Bijlage 1 - Afwegingskader duurzame initiatieven Roermond
Tekst van het document
Aanvullend
(niet-ruimtelijk)
afwegingskader duurzame energie initiatieven in de gemeente Roermond
Inhoudsopgave
Pagina
0 Samenvatting
3
1
4
Inleiding
2 Waarom dit kader?
4
3 Voor wie doen we dit, de doelgroepen?
5
4 Participanten bij de ontwikkeling van dit kader
6
5 Initiatieven
6
6 Definities
6
7 Afwegingen
7
8 Beoordeling initiatieven
10
Disclaimer
12
Samenvatting Aanvullend (niet-ruimtelijk) afwegingskader duurzame energie initiatieven in de gemeente Roermond
Aanvullende afwegingen initiatieven zonne-energie en windenergie
Initiatieven moeten voldoen aan de kwalitatieve eisen bij de uitvoering (ontwerpprincipes).
De opgave voor het opwekken van duurzame energie volgt uit het Klimaatakkoord en de gemeentelijke doelstellingen.
Energieopwekking via grondgebonden zonne-energie en windenergie zijn daarbij nodig. Het landschap is leidend voor de bepaling van de potentielocaties. Dit is in de door de raad op 4 juni 2020 vastgestelde Studie energiepotentieel gemeente Roermond (waar kan wat) vastgelegd.
Uitgangspunt is clustering (concentratie) van initiatieven van zonnevelden en windparken met aandacht voor meekoppelkansen en de biodiversiteit moet daarbij ondersteund worden.
Er is specifieke aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief voor de omgeving en de inwoners van Roermond. Medezeggenschap en lokaal eigendom (Profijtplan) zijn daarin hoekstenen van het initiatief.
Wij zetten in op 100% lokaal eigendom en volgen hierbij de principes van coöperatief ondernemen van REScoopNL.
De initiatieven/plannen zijn aantoonbaar uitvoerbaar (juridisch, technisch, financieel en maatschappelijk).
3
Proces initiatief
Informatieronde en vooroverleg.
Eerste toets en weging initiatief aan vastgestelde raadskaders (SEP e.v.).
Indienen principeverzoek.
Toets principeverzoek aan kaders SEP e.v. inclusief uitgangspunten en eisen andere overheden, netbeheerders etc.
Initiatiefnemer en gemeente sluiten een anterieure overeenkomst.
Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan. Gemeente neemt de aanvraag in behandeling en beoordeelt deze.
Roermond werkt nu aan duurzame oplossingen om in 2050 klimaatneutraal te zijn.
1. Inleiding
Studie energiepotentieel gemeente Roermond (SEP) en het Ruimtelijk integraal afwegingskader voor duurzame
In het Klimaatakkoord zijn, op basis van het mondiale
initiatieven in de gemeente Roermond (toentertijd
Akkoord van Parijs, de nationale CO2-reductiedoel-
bijlage 1 bij het SEP) vastgesteld. Daarmee liggen de
stellingen vastgelegd (in 2030 een CO2-reductie van
ruimtelijke technische en wettelijke potenties inclusief
49% en in 2050 reductie van 95% ten opzichte van
de prioritering daarin, de “ruimtelijke afwegings
referentiejaar 1990). Dit betekent in ieder geval nzetten
component”, vast.
op optimalisatie van de energiebesparing, efficiëntere benutting van energiebronnen, uitfasering van het
Het “niet-ruimtelijke kader” moest , als hiervoor aange-
gebruik van fossiele energie en vervanging daarvan
geven, verder uitgewerkt worden. Dit document bevat
door duurzame opwekking via onder andere benutting
deze nadere uitwerking. Bij deze uitwerking zijn diverse
van zonne- en windenergie.
externe en interne participanten betrokken.
De op 30 maart 2017 door de raad vastgestelde Duurzaamheidsvisie Roermond, haakt aan op de
2. Waarom dit kader?
hiervoor geschetste 2050-doelstelling en heeft daarnaast tot doel om als gemeentelijke organisatie al in 2030 klimaatneutraal te zijn.
