CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_1-2_Beheerplan_Algemeen_Deel_2023-2032

Gemeenteraad 14 september 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Kadernota Beheer 2023 - 20327.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beheerplan 1 Algemeen deel Algemeen deel beheerplannen Gemeente Roermond

Gemeente Roermond Postbus 900 6040 AX Roermond

Verantwoording

Titel

:

Beheerplan

Subtitel

:

Algemeen Gemeente Roermond

Datum

:

juli 2023

Auteur(s)

:

Gemeente Roermond

Pagina 2 van 26

Pagina 3 van 26

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding.........................................................................................................................4 Aanleiding en doelstelling.............................................................................................................4 Beslisdocumenten beheer............................................................................................................5 Leeswijzer ....................................................................................................................................6

2 Begrippen en definities .................................................................................................7 2.1 Beheer..........................................................................................................................................7 2.1.1 Instandhouding.............................................................................................................................7 2.1.1.1 Regulier onderhoud ......................................................................................................7 2.1.1.2 Vervanging....................................................................................................................7 2.1.1.3 Achterstallig onderhoud ................................................................................................7 Achterstallig onderhoud en Kapitaalsvernietiging .........................................................................7 2.1.2 Functionele aanpassing ...............................................................................................................8 3 3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.5 3.6 3.6.1 3.7 3.8 3.8.1 3.8.2 3.8.3 3.8.4 3.8.5 3.8.6 3.8.7 3.8.8 3.9

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond .....................................................................9 Stap 1 – De onderhoudsscenario’s ..............................................................................................9 Stap 2 – De onderhoudsbeelden................................................................................................10 Stap 3 – Onderhoudsbeeld per structuurgebied ........................................................................11 Onderscheid in onderhoudsbeeld ..............................................................................................11 Verhogen onderhoudsbeeld per onderhoudsscenario ...............................................................11 Stap 4 – De structuurgebieden...................................................................................................11 Stap 5 – Koppeling onderhoudsbeelden met CROW-classificaties ...........................................13 CROW Kwaliteitscatalogus ........................................................................................................14 CROW systematiek: Algemeen..................................................................................................14 CROW systematiek: Meetmethodiek .........................................................................................16 Technische kwaliteit

...................................................................................................................17 Wet op de lijkbezorging ..............................................................................................................17 VTA (veiligheid) ..........................................................................................................................17 Keur............................................................................................................................................18 ROVL-2011 / Politiekeurmerk veilig wonen................................................................................18 NEN3398 & 3399 .......................................................................................................................18 NEN2767 (kunstwerken) ............................................................................................................18 Attractiebesluit............................................................................................................................19 CROW publicatie 146 en 147.....................................................................................................19 Relatietabel onderhoudsbeelden en CROW ..............................................................................20

4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.2 4.2.1 4.3

Overkoepelende wetgeving en beleid.........................................................................23 Wet- en regelgeving ...................................................................................................................23 Burgerlijk wetboek ......................................................................................................................23 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten 2003........................................23 Arbo-richtlijnen ...........................................................................................................................23 Wet Milieubeheer .......................................................................................................................24 WION..........................................................................................................................................24 Explosieven ................................................................................................................................24 Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot wetgeving .......................................................24 Omgevingswet............................................................................................................................24 Beleid

.........................................................................................................................................26

Pagina 3 van 26

Inleiding

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doelstelling

De huidige beleidsdocumenten voor het beheer van de openbare ruimte lopen tot en met 2017 en zijn toe aan actualisatie. De kadernota en de beheerplannen geven inzicht in de te verwachte beheerkosten voor de periode van 2017 t/m 2026 vanuit de verschillende onderhoudsscenario’s en de daaraan gerelateerde kwaliteitsniveaus waaraan de fysieke objecten in de openbare ruimte moeten voldoen. Tevens wordt in beeld gebracht wat er gebeurt als minder dan minimaal verantwoord wordt beheerd. De beheerplannen zijn opgenomen in een beheerplannenreeks. Dit deel (deel 1) is het overkoepelende algemene deel van de beheerplannen en beschrijft de algemene zaken die voor alle beheergroepen binnen de gemeente van toepassing zijn. De overige delen beschrijven elk hun eigen beheergroep. Een overzicht van de beheerplannenreeks is opgenomen in onderstaande tabel met groen gearceerd het voorliggende algemene deel. Tabel 4: Plaats in beheerplannenreeks`

Beheerplannenreeks

Titel

Deel 1

Algemeen

Deel 2

Verhardingen

Deel 3

Kunstwerken

Deel 4

Riolering

Deel 5

Havens & Waterpartijen

Deel 6

Verkeer

Deel 7

Groen & Bomen

Deel 8

Bos & Natuur

Deel 9

Reiniging

Deel 10

Verlichting

Deel 11

Inrichtingselementen

Deel 12

Spelen

Deel 13

Begraafplaatsen

Deel 14

Sportlocaties

Deel 15

Kunstobjecten

Deel 16

Ondergrondse inrichting

De beheerplannen zijn een gedetailleerde uitwerking per beheergroep van de kadernota beheer. Nieuw is het Beheerplan Ondergrondse inrichting dat voortkomt uit de door de Raad vastgestelde AVOI. Voor herkenbaarheid en leesbaarheid hebben de beheerplannen een gelijke opbouw.

