CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_1-8_beheerplan_Groen_en_bomen_2023-2032

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Kadernota Beheer 2023 - 20328.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beheerplan Groen & Bomen 2023 – 2032

Gemeente Roermond Postbus 900 6040AX Roermond

Verantwoording

Titel

:

Beheerplan groen & bomen

:

Gemeente Roermond

Datum

:

februari 2023

Auteur(s)

:

Gemeente Roermond

, Pagina 2 van 24

Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................................4 1 1.1 1.2

Inleiding.........................................................................................................................5 Aanleiding en doelstellingen.............................................................................................................................5 Leeswijzer ........................................................................................................................................................6

2 2.1

Areaal............................................................................................................................7 Omvang areaal.................................................................................................................................................7

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Specifiek beleid en wetgeving.......................................................................................9 Bomenplan gemeente Roermond ....................................................................................................................9 Groenvisie Roermond ......................................................................................................................................9 Wettelijke zorgplicht (VTA) ...............................................................................................................................9 Gewasbeschermingsmiddelen .......................................................................................................................10 Wet natuurbescherming .................................................................................................................................10

4 4.1 4.2

Kwaliteit.......................................................................................................................11 Visueel............................................................................................................................................................11 Technisch .......................................................................................................................................................11

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Huidige situatie ...........................................................................................................12 Huidige kwaliteit .............................................................................................................................................12 Huidige budgetten ..........................................................................................................................................13 Investeringsplanning ......................................................................................................................................13 Toekomstvisie ................................................................................................................................................13

6 6.1 6.1.1 6.2 6.3 6.4 6.4.1 6.4.2 6.5

Onderhoudsscenario’s ................................................................................................16 Algemeen .......................................................................................................................................................16 Betekenis voor groenvoorzieningen ...............................................................................................................17 Reguliere onderhoudskosten .........................................................................................................................18 Achterstallig onderhoud..................................................................................................................................18 Vervangingen/renovaties................................................................................................................................19 Grootschalige renovatie van bomen en heesterbeplantingen. ......................................................................19 Kleinschalige renovatie ..................................................................................................................................20 Conclusie........................................................................................................................................................20

7 7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.2 7.3

Organisatie beheer .....................................................................................................21 Huidige beheerorganisatie .............................................................................................................................21 Huidige werkprocessen ..................................................................................................................................21 Planmatige Beheertaken: ...............................................................................................................................21 Operationele beheertaken..............................................................................................................................22 Gewenste werkprocessen ..............................................................................................................................23 Eigen buitendienst..........................................................................................................................................23

8

Verschillen tussen 2017 en 2022................................................................................24

Pagina 3 van 24

Samenvatting

Groen en bomen zijn veelal beeldbepalend in het karakter van de openbare ruimte en ook voor de waardering die gegeven wordt aan het onderhoud. Dit maakt de wijze waarop groen en bomen beheerd worden van extra belang. De beheerplannen Groenvoorzieningen en Bomen zijn samengevoegd tot één beheerplan Groen en Bomen. Het areaal van dit beheerplan betreft alle openbare groenvoorzieningen (bomen, beplantingen, gazons, bermen etc.) in beheer bij cluster BOR (Beheer Openbare Ruimte). Voor Bos & Natuur bestaat een apart beheerplan. De huidige onderhoudskwaliteit (beeldkwaliteit) van de groenvoorzieningen is over het algemeen redelijk tot goed. In de afgelopen jaren is de vitaliteit van beplantingen verbeterd door gericht slechte beplanting te vervangen. Ondanks deze vooruitgang blijft verbetering van vitaliteit een aandachtpunt. Ook andere aandachtspunten, zoals de klimaatontwikkelingen of invasieve exoten, zijn in beeld gebracht. Ook financieel is het groenbeheer zeker een aandachtspunt. Naast de kosten voor de verbetering van de vitaliteit van de beplanting zijn er de onderhoudskosten voor het groen. Vanaf 1-1-2022 wordt het onderhoud van de drie integrale contracten voor groenonderhoud en reiniging voor onbepaalde tijd uitgevoerd door Groen en Doen. Groen en Doen is een B.V. met als enige aandeelhouder de gemeente Roermond.

Voor de overige contracten van groen, onderhoud van bomen, maaien bermen, onderhoud vaste planten, stedelijke begrazing en bestrijding van eikenprocessierupsen is Groen & Bomen financieel sterk afhankelijk van de aanbestedingsresultaten van deze raamcontracten. Kenmerkend voor Groen is dat gewerkt wordt met levend materiaal dat snelle onderhoudscyclussen met zich meebrengt. Onvoldoende onderhoud resulteert al snel in het oplopen van achterstanden en kapitaalsvernietiging met weer extra kosten om die weg te kunnen werken. Een ander kenmerk van de beheergroep Groen & Bomen is dat veel onderhoudsvervangingen vanuit de reguliere budgetten gebeuren. Hierin is doorontwikkeld waardoor groen beter dan voorheen meegenomen wordt in de integrale onderhoudsprojecten. Daarnaast blijven kleinschalige renovaties onmisbaar voor Groen & Bomen. In de organisatie van het beheer is ook bij Groen & Bomen de verdeling tussen planmatig en operationeel beheer van belang. Gegeven de snelheid van veranderingen in het areaal is goed, structureel in de organisatie ingebed, gegevensbeheer essentieel om digitaal, data gestuurd en planmatig te kunnen werken via de raamcontracten. Het proces gegevensbeheer wordt in 2023 opnieuw vormgegeven. Verantwoordelijkheden worden in kaart gebracht en daarna geïmplementeerd in de organisatie.

Pagina 4 van

Inleiding

1

Inleiding

1.1 Aanleiding en doelstellingen Voor u ligt het nieuwe beheerplan groen inclusief bomen voor openbare ruimte van de gemeente Roermond. Overige terreinen in eigendom van de gemeente zoals begraafplaatsen, sportcomplexen, maar ook groen op andere gemeentelijke eigendommen zoals braakliggende (groene) terreinen maken geen onderdeel uit van dit beheerplan. Dit beheerplan maakt onderdeel uit van de beheerplannen reeks voor het uitvoeren van het beheer en onderhoud van de gehele openbare ruimte. Voor begrippen, definities en overige zaken geldend voor alle beheergroepen wordt verwezen naar het algemene deel uit deze reeks. In onderstaande tabel is de opbouw van de reeks weergegeven. Groen gearceerd is de locatie van het beheerplan groen inclusief bomen in de reeks weergegeven. Tabel 1: Plaats in beheerplannenreeks

Beheerplannenreeks

Titel

Deel 1

Algemeen

Deel 2

Verhardingen

Deel 3

Kunstwerken

Deel 4

Riolering

Deel 5

Havens & Waterpartijen

Deel 6

Verkeer

Deel 7

Groen & Bomen

Deel 8

Bos & Natuur

Deel 9

Reiniging

Deel 10

Verlichting

Deel 11

Inrichtingselementen

Deel 12

Spelen

Deel 13

Begraafplaatsen

Deel 14

Sportlocaties

Deel 15

Kunstobjecten

Deel 16

Ondergronds

De beheerplannen zijn een gedetailleerde uitwerking per beheergroep vanuit de in de Kadernota Beheer opgestelde kaders. De beheerplannen hebben tot voornaamste doelen: 1. Het in beeld brengen van het areaal. 2. De te verwachtte kosten voor beheer en onderhoud in de komende jaren 3. Het kwaliteitsniveau waaraan het beheer moet voldoen relateren aan de verschillende gedefinieerde onderhoudsscenario’s 4. De inrichting en toekomstvisie van het beheerproces.

revisie Pagina 5 van 24

Inleiding

1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 2 omschrijft het areaal, waarna het beleid en wet- en regelgeving specifiek voor de beheergroep wordt omschreven in hoofdstuk 3. Vervolgens gaat hoofdstuk 4 in op de normering van de kwaliteit en beschrijft hoofdstuk 5 de huidige situatie. In hoofdstuk 6 wordt aandacht geschonken aan de opgestelde onderhoudsscenario’s. Hoofdstuk 7 gaat in op de organisatie van de beheergroep. Als laatste worden in hoofdstuk 8 de verschillen met het voorgaand beheerplan in kaart gebracht.