Om onze doelstellingen te halen is de opwekking van
Op 20 mei 2020 is in de commissie de conceptnotitie
duurzame energie, onder andere via de benutting van
“Niet-ruimtelijke afwegingen in relatie tot duurzame
de potenties van zonne- en windenergie, noodzakelijk.
energie initiatieven in de gemeente Roermond”
Deze duurzame energie-opwekpotenties zijn in de om-
besproken. Deze laatste notitie moest nog verder
geving voor de mens het meest zichtbaar en hebben
doorontwikkeld worden om vervolgens ter vaststelling
de meeste (landschappelijke) impact. Daarom is het
aan de raad aan te kunnen bieden.
noodzakelijk om, naast ruimtelijke afwegingen (waar
Tenslotte zijn door de gemeenteraad op 4 juni 2020 de
kan en past eventueel wat), ook aanvullende niet- 4
ruimtelijke randvoorwaarden vast te stellen om deze
de niet planologisch ruimtelijke aspecten met name in
impact bijvoorbeeld te “verzachten” (denk bijvoorbeeld
relatie tot de benutting van zonne- en windenergie. In
aan kwalitatieve inpassing) en daarvoor voldoende
het RES-proces reeds bestuurlijk vastgestelde uitgang-
draagvlak en acceptatie te creëren (denk aan burger-
spunten in dat kader zijn mede verweven in dit Roer-
participatie). Dit kader legt dus de focus op de meer
mondse kader.
sociale, ecologische en kwalitatieve afwegingen met betrekking tot de opwekking van duurzame energie via bines/windparken).
3. Voor wie doen we dit, de doelgroepen?
Dit doen we overigens niet alleen, dit gebeurt in
De participanten en gebruikers in en van onze
heel Nederland, zoals via de samenwerkingsproces-
omgeving
sen van de Regionale Energiestrategie (RES) en het
Dus onze bewoners, onze ondernemers en de gebruikers
Midden-Limburgse SML-proces. In de RES Noord- en
van het landelijk buitengebied. Zij moeten de energie
Midden Limburg werken 15 gemeenten, netbeheerder
0transitie dragen, ondersteunen, (indirect) betalen én
Enexis, het Waterschap en de provincie Limburg samen
uiteindelijk realiseren. Dit betekent dat zij in de transitie
met een grote groep regionale stakeholders aan een
niet alleen een stem hebben en mee moeten kunnen
strategie om de noodzakelijke energietransitie richt-
doen, maar dat ze van deze transitie ook profijt moeten
ing 2030 en vervolgens 2050 te kunnen realiseren. In
hebben.
zon op land (zonnevelden/-parken) en wind (windtur-
het SML-proces wordt onder andere gewerkt aan een landschappelijk kwalitatief kader.
De initiatiefnemer van plannen
Ook in deze processen wordt aandacht besteed aan
Bij voorkeur zijn dit niet commerciële partijen zoals
Alleen door samenwerking kunnen we de energietransitie realiseren.
5
5. Initiatieven
energiecoöperaties, burgerinitiatieven e.d., waarbij het winstoogmerk geen rol speelt. Deze partijen hebben voornamelijk een sociaal belang in relatie tot de
Indien er in hetzelfde potentiegebied meerdere
energietransitie, waarbij de revenuen van een initiatief
initiatiefnemers of initiatieven zijn dan moeten deze
ten goede komen aan de inwoners van de gemeente
één gezamenlijk plan indienen dat voldoet aan de vast-
Roermond en of weer geïnvesteerd worden in nieuwe
gestelde beleidskaders. In een potentiegebied kan één
duurzame initiatieven. Het moet voor deze partijen
samenhangend project (gefaseerd) worden ontwikkeld
duidelijk zijn waaraan hun initiatieven moeten voldoen.
(windenergie en of zonne-energie).
