CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Afwegingskader duurzame initiatieven Roermond

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente RoermondBij agendapunt: Aanvullend (niet ruimtelijk) afwegingskader duurzame energie initiatieven in de gemeente Roermond3.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend

(niet-ruimtelijk)

afwegingskader duurzame energie initiatieven in de gemeente Roermond

Inhoudsopgave

Pagina

0 Samenvatting

3

1

4

Inleiding

2 Waarom dit kader?

4

3 Voor wie doen we dit, de doelgroepen?

5

4 Participanten bij de ontwikkeling van dit kader

6

5 Initiatieven

6

6 Definities

6

7 Afwegingen

7

8 Beoordeling initiatieven

10

Disclaimer

12

Samenvatting Aanvullend (niet-ruimtelijk) afwegingskader duurzame energie initiatieven in de gemeente Roermond

Aanvullende afwegingen initiatieven zonne-energie en windenergie

Initiatieven moeten voldoen aan de kwalitatieve eisen bij de uitvoering (ontwerpprincipes).

De opgave voor het opwekken van duurzame energie volgt uit het Klimaatakkoord en de gemeentelijke doelstellingen.

Energieopwekking via grondgebonden zonne-energie en windenergie zijn daarbij nodig. Het landschap is leidend voor de bepaling van de potentielocaties. Dit is in de door de raad op 4 juni 2020 vastgestelde Studie energiepotentieel gemeente Roermond (waar kan wat) vastgelegd.

Uitgangspunt is clustering (concentratie) van initiatieven van zonnevelden en windparken met aandacht voor meekoppelkansen en de biodiversiteit moet daarbij ondersteund worden.

Er is specifieke aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief voor de omgeving en de inwoners van Roermond. Medezeggenschap en lokaal eigendom (Profijtplan) zijn daarin hoekstenen van het initiatief.

Wij zetten in op 100% lokaal eigendom en volgen hierbij de principes van coöperatief ondernemen van REScoopNL.

De initiatieven/plannen zijn aantoonbaar uitvoerbaar (juridisch, technisch, financieel en maatschappelijk).

3

Proces initiatief

Informatieronde en vooroverleg.

Eerste toets en weging initiatief aan vastgestelde raadskaders (SEP e.v.).

Indienen principeverzoek.

Toets principeverzoek aan kaders SEP e.v. inclusief uitgangspunten en eisen andere overheden, netbeheerders etc.

Initiatiefnemer en gemeente sluiten een anterieure overeenkomst.

Initiatiefnemer vraagt omgevingsvergunning aan. Gemeente neemt de aanvraag in behandeling en beoordeelt deze.

Roermond werkt nu aan duurzame oplossingen om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

1. Inleiding

Studie energiepotentieel gemeente Roermond (SEP) en het Ruimtelijk integraal afwegingskader voor ­duurzame

In het Klimaatakkoord zijn, op basis van het mondiale

initiatieven in de gemeente Roermond (toentertijd

Akkoord van Parijs, de nationale CO2-reductiedoel-

bijlage 1 bij het SEP) vastgesteld. Daarmee liggen de

stellingen vastgelegd (in 2030 een CO2-reductie van

ruimtelijke technische en wettelijke potenties inclusief

49% en in 2050 reductie van 95% ten opzichte van

de prioritering daarin, de “ruimtelijke afwegings­

­referentiejaar 1990). Dit betekent in ieder geval ­nzetten

component”, vast.

op optimalisatie van de energiebesparing, efficiëntere benutting van energiebronnen, uitfasering van het

Het “niet-ruimtelijke kader” moest , als hiervoor aange-

­gebruik van fossiele energie en vervanging daarvan

geven, verder uitgewerkt worden. Dit document bevat

door duurzame opwekking via onder andere benutting

deze nadere uitwerking. Bij deze uitwerking zijn diverse

van zonne- en windenergie.

externe en interne participanten betrokken.

