Bijlage 1 Kadernota-2026-(DIGITAAL)
Tekst van het document
K A D E R N OTA 2 0 2 6
1
Kadernota
2026
GEMEENTE ROERMOND
2
K A D E R N OTA 2 0 2 6
2
K A D E R N OTA 2 0 2 6
3
Inhoudsopgave Vooraf
1. Financieel perspectief
5
7
1.1
De financiële kaders
9
1.2
Autonome ontwikkelingen en vervangingsinvesteringen
11
1.3
Structureel en incidenteel financieel perspectief
14
2. Bijlagen
17
Bijlage 1 Autonome ontwikkelingen - Exploitatie
19
Bijlage 2 Vervangingsinvesteringen
20
K A D E R N OTA 2 0 2 6
4
K A D E R N OTA 2 0 2 6
5
Vooraf “Met de kracht van samenwerking geven we invulling aan onze ambities. Die blijven voorop staan.” Dit zijn de laatste twee volzinnen uit het coalitieakkoord ‘De stad van ambitie, daadkracht en verbinding’. Bewust kiezen wij ze nu als eerste twee zinnen van de laatste kadernota van deze bestuursperiode. In de afgelopen drie jaar hebben we al veel doelen uit het coalitieakkoord gerealiseerd. Een aantal ambities is nog in uitvoering. Daarop leggen we nu de focus. Het gaat dan bijvoorbeeld om: • Doorontwikkeling majeure projecten zoals Weerstand en Roerdelta fase II en III; • De brede gebiedsontwikkeling Limburg Centraal; • De start van Aan de Vallei; • Het meerjarig programma ‘Kiezen voor Kansen’; • De ontwikkeling van het Civil; • De ontwikkeling van de fietsroute over het historische tracé van de IJzeren Rijn; • De aanpak van de Maasplassen op het gebied van veiligheid; • De implementatie van een nieuw financieel pakket; • De uitvoering van het meerjarig onderhoudsprogramma vastgoed. Naast de focus op bestaande doelen en ambities, het afmaken van zaken waarmee we eerder zijn begonnen, wordt met de resultaatbestemming van de jaarrekening 2024 aan een aantal ambities een extra impuls gegeven. Zo wordt o.a.
een aanjaagsymposium circulaire- en duurzame economie mogelijk gemaakt, continueren we de inzet van straatdokters en taalhuiscoördinatoren, worden extra middelen beschikbaar gesteld voor de implementatie van de Gebiedsprofielen (raadsmotie 25M02) en wordt de regeling Kwaliteitsimpuls Binnenstad vanwege succes doorgezet, wordt extra geïnvesteerd in de Stationsomgeving en het Wilhelminaplein en continueren we de extra inzet van jongeren- en straatcoaching in het Voortgezet Onderwijs. Met deze kadernota, die de start van de begrotingscyclus van het jaar 2026 markeert, schetsen wij het financieel perspectief en de basiscontouren voor 2026. De contouren zullen wij richting de begroting 2026 op onderdelen verder uitwerken. Daarbij houden we er natuurlijk rekening mee dat er op 18 maart 2026 gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden en er in de looptijd van de Begroting 2026 een nieuwe bestuursperiode start. Onverkort staan wij voor de uitgesproken ambities. Maar wij staan ook voor een realistisch financieel beleid met een structureel sluitende meerjarenbegroting. Wij gaan geen rekeningen doorschuiven, gaan niet potverteren en zorgen ervoor dat ook in de toekomst de lokale belastingen op een zeer aanvaardbaar niveau kunnen blijven. Onlangs is de voorjaarsnota van het Rijk uitgekomen, die nog grote onzekerheden kent voor gemeenten.
Voor de terugval in 2026 en 2027 worden gemeenten gecompenseerd, maar de financiële situatie voor de langere termijn lijkt in algemene zin niet beter te worden, omdat het Rijk de gemeenten vooralsnog alleen met incidentele middelen tegemoetkomt. Dit krijgt zijn uitwerking in de meicirculaire en de gevolgen worden in het proces tussen kadernota en begroting in beeld gebracht. De afweging over eventuele urgente ontwikkelingen zal hierin ook z’n plek krijgen. De situatie van de gemeentefinanciën na 2027 is op dit moment moeilijk te voorspellen. Dit hangt ook van een aantal andere onvoorspelbare factoren af zoals de ontwikkeling van de economie, het (inter)nationale politieke landschap en de hoogte van de inflatie.
K A D E R N OTA 2 0 2 6
6
Onvoorspelbaarheid is ook het kernbegrip dat het huidige tijdsgewricht typeert. Onvoorspelbaarheid vertaalt zich niet zelden in onzekerheid. De geopolitieke, technologische en democratische machtsverschuivingen, de ecologische opgaven en een strategische strijd om energie, data en grondstoffen voeden de onzekerheid. De afgelopen decennia was er heel veel planbaar, voorspelbaar en controleerbaar. Dat bood ook het lokaal bestuur de mogelijkheid om te anticiperen op ontwikkelingen. Nu volgen de ontwikkelingen elkaar in een zeer hoog tempo op en moet er continu rekening worden gehouden met het schuiven van de panelen. Ontwikkelingen (ver) buiten Roermond beïnvloeden voor een belangrijk deel ook het sentiment in onze samenleving. De voortdurende en nieuwe oorlogen en spanningen zijn al lang niet meer ver van ons bed en ook de mondiale handelsoorlogen raken de Roermondenaar rechtstreeks. De consequenties zijn zichtbaar en tastbaar aanwezig in onze stad. Als lokaal bestuur lossen wij al deze problemen niet op, maar we hebben ons er wel naar te verhouden. Wij willen ruimte bieden voor gesprek. Daarbij staat respect voor elkaar centraal, omdat dit bijdraagt aan een krachtige samenleving en aan een veerkrachtige democratie. Wij rekenen het tot onze verantwoordelijkheid om de mondiale ontwikkelingen te vertalen naar Roermondse schaal en handelen daarnaar.
Dat vraagt om weerbaarheid en wendbaarheid, waarbij we flexibel moeten kunnen inspelen op veranderingen en voorbereid moeten zijn op calamiteiten waarvan we op dit moment nog niet weten hoe die eruit zullen zien. Wij zijn trots op Roermond en op de Roermondenaren. Er is de afgelopen jaren veel werk verzet, maar er blijft ook nog genoeg te doen. Er is veel in ontwikkeling en de stad groeit en bloeit. Die groei zien we ook terug in het aantal inwoners. Er wonen al meer dan 61.350 mensen in Roermond. Groei van het aantal inwoners is geen doel op zich, vinden we belangrijk omdat we daardoor voorzieningen in stand kunnen houden. Het is ook van belang voor onze arbeidsmarkt. Daarvan weten we dat deze de komende jaren nog verder onder druk zal komen te staan. Maar groei vraagt ook om ontwikkeling en het verdelen van de schaarse ruimte. Roermond moet voor alle inwoners, ondernemers en bezoekers een fijne plek zijn. Daarom werken we bijvoorbeeld aan een veiliger Roermond, het vergroenen van de stad, het verbeteren van de bereikbaarheid en het bouwen van betaalbare en duurzame woningen. Daarnaast willen we dat alle Roermondenaren, jong en oud, dezelfde kansen krijgen en dat iedereen op zijn of haar manier kan meedoen in de samenleving. We staan voor de grote opgave om de brede welvaart voor onze inwoners nog verder te verbeteren.
Daar blijven we aan werken, samen met onze inwoners, bedrijven en instellingen. Maar ook met partners in de regio. Samen werken we aan een sterk Roermond in een sterke regio.
Namens het college van burgemeester en wethouders, Dirk Franssen, Wethouder economie, stedelijke ontwikkeling & financiën
K A D E R N OTA 2 0 2 6
7
1. Financieel perspectief
K A D E R N OTA 2 0 2 6
8
K A D E R N OTA 2 0 2 6
9
Financieel perspectief In deze paragraaf worden de financiële kaders geschetst, waarbinnen de begroting 2026 met meerjarenperspectief 2027-2029 (hierna: begroting 2026) wordt opgesteld. Tevens worden de autonome ontwikkelingen en vervangingsinvesteringen gepresenteerd, waarna een doorkijk naar het structureel en incidenteel financieel perspectief wordt gemaakt.
1.1. De financiële kaders Bij het opstellen van de kadernota 2026 en de daaropvolgende begroting houdt de gemeente Roermond rekening met de aandachtspunten die de provincie Limburg in de begrotingscirculaire 2026 heeft geformuleerd voor de colleges en raden van alle Limburgse gemeenten. Tevens wordt er rekening gehouden met de financiële regelgeving over de begroting die is beschreven in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met bijbehorende notities. De belangrijkste financiële uitgangspunten worden hieronder genoemd. De begroting dient structureel en reëel in evenwicht te zijn De gemeente Roermond wil in november 2025 een structureel en reëel sluitende begroting 2026 vaststellen. Structureel evenwicht houdt in dat in ieder jaar de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De begroting is reëel in evenwicht als de ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. Voor een reële raming in de begroting 2026 moeten bijvoorbeeld inkomsten uit het gemeentefonds zijn gebaseerd op de meicirculaire van 2025, dient er voldoende rekening te worden gehouden met prijs- en loonontwikkeling en het kwaliteitsniveau voor onderhoud van kapitaalgoederen. Ook dienen eerder opgenomen taakstellingen en oplossingsrichtingen voldoende realiseerbaar te zijn.
Vanuit de Provincie wordt aangegeven dat in ieder geval het eerste begrotingsjaar en het laatste jaar van de meerjarenbegroting sluitend moet zijn. Het is niet toegestaan om ieder jaar opnieuw een meerjarenbegroting aan te bieden, waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Hiermee kan de gemeente onder (regulier) repressief toezicht van de Provincie Limburg vallen, wat toezicht op afstand betekent. Dit geldt als de begroting voldoet aan de eisen. Voorjaarsnota 2026 Op 18 april jl. verscheen de voorjaarsnota 2025 van het Rijk. Dit is geen officiële begroting, maar geeft wel richting voor de decentrale overheden, zoals gemeenten, bij het opstellen van hun kadernota. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen voor gemeenten uit deze voorjaarsnota: • Het Rijk compenseert de terugval van het gemeentefonds in 2026 structureel met € 400 miljoen, oplopend naar € 424 miljoen in 2023; • De komende jaren loopt het structurele tekort in de jeugdzorg op tot ongeveer € 828. In de voorjaarsnota 2025 is voor het gemeentefonds vanaf 2025 structureel € 414 miljoen extra opgenomen. Verder wordt geadviseerd (deskundigencommissie Van Ark) om de helft van de tekorten 2023 en 2024 te compenseren. • In de Voorjaarsnota 2025 wordt voor 2030 een vijfde tranche van € 75 miljoen toegevoegd voor aanvullende indexatie voor demografie/vergrijzing.
• De invoering van het inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage ter vervanging abonnementstarief WMO wordt uitgesteld tot 1 januari 2027. De geplande uitname uit het gemeentefonds van € 225 miljoen in 2026, wordt teruggedraaid en gaat pas in vanaf 2027. • De kostenbesparing van ongeveer 1 miljard op de hervormingsagenda jeugd wordt met 2 jaar uitgesteld en opgeschoven naar het jaar 2028;
K A D E R N OTA 2 0 2 6
10
• De inflatie voor 2025 valt bijna 1% hoger uit, dan in de miljoenennota in september 2024 werd voorzien, wat leidt tot een hogere inflatievergoeding voor Loon en Prijsontwikkelingen (€ 370 miljoen in 2025, oplopend naar € 532 miljoen in 2029); • De afrekening uit het BTW compensatiefonds is € 115 miljoen lager, dan het eerder verleende voorschot, waardoor het genoemde bedrag in 2025 incidenteel zal worden onttrokken. De genoemde cijfers kunnen pas financieel vertaald worden voor Roermond als ze ook daadwerkelijk in de meicirculaire 2025 staan vermeld. De genoemde bedragen zijn dus een landelijke indicatie. Ontwikkelingen gemeentefonds Gemeenten ontvangen vanaf 2026 structureel minder geld uit het gemeentefonds van de Rijksoverheid, de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. Dit heeft te maken met de overgang van de oude naar de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds. De verwachting is dat deze overgang leidt tot een algehele terugloop van € 2,3 miljard aan inkomsten voor gemeenten. Hierdoor komen landelijk begrotingen van gemeenten meer onder druk te staan. Gemeenten en het Rijk zijn hierover al enige tijd in gesprek, waarvan de belangrijkste uitkomsten in de voorjaarsnota van het kabinet naar voren komen.
Mede gezien de onzekerheid over meerjarige rijksmiddelen en de uitwerking hiervan in de komende meicirculaire 2025, maakt dat er nog onvoldoende duidelijkheid is over het meerjarig financieel perspectief van onze gemeente. Daarom is de koers ingezet, dat er pas in het proces tussen kadernota en begroting mogelijk aanvullende prioriteiten kunnen worden gesteld. De meicirculaire 2025 dient als uitgangspunt voor de ramingen in de begroting 2026. Loonontwikkeling Op 17 april 2025 is er een eindresultaat voor de nieuwe cao van 1 april 2025 tot 1 april 2027 bereikt, waardoor dit eindresultaat als uitgangspunt dient voor de begroting 2026. Daarom zullen we meerjarig uitgaan van de cijfers van de nieuwe CAO gemeenten 2025 – 2027. De eerste inzichten op basis van deze cao laten over de periode 1 april 2025 tot 1 april 2027 een structurele salarisstijging van 6,7% plus € 35,- nominaal zien. (ca. 3,85% in 2025 en ca. 2,85% plus € 35,- nominaal voor 2026). Voor het begrotingsjaar 2025 zijn er geen financiële gevolgen, daar er in de begroting voldoende loonstijging is geraamd; 4,4% CPB/loonvoet sector overheid) om de CAO stijging te financieren. Bij de komende meicirculaire zal een exacte herberekening van de stelpost loonstijging 2026 e.v. worden uitgevoerd. Voor het boekjaar 2026 lijkt op basis van de huidige inzichten, dat er ook geen aanvullende financiële gevolgen zijn.
Hier is al rekening gehouden met een loonstijging van 3,8% (CPB/loonvoet sector overheid). Prijsontwikkeling De prijsindex lijkt toch te stabiliseren na enkele jaren van enorme prijsstijgingen. De eerste inzichten van het CPB op basis van het CEP laten de volgende aangepaste indexcijfers zien voor de ‘prijsindex materiële overheidsconsumptie’; (IMOC): 2025: 2,9% en 2026: 2,1%. Voor het lopend jaar 2025 zullen geen aanpassingen meer volgen op de in de begroting 2025 doorgerekende 2,2% prijsindexatie. Mochten er toch tekorten door te lage prijsindexering ontstaan, kan dit in tussenrapportages 2025 worden bijgesteld. Voor 2026 betekent dit op basis van de eerste inzichten (CEP) wel aanpassingen, daar het percentage 2025 ca 1% hoger is dan de gemeentelijk geraamde prijsindexering. Hiervoor worden we gecompenseerd door het Rijk via het gemeentefonds. Exacte percentages voor de jaren na 2026 worden niet genoemd. Hierover worden de gemeenten geïnformeerd in de komende meicirculaire 2025.
K A D E R N OTA 2 0 2 6
11
1.2. Autonome ontwikkelingen en vervangingsinvesteringen Onderdeel van deze kadernota vormt een inventarisatie van de autonome ontwikkelingen en vervangingsinvesteringen. Hiervoor heeft er een organisatie-brede uitvraag plaatsgevonden van de autonome ontwikkelingen en de vervangingsinvesteringen die in 2026 en verder verwacht worden op basis van onderstaande definitie.
Autonome ontwikkelingen zijn: • Ontwikkelingen die van buiten op de gemeente afkomen én; • Ontwikkelingen waar de gemeente zelf geen invloed op kan uitoefenen én; • Ontwikkelingen die aantoonbaar onvermijdbaar zijn.
In deze paragraaf zijn de financiële effecten van de autonome ontwikkelingen, tot nu toe bekend, opgenomen. Een nadeel is weergegeven als negatief bedrag, een voordeel als positief. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën: • Autonome ontwikkelingen – verbonden partijen; • Autonome ontwikkelingen – exploitatiebudgetten; • Vervangingsinvesteringen. De conceptbegrotingen van de verbonden partijen zijn nog niet meegenomen in de financiële uitgangspunten (tabel 1) en worden derhalve nog niet financieel verwerkt in de kadernota (tabel 2). Pas na besluitvorming over de ingediende zienswijzen zullen de vastgestelde begrotingen van de verbonden partijen worden verwerkt in onze meerjarenbegroting. Tabel 1: Autonome ontwikkelingen excl. Voorlopige begrotingen verbonden partijen Bedragen x € 1.000,-
2026
2027
2028
2029
Verbonden partijen*
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Exploitatiebudgetten (bijlage 1)
-407
-413
-418
-423
Vervangingsinvesteringen (bijlage 2)
0
-35
-73
-90
Dekking vervangingsinvesteringen (bijlage 2)
0
35
53
70
-407
-413
-438
-443
Totaal
Verbonden partijen* Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft (artikel 1 BBV). Dit kunnen gemeenschappelijke regelingen zijn of privaatrechtelijke rechtsvormen zoals een B.V. Feitelijk gaat het om een ‘bestuur op afstand’ en dat maakt het niet altijd eenvoudig om hier als individuele gemeente beleidsinhoudelijk en/of financieel op te sturen. Als gemeente wordt er kritisch naar de ingediende begrotingen van verbonden partijen gekeken. De individuele collegeleden doen dit als lid van een (dagelijks of algemeen) bestuur van de verbonden partij, waarna de gemeenteraad in positie wordt gebracht met het tijdig indienen van zienswijzen op deze begrotingen. Zowel college als gemeenteraad is van mening dat de meerjarenbegrotingen van de verbonden partijen beleidsarm dienen te zijn.
K A D E R N OTA 2 0 2 6
12
Extra middelen voor nieuw beleid moeten in beginsel opgevangen worden binnen de eigen begroting van verbonden partijen. Voor de jaarlijkse loon-prijs indexeringen houden wij vast aan CPB index (sector overheid) uit meicirculaire 2026. Dit is dan ook ons uitgangspunt, wat leidt tot het volgende kader:
Wij blijven de verbonden partijen oproepen om als uitgangspunt te hanteren dat de meerjarenbegroting van de betreffende verbonden partij beleidsarm dient te zijn. Extra middelen voor nieuw beleid dienen in beginsel te worden opgevangen binnen de eigen begroting van de verbonden partij. Bestuurlijk en ambtelijk voeren we overleggen om hier samen in op te trekken.
We zijn voornemens om in 2025 onze Nota Verbonden Partijen te actualiseren. Hiermee kunnen wij met een actuele en integrale benadering de verbonden partijen beschouwen; met in acht name van de visie van de gemeenteraad hierop. Exploitatiebudgetten De autonome ontwikkelingen op exploitatiebudgetten zijn wijzigingen die betrekking hebben op reguliere budgetten, waar de gemeente geen invloed op heeft. Voor een totaaloverzicht wordt verwezen naar bijlage 1 van deze kadernota. Het financieel effect hiervan is meegenomen in de structurele financiële positie (tabel 2). Voor het sociaal domein is vooralsnog niets opgenomen en zal eerst binnen onderstaand kader gehandeld worden: Kader sociaal domein Om de ambities en opgaven in het sociaal domein voldoende financiële basis te bieden is bij de begroting 2023 besloten om een financieel kader in te stellen en binnen de algemene reserve een deel te alloceren ten behoeve van het sociaal domein. Vanaf 2024 hanteren we een nieuwe programma indeling en is het kader sociaal domein opnieuw vastgesteld. Dit kader betreft programma 6 Sociaal Domein. De claim voor het kader sociaal domein binnen de algemene reserve is bedoeld om eventuele tegenvallers binnen het kader sociaal domein op te kunnen vangen. Daar tegenover staat, dat voordelen binnen het kader sociaal domein ook ten gunste van deze claim vallen.
Jaarlijks wordt, op basis van een risico-inventarisatie, bepaald hoe hoog het minimumbedrag van deze claim dient te zijn. Dit is tevens ook het plafondbedrag. Indien het plafondbedrag van de claim bereikt is, zullen overschotten ten gunste komen van de algemene reserve. In de jaarstukken 2024 is dit plafond bepaald op € 3 mln. (exclusief de ratio van 1,4). Ontwikkelingen sociaal domein Binnen het kader sociaal domein zien wij diverse ontwikkelingen, zoals hogere lasten als gevolg van de aanbesteding ambulante jeugdhulp en wonen en verlenging van overige jeugdhulpcontracten, (OVA) indexeringen op basis van contractafspraken. Daarnaast wordt een positief effect verwacht binnen het BUIG budget en de complexe problematiek. Tevens hebben we in de septembercirculaire 2024 vanaf 2026 structurele middelen voor jeugdhulp en Wmo ontvangen. Ook zijn er ontwikkelingen als gevolg van de oprichting van Doon en de gemeentelijke opvang ontheemden, waarvan de financiële effecten nog niet bekend zijn. Naast deze ontwikkelingen kennen we de landelijke programma’s IZA (Integraal Zorgakkoord), GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) en de Hervormingsagenda jeugd.
Deze programma’s hebben als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden, door te werken aan een gezonde generatie in 2040 en door betere en tijdige zorg en ondersteuning voor op de juiste plek en wanneer dit nodig is. Hiervoor worden door het Rijk incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de regionale dan wel lokale uitvoering.
K A D E R N OTA 2 0 2 6
13
Daarnaast kennen we de lokale programma’s “Kiezen voor Kansen”, “Investeer in jeugd” en “Beleidsplan Armoede en Schulden”. Deze programma’s hebben als doel bij te dragen aan de doelstellingen van de Hervormingsagenda Jeugd en richten zich op het versterken van de sociale basis, het verbeteren van de jeugdhulp en tegelijkertijd het realiseren van kostenbesparingen. De programma’s lopen tot en met 2028, de beoogde beweging naar de voorkant vraagt echter een langjarige investering. We investeren nu in de volgende generatie. Vraag is of de (financiële) effecten in 2028 volledig zichtbaar worden op de gespecialiseerde jeugdhulp o.a. op het gebied van zorgzwaarte, -lengte en -intensiteit van trajecten. De verwachting op dit moment is dat de financiële effecten van deze ontwikkelingen bij gelijkblijvende omstandigheden kunnen worden opgevangen binnen het raadskader sociaal domein. Daarbij moet vermeld worden dat het te verwachten overschot op het BUIG budget een incidenteel karakter kent, aangezien dit jaarlijks opnieuw vastgesteld wordt door het Rijk. Dit vormt een financieel risico. Vervangingsinvesteringen Naast de autonome ontwikkelingen zijn ook de vervangingsinvesteringen in kaart gebracht. Deze dienen op basis van de afschrijvingstermijn en/of huidige technische staat vervangen te worden. Voor een totaaloverzicht wordt verwezen naar bijlage 2 van deze kadernota.
Het financieel effect hiervan is meegenomen in de structurele financiële positie (tabel 2).
K A D E R N OTA 2 0 2 6
14
1.3. Structureel en incidenteel financieel perspectief In deze paragraaf actualiseren we de structurele en incidentele financiële positie op basis van de autonome ontwikkelingen die opgenomen zijn in deze kadernota. Structurele financiële positie 2026-2029 Het financiële vertrekpunt is het meerjarig begrotingssaldo na besluitvorming in de raad van april 2025. Hierin zijn de 1e tussenrapportage 2025 en andere raadsvoorstellen zoals de investeringsrapportage met effect op het saldo tot en met de raadsvergadering van april 2025 verwerkt. We voegen nu de structurele effecten uit autonome ontwikkelingen en vervangingsinvesteringen toe (zie in tabel 1). De autonome ontwikkelingen voor verbonden partijen zijn, zoals eerder gemeld, als p.m. meegenomen. Ook zijn de effecten van de meicirculaire nog niet verwerkt in deze kadernota en derhalve ook als p.m. opgenomen. Dit leidt tot onderstaand bijgesteld begrotingssaldo: Tabel 2: Geactualiseerde structurele financiële positie Bedragen x € 1.000,-
2026
2027
2028
2029
Meerjarig begrotingssaldo na verwachte besluitvorming raad maart en april 2025
-200
1.160
970
1.036
Autonome ontwikkelingen - verbonden partijen
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Autonome ontwikkelingen - exploitatie
-407
-413
-418
-423
-20
-20
Vervangingsinvesteringen Ontwikkelingen meicirculaire 2025
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
Meerjarig begrotingssaldo na doorrekening autonoom (excl verbonden partijen)
-607
747
532
593
Het begrotingssaldo komt hiermee uit op een meerjarig positief saldo, waarbij onderstaande kanttekening gemaakt dient te worden. Kanttekening Landelijk is er nog veel onzekerheid over de hoogte (en de daling) van met name de structurele rijksmiddelen bestemd voor gemeenten (voorjaarsnota). De gevolgen voor Roermond worden pas bekend in de komende meicirculaire 2025. Op het moment van opstellen van de kadernota zijn nog niet alle autonome ontwikkelingen in beeld. Zoals eerder gemeld is een belangrijke ontbrekende categorie: de mutaties op verbonden partijen. Pas na besluitvorming over de ingediende zienswijzen zullen de vastgestelde begrotingen van de verbonden partijen worden verwerkt in onze meerjarenbegroting. De begroting 2025 staat in het teken van ‘afmaken waar we aan begonnen zijn’ met als uitgangspunt de bestaande focus en prioritering. Deze lijn trekken we door in de kadernota 2026. De genoemde onzekerheden maken dat de koers is ingezet om in het proces tussen kadernota en begroting alle gevolgen in beeld te brengen. De afweging over eventuele urgente ontwikkelingen zal hierin ook z’n plek krijgen. Tot slot is het niet nodig om op dit moment, het toepassen van een realismefactor op ambities uit de begroting 2025 te overwegen. Dit zal in proces tussen kadernota en begroting door het college afgewogen worden. Uitgangspunt blijft om realistisch te begroten.
K A D E R N OTA 2 0 2 6
15
Incidentele financiële positie Naast de structurele financiële positie, wordt ook de incidenteel financiële positie geactualiseerd. Binnen de algemene reserve wordt rekening gehouden met een gewenst minimumniveau. Daarnaast is de claim vanuit het sociaal domein in beeld gebracht. Bij de jaarstukken 2024 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de risico’s en de daarop gebaseerde benodigde weerstandscapaciteit (incl. claim Sociaal domein). Hieruit blijkt een bijstelling van de minimumpositie naar € 8,5 miljoen. De totstandkoming van dit bedrag wordt nader toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de jaarstukken 2024. In onderstaande tabel ziet u een uiteenzetting: Tabel 3: Incidentele financiële positie Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2025
Stand algemene reserve na besluitvorming jaarstukken 2023
42.537
-/- Besluit overhevelingen Burap ‘21
2027
2028
2029
35.319
35.319
35.319
35.319
2026
-47
-/- Besluit Kiezen voor Kansen
-3.440
-2.925
-/- Limburg centraal/grootschalige woningbouw OV (november)
-425
-425
+/+ 1e tussenrapportage 2025
44
Stand na besluitvorming 1e tussenrapportage 2025
38.669
(Verwachte) besluitvorming: Vrijval bestemmingsreserve centrumkwartier
10.000
Onttrekking t.b.v. voorziening centrumkwartier
-14.417
Onttrekking t.b.v. implementatie nieuw financieel systeem
-1.225
+/+ Jaarrekeningresultaat 2024
14.628
-/- Budgetoverhevelingen 2024
-1.381
Prognose stand algemene reserve*
46.274
42.924
42.924
42.924
42.924
Benodigde weerstandscapaciteit
-8.451
-8.451
-8.451
-8.451
-8.451
waaronder claim sociaal domein:
-4.200
-4.200
-4.200
-4.200
-4.200
Prognose stand algemene reserve na aftrek minimum positie
37.823
34.473
34.473
34.473
34.473
* In bovenstaande tabel is nog geen rekening gehouden met mogelijke resultaatbestemmingen uit het jaarrekeningresultaat 2024
K A D E R N OTA 2 0 2 6
16
K A D E R N OTA 2 0 2 6
17
2. Bijlagen
K A D E R N OTA 2 0 2 6
18
B I J L AG E N B O E K K A D E R N OTA 2 0 2 6
19
Bijlage 1 Autonome ontwikkelingen - Exploitatie Tekstuele onderbouwing autonome ontwikkeling
Programma
2026
2027
2028
2029
I/S
In oktober 2024 is de gemeente Roermond gestart met de voorbereidingen voor het inkooptraject “onderhoud bermen 20252029”. Met deze aanbesteding wil de gemeente Roermond zorgdragen voor het onderhouden van bermen wat uiteindelijk zorgt voor een aantrekkelijke, nette maar bovenal veilige openbare ruimte. Om dit te realiseren sluit zij met één leverancier een raamovereenkomst. Er is gegund op laagste prijs, maar deze is ten opzichte van de vorige contractjaren (2021 t/m 2024) gestegen i.v.m. de gevolgen van inflatie, indexatie van personeel, brandstof en materialen en materieel de kosten gestegen. Het totale begrote tekort op de deelopdracht bedraagt €132.195, wat als autonoom is aangemerkt.
5.0 - Sport, cultuur en recreatie
-132.000
-132.000
-132.000
-132.000
S
2
Aframing inkomsten havengelden
Het begrote bedrag voor de inkomsten van de havengelden , momenteel (2025) € 468.078,93, is al jaren structureel veel meer dan dat er aan inkomsten gegenereerd wordt. Ter illustratie de inkomsten havengelden vanaf 2020: 2020: € 341.795, 2021: € 365.676, 2022: € 368.760, 2023: € 355.492, 2024: € 365.945. Derhalve een autonome ontwikkeling om te komen tot een realistische raming.
2.0 - Verkeer, vervoer en waterstaat
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
S
3
Verlenging concessie ECI Cultuurfabriek
Er is in februari 2025 een B&W besluit genomen inzake verlenging concessieovereenkomst ECI cultuurfabriek. Dit besluit had marginale financiele consequenties en is een vervolg op een eerder gesloten concessieovereenkomst (niets nieuws). De extra financiele bijdrage (middels ingroeimodel) is verwerkt in een exploitatieopzet die als bijlage bij dit B&W voorstel zit. We hebben geen invloed en keuze meer; het B&W besluit is immers genomen.
5.0 - Sport, cultuur en recreatie
-27.856
-32.856
-37.856
-42.856
S
4
Prijsstijging Facilydiensten
De prijzen voor facility diensten staan onder druk. Zo was er afgelopen jaar een tekort van ca. € 90k. op facilty dienstverlening. Willen wij de huidige dienstverlening blijven handhaven, dan zijn er extra middelen nodig. Als voorbeeld geven we de gestegen koffieprijzen. De vraag naar koffie neemt wereldwijd toe. Daarnaast leidt enerzijds klimaatverandering tot slechtere oogsten en zorgt anderzijds geopolitieke spanningen en een handelsoorlog tot importheffingen. Dit leidt tot schaarste en een hogere prijs.
0.0 - Bestuur en ondersteuning
-90.000
-90.000
-90.000
-90.000
S
5
Toename accountantskosten
De gemeente is verplicht (onder andere) haar jaarstukken door de accountant te laten beoordelen. Hiervoor is een structureel budget opgenomen van €146.000. Dit budget is de laatste jaren ontoereikend gebleken. Onlangs heeft een aanbestedingsprocedure plaatsgevonden voor een nieuwe accountant. Dit heeft geresulteerd in een keus voor een nieuwe accountant met de beste prijs/kwaliteitsverhouding, waar hogere kosten dan begroot tegenover staan: € 204.000. Daarmee is een budgetverhoging nodig van € 58.000.
0.0 - Bestuur en ondersteuning
-58.000
-58.000
-58.000
-58.000
S
-407.856
-412.856
-417.856
-422.856
Totaal
19
Onderhoud bermen
K A D E R N OTA 2 0 2 6
1
B I J L AG E N B O E K K A D E R N OTA 2 0 2 6
20
Bijlage 2 Vervangingsinvesteringen
Toelichting investering
Programma
2026
2027
2028
2029
Totaal Investeringsbedrag
Jaar van vervanging
Er gelden vanaf 2026 strengere eisen aan Gebouwautomatisering- en controlesystemen (GACS). Gebouwen met een verwarming- of airco-installatie vanaf 290 kW nominaal vermogen. Deze gebouwen moeten vanaf 2026 beschikken over een GACS dat voldoet aan deze eisen. GACS is onderdeel van de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III en de in 2026 van kracht wordende EPBD IV). Hierin worden systeemeisen voorgeschreven voor het verbeteren van de energieprestaties van technische bouwsystemen. Het doel is klimaat neutrale gebouwen in 2050 en een reductie op CO2 uitstoot van 55% in 2030 ten opzichte van referentiejaar 1990. Dit verdient zich terug in een besparing op energielasten.
0 Bestuur en ondersteuning
0
-17.631
-35.263
-52.894
525.000
In 2026, 2027 en 2028 jaarlijks € 175.000
2
Renovatie tennisbanen HTV ACE HERTEN
De gemeente heeft samen met de tennisverenigingen een gedeelde verantwoordelijkheid voor de renovatie van de tennisbanen. Dit is vastgelegd in het sportaccommodatiebeleid van 2017. Uit het keuringsrapport blijkt, dat de tennisbanen van HTV Ace in 2026 aan renovatie toe zijn. Er is geen invloed op deze ontwikkeling, daar de banen aan het einde van hun gebruiksduur zijn. Niet overgaan tot renovatie tot renovatie betekend dat de tennissport niet beoefend kan worden. De kapitaallasten die dit met zich meebrengt, kunnen opgevangen worden binnnen programma 5 Sport, cultuur en recreatie.
5 - Sport, cultuur en recreatie
0
-11.754
-11.754
-11.754
175.000
2026
3
Vervanging uitschuifbare tribune Jo Gerrishal
Jaarlijks vind er een inspectie plaats aan de uitschuifbare tribune van de Jo Gerrishal. De tribune is geplaatst in 1998. In het laatste inspectierapport geeft de onderhoudsinstantie aan het het verstandig is om de tribune in 2029 te vervangen. Op dit moment is de tribune 31 jaar oud en is de afschrijfperiode al lang verstreken. De tribune vertoont steeds meer slijtage, met name aan de scharnierende delen en aan de uitrolinstallatie. Vervangen van deze tribune in 2029 wordt sterk aanbevolen. Het risico bij uitstel is dat de tribune in onze Topsporthal dan steeds meer problemen oplevert bij het uitzetten en het inzetten. waardoor publiek geweigerd moet worden of de zaal deels geblokkeerd blijft door de tribune. Dit is niet wenselijk in relatie tot de ambitie om een Topsportlocatie te zijn, waar supporters, toeschouwers en media ontvangen worden.
5 - Sport, cultuur en recreatie
0
0
0
0
367.500
2029
20
Gebouwautomatiseringen controlesystemen (GACS)
K A D E R N OTA 2 0 2 6
1
B I J L AG E N B O E K K A D E R N OTA 2 0 2 6
21
Toelichting investering
Programma
2026
2027
2028
2029
Totaal Investeringsbedrag
Jaar van vervanging
4
Kunstgrasveld korfbal
In 2015 is het huidige kunstgrasveld op Sportpark de Wijher aangelegd voor korfbal. De levensduur van een korfbalveld ligt tussen de 12 en 15 jaar. Aanbevolen wordt om het kunstgrasveld in 2029 te vervangen. Op dat moment is het veld 14 jaar oud en nadert het de maximale levensduur. Het veld wordt intensief bespeeld door de korfbalvereniging en sinds 2023 ook door de handbalvereniging. Het risico bij overschrijding van de maximale levensduur is dat het kunstgrasveld steeds slechter wordt, wat de kans op blessures vergroot.
5 - Sport, cultuur en recreatie
0
0
0
0
350.500
2029
5
Slingerkooi atletiek
De atletiekunie schrijft per 2029 nieuwe regels voor voor de slingerkooi van discuswerpen/kogelslingeren. Op dit moment (2025) voldoen we aan de bestaande regels, maar door de gewijzigde regels van de Atletiekunie per 01-01-2029 voldoen we met de huidige slingerkooiniet meer aan de regelementen. Omdat in 2026 een renovatie van de Atletiekvoorziening gepland staat, nemen we de vervanging van de slingerkooi vanuit efficiency redenen hierin mee. Dit kan dan in hetzelfde jaar uitgevoerd worden. De kapitaallasten die dit met zicht meebrengt, kunnen opgevangen worden binnen programma 5 Sport, cultuur en recreatie.
5 - Sport, cultuur en recreatie
0
-5.558
-5.558
-5.558
82.750
2026
6
Vervanging verkeersregelinstallaties Molenweg Hollestraat + Raayer Luyckweg N271
De technische levensduur van de verkeersregelinstallatie (verkeerslichten) op de kruising Molenweg - Hollestraat en de kruising Raayer Luyckweg - N271 in Swalmen is in 2027 bereikt. Om het verkeer op deze 2 kruisingen te blijven reguleren middels verkeerslichten, is vervanging van de aanwezige materialen noodzakelijk. Het reguleren van verkeer door verkeerslichten op deze kruising is noodzakelijk in verband met de aanwezige verkeersintensiteiten en verkeersveiligheid.
2 - Verkeer, vervoer en waterstaat
0
0
-20.150
-20.150
200.000
2027
0
-34.943
-72.725
-90.356
1.700.750
Totaal
21
K A D E R N OTA 2 0 2 6
K A D E R N OTA 2 0 2 6
22
Stadhuis, Markt 31 | Postbus 900 | 6040 AX Roermond
| www.roermond.nl |