CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Kadernota 2025

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente RoermondBij agendapunt: Kadernota begroting 20255.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

K A D E R N OTA 2 0 2 5

1

Kadernota

2025

GEMEENTE ROERMOND

2

K A D E R N OTA 2 0 2 5

2

K A D E R N OTA 2 0 2 5

3

Inhoudsopgave Vooraf

1. Financieel perspectief

5

9

1.1

De financiële kaders

11

1.2

Autonome ontwikkelingen

13

1.3

Structureel en incidenteel financieel perspectief

15

2. Projectopdrachten

19

2.1

Actualisatie afschrijvingen

21

2.2

Vervolg onderzoek belastingheffingen

21

K A D E R N OTA 2 0 2 5

4

K A D E R N OTA 2 0 2 5

5

Vooraf Met het coalitieakkoord “De stad van ambitie, daadkracht en verbinding” hebben wij op hoofdlijnen de keuzes gemaakt voor de bestuursperiode 2022 – 2026. Het akkoord is opgebouwd vanuit een meerjarig perspectief en dat geldt ook voor deze kadernota waarmee we de beleidsmatige en financiële kaders voor de komende jaren en de basis voor de programmabegroting 2025 - 2028 vastleggen. We bouwen daarbij verder op de structuur die we in 2024 voor het eerst hebben neergelegd, omdat dit in onze optiek bijdraagt aan de helderheid en leesbaarheid. Met deze kadernota schetsen wij de financiële stand van zaken en de contouren van onze inzet voor 2025. Contouren die wij richting de begroting 2025 op onderdelen nader zullen uitwerken. Wij besturen Roermond met oog en hart voor onze inwoners, maar ook met de blik naar buiten. Dat toont ons een complexe en onzekere wereld met op dit moment een aantal verschrikkelijke ‘brandhaarden’ waarbij het niet altijd meevalt om het perspectief van een oplossing te kunnen zien. De complexiteit en onzekerheid zijn niet nieuw, maar de snelheid waarmee ontwikkelingen en veranderingen elkaar opvolgen lijkt echter wel toegenomen en daar zullen we ons als lokale overheid snel en flexibel op moeten aanpassen.

Of het nu gaat om de gevolgen van oorlogen en geweld, ecologische en klimatologische veranderingen, technologische ontwikkelingen of (geo)politieke en/ of culturele ontwikkelingen. Er ontstaat continu een nieuw normaal. Daar passen we ons op aan en daar handelen we naar; omdat het ook niet anders kan. Bijvoorbeeld omdat het zich in Roermond rechtstreeks vertaalt in een aantal majeure opgaven. Tegelijkertijd bieden majeure ontwikkelingen ook altijd kansen en liggen er uitdagingen om de verschillende ontwikkelingen steeds meer in samenhang op te pakken en economische, ecologische, culturele en sociale perspectieven samen te brengen in een integrale aanpak. De kansen die ontstaan maken het ook mogelijk om mensen en ideeën te verbinden. Zoals er ook kansen ontstaan om (elementen in) de brede welvaart in onze gemeente sneller en beter te bevorderen. Als lokale overheid staan wij namelijk het dichtst bij onze inwoners. Bij ons komt veel samen en bij ons wordt veel zichtbaar. Juist daarom spelen wij een uitermate belangrijke rol in de verbinding; met en tussen mensen en partijen. Niet dat wij altijd de oplossing of de kennis paraat hebben; dat hoeft ook niet altijd. Soms is aandacht of het tonen van begrip voldoende en steeds vaker kunnen mensen en partijen het zelf oplossen als we vertrouwen geven en ruimte bieden.

Vanzelfsprekend zetten wij in 2025 verder in op hetgeen in Roermond kwetsbaar en/of kansrijk is. We focussen daarbij op onze eigen ambities zoals geformuleerd in het coalitieakkoord maar ook op de ambities uit de samenleving. We vinden het belangrijk dat de zaken die we al in gang hebben gezet en waarvoor de gemeenteraad al meerjarig middelen beschikbaar heeft gesteld, met voorrang, adequaat en daadkrachtig worden uitgevoerd. Dat er de komende jaren al een enorme uitdaging ligt blijkt al uit de investeringsplanning. Die laat zien dat we de komende jaren bovengemiddeld veel in uitvoering gaan brengen.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

6

Het gaat bijvoorbeeld om: •  Het meerjarig programma ‘Kiezen voor Kansen met een looptijd tot en met 2026’; •  De herijking van het accommodatiebeleid met als belangrijk onderdeel het sportaccommodatiebeleid; •  De doorontwikkeling van de Jeugdzorg; •  De doorontwikkeling van de regionale samenwerking op het gebied van Wmo en Jeugdwet; •  De implementatie van de Gebiedsprofielen binnenstad en Swalmen; •  Ontwikkeling van kwalitatief goede onderwijshuisvesting volgens het IHP- uitvoeringsprogramma; •  De ‘vergroeningsopgave’; •  Doorontwikkeling majeure projecten zoals Centrumkwartier, Roerdelta fase II & III en Weerstand; •  Aanpak Maasplassen op het gebied van veiligheid en met de implementatie van het vast te stellen Gebiedsprofiel; •  Ontwikkeling van een soortenmanagementplan; •  Inzet op onze opgaven op het gebied van duurzaamheid, energiebesparing en klimaatadaptatie; •  Audit en certificering CO2 –prestatieladder; •  De ontwikkeling van Civil; •  Het versterken van de regionale samenwerking met bijzondere aandacht voor de Regio Deal; •  Implementatie van het Integraal Veiligheidsplan; •  De doorontwikkeling van de gemeentelijke organisatie inclusief uitvoering HRM-visie; •  Aanpak gemeentelijk vastgoed; •  Implementatie wijken- en kernenbeleid; •  Uitvoering Midden-Limburg Bereikbaar; •  Doorontwikkeling Roermond Evenementenstad; •  Versterken van