De op 30 maart 2017 door de raad vastgestelde ­Duur­zaamheidsvisie Roermond, haakt aan op de

2. Waarom dit kader?

­hiervoor geschetste 2050-doelstelling en heeft daarnaast tot doel om als gemeentelijke organisatie al in 2030 klimaatneutraal te zijn.

Om onze doelstellingen te halen is de opwekking van

Op 20 mei 2020 is in de commissie de conceptnotitie

duurzame energie, onder andere via de benutting van

“Niet-ruimtelijke afwegingen in relatie tot duurzame

de potenties van zonne- en windenergie, noodzakelijk.

energie initiatieven in de gemeente Roermond”

Deze duurzame energie-opwekpotenties zijn in de om-

­besproken. Deze laatste notitie moest nog verder

geving voor de mens het meest zichtbaar en ­hebben

doorontwikkeld worden om vervolgens ter vaststelling

de meeste (landschappelijke) impact. Daarom is het

aan de raad aan te kunnen bieden.

noodzakelijk om, naast ruimtelijke afwegingen (waar

Tenslotte zijn door de gemeenteraad op 4 juni 2020 de

kan en past eventueel wat), ook aanvullende niet-­ 4

ruimtelijke randvoorwaarden vast te stellen om deze

de niet planologisch ruimtelijke aspecten met name in

impact bijvoorbeeld te “verzachten” (denk ­bijvoorbeeld

relatie tot de benutting van zonne- en windenergie. In

aan ­kwalitatieve inpassing) en daarvoor voldoende

het RES-proces reeds bestuurlijk vastgestelde uitgang-

draagvlak en acceptatie te creëren (denk aan burger-

spunten in dat kader zijn mede verweven in dit Roer-

participatie). Dit kader legt dus de focus op de meer

mondse kader.

sociale, ­ecologische en kwalitatieve afwegingen met betrekking tot de opwekking van duurzame energie via bines/windparken).

3. Voor wie doen we dit, de doelgroepen?

Dit doen we overigens niet alleen, dit gebeurt in

De participanten en gebruikers in en van onze

heel ­Nederland, zoals via de samenwerkingsproces-

­omgeving

sen van de Regionale Energiestrategie (RES) en het

Dus onze bewoners, onze ondernemers en de gebrui­kers

­Midden-Limburgse SML-proces. In de RES Noord- en

van het landelijk buitengebied. Zij moeten de energie­

Midden Limburg werken 15 gemeenten, netbeheerder

0transitie dragen, ondersteunen, (indirect) betalen én

Enexis, het Waterschap en de provincie Limburg samen

uiteindelijk realiseren. Dit betekent dat zij in de transitie

met een grote groep regionale stakeholders aan een

niet alleen een stem hebben en mee moeten kunnen

strategie om de noodzakelijke energietransitie richt-

doen, maar dat ze van deze transitie ook profijt moeten

ing 2030 en vervolgens 2050 te kunnen realiseren. In

hebben.

zon op land (zonnevelden/-parken) en wind (windtur-

het SML-proces wordt onder andere gewerkt aan een ­landschappelijk kwalitatief kader.

De initiatiefnemer van plannen

Ook in deze processen wordt aandacht besteed aan

Bij voorkeur zijn dit niet commerciële partijen zoals

Alleen door samenwerking kunnen we de energietransitie realiseren.

5

5. Initiatieven

­energiecoöperaties, burgerinitiatieven e.d., waarbij het winstoogmerk geen rol speelt. Deze partijen hebben voornamelijk een sociaal belang in relatie tot de

Indien er in hetzelfde potentiegebied meerdere

energietransitie, waarbij de revenuen van een initiatief

­initiatiefnemers of initiatieven zijn dan moeten deze

ten goede komen aan de inwoners van de gemeente

één gezamenlijk plan indienen dat voldoet aan de vast-

Roermond en of weer geïnvesteerd worden in nieuwe

gestelde beleidskaders. In een potentiegebied kan één

duurzame initiatieven. Het moet voor deze partijen

samenhangend project (gefaseerd) worden ontwikkeld

duidelijk zijn waaraan hun initiatieven moeten voldoen.

(windenergie en of zonne-energie).