revisie Pagina 6 van 24

Areaal

2

Areaal

2.1 Omvang areaal Het betreft alle openbare groenvoorzieningen (bomen, beplantingen, gazons, bermen etc.) binnen de gemeente Roermond, in beheer bij cluster BOR (Beheer Openbare Ruimte). Voor het in beeld brengen van de arealen is gebruik gemaakt van de groenarealen afkomstig uit het beheerprogramma GBI. De arealen van de bomen zijn afkomstig uit het boombeheerpakket Digitree. De arealen zijn actueel en betrouwbaar. Betrouwbaar houden vergt blijvend aandacht. In onderstaande tabel 2 is een samenvatting weergegeven van de arealen per structuurgebied. Tabel 2: Arealen per structuurgebied 2022 Binnenstad

Woongebied

Bijzondere Locaties

St

206

18.992

842

1.066

371

6.020

27.497

Heesters

M2

1.962

242.803

9.580

9.799

3.563

1.251

268.958

Vaste planten

M2

1.548

2.531

2.969

Gazons

M2

4.486

586.487

67.633

16.173

Ext. Gras /berm

M2

661

391.202

14.283

107.538

Stadsbegrazing

M2

Hagen

M1

Bosplantsoen Sloten

Element

eenheid

Bomen

Bedrijven terrein

Buiten gebied

Totaal

7.048

213.077 313

Industriegebied

36.183

7.710

28.440

703.219

648.636

1.198.503

14.405

235.192

18398

1013

610

72

3274

23680

M2

177.549

9.212

20.334

13.718

100.932

321.745

M1

3.874

2.522

2.358

38.303

47.057

Globaal vergelijken van de areaal gegevens uit 2016 en 2022 laat zien dat de oppervlakte van het groenareaal enigszins afgenomen is (zie tabel 2a). Exact de oorzaken bepalen is niet mogelijk. Oorzaken kunnen o.a. zijn, verkoop van groen, bouwactiviteiten waarvoor groen is verdwenen maar ook tijdelijk ontbreken van beheergegevens in het beheersysteem door projecten in uitvoering waarvan het groen door derden aangelegd en ook tijdelijk onderhouden wordt. Tabel 2a: Verschillen totale areaal per element 2016-2022 Element

eenheid Totaal 2016

Bomen

St

27.460

27.497

37

0,13%

Heesters

M2

294.486

268.958

-25.528

-8,67%

Vaste planten

M2

3.506

7.048

3.542

101,03%

Gazons

M2

763.321

703.219

-60.102

-7,87%

Ext. Gras /berm

M2

1.174.624

1.198.503

23.879

2,03%

Stadsbegrazing

M2

234.144

235.192

1.048

0,45%

Hagen

M1

22.602

23680

1078

4,77%

Bosplantsoen

M2

346.498

321.745

-24.753

-7,14%

Sloten

M1

47.037

47.057

20

0,04%

2.886.218

2.805.402

-81.117

-2,80%

Totaal areaal excl. bomen

Totaal 2022

verschil

% verschil

revisie Pagina 7 van 24

Areaal

Duidelijk is wel dat de afgelopen jaren het areaal hoogwaardige beplanting procentueel flink is toegenomen o.a. door de reconstructie van het Munsterplein en Park Hattem. Naast aandacht voor dit soort accentbeplanting is biodiversiteit en duurzaamheid steeds meer een belangrijk afwegingskader in onderhoud, reconstructie en aanleg van groen. Deze verduurzamingstrend is al zichtbaar in de afname van het areaal van intensief onderhouden grasvegetaties en de areaaltoename van extensievere vormen van beheer van gras in de afgelopen jaren.

revisie Pagina 8 van 24

Specifiek beleid en wetgeving

3

Specifiek beleid en wetgeving

3.1 Bomenplan gemeente Roermond Het vigerend beleid en beheer voor de bomen is opgenomen in Bomenplan gemeente Roermond, beleid en beheer in de periode 2012-2024. De inhoud van dit plan is gericht op het werken volgens de methode Planmatig Boombeheer. Het planmatig uitvoeren van onderhoud leidt tot een efficiënte aanpak. In het bomenplan zijn regels opgenomen over bomenkap en bijbehorende compensatie. Roermond kent een uitgebreide regelgeving voor het kappen van bomen, zowel bij particulieren als op haar eigendommen. Hierin is slechts deels onderscheid gemaakt tussen monumentaleen reguliere bomen. De bijbehorende compensatieregeling behelst een jaarlijkse uitbreiding van 40 bomen van het gemeentelijk areaal. In de afgelopen jaren is gebleken dat het aantal geweigerde vergunningen nihil is. Door eenmalige projecten zoals ‘de Groene Estafette (1 miljoen bomenplan) en het beplanten van een aangekocht perceel is het behalen van de compensatiedoelstelling verbeterd. Gezien de hoeveelheid bomen in slechte groeiplaatsen en de beperkte beschikbare ruimte binnen bestaande profielen in het stedelijk gebied, blijft de wenselijkheid van de compensatieregeling discutabel. Daarom wordt geadviseerd om de kap- en compensatieregeling voor bomen te herzien.

3.2 Groenvisie Roermond De Groenvisie richt zich primair op het stedelijk groen en geeft daarbij weer hoe dit behouden, ontwikkeld en opgewaardeerd kan worden. Roermond zet daarbij in op duurzame groenstructuren voor de openbare ruimte, structuren die aantrekkelijk zijn en zo robuust dat ze voor lange tijd bijdragen aan een aantrekkelijk een gezonde leefomgeving. Landschappelijke structuren willen we herkenbaar maken waardoor identiteit en herkenbaarheid van de gemeente worden vergroot. In de toekomst wordt bij aanleg en in het beheer bewust omgegaan met de groeimogelijkheden van een te planten boom. Het is fysiek onmogelijk om overal waar bomen gewenst zijn ook optimale groeiplaats te realiseren. De bomen die hier geplant worden kennen daarom een kortere levenscyclus. Op de plaatsen waar wel een optimale groeiplaats mogelijk is krijgen bomen de kans om uit te groeien tot monumenten. Onderbeplanting krijgt een attractieve en ecologische invulling. Een duidelijke ambitie van Roermond is het inzetten op dak- en gevelgroen, groen in relatie tot bebouwing, in de Groenvisie groene architectuur genoemd. Om dit alles te bereiken zijn wensbeelden en spelregels bepaald waarbij de bovengenoemde thema’s aan bod komen. Daarin zijn keuzes gemaakt die invloed hebben op de (her)inrichting van de openbare ruimte.