de samenwerking met Duitse partners; •  De woonopgave in de diverse facetten; •  Aanpak bedrijventerreinen. Ook met de resultaatbestemming vanuit het jaarrekeningresultaat 2023 zijn ambities ingevuld. Zo worden o.a. het Sint Jansplein in Swalmen en het Stationsplein aangepakt en de Schepersweg gereconstrueerd. We ontwikkelen samen met betrokken partners een Talenten- en Topsportfonds, stellen een aanpak van woonoverlast op, werken aan een weerbare organisatie (Limburgse norm) en blijven ons inzetten om de afstand van leerlingen tot onderwijs of arbeidsmarkt terug te dringen. Het uitvoeren van bestaande ambities en het uitvoeren van onze reguliere taken is in een krappe arbeidsmarkt en met sterk stijgende kosten op zich al een hele uitdaging. Daarom houden we focus, zijn we kritisch op nieuwe zaken die we oppakken en prioriteren we waar nodig. In deze kadernota hebben we daarom enkel autonome ontwikkelingen opgenomen. Maar we laten kansen natuurlijk niet voorbijgaan en we gaan uitdagingen niet uit de weg. Maar mede met het oog op onze meerjarige financiële positie kiezen we voor realisme. In deze kadernota worden dan ook geen groslijsten opgevoerd met nieuwe beleidswensen en nieuwe ambities maar pakken we door op de aanzienlijke hoeveelheid zaken die in gang zijn gezet en bestaande ambities.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

7

Natuurlijk anticiperen we op ontwikkelingen en stellen bij waar dat nodig is. Met name ook omdat diverse ontwikkelingen en onzekerheden een financiële component kennen die een vertaling dient te krijgen in onze P&C-producten. Wat we nu al weten is meegenomen in deze Kadernota. Waar we de komende maanden duiding krijgen (bijvoorbeeld de Meicirculaire), wordt meegenomen in de begroting of tussentijds gemeld aan de gemeenteraad. Op basis van het meerjarige financiële beeld dat in het proces richting de begroting 2025 ontstaat, zullen wij de mogelijkheden voor het opnemen van nieuw beleid nader bezien. Het financiële beeld dat we met deze kadernota tonen is positief voor het komende jaar, maar legt uitdagingen neer voor de jaren daarna. Daarin zijn we niet uniek en het feit dat menig gemeente er financieel veel slechter voorstaat is absoluut geen troost, zoals een aantal positieve elementen uit de Voorjaarsnota van de Rijksoverheid dat ook niet zijn. Desondanks werken we in 2025 verder aan onze dienstverlening aan de Roermondenaren en aan het versterken van onze sociale structuur waarbij we inzetten op gezondheid, armoedebestrijding, bestaanszekerheid en maatschappelijke participatie. We versterken ons voorzieningenniveau en daarmee ook onze centrumfunctie voor Midden-Limburg waarmee we tevens werken aan het versterken van de brede welvaart in de regio.

Daarbij kunnen we, zoals aan de gemeenteraad is medegedeeld, de komende jaren een beroep doen op de middelen (€ 20 miljoen) die MiddenLimburg uit de vijfde tranche Regio Deal toegekend heeft gekregen. Provincie Limburg en de zeven Midden-Limburgse gemeenten staan samen garant voor minimaal eenzelfde bedrag en daarmee komt de komende jaren ten minste € 40 miljoen beschikbaar voor investeringen in de brede welvaart in onze regio. Zoals in ons Coalitieakkoord al aangegeven biedt de Regio Deal kansen, zeker ook voor onze gemeente en daarom wordt aan de raad voorgesteld om voor het bedrag waarvoor de gemeente Roermond garant dient te staan een bestemmingsreserve te vormen. Zoals aangegeven kiezen wij met deze kadernota en in lijn met ons coalitieakkoord nadrukkelijk voor de balans tussen ambitie en daadkracht aan de ene kant en financieel realisme en uitvoeringskracht aan de andere kant. In onze optiek zijn we daarin geslaagd.

Namens het college van burgemeester en wethouders, Dirk Franssen, Wethouder economie, stedelijke ontwikkeling & financiën

K A D E R N OTA 2 0 2 5

8

K A D E R N OTA 2 0 2 5

9

1. Financieel perspectief

K A D E R N OTA 2 0 2 5

10

K A D E R N OTA 2 0 2 5

11

Financieel perspectief In deze paragraaf worden de financiële kaders geschetst, waarbinnen de begroting 2025 met meerjarenperspectief 2026-2028 (hierna: begroting 2025) wordt opgesteld. Tevens worden de autonome ontwikkelingen inclusief verbonden partijen gepresenteerd, waarna een doorkijk naar het structureel en incidenteel financieel perspectief wordt gemaakt.

