CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - toelichting aanpassingen verordeningen

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Aanpassen verordeningen in het kader van de Omgevingswet1.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 bij raadsvoorstel Aanpassen verordeningen in het kader van de Omgevingswet 1. Toelichting aanpassing APV Algemeen De Algemene plaatselijke verordening Gemeente Roermond bevat onder andere regels over de fysieke leefomgeving en is aangepast met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow). De wettelijke grondslagen en formele verwijzingen zijn geactualiseerd, zodat vanaf inwerkingtreding van de Ow doorgewerkt kan worden met deze verordening onder de Ow. Het betreft een juridisch-technische omzetting. Aanpassingen in het kader van de Omgevingswet, artikelsgewijs Artikel I, algemeen In een aanzienlijk aantal onderdelen worden grondslagen en formele verwijzingen geactualiseerd als gevolg van de Ow. Zij behoeven geen afzonderlijke toelichting. Een aantal lichten wij vanwege het bijzondere karakter wel toe. Artikel I, onderdeel A In dit onderdeel wordt een definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen in artikel 1:1, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied.

In diverse artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Artikel I, onderdelen B, C, D en E In deze onderdelen wordt opgenomen dat de artikelen (artikelen 1:2 en 1:4) of het eerste lid (artikelen 1:5 en 1:6) niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor de in deze artikelen geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow, over het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5 van de Ow (eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow. Artikel I, onderdeel S In dit onderdeel wordt de definitie van consumentenvuurwerk aangepast in artikel 2:71.

In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuurwerk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie.

Artikel I, onderdelen T en U Deze onderdelen strekken ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Artikel I, onderdeel AA In dit onderdeel wordt artikel 4:15, tweede lid, aangepast. De grond om een reclamevergunning te weigeren met het oog op het voorkomen of beperken van overlast voor omwonenden geldt momenteel niet in gevallen dat de Wet milieubeheer al in dat onderwerp voorziet. Verwijzing naar die wet wordt nu vervangen door een verwijzing naar de Omgevingswet en de daarop gebaseerde regelgeving. Artikel I, onderdeel AB In dit onderdeel wordt de definitie van kampeermiddel in artikel 4:17 aangepast. Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die gelijktijdig met de Ow in werking treedt, worden bouwwerken in gevolgklasse 1 vergunningvrij (bouwtechnisch deel).

Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder gevolgklasse 1 en zouden met alleen een aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17 onder het begrip kampeermiddel komen te vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Artikel II van het wijzigingsbesluit Het eerste lid voorziet erin dat de in dit besluit opgenomen technische wijzigingen eerst van toepassing zijn op het tijdstip dat de Ow in werking treedt. Het tweede lid wijkt hiervan af voor artikel I, onderdelen T en U. Zie de toelichting op die onderdelen. Artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet biedt overgangsrecht voor de op het moment van inwerkingtreding van de Ow van kracht zijnde APV-bepalingen over geluidhinder en hinder door verlichting. Omdat de artikelen 4:1 en 4:5 wel technisch wijzigen, is voor de zekerheid bepaald dat deze wijzigingen in werking treden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow, zodat daarmee buiten discussie staat dat zij onder het bedoelde overgangsrecht vallen.

2. Toelichting aanpassing afvalstoffenverordening De belangrijkste actualiseringen van de modelverordening zijn: • Implementatie artikelen 2 en 3 van het Besluit GIHA (gescheiden afvalinzameling) • Anticipatie op de inwerkingtreding van de Omgevingswet De nieuwe of inhoudelijk gewijzigde artikelen in de modelverordening zijn: • Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling (wijziging) • Artikel 8. Gescheiden aanbieding (wijziging) • Artikel 22. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht (nieuw)

