeste andere gemeenten die iets soortgelijks hebben gedaan. Opvallend is dat vergelijkbare experimenten in Amsterdam en Groningen echter wél tot meer deeltijdwerk en uitstroom leidden. Een belangrijk verschil is dat de stimuleringspremie in die laatste twee experimenten niet voor het volledige bijstandsbestand gold, maar een selecte groep. De samenstelling van de groep die uiteindelijk meedoet aan het experiment lijkt nogal een verschil te maken (binnenlands bestuur, 10-12-2020); Laborijn; In opdracht van gemeenten Doetinchem en Aalten gaat Laborijn parttime werken in de bijstand stimuleren. Deze pilot en loopt van maart 2021 tot maart 2023. Pilots premie parttime werk in Amsterdam en Rotterdam starten op 1 maart / 1 april 2021.
Deze pilots lopen deels nog door de komende jaren en worden op verschillende manieren ingericht. De ervaringen van gemeenten zijn ook verschillend. Hierdoor is het nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken over de effectiviteit van een werkbonus. Gezien onze eigen omvang van parttime werk, de resultaten van de experimenten en het gegeven dat er meerdere pilots rondom dit thema lopen wordt aanbevolen om deze pilots te volgen. Uitkomsten 1) Hoeveel mensen in de gemeente Roermond in aanmerking zijn gekomen voor de bestaande regeling (artikel 7, lid 3, Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Roermond 2017) in de periode 2017 t/m 2020. Uit data-onderzoek blijkt dat in de periode 2017 t/m 2020 1 persoon in aanmerking is gekomen voor een participatieplaats en de bijbehorende premie. 2) De ervaring van deze mensen én of de toekenning van deze Werkbonus heeft geleid tot het beoogde doel. Er is zeer beperkte ervaring opgedaan met de regeling Participatieplaats. De verklaring voor deze beperkte inzet van de participatieplaats is dat klantmanagers eerder vrijwilligerswerk, stageplekken en begeleiding naar parttime of fulltime werk inzetten dan een participatieplaats. Deze regeling Participatieplaatsen is primair ook niet gericht op parttime werken, maar kan in voorkomende gevallen wel leiden tot parttime of fulltime werk.
2
3) Wat de financiële consequenties zijn van het verhogen van de werkbonus naar € 1.500 (tussenvariant) of € 2.517 (maximale variant) per kalenderjaar uitgaande van de bijstandscijfers over het jaar 2019 en 2020. De bedoeling van de Werkbonus is dat deze over 12 maanden wordt opgebouwd (niet per se aaneengesloten). Voor de opbouw van de Werkbonus geldt een maximumbedrag van € 2517 per jaar en dus € 209,75 per maand, afhankelijk van de hoogte van de arbeidsinkomsten. De Werkbonus mag tweemaal per jaar worden uitgekeerd. Voor de inschatting van de financiële gevolgen van de inzet van een werkbonus gaan we uit van het aantal mensen dat in 2020 parttime heeft gewerkt en vermenigvuldigen dat met een bedrag van de tussenvariant ad € 1500 en het bedrag van de maximale variant ad € 2517,-:
In 2020 hebben 416 kandidaten in totaal 2430 maanden parttime gewerkt, variërend van 1 maand tot 12 maanden. De werkbonus ter hoogte van de tussenvariant bedraagt maximaal € 125,- per maand (€ 1500/12). Op basis van deze variant en het aantal maanden dat in 2020 parttime is gewerkt komen we uit op een bedrag van € 303.750,- (125,- x.2430), De werkbonus ter hoogte van de maximale variant bedraagt maximaal € 209,75 per maand (€ 2517/12). Op basis van deze variant en het aantal maanden dat in 2020 parttime is gewerkt komen we uit op een bedrag van € 509.692,50 (€ 209,75 x 2430). De daadwerkelijke hoogte is afhankelijk van de hoogte van het inkomen dat uit arbeid wordt vergaard en het aantal maanden dat men werkt. Als we uitgaan van de helft van de maximale Werkbonus voor deze deelnemers, komen we bij een werkbonus van € 1500,- en € 2517,- uit op een totaalbedrag van respectievelijk: € 151.875,- en € 254.846,25 per jaar. Hierbij doen we de aanname dat ongeveer de helft wordt uitgekeerd, aangezien niet alle deelnemers de maximale Werkbonus opbouwen omdat ze geen twaalf maanden werken, of omdat zij minder inkomsten per maand verdienen. Ervan uitgaande dat een regeling werkbonus zou moeten leiden tot meer parttime werk zouden deze kosten hoger uit moeten vallen.
