Bijlage 1 - Transitievisie Warmte Roermond (incl. opmaak) (oud)
Tekst van het document
Meer informatie over de berekening achter de verwachte adoptiegraad is te vinden op https://heka.sia-
partners.ai/slimmewijken/ 21
Vlogs: jongeren doen straatinterviews Een team van jonge, Roermondse vloggers is de straat op gegaan om inwoners te interviewen over het onderwerp warmtetransitie. Hierbij zijn vragen gesteld over duurzaamheid in het algemeen, verduurzamen van de woning en de houding ten opzichte van aardgasvrij. De vlogs worden in het vervolg op de visie na 2021 gebruikt in de communicatie. De vlogs geven een beeld hoe de gemeenschap tegen het onderwerp aankijkt en kunnen een manier zijn om voor meer begrip en draagvlak te zorgen. Daarnaast moeten ze bijdragen aan communityvorming onder de Roermondse jongeren. Informatie op gemeentelijke website en sociale media Ook is de website van de gemeente ingezet om inwoners te informeren over de komst van de TVW. Via sociale media is ook gecommuniceerd over de warmtetransitie. Op de website zijn gebundelde vragen te vinden van inwoners en de antwoorden daarop. Online inwonersavond Op 23 september 2021 is er een online inwonersavond georganiseerd. Tijdens deze avond werden de bezoekers (zo’n 140 personen) geïnformeerd over de warmtetransitie en kregen zij de gelegenheid om hierover vragen te stellen. De vragen die niet live beantwoord konden worden zijn na afloop schriftelijk beantwoord en naar alle deelnemers gestuurd.
Er werden ook vragen aan de inwoners gesteld (met een online tool) om een beeld te krijgen van wat zij belangrijk vinden in het kader van de warmtetransitie. In de online inwonersavond is nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is om huurders mee te nemen als aparte doelgroep in de warmtetransitie.
4.2 Wat willen de inwoners van Roermond? Uit de inwonersenquête, de gesprekken, de vlogs en de inwonersavond komt een wisselend beeld naar voren. Er zijn steeds meer inwoners voor wie de warmtetransitie (of verduurzamen in bredere zin) op dit moment al een thema is waar ze over nadenken. Daarop wordt in toenemende mate ook al actie ondernomen, bijvoorbeeld door isolatiemaatregelen te nemen en zonnepanelen te plaatsen. Ook is een deel van deze ‘early adoptors’ bereid om mee te denken in het vervolgtraject, bijvoorbeeld bij de opstelling van het wijkuitvoeringsplan. Zowel onder de inwoners die al veel verduurzamingsmaatregelen hebben genomen, als onder de groep die nog niet veel maatregelen hebben genomen zijn er zorgen over de betaalbaarheid van de woningverduurzaming. Dit gaat voor de woningeigenaren vooral over de investeringskosten, en voor de huurders over de verhoging van de woonlasten (door stijgende huurlasten en/of reductie van de huurtoeslag). Daarnaast is er bij een groot deel van de inwoners ook veel scepsis. Men
22
vraagt zich af wat de noodzaak is van de transitie. Tot slot maken negatieve ervaringen met de gemeente20 uit het verleden dat het vertrouwen in de gemeente over het algemeen niet zo hoog is.
4.3 Kansen sociale infrastructuur De sociale infrastructuur is het geheel van organisaties, diensten en voorzieningen dat tot doel heeft de samenhang tussen de mensen te versterken en de leefbaarheid te vergroten. Stappen zetten in de warmtetransitie zou een gunstig effect kunnen hebben op de sociale infrastructuur, doordat het thema’s verbindt en de samenhang in een buurt kan versterken. De belanghebbenden (sociale partners) die aan de sociale tafel plaatsnamen, zien voor zichzelf een rol weggelegd in de warmtetransitie. Welzijnsorganisatie Wel.kom kan ondersteunen op de volgende onderdelen:
-
Meedenken en ontwerpen: Hoe en wanneer het benaderen van bewoners;
-
Koppelingen maken met actuele en buurtspecifieke leefbaarheidsvraagstukken en buurtnetwerken;
-
Werving ambassadeurs en/of vrijwilligers.
Deze ondersteuning kan lopen via diverse diensten van Wel.kom (bijvoorbeeld via opbouwwerk of Actief Roermond), maar maatwerk is belangrijk. Energiecoöperaties Roerom Energie en EOS willen graag ondersteunen in het enthousiasmeren en stimuleren van inwoners. Inwoners stimuleren tot participatie en bestaande initiatieven verder brengen zien beide partijen als een belangrijke rol.