Enerzijds is dat vastgelegd in het eerder genoemde door

De gemeente b ­ epaald ten alle tijden of, en zo ja, welk

de raad op 4 juni 2020 vastgestelde ruimtelijke kader.

­initiatief ­geselecteerd wordt op basis van de vast­gestelde

Anderzijds wordt dit in dit document verwoord.

criteria.

De gemeente en gemeentelijke organisatie

6. Definities

De gemeenteraad stelt, samen met het college van burgemeester en wethouders, de kaders op die voor de participanten, gebruikers, de initiatiefnemers en

Zonneveld/zonnepark:

de ­gemeente van belang zijn. Deze kaders hebben tot

•  opstelling van zonnepanelen die grond- of waterge-

doel om de diverse maatschappelijke belangen tegen

bonden zijn;

elkaar af te wegen en om zodoende mede een bijdrage

•  ruimtelijk samenhangen (bebouwde en onbebouw­de

te ­leveren aan de realisatie van de doelstellingen, in dit

gronden die noodzakelijk zijn voor de realisatie van

geval in relatie tot de energietransitie.

een zonnepark worden beschouwd als één samenhangend ruimtelijk complex); •  niet voor het directe eigen verbruik van een

4. Participanten bij ontwikkeling van dit kader

­huishouden of kleinbedrijf dienen (kleinverbruikers­ aansluiting tot 3 x 80A); •  volgens het vigerende bestemmingsplan niet zijn

Externe participanten:

toegestaan.

•  EOS Energie Coöperatie U.A. •  RoerOmEnergie U.A.

Windturbines/windparken:

•  REScoop Limburg.

•  een ruimtelijk samenhangend project met één of

•  Natuur en Milieufederatie Limburg

meer windturbines (bebouwde en onbebouwde

•  Duurzaam Roermond

gronden die noodzakelijk zijn voor de realisatie van

•  Roermond Natuur en Milieu Overleg (RNMO)

een windpark worden beschouwd als één samenhangend ruimtelijk complex);

Betrokken interne participanten:

•  de maximale hoogte (mast-/tiphoogte) is meer dan

De gemeenteraad, de commissie Ruimte, het college

20 meter gemeten vanaf het maaiveld.

van B&W en de ambtelijke organisatie. De ingebrachte reacties van bovenstaande participanten zijn bij het opstellen van dit kader in de afweging meegenomen.

6

7. Afwegingen a.

Toepassing Trias Energetica

In Roermond wordt de Trias ­Energetica toepassing gezien als in de figuur rechts is opgenomen. Daarbij is de eenvoudigste (oudere) vorm van de breid met een extra stap (stap 2) omdat benutting

3. he Gebr rni u eu ik e wb ne are rgie bro uit nn en

van ­rest­warmte, daar waar mogelijk, thuishoort in de ­energie-transitieaanpak. De bronnen van industriële

en nn bro k ige elij ind og ik e ef m bru cti Ge ffe 4. zo e

­Trias Energetica voor de Roermondse situatie uitge-

2. Gebruik energie uit reststromen

restwarmte zijn vaak nog (deels) fossiel van aard waardoor de benutting daarvan nu nog vooral onderdeel uitmaakt van de aanpak om fossiele energiebronnen efficiënter te ­gebruiken. Echter het streven is om deze bronnen steeds verder te verduurzamen én daarbij de

1. Beperk het energieverbruik

restwarmte te blijven benutten. Deze laatste transitieaanpak wordt in dit kader niet verder behandeld. Hier ligt de focus op de aspecten zon- en windenergie.

