CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Tussenrapportage (strategische) beleidsdoelen beleidskader Sociaal Domein

Commissie Burgers en Samenleving (BS) 6 september 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: Tussenrapportage (strategische) beleidsdoelen Beleidskader Sociaal Domein MLO 2020-20284.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tussenrapportage (strategische) beleidsdoelen Beleidskader Sociaal Domein MLO 2020-2028

Inhoud 1.

Inleiding ...........................................................................................................................................3

2.

Doelen-matrix beleidskader Sociaal Domein MLO 2020-2028........................................................4

3.

Doel 1: Inwoners zijn zelfredzaam...................................................................................................5

4.

Doel 2: Iedereen doet mee ..............................................................................................................9

5.

Doel 3: Mensen helpen elkaar.......................................................................................................11

6.

Doel 4: Inwoners leven en wonen gezond en veilig in hun eigen omgeving .................................13

7.

Bevindingen en conclusies ............................................................................................................15

2

1. Inleiding In december 2019 is het Beleidskader Sociaal Domein Midden-Limburg Oost 2020-2028 (hierna: Beleidskader) vastgesteld door de gemeenteraden van de gemeenten Echt-Susteren, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. In het Beleidskader hebben de Midden-Limburg Oost-gemeenten de gezamenlijke koers bepaald voor het brede sociaal domein, waarin zij zowel samen als afzonderlijk met beleidsuitwerking en interventies aan de slag gaan om bij te dragen aan de genoemde beleidsdoelen en maatschappelijke effecten. Het Beleidskader is integraal opgezet als een paraplu over de verschillende beleidsterreinen van het sociaal domein (zoals o.a. Jeugdhulp, Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet, Schuldhulpverlening, Gezondheidsbeleid, armoedebeleid, inburgeringsbeleid etc.) voor een periode van 8 jaar. Deze langere periode in combinatie met een integrale aanpak is van wezenlijk belang om de transformatie van het sociaal domein vorm te geven. Zo kan goed worden ingespeeld op sociaalmaatschappelijke ontwikkelingen met als doel een krachtige samenleving, waarin burgerkracht, betrokkenheid en integrale dienstverlening centraal staan. In deze samenleving zijn inwoners zelfredzaam, doet iedereen mee en helpen we elkaar, zodat we kunnen leven en wonen in een gezonde en veilige omgeving.

Een gezamenlijk Beleidskader Midden-Limburg Oost op het brede terrein van het sociaal domein voor een periode van 8 jaar vraagt om monitoring op het niveau van (strategische) beleidsdoelen en maatschappelijke effecten. Het monitoren op dit strategisch beleidsniveau is vanwege de reikwijdte en complexiteit nog geen gemeengoed binnen de gemeenten. In het Beleidskader is hier evenwel een eerste aanzet voor gedaan door het benomen van een set aan basisindicatoren. Deze hebben gediend als startpunt voor voorliggende ‘Tussenrapportage (strategische) beleidsdoelen gemeente Roermond’. Deze eerste stap in het proces van monitoring van (strategische) beleidsdoelen wordt gedurende de beleidsperiode van acht jaar nadrukkelijk als een leerproces beschouwd: praktische bezwaren, ervaren onvolkomenheden, onjuiste aannames en voortschrijdende inzichten, bijvoorbeeld m.b.t. de frequentie van beschikbaarheid van data, worden gebruikt voor verder finetuning voor zowel de gemeente Roermond, als ook voor de andere gemeenten in de regio. Een aantal basisindicatoren zijn op basis van voornoemde inzichten (in de voorbereiding van deze tussenrapportage en als basis voor toekomstige rapportages) bijgesteld vanwege betere passendheid en doelmatigheid in gebruik.

Voor de volledigheid wordt vermeld dat in deze rapportage is uitgegaan van landelijk beschikbare bronnen en databases, die periodiek worden geupdate. Sommige jaarlijks (bijvoorbeeld Waar staat je gemeente), anderen twee- of vierjaarlijks (bijvoorbeeld GGD-monitor). Gemeenten beschikken verder over eigen lokale, diepgaandere ambtelijke managementinformatie op (sub)onderdelen (bijvoorbeeld gebruik voorzieningen). Omdat in deze tussenrapportage de focus ligt op de (strategische) doelen van het beleidskader worden deze hier buiten beschouwing gelaten. De verplichte BBV-indicatoren worden bovendien via de jaarrekening verantwoord. In de navolgende paragrafen wordt nadere uitwerking gegeven aan de (strategische) doelen en maatschappelijke effecten, op basis van de in het Beleidskader opgenomen indicatoren en nulmeting.