1.1. De financiële kaders Bij het opstellen van de kadernota 2025 en de daaropvolgende begroting houdt de gemeente Roermond rekening met de aandachtspunten die de provincie Limburg in de begrotingscirculaire 2025 heeft geformuleerd voor de colleges en raden van alle Limburgse gemeenten. Tevens wordt er rekening gehouden met de financiële regelgeving over de begroting die is beschreven in de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met bijbehorende notities. De financiële uitgangspunten worden hieronder genoemd. De begroting dient structureel en reëel in evenwicht te zijn Het uitgangspunt is om in november 2024 een begroting 2025 vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. Hiermee komt de gemeente Roermond in aanmerking voor repressief toezicht door de Provincie Limburg. Repressief toezicht betekent toezicht op afstand. De begroting is structureel in evenwicht als ieder jaar de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De begroting is reëel in evenwicht als de ramingen volledig, realistisch en haalbaar zijn. Voor een reële raming in de begroting 2025 moeten bijvoorbeeld de inkomsten uit het gemeentefonds zijn gebaseerd op de meicirculaire van 2024 en wordt er voldoende rekening gehouden met prijs- en loonontwikkeling en het kwaliteitsniveau voor onderhoud van kapitaalgoederen.

Ook dienen eerder opgenomen taakstellingen en oplossingsrichtingen voldoende realiseerbaar te zijn. Vanuit de Provincie wordt aangegeven dat in ieder geval het eerste begrotingsjaar sluitend moet zijn. Indien het eerste jaar niet sluitend is, dan zal in elk geval het laatste jaar van de meerjarenbegroting sluitend moeten zijn. Hierbij mag er geen sprake zijn van opschuivend perspectief. Hiermee bedoelt de Provincie dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een meerjarenbegroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Ontwikkelingen Gemeentefonds De stand decembercirculaire 2023 is uitgangspunt voor de ramingen in deze kadernota 2025, aangezien de meicirculaire 2024 pas verschijnt als deze kadernota al is uitgewerkt. Zoals gebruikelijk informeren wij de gemeenteraad middels een raadsinformatiebrief over de meerjarige gevolgen van deze circulaire voorafgaand aan de behandeling van de kadernota 2025. In de brief zal een update worden gegeven van het begrotingssaldo. In lijn met de procedure van voorgaande jaren worden de beleidskeuzes die volgen uit de meicirculaire 2024 integraal voorgelegd in de begroting 2025. De ontwikkelingen van het gemeentefonds worden voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven.

Waar eerder het trap-op-trap-af systeem leidend was, is nu het uitgangspunt dat de indexatie van het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp) gaat volgen. De volumeontwikkeling van het fonds wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor de inkomsten uit het gemeentefonds voor gemeenten naar verwachting minder zullen schommelen.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

12

In de kern zijn minder schommelingen in het fonds altijd een grote wens geweest van gemeenten, maar er is ook kritiek. Zo zou het nieuwe systeem geen goede vervanger van de trap-op-trap afsystematiek zijn, omdat de bbp-systematiek geen rekening houdt met het feit dat de uitgaven voor de zorg door onder andere demografische ontwikkelingen harder stijgen dan het bruto binnenlands product. Daardoor zouden er – in combinatie met de oplopende opschalingskorting - vanaf 2026 tekorten kunnen ontstaan bij gemeenten. Voorjaarsnota 2024 Op 15 april jl. verscheen de voorjaarsnota 2024 van het Rijk. Dit is geen officiële begroting, maar geeft wel richting voor de decentrale overheden, zoals gemeenten, bij het opstellen van hun kadernota. Hieronder de belangrijkste ontwikkelingen voor gemeenten uit deze voorjaarsnota: •  In 2025 wordt het gemeentefonds eenmalig landelijk met € 675 miljoen lager vastgesteld; •  De oploop van de opschalingskorting van landelijk € 675 miljoen wordt vanaf 2026 structureel geschrapt; •  Rechtvaardige risicoverdeling Wmo door nieuwe afspraken over objectieve indexering en aparte fondsvorming; • Indexering zorgkosten: € 75 miljoen in 2026 oplopend tot 300 miljoen in 2029; • Een opschoonactie voor specifieke uitkeringen.

Een kanttekening die gemaakt dient te worden, is dat de voorjaarsnota is opgesteld door het demissionaire kabinet, waarmee niet uitgesloten kan worden dat bepaalde zaken door een nieuw kabinet anders worden besloten. Daarnaast kunnen de genoemde cijfers pas financieel vertaald worden als ze ook daadwerkelijk in de meicirculaire 2024 staan vermeld. De genoemde bedragen zijn dus een indicatie. Loonontwikkeling De huidige cao loopt korter (tot 1 januari 2025) dan het meerjarenperspectief van deze kadernota 2025, waardoor deze vooralsnog niet als uitgangspunt kan dienen. Daarom zullen we meerjarig uitgaan van de cijfers CPB – Loonvoet sector overheid. De eerste inzichten van het CPB op basis van het Centraal Economisch Plan 2024 (CEP) laten de volgende aangepaste indexcijfers zien voor de ‘prijs overheidsconsumptie – beloning werknemers’; 2024: 5,6% 2025: 4,4% Voor het begrotingsjaar 2024 zijn er geen financiële gevolgen meer, omdat hiervoor de geldende CAO is begroot. Voor het boekjaar 2025 betekent dit op basis huidige inzichten een afname van circa. 1% van de huidige geraamde gemeentelijke indexering, die wegvalt tegen een lager accres loon- en prijsontwikkeling uit het gemeentefonds. Exacte percentages voor de loonkostenontwikkeling voor de jaren daarna worden niet genoemd.