In bovenstaande berekening zijn geen projectkosten meegenomen. De kosten voor projectorganisatie, communicatie en (extra) administratie worden geraamd op grofweg € 100.000,-. 4) Wat de voor- en nadelen zijn van een pilot Werkbonus waarin de Werkbonus verhoogd wordt tot bijv. € 1.500 of 2.517 per kalenderjaar per persoon in Roermond. Voordelen: - Een pilot is onderdeel van een innovatieproces. Doel is aantonen of een mogelijke oplossing daadwerkelijk een probleem oplost en met welke impact; - Door een pilot te doen kunnen we te toetsen wat de waarde van een innovatie is in onze eigen context. Nadelen: - Gezien de resultaten van verschillende pilots, onderzoeken en experimenten is het niet evident dat het toekennen van werkbonussen gaat leiden tot meer parttime werk en uitstroom. Er bestaat geen algemene succesformule om hen snel aan het werk te helpen. Maatwerk is het sleutelwoord; - De uitkeringsnorm is per persoon/huishouden verschillend. Door het toepassen van een werkbonus ontstaan er verschillen in inkomen bij parttime werkers en hun besteedbaar inkomen (en armoedeval) wanneer we premies gaan toekennen; - De kosten van een pilot werkbonus kunnen fors oplopen; - Voor het uitvoeren van een pilot werkbonus is voldoende ambtelijke capaciteit nodig, welke in 2021 onder druk staat; - Inkomenspolitiek is voorbehouden aan het rijk.
3
2.
de uitkomst van het onderzoek uiterlijk een maand voor de behandeling van de Kadernota 2022 voor te leggen aan de commissie Burgers & Samenleving middels een commissievoorstel met een advies aangaande het wel of niet uitvoeren van een pilot werkbonus.
Gelet op de ervaringen in andere gemeenten met een ‘werkbonus’ en de ervaringen van gemeenten in de experimenten blijkt dat het niet evident is dat het toekennen van een bonus/premie leidt tot meer parttime werk. Er zijn andere elementen in de aanpak en dienstverlening die meer effect hebben op het stimuleren van parttime werk en uitstroom naar fulltime werk, zoals intensieve begeleiding, persoonlijke aandacht en maatwerk. Deze zaken worden reeds vormgegeven middels de doorontwikkeling Participatiewet, toepassing van het open gesprek, de omgekeerde toets en integrale afweging. Hierop wordt in 2021 verder ingezet bij Sociale Zaken. Het verdient aanbeveling om de uitvoering en ervaringen in de pilots Werkbonus bij andere gemeenten te volgen, om op die manier van de ervaringen bij andere gemeenten te leren over de effectiviteit van een werkbonus. Werken moet lonen. Daarom vinden wij wel dat er aandacht moet zijn voor de financiële gevolgen van werk en inkomen in individuele situaties/huishoudtypes om aan het werk te gaan. Hierin is van belang dat er maatwerk wordt geleverd, namelijk door per individu te kijken wat de gevolgen zijn van meer inkomsten uit werk voor het totale besteedbare inkomen. Dit verschilt per individu en huishoudsamenstelling, omdat de uitkering en eventuele toeslagen daarmee samenhangen.
Daarbij achten we het van belang om ook te kijken en ondersteunen in mogelijke oplossingsrichtingen, zoals gebruik maken van voorzieningen, tijdig aanvragen van toeslagen, bepaald aantal uren werken om in inkomen vooruit te komen. Advies: Gelet op de genoemde overwegingen wordt geadviseerd om geen pilot werkbonus in Roermond op te starten in 2021.
4