3

2.

Doelen-matrix beleidskader Sociaal Domein MLO 2020-2028

In het Beleidskader zijn beleidsdoelen en maatschappelijke effecten in het Sociaal Domein benoemd die vervolgens door middel van beoogde resultaten en bijbehorende indicatoren meetbaar gemaakt zijn. Dit biedt een uniforme basis op het niveau van het Sociaal Domein in Midden- Limburg Oost, die verder (lokaal) verfijnd kan worden voor monitoring, sturing en verantwoording. De structuur voor het meten van doelen bestaat uit diverse aspecten die onderling samenhang vertonen en onderlinge relaties hebben. Het is daarmee geen statisch, maar een dynamisch geheel van beleidsdoelen, effecten, resultaten en indicatoren op het abstractere niveau van het Sociaal Domein in de regio Midden-Limburg Oost. Het raamwerk hiervoor ziet er als volgt uit: Strategische doelstelling Sociaal Domein De strategische doelstelling binnen het Sociaal Domein is dat het beleid altijd bijdraagt aan het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de inwoner, zodat iedereen zo volledig en volwaardig mogelijk mee kan doen aan de samenleving.

Beleidsdoelen en maatschappelijke effecten 1: Inwoners zijn zelfredzaam Maatschappelijke effecten: • Meer inwoners zijn in staat om op eigen kracht in hun levensonderhoud te voorzien; • Meer mensen zijn in staat om op eigen kracht hun eigen huishouden te organiseren; • Meer inwoners hebben de vaardigheden om om te kunnen gaan met de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven; • Meer inwoners kunnen zich naar wens en vermogen ontplooien. 2: Iedereen doet mee Maatschappelijke effecten: • In iedere buurt, wijk of dorp doen meer inwoners mee, van betaald werk tot maatschappelijke participatie. • Het probleemoplossend vermogen van inwoners verbetert. 3: Mensen helpen elkaar Maatschappelijk effect: • Inwoners vinden elkaar sneller en makkelijker voor hulp in hun omgeving. 4: Inwoners leven en wonen gezond en veilig in hun eigen omgeving Maatschappelijk effect: • Inwoners leven en wonen langer gezond en veilig in hun eigen omgeving

4

In onderstaande ‘Doelen-matrix’, horende bij het Beleidskader, zijn de onderlinge relaties tussen de resultaten, de maatschappelijke effecten en de beleidsdoelen in hun onderlinge samenhang en afhankelijkheid in beeld gebracht.

In de volgende hoofdstukken worden de doelen elk afzonderlijk uitgewerkt.

5

3.

Doel 1: Inwoners zijn zelfredzaam

Alle beleid en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsactiviteiten in het Sociaal Domein hebben het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de inwoner als hoofddoel. Doel 1 richt zich dan ook op maatschappelijke effecten en resultaten die duiding geven aan de zelfredzaamheid van al onze inwoners van jong tot oud.

Zelfredzaamheid zegt iets over het vermogen van inwoners om dagelijkse activiteiten zelfstandig te kunnen uitvoeren. Het gaat om begrippen als eigen kracht en eigen regie, waardoor inwoners om kunnen gaan met uitdagingen van het leven en deze veerkrachtig aanpakken in hun eigen leefomgeving. Oftewel hoe meer van deze maatschappelijke vaardigheden inwoners bezitten, hoe beter zij in staat zijn om zelfredzaam te kunnen functioneren in de samenleving. Gericht op de maatschappelijke effecten zien we twee belangrijke maten in de data voor de inwoners van Roermond. De eigen regie en mate van veerkracht laten zien dat: - het percentage inwoners dat aangeeft voldoende regie te hebben over het eigen leven vrijwel gelijk is gebleven t.o.v. 2016 met een hoog percentage van 89% van de inwoners die matig tot veel eigen regie ervaren (Gezondheidsmonitor VO 2016 versus 2020). Roermondse inwoners

6

-

scoren hierin hoger dan in de Provincie waar 88% van de inwoners aangeeft matig tot veel regie over het eigen leven te ervaren. de grote meerderheid van de volwassen inwoners een normale (64%) of hoge veerkracht heeft (17%). Voor ouderen is dit respectievelijk 67% en 12%. Roermond scoort hierin vergelijkbaar t.o.v. de Provincie Limburg en op volwassenen zelfs iets beter (63% en 16%) (Gezondheidsmonitor VO, 2020).