Verwacht wordt dat in de meicirculaire van het gemeentefonds meer duidelijk zal worden over de verwachte meerjarige loonontwikkeling. Prijsontwikkeling Na enkele jaren van enorme prijsstijgingen, lijkt de prijsindex nu te stabiliseren. De eerste inzichten van het CPB op basis van het CEP laten de volgende aangepaste indexcijfers zien voor de ‘prijsindex materiële overheidsconsumptie’ (IMOC): 2024: 2,9% 2025: 2,2% Voor het lopend jaar 2024 zullen geen aanpassingen meer volgen op de in de begroting 2024 doorgerekende 3,9% prijsindexatie. Voor 2025 betekent dit op basis van de huidige inzichten (CEP) ook geen aanpassingen, daar het percentage overeenkomt met de gemeentelijk geraamde prijsindexering. Exacte percentages voor de jaren erna worden niet genoemd. Hierover worden de gemeenten geïnformeerd in de komende meicirculaire 2024.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

13

1.2. Autonome ontwikkelingen Onderdeel van deze kadernota vormt een inventarisatie van de autonome ontwikkelingen. Hiervoor heeft er een organisatie-brede uitvraag plaatsgevonden van de autonome ontwikkelingen die in 2025 en verder verwacht worden op basis van onderstaande definitie.

Definitie: Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, waar de gemeente zelf geen invloed op kan uitoefenen en er is geen keuzemogelijkheid. Bijvoorbeeld op basis van wet- en regelgeving, areaaluitbreiding of prijsstijgingen.

In deze paragraaf zijn de financiële effecten van de autonome ontwikkelingen opgenomen. Een nadeel is weergegeven als negatief bedrag, een voordeel als positief. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de volgende categorieën: • Verbonden partijen (bijlage 1) • Exploitatiebudgetten (bijlage 2) • Kapitaallasten bij investeringsbudgetten (bijlage 3 en 4) • Structureel effect uit voorgestelde resultaatbestemmingen jaarrekening 2023 (bijlage 5) Tabel 1: Autonome ontwikkelingen Bedragen x € 1.000,-

2025

2026

2027

2028

Verbonden partijen

-1.482

-1.504

-1.322

-1.125

Exploitatiebudgetten

-1.078

-844

-873

-873

Kapitaallasten investeringsbudgetten

115

200

106

-417

Dekking autonome ontwikkelingen

150

150

150

150

Structureel effect uit resultaatbestemmingen

-110

-110

-110

-110

Totaal

-2.405

-2.108

-2.049

-2.375

Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft (artikel 1 BBV). Dit kunnen gemeenschappelijke regelingen zijn of privaatrechtelijke rechtsvormen zoals een B.V. Feitelijk gaat het om een ‘bestuur op afstand’ en dat maakt het niet altijd eenvoudig om hier als individuele gemeente beleidsinhoudelijk en/of financieel op te sturen. Als gemeente kunnen wij niet alle taken zelfstandig uitvoeren en willen we de kracht van samenwerking benutten. Maar sturing op de verbonden partijen achten wij noodzakelijk, met name ook ten aanzien van kostenontwikkelingen. Ook bij de gemeenteraad bestaat al langer de behoefte om meer grip te krijgen op de samenwerkingsverbanden en dat heeft niet alleen geresulteerd in een regionaal project ‘Grip op Samenwerking’, maar ook tot een raadsmotie (19M20 Motie Begrotingsdiscipline verbonden partijen) en brieven (brief ‘begrotingsdiscipline verbonden partijen (februari 2020) en brief bij de P&C gids (maart 2024)).

K A D E R N OTA 2 0 2 5

14

Waar wij als gemeenten merken dat het financieel lastiger wordt om een sluitende begroting voor te leggen, voelen wij dit urgentiebesef bij enkele verbonden partijen niet. Hierover willen wij, in samenspraak met andere gemeenten, tot nadere afspraken en/of kaders komen, zodat voor verbonden partijen vooraf helder is wat de financiële ruimte is waarbinnen ze hun beleidswensen vorm kunnen geven. Wij kijken ook kritisch naar de ingediende begrotingen van verbonden partijen. De individuele collegeleden doen dit als lid van een (dagelijks of algemeen) bestuur van de verbonden partij en dat doen we door de gemeenteraad in positie te brengen met het tijdig indienen van zienswijzen op deze begrotingen. Met de gemeenteraad zijn wij van mening dat de meerjarenbegrotingen van partijen beleidsarm dienen te zijn. Extra middelen voor nieuw beleid moeten in beginsel opgevangen worden binnen de eigen begroting van verbonden partijen. Dit is dan ook ons uitgangspunt. De realiteit is echter wel dat dit nog niet door alle partijen is opgevolgd in hun begroting voor 2025. Als individuele gemeente kunnen wij daar niet of nauwelijks op sturen. Bestuurlijk en ambtelijk voeren we overleggen om hier samen in op te trekken. Met het hanteren van het voorzichtigheidsprincipe zijn de concept begrotingen van de verbonden partijen op dit moment dan ook meegenomen in de financiële uitgangspunten.

