CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - advies van de Commissie behandeling bezwaarschriften

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente RoermondBij agendapunt: BOB Afwijzen verzoek om herziening van bestemmingsplan ‘Binnenstad Roermond'1.905 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies Aan

De gemeenteraad

Van

Commissie behandeling bezwaarschriften

Datum

6 december 2021

Onderwerp Bij besluit van 8 juli 2021, verzonden op 9 juli 2021, heeft de gemeenteraad van Roermond (hierna: de raad) besloten het verzoek om herziening van het bestemmingsplan “Binnenstad Roermond” af te wijzen. Tegen dit besluit heeft de heer J.B. van de Berg, woonachtig op het adres Schuitenberg 77 te Roermond, (hierna: bezwaarmaker) bij brief van 16 augustus 2021, eveneens ontvangen op 16 augustus 2021, een bezwaarschrift ingediend. Overeenkomstig de Verordening behandeling bezwaarschriften Roermond 2018 is het bezwaarschrift ter advisering in handen gesteld van de algemene kamer van de Commissie behandeling bezwaarschriften (hierna: de commissie). Adviescommissie De commissie bestaande uit de heer mr. L.M.A. Schrieder (voorzitter), de heer mr. A.S.J.M. Jeurissen en de heer mr. R.T.B. Drummen (commissieleden), komt op basis van het gestelde in het bezwaarschrift en na kennisneming van de overige op de zaak betrekking hebbende stukken tot de volgende bevindingen. Ontvankelijkheid Het besluit van 8 juli 2021 is door verzending daarvan op 9 juli 2021 bekendgemaakt. Hiertegen kon ingevolge de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) een bezwaarschrift worden ingediend gedurende zes weken, derhalve tot 21 augustus 2021. Het bezwaarschrift is ontvangen op 16 augustus 2021 en daarmee tijdig ingediend.

Ten aanzien van het gestelde in het verweerschrift over de niet-ontvankelijkheid van het aanvullende bezwaarschrift, overweegt de commissie als volgt. Ingevolge artikel 7:4 lid 1 van de Awb kunnen belanghebbenden tot tien dagen voor het horen nadere stukken indienen. Gelet op het feit dat de aanvullende gronden van bezwaar zijn ontvangen op 6 september 2021 kan de commissie niet anders dan concluderen dat bezwaarmaker lopende de bezwaarprocedure zijn gronden van bezwaar tijdig heeft aangevuld. Het feit dat er geen hoorzitting heeft plaatsgevonden, doet hier niets aan af. De commissie merkt voorts op dat de raad niet in zijn verweermogelijkheden is geschaad, nu in het verweerschrift inhoudelijk hierop is gereageerd (subsidiair). De commissie is van oordeel dat de aanvullende bezwaargronden ontvankelijk zijn. De bezwaarschriften bevatten talrijke bezwaargronden, verzoeken om schadevergoeding, kostenvergoedingen en wrakingsverzoeken. Voor wat betreft de wrakingsverzoeken en de verzoeken om schadevergoeding en kostenvergoeding wordt geconstateerd dat dit verzoeken betreft welke geen

betrekking hebben op het besluit van de raad van 8 juli 2021. Deze verzoeken worden in deze procedure buiten beschouwing gelaten. Bezwaarmaker kan als belanghebbende worden beschouwd. Nu ook overigens aan alle wettelijke voorschriften is voldaan, concludeert de commissie dat er geen gronden aanwezig zijn om het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Nadere stukken Partijen zijn overeenkomstig artikel 7:4 van de Awb in de gelegenheid gesteld nadere stukken in te dienen. Van de zijde van het college is op voorhand een verweerschrift overgelegd. Hoorzitting Bezwaarmaker heeft aangegeven dat hij geen gebruik wenst te maken van zijn recht om te worden gehoord. Gelet op artikel 7:3 onder c van de Awb is daarom afgezien van het houden van een hoorzitting. Bezwaarmaker is op zijn verzoek, bij brief van 28 september 2021, in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na verzending van die brief, schriftelijk te reageren op het verweerschrift van het college. De reactie van bezwaarmaker is ontvangen op 8 oktober 2021 en daarmee tijdig ingediend. Bezwaren De bezwaren kunnen als volgt worden samengevat: Bezwaarmaker maakt bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag voor het herzien van het bestemmingsplan c.q.