Om deze gunstige maatschappelijke effecten verder te duiden zijn een drietal resultaten van belang. Deze resultaten vormen drie belangrijke bouwblokken voor regie en veerkracht en daarmee zelfredzaamheid. Uiteraard zijn deze resultaten niet allesomvattend, maar geven een globale beschrijving van de ontwikkeling die zichtbaar wordt in de zelfredzaamheid van inwoners. Het gaat hierbij om iemands financiële situatie, het belang van geletterdheid en het hebben van een kansrijke start. Financiële vaardigheid en schulden Een van de dimensies van Positieve Gezondheid is ‘Kwaliteit van leven’. Rondkomen met je geld is een van de factoren die hierbij horen. Moeite met rondkomen en het hebben van een laag inkomen kan nadelig werken op de mogelijkheden van inwoners om zelfstandig en zelfredzaam te zijn. In de gemeente Roermond zien we: - dat het aantal huishoudens met een laag inkomen van minimaal 1 jaar is afgenomen (van 9,7% naar 9,2%) (CBS Statline 2016 versus 2020). - dat minder inwoners aangeven moeite te hebben met rondkomen (van 19% naar 13%) (Gezondheidsmonitor VO 2016 versus 2020). - dat minder inwoners deelnemen in een schuldhulpverleningstraject (van 165 in 2019 naar 45 in 2019) (CBS Stateline 2016 versus 2019), waarschijnlijk door de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) in 2012.

Sinds de inwerkingtreding van de WGS op 1 juli 2012 zijn de gemeenten verplicht om inwoners met schulden te helpen. Binnen de wet hebben de gemeenten de ruimte om de schuldhulpverlening zelf in te richten en eisen te stellen aan de inwoner als deze om hulp vraagt. Het invoeren van budgetbeheer is ook een mogelijke verklaring van deze daling. Geletterdheid Laaggeletterden hebben moeite met lezen, schrijven en/of rekenen en hebben daarnaast vaak ook beperkte digitale vaardigheden. Dit belemmert hen om volledig deel te kunnen nemen aan de maatschappij, met een groter risico op onder andere werkloosheid, schulden en gezondheidsproblemen tot gevolg. Cijfers van Geletterdheid InZicht uit 2020 tonen aan dat circa 17% van de beroepsbevolking in Roermond tot de categorie laaggeletterden behoort. Landelijk bedraagt dit percentage 12% en regionaal in Midden-Limburg 10%. Het relatief hoge percentage voor Roermond wordt met name veroorzaakt door haar grootstedelijke karakter met een oververtegenwoordiging van inwoners met een groter risico op laaggeletterd. De gemeente Roermond zet – samen met het partners – in om laaggeletterdheid zo veel als mogelijk te voorkomen en te bestrijden, onder meer met een aanbod formele en non-formele educatie. Daarnaast wordt gewerkt aan een regionaal monitoringsysteem om de doelgroep nog beter en tijdig in beeld te hebben.

Daarvan beogen we in een volgende rapportage de eerste effecten te laten zien. Kansrijke start De gemeente Roermond vindt het belangrijk dat kinderen een kansrijke start hebben en werkt daarom aan een regionaal en lokaal actieprogramma. Het aantal vroeggeboortes en/of geboorte met een te laag geboortegewicht zijn hiervoor indicatoren, welke in de afgelopen jaren zijn gedaald van 180,3 per 1.000 geboortes in 2017 naar 160,4 per 1.000 geboortes in 2019. Ten opzichte van het landelijk 7