Na besluitvorming over de ingediende zienswijzen zullen de vastgestelde begrotingen van de verbonden partijen worden verwerkt in onze meerjarenbegroting. In de kadernota hebben we cijfermatig nog geen rekening gehouden met eventuele dekking vanuit de meicirculaire. Bovenstaand uitgangspunt leidt tot het volgende kader: Wij blijven de verbonden partijen oproepen om als uitgangspunt te hanteren dat de meerjarenbegroting van de betreffende verbonden partij beleidsarm dient te zijn. Extra middelen voor nieuw beleid dienen in beginsel te worden opgevangen binnen de eigen begroting van de verbonden partij. Bestuurlijk en ambtelijk voeren we overleggen om hier samen in op te trekken.

Tot slot actualiseren wij komend jaar onze Nota Verbonden Partijen. Hiermee kunnen wij met een actuele en integrale benadering de verbonden partijen beschouwen; met in acht name van de visie van de gemeenteraad hierop. Exploitatiebudgetten In dit overzicht zijn de autonome ontwikkelingen opgenomen vanuit de exploitatiebudgetten. Dit zijn wijzigingen in reguliere budgetten waar de gemeente geen invloed op heeft. Investeringen Naast autonome ontwikkelingen op reguliere budgetten, is ook de investeringsplanning geactualiseerd. Hierbij is opgehaald of er nieuwe vervangingsinvesteringen nodig zijn. Daarnaast is gekeken naar reeds begrote projecten, zowel qua tijdsplanning als qua indexatie. In bijlage 3 is de geactualiseerde investeringsplanning inclusief alle wijzigingen opgenomen. In bijlage 4 zijn uitsluitend de nieuwe (vervangings-)investeringen incl. toelichting weergegeven. De wijzigingen leiden tot gewijzigde kapitaallasten. Deze hebben een structureel effect op het begrotingssaldo, en zijn doorgerekend in deze kadernota. De kapitaallasten worden bij de begroting definitief berekend, eventuele herrekeningen worden verwerkt in de meerjarenbegroting. Resultaatbestemmingen Bij de jaarrekening 2023 zijn een aantal resultaatbestemmingen voorgesteld. Deze zijn over het algemeen incidenteel van aard.

De gevraagde ‘vergunningsverlener bijzondere wetten’ is echter een formatievraag en leidt tot een structureel effect op de begroting. Derhalve wordt voorgesteld deze reeds in de kadernota 2025 te verwerken. Hiermee lopen we vooruit op de integrale afweging bij de begroting.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

15

1.3. Structureel en incidenteel financieel perspectief In deze paragraaf actualiseren we de structurele en incidentele financiële positie op basis van de autonome ontwikkelingen die opgenomen zijn in deze kadernota. Structurele financiële positie 2025-2028 Het financiële vertrekpunt is het meerjarig begrotingssaldo na besluitvorming in de raad van april 2024. Hierin zijn de 1e tussenrapportage 2024 en andere raadsvoorstellen zoals de investeringsrapportage met effect op het saldo tot en met de raadsvergadering van april 2024 verwerkt. Daarnaast presenteren we de structurele effecten vanuit de investeringsrapportage 2023 (a). De jaarlijkse correcties en jaarschijfcontrole staan vermeld onder (b). Ook zijn de autonome ontwikkelingen zoals zichtbaar in tabel 1 opgenomen (c). Separaat ligt gelijktijdig met de kadernota een raadsvoorstel aangaande de Reconstructie Singelring Fase 3 voor aan uw raad. Voor de volledigheid is het financieel effect van dat voorstel ook opgenomen in de tabel (d). Aanvullende effecten vanuit de meicirculaire zijn nog niet verwerkt in deze kadernota en zijn derhalve opgenomen als p.m. post (e). Bovengenoemde mutaties leiden tot onderstaand bijgesteld begrotingssaldo. Tabel 2: Geactualiseerde structurele financiële positie Bedragen x € 1.000,-

2025

2026

2027

2028

Meerjarig begrotingssaldo na verwachte besluitvorming raad april 2024 (vertrekpunt kadernota 2025)

5.711

-323

1.720

622

a) Wijziging kapitaallasten n.a.v. investeringsrapportage (besluitvorming april 2024)*

284

94

121

121

b) Jaarschijfcontrole incl. correctie decembercirculaire

0

68

432

1.130

-2.405

-2.108

-2.049

-2.375

d) Zaaknummer 35338-2024 - definitief plan Reconstructie Singelring Fase 3

0

-11

-11

-11

e) Ontwikkelingen meicirculaire 2024

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Meerjarig begrotingssaldo na verwerking autonome ontwikkelingen 2025