houdt de initiatiefnemer ook rekening met de eisen als

b. Kwalitatieve eisen aan zonnevelden/ zonneparken en windturbines/windparken

­opgenomen in de Structuurvisie kwaliteitsbijdrage; de

Door de vaststelling van de Studie energiepotentieel

initiatiefnemer neemt het voorstel op in een ­zogenaamd

gemeente Roermond zijn de ruimtelijke potenties van

inpassingsplan;

initiatieven voor zon-op-land, zon-op-water en wind-

•  in het inpassingsplan onderbouwt de initiatiefnemer in

turbines bekend in de zin van waar kan eventueel wat,

ieder geval hoe het initiatief aansluit bij het karakter van

­inclusief een prioritering in de volgorde van ontwik-

de omgeving, de wijze van landschappelijke inpassing,

keling. Beide vormen van energieopwekking hebben

de inpassing in de bredere omgeving en hoe het initia-

(c.q. kunnen hebben) ook invloed op de (ecologische)

tief rekening houdt met c.q. voldoet aan onderstaande

processen in de natuurlijke omgeving. Daarom is het

eisen; •  het behoud van landschappelijke en ecologische

noodzakelijk om daaraan de volgende voorwaarden te verbinden:

­kwaliteiten is een minimumvereiste aan het initiatief;

•  de initiatiefnemer toont de landschappelijk (kwalita-

­versterking/verbetering daarvan zijn wenselijk; daartoe

tieve) gevolgen van het initiatief aan en levert in dat

moeten deze kwaliteiten vooraf door initiatief­ nemer

kader een voorstel voor landschappelijke inpassings-

worden onderzocht; daarbij toetst de initiatiefnemer de

en verbetermaatregelen (compensatie) in, hierbij

ontwikkeling aan de eisen uit de Wet natuurbescherming; 7

d. Initiatieven zijn coöperatief –

•  de eventuele (natuur)compenserende dan wel miti-

lokaal eigenaarschap

gerende maatregelen in het gebied waar het initiatief gepland is en daarbuiten worden onderzocht en er

Gestreefd wordt naar het 100% burger-coöperatief zijn

wordt benoemd hoe de maatregelen te implementeren;

van initiatieven. Initiatieven zijn in ieder geval mini-

•  een cultuurhistorische adviesrapportage wordt over-

maal 50% burger-coöperatief van aard. Dit betekent dat

legd indien de gemeente daarom verzoekt (in beeld

minimaal 50% van het eigenaarschap van het initiatief

brengen van cultuurhistorische en landschappelijke

economisch en juridisch in bezit is van de omgeving van

kwaliteiten);

het initiatief (lokaal eigendom). De omgeving partici-

•  de hoogte van de paneelopstelling en de eventuele

peert op deze wijze financieel in het initiatief.

afscheiding rondom het initiatief zijn passend binnen

Opgemerkt wordt dat, indien de gemeente zelf initia-

het landschap en tasten de landschappelijke kwali-

tiefnemer is, dit dan wordt dit gelijkgesteld met 100%

teit niet aan; natuurlijke groene, ecologisch diverse

coöperatief en 100% lokaal eigenaarschap.

afscheidingen hebben de voorkeur;

Hierbij wordt aangesloten bij de zeven principes voor

•  de opstelling van panelen en turbines volgen de land-

coöperatief ondernemen zoals ontwikkeld door RE-

schappelijke lijnen;

ScoopNL in haar “charter” waarin de waarden van de

•  de biodiversiteit mag niet worden aangetast, bij

coöperatie zijn vastgelegd. Het charter is gebaseerd op

voorkeur wordt deze versterkt; in het inpassingsplan

de zeven principes van de International Coöperative Al-

neemt de initiatiefnemer hiertoe een voorstel op;

liance (ICA).

•  eventueel benodigde gebouwen en installaties (denk

1. Open en vrijwillig lidmaatschap

bijvoorbeeld aan trafohuisjes) zijn ingepast binnen

2. Democratische controle door de leden

het landschap en tasten de landschappelijke kwaliteit

3. Economische participatie van de leden

niet aan;

4. Autonomie en onafhankelijkheid

•  na beëindiging van de activiteit worden de gronden

5. Onderwijs, vorming en informatieverstrekking

in dezelfde dan wel verbeterde milieu hygiënische en

6. Samenwerking tussen coöperaties

ecologische kwaliteit, zoals ze voor aanvang van de

7. Engagement voor de gemeenschap

activiteit waren, opgeleverd; de initiatiefnemer toont aan hoe aan deze eis voldaan wordt. c.