Uitvoer hiervan loopt via diverse kanalen, cruciaal daarbij is herinrichting op het einde van de levensduur. Daarnaast wordt ingezet op inpassing middels nieuwe fysieke ontwikkelingen en het opstarten van losse projecten. 3.3 Wettelijke zorgplicht (VTA) De gemeente heeft als beheerder en eigenaar een wettelijke zorgplicht met als doel een veilig en vitaal bomenbestand. Voor bomen is de VTA boomcontrole van kracht, een landelijk (juridisch) geaccepteerde vorm van boomcontroles. VTA staat voor Visual Tree Assessment. Het woord visual geeft aan dat de inspectie plaats vindt naar uiterlijk waarneembare kenmerken.

revisie Pagina 9 van 24

Specifiek beleid en wetgeving

De doelstelling is vitaliteit en veiligheid van bomen te waarborgen. Belangrijk is regelmatig te controleren en te registreren en op basis van de bevindingen maatregelen te nemen. Op deze wijze blijven bomen veilig en vitaal en worden schades en aansprakelijkheidstelingen zo veel mogelijk voorkomen. 3.4 Gewasbeschermingsmiddelen Chemische bestrijding van ziekten, plagen en onkruid is wettelijk flink aan banden gelegd. Nog wettelijk toegestane chemische of biologische bestrijdingsmiddelen van ziekten en plagen liggen maatschappelijk steeds meer onder het vergrootglas. Alternatieve bestrijdingsopties zijn vaak minder effectief en/of het resultaat is ongewis of vergt meer tijd. Overlast kan relatie hebben met volksgezondheid bijv. bij eikenprocessierups- en bereklauw bestrijding. Een belangenafweging over bestrijdingsmethoden, maar ook op welke locaties bestrijding plaatsvindt, is nodig. Niet alle overlast kan voorkomen worden. De gemeente gebruikt geen bestrijdingsmiddelen tegen ongewenste kruiden, exoten en ziekten en plagen in het groenonderhoud. Buitenproportionele overlast waar alternatieven onvoldoende soelaas bieden kan een uitzondering zijn, maar altijd binnen wettelijk toegestane kaders. De overlast van de eikenprocessierups bestrijden we preventief met een biologisch afbreekbaar middel vanwege de relatie met de volksgezondheid.

3.5 Wet natuurbescherming De gemeente voert het werk uit binnen de kaders die de wet natuurbescherming stelt. De Wet Natuurbescherming gaat op in de Omgevingswet, waarschijnlijk samen met andere regels voor de fysieke leefomgeving. De verwachting is dat Wet Natuurbescherming zonder grote beleidswijzigingen opgenomen wordt in de Omgevingswet. De huidige invoeringsdatum van de Omgevingswet is 1 februari 2024. Binnen de huidige wetgeving kan gewerkt worden met gedragscodes waarin wordt omschreven hoe gewerkt moet worden in de nabijheid van beschermde dier en plantsoorten. De gemeente Roermond maakt gebruik van de goedgekeurde gedragscodes.

revisie Pagina 10 van 24

Kwaliteit

4

Kwaliteit

De visuele – en de technische kwaliteit van groenvoorzieningen is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hiertussen is een sterke verwevenheid. 4.1 Visueel De visuele kwaliteit van groenvoorzieningen heeft voornamelijk betrekking op de thema’s schoon en heel. Het zegt iets over hoe de burger het groen ervaart (belevingswaarde). Voor een objectieve beoordeling van de visuele kwaliteit wordt gebruik gemaakt van de CROW Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018 (CROW publicatie 380). Onderstaand zijn de gedefinieerde standaard onderhoudsniveaus op objectniveau uit de CROW kwaliteitscatalogus kort weergegeven. Tabel 3: Standaard onderhoudsniveaus CROW Kwaliteitscatalogus Code

Waardering

Omschrijving

A

Zeer goed

Nagenoeg ongeschonden (opleveringskwaliteit)

A

Goed

Mooi en comfortabel

B

Voldoende

Functioneel

C

Matig

Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder

D

Te slecht / achterstallig

+

Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkstelling of sociale onveiligheid

Bron: Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2013, landelijke standaard voor visuele onderhoudskwaliteit

4.2 Technisch De technische kwaliteit van groenvoorzieningen heeft voornamelijk betrekking op de thema’s functioneel, vitaal en veilig. Om groenvoorzieningen vitaal en veilig in stand te houden zonder dat de functie verloren gaat is planmatig technisch beheer essentieel. Hierdoor wordt de gebruikswaarde van de groenvoorzieningen in stand gehouden. Het doel is een zo vitaal mogelijke beplanting te behouden op een duurzame wijze. Voor een objectieve beoordeling van de technisch kwaliteit wordt ook gebruik gemaakt van de CROW Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018 (CROW publicatie 380). Voor de technische kwaliteit van bomen wordt daarnaast gebruik gemaakt van de normen en richtlijnen welke zijn opgenomen in de VTA (Visual Tree Assessment) boomcontrole systematiek.

revisie Pagina 11 van 24

Huidige situatie

5

Huidige situatie

5.1 Huidige kwaliteit Binnen het beheerplan Groen & bomen is zowel sprake van visuele- als technische kwaliteit. Visuele kwaliteit De visuele kwaliteit is over het algemeen goed ten opzichte van het kwaliteitsniveau zoals vastgelegd. De visuele kwaliteit wordt grotendeels gewaarborgd via de onderhoudscontracten en de controle op de werkzaamheden. Technische kwaliteit In de afgelopen 5 jaar zijn in grootschalige, integrale projecten slecht en/of niet functionele beplanting en bomen vervangen. Ook kleinschalig zijn een behoorlijk aantal niet vitale groenvoorzieningen vervangen waarbij ook aandacht is besteed aan klimaatbestendigheid, duurzaamheid en vergroten van de biodiversiteit. Eisen waaraan moet worden voldaan zijn o.a. vastgelegd is de T.I.R. 2022 (Technische Inrichtingseisen Roermond). De technische kwaliteit, ook wel vitaliteit van beplantingen, is bepaald aan de hand van inspecties. In 2016 en 2022 is het percentage kwalitatief niet vitale beplanting per type beplanting in beeld gebracht. Onderstaand is het resultaat weergegeven: . Tabel 4: Resultaten inspecties groenvoorzieningen 2016 en 2022 Totale hoeveelheid 2016

Totale hoeveelheid 2022

Percentage niet vitaal 2017

Percentage minder vitaal 2022

Hoeveelheid minder vitaal 2016

Hoeveelheid minder vitaal 2022

st

27.460

27.497

10%

8,0%

2.746

2.200

Bosplantsoen

m2

346.498

321.745

5%

3,0%

17.325

9.652

Heesters

m2

294.486

268.958

12%

10,0%

35.338

26.896

Vaste planten

m2

3.506

7.048

2%

2,0%

70

141

Hagen

m1

22.602

23.680

2%

2,0%

452

474

Gazon

m2

763.321

703.219

1%

5,0%

7.633

35.161

Type beplanting

Eenheid

Bomen

De resultaten van de inspecties (tabel 4) laten zien dat op de onderdelen bomen, bosplantsoen en heesterbeplanting de vitaliteit verbeterd is t.o.v. 2016 Bij de bomen is momenteel 8 % niet vitaal. Het percentage niet vitale bomen is de afgelopen 5 jaar afgenomen met 2%. In bomenprogramma’s en andere (integrale) projecten zijn groeiplaatsen verbeterd en nieuwe goede groeiplaatsen gerealiseerd. Vitaliteit is een van de factoren die de noodzaak tot vervanging bepalen. De beheergroep groen kan de vervanging van niet vitale bomen beperkt sturen omdat zij vaak afhankelijk zijn van projecten van andere disciplines. Bomen kennen een sterke relatie met hun omgeving en het aspect veiligheid. De veiligheid van de bomen wordt geborgd via de VTA-inspecties. Uitvoering van technisch noodzakelijke maatregelen / vervangingen zijn soms niet mogelijk door tegenstrijdige belangen en hierdoor soms ontbrekend draagvlak. Bij intensief beheerde beplanting (heesters en vaste planten) en ook bij bosplantsoen is het percentage niet vitale beplanting afgenomen met 2 %. Bij voldoende beschikbaarheid van middelen binnen de beheergroep groen wordt niet verwacht dat het percentage niet vitale beplanting weer toeneemt. Kleinschalige vervangingen blijven noodzakelijk.

revisie Pagina 12 van 24

Huidige situatie

Het percentage kwalitatief ondermaatse gazons is toegenomen met 4 %, veelal door het gebruik en soms misbruik van gazons bij allerlei werkzaamheden in de openbare ruimte (bijv. kabels en leidingwerk) of door derden (bijv. bij bouwwerkzaamheden). Gebrekkig herstel vaak door ontbrekende afspraken met uitvoerende partijen, maar zeker ook gebrek aan toezicht en handhaving zijn hier mede debet aan. Ook voor ondergrondse groeiruimte van bomen in gazons heeft dit vaak grote, negatieve gevolgen zoals directe verdichting van de bodem (groeiruimte voor bomen). Op termijn wordt dit zichtbaar door teruglopende vitaliteit en kortere levensverwachting van bomen en brengt dit grote extra kosten mee voor in principe onnodige, voortijdige vervanging van bomen. 5.2 Huidige budgetten De beschikbare middelen voor onderhoud van groenvoorzieningen zijn verdeeld over een aantal kostenplaatsen in de begroting. Met de beschikbare budgetten onderhouden we bomen, heesterbeplantingen, vaste kruidachtige beplanting en grasvegetaties, ook bestrijden we eikenprocessierupsen en op kleine schaal Japanse duizendknoop. In de kadernota worden de in de begroting beschikbare budgetten getoetst aan landelijke kengetallen.