Enerzijds is dat vastgelegd in het eerder genoemde door
De gemeente b epaald ten alle tijden of, en zo ja, welk
de raad op 4 juni 2020 vastgestelde ruimtelijke kader.
initiatief geselecteerd wordt op basis van de vastgestelde
Anderzijds wordt dit in dit document verwoord.
criteria.
De gemeente en gemeentelijke organisatie
6. Definities
De gemeenteraad stelt, samen met het college van burgemeester en wethouders, de kaders op die voor de participanten, gebruikers, de initiatiefnemers en
Zonneveld/zonnepark:
de gemeente van belang zijn. Deze kaders hebben tot
• opstelling van zonnepanelen die grond- of waterge-
doel om de diverse maatschappelijke belangen tegen
bonden zijn;
elkaar af te wegen en om zodoende mede een bijdrage
• ruimtelijk samenhangen (bebouwde en onbebouwde
te leveren aan de realisatie van de doelstellingen, in dit
gronden die noodzakelijk zijn voor de realisatie van
geval in relatie tot de energietransitie.
een zonnepark worden beschouwd als één samenhangend ruimtelijk complex); • niet voor het directe eigen verbruik van een
4. Participanten bij ontwikkeling van dit kader
huishouden of kleinbedrijf dienen (kleinverbruikers aansluiting tot 3 x 80A); • volgens het vigerende bestemmingsplan niet zijn
Externe participanten:
toegestaan.
• EOS Energie Coöperatie U.A. • RoerOmEnergie U.A.
Windturbines/windparken:
• REScoop Limburg.
• een ruimtelijk samenhangend project met één of
• Natuur en Milieufederatie Limburg
meer windturbines (bebouwde en onbebouwde
• Duurzaam Roermond
gronden die noodzakelijk zijn voor de realisatie van
• Roermond Natuur en Milieu Overleg (RNMO)
een windpark worden beschouwd als één samenhangend ruimtelijk complex);
Betrokken interne participanten:
• de maximale hoogte (mast-/tiphoogte) is meer dan
De gemeenteraad, de commissie Ruimte, het college
20 meter gemeten vanaf het maaiveld.
van B&W en de ambtelijke organisatie. De ingebrachte reacties van bovenstaande participanten zijn bij het opstellen van dit kader in de afweging meegenomen.
6
7. Afwegingen a.
Toepassing Trias Energetica
In Roermond wordt de Trias Energetica toepassing gezien als in de figuur rechts is opgenomen. Daarbij is de eenvoudigste (oudere) vorm van de breid met een extra stap (stap 2) omdat benutting
3. he Gebr rni u eu ik e wb ne are rgie bro uit nn en
van restwarmte, daar waar mogelijk, thuishoort in de energie-transitieaanpak. De bronnen van industriële
en nn bro k ige elij ind og ik e ef m bru cti Ge ffe 4. zo e
Trias Energetica voor de Roermondse situatie uitge-
2. Gebruik energie uit reststromen
restwarmte zijn vaak nog (deels) fossiel van aard waardoor de benutting daarvan nu nog vooral onderdeel uitmaakt van de aanpak om fossiele energiebronnen efficiënter te gebruiken. Echter het streven is om deze bronnen steeds verder te verduurzamen én daarbij de
1. Beperk het energieverbruik
restwarmte te blijven benutten. Deze laatste transitieaanpak wordt in dit kader niet verder behandeld. Hier ligt de focus op de aspecten zon- en windenergie.