4.4 Conclusies De warmtetransitie is voor de meeste bewoners nog ver weg. In deze fase van het proces zijn een aantal inwoners die al actief zijn in de energietransitie in beeld bij de gemeente. Deze groep zal zich in deze fase niet snel uitbreiden. De meeste bewoners komt pas in beweging als het ook voor hen urgent is en als er concrete oplossingen voor handen zijn. Zodra de kansen voor de warmtetransitie bekend zijn, zullen bewoners de urgentie ook meer gaan ervaren. Dan zal de participatiegraad gaan stijgen. Om die participatie in goede banen te leiden moeten we investeren in de sociale infrastructuur. Dat betekent: meer zicht krijgen op wat er in de wijken speelt. Wel.Kom is een partner die goed zicht heeft op wat er speelt en leeft, en kan hier mogelijk in de toekomst een belangrijke rol in spelen. Ook wijkraden en buurtverenigingen zullen hierin een rol gaan spelen. De gemeente wordt gezien als een partij die kan zorgen voor betrouwbare en heldere informatie. Inwoners horen graag uit hun lokale omgeving wat wel en wat niet werkt. We maken zoveel mogelijk gebruik van organisaties die bekend zijn in de wijk en enthousiaste inwoners om buurtbewoners te bereiken. Onder andere door de inzet van door inwoners en organisaties gebruikte communicatiekanalen als aanvulling op de gemeentelijke communicatiekanalen.
20
Hierbij gaat het om allerlei ervaringen van parkeerbeleid tot groenstroken, tot problemen bij het loket. Regelmatig
wordt genoemd dat de gemeente niets doet met de inbreng van burgers (burgerparticipatie of inspraak is een wassen neus). Daarnaast wordt een aantal keer aangegeven dat de gemeente weinig zichtbaar is. 23
Het ontwikkelen van een publieksvriendelijke versie van de TVW is hiernaast ook een voorname tool om de warmtetransitie bij bewoners onder de aandacht te brengen. Bewoners en bedrijven kunnen via storymaps gericht informatie vinden over hun wijk of buurt. Ook biedt het een handelingsperspectief en eventueel een mogelijkheid om in contact te komen met Energieloket i.o. of de wijkambassadeurs.
4.5 Communicatie- & participatiestrategie na vaststelling Zonder de inmenging van inwoners is de warmtetransitie al ontzettend ingewikkeld, tegelijkertijd is zonder de betrokkenheid van inwoners, organisaties en bedrijven de transitie onmogelijk. Het aardgasvrij maken van de gebouwenvoorraad is de grootste opgave binnen de transitie. Daar is de inzet van gebouweigenaren en huurders voor nodig. Dus is participatie een randvoorwaarde in de transitie. Hierbij maken we gebruik van de Handreiking Participatie, zoals deze door het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) is uitgegeven. Communicatie als basis van participatie Goede communicatie staat aan de basis van participatie, dit is de onderste trede van de participatieladder. Een juiste informatievoorziening is essentieel. Zowel de gevoerde gesprekken als ervaringen in het land laten zien dat deze informatievoorziening twee kanten op werkt: de gemeente verzorgt informatie over de warmtetransitie aan haar inwoners, maar haalt ook informatie op bij haar inwoners. Het ‘horen’ van inwoners aan de start van deze transitie is een essentieel onderdeel van de communicatie- en participatiestrategie. Verdiepende gesprekken Na vaststelling van de TVW gaan we stappen zetten voor het opstellen van een WUP.
Voordat we hieraan beginnen, zullen we eerst gesprekken met inwoners, bedrijven en instellingen van de verschillende kansrijke buurten aangaan. We gebruiken de sentimentenanalyse om het gesprek aan te gaan. We gaan het sociaal kapitaal een gezicht geven: hoe ziet het verenigingsleven eruit? Is er bereidheid tot samenwerking met de gemeente? En wat is de houding tot de warmtetransitie? In deze verdiepende gesprekken krijgt ook het onderwerp energiearmoede een plaats. Gezamenlijke plannen Het definitieve plan voor de buurten en ook later de uitvoering hiervan wordt bottom-up samen met buurtbewoners gemaakt. We gaan daar starten waar de energie zit. Door inwoners zoveel mogelijk zelf te laten bepalen welke doelen ze willen realiseren en hoe, worden de inwoners betrokken in elke fase van de warmtetransitie (van planmaking tot uitvoering).