vaststellen van een nieuw bestemmingsplan voor de woontoren aan de Schuitenberg; Bezwaarmaker maakt bezwaar tegen het verlenen van een mandaat aan het college om een besluit tot afwijzing van een aanvraag tot vaststelling van een bestemmingsplan te nemen (artikel 3.9 Wet op de ruimtelijke ordening, hierna Wro); Bezwaarmaker maakt bezwaar tegen het concept-raadsbesluit tot het afwijzen van het verzoek van bezwaarmaker; Bezwaarmaker maakt bezwaar tegen het concept-besluit tot het verlenen van een mandaat aan het college om een besluit tot afwijzing van een aanvraag tot vaststelling van een bestemmingsplan (artikel 3.9 Wro) te nemen; Bezwaarmaker maakt bezwaar tegen het advies van de Commissie Ruimte van 23 juni 2021; Bezwaarmaker verzoekt in aanvulling op het eerdere verzoek van 14 april 2020 om nadere regels in het bestemmingsplan op te nemen voor wat betreft de woontoren aan de Schuitenberg te Roermond; Bezwaarmaker vindt dat de gemeente Roermond partijdig is/schijnt bij het afwijzen van zijn verzoek tot vaststelling van een nieuw bestemminsplan; Bezwaarmaker verzoekt om het bestreden besluit exceptief en expliciet te toetsen; In het aanvullende bezwaarschrift van 5 september 2021, ontvangen op 6 september 2021, vult bezwaarmaker als volgt de gronden aan: De termijn die is genoemd in de uitspraak van de Afdeling van 28 april 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:923) is overschreden en

bezwaarmaker stelt het college met terugwerkende kracht in gebreke. Bezwaarmaker verzoekt om exceptieve toetsing van het mandaatbesluit; Bezwaarmaker vindt dat het mandaatbesluit onrechtmatig is;

-

Bezwaarmaker vindt dat het besluit tot afwijzing van zijn verzoek tot herziening van het bestemmingsplan “Binnenstad Roermond” onrechtmatig is, omdat het college niet bevoegd is om een gemandateerd besluit te nemen.

Beoordeling en advies Nu het bezwaarschrift ontvankelijk is, dient op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats te vinden. De commissie constateert daartoe als volgt. Bij brief van 14 april 2020 diende bezwaarmaker een verzoek in bij de raad om een nieuw bestemmingsplan vast te stellen c.q. het vigerende bestemmingsplan te herzien voor de woontoren aan de Schuitenberg te Roermond. In dit nieuwe bestemmingsplan moeten toelatingscriteria worden opgenomen waaraan de bewoners van de woontoren moeten voldoen om op die manier een goed woon- en leefklimaat te waarborgen voor de bewoners van de woontoren. Op 8 juli 2020 heeft de gemeenteraad besloten om het verzoek af te wijzen. De commissie ziet zich gesteld voor de vraag of het besluit strekkende tot afwijzing van de herziening van het bestemmingsplan op goede gronden is genomen. Overwegingen over de totstandkoming Alvorens de commissie wenst in te gaan op alle ingediende bezwaargronden, wenst de commissie in het algemeen een oordeel te geven over de totstandkoming van het bestreden besluit. Bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan dient de raad bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht (artikel 3.1 Wro). De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen.

Bij de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan heeft de raad de aanwezigheid van reguliere woningen op het adres Schuitenberg 87 te Roermond passend geacht. De inhoudelijke afwegingen terzake de goede ruimtelijke ordening en het woon- en leefklimaat zijn in het kader van de besluitvorming op de aanvraag voor het herzien van het vigerende bestemmingsplan wederom gemaakt. Volgens vaste rechtspraak is het niet mogelijk om in een bestemmingsplan of omgevingsvergunning voorwaarden op te nemen over de doelgroep die een woning mag gebruiken (zie ECLI:NL:RVS:2016:704). Dit zou leiden tot een niet-ruimtelijk relevant onderscheid, hetgeen in strijd is met artikel 3.1 Wro. Naar het oordeel van de commissie kan alleen al om deze reden het verzoek tot wijzigen van het bestemmingsplan niet gehonoreerd worden. Voorts merkt de commissie op dat niet is gebleken van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat als gevolg van andere woningen in zijn omgeving. Gelet op het vorenstaande is de commissie van oordeel dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. Anders dan bezwaarmaker stelt, is de commissie van oordeel dat bezwaarmaker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de commissie tot een ander oordeel doet komen.