houdt de initiatiefnemer ook rekening met de eisen als
b. Kwalitatieve eisen aan zonnevelden/ zonneparken en windturbines/windparken
opgenomen in de Structuurvisie kwaliteitsbijdrage; de
Door de vaststelling van de Studie energiepotentieel
initiatiefnemer neemt het voorstel op in een zogenaamd
gemeente Roermond zijn de ruimtelijke potenties van
inpassingsplan;
initiatieven voor zon-op-land, zon-op-water en wind-
• in het inpassingsplan onderbouwt de initiatiefnemer in
turbines bekend in de zin van waar kan eventueel wat,
ieder geval hoe het initiatief aansluit bij het karakter van
inclusief een prioritering in de volgorde van ontwik-
de omgeving, de wijze van landschappelijke inpassing,
keling. Beide vormen van energieopwekking hebben
de inpassing in de bredere omgeving en hoe het initia-
(c.q. kunnen hebben) ook invloed op de (ecologische)
tief rekening houdt met c.q. voldoet aan onderstaande
processen in de natuurlijke omgeving. Daarom is het
eisen; • het behoud van landschappelijke en ecologische
noodzakelijk om daaraan de volgende voorwaarden te verbinden:
kwaliteiten is een minimumvereiste aan het initiatief;
• de initiatiefnemer toont de landschappelijk (kwalita-
versterking/verbetering daarvan zijn wenselijk; daartoe
tieve) gevolgen van het initiatief aan en levert in dat
moeten deze kwaliteiten vooraf door initiatief nemer
kader een voorstel voor landschappelijke inpassings-
worden onderzocht; daarbij toetst de initiatiefnemer de
en verbetermaatregelen (compensatie) in, hierbij
ontwikkeling aan de eisen uit de Wet natuurbescherming; 7
d. Initiatieven zijn coöperatief –
• de eventuele (natuur)compenserende dan wel miti-
lokaal eigenaarschap
gerende maatregelen in het gebied waar het initiatief gepland is en daarbuiten worden onderzocht en er
Gestreefd wordt naar het 100% burger-coöperatief zijn
wordt benoemd hoe de maatregelen te implementeren;
van initiatieven. Initiatieven zijn in ieder geval mini-
• een cultuurhistorische adviesrapportage wordt over-
maal 50% burger-coöperatief van aard. Dit betekent dat
legd indien de gemeente daarom verzoekt (in beeld
minimaal 50% van het eigenaarschap van het initiatief
brengen van cultuurhistorische en landschappelijke
economisch en juridisch in bezit is van de omgeving van
kwaliteiten);
het initiatief (lokaal eigendom). De omgeving partici-
• de hoogte van de paneelopstelling en de eventuele
peert op deze wijze financieel in het initiatief.
afscheiding rondom het initiatief zijn passend binnen
Opgemerkt wordt dat, indien de gemeente zelf initia-
het landschap en tasten de landschappelijke kwali-
tiefnemer is, dit dan wordt dit gelijkgesteld met 100%
teit niet aan; natuurlijke groene, ecologisch diverse
coöperatief en 100% lokaal eigenaarschap.
afscheidingen hebben de voorkeur;
Hierbij wordt aangesloten bij de zeven principes voor
• de opstelling van panelen en turbines volgen de land-
coöperatief ondernemen zoals ontwikkeld door RE-
schappelijke lijnen;
ScoopNL in haar “charter” waarin de waarden van de
• de biodiversiteit mag niet worden aangetast, bij
coöperatie zijn vastgelegd. Het charter is gebaseerd op
voorkeur wordt deze versterkt; in het inpassingsplan
de zeven principes van de International Coöperative Al-
neemt de initiatiefnemer hiertoe een voorstel op;
liance (ICA).
• eventueel benodigde gebouwen en installaties (denk
1. Open en vrijwillig lidmaatschap
bijvoorbeeld aan trafohuisjes) zijn ingepast binnen
2. Democratische controle door de leden
het landschap en tasten de landschappelijke kwaliteit
3. Economische participatie van de leden
niet aan;
4. Autonomie en onafhankelijkheid
• na beëindiging van de activiteit worden de gronden
5. Onderwijs, vorming en informatieverstrekking
in dezelfde dan wel verbeterde milieu hygiënische en
6. Samenwerking tussen coöperaties
ecologische kwaliteit, zoals ze voor aanvang van de
7. Engagement voor de gemeenschap
activiteit waren, opgeleverd; de initiatiefnemer toont aan hoe aan deze eis voldaan wordt. c.