Tijdens de totstandkoming van deze visie zijn nog geen lokale bewonersinitiatieven boven komen drijven, maar dat kan in de toekomst veranderen. Waar inwoners samen een project willen opstarten, geven we daar prioriteit aan en bekijken we hoe we als gemeente het initiatief kunnen faciliteren. Ook wanneer deze initiatieven zich niet binnen de verkenningsbuurten bevinden. Bottom-up initiatieven zijn namelijk van grote waarde voor de transitie. Vaak is het draagvlak groter wanneer inwoners meer eigenaarschap ervaren. Dat kan 24
zelfs uitmonden in een eigenaarschap van het warmtebedrijf (warmteschap), zoals op enkele plekken in Nederland is gebeurd. Binnen het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) wordt op een aantal plekken geëxperimenteerd met financiële participatie van inwoners in duurzame warmte projecten. We houden deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. In de communicatie- en participatiestrategie : 1.
Kijken we naar integraliteit en koppelkansen: het ophalen van informatie uit de buurt. Wat drijft de inwoners, wat zijn de kansen, ontwikkelingen en uitdagingen in een buurt? Bij voorkeur kiezen we voor een aanpak die meerdere wijkthema’s verbindt, bijvoorbeeld veiligheid, gezondheid of biodiversiteit.
2.
Zorgen we voor heldere kaders en een heldere positiebepaling: Het moet duidelijk zijn wat de gemeent verwacht van haar inwoners en ondernemers en wat inwoners en ondernemers verwachten van de gemeente. De rol en positie die de inwoners en ondernemers willen en kunnen innemen wordt bepaald. Hierin hebben we ook speciale aandacht voor het inwonersinitiatief.
3.
Doen we aan verwachtingsmanagement: In de uitgangspunten van de gemeente en die van inwoners en ondernemers, zullen verschillen zitten, maar ook overeenkomsten. De overeenkomsten worden gebruikt als basis om de samenwerking te starten en deze richting te geven. Er wordt bekeken of de verschillen overkomelijk zijn, en opgelost kunnen worden.
4.
Is er ruimte voor flexibiliteit: we laten inwoners zo veel mogelijk hun eigen tempo voeren en bieden daarin ondersteuning. We bieden (georganiseerde) groepen van inwoners die zich willen bezighouden met het onderwerp de ruimte.
5.
We gaan wijkgericht én gemeentebreed te werk: maatwerk waar het moet, algemeen waar het kan.
6.
We bellen in de verkenningswijken bij de mensen aan en gaan het gesprek aan: zodat we beter weten wat er echt leeft.
7.
We herhalen de boodschap: zodat het beter beklijft.
8.
We betrekken koplopers, bewonersinitiatieven en energiecoöperaties (klankbordgroep): en starten de warmtetransitie waar mogelijk met hen.
9.
We geven als gemeente het goede voorbeeld: want goed voorbeeld doet volgen.
10. We stemmen onze communicatie af op de verschillende doelgroepen: zo hebben huurders hebben een andere positie dan een woningbezitter.
Inwoners bereiken De gemeente wordt door velen gezien als een partij die kan zorgen voor betrouwbare en heldere informatie. De gemeentelijke website zal dan ook ingezet worden om inwoners te informeren over de warmtetransitie. In een interactieve storymap wordt de warmtevisie helder en in begrijpelijke taal en door middel van visuals verbeeld. Door op hun buurt te klikken ziet men straks wat de warmtekoers in zijn of haar wijk gaat worden. Maar ook offline nemen we de mensen straks mee in de warmtetransitie. Onder andere met folders, buurtacties en een fysiek energieloket. 25
Bewoners horen ook graag uit hun lokale omgeving wat wel en wat niet werkt. We maken dan ook waar mogelijk gebruik van lokale partijen en ambassadeurs om inwoners te bereiken. Onder andere door de inzet van hun communicatiekanalen.
26
5 WARMTESTRATEGIE In de voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe de analyse eruit ziet om te werken aan een aardgasvrije gemeente. In dit hoofdstuk bundelen we deze analyse tot een strategie en schetsen we de vervolgstappen.
5.1 Warmtestrategie De warmtestrategie is de koers voor de eerste jaren. Het is de strategie die kan gelden als uitgangspunten voor de uitvoering. Eventueel vrijkomende (Rijks)middelen voor de energietransitie worden op basis van onderstaande strategie ingezet.