percentage is ook de sterfte rond de geboorte vanaf 24 weken zwangerschap met 1.000 geboortes iets lager dan het landelijk gemiddelde (4,2 t.o.v. 4,5 in Nederland per 1.000 geboortes) (Waarstaatjegemeente, 2017 versus 2019). Een andere belangrijk factor is hoe goed ouders in staat zijn om hun kinderen op te voeden, waarbij het aantal opvoedvragen een goede indicator is. Het percentage ouders met opvoedvragen is in de gemeente Roermond met 3 procent gedaald in de periode van 2016 (15%) tot 2020 (12%). Bij de cijfers moet een kleine kanttekening geplaatst worden, vanwege de aanpassing in de indicator. Mogelijk zijn de percentages daardoor niet geheel vergelijkbaar (Gezondheidsmonitor VO, 2016 versus 2020). Subconclusie doel 1 Op landelijk niveau wordt een algemene trend zichtbaar dat steeds meer inwoners, ongeacht leeftijd, moeite lijken te hebben om mee te komen in de samenleving door het complexer worden van de maatschappij. Deze trend is ook in Roermond aanwezig, desondanks zien we dat, wanneer gekeken wordt naar het doel zelfredzaamheid, of misschien zelfs breder samenredzaamheid, inwoners steeds beter in staat zijn om eigen regie te nemen en hierbij ondersteund worden wanneer dit door omstandigheden (tijdelijk) minder goed lukt.

Lokale en regionale initiateven, bijvoorbeeld in het kader van het actieprogramma Kansrijke Start, zijn erop gericht om de zelfredzaamheid en in dat kader ook de burgerkracht te versterken.

8

4.

Doel 2: Iedereen doet mee

Uit het overkoepelend thema zelfredzaamheid volgt het meedoen van inwoners, waar doel 2 zich op richt. Als het gaat om meedoen, bedoelen we meedoen en participeren naar vermogen. Voor een grote meerderheid van de beroepsbevolking gaat het om het hebben van betaald werk, maar het gaat hier zeker ook over maatschappelijke participatie in alle leeftijdsgroepen.

Een belangrijke ontwikkeling die het meedoen van inwoners moet bevorderen betreft de invoering van de Participatiewet in 2015. Deze wet heeft als doel om meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar zo regulier mogelijk werk te begeleiden. De grootste opgave in dit kader is het realiseren van duurzame banen voor mensen die niet zelfstandig aan de slag kunnen en een verminderde loonwaarde hebben door een beperktere inzetbaarheid. Wanneer iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt een baan krijgt, heeft dat niet alleen voordelen voor de persoon zelf, maar ook voor de samenleving als geheel. Dit blijkt uit het onderzoek ‘De brede baten van werk’ van het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau. In Roermond is sinds 2019 sprake van een lichte daling van het aantal mensen van 18 jaar en ouder met een bijstandsuitkering.

9

Om inwoners met een achterstand op de arbeidsmarkt sterker te ondersteunen en baankansen te laten toenemen, wordt op regionale schaal de samenwerking doorontwikkeling Participatiewet vormgegeven en impuls gegeven aan een goed functionerende arbeidsmarkt. Dit doet de gemeente Roermond niet alleen, maar samen met een veelheid aan samenwerkingspartners, zoals de regiogemeenten, het UWV, de sociale werkvoorziening, onderwijsinstellingen, werknemersverenigingen, werkgevers en andere partners op het snijvlak van arbeidsmarkt, economie en onderwijs. Ervaren gezondheid Algemeen bekend is dat om inwoners succesvol te ondersteunen bij het vinden van een baan of bij het verhogen van hun participatie, ervaren gezondheid van inwoners meespeelt. Inwoners die zich gezond voelen, participeren meer en participeren wordt makkelijker, als je je gezond voelt. In Roermond scoren inwoners goed op ervaren gezondheid, waarbij ze een oordeel geven over hun eigen gezondheid. Het percentage inwoners van 19 jaar en ouder dat zijn/haar ervaren gezondheid als (zeer) goed beoordeeld is in de periode toegenomen van 72% naar 74% (Gezondheidsmonitor VO 2016 versus 2020). Sociaal netwerk Ook het hebben van een sterk sociaal netwerk is een belangrijke indicator voor het mee (kunnen) doen van inwoners.