Pagina 4 van 26

Inleiding

1.2

Beslisdocumenten beheer

Via diverse documenten wordt vanuit het beheer besluitvorming aan het bestuur van de gemeente gevraagd. Deze documenten kennen een hiërarchische en volgordelijke verhouding. In onderstaand schema zijn deze verhoudingen weergeven. Tabel 1: Volgorde beslisdocumenten beheer Onderdeel

Beleidsplan

=>

Beheerplan

=>

Begroting

=>

Projecten (werken)

Aard

Strategisch

=>

Tactisch

=>

Kaderstellend

=>

Operationeel

Marge tot1

±40%

=>

±25%

=>

±10-25%

=>

±10%

<=====

Communicatie / gegevensuitwisseling

=====>

Voorbeelden van beleidsplannen binnen het beheer zijn het Basis Rioleringsplan of het Speelruimteplan. Daarnaast zijn ook andere beleidsplannen van meer of mindere invloed op het beheer zoals het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan of de nota Actief Burgerschap. In onderstaand schema wordt per beheerdocumenten verder ingezoomd op hun rol en betekenis binnen de besluitvorming. Tabel 2: Beslisdocumenten beheer Document

Soort beleid

Beleidsnota Strategisch

Financieel

Marge Inhoud

Beheer

Besluit

Visie en bepaling

Grof

Kader-

Kadernota

Raad

stellend

beheer

Richting-

Beheerplannen

Raad

Begroting

Raad

Onderhouds-

B&W

benodigde middelen Beheerplan

Tactisch

Vaststellen inzet middelen

Matig

gevend Begroting

Operationeel Bepaling beschikking

Matig

Middelen Project

Operationeel Uitgave van middelen

Kaderstellend

Fijn

Planmatig

contracten

De door de Raad vastgestelde beleidsplannen met een visie voor de lange termijn worden beheermatig vertaald in beheerplannen met in het algemeen een horizon van 10 jaar voor wat betreft de planning en kosten van het beheer en onderhoud. Alle beheergroepen kennen hun eigen beheerplan. De Kadernota Beheer is daarbij het overkoepelend beleidsdocument voor het beheer. Beleidsvorming en beheer zijn daarbij geen statische aangelegenheden. Beheer zelf is een sterk cyclisch gebeuren. Voor zover tijdens voorbereiding van besluitvorming, beleids- of projectmatig, tevens op andere (beleids-)velden nieuwe ontwikkelingen zijn, wordt via overleg en afstemming de laatste stand van zaken meegenomen in de bestuurlijke voorstellen. Zoals blijkt uit bovenstaand schema beslist de Raad hierbij over de kaders, waaronder de financiering van het beheer. Vanuit de gestelde kaders kan het college besluiten over de uitvoering van de beheer- en onderhoudsmaatregelen. Deze scheiding in besluitvorming heeft zich steeds sterker gemanifesteerd sinds de invoering van het duaal bestel in 2002. Ook nu nog is wijze waarop een gemeente over zijn

1

“Marge tot” geeft indicatief weer de onzekerheidsmarge in (technische) gegevens, planning, financiën en dergelijke.

Pagina 5 van 26

Inleiding

financiën en andere kaders besluit nog steeds in beweging getuigen de recente vernieuwing van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het cyclische karakter van het beheer en de financiële besluitvorming is ook terug te vinden in de onderlinge verwevenheid van de diverse documenten en hoe deze elkaar beïnvloeden. Tijdige actualisatie van plannen is daarbij van belang. Waar beleidsplannen van invloed zijn op de beheerplannen, zijn de beheerplannen weer noodzakelijk om vanuit het beheer met de juiste voorstellen via de jaarlijkse P&C cyclus de begroting te voeden. Na het vaststellen van de begroting moeten de besluiten daarin weer doorvertaald worden naar concrete projecten en ook organisatorisch in de afdelingsplannen. Het navolgende schema geeft het procesmatig overzicht van de onderlinge relaties, verbanden en horizonten van de diverse plannen waarbij de pijlen in het schema de belangrijkste relaties aangeven. Tabel 3: Horizon en relatie beleid- en beheerplannen met de begroting (P&C cyclus) Plannen

Horizon en relatie

Actualisatie

Beleidsplan

5 ~ 80 jaar

Beheerplan

10 jaar

Investeringsplanning

4 jaar

afhankelijk beleidsplan minimaal 1x per 5 jaar jaarlijks

Begroting

1 jaar

Projectplan

1 ~ 10 jaar

binnen project

1 jaar

jaarlijks

Afdelingsplan

Niet in het schema te zien maar inhoudelijk van groot belang is de uitwisseling van ervaringen tussen de verschillende niveaus. Waar loopt men tegenaan, hoe is men er mee omgegaan en hoe is dat gerelateerd met eerdere of latere besluitvorming? 1.3