Minimaal 50% van het initiatief is economisch en juridisch in bezit van de omgeving van het initiatief: lokaal eigendom.

Meekoppelkansen

•  initiatiefnemer onderzoekt en rapporteert over de mogelijkheden van combinatie van (energetische) functies; •  initiatiefnemer onderzoekt en rapporteert over meekoppelkansen in de brede zin van het onderwerp en waar mogelijk zijn deze onderdeel bij/van de uitvoering van het initiatief.

8

e.

Aantonen haalbaarheid en uitvoerbaarheid

rante wijze een dialoog met de omgeving over (de

initiatief

voorbereiding van) het initiatief c.q. het plan met

Formele haalbaarheid

omwonenden en direct betrokkenen; de initiatief­

De initiatiefnemer toont aan dat het initiatief formeel

nemer overlegd daartoe vooraf een communicatie-

haalbaar is en voldoet aan alle in formele regelgeving

plan aan de gemeente; de initiatiefnemer geeft daar-

vastgelegde eisen.

bij duidelijk weer op welke wijze de omgeving bij de voorbereiding van het initiatief is betrokken en welke

Financiële haalbaarheid

stappen uit onderstaande participatieladder daarbij

De initiatiefnemer toont aan:

zijn genomen; het is van belang dat de omgeving in

•  dat een initiatief financieel haalbaar is zonder dat

het kader van de procesparticipatie als gelijkwaardig

daarbij (gemeentelijke) overheidssteun noodzakelijk

partner is geconsulteerd (wordt betrokken bij) over

is; uitzondering op deze steun vormen bestaande en

locatie, ontwerp en inrichting van de omgeving en

toekomstige financiële en of fiscale regelingen waar-

het initiatief; het draagvlak in de omgeving wordt

van de initiatiefnemer formeel gezien gebruik kan en

­betrokken bij de afwegingen omtrent het initiatief,

mag maken (subsidies, leningen e.d.).

de finale afweging is aan de gemeente.

Technische haalbaarheid

De financiële participatie moet volgen uit het Profijt-

De initiatiefnemer toont aan:

plan.

•  dat het initiatief technisch uitvoerbaar is mede in ­relatie tot de aansluiting op het elektriciteitsnetwerk

Uit het communicatieplan moet in ieder geval ook

en de grondpositie.

­duidelijk blijken: •  wie bij de dialoog wordt betrokken;

Maatschappelijke haalbaarheid

•  welke informatie op welke wijze wordt gedeeld

De initiatiefnemer toont aan:

­(individueel en gezamenlijke bijeenkomsten);

•  dat de proces- en financiële participatie van de (bur-

•  hoe en door wie de dialoogpartners worden uitge­

ger in de) omgeving vanaf het beginstadium meege-

nodigd;

nomen wordt door de initiatiefnemer;

•  wat het initiatief inhoudelijk behelst;

•  dat de initiatiefnemer de omgeving als gelijkwaardig

•  wat er in de bestaande situatie verandert en hoe de

partner bij de ontwikkeling van het initiatief betrekt

omgeving daardoor wordt beïnvloed;

(medezeggenschap);

•  welke invloed de omgeving kan hebben op het voor­

•  dat het initiatief maatschappelijk uitvoerbaar is

genomen initiatief (wanneer, in welke mate en op

­(procesparticipatie); daartoe voert de initiatief­nemer

­welke aspecten);

tijdig, proactief op eerlijke, duidelijke en transpa-

Participatieladder Samen handelen Consulteren

Ondersteunen initiatieven gemeenschap

Samen beslissen

Informeren

Laagdrempelig

Hoge betrokkenheid 9

Burgers en de omgeving betrekken in het initiatief en mee laten profiteren van de revenuen.

•  hoe de initiatiefnemer met vragen, wensen, bedenkingen en meningen omgaat en hoe de ­ ­gemotiveerde terugkoppeling daarvan verloopt; •  hoe de participatie-inbreng is meegenomen in relatie tot het initiatief; •  hoe de initiatiefnemer de belangen van de omgeving borgt.