Uitgezonderd grootschalige vernieuwing van groen binnen projecten gebeuren alle overige vervangingen van groen kleinschalig uit het restant van de reguliere middelen nadat alle kort cyclische onderhoudswerkzaamheden via de onderhoudsbestekken zijn betaald en kennen een jaarlijkse wisseling in omvang. Gezien de huidige marktsituatie wordt verwacht dat het indexeringspercentage in de komende jaren hoog zal zijn. Noodzakelijke tussentijdse bijstelling van budgetten zal via de BURAP gevraagd worden. 5.3 Investeringsplanning De jaarlijkse vervanging van niet vitale bomen en verbetering van groeiomstandigheden van te behouden bomen verloopt via het bomenprogramma. Hiervoor is jaarlijks € 100.000 beschikbaar. Deze middelen zijn in de investeringsplanning opgenomen, maar niet geïndexeerd terwijl de materiaalkosten en uurlonen toegenomen zijn in de afgelopen 5 jaar. De gemiste indexering over de afgelopen 5 jaar bedraagt 35,8 %. Het budget voor het bomenprogramma dient verhoogd te worden om hetzelfde tempo voor verbeteringen en vervangingen aan te kunnen houden. Op basis van ervaring wordt geschat dat het opgehoogde budget dan voldoende is om jaarlijks de meest dringende situaties aan te pakken. Hierin is geen rekening gehouden met onvoorziene uitval van delen van het areaal, meestal door ziekten.

5.4 Toekomstvisie De belangrijkste functies van openbaar groen hebben betrekking op sport, spel, ontmoeting, recreëren, luchtkwaliteit, klimaatadaptatie, afscherming, ecologie en zo meer. Het beheer moet deze functies in stand houden en liefst verbeteren. De wijze van onderhoud van de openbare ruimte is constant in ontwikkeling, het is belangrijk dit te volgen en te gebruiken als deze verbeteringen met zich meebrengen. De beheergroep Groen & Bomen kenmerkt zich vooral doordat gewerkt wordt met levend materiaal. Dit brengt ook snelle onderhoudscyclussen met zich mee. Bijvoorbeeld het in stand houden van de beeldkwaliteit voor gazon kan wekelijks maaien vergen. Belangrijk hierin is dan ook de samenhang tussen aanleg en onderhoud en de afweging aan welke functies de betreffende groenvoorziening moet voldoen nu en in de toekomst. Zo leent niet al het groen zich voor wateropvang of spelen. Steeds vaker wordt de combinatie gezocht met andere gebruikers van de openbare groene ruimte. In de te maken afwegingen bij de inrichting en onderhoud van groen is duurzaamheid en vergroten biodiversiteit steeds belangrijker. Het beeld verschuift mede hierdoor plaatselijk van

revisie Pagina 13 van 24

Huidige situatie

‘strak aangeharkt’ naar een meer natuurlijk beeld. Binnen het veranderende beheertype blijft de hiervoor vastgestelde onderhoudskwaliteit uitgangspunt. In lijn met de Groenvisie is en wordt voor de vervanging van bomen rekening gehouden met de te verwachten levensduur van een geplante boom in relatie tot zijn groeiplaats. Ook planten we een grotere diversiteit in boomsoorten, streven we naar minder versnippering van groen in wijken en betere landschappelijke inpassing van wadi’s. In de afgelopen jaren is op een aantal zichtlocaties waar veel mensen komen (bijv. Munsterplein en park Hattem) kwalitatief hoogwaardig groen aangelegd. Waar kansen zich voordoen benutten we deze. Het aantal niet vitale bomen, bosplantsoenen en heesters is verminderd maar blijft wel een aandachtspunt. Een minpunt is de afgenomen kwaliteit van gazons. Meer sturing op het gebruik van gazons tijdens inrichtings- en bouwwerkzaamheden is noodzakelijk voor kwaliteitsverbetering. Een wenselijke ontwikkeling voor de komende jaren is het verbeteren van biodiversiteit door het omvormen van gazons zonder duidelijke gebruiksfunctie naar een extensief te onderhouden kruidenvegetatie. Hiervoor dienen eerst beleidsmatige kaders vastgesteld worden. Voor uitvoering is projectmatige aansturing nodig. Binnen (integrale) projecten is en blijft het uitgangspunt minimaal het aanwezige areaal groen te behouden.

We streven naar uitbreiding van het groenareaal en kwaliteitsverbetering o.a. door kansen voor vergroening te benutten waar mogelijk. Klimaatontwikkeling Bij groen en bomen wordt de toekomst niet alleen bepaald door ruimtelijke of technologische ontwikkelingen maar ook door de ecologische en klimatologische omstandigheden. Deze ontwikkelingen en de gevolgen daarvan kennen een hoge mate van onvoorspelbaarheid, wat in de kostenberekeningen van het beheer en onderhoud voor groen dan ook meer onzekerheid met zich meebrengt dan bij andere beheergroepen. Zo hebben klimatologische veranderingen een directe invloed op het groenareaal. Enerzijds ligt verdroging van beplanting steeds meer op de loer terwijl anderzijds de verhoging van de temperatuur kan leiden tot een langer groeiseizoen. In de keuze van type beplanting moet dan rekening gehouden worden met het risico op verdroging. Ruigere en meer natuurlijke vegetaties zijn beter in staat om zich aan te passen aan deze veranderingen en dragen actief bij aan natuurlijke bestrijding van ziekte en plagen. Niet alleen droogte maar ook overvloedige regenval vormt een potentiële bedreiging. Ondanks keuzes voor een meer droogte bestendige beplanting blijft door de langere droge periodes watergeven plaatselijk noodzakelijk. De kosten hiervoor zien we de laatste jaren toenemen.

Door het realiseren van duurzame groeiplaatsen en het zoveel mogelijk toepassen van klimaatbestendige beplanting beperken we de gevolgen van klimaatverandering. Ieder moment maken we kennis met voor ons nieuwe ziekten en plagen die het groenareaal bedreigen, mede door de veranderende klimatologische omstandigheden. Gezien de relatief lange levensduur van groenobjecten is vooraf inspelen op deze risico’s onmogelijk. Het spreiden van risico’s is daarbij de enige oplossing voor de toekomst en een belangrijk onderdeel van de Groenvisie. Grote diversiteit in beplanting, bij zowel heesters als bomen is noodzakelijk om een toekomstbestendig areaal op te bouwen. Zelfs dan is (grote) schade door

revisie Pagina 14 van 24

Huidige situatie

ziekten en plagen niet te voorkomen. Delen van het areaal kunnen hierdoor onverwachts uitvallen. Overige aandachtspunten Naast ziekten en plagen zijn er diverse invasieve exoten die het groenareaal bedreigen. Met exoten wordt bedoeld, plant en diersoorten die hier van oorsprong niet voorkomen en zich snel verspreiden. Mogelijke gevolgen zijn gezondheidsproblemen voor mens en dier, bedreiging voor ecologie of extra werk in het (gecultiveerde) groen. Een voorbeeld van een zeer hardnekkige en zeer lastig te bestrijden invasieve exoot is de Japanse Duizendknoop (JDK). JDK is een landelijk probleem waar veel onderzoek naar gedaan wordt. Een afdoende bestrijdingsmethode is niet voorhanden. Een inventarisatie van het areaal JDK op gemeente-eigendom heeft plaatsgevonden. De gemeente Roermond heeft een protocol voor omgang met JDK in projecten vastgesteld. Beleid op het gebied invasieve exoten zoals Japanse duizendknoop ontbreekt. Vooralsnog wordt waar, praktisch, financieel en qua ambtelijke capaciteit mogelijk, gestuurd op kleinschalige bestrijding en het voorkomen van het uitbreiden van het areaal JDK. Problematisch is dat veel plekken JDK meerdere eigenaren hebben (bijv. particulieren, diverse (overheids-)instanties zoals ProRail en het waterschap. De wijze van bestrijden van de overlast van eikenprocessierups is in ontwikkeling.