Minimaal 50% van het initiatief is economisch en juridisch in bezit van de omgeving van het initiatief: lokaal eigendom.
Meekoppelkansen
• initiatiefnemer onderzoekt en rapporteert over de mogelijkheden van combinatie van (energetische) functies; • initiatiefnemer onderzoekt en rapporteert over meekoppelkansen in de brede zin van het onderwerp en waar mogelijk zijn deze onderdeel bij/van de uitvoering van het initiatief.
8
e.
Aantonen haalbaarheid en uitvoerbaarheid
rante wijze een dialoog met de omgeving over (de
initiatief
voorbereiding van) het initiatief c.q. het plan met
Formele haalbaarheid
omwonenden en direct betrokkenen; de initiatief
De initiatiefnemer toont aan dat het initiatief formeel
nemer overlegd daartoe vooraf een communicatie-
haalbaar is en voldoet aan alle in formele regelgeving
plan aan de gemeente; de initiatiefnemer geeft daar-
vastgelegde eisen.
bij duidelijk weer op welke wijze de omgeving bij de voorbereiding van het initiatief is betrokken en welke
Financiële haalbaarheid
stappen uit onderstaande participatieladder daarbij
De initiatiefnemer toont aan:
zijn genomen; het is van belang dat de omgeving in
• dat een initiatief financieel haalbaar is zonder dat
het kader van de procesparticipatie als gelijkwaardig
daarbij (gemeentelijke) overheidssteun noodzakelijk
partner is geconsulteerd (wordt betrokken bij) over
is; uitzondering op deze steun vormen bestaande en
locatie, ontwerp en inrichting van de omgeving en
toekomstige financiële en of fiscale regelingen waar-
het initiatief; het draagvlak in de omgeving wordt
van de initiatiefnemer formeel gezien gebruik kan en
betrokken bij de afwegingen omtrent het initiatief,
mag maken (subsidies, leningen e.d.).
de finale afweging is aan de gemeente.
Technische haalbaarheid
De financiële participatie moet volgen uit het Profijt-
De initiatiefnemer toont aan:
plan.
• dat het initiatief technisch uitvoerbaar is mede in relatie tot de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk
Uit het communicatieplan moet in ieder geval ook
en de grondpositie.
duidelijk blijken: • wie bij de dialoog wordt betrokken;
Maatschappelijke haalbaarheid
• welke informatie op welke wijze wordt gedeeld
De initiatiefnemer toont aan:
(individueel en gezamenlijke bijeenkomsten);
• dat de proces- en financiële participatie van de (bur-
• hoe en door wie de dialoogpartners worden uitge
ger in de) omgeving vanaf het beginstadium meege-
nodigd;
nomen wordt door de initiatiefnemer;
• wat het initiatief inhoudelijk behelst;
• dat de initiatiefnemer de omgeving als gelijkwaardig
• wat er in de bestaande situatie verandert en hoe de
partner bij de ontwikkeling van het initiatief betrekt
omgeving daardoor wordt beïnvloed;
(medezeggenschap);
• welke invloed de omgeving kan hebben op het voor
• dat het initiatief maatschappelijk uitvoerbaar is
genomen initiatief (wanneer, in welke mate en op
(procesparticipatie); daartoe voert de initiatiefnemer
welke aspecten);
tijdig, proactief op eerlijke, duidelijke en transpa-
Participatieladder Samen handelen Consulteren
Ondersteunen initiatieven gemeenschap
Samen beslissen
Informeren
Laagdrempelig
Hoge betrokkenheid 9
Burgers en de omgeving betrekken in het initiatief en mee laten profiteren van de revenuen.
• hoe de initiatiefnemer met vragen, wensen, bedenkingen en meningen omgaat en hoe de gemotiveerde terugkoppeling daarvan verloopt; • hoe de participatie-inbreng is meegenomen in relatie tot het initiatief; • hoe de initiatiefnemer de belangen van de omgeving borgt.