8. Beoordeling initiatieven

De initiatiefnemer maakt van de dialoog een verslag en

Ten behoeve van de gemeentelijke beoordeling van een

overlegt dat aan de gemeente.

initiatief wordt een interne ambtelijke projectgroep ­geformeerd.

f. Profijtplan Participatie van de burger en de directe omgeving zijn

a. Informatieronde/vooroverleg

enerzijds noodzakelijk om het draagvlak te creëren c.q.

Voordat een initiatiefnemer een principeverzoek ­indient

te vergroten en anderzijds om op die wijze de burger/

bespreekt deze zijn/haar initiatief met de ­gemeente

omgeving mee te laten delen in de revenuen van de

Roermond. De initiatiefnemer neemt vooraf kennis van

­opbrengsten van het initiatief/voornemen.

de Studie energiepotentieel gemeente Roermond en

De initiatiefnemer overlegt aan de gemeente een

de daarin opgenomen leidende principes en potenties,

­profijtplan. Dit plan is tevens onderdeel van de ­dialoog

het Ruimtelijk (kwalitatief) kader Studie energiepoten-

met de omgeving. In dat plan maakt de initiatief­

tieel gemeente Roermond én onderhavig kader. Tevens

nemer duidelijk wat hij/zij bijdraagt aan de omgeving

wordt de initiatiefnemer geadviseerd om reeds vooraf

en de maatschappij en hoe de omgeving (financieel)

contact op te nemen met partijen die relevant zijn voor

kan ­participeren in het initiatief. Deze participatie is

het initiatief (denk aan Enexis/TenneT, leidingbeheer-

­gebaseerd op eigenaarschap inclusief zeggenschap.

ders etc.).

Voorwaarde is dat in principe iedereen die dat wil kan

In deze informatieronde/vooroverleg wordt het initia-

participeren, ongeacht zijn of haar (financiële) situatie.

tief met de gemeente besproken en in aanleg in ieder

De initiatiefnemer, indien geen energiecoöperatie

geval getoetst aan de resultaten, eisen en bevindin-

­zijnde, nodigt in ieder geval een- of meerdere, bij voor-

gen uit de door de raad vastgestelde Studie energie­

keur lokale energiecoöperaties dan wel de gemeente uit

potentieel gemeente Roermond en het Ruimtelijk

bij de ontwikkeling van het initiatief. Daarnaast maakt

(kwalitatief) kader Studie energiepotentieel gemeente

de initiatiefnemer in dit plan duidelijk hoe en welk deel

Roermond (raad 4 juni 2020).

van de opbrengsten van het initiatief (in KWh en euro)

De initiatiefnemer levert daartoe vooraf de volgende

terugvloeit naar de individuele burgerparticipant en

zaken aan:

de gemeenschap van de gemeente Roermond. Onder-

•  korte omschrijving van het initiatief;

deel daarvan zijn, naast individuele burgerparticipatie,

•  kaart van het projectgebied;

in ­ieder geval tevens een of meerdere van de volgende

•  technische gegevens: schetsontwerp met ­afmetingen

fondsen: omgevingsfonds, revolverend omgevingsfonds

(hoogtes, oppervlaktes, aantallen, indicatie ­opgesteld

of groenfonds. De initiatiefnemer onderzoekt welk van

vermogen en opwekpotentie).

de fonds-alternatieven het best past en ­overlegt daarover met de gemeente.

b. Principeverzoek

Het Profijtplan heeft een geldigheidsduur van tenmin-

Indien uit de informatieronde/vooroverleg blijkt dat het

ste de bestaanstermijn van het initiatief.

initiatief kansrijk is kan de initiatiefnemer een principeverzoek indienen. Dat verzoek bevat tenminste: •  kaart met projectgebied; •  technische gegevens initiatief: schetsontwerp met afmetingen (hoogtes, oppervlaktes, aantallen, indicatie opgesteld vermogen en opwekpotentie); 10