Overwegingen over de mandatering Besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb vallen uiteen in beschikkingen en besluiten van algemene strekking. Een besluit is een beschikking als het is bedoeld voor één persoon of een

beperkte groep personen. Indien een besluit niet is bedoeld voor één persoon of een beperkte groep personen is het een besluit van algemene strekking (een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel). Het verlenen van mandaat door de raad aan het college om besluiten tot afwijzing van aanvragen tot vaststelling van een bestemmingsplan (artikel 3.9 Wro) te mogen nemen is een besluit van algemene strekking. Het geldt immers voor alle besluiten tot afwijzing van aanvragen tot vaststelling van een bestemmingsplan en niet slechts om een individueel geval. Artikel 10:3 van de Awb verzet zich overigens niet tegen de mandatering van de bevoegdheid tot het afwijzen van een verzoek tot herziening van een bestemmingsplan. Artikel 8:3 lid 1 van de Awb bepaalt dat er geen beroep kan worden ingesteld tegen een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel (een besluit van algemene strekking). Dit betekent dat er tegen de genoemde mandaatverlening geen beroep kan worden ingesteld. Volgens artikel 8:3 lid 1 Awb gelezen in samenhang met artikel 7:1 Awb staat er geen bezwaar open tegen een besluit van algemene strekking. Dit betekent dat tegen de door bezwaarmaker bedoelde mandaatverlening geen bezwaar kan worden gemaakt. De commissie volgt hierin dan ook het oordeel van de raad dat deze grond van bezwaar niet-ontvankelijk is.

Overwegingen over het bezwaar tegen het concept-besluit De commissie overweegt dat een concept-besluit geen besluit is in de zin van de Awb, omdat het geen schriftelijke beslissing inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling is als genoemd in artikel 1:3 lid 1 van de Awb. Een concept-besluit kan nog wijzigen omdat het bestuursorgaan het besluit nog niet heeft genomen. Dit maakt dat er nog geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb. Artikel 8:1 Awb in samenhang met artikel 7:1 van de Awb bepaalt dat er geen rechtsmiddelen tegen een concept-besluit kunnen worden aangewend. De commissie acht het bezwaar op dit onderdeel niet-ontvankelijk. Overwegingen over het bezwaar tegen het advies van de Commissie Ruimte De commissie volgt voorts het oordeel van de raad dat een advies niet is gericht op een publiekrechtelijke rechtshandeling en dat de Commissie Ruimte geen bestuursorgaan is als in artikel 1:1 van de Awb. Dit maakt dat een advies van de Commissie Ruimte geen besluit is in de zin van de Awb. Artikel 8:1 in samenhang met artikel 7:1 van de Awb bepaalt dat er geen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend tegen het advies van de Commissie Ruimte. Dit onderdeel van bezwaar acht de commissie niet-ontvankelijk.

Overige overwegingen In zoverre bezwaarmaker met zijn opmerking over de partijdigheid bedoelt te stellen dat er sprake is van vooringenomenheid als bedoeld in artikel 2:4 van de Awb merkt de commissie op dat haar niet is gebleken dat respectievelijk de raad en het college zich niet op objectieve en onpartijdige wijze van haar taken heeft gekweten. Ten aanzien van de overige gronden van bezwaar verwijst de commissie naar hetgeen daarover is opgenomen in het verweerschrift. De commissie schaart zich derhalve achter deze inhoudelijke weerlegging van de bezwaargronden, waarbij zij verder verwijst naar de inhoud hiervan. Advies Gelet op het vorenstaande adviseert de commissie: 1. Het bezwaarschrift voor zover het is gericht tegen het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan ontvankelijk maar ongegrond te verklaren; 2. Het bezwaar voor zover het is gericht tegen het mandateringsbesluit, de beide conceptbesluiten en het advies van de Commissie Ruimte niet-ontvankelijk te verklaren;

3. Het bestreden besluit als bedoeld onder punt 1 in stand te laten. Roermond, 6 december 2021

De commissie behandeling bezwaarschriften, De voorzitter,

De secretaris,

Mr. L.M.A. Schrieder

Mw. mr. H. Van Loo

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=ccebe3ac-9618-4aef-addf-b6c19f6faebf