3.590

-2.280

213

-513

(Verwachte) besluitvorming:

c) Autonome ontwikkelingen cfm. tabel 1

* Het meerjarig financieel effect uit de investeringsrapportage wordt verwerkt in de kadernota 2025. De verwerking van de financiële effecten uit de meicirculaire 2024 zullen nog leiden tot een gewijzigd beeld. Op basis van het huidige beeld is er voldoende ruimte om de autonome ontwikkelingen structureel te kunnen dekken. Het jaar 2026 en 2028 laten een tekort zien. Gezien de stand van de algemene reserve leidt het incidenteel tekort in deze jaarschijven niet tot een onbeheersbaar risico. Toepassen realismefactor De beleidswensen die zijn opgenomen in de begroting 2023 zijn bij de tussenrapportages en de jaarrekening geanalyseerd. Uit deze analyse blijkt dat ca. 75% van deze ambities zijn gerealiseerd. Voor het jaar 2024 is deze analyse nog niet uitgevoerd, maar de verwachting is dat deze in een zelfde lijn liggen. Gezien deze cijfers zou het legitiem zijn om de beleidswensen 2023 en 2024 in financiële zin bij te stellen. Om hier prudent mee om te gaan wordt niet 25%, maar 15% van deze beleidswensen opgenomen als realismefactor. Hierbij worden formatie, kapitaallasten, baten en taakstellingen uitgesloten.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

16

Indien deze aanpassing wordt doorgevoerd, ziet dat er in financiële zin als volgt uit. Tabel 3: Structurele financiële positie inclusief realismefactor Bedragen x € 1.000,-

2025

2026

2027

2028

Meerjarig begrotingssaldo na verwerking autonome ontwikkelingen 2025

3.590

-2.280

213

-513

Ambities 2023 - realismefactor 15%

226

226

226

226

Ambities 2024 - realismefactor 15%

661

456

330

330

Saldo na toepassen realismefactor

4.477

-1.598

769

43

Incidentele financiële positie Naast de structurele financiële positie, wordt ook de incidentele financiële positie geactualiseerd. Binnen de algemene reserve wordt rekening gehouden met een gewenst minimumniveau. Daarnaast is de claim vanuit het sociaal domein in beeld gebracht. Bij de jaarstukken 2023 heeft er een actualisatie plaatsgevonden van de risico’s en de daarop gebaseerde benodigde weerstandscapaciteit. Hieruit blijkt een bijstelling van de minimumpositie naar € 8,6 miljoen. De totstandkoming van dit bedrag wordt nader toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de jaarstukken 2023. In onderstaande tabel ziet u een uiteenzetting:

K A D E R N OTA 2 0 2 5

17

Tabel 4: Incidentele financiële positie Omschrijving (bedragen x € 1.000)

2024

Stand algemene reserve na besluitvorming jaarstukken 2022

57.722

Kiezen voor Kansen

-3.400

Beheerplannen incidentele dekking

-1.437

2025

2026

-3.440

-2.925

2027

2028

-47

Overheveling tussenrapportage 2021 Erfgoedvisie

-350

Bestemmingsreserve centrumkwartier

-10.000

Bestemmingsreserve bekostiging opvang ontheemden

-3.000

Stand na besluitvorming 1e tussenrapportage 2024

39.535

36.048

33.123

33.123

33.123

(Verwachte) besluitvorming: Bestemmingsreserve continuïteitsplan Mutsaersstichting

-1.182

Jaarrekeningresultaat 2023

26.374

Budgetoverhevelingen jaarrekening 2023

-2.650

Resultaatbestemmingen jaarrekening 2023*

-15.714

Bestemmingsreserve Regio Deal

-2.504

Prognose stand algemene reserve

43.859

40.372

37.447

37.447

37.447

Benodigde weerstandscapaciteit

-8.613

-8.613

-8.613

-8.613

-8.613

waaronder claim sociaal domein:

-5.460

-5.460

-5.460

-5.460

-5.460

Prognose algemene reserve t.o.v. minimumniveau

35.246

31.759

28.834

28.834

28.834

* Voor een bedrag van € 9,3 miljoen vallen, op advies van de accountant, de voorzieningen groot onderhoud en gebruikersonderhoud sportaccommodaties vrij en wordt voorgesteld hiervoor bestemmingsreserves te vormen.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

18

K A D E R N OTA 2 0 2 5

19

2. Projectopdrachten

K A D E R N OTA 2 0 2 5

20

K A D E R N OTA 2 0 2 5

21

Projectopdrachten In deze kadernota zijn een tweetal projectopdrachten verder uitgewerkt. Deze projectopdrachten vloeien voort uit het coalitieakkoord 2022-2026. Het gaat om de volgende projectopdrachten: 1. Actualisatie afschrijvingen 2. Vervolg onderzoek belastingheffingen

2.1. Actualisatie afschrijvingen In het coalitieakkoord zijn de ambities voor de periode 2022-2026 omschreven. Daarbij hoort ook een gezond financieel beleid om deze ambities waar te maken. Hierbij is het wenselijk om inzicht te krijgen in realistische afschrijvingstermijnen. Om dit inzicht te verkrijgen is middels een opdracht aan Antea Group BV (hierna: Antea) gestart met de nadere uitwerking. In fase 1 heeft Antea de financiële, technische en werkelijke afschrijving van kapitaalgoederen in beeld gebracht. Daarbij is ook aandacht voor impact van innovatie. Hierbij wordt het beeld geschetst dat de gemeente Roermond afschrijvingstermijnen hanteert die behoudend te noemen zijn. Om te komen tot een aangepaste afschrijvingstabel in de nota Investeringen gemeente Roermond 2023 wordt het vervolg richting de begroting 2025 uitgewerkt door Antea. Een zogenoemde schattingswijziging zal in samenspraak met de beheerders en financiën plaatsvinden. Bij de begroting 2025 worden de mogelijke wijzigingen in afschrijvingstermijnen inclusief financiële impact ter besluitvorming voorgelegd aan uw raad. Daaropvolgend zal ook de huidige nota Investeringen gemeente Roermond 2023 hierop worden aangepast.