8. Beoordeling initiatieven
De initiatiefnemer maakt van de dialoog een verslag en
Ten behoeve van de gemeentelijke beoordeling van een
overlegt dat aan de gemeente.
initiatief wordt een interne ambtelijke projectgroep geformeerd.
f. Profijtplan Participatie van de burger en de directe omgeving zijn
a. Informatieronde/vooroverleg
enerzijds noodzakelijk om het draagvlak te creëren c.q.
Voordat een initiatiefnemer een principeverzoek indient
te vergroten en anderzijds om op die wijze de burger/
bespreekt deze zijn/haar initiatief met de gemeente
omgeving mee te laten delen in de revenuen van de
Roermond. De initiatiefnemer neemt vooraf kennis van
opbrengsten van het initiatief/voornemen.
de Studie energiepotentieel gemeente Roermond en
De initiatiefnemer overlegt aan de gemeente een
de daarin opgenomen leidende principes en potenties,
profijtplan. Dit plan is tevens onderdeel van de dialoog
het Ruimtelijk (kwalitatief) kader Studie energiepoten-
met de omgeving. In dat plan maakt de initiatief
tieel gemeente Roermond én onderhavig kader. Tevens
nemer duidelijk wat hij/zij bijdraagt aan de omgeving
wordt de initiatiefnemer geadviseerd om reeds vooraf
en de maatschappij en hoe de omgeving (financieel)
contact op te nemen met partijen die relevant zijn voor
kan participeren in het initiatief. Deze participatie is
het initiatief (denk aan Enexis/TenneT, leidingbeheer-
gebaseerd op eigenaarschap inclusief zeggenschap.
ders etc.).
Voorwaarde is dat in principe iedereen die dat wil kan
In deze informatieronde/vooroverleg wordt het initia-
participeren, ongeacht zijn of haar (financiële) situatie.
tief met de gemeente besproken en in aanleg in ieder
De initiatiefnemer, indien geen energiecoöperatie
geval getoetst aan de resultaten, eisen en bevindin-
zijnde, nodigt in ieder geval een- of meerdere, bij voor-
gen uit de door de raad vastgestelde Studie energie
keur lokale energiecoöperaties dan wel de gemeente uit
potentieel gemeente Roermond en het Ruimtelijk
bij de ontwikkeling van het initiatief. Daarnaast maakt
(kwalitatief) kader Studie energiepotentieel gemeente
de initiatiefnemer in dit plan duidelijk hoe en welk deel
Roermond (raad 4 juni 2020).
van de opbrengsten van het initiatief (in KWh en euro)
De initiatiefnemer levert daartoe vooraf de volgende
terugvloeit naar de individuele burgerparticipant en
zaken aan:
de gemeenschap van de gemeente Roermond. Onder-
• korte omschrijving van het initiatief;
deel daarvan zijn, naast individuele burgerparticipatie,
• kaart van het projectgebied;
in ieder geval tevens een of meerdere van de volgende
• technische gegevens: schetsontwerp met afmetingen
fondsen: omgevingsfonds, revolverend omgevingsfonds
(hoogtes, oppervlaktes, aantallen, indicatie opgesteld
of groenfonds. De initiatiefnemer onderzoekt welk van
vermogen en opwekpotentie).
de fonds-alternatieven het best past en overlegt daarover met de gemeente.
b. Principeverzoek
Het Profijtplan heeft een geldigheidsduur van tenmin-
Indien uit de informatieronde/vooroverleg blijkt dat het
ste de bestaanstermijn van het initiatief.