Het sociaal netwerk is de groep mensen met wie een persoon sociale relaties onderhoudt, zoals familie, vrienden, buren en collega´s. Netwerken van mensen verschillen in grootte en samenstelling. Ze bestaan uit hechte contacten tussen mensen die elkaar regelmatig zien, maar ook uit contacten die meer op afstand zijn of een meer los karakter hebben. Het sociale netwerk kan praktische, sociale of emotionele steun bieden. Een actief sociaal netwerk leidt bovendien tot meer zelfredzaamheid. In Roermond zien we dat het aantal mensen dat minder dan 2 keer per maand contact heeft met familie, buren en vrienden is gestegen (Gezondheidsmonitor VO, 2016 versus 2020). Ook is het percentage personen (vanaf 18 jaar) dat aangeeft zich weleens eenzaam te voelen in Roermond in 2020 gestegen t.o.v. 2016 van 48% naar 49%) (Gezondheidsmonitor VO, 2016 versus 2020). Dit is mogelijk te verklaren door de impact en de gevolgen van de Covid-19 pandemie. Opmerkelijk is dat ondanks de kleine daling van contacten en toename van eenzaamheid, ervaren gezondheid toeneemt. Een mogelijke verklaring hiervoor is de indeling van inwoners van Roermond naar netwerktype, waarin de meerderheid van de bevolking aangeeft meer gereserveerd te zijn in het aangaan van contacten en op hun privacy gericht is. Inwoners lijken daarmee ook aan te sluiten bij de eigen behoefte aan sociaal contact.

Startkwalificatie Een goede opleiding is van belang om mee te kunnen doen in de maatschappij. Een opleiding op ten minste het niveau van havo/vwo of mbo-niveau 2 wordt daarbij als noodzakelijk geacht. Jongeren die het onderwijs verlaten zonder een diploma op dit niveau hebben geen startkwalificatie en worden voortijdig schoolverlater genoemd. Cijfers van DUO laten zien dat het percentage voortijdig schoolverlaters voor Roermond 2,3% bedraagt in 2020, een daling ten opzichte van 3,2% in 2018. De inzet van Leerplicht en RMC van de gemeente Roermond lijkt daarmee haar vruchten af te werpen, waarbij het streven is om de doelgroep tijdig in beeld te hebben en in te zetten op preventie. Dat het percentage schoolverlaters voor Roermond – historisch gezien – hoger ligt dan het landelijk gemiddelde (1,7% in 2020) kan worden verklaard doordat Roermond vanwege haar bevolkingssamenstelling meer grootstedelijke problematiek kent en het percentage daarmee vergelijkbaar is met dat van een (middel)grote stad. Subconclusie doel 2

10

Wanneer gekeken wordt naar meedoen naar vermogen zien we dat positieve ontwikkelingen gemaakt worden. Zeker bij de jeugd, waar het behalen van de startkwalificatie door een afname in voortijdige schoolverlaters steeds beter lijkt te lukken. Dit is een belangrijke stap in een goede overgang van onderwijs naar zelfstandige participatie in de samenleving. De trend van sociale contacten en eenzaamheid is niet nieuw in Roermond en blijft een aandachtspunt voor beleid. Positieve ontwikkelingen op ervaren gezondheid werden eerder niet gemeten en lijken langzaam te ontstaan. De verwachting is dat een sterkere inzet op mee kunnen doen door de doorontwikkeling van de Participatiewet hier in de toekomst aan bij zal dragen.

11

5.

Doel 3: Mensen helpen elkaar

Inwoners die elkaar helpen vormen de basis van een krachtige samenleving, een maatschappij waarin we zorgen voor elkaar. Samenredzaamheid en burgerkracht gaat ook over voor elkaar klaarstaan, zodat anderen geholpen worden of zelf de hulp ontvangen. Doel 3 geeft inzicht in hoe inwoners van Roermond elkaar helpen.

Het vinden van laagdrempelige hulp in de eigen omgeving is voor inwoners belangrijk om zelfstandig op te groeien, zich te ontwikkelen, maar ook om gezond oud te worden. Onderlinge hulp van inwoners draagt bij aan een sterke informele sociale basis in onze samenleving. Het bieden van mantelzorg en vrijwilligerswerk zijn twee indicatoren die een beeld geven van de mate waarin inwoners elkaar helpen. Mantelzorg Mantelzorg is een belangrijk manier van het bieden van hulp aan veelal familieleden, vrienden en buren gedurende een vaak langere periode. Het kan gaan om hulp bij dagelijkse activiteiten, emotionele steun, maar ook verzorging. Mantelzorgers zijn onmisbaar in de huidige maatschappij waar gestreefd wordt naar zo lang mogelijk op een verantwoorde wijze thuis blijven wonen. Het aantal inwoners dat aangeeft mantelzorg te hebben gegeven is 22% en ligt daarbij iets boven het landelijk 12