Gezocht wordt naar manieren die de aanwezigheid van eikenprocessierupsen en natuurlijke vijanden meer in balans brengen. Hierdoor vermindert de noodzaak tot preventieve bestrijding. In overleg met het Roermonds Natuur en Milieu Overleg (RNMO) is gestart met een pilot om in bepaalde ecologisch belangrijke gebieden vanaf 2022 geen preventieve bestrijding toe te passen en de natuur zijn werk te laten doen. Sturing naar de gewenste natuurlijke balans is een optie. Een voorbeeld hiervan is het aanpassen van de inrichting van gebieden ten gunste van natuurlijke vijanden van de eikenprocessierups. De ontwikkeling van de eikenprocessierups populatie in de gebieden monitoren we de komende jaren. In toenemende mate plaatsen particulieren zonnepanelen. Dit levert met enige regelmaat conflictsituaties op met bomen op openbaar gebied. Schaduwwerking op zonnepanelen is geen reden voor het kappen of rigoureus snoeien van bomen. Aanvragen om gemeentelijke bomen te kappen of rigoureus te snoeien zijn de afgelopen jaren toegenomen. Ook ontvangt de gemeente in toenemende mate aankoopverzoeken voor gemeentelijk groen van derden die hun gebruiksruimte willen vergroten of bouwplannen hebben waarvoor gemeentelijk groen moet verdwijnen.

Gezien het belang van groen voor de leefbaarheid, klimaat en biodiversiteit, zoals beschreven in onder meer de Groenvisie en de Duurzaamheidsvisie, wijzen wij dit soort aankoopverzoeken in principe af. Het maatschappelijk belang gaat in dit soort situaties boven het individueel belang. Uitgangspunt conform het beleid en coalitieakkoord is dan ook het huidige areaal in stand houden en waar mogelijk uitbreiden. De beheergroep Groen & Bomen beschikt over veel gegevens over het in beheer zijnde areaal. Het is denkbaar dat door een aantal beheer- en onderhoudsgegevens zowel intern als extern breed (digitaal) te ontsluiten mogelijk een bijdrage geleverd kan worden aan het afnemen van (eenvoudige) vragen, meldingen en/of klachten. Dit moet wel breder opgepakt worden wil het voldoende effect sorteren.

revisie Pagina 15 van 24

Onderhoudsscenario’s

6

Onderhoudsscenario’s

6.1 Algemeen In de kadernota zijn twee onderhoudsscenario’s omschreven die binnen de gemeente Roermond zijn gedefinieerd. In onderstaande figuur zijn deze 2 scenario’s weergegeven.

Tabel 5: Onderhoudsscenario’s binnen gemeente Roermond Onderhoudsscenario

Omschrijving

Kwaliteit Extra

Een sober en verantwoord beheer, gericht op het boven de ondergrenzen van normen blijven waardoor mede risico’s en klachten worden beperkt.

Basiskwaliteit Plus

Het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken zoals veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en op onderdelen verhoogde eisen aan schoon.

Basiskwaliteit

Het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken zoals veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en minimale visuele eisen.

Voor alle twee de onderhoudsscenario’s en voor slecht onderhoud, is in onderstaande tabel het onderhoudsbeeld per structuurgebied gegeven. Het structuurgebied ‘bijzondere locaties’ is niet opgenomen omdat dit dezelfde onderhoudskwaliteit als ‘woongebied’ heeft. Tabel 6: Onderhoudsbeelden per structuurgebied Onderhoudsbeeld per structuurgebied

Onderhoudsscenario

Binnenstad

Woon Gebied

Buitengebied

Bedrijven/Industrieterrein

Kwaliteit Extra

II

III

IV

III

Basiskwaliteit Plus

II

IV+

IV

IV

Basiskwaliteit

II

IV

IV

IV

III

V

V

V

Aanvullend Slecht onderhoud

Classificatie per onderhoudsbeeld Per onderhoudsbeeld en per beheercategorie is in tabel 7, naast het technische onderhoud, een vertaling gemaakt naar de classificatie in de CROW kwaliteitscatalogus Beeldkwaliteit. Vanuit de classificatie in de beeldkwaliteitscatalogus zijn de 4 verschillende samenhangende onderhoudsbeelden voor structuurgebieden gemaakt, genummerd II tot en met V. Vanaf 2019 is de onderhoudskwaliteit van de openbare ruimte verlaagd van Kwaliteit Extra naar Basiskwaliteit. Deze verlaging van het onderhoudsscenario had voor Groen & Bomen destijds kleinschalige gevolgen. Het onderhoudsniveau van parken is nu gelijk aan dat van woonwijken. Voor bomen is Kwaliteit Extra gehandhaafd gezien het grote belang van goed onderhouden, vitale bomen voor de leefbaarheid, biodiversiteit en klimaat. Met de relatietabel worden de hoofdkwaliteiten per beheercategorie als richtlijn aangegeven, hierbinnen zijn kleine nuanceringen mogelijk. Ook vanuit de systematiek is niet sprake van een

revisie Pagina 16 van 24

Onderhoudsscenario’s

absolute gebiedskwaliteit. De beheercategorieën behorend bij de beheergroep Groen & Bomen zijn ingekleurd. De beheercategorieën voor reiniging zijn niet ingekleurd omdat zij geen onderdeel uitmaken van het beheerplan Groen & Bomen. In de tabel zijn de reinigingscategorieën toegevoegd omdat de beeldkwaliteit van de openbare ruimte bepaald wordt door een evenwichtig totaalbeeld van zowel groen als reiniging. Groen- en reinigingswerkzaamheden zijn beide opgenomen in dezelfde integrale contracten. Inhoudelijk komen de niet ingekleurde categorieën aan bod in het beheerplan reiniging. Tabel 7: Relatietabel onderhoudsbeelden Roermond en CROW kwaliteitscatalogus Onderhoudsbeelden II

III

IV+

IV

V1

Classificatie CROW kwaliteitscatalogus Beeldkwaliteit

Beheercategorieën Beplanting heesters extensief

C

C

C

C

≤D

Beplanting heesters intensief

A

B

B

B

≤C

Hagen

A

B

B

B

≤C

Beplanting kruidachtig intensief

A

A

A

A

≤B

Bomen

A

A

B

B

≤C

Gazon

A

B

B

B

≤C

Ext. gras /bermen

A

B

C

C

≤D

Bermsloten

A

B

C

C

≤D

Zwerfvuil

A

B

B

C

≤D

Afvalbakken

A

B

B

C

≤D

Verhardingen (schoon) [1]

A

B

B

B

≤C

Hondenvoorzieningen

A

B

B

B

≤C

Speelvoorzieningen (schoon)

A

B

B

C

≤D

Kunstwerken (schoon)

B

C

C

C

≤D

Verkeer - statische objecten (schoon)

B

C

C

C

≤D

Wegmeubilair (schoon)

B

C

B

C

≤D

Openbare Verlichting (schoon)

B

C

C

C

≤D

<= Samenhangend onderhoudsbeeld gebied =>

Tabel Onderhoudsbeelden II-V

6.1.1 Betekenis voor groenvoorzieningen Alle structuurgebieden bevatten groenvoorzieningen. Wat bij het levende areaal van de beheergroep Groen & Bomen kenmerkend is dat het toepassen van bepaalde beheercategorieën, bv. beplanting kruidachtig intensief en bomen, altijd een hoge classificatie in beeldkwaliteit met zich mee brengen en zowel in aanleg als onderhoud een dure beheercategorie vormen.

1

Onderhoudsbeeld V is zondermeer slecht onderhoud gerelateerd aan de beheercategorie. Dit onderhoudsbeeld met

bijbehorend kwaliteitsniveau veroorzaakt achterstallig onderhoud. De objecten worden niet duurzaam in stand gehouden waardoor kapitaalsvernietiging ontstaat. [1] [1] Naast schaalbalken die gaan over de visuele kwaliteit van objecten bevat de CROW kwaliteitscatalogus ook schaalbalken die zichtbare technische schade classificeren. Deze laatste soort schaalbalken is niet gebruikt voor dit overzicht, vandaar de vermelding (schoon).

revisie Pagina 17 van 24

Onderhoudsscenario’s

Onderhoudsniveaus Om een zo vitaal en veilig bomenbestand te behouden is een goed onderhoudsniveau noodzakelijk. Het huidige niveau van onderhoud waarbij bomen in principe 1 keer per 3 jaar gecontroleerd (VTA) en gesnoeid worden is hiervoor voldoende. Het belang van een vitaal en goed onderhouden bomenbestand wordt steeds duidelijker door hun positieve bijdrage aan het stedelijk klimaat en zeker ook aan de biodiversiteit. Naast een goede en verantwoorde vitaliteit is ook een goed onderhoudsniveau uitermate belangrijk voor de beleving en gebruikswaarde van groen. Onderhoud van heesterbeplantingen en linthagen lager dan B niveau (CROW normering) is funest de waardering door gebruikers van het groen. 6.2 Reguliere onderhoudskosten Het reguliere onderhoud heeft betrekking op de beheermaatregelen welke jaarlijks moeten plaatsvinden om de groenvoorzieningen duurzaam in stand te houden. Op basis van de areaalgegevens is een berekening uitgevoerd met behulp van landelijke kengetallen voor marktconforme bedragen voor de komende tien jaar, zowel voor de aan Groen en Doen gegunde contracten als voor de commercieel aanbestede contracten. 6.3 Achterstallig onderhoud Er is geen achterstalligheid in snoeiwerk aan bomen en heesters. Wel is het zo dat een bepaald percentage van bomen, bosplantsoen en heesters niet vitaal is.

(zie tabel 4; Resultaat inspecties groenvoorzieningen) Naast een goed onderhoudsniveau is ook een goede en verantwoorde vitaliteit van de beplanting uitermate belangrijk voor de beleving en gebruikswaarde van Groen & Bomen. Vanaf 2017 zijn in een aantal grotere, integrale projecten niet vitale heesters en bomen vervangen. Ook kleinschalig zijn niet vitale heesters en bomen vervangen. Hierdoor is de hoeveelheid niet vitale bomen, bosplantsoen en heesters afgenomen. Het investeren in kwaliteit is een continu proces. Vervanging van niet vitale bomen en andere beplanting blijft noodzakelijk. Bij bomen die niet of minder vitaal zijn hoeft de veiligheid niet in het geding te zijn. Uit veiligheidsoverwegingen is het niet altijd noodzakelijk om een weinig vitale boom direct te verwijderen en te vervangen. Slechte vitaliteit, vaak voorkomend uit een gebrekkige groeiplaats, kan enkel worden opgelost door het vervangen van deze boom met verbetering van de groeiplaats. Vaak is dit alleen mogelijk in samenwerking met andere beheerdisciplines, zoals verhardingen en riool. Wel is het zo dat een boom die niet vitaal is en slecht groeit minder waarde heeft voor biodiversiteit, klimaat en beeld. Minder vitale bosplantsoenen en heesters hebben een beperkt veiligheidsrisico. Vitaal slechte beplanting heeft een duidelijke relatie met de beeldkwaliteit van een plantvak.

Herstel van vitaal slechte beplanting is enkel mogelijk door het vervangen hiervan. Het snoeien van bosplantsoen en heesters wordt op basis van jaarlijkse inspecties uitgevoerd. Geregeld is een heestervak ook de ondergrondse groeiplaats van een of meerdere bomen. Bomen hebben meestal een langere levensduur dan heesters. Met andere woorden: heesters zijn vaak aan het eind van hun levenscyclus als bomen net volwassen zijn en van grote waarde voor biodiversiteit en klimaat. Het vervangen van heesters door nieuwe heesters onder de kroonprojectie van een volwassen boom heeft vaak minder kans van slagen. Afhankelijk van de plaatselijke situatie maken we een keuze uit onderstaande opties:

revisie Pagina 18 van 24

Onderhoudsscenario’s

1. Heesters vervangen door heesters 2. Heesters vervangen door gras of kruiden en dus een iets ruiger beeld accepteren 3. Resterende heesters en andere spontaan opgekomen begroeiing laten staan en dus een ruig beeld accepteren Niet vitale heestervakken met hierin bomen met een slechte vitaliteit vervangen we in zijn geheel. Vervangende bomen en heesters krijgen in deze nieuwe vakken een nieuwe, goed ingerichte ondergrondse groeiruimte. 6.4 Vervangingen/renovaties Het vervangen van groenvoorzieningen en bomen met een slechte vitaliteit verloopt via de reguliere middelen en via de projectmatige investeringen. Het vervangen of renoveren heeft betrekking op het vervangen van bomen, groen en overige elementen na een bepaalde omloopperiode (levensduur). Voor groenvoorzieningen en bomen is sprake van projectmatige of kleinschalige renovatie. Vervangingskosten van bomen in verharding zijn door dure groeiplaatsinrichting beduidend hoger dan de kosten voor het vervangen van bomen met een groene standplaats. Het merendeel van de totale vervangingskosten is nodig voor een beperkt deel van het areaal. Dit toont ook de noodzaak tot het creëren van synergie aan. 6.4.1 Grootschalige renovatie van bomen en heesterbeplantingen. Met grootschalige renovatie wordt in deze context bedoeld het projectmatig herinrichten van straten en/of buurten.

Deze worden meestal geïnitieerd vanuit het beheer van riolering en/ of verhardingen maar kan ook vanuit het groenbeheer komen. Doordat bij een herinrichting meerdere beheergroepen betrokken zijn komt het regelmatig voor dat vervanging van een object eerder of later dan de normale afschrijvingstermijn wordt uitgevoerd. Dit maakt ook duidelijk dat een 100% vitaal areaal niet haalbaar of benodigd is. Gestreefd wordt om zoveel mogelijk bomen in groen te planten en zo weinig mogelijk in verharding. Het inrichten van een goede ondergrondse groeiplaats voor bomen in verharding is duur. Grootschalige vervanging van bomen en heesters wordt per integraal project opgenomen in de investeringsplanning (begroting). In lijn met de groenvisie sturen we bij herinrichting op een goed beheerbare inrichting van het plangebied met aandacht voor (bloemrijke) accenten. Zowel bij bomen als heesters gaat kwaliteit voor kwantiteit. Bomen Vaak is vervanging van bomen ook niet mogelijk zonder tegelijkertijd grote(re) ingrepen aan bijvoorbeeld riolering en verharding uit te voeren. Tegelijkertijd is een op een vervanging van bomen regelmatig ook niet mogelijk door conflictsituaties met bijvoorbeeld kabels en leidingen. Vanuit kosten- en efficiëntieoverwegingen kiezen we zoveel mogelijk voor een integrale aanpak van een plangebied.