Leeswijzer

In de inleiding is de plaats van dit document beschreven binnen het beheerproces van de gemeente. In hoofdstuk 2 worden de begrippen en definities omschreven die gebruikt worden binnen de uitvoering van het beheer. In hoofdstuk 3 is een omschrijving opgenomen van de beheergroepen binnen de gemeente Roermond met bijbehorende scope. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan kwaliteit en de kwaliteitsambities binnen gemeente Roermond. Hier wordt een koppeling aangebracht tussen de Roermondse kwaliteitsomschrijvingen en de vigerende normen en kwaliteitsniveaus omschreven door de CROW beelkwaliteitscatalogus. Tevens worden hier in het kort een aantal politieke ambities met betrekking tot burgerparticipatie, social return en innovaties behandeld. In het laatste hoofdstuk van dit deeldocument wordt het vigerende beleid en de wetgeving behandeld die geldt voor alle beheergroepen.

Pagina 6 van 26

Begrippen en definities

2

Begrippen en definities

2.1

Beheer

Om de openbare ruimte op een bepaald niveau te laten functioneren is beheer nodig. We definiëren beheer kortweg als de zorg om de openbare ruimte door de jaren heen goed te laten functioneren. Beheer bestaat daarbij uit de volgende drie hoofdtaken:  Instandhouding: uitvoeren van instandhoudingsmaatregelen, bestaande uit onderhoud en vervanging;  Functionele aanpassing: functioneel aanpassen van de openbare ruimte (bijvoorbeeld door herinrichting);  Regulering gebruik: zo nodig reguleren van het gebruik van de openbare ruimte (bijvoorbeeld door verlenen van ontheffingen / vergunningen en handhaving). Dit zijn de kernactiviteiten die onder de noemer "beheer" thuishoren. Naast deze kernactiviteiten zijn er diverse algemene ondersteunende beheeractiviteiten, zoals bijvoorbeeld het maken van beheerplannen, interactie met de burgers en gebruikers van de openbare ruimte, registratie van meldingen en klachten en het monitoren van de kwaliteit (door onder meer inspecties en metingen) van de openbare ruimte. 2.1.1 Instandhouding Instandhouding bestaat, zoals eerder vermeld, uit onderhoud en vervanging. Deze twee begrippen worden hieronder toegelicht. Indien onderhoud en vervanging niet tijdig wordt uitgevoerd ontstaat achterstallig onderhoud. 2.1.1.1 Regulier onderhoud Elk object in de openbare ruimte heeft een bepaalde 'technische' levensduur.

Onderhoud bestaat uit maatregelen die ervoor zorgen dat het object tijdens de levensduur blijft functioneren en dat de verwachte levensduur daadwerkelijk wordt gehaald. Er kan een onderscheid worden gemaakt in klein en groot onderhoud. Bij klein onderhoud kan men denken aan kosten die jaarlijks of meerdere keren per jaar voorkomen (zoals bijvoorbeeld snoeien). Bij groot onderhoud kan worden gedacht aan bijvoorbeeld wegwerkzaamheden die eens in de zoveel jaar plaats moeten vinden. Groot onderhoud is doorgaans levensduur verlengend. 2.1.1.2 Vervanging Als het einde van de technische levensduur is bereikt (het object functioneert niet meer of het kost onevenredig veel onderhoudsinspanning om het nog te laten functioneren) en er is nog steeds behoefte aan het betreffende object dan moet het worden vervangen. Vervanging van een object is dus het verwijderen van het oude object en het terugbrengen vaneen vergelijkbaar nieuw object met dezelfde functionaliteit. De kosten voor verwijdering, aankoop en opnieuw aanbrengen is vastgelegd in de vervangingswaarde. 2.1.1.3 Achterstallig onderhoud Daarnaast is er het achterstallig onderhoud. We noemen onderhoudsmaatregelen achterstallig als het op object niet meer voldoet aan de kwaliteitseisen. Dit heeft altijd nadelige effecten als bijvoorbeeld functieverlies, overlast of kapitaalvernietiging.

Het niet voldoen aan de beeldkwaliteit wordt niet gezien als ‘achterstallig onderhoud’ maar als niet voldoen aan de beeldkwaliteitseisen. Achterstallig onderhoud en Kapitaalsvernietiging Financiële regels omschrijven Achterstallig onderhoud als: “Onderhoud dat niet op tijd is uitgevoerd waardoor een onderhoudsrichtlijn is overschreden en niet wordt voldaan aan het gestelde