gemiddelde van 21%. Een vergelijkbaar percentage (met Nederland) van 14% van de mantelzorgers ervaart een mate van (over)belasting door de hulp die ze geven. Echter is de behoefte aan ondersteuning in Roermond duidelijk lager dan in Nederland als geheel (11% t.o.v. 14%) (Gezondheidsmonitor VO, 2020). Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk wordt gezien als een belangrijke bijdrage aan de maatschappij. Ook voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt kan het een eerste stap zijn in het opnieuw deelnemen aan de maatschappij. 23% van de volwassenen (vanaf 18 jaar) verricht in 2020 vrijwilligerswerk. Van de ouderen (65+) verricht 26% vrijwilligerswerk in 2020 (Gezondheidsmonitor VO, 2020). Subconclusie doel 3 Met de toenemende focus op laagdrempelige ondersteuning nabij huis vanuit het eigen netwerk zijn mantelzorgers en vrijwilligers een steeds belangrijkere schakel. Met deze trend, waar inwoners langer thuis blijven wonen, is een grotere druk op mantelzorg en vrijwilligerswerk onvermijdelijk. Ondanks dat deze druk zichtbaar wordt bij bijvoorbeeld de belasting die mantelzorgers ervaren, blijven zij toch deze hulp bieden.

13

6. Doel 4: Inwoners leven en wonen gezond en veilig in hun eigen omgeving Inwoners die gezond en veilig opgroeien, wonen, werken, recreëren en bovenal leven in hun eigen omgeving, vormen een belangrijk uitgangspunt binnen het sociaal domein. Inwoners moeten zich prettig voelen in een veilige omgeving die ondersteunend is aan hun gezondheid. Wanneer inwoners zich prettig voelen in hun omgeving, is het wederom makkelijker om zelfredzaam te zijn en mee te doen. Doel 4 richt zich dan ook op het leven en wonen in een gezonde en veilige omgeving.

Een gezonde, veilige en leefbare woonomgeving gaat verder dan inwoners die fysiek gezond zijn. Wanneer gekeken wordt vanuit Positieve Gezondheid (Huber, 2011), zien we dat gezondheid ook gaat om hoe tevreden inwoners zijn met het leven en hoe inwoners omgaan met hun beperkingen. Ook het naleven van een gezonde leefstijl draagt voor een belangrijke mate bij aan hoe inwoners in hun vel zitten. Dat begint op een jonge leeftijd, door een Kansrijke Start, het laten opgroeien van een Rookvrije Generatie en de aanpak Jongeren op Gezond Gewicht. Leefbare woonomgeving Het hebben van leefbare woonomgeving draagt bij aan het algeheel welzijn van inwoners. Leefbaarheid hangt onder andere samen met de typen woningen in een wijk, de bevolkingssamenstelling van de 14

inwoners, de (aanwezigheid van) voorzieningen, de fysieke omgeving, zoals het aandeel groen en of inwoners zich veilig voelen. Roermond scoort goed als het gaat om de leefbaarheid van de wijk en daarmee boven het landelijk gemiddelde (CBS Leefbarometer, 2018). Tevredenheid met het leven Het percentage inwoners dat (zeer) tevreden is met het leven is gedurende de afgelopen jaren gestegen van 61% in 2012 tot 62% in 2020 (Gezondheidsmonitor VO, 2020). Deze indicator geeft net zoals ervaren gezondheid een overkoepelend beeld over het welbevinden van inwoners. Roermond scoort op deze indicator beter dan de Provincie Limburg waar een dalende lijn zichtbaar is (van 65% in 2012 naar 61% in 2020). Het hebben van een lichamelijke beperking Het hebben van een of meer lichamelijke beperkingen kan direct zorgen voor een verminderde zelfredzaamheid van inwoners. In Roermond is het percentage inwoners met een beperking licht gestegen van 16% naar 17% (Gezondheidsmonitor VO, 2016 versus 2020). Wel zien we dat de ervaren gezondheid, ondanks de stijging in beperkingen, ook toeneemt. Ondanks dat dit geen een op een verband hoeft te zijn, is het een positieve ontwikkeling dat inwoners ondanks een beperking hun ervaren gezondheid als goed ervaren (Gezondheidsmonitor VO, 2020). Leefstijl van onze nieuwe generatie.