initiatief kansrijk is kan de initiatiefnemer een principeverzoek indienen. Dat verzoek bevat tenminste: • kaart met projectgebied; • technische gegevens initiatief: schetsontwerp met afmetingen (hoogtes, oppervlaktes, aantallen, indicatie opgesteld vermogen en opwekpotentie); 10
• landschappelijke schets, eerste verkenning effect op de omgeving en mogelijkheden om initiatief in te passen en eventuele negatieve effecten te compenseren; • inzicht hoeveel het initiatief bijdraagt aan de doelstellingen van de gemeente en welke meekoppelkansen meegenomen worden; • beschrijving op welke wijze en in welke mate voldaan wordt aan de afwegingen uit dit kader (niet ruimtelijk afwegingskader duurzame energie initiatieven in de gemeente Roermond). d. Toetsing bij indiening meerdere principeverzoeken c. Toetsing principeverzoek
De gemeente bepaalt wanneer, welke en hoeveel initia-
De gemeente toetst het initiatief in ieder geval aan:
tieven uiteindelijk in totaliteit ontwikkeld kunnen wor-
• de resultaten, eisen en bevindingen uit de door de
den. Daarbij zijn de Studie energiepotentieel gemeente
raad vastgestelde Studie energiepotentieel gemeen-
Roermond en het Ruimtelijk (kwalitatief) kader Studie
te Roermond en het Ruimtelijk (kwalitatief) kader
energiepotentieel gemeente Roermond de leidraad wat
Studie energiepotentieel gemeente Roermond (raad
betreft de potentielocaties en prioritering daarin.
4 juni 2020); • het voldoen aan eisen uit het niet-ruimtelijk afwe-
e. Aanvraag omgevingsvergunning
gingskader duurzame energie initiatieven in de ge-
Indien een initiatief op basis van de voorgaande toet-
meente Roermond;
singen geselecteerd is dan gaan de gemeente en de
• beleidsregel zonne-energie en monumenten 2019;
initiatiefnemer, vooruitlopend op het indienen van de
• goede ruimtelijke ordening (beleid, milieueffecten,
aanvraag omgevingsvergunning, een (anterieure) over-
uitvoerbaarheid); • eisen
en
uitgangspunten
eenkomst aan. Hierin worden (wederzijdse) verplichtinandere
overheden,
gen van de initiatiefnemer en gemeente opgenomen.
netbeheerders.
De overeenkomst bevat in ieder geval de volgende zaken:
Initiatieven die het best voldoen aan de beoordeling
• afspraken over de exacte locatie, investering en plan-
hebben de voorkeur (zo onder andere: de hoogste
ning van de landschappelijke inpassings- en verbete-
graad van deelname door burger-energiecoöperaties,
ringsmaatregelen en financiële participatie;
(bij voorkeur lokale burger-coöperaties) en in dat kader
• afspraken over verwijdering van de installatie(s) na
met het hoogste economisch rendement voor lokale
afloop van de exploitatieperiode;
partijen zoals burger-energiecoöperaties).
• afspraken over de processtappen. 11
Disclaimer De in dit kader opgenomen afwegingen zijn een bevoegdheid van de gemeenteraad van de gemeente Roermond. De afwegingen zijn gespiegeld aan de uitgangspunten uit de Uitgangspuntennotitie RES, de concept RES en daar waar van toepassing afspraken binnen SML. Daarnaast zijn externe en interne participanten geconsulteerd. Hun reacties zijn meegewogen in dit document. Tevens bevat dit kader maatwerk voor de eigen gemeente. Daarbij kan het zijn dat dit maatwerk afwijkt van voornoemde spiegeling. De ontwikkelingen in relatie tot de energietransitie, zo ook de opwekking van duurzame energie, gaan snel. Er ontstaan steeds weer nieuwe of betere mogelijkheden en uitdagingen. Er is geensprake van een “eindplaatje”. Dit heeft consequenties voor dit afwegingskader, dat betekent namelijk dat dit kader flexibel en dynamisch van aard is en wellicht in de loop van de tijd aangepast zal moeten worden aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Dit geldt evenzeer voor het in ontwikkeling zijnde gemeentelijke participatiebeleid. Voor zover de toekomstige (beleids-)ontwikkelingen relevant zijn voor onderhavig kader kan dit leiden tot actualisatie daarvan. Dit kader wordt daartoe tenminste elke twee jaar geëvalueerd. December 2020