3. Toelichting aanpassing Verordening nadeelcompensatie Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zullen ook de bepalingen inzake de nadeelcompensatie die in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in hoofdstuk 15 van de Omgevingswet zijn opgenomen, in werking treden. Titel 4.5 (artikel 4:126 e.v.) van de Awb voorziet in een algemene regeling inzake de vergoeding (of een tegemoetkoming) van schade ontstaan door rechtmatig overheidshandelen dan wel de vergoeding van schade als gevolg van rechtmatig genomen besluiten. Nadeelcompensatie De overheid kan rechtmatig handelen, maar toch schade veroorzaken. Bijvoorbeeld door het verlenen van een omgevingsvergunning die de aanleg van een appartementencomplex mogelijk maakt, waardoor het eigendom van het naastgelegen perceel in waarde achteruitgaat. Ook het inperken van rechten kan tot nadeelcompensatie leiden. Of denk aan werkzaamheden aan de weg, waardoor een bedrijf (tijdelijk) onbereikbaar is en inkomsten misloopt. Het gaat niet alleen om schade veroorzaakt door rechtmatige besluiten, maar ook om schade veroorzaakt door rechtmatige feitelijke handelingen. Nadeelcompensatie is dus breder dan planschade, zoals in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. In hoofdstuk 4 van de Awb (artikel 126 e.v.) wordt de algemene regeling omtrent nadeelcompensatie opgenomen.

Naast de hierboven genoemde nadeelcompensatieregeling in de Awb is in de Omgevingswet in afdeling 15.1 een specifiek op het omgevingsrecht toegesneden nadeelcompensatieregeling opgenomen die enkele aanvullende regels bevat ten opzichte van de algemene regeling over nadeelcompensatie van titel 4.5 van de Awb. De afbakening van schadeoorzaken in artikel 15.1 van de Omgevingswet is ten opzichte van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht limitatief en exclusief. Dat betekent dat als een schadeoorzaak niet in dat artikel is opgenomen, niet alsnog langs de weg van de Awb om schadevergoeding kan worden gevraagd. De regels over nadeelcompensatie in de Omgevingswet hebben zo voorrang op de regels in de Awb. Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen die rechtstreeks: werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten, of gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. Schadeoorzaken zijn bijvoorbeeld: • een omgevingsvergunning of het weigeren daarvan, of • een regel in het omgevingsplan. Deze moeten rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten. Omgevingsvisies, programma’s en instructieregels zijn bijvoorbeeld geen schadeoorzaken. Deze instrumenten hebben geen rechtstreekse rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven.

Er is pas sprake van schadeoorzaak, als een omgevingsvisie en een instructieregel het beleid of de instructieregel omzet in rechten en verplichtingen voor burgers. Beoogd effect verordening nadeelcompensatie Het doel van het vaststellen van een verordening voor nadeelcompensatie is ervoor te zorgen dat de procedure die moet worden gevolgd bij het in behandeling nemen van een verzoek om nadeelcompensatie, zoals deze is vastgelegd in de Awb, waar nodig is, wordt aangevuld. Voorts maakt

de verordening het mogelijk dat er een recht wordt geheven voor het in behandeling nemen van een verzoek om nadeelcompensatie. Het beoogde effect is dat daarmee een uniforme werkwijze ontstaat voor de behandeling van verzoeken tot nadeelcompensatie. Schadeadviescommissie Voorts is in de verordening opgenomen, in welke gevallen er gebruik wordt gemaakt van een schadeadviescommissie, dat partijen over de inschakeling van een schadeadviescommissie moeten worden geïnformeerd, welke partijen bij de procedure met betrekking tot de behandeling van het verzoek om nadeelcompensatie moeten worden betrokken, wanneer een toegekend vergoeding moet worden uitgekeerd en dat er een mogelijkheid bestaat een voorschot uit te keren. Behandelingskosten De behandelingskosten voor het indienen van een aanvraag om nadeelcompensatie zijn € 300,Indien er aanvragers zijn die aangeven de behandelingskosten niet kunnen betalen, zal per geval gekeken worden of een maatwerkoplossing tot de mogelijkheden behoort. In het (elektronisch) aanvraagformulier, dat aanvrager moet indienen om voor nadeelcompensatie in aanmerking te komen, wordt hiertoe een verwijzing opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=29c6c3a0-1c3f-447b-9d34-df4a287ff0f3