Pagina 7 van 26

Begrippen en definities

kwaliteitsniveau.” Hierbij van belang is het risico op kapitaalsvernietiging, omschreven als: ”Zodanig achterstallig onderhoud van een kapitaalgoed dat de waarde afneemt.” Dit risico is niet hetzelfde voor alle beheergroepen. Een risico op daadwerkelijke kapitaalsvernietiging vanuit financiële regels is er voor beheergroepen die kapitaalsgoederen beheren zoals Riolering, Wegen, Kunstwerken en Spelen. De beheergroepen Groen en Bomen of Reiniging kennen geen of nauwelijks kapitaalgoederen. Bij dit onderhoud gaat ‘achterstallig’ meer om het niet meer voldoet aan de kwaliteitseisen. Ook dit kan nadelige effecten geven in termen van functie, overlast of beeldkwaliteit. 2.1.2 Functionele aanpassing Een object heeft, naast de genoemde technische levensduur, ook een functionele levensduur. Het kan voorkomen dat een object technisch nog in goede staat verkeert, maar toch onvoldoende of zelfs geheel niet functioneert omdat de functionele eisen in de loop van de tijd zijn veranderd. In dat geval volstaat onderhoud en / of vervanging niet meer, maar dient functionele aanpassing plaats te vinden. Dit gaat derhalve verder dan "instandhouden wat er al is". Functionaliteit wordt toegevoegd (of juist weggehaald). Dit is vaak duurder dan vervanging, omdat de nieuwe functionaliteit veelal groter is en / of omdat de feitelijke levensduur korter is dan de technische levensduur.

In de beheerplannen worden functionele aanpassing in principe niet meegenomen, tenzij dit vanuit de wetgeving is verplicht (bijvoorbeeld bij begraafplaatsen)

De beheerplannen hebben tot voornaamste doelen: • • • •

Het in beeld brengen van het areaal. De te verwachtte kosten voor beheer en onderhoud in de komende jaren Het kwaliteitsniveau waaraan het beheer moet voldoen gerelateerd aan de verschillende gedefinieerde onderhoudsscenario’s De inrichting en toekomstvisie van het beheerproces.

Pagina 8 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

3

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

De uitleg van het kwaliteitsschema achter de onderhoudsscenario’s bestaat uit 5 stappen. Alvorens deze stappen te doorlopen is belangrijk het onderscheid tussen de inrichtingskwaliteit en de onderhoudskwaliteit van de openbare ruimte: •

Inrichtingskwaliteit gaat over hoe goed de openbare ruimte is ingericht. Hoe deze is verdeeld tussen groen, spelen, verkeer en dergelijke, welke materialen of beplanting daarbij zijn gebruikt en hoe functioneel de inrichting als geheel is.

•

Onderhoudskwaliteit gaat over hoe goed de voorzieningen en/of objecten in stand worden gehouden en tijdig worden gerepareerd of vervangen.

Het beheer gaat over de onderhoudskwaliteit. De inrichtingskwaliteit bepaalt hierbij mede hoe en tegen welke kosten, een en ander ook onderhouden kan worden. Hoofdonderwerp van deze Kadernota Beheer is het beheer en dus de onderhoudskwaliteit van de openbare ruimte. In de onderhoudskwaliteit is dan weer een onderscheid gemaakt in de visuele en de technische onderhoudskwaliteit. De visuele onderhoudskwaliteit gaat over schoon en uitstraling, de technische onderhoudskwaliteit gaat over functioneel en veilig. Dit wordt verderop nog nader toegelicht. Vanuit deze basisuitgangspunten is aan de twee onderhoudsscenario’s inhoud gegeven. Hoe wordt nu in 5 stappen doorlopen. 3.1

Stap 1 – De onderhoudsscenario’s

De eerste stap bestaat uit de twee onderhoudsscenario’s met als aanvullend beeld gedefinieerd ‘Slecht onderhoud’. Deze zijn in onderstaande overzicht gegeven: DE ONDERHOUDSSCENARIO'S Onderhoudsscenario

Definitie

Kwaliteit Extra

Een sober en verantwoord beheer, gericht op het boven de ondergrenzen van normen blijven waardoor mede risico’s en klachten worden beperkt.

Basiskwaliteit Plus

Het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken zoals veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en op onderdelen verhoogde eisen aan schoon.

Basiskwaliteit

Het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken zoals veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en minimale visuele eisen. Wat gebeurt er als er minder dan minimaal verantwoord wordt beheerd? Een onderhoudsniveau met risico op kapitaalvernietiging van het areaal en waarbij de minimaal vereiste (beeld)kwaliteit passend bij de aard en functie van het (structuur-)gebied niet wordt gerealiseerd.

Aanvullend: Slecht onderhoud

Alle onderhoudsscenario’s voldoen aan het uitgangspunt van het duurzaam in stand houden van de gemeentelijke voorzieningen in de openbare ruimte. De onderhoudsscenario’s onderscheiden zich in de gestelde visuele en technische kwaliteitseisen.

Pagina 9 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

Een verschil tussen het technische en het visuele onderhoud is dat er in technisch onderhoud minder variatie mogelijk is dan in visueel onderhoud. Als voorzieningen op duurzame wijze functioneren en veilig zijn, dan zijn deze technisch op orde. Bij het op een hoger niveau onderhouden van de openbare ruimte gaat het dus vooral om verbeteringen op het gebied van het dagelijks en visueel onderhoud en het serviceniveau. Wel speelt mee dat een hoger onderhoudsniveau mee kan brengen dat voorzieningen of onderdelen daarvan, eerder vervangen worden. Dit heeft vrijwel altijd invloed op de technische kwaliteit en is zowel kosten verhogend als risico verlagend. 3.2