Het hebben van een gezonde leefstijl is een belangrijke indicator voor gezondheid op latere leeftijd. Een gezonde leefstijl bestaat uit voldoende bewegen, een gezond en gevarieerd voedingspatroon, voldoende ontspanning, goed slapen, niet roken en geen/matig alcohol gebruik. Leefstijl hangt vaak samen me de ervaren gezondheid, want wie gezond leeft, voelt zich ook vaak gezonder. Dit is echter geen één op één vergelijking. Roermond scoort wat betreft alcohol nuttigen en roken gunstig. Het aantal kinderen dat in de maand voorafgaand aan de vragenlijst alcohol had gedronken is de afgelopen jaren sterk gedaald van bijna 60% in 2005 tot 26% in 2019. Ook het percentage rokers is sterk afgenomen van 19% in 2005 tot 6% in 2019. Voor zowel alcoholconsumptie als roken is de gemiddelde startleeftijd verlaat (Gezondheidsmonitor Jeugd, 2019). Wat betreft bewegen en voeding is wel aandacht nodig. Wat betreft beweging voldoet 15% van de kinderen aan de beweegnorm van minimaal 1 uur per dag actief bewegen, waarbij het percentage kinderen dat meer dan 3 uur per dag gebruik maakt van een beeldscherm in de vrije tijd is toegenomen is tot 50%. Wat betreft gezonde voeding is het percentage kinderen dat 5 dagen of meer per week ontbijt gedaald tot 72%, eet een minderheid elke dag fruit (31%), eet de helft elke dag groente (50%) en een grote meerderheid drinkt elke dag water (76%).

Subconclusie doel 4 Over het algemeen kan gesteld worden dat Roermond een goede bijdrage levert aan het creëren van een gezonde en veilige woon- en leefomgeving. De trend waarin inwoners meer moeite hebben om mee te komen in de steeds veranderende samenleving lijkt in Roermond goed opgevangen te worden, door de stijging in ervaren gezondheid en tevredenheid. Ook wat betreft gezond opgroeien en leefstijl, doet Roermond het goed, waarbij gezonde voeding en meer beweging aandacht blijft vragen.

15

7.

Bevindingen en conclusies

Met de interventies vanuit het gemeentelijk beleid leveren we een bijdrage aan de uitkomsten van de indicatoren en daarmee aan de maatschappelijke effecten en doelen. Voorzichtig concluderend kunnen we stellen dat we zien dat op het gebied van zelfredzaamheid, samenredzaamheid en meedoen dat inwoners steeds beter worden ondersteund om de eigen regie te pakken of weer te nemen wanneer dit door omstandigheden (tijdelijk) minder goed lukt. Ook m.b.t. het meedoen naar vermogen zien we dat goede ontwikkelingen gemaakt worden. Met de toenemende focus op laagdrempelige ondersteuning nabij huis vanuit het eigen netwerk zijn mantelzorgers en vrijwilligers een steeds belangrijkere schakel, waarbij er zorgen leven over de dalende cijfers rondom informele zorg. Aandacht en verdieping blijft noodzakelijk. Initiatieven die zijn georganiseerd in de gemeente dragen bij aan het verbeteren of stabiel houden van deze ontwikkelingen in het sociaal domein en zijn daarmee onmisbaar. Ondanks dat we er nog niet zijn, zetten we samen belangrijke stappen op weg naar het verwezenlijken van de ambitie voor de inwoners van gemeente Roermond binnen het Sociaal Domein. We kunnen echter niet volledig meetbaar maken in welke mate de uitkomsten en maatschappelijke effecten het gevolg zijn van gemeentelijke inzet.

Er zijn vele andere factoren die in samenhang met elkaar een bijdrage aan de strategische doelen en effecten leveren, in positieve of negatieve zin. Zoals bijvoorbeeld demografische en economische ontwikkelingen, beleidskeuzes op andere terreinen (van gemeentelijk tot landelijk niveau) en sociale kenmerken van de gemeente en regio. In het Beleidskader1 is daarover het volgende, nog steeds actueel, beschreven: In het algemeen is een trend te zien dat steeds meer inwoners, ongeacht leeftijd, moeite hebben om mee te komen in de samenleving door het complexer worden van de maatschappij. Mensen vinden het lastiger de wereld om hen heen te snappen, zelf regie te voeren over hun eigen leven, gevolgen van keuzes te overzien en steun te vragen en/of te vinden etc. Schuldenproblematiek, eenzaamheid en druk op de directe omgeving, wijken en buurten, (algemene) voorzieningen, mantelzorgers en vrijwilligers zal daardoor toenemen. Inwoners met psychische en psychiatrische klachten vormen een substantieel deel van de populatie, met hun eigen specifieke behoeften. Steeds meer mensen met beperkingen die voorheen in instellingen woonden, worden zelfstandig ‘in de wijk’ gehuisvest. Zo nodig ondersteund met hulp en zorg.

Dat geldt zowel voor ouderen, die op steeds hogere leeftijd met steeds meer gezondheidsklachten thuis blijven wonen, als ook voor inwoners die uit het Beschermd Wonen naar reguliere woonvormen in de wijk doorstromen. Er dient oog te zijn voor het effect dat deze verandering op wijken kan hebben. Daarnaast leidt dit niet alleen tot een kwantitatieve vraag rondom de hoeveelheid woningen voor doelgroepen, maar ook tot een kwaliteitsvraag rondom wat deze burgers nodig hebben om zelfstandig te kunnen leven. De overgang van jongeren naar volwassenheid en de bijbehorende overgang van onderwijs naar zelfstandige participatie in de samenleving, de arbeidsmarkt, en op het gebied van wonen blijkt voor een groot aantal jongeren een lastige barrière, die het welzijn en toekomstperspectief negatief beïnvloed. Het aantal ouderen, met daarbinnen de doelgroep 80-plussers, neemt in onze regio de komende jaren bovengemiddeld toe t.o.v. de landelijke vergrijzing. Dit heeft ook zijn effecten op de beroepsbevolking: de grijze druk2 neemt toe van 31% in 2019 naar 51% in 2040. Hierdoor is er ook sprake van schaarste van personeel. In de ondersteuning, zorg en hulpverlening is dit nu al voelbaar en dit zal in de nabije toekomst voor steeds meer niet vervulde vacatures zorgen.

Dit heeft rechtstreekse gevolgen voor de beschikbaarheid van zorg en hulpverlening in het algemeen, 1 Hoofdstuk 2, Omgevingsanalyse en trends, Beleidskader Sociaal Domein Midden-Limburg Oost 2020-2028 2

De omvang van de groep 65+ gerelateerd aan het aantal twintig-vierenzestig jarigen in de bevolking.

16

maar zeker ook voor de toenemende specialistische zorg aan de kwetsbaren in onze samenleving. Zowel in het Sociaal Domein, maar ook in de domeinen van de Zorgverzekeringswet (wijkverpleegkundigen, ziekenhuiszorg, huisartsenzorg) en Wet Langdurige Zorg (instellingen, verpleeghuiszorg etc.). Naast gevolgen voor professionele zorg, leidt de toename van de grijze druk ook tot een grotere belasting van mantelzorgers. Positieve effecten zijn dat onze ‘jongere ouderen’ steeds vitaler zijn en zich vaak actief inzetten in onze samenleving. Daarnaast verwachten we veel van de technologische ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen kunnen het thuis wonen prettiger en veiliger maken, en kunnen deels een oplossing bieden voor de personele druk. Hoe verder? In de tussentijdse rapportage (strategische) beleidsdoelen Beleidskader Sociaal Domein MiddenLimburg Oost 2020-2028 Roermond beogen we een antwoord te geven op de vraag in hoeverre we als gemeente Roermond op weg zijn om onze ambitie ‘Een sterke samenleving waarin iedereen zo volledig en volwaardig mogelijk mee kan doen en regie heeft over zijn/haar leveren’ te behalen, door het in kaart brengen van een beperkt aantal strategische indicatoren met betrekking tot de verschillende levensfasen van onze burgers. Met nog 6 jaar te gaan in de huidige beleidsperiode, is hiervan nog geen volledig beeld te geven.

Deze tussenrapportage is de eerste meting gedurende deze periode waarin het beleid verder vormt krijgt en wordt uitgevoerd. Omdat we voor deze rapportages uitgaan van landelijke databases die niet jaarlijks een update krijgen, zal het volledige beeld zich in de komende zes jaar pas gaan aftekenen.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=7c0f6a67-5d72-43f9-9457-d2b35e701b9a