Ook weten we dat een volledig vitaal bomenareaal met het huidige vervangingstempo ook in de toekomst niet bereikt wordt. De veiligheid is wel geborgd als het huidige onderhoudsniveau gehandhaafd wordt. In lijn met de groenvisie is het doel bomen een zodanige ondergrondse groeiruimte te geven dat ze tot volledige wasdom kunnen komen. Als het vanuit ruimtegebrek of kostenoverwegingen niet mogelijk is om een optimale groeiplaats in te richten realiseren we waar mogelijk kleine(re) soms niet optimale groeiplaatsen. Om toekomstige schade aan verhardingen, riool etc. te voorkomen planten we op deze plekken kleine(re) boomsoorten. Dit zijn bomen waarvan we op voorhand weten dat ze hun maximale levensduur niet bereiken maar dat ze door vroegtijdige vervanging ook geen grote schade veroorzaken aan harde infra, bijvoorbeeld riolering en verharding. Deze bomen zorgen wel voor een mooie aankleding van de openbare ruimte. Heesters

revisie Pagina 19 van 24

Onderhoudsscenario’s

We weten dat een volledig vitaal heesterareaal met het huidige vervangingstempo ook in de toekomst niet bereikt wordt. De veiligheid is wel geborgd als het huidige onderhoudsniveau gehandhaafd wordt.

6.4.2 Kleinschalige renovatie Een behoorlijk aantal bomen en heesterbeplantingen met een slechte vitaliteit staan buiten projectgebieden die in de toekomst heringericht worden en moeten apart vervangen worden. Deze kleinschalige vervangingen gebeuren vanuit de middelen voor reguliere vervanging. Voor bomen zijn in de investeringsplanning middelen opgenomen voor het jaarlijkse bomenprogramma. Bomen Eén op één vervanging van bomen is met regelmaat niet mogelijk door conflictsituaties, bijvoorbeeld door aanwezigheid van kabels en leidingen of ruimtegebrek. Compensatie moet dan elders plaatsvinden of vervalt. Ten dele vindt vervanging plaats binnen projecten zoals opgenomen in de investeringsplanning van de begroting en in de tienjarige onderhoudsplanning. Het jaarlijkse bomenprogramma, bestaande uit de veelal kleinere ingrepen met slechts beperkte raakvlakken met andere beheergroepen, is opgenomen in de investeringsplanning. In het bomenprogramma worden kleinschalig niet vitale bomen vervangen. In toenemende mate zien we dat vervanging van bomen vanuit technisch oogpunt moeilijk realiseerbaar is door tegenstrijdige belangen en hierdoor soms ontbrekend draagvlak. Prioriteit heeft ondergrondse groeiruimte van bestaande bomen verbeteren waardoor de levensduur verlengd wordt. Heesters De renovatiebehoefte voor heesterbeplantingen bepalen we op basis van jaarlijkse inspecties.

De omvang van de jaarlijkse, kleinschalige renovaties is wisselend omdat deze gefinancierd worden uit het restant van de reguliere middelen nadat alle kort cyclische onderhoudswerkzaamheden via de onderhoudsbestekken zijn betaald. Op basis van ervaring en jaarlijkse inspecties schatten we in dat de beschikbare budgetten, indien marktconform geïndexeerd, voldoende zijn om achteruitgang van vitaliteit van heesterbeplantingen te voorkomen. Tot het vervangen van beplanting behoort inboet en het vervangen van niet functionele, dode en/of niet vitale beplanting. 6.5 Conclusie Voor de onderhoudsscenario’s Basiskwaliteit, Basiskwaliteit Plus en Kwaliteit Extra, zijn de berekende budgetten in de Kadernota Beheer weergegeven. Opgemerkt wordt dat vanaf 1 januari 2022 een groot deel van het groenonderhoud voor onbepaalde tijd is weggezet bij Groen en Doen. De contracten voor het onderhoud van bomen, bermen, vaste planten, stedelijke begrazing en bestrijding van eikenprocessierups zijn en worden weggezet via aanbestedingen. De kosten van deze contracten zijn sterk afhankelijk van de resultaten van de aanbestedingen. Telkens opnieuw moet dus vergeleken worden of de inschrijvingen passen binnen de beschikbare budgetten.

Als een inschrijving dusdanig is dat deze niet past binnen de beschikbare middelen, moeten mogelijk andere keuzes in onderhoudsniveau, inrichting van groen of budgettering worden gemaakt.

revisie Pagina 20 van 24

Organisatie beheer

7

7.1

Organisatie beheer

Huidige beheerorganisatie

7.1.1 Huidige werkprocessen De beheerder groen houdt zich met verschillende taken bezig. Deze taken zijn onder te verdelen in planmatig beheer en operationeel beheer. Tussen planmatige en operationele beheertaken vindt voortdurend uitwisseling plaats om ontwikkelingen af te stemmen en waar mogelijk te gebruiken in het operationele beheer en onderhoud. Het onderhoud van groen en bomen is grotendeels weggezet in meerdere, deels integrale contracten, bijvoorbeeld perceelonderhoudsbestekken en het bomenbestek. 7.1.2 Planmatige Beheertaken: - Beheerplannen Beheer van groen is continue in ontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen volgen we en gebruiken we om het groenbeheer verder te verbeteren. Belangrijke wijzigingen worden verwerkt tijdens de actualisatie van de beheerplannen. Bij deze actualisatie worden ook de overige gegevens en uitgangspunten geüpdatet. - Contractbeheer Vanaf 1 januari 2022 zijn een deel van de onderhoudscontracten voor onderhoud van groen voor onbepaalde tijd gegund aan Groen en Doen B.V. In deze contracten zijn keuzemogelijkheden onderhoudsniveaus opgenomen. Ook zijn in deze integrale contracten diverse werkzaamheden van andere beheergroepen opgenomen zoals reiniging, onderhoud van de zand(val) ondergronden (speelvoorzieningen), vijvers en duikers (onderhoud watergangen en vijvers), afvalbakken (meubilair).

De contracten voor het onderhoud van bomen, bermen, vaste planten, stedelijke begrazing en bestrijding van eikenprocessierups zijn weggezet via aanbestedingen. Deze contracten hebben een looptijd van 2 jaar met één keer een mogelijke verlenging van 2 jaar. De groenbeheerder is contractbeheerder en in die zin verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden uit de contracten. Structureel toezicht gebeurt door toezichthouders. Inhoudelijke zaken over werkzaamheden van andere beheergroepen worden door de beheerder van de betreffende beheergroep afgehandeld. De kwaliteit van beplanting is te verdelen in twee soorten: beeldkwaliteit en vitaliteit waarbij de vitaliteit de beeldkwaliteit mee bepaald. De monitoring van de beeldkwaliteit van het openbaar groen vindt plaats binnen de onderhoudsbestekken. De vitaliteit van beplanting wordt enerzijds gebiedsgewijs in beeld gebracht binnen projecten en anderzijds via jaarlijkse opnames waarbij de meldingen van derden inbreng zijn. Binnen de mogelijkheden wordt op basis van deze opnames de te vervangen beplanting bepaald. - P&C cyclus Ieder jaar doorlopen we de P&C cyclus en kijken we welke middelen de komende jaren nodig zijn om invulling te geven aan onze ambities. In de meerjaren investeringsplanning geven we dit aan. Voor het onderhoud van groen zijn vastgestelde budgetten beschikbaar.

Na aanbesteding kan pas getoetst worden of het totaal van de winnende inschrijvingen binnen het totaal van de beschikbare budgetten past. Indien dit niet het geval is, moet mogelijk een afwijkende kwaliteit als voorheen gekozen worden om binnen het totaal van de beschikbare middelen te blijven.

revisie Pagina 21 van 24

Organisatie beheer

Naast deze budgetten vinden procentuele toerekeningen via een verdeelsleutel plaats naar andere beheergroepen op basis van afspraken gerelateerd aan landelijke richtlijnen. - Uitvoeringsbeleid Groenbeheerders leveren een bijdrage aan groenvisie en beleid. Beheer is een van de uitvoeringssporen van beleid. Met als basis de groenvisie worden in overleg uitvoeringsplannen opgesteld door de coördinator groen, natuur en landschap en de groenbeheerder. - Advisering De groenbeheerders geven organisatie breed advies op het gebied van groeninrichting voor projecten. Dit verloopt via het protocol Advies Projecten. Het betreft projecten van stadsuitbreidingen en –inbreidingen tot aan met adviezen op bestemmingsplannen. Daarnaast ondersteunt de groenbeheerder de collegae van het cluster Projecten Omgeving bij zowel de voorbereiding als de uitvoering van diverse cultuurtechnische werkzaamheden zoals bijvoorbeeld groot onderhoud in de wijken. - Projecten De groenbeheerder is ambtelijke opdrachtgever en adviseur voor projecten die het cluster Projecten Omgeving uitvoert. Voor grootschalige, integrale projecten is de groenbeheerder een van de opdrachtgevers van het cluster Beheer Openbare Ruimte, bijv. wijkonderhoud 7.1.3 Operationele beheertaken Het operationele beheer is grotendeels al beschreven in hoofdstuk 6.

Met operationele beheertaken worden verder nog bedoeld: - Budget beheer Het bijhouden van de exploitatiebudgetten, sturen van uitvoeringsprogramma’s (bijvoorbeeld programma’s voor snoei en inboet) en opdracht verstrekking o.a. door middel van deelopdrachten. - Gegevensbeheer Gegevensbeheer is belangrijk om inzicht en overzicht te houden op het beheer en onderhoud van groen. De beheergegevens van groen zijn actueel en betrouwbaar en worden digitaal bijgehouden in beheersystemen (GBI en Digitree). Groenbeheer is voor het actueel houden van beheergegevens afhankelijk van het inmeten van wijzigingen in de openbare ruimte door de medewerkers van ECGEO. Tijdig inmeten en verwerken in de BGT en GBI is essentieel voor goed planmatig beheer. Naast de groengegevens zijn ook de beheergegevens van verhardingen en straatmeubilair essentieel omdat de reiniging, onkruidbeheer van verhardingen en lediging van afvalbakken onderdeel uitmaken van de drie integrale onderhoudscontracten. De beheerder van deze onderhoudsdisciplines is verantwoordelijk voor het actueel houden van deze gegevens. Niet actuele gegevens ondermijnen het vertrouwen van gebruikers van deze gegevens en zorgen voor veel extra werk. Ook de financiële onzekerheden en risico’s nemen hierdoor toe. Vitaliteit wordt niet opgenomen in het beheersysteem, het is effectiever om deze projectmatig op te nemen.

- Directie en toezicht Op de werken en diensten die (buiten) uitgevoerd worden, dient directie en toezicht te zijn. Belangrijk is de controle op kwaliteit van uitvoering en op de afrekening. Vanaf 2017 bevatten de integrale bestekken veel meer dan voorheen werkzaamheden vanuit meerdere beheergroepen. Van oorsprong waren de perceelbestekken alleen raamcontracten voor het groenonderhoud. Binnen de beheergroep Groen & Bomen zijn bestrijding van de eikenprocessierups, maaien bermen, onderhoud bomen, onderhoud vaste planten en stedelijke

revisie Pagina 22 van 24

Organisatie beheer

begrazing als separate raamcontracten op de markt gezet, deze werkzaamheden zijn te specifiek om in een integraal contract op te nemen. Directievoering op de onderhoudsbestekken is ambtelijk geborgd bij de coördinator van de gemeentewerf. Goede directievoering op de diverse integrale onderhoudsbestekken is uitermate belangrijk, zowel vanuit de gewenste en gevraagde kwaliteit als vanuit de financiële verantwoording over betaalde werkzaamheden. Toezicht op de uitvoering van de contracten wordt uitgevoerd door toezichthouders van de buitendienst. Vanuit meerdere overwegingen; capaciteit, transparantie, scheiding van taken en verantwoordelijkheden is het een goede zaak dat directievoering niet door een beheerder wordt gedaan. - Indirect / ad hoc werk Dit zijn werkzaamheden die vooraf niet gepland kunnen worden. Het betreffen vanuit de organisatie regelmatig ook vragen en of wensen vanuit de politiek, en andere belanghebbenden. Een nadeel van het indirect werk is dat afhankelijk van de aard van het indirect werk, het een groot tijdbeslag kan leggen op de beschikbare ambtelijke capaciteit. Dit kan betekenen dat met geplande werkzaamheden geschoven wordt. 7.2

Gewenste werkprocessen

Om op een zo efficiënt mogelijke wijze de openbare ruimte te beheren is een planmatige aanpak essentieel. Een goede en planmatige ketensamenwerking tussen de clusters OO, PO en BOR is essentieel tot om een goed beheerbare openbare te komen. In het verleden is planmatig beheer vaak ondergeschikt gemaakt aan het afhandelen van incidenten. In deze werkwijze is de laatste tijd een kentering zichtbaar. Het is van belang dat aan het planmatig beheer blijvend meer prioriteit wordt gegeven dan aan het afhandelen van incidenten. Hierdoor verbetert ook de aansluiting op de P&C-cyclus. Verdere verbetering blijft een aandachtspunt. 7.3

Eigen buitendienst

De gemeente heeft de beschikking over een eigen buitendienst. Onderdeel van de eigen buitendienst is de gemeentelijke bomenploeg. De bomenploeg heeft de beschikking over goed professioneel materieel. Hierdoor kunnen zij snel reageren op meldingen/ klachten en calamiteiten (bijv. bij stormschade). Ook grotere werkzaamheden zoals kaprondes en snoei van bomen voeren zij uit. Verder behoren o.a. veiligheidscontroles, watergeven, aanplantwerkzaamheden, snoeien bosranden en wildschade preventie tot hun werkzaamheden. Aansturing van de gemeentelijke bomenploeg gebeurt door toezichthouders van de buitendienst.

revisie Pagina 23 van 24

Verschillen tussen 2017 en 2022

8

Verschillen tussen 2017 en 2022

Areaal: Het totale areaal groen is in vergelijking met 2016 afgenomen met 2,8%. Exact de oorzaken bepalen is niet mogelijk. Oorzaken kunnen o.a. zijn, verkoop van groen, bouwactiviteiten waarvoor groen is verdwenen maar ook tijdelijk ontbreken van beheergegevens in het beheersysteem door projecten in uitvoering. Het areaal hoogwaardige beplanting is procentueel flink is toegenomen o.a. door de reconstructie van het Munsterplein en Park Hattem. Verduurzaming o.a. gericht op vergroten van de biodiversiteit is o.a. zichtbaar in de afname van het areaal van intensief onderhouden grasvegetaties en de areaaltoename van extensievere vormen van beheer van gras in de afgelopen jaren. Contracten: Vanaf 1-1-2022 wordt het onderhoud van de drie integrale contracten voor groenonderhoud en reiniging voor onbepaalde tijd uitgevoerd door Groen en Doen. Groen en Doen is een B.V. met als enige aandeelhouder de gemeente Roermond. De overige contracten zijn commercieel aanbesteed. Toekomst: In de te maken afwegingen bij de inrichting en onderhoud van groen is duurzaamheid en vergroten van biodiversiteit steeds belangrijker. Door het realiseren van duurzame groeiplaatsen en het zoveel mogelijk toepassen van klimaatbestendige beplanting beperken we de gevolgen van klimaatverandering.

Onderhoudsniveaus: Vanaf 2019 is het kwaliteitsniveau voor het onderhoud van de openbare ruimte verlaagd van Kwaliteit Extra naar Basiskwaliteit. Het onderhoudsbeeld van groen is hierdoor op een enkel onderdeel verlaagd met beperkte consequenties voor het totaalbeeld. Vitaliteit groenvoorzieningen: Het percentage niet of minder vitale beplantingen is de afgelopen 5 jaar afgenomen door vervanging van niet vitaal groen in grootschalige projecten en kleinschalige vervangingen vanuit de exploitatie.

revisie Pagina 24 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=1f1feb71-d177-43b4-959b-756d7cc9b16a