Stap 2 – De onderhoudsbeelden

De tweede stap betreft de samenhangende onderhoudsbeelden die nagestreefd worden. Deze onderhoudsbeelden gaan over de gewenste samenhangende visuele kwaliteit van het onderhoudsniveau. Het onderhoudsbeeld van de openbare ruimte wordt bepaald door een veelheid aan oordelen. Hoe schoon en heel zijn de banken? Hoe leeg zijn de afvalbakken? Hoe hoog staat het onkruid? Hoe erg is het zwerfafval? Ook de mate van ervaren veiligheid en overzichtelijkheid beïnvloeden het eindoordeel, dat daarbij sterk afhankelijk kan zijn van één factor, bijvoorbeeld de vervuilingsgraad. Wil het totale onderhoudsbeeld van de openbare ruimte voldoen aan het beoogde beeldkwaliteitsniveau dan is het daarbij noodzakelijk om een logische onderlinge samenhang te hebben in de onderhoudsniveaus van de diverse onderliggende objecten. Deze logische onderlinge samenhang in beeldkwaliteit is gedefinieerd via onderhoudsbeelden, aangeduid met de (romeinse) cijfers I tot en met V. Onderhoudsbeeld I staat hierbij voor de hoogste visuele onderhoudskwaliteit, onderhoudsbeeld V voor slecht visueel onderhoud. DE ONDERHOUDSBEELDEN VOOR VISUEEL ONDERHOUD Onderhoudsbeeld Omschrijving Visueel onderhoud van hoge kwaliteit met een maximum inzet op schone I FRAAI oppervlaktes en voorzieningen met afwezigheid van vuil. Visueel goed onderhoud met uiterlijk verzorgd groen en een schone omgeving met II MOOI weinig vuil.

onderhoud met onderhouden groen en een beperkte mate van vuil in de III REDELIJK Visueel omgeving. verantwoord visueel onderhoud met aandacht om problematische IV+ MINIMUM+ Minimaal vervuiling te voorkomen met op onderdelen verhoogde eisen aan schoon. verantwoord visueel onderhoud met aandacht om problematische IV MINIMUM Minimaal vervuiling te voorkomen. Slecht visueel onderhoud met risico op functieverlies of problematische vervuiling of V LELIJK verloedering. De onderhoudsbeelden leggen eenduidig de visuele onderhoudskwaliteit van de openbare ruimte als een samenhangend geheel vast. De onderhoudsbeelden zijn beheersmatig per beheercategorie gedefinieerd op basis van de classificaties uit publicatie 323 van de CROW, genaamd: Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018. Een toelichting op de CROW-kwaliteitscatalogus staat in hoofdstuk 2. De relatie tussen onderhoudsbeelden en de CROW-classificaties vormt de vijfde stap in de uitleg. Eerst worden nog 2 andere stappen doorlopen; in stap 3 het koppelen van de onderhoudsbeelden aan structuurgebieden en in stap 4 de structuurgebieden zelf.

Pagina 10 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

3.3

Stap 3 – Onderhoudsbeeld per structuurgebied

De derde stap betreft het voor elk onderhoudsscenario per structuurgebied het geven van de bijbehorende onderhoudsbeelden. Aanvullend zijn ook voor slecht onderhoud de onderhoudsbeelden per structuurgebied gegeven. DE ONDERHOUDSSCENARIO’S MET ONDERHOUDSBEELD PER STRUCTUURGEBIED Structuurgebieden Onderhoudsscenario’s

Binnenstad

Woongebied Buitengebied

Bedrijven- / Sportlocatie Industriepark

Begraafplaats

Kwaliteit Extra

II

III

IV

III

III

II

Basiskwaliteit Plus

II

IV+

IV

IV

IV

II

Basiskwaliteit

II

IV

IV

IV

IV

II

III

V

V

V

V

III

Aanvullend: Slecht onderhoud

3.3.1 Onderscheid in onderhoudsbeeld Het onderhoudsbeeld per structuurgebied sluit aan bij het bestaande visuele onderhoud in Roermond. Zo worden, vanuit hun aard en functie, de binnenstad en begraafplaatsen op een hogere beeldkwaliteit onderhouden. De overige bijzondere locaties betreffen de kernen van Herten, de Kemp, de Donderberg, Maasniel en Swalmen, park Hattem en de cruiseterminal Arlo. Hiervoor wordt hetzelfde onderhoudsbeeld aangehouden als voor Woongebied. Met de systematiek van onderhoudsbeelden worden keuzes beter en meer eenduidig vastgelegd en gekoppeld aan de landelijke kwaliteitscatalogus voor de openbare ruimte. Slecht (visueel) onderhoud is gerelateerd aan de aard en functie van het structuurgebied. Zo wordt voor de binnenstad gesteld dat door de hogere intensiteit van gebruik, de economische waarde voor Roermond en de impliciet hogere beeldkwaliteitseisen die gesteld worden, vervuiling veel sneller leidt tot achteruitgang in gebruikswaarde. De binnenstad moet dus met een hoger beeldkwaliteitsniveau onderhouden worden om verloedering te voorkomen. Voor begraafplaatsen zijn het de emoties die deze bijzondere locaties met zich meebrengen, die een hoger onderhoudsbeeld vragen om achteruitgang in gebruikswaarde te voorkomen.