•  landschappelijke schets, eerste verkenning effect op de omgeving en mogelijkheden om initiatief in te passen en eventuele negatieve effecten te compenseren; •  inzicht hoeveel het initiatief bijdraagt aan de doelstellingen van de gemeente en welke meekoppelkansen meegenomen worden; •  beschrijving op welke wijze en in welke mate voldaan wordt aan de afwegingen uit dit kader (niet ruimtelijk afwegingskader duurzame energie initiatieven in de gemeente Roermond). d. Toetsing bij indiening meerdere principeverzoeken c. Toetsing principeverzoek

De gemeente bepaalt wanneer, welke en hoeveel initia-

De gemeente toetst het initiatief in ieder geval aan:

tieven uiteindelijk in totaliteit ontwikkeld kunnen wor-

•  de resultaten, eisen en bevindingen uit de door de

den. Daarbij zijn de Studie energiepotentieel gemeente

raad vastgestelde Studie energiepotentieel gemeen-

Roermond en het Ruimtelijk (kwalitatief) kader Studie

te Roermond en het Ruimtelijk (kwalitatief) kader

energiepotentieel gemeente Roermond de leidraad wat

­Studie energiepotentieel gemeente Roermond (raad

betreft de potentielocaties en prioritering daarin.

4 juni 2020); •  het voldoen aan eisen uit het niet-ruimtelijk afwe-

e. Aanvraag omgevingsvergunning

gingskader duurzame energie initiatieven in de ge-

Indien een initiatief op basis van de voorgaande toet-

meente Roermond;

singen geselecteerd is dan gaan de gemeente en de

•  beleidsregel zonne-energie en monumenten 2019;

initiatiefnemer, vooruitlopend op het indienen van de

•  goede ruimtelijke ordening (beleid, milieueffecten,

aanvraag omgevingsvergunning, een (anterieure) over-

uitvoerbaarheid); •  eisen

en

uitgangspunten

eenkomst aan. Hierin worden (wederzijdse) verplichtinandere

overheden,

gen van de initiatiefnemer en gemeente opgenomen.

­netbeheerders.

De overeenkomst bevat in ieder geval de volgende zaken:

Initiatieven die het best voldoen aan de beoordeling

•  afspraken over de exacte locatie, investering en plan-

hebben de voorkeur (zo onder andere: de hoogste

ning van de landschappelijke inpassings- en verbete-

graad van deelname door burger-energiecoöperaties,

ringsmaatregelen en financiële participatie;

(bij voorkeur lokale burger-coöperaties) en in dat kader

•  afspraken over verwijdering van de installatie(s) na

met het hoogste economisch rendement voor lokale

afloop van de exploitatieperiode;

partijen zoals burger-energiecoöperaties).

•  afspraken over de processtappen. 11

Disclaimer De in dit kader opgenomen afwegingen zijn een bevoegdheid van de gemeenteraad van de gemeente Roermond. De afwegingen zijn gespiegeld aan de uitgangspunten uit de Uitgangspuntennotitie RES, de concept RES en daar waar van toepassing afspraken binnen SML. Daarnaast zijn externe en interne participanten geconsulteerd. Hun reacties zijn meegewogen in dit document. Tevens bevat dit kader maatwerk voor de eigen gemeente. Daarbij kan het zijn dat dit maatwerk afwijkt van voornoemde spiegeling. De ontwikkelingen in relatie tot de energietransitie, zo ook de opwekking van duurzame energie, gaan snel. Er ontstaan steeds weer nieuwe of betere mogelijkheden en uitdagingen. Er is geensprake van een “eindplaatje”. Dit heeft consequenties voor dit afwegingskader, dat betekent namelijk dat dit kader flexibel en dynamisch van aard is en wellicht in de loop van de tijd aangepast zal moeten worden aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Dit geldt evenzeer voor het in ontwikkeling zijnde gemeentelijke participatiebeleid. Voor zover de toekomstige (beleids-)ontwikkelingen relevant zijn voor onderhavig kader kan dit leiden tot actualisatie daarvan. Dit kader wordt daartoe tenminste elke twee jaar geëvalueerd. December 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=8b0cd901-0c85-45b0-98b6-5ff5fc03084d