I. Besparen als eerste stap Een cruciale eerste stap is de focus op besparen. Om deze effectief in te zetten werken we niet vanuit het credo one-size-fits-all maar brengen we een realistische accentverdeling aan. Met lokale partners die zorgdragen voor communicatie, kennisdeling en ondersteuning richten we ons op het reduceren van het energiegebruik in de hele gemeente. (zie uitwerking in par. 3.8 en Hoofdstuk 4)
II. Verkennen van de verkenningsbuurten De analyse laat een aantal verkenningsbuurten zien, waarbij op basis van een eerste analyse een gesprek kan plaatsvinden. Deze verkenningsbuurten zijn: •
Donderberg (Vliegeniersbuurt, Kastelenbuurt, Componistenbuurt)
•
Herten
•
Tegelarijeveld-Broekhin.
In deze buurten gaan we als eerste in gesprek met de inwoners en bedrijven en de overige betrokken belanghebbenden. Voor de Donderbergbuurten betekent dit de combinatie met het Wijk Ontwikkelplan. Voor Tegelarijeveld betekent dit de koppeling met het bestaande SER traject. Alleen voor Herten moet een nieuw traject worden opgetrokken. In alle buurten geldt: samen met alle betrokken partijen onderzoeken we of er voldoende draagvlak is om stappen te gaan zetten richting een aardgasvrije of aardgasvrij-ready buurt. In buurten waar dat het geval is starten we met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen (of een buurtactieplan). Ook dit doen we uiteraard samen met de belanghebbenden en wordt indien gewenst ondergebracht in lopende trajecten. Hierin kan uiteindelijk worden gefocust op één of meerdere clusters binnen deze buurten waar gestart wordt. De gemeente faciliteert, maar de samenwerking produceert. Het moet een gezamenlijk actieplan worden dat een tijdhorizon kent waarover de buurt het ook eens is.
III. Vanuit de bespaar campagne streven naar gezamenlijke aanpak In buurten die niet bij de eerste verkenningsbuurten horen wordt evengoed gewerkt aan besparen. Daar waar animo ontstaat trachten we gezamenlijke aanpakken te organiseren. Wij gebruiken 27
hiervoor een gezamenlijke aanpak die onder andere is gericht op de geen-spijt maatregelen
(besparen, zonnepanelen en elektrisch koken) .
IV. Techniek: onderzoek potentie warmtebronnen In Roermond zijn diverse collectieve warmtebronnen aanwezig die zouden kunnen worden ingezet. Ook laat de analyse zien dat LT en MT warmtenetten tot de mogelijkheden behoren. Het loont daarom om de potentie van de bronnen in detail te onderzoeken. Het betreft hier restwarmte van diverse bedrijven en aquathermie vanuit onder andere de Maas. Dit onderzoek zal uitgevoerd worden als onderdeel van of parallel aan de WUPs.
V. Focus op betaalbaarheid: Om energiearmoede te bestrijden nemen we huishoudens met een laag inkomen op als doelgroep in
de
uitwerking
van
de
gezamenlijke
aanpak.
Dat
betekent
dus
ook
dat
er
naar
financieringsondersteuning moet worden gezocht. We koersen op haalbare stappen, eventueel gekoppeld aan de opwek van energie door zonnepanelen (laat de zon de energierekening betalen). Dit betekent dat er een aanpak moet komen voor inwoners die de investeringen niet zelf kunnen betalen. Een voorbeeld hiervan is het zonnepanelenproject waar de gemeenteraad van Roermond in oktober 2021 mee heeft ingestemd en nu in de voorbereidingsfase zit.
VI. Voorbereiden op de toekomst Naast een aanpak om inwoners mee te krijgen moet er ook worden gekeken naar noodzakelijke verzwaringen van het elektriciteitsnet. Wanneer een warmtenet niet mogelijk is, valt de keuze in de meeste gevallen op een individuele all-electric oplossing. Met de huidige stand van de techniek is dat over het algemeen een elektrische warmtepomp. Als hele buurten overschakelen op een elektrische warmtepomp heeft dat invloed op het elektriciteitsnetwerk. Om te zorgen voor een betrouwbaar netwerk (met in acht nemen van ook de mobiliteitstransitie) zullen we met prioriteit werken met onze netbeheerder aan noodzakelijke netverzwaringen wanneer buurten overgaan op individuele all-electric oplossingen. Enexis heeft verschillende mogelijke scenario’s en de daar bijhorende noodzakelijke netverzwaringen in kaart gebracht (zie figuren 6 en 7).
28
Figuur 6: Buurtinzicht kaart (versie nov 2021)voor netverzwaring noodzakelijk bij autonome groei elektrisch vervoer, zonnepanelen en warmtepompen (zie bijlage 8 voor de buurtnamen).
Figuur 7: Buurtinzicht kaart (versie nov 2021) voor netverzwaring noodzakelijk bij 100% all-electric warmtepompen als technisch alternatief (zie bijlage 8 voor de buurtnamen).
Naast het de capaciteit van het net zijn er andere risico’s waar we rekening mee moeten houden in de toekomst, zoals een tekort aan mensen die de maatregelen kunnen uitvoeren en de levering van materialen. Hier wordt ook op landelijk niveau aan gewerkt. Wanneer projectplannen worden opgesteld zal hier ook een risicoanalyse bij worden uitgevoerd.
5.2 Naar een uitvoeringsprogramma 2050 lijkt nog ver weg, maar er moet ook veel gebeuren. Daarom is het van belang om op korte termijn te starten met de eerste stappen. Er kan direct gestart worden met een pilot voor een wijkuitvoeringsplan (WUP) voor één of meerdere buurten. 29
Het is echter ook belangrijk dat er een goed uitvoeringsprogramma komt, waarin bijvoorbeeld ook de monitoring is georganiseerd. De energietransitie zal een traject worden van de lange adem en daarom is het erg belangrijk dat de verschillen tussen de buurtaanpakken goed gemonitord worden. Om te komen tot een uitvoeringsprogramma/agenda zijn onderstaande vervolgstappen in tabelvorm weergegeven.
Categorie
Vervolgacties
1 De aanpak
a)
Starten met gesprekken met inwoners, ondernemers en overige belanghebbenden in de verschillende verkenningsbuurten om
samen met hen te onderzoeken of er voldoende draagvlak is om vervolgstappen te gaan zetten richting een aardgasvrije wijk. In wijken waar voldoende draagvlak is starten we – samen met genoemde belanghebbenden – met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan;
b) Starten met het onderzoeken van de kansen voor warmtenetten;
c) Het ontwikkelen van een gezamenlijke , gemeentebrede aanpak die is gericht op de geen-spijt-maatregelen (besparen, zonnepanelen en elektrisch koken). 2 Communicatie & participatie
a) Het opstellen van een aanpak communicatie & participatie, voortbordurend op de acties die hiervoor zijn genoemd onder punt 1 met o.a. een gezamenlijke informatievoorziening (bijvoorbeeld d.m.v. storymap);
b) Het opbouwen van een netwerk van inwoners en bedrijven die mee willen denken en werken aan de warmtetransitie. 3 Rol gemeente
a) Het inzetten van de financiën voor de uitvoering van de TVW die vanuit het rijk worden ontvangen;
b) Het borgen van de TVW in de nieuwe Omgevingswet (zie bijlage 5) en overig gemeentelijk beleid;
c) Het initiëren van wijkuitvoeringsplannen en het (samen met de buurt) vaststellen ervan;
d) Het zoeken naar lokale initiatieven die gekoppeld kunnen worden aan de warmtetransitie;
e) Het informeren van belanghebbenden over wet- en regelgeving warmte21;
21 Om de warmtetransitie succesvol te kunnen doorlopen is het belangrijk dat in de wetgeving duidelijke spelregels
worden vastgelegd over de deelname en het bepalen van de einddatum voor de levering van aardgas. Op dit moment is hierover nog niets duidelijk, dat moet in de komende jaren uitgezocht en geïmplementeerd worden. De nieuwe warmtewet (Wet Collectieve warmtevoorzieningen) moet vanaf 2022 in werking treden. 30
f)
Het geven van het goede voorbeeld door in te zetten op de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed;
g) Het borgen van de monitoring van de impact van de energietransitie: zowel energetisch, economisch als sociaal.
h) Het actualiseren van de Transitievisie Warmte eenmaal per vijf jaar. 4 Monitoring
Het opzetten van een monitoringsysteem kan de gemeente niet alleen. Monitoring doe je om de voortgang bij te houden en eventueel bij te sturen. Uitgangspunt van de TVW van Roermond is dat het niet een louter technische transitie is maar ook een sociale transitie die koerst op betaalbaarheid. Dit geeft aan dat naast de energetische parameters: zoals gasgebruik en CO2 reductie, je ook sociale (o.a. cohesie, betrokkenheid, affiniteit) en economische (o.a. aantal gezinnen onder de energiearmoede grens, energielasten versus woonlastenratio) parameters wilt bijhouden. Hiervoor is nader onderzoek nodig. Sowieso gaat de AVG wetgeving hier parten spelen maar los daarvan zijn sommige parameters te meten en sommige slechts in te schatten. De gemeente zal dus met partners een voorstel moeten maken voor een goed monitoringssysteem.
31