Voor Park Hattem is de functie als nationaal herdenkingspark met de aanwezigheid van twee monumenten, het Nationaal Indië-monument en het VN-monument, de bepalende factor. 3.3.2 Verhogen onderhoudsbeeld per onderhoudsscenario Voor de normale openbare ruimte is onderhoudsbeeld IV als het minimaal verantwoord visueel onderhoud gedefinieerd. Zoals hiervoor beschreven geldt voor bijzondere openbare ruimte een afwijkend minimumniveau. Bij het overgaan van Basiskwaliteit naar Kwaliteit Extra zijn de onderhoudsbeelden voor de woongebieden, bedrijventerreinen en sportlocaties verhoogd. De onderhoudsbeelden voor binnenstad, begraafplaatsen en buitengebied voldoen ook voor Kwaliteit Extra. Het onderhoudsscenario Basiskwaliteit Plus heeft dezelfde insteek als Kwaliteit Extra ten opzichte van Basiskwaliteit, alleen dan gericht op een hoger niveau schoon in Woongebieden. Dit is vertaald naar een hogere CROW-classificatie voor Zwerfvuil, Wegmeubilair, Speelvoorzieningen en Afvalbakken. Opgemerkt wordt dat deze Plus-verhoging dus geen betrekking heeft op andere onderhoudsaspecten dan schoon, zoals bijvoorbeeld technisch of uiterlijk, die blijven op het minimaal verantwoorde beheer. Voor een aantal beheerplannen is er geen onderscheid in de onderhoudsscenario’s omdat het zuiver technisch beheer betreft waarbij visuele eisen niet of nauwelijks een rol spelen. Dit geldt bijvoorbeeld

Pagina 11 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

voor Riolering en Havens & Waterpartijen, terwijl het beheerde areaal Kunstobjecten te klein en specifiek is om een onderscheid zinvol te maken. Voor de arealen Groen & Bomen en Reiniging is visueel onderhoud daarentegen juist wel belangrijk. 3.4

Stap 4 – De structuurgebieden

Stap 4 betreft de indeling van de gemeente Roermond in structuurgebieden. De wensen en verwachtingen over de visuele kwaliteit van de openbare ruimte zijn vaak per gebied erg verschillend. De binnenstad krijgt bijvoorbeeld veel bezoekers en is een van de visitekaartjes voor Roermond. De wensen en verwachtingen liggen hier in het algemeen hoger dan bijvoorbeeld op een bedrijventerrein dat een veel minder verblijfsmatig gebruik van de openbare ruimte kent. Dit kan reden zijn andere visuele kwaliteitsniveaus te hanteren. Om vanuit het beheer beleidsmatig met deze verwachtingen om te kunnen gaan is de gemeente Roermond opgedeeld in structuurgebieden; gebieden in de openbare ruimte met gelijke visuele beheerkenmerken vanwege overeenkomsten in bijvoorbeeld inrichting, functie en/of gebruik. De drie hoofdstructuurgebieden voor de openbare ruimte zijn: Binnenstad, Woongebied en Buitengebied. Daarnaast zijn bijvoorbeeld begraafplaatsen als apart structuurgebied benoemd vanwege hun individuele karakter. STRUCTUURGEBIEDEN IN DE GEMEENTE ROERMOND

Pagina 12 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

3.5

Stap 5 – Koppeling onderhoudsbeelden met CROW-classificaties

In stap 5 wordt voor het visueel onderhoud de relatie gelegd tussen de onderhoudsbeelden en de classificaties in de CROW-Kwaliteitscatalogus openbare ruimte (CROW publicatie 323). Door deze classificering zijn de verschillende samenhangende onderhoudsbeelden samengesteld, genummerd I tot en met V. RELATIETABEL ONDERHOUDSBEELDEN EN CROW KWALITEITSCATALOGUS Onderhoudsbeelden

I

II

III

IV+

IV

V

FRAAI

MOOI

REDELIJK

MINIMUM+

MINIMUM

LELIJK

Beheercategorieën

Classificatie CROW kwaliteitscatalogus Beeldkwaliteit

Beplanting heesters extensief

C

C

C

C

C

≤D

Beplanting heesters intensief

A

A

B

B

B

≤C

Hagen

A

A

B

B

B

≤C

Beplanting kruidachtig intensief

A

A

A

A

A

≤B

Bomen

A

A

A

B

B

≤C

Gazon

A

A

B

B

B

≤C

Gras /bermen extensief

A

A

B

C

C

≤D

Bermsloten

A

A

B

C

C

≤D

Zwerfvuil

A+

A

B

B

C

≤D

Afvalbakken

A

A

B

B

C

≤D

Verhardingen (schoon)[1]

A+

A

B

B

B

≤C

Hondenvoorzieningen

A

A

B

B

B

≤C

Speelvoorzieningen (schoon)

A

A

B

B

C

≤D

Kunstwerken (schoon)

A

B

C

C

C

≤D

Verkeer - statische objecten (schoon)

B

B

C

C

C

≤D

Wegmeubilair (schoon)

A

B

C

B

C

≤D

Openbare Verlichting (schoon)

B

B

C

C

C

≤D

<= Samenhangend onderhoudsbeeld gebied =>

Relatietabel Onderhoudsbeelden I-V met CROW-classificatie

NB: Onderhoudsbeeld V is zondermeer slecht onderhoud gerelateerd aan de beheercategorie. Dit onderhoudsbeeld met bijbehorend kwaliteitsniveau veroorzaakt achterstallig onderhoud. De objecten worden niet duurzaam in stand gehouden waardoor kapitaalsvernietiging ontstaat.