2.2. Vervolg onderzoek belastingheffingen Bij de kadernota 2024 is er vanuit de gemeenteraad een raadswerkgroep samengesteld, welke – middels een opdracht aan ANG – de mogelijkheden en consequenties heeft onderzocht voor de varianten in de heffingssystematiek voor onroerende zaak belasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Doelstelling van deze opdracht was om inzicht te krijgen in de verschillende varianten, grondslagen en financiële consequenties en tevens om uw raad in positie te houden hier keuzes in te maken. Bij de bespreking van de belastingverordeningen 2024 (raadsvergadering 9 november 2023) heeft uw raad het volgende besloten: De raad van de gemeente Roermond besluit: a) Uit de voorgestelde scenario’s van de heffingssystematiek voor de onroerende zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing vanaf 2025 de richting te kiezen voor de heffingssystematiek voor de onroerende zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing. b) De financiële gevolgen van de gekozen richting van de heffingssystematiek voor de onroerende zaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing te verwerken in de kadernota 2025.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

22

Onroerende zaakbelasting: Geen daling in het heffingspercentage voor de woningen. Wel een stijging van het heffingspercentage voor de niet-woningen naar het landelijk of provinciaal gemiddelde. Afvalstoffenheffing: Heffing op basis van grootte huishouding, 1, 2 of meerpersoons. Rioolheffing: Een gecombineerde heffing eigenaren en gebruikers met een nultarief tot 400 m3 voor gebruik.

Doorrekeningen o.b.v. begroting 2024 In deze paragraaf ziet u de doorrekeningen van bovengenoemd besluit op basis van de cijfers in de begroting 2024. Wijzigingen in de heffingssystematiek moeten vóór 1 september 2024 gemeld worden bij de BsGW om de wijziging per 1 januari 2025 in te kunnen laten gaan. Derhalve is de uitwerking voorzien bij de kadernota 2025. Belastingplichtigen worden over de gewijzigde systematiek geïnformeerd. De doorrekening van de definitieve tarieven 2025 op basis van de gewijzigde systematiek vindt plaats in de begroting 2025 via de paragraaf lokale heffingen. Het uitgangspunt is dat er op basis hiervan geen bijstelling van de (meerjaren)begroting plaatsvindt. Onroerendezaakbelasting (OZB): Huidige situatie: Als heffingsgrondslag voor zowel eigenaren als gebruikers, geldt een percentage van de WOZwaarde. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. In onderstaande tabel worden aanvullend de landelijke en provinciaal gemiddelden opgenomen. Dit zijn dynamische percentages.

OZB 2024

Percentage Eigenaar woning

Percentage Eigenaar Niet-woning

Percentage Gebruiker Niet-woning

Totaal percentage niet- woning

Roermond

0,1194%

0,2382%

0,1901%

0,4407%

Gemiddeld percentage landelijk

0,1012%

0,3014%

0,2170%

0,5184%

Gemiddeld percentage provincie Limburg

0,1248%

0,3225%

0,2598%

0,5823%

Bij vaststelling van de begroting 2023 is besloten om voor de OZB de meerjarenbegroting jaarlijks te verhogen met de geldende index* en 2,5% (vanaf 2024). Dit besluit is de basis voor de uitwerkingen in de scenario’s. Ook indien de heffingssystematiek niet wijzigt, heeft de stijging van de begroting een financieel effect op de heffingen voor de woningen en niet-woningen voor eigenaar en gebruiker. * De indexatie wordt jaarlijks gebaseerd op IMOC. Voor de berekeningen is langjarig uitgegaan van 2%.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

23

Vervolg besluitvorming: Na het besluit van uw raad op 9 november 2023 zijn we gestart met het onderzoek en de uitwerking van dit besluit. Dit heeft ons het beeld opgeleverd dat de heffingspercentages van woningen niet gelijk zouden moeten blijven, maar jaarlijks verhoogd moeten worden met de geldende index. Dit zorgt ervoor dat de tarieven van niet-woningen minder snel stijgen. Hiermee groeien de heffingspercentages van niet-woningen in de komende jaren toe richting het (landelijk en provinciaal) gemiddelde. Elk jaar opnieuw bezien we hoe onze heffingspercentages zich verhouden tot deze gemiddelde. Voorbeeldsituatie: De gemiddelde woning in Roermond heeft een waarde van € 291.546, de gemiddelde niet-woning € 616.824. Onderstaand schetsen we de financiële gevolgen van uw besluit oor een woning met een waarde van € 300.000 en een niet-woning met een waarde van € 600.000.

Woning € 300.000

Niet woning €600.000

Niet woning € 600.000

Eigenaren

Eigenaren

Gebruikers

Huidig

€ 358,20

€ 1.429,20

€ 1.215,00

2025

€ 365,40

€ 1.451,40

€ 1.169,40

2026

€ 372,60

€ 1.570,20

€ 1.264,80

2027

€ 380,10

€ 1.687,80

€ 1.359,60

2028

€ 387,60

€ 1.813,80

€ 1.461,00

Afvalstoffenheffing: Huidige situatie: Op dit moment is er geen differentiatie in tarieven. Iedere gebruiker betaalt een vast tarief voor het in bruikleen hebben van een afvalcontainer, -emmers of een verzamelcontainer. Wanneer iemand een extra container of emmer wil gebruiken betaalt men hier een opslag voor. Vast tarief (2024)

€ 298,40

Vervolg besluitvorming: Op basis van het besluit is een berekening gemaakt van het financieel effect op de heffing. Het uitgangspunt hierbij is dat de heffing voor een tweepersoonshuishouden gelijk blijft, waarna de heffing voor één of meerpersoonshuishoudens wordt bijgesteld. Afval is een gesloten systeem, waardoor er niet meer baten gegenereerd mogen worden dan de begrote lasten. Voorbeeldsituatie: Aantal gebruikers Roermond

Heffing 2024

Huidige heffing 2024

Verschil

Eénpersoonshuishouden

10.965

€ 275,00

€ 298,40

-€ 23,40

Tweepersoonshuishouden

9.461

€ 298,40

€ 298,40

€0

Meerpersoonshuishouden

7.864

€ 332,36

€ 298,40

€ 33,96

Totaal

28.290

K A D E R N OTA 2 0 2 5

24

Rioolheffing: Huidige situatie: Op dit moment is er geen differentiatie in tarieven en hanteren we uitsluitend een eigenaren heffing. Als heffingsgrondslag geldt momenteel een vast bedrag per perceel. Uitgezonderd percelen met een WOZ-waarde die lager is dan € 40.000, hiervoor geldt een lager tarief. Rioolheffing 2024

Per perceel

Per perceel / WOZ-waarde < €40.000

Huidige situatie

€196,80

€98,40

Vervolg besluitvorming: Na het besluit van uw raad op 9 november 2023 zijn we gestart met het onderzoek en de uitwerking van dit besluit. Hierbij is geconstateerd dat het vanuit juridisch oogpunt niet mogelijk is een nultarief te hanteren voor een verbruik tot 400 m3. De reden hiervoor is dat een grote groep gebruikers vrijgesteld wordt, waardoor een relatief kleinere groep belastingplichtigen de gehele gebruikersheffing draagt. In het geval van Roermond zou een vrijstelling tot 400 m3 betekenen dat slechts 2% van de gebruikers de volledige gebruikersheffing betalen, terwijl de vrijgestelde groep 60% van het water verbruikt. Voorgesteld wordt dan ook om voor de eigenarenheffing in combinatie met een verbruik tot € 400 m3 een vergelijkbaar tarief te hanteren ten opzichte van het huidige tarief van € 196,80. Voor riolering geldt – net als bij afval - ook het kostendekkendheidbeginsel. Dit betekent dat de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Gezien het traject rondom het opstellen van het Water- en RioleringsProgramma, is de ontwikkeling van de heffing afhankelijk van dit plan. Deze berekening is dus het beeld op basis van het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en de cijfers in de begroting 2024. Voorbeeldsituatie: Eigenarenheffing 2024

Aantal gebruikers

Perceel > € 40.000

€ 172,50

30.921

Perceel < € 40.000

€ 86,25

661

Gebruikersheffing 2024

Aantal gebruikers

1 - 400

€ 22,50

27.017

401 - 800

€ 54,50

297

801 - 2.000

€ 118,50

161

2.001 - 5.000

€ 286,50

59

5.001-10.000

€ 606,50

16

10.001 - 20.000

€ 1.206,50

7

20.001 - 30.000

€ 2.006,50

2

>30.000

€ 3.206,50

9

Perceel (WOZ-waarde)

Gebruik (m3)

K A D E R N OTA 2 0 2 5

25

Integrale lastendruk Een wijziging van de grondslag voor de belastingsoorten, heeft impact op de integrale lastendruk voor de gebruikers. In bijlage 6 bij de kadernota treft u een aantal voorbeelden van het effect van bovengenoemde wijzigingen op de integrale lastendruk. Voor de volledigheid wordt nogmaals vermeld, dat alle berekeningen gebaseerd zijn op de begroting 2024. De definitieve heffingen worden ten tijde van de begroting 2025 herrekend. Op basis van uw raadsbesluit zijn 7 voorbeeldsituaties opgenomen waarin de impact zichtbaar wordt die de wijziging in de heffingsgrondslagen heeft op de lastendruk. In deze voorbeeldsituaties is uitgegaan van de volgende situaties: • Voorbeeld 1: Een éénpersoonshuishouden, met een woning van € 175.000, verbruik < 400 m3. • Voorbeeld 2: Een tweepersoonshuishouden, met een woning van € 300.000, verbruik < 400 m3. • Voorbeeld 3: Een meerpersoonshuishouden, met een woning van € 475.000, verbruik < 400 m3. • Voorbeeld 4: Een meerpersoonshuishouden, met een woning van € 650.000, verbruik < 400 m3. • Voorbeeld 5: Niet-woning met een waarde van € 600.000 (eigenaar en/of gebruiker), verbruik 401-800 m3. • Voorbeeld 6: Niet-woning met een waarde van € 1.250.000 (eigenaar en/of gebruiker), verbruik 801-2.000 m3. • Voorbeeld 7: Niet-woning met een waarde van € 2.000.000 (eigenaar en/of gebruiker), verbruik > 30.000 m3.

K A D E R N OTA 2 0 2 5

26

Stadhuis, Markt 31 | Postbus 900 | 6040 AX Roermond

| www.roermond.nl |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=96d9d85e-38e3-4077-8cc4-182ee7323715