Met de relatietabel worden de hoofdkwaliteiten per beheercategorie als richtlijn aangegeven, hierbinnen zijn kleine nuanceringen mogelijk. Ook vanuit de CROW-systematiek is niet sprake van een absolute gebiedskwaliteit. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 2.

[1]

Naast schaalbalken die gaan over de visuele kwaliteit van objecten bevat de CROW kwaliteitscatalogus ook schaalbalken die

zichtbare technische schade classificeren. Deze laatste soort schaalbalken is niet gebruikt voor dit overzicht, vandaar de vermelding (schoon).

Pagina 13 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

Op laatste drie pagina’s wordt bovenstaande tabel weergegeven inclusief de bijbehorende afbeeldingen uit de CROW Kwaliteitscatalogus. 3.6

CROW Kwaliteitscatalogus

3.6.1

CROW systematiek: Algemeen Om tot een objectieve classificatie en normering van de te bewaken visuele kwaliteit te komen, wordt gebruik gemaakt van de CROW Kwaliteitscatalogus openbare ruimte (CROW publicatie 323). Deze innovatieve kwaliteitscatalogus bestaat sinds 2007 en vormt geen statisch document, uitwisseling van ervaringen is dus belangrijk om de beoogde voordelen te maximaliseren. Roermond past deze systematiek al toe in onderhoudsbestekken. Nieuw is deze ook te gebruiken in de besluitvorming over de onderhoudsscenario’s binnen het beheerbeleid, daar waar het gaat om visuele kwaliteit van de openbare ruimte. De kwaliteitscatalogus is sterk objectgericht. De kwaliteit per object moet dus opgeschaald worden tot een visuele gebiedskwaliteit.

CROW publicaties worden niet meer alleen als papieren publicaties verstrekt maar ook digitaal via het inlogportaal van de CROW. De Gemeente Roermond is hierop geabonneerd en kan deze catalogus dus vanuit elke locatie via internet benaderen. Dit vergroot het gebruiksgemak en de actualiteit en sluit aan bij de digitalisering van documenten binnen Roermond. Eigen keuzes kunnen worden vastgelegd binnen het portaal. Tabel 1: Standaard onderhoudsniveaus CROW Kwaliteitscatalogus Code

Waardering

Omschrijving

A+ A B C

Zeer goed Goed Voldoende Matig Te slecht / achterstallig

Nagenoeg ongeschonden (opleveringskwaliteit) Mooi en comfortabel Functioneel Onrustig beeld, discomfort of enige vorm van hinder Kapitaalvernietiging, uitlokking van vernieling, functieverlies, juridische aansprakelijkstelling of sociale onveiligheid

D

Bron: Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018, landelijke standaard voor visuele onderhoudskwaliteit

In onderstaande figuur is deze CROW normering beeldkwaliteit als schaalbalk weergegeven. Omdat veel gemeenten deze systematiek ook hanteren maakt dit benchmarken met andere gemeenten in Nederland gemakkelijker.

Figuur 2: schaalbalk visuele onderhoudskwaliteit

In de kwaliteitscatalogus worden de onderscheiden niveaus middels een schaalbalk per discipline en onderdeel (object) nader gevisualiseerd en omschreven. Hieronder zijn voorbeelden weergegeven voor onkruid bij beplanting en graffiti op kunstwerken. In de nieuwste catalogus zijn ruim 200 van dit soort schaalbalken opgenomen.

Pagina 14 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

Figuur 1: Voorbeeld CROW schaalbalk voor onkruidgroei tussen beplantingen

Figuur 2: Voorbeeld CROW schaalbalk voor graffiti op kunstwerken.

Pagina 15 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

3.7

CROW systematiek: Meetmethodiek

Vanuit de systematiek is er geen sprake van een absolute gebiedskwaliteit. Het gebied scoort de kwaliteit dat bij negentig procent van de metingen wordt gehaald, cumulatief gemeten vanaf niveau A+. Ter verduidelijking van deze meetsystematiek is de volgende tabel opgenomen. De onderstaande tabel laat de uitslag zien van een uitgevoerde opname wegmeubilair binnen een woongebied in Roermond gerelateerd aan de classificatie uit de CROW kwaliteitscatalogus. Uit onderstaande tabel volgt dat de heersende beeldkwaliteit B betreft. B is de visuele cumulatieve kwaliteitsscore waarbij de 90% grens wordt gehaald.

Tabel 2: Kwaliteitsscore wegmeubilair Gebied 7 (Woongebied) Soort Aantal A Prullenbak 6 5 Containers 3 0 Hondendispenser 5 5 Informatiebord 0 0 Bankje 5 4 Picknickset 0 0 Nietje 0 0 Glasbak 0 0 Totalen 19 14 Percentage 100% 74% Score cumulatief 74% Bron: QuickScan Wegmeubilair, 20 april 2016

B 1 3 0 0 0 0 0 0 4 21% 95%

C 0 0 0 0 1 0 0 0 1 5% 100%

D 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0% 100%

Deze via de CROW beeldkwaliteitssystematiek bepaalde score kan worden gebruikt bij de beoordeling van de prestaties van opdrachtnemers van beeldkwaliteitscontracten. Behalve bij het geobjectiveerd vaststellen van de gebiedskwaliteit kan het beheer met de uitslag van dit soort metingen ook goed gericht worden op de zwakke plekken in de kwaliteitsscore. Door zo de aandacht op de juiste objecten te richten wordt ook de visuele gebiedskwaliteit effectief op het vereiste niveau gehouden.

Pagina 16 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

3.8

Technische kwaliteit

Onderstaande overzicht is ook opgenomen in hoofdstuk 3 van de kadernota. In de tabel staan de voornaamste normeringen en richtlijnen voor de technische kwaliteit van de diverse beheerdisciplines. In onderstaande paragrafen is een kleine toelichting gegeven op de genoemde richtlijnen en normeringen. Ook de beheerplannen bevatten een toelichting op de voor de betreffende beheergroep belangrijkste wetten, regels en normen. Tabel 3: Belangrijkste technische normen Beheergroep

Belangrijkste technische normen

Begraafplaatsen

Wet op de lijkbezorging

Bomen

VTA (veiligheid)

Bos & Natuur

VTA (veiligheid)

Groenvoorzieningen

Diverse CROW normen

Grondstoffen

Alleen visuele normen

Havens en Waterpartijen

Keur

Kunstobjecten

Alleen visuele normen

Kunstwerken (civieltechnisch)

NEN 2767

Openbare Verlichting

ROVL-2011, Politiekeurmerk Veilig Wonen

Reinigingsplan

Alleen visuele normen

Riolering

NEN 3398 en 3399

Speelvoorzieningen

Attractiebesluit (veiligheid)

Sportlocaties

Normering per sportactiviteit

Verhardingen

CROW publicatie 147 Wegbeheer

Verkeersvoorzieningen

Diverse normen

Wegmeubilair

Diverse CROW normen

3.8.1 Wet op de lijkbezorging In de Wet op de Lijkbezorging is nauwkeurig vastgelegd welke zorg de houder van de begraafplaats moet verlenen voor de lijkbezorging. Hierin zijn diverse zaken geregeld, zoals de procedures die doorlopen moeten worden na het overlijden, aan welke eisen een begraafplaats moet voldoen, en hoe de begraven persoon of de as geregistreerd moet worden. In de Wet op de Lijkbezorging staat, dat de houder van een begraafplaats een register bij moet houden van alle daar begraven lijken en bijgezette asbussen. In het register moet een nauwkeurige aanduiding staan van de plaats waar zij begraven of bijgezet zijn. Dit register is openbaar. Bij opheffing blijft het register op grond van de archiefwetgeving onder beheer van de gemeente. Van bijzondere begraafplaatsen wordt het overgebracht naar de gemeente, ongeacht het feit of de eigenaar van de bijzondere begraafplaats beschikking heeft over een archief. 3.8.2 VTA (veiligheid) De VTA boomcontrole is een landelijk (juridisch) geaccepteerde vorm van boomcontroles. VTA is een methode om te komen tot een beoordeling van de vitaliteit en veiligheid van bomen. VTA staat voor Visual Tree Assessment. Het woord visual geeft aan dat de inspectie plaats vindt naar uiterlijk

Pagina 17 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

waarneembare kenmerken. Middels een VTA inspectie kan aansprakelijkheid naar aanleiding van schade veroorzaakt door bomen worden toegekend dan wel afgewend. De doelstelling van de wettelijke zorgplicht is regelmatig te controleren en te registreren. Als gevolg van deze controles en/of nadere inspecties wordt een advies opgesteld om een zo veilig mogelijke openbare ruimte te beheren. De risico’s in het beheer worden op deze manier inzichtelijk gemaakt. 3.8.3 Keur De keur is een verordening met de regels die een waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Als er (bouw)werkzaamheden uitgevoerd worden in de nabijheid van een water of een dijk, heeft degene die dat wil doen een keurvergunning of keurontheffing van het waterschap nodig. Het Waterschap onderzoekt hoe en wat de nadelige gevolgen zijn voor het water of voor de dijken. Zijn de gevolgen acceptabel, dan wordt onder strikte voorwaarden een vergunning of ontheffing afgegeven. Voor sommige werkzaamheden zijn algemene regels beschikbaar. Als aan deze regels wordt voldaan, is er geen vergunning of ontheffing nodig, waarbij de werkzaamheden wel bij het waterschap moeten worden gemeld. De volgende bepalingen uit de keur zijn van belang:  De eigenaren zijn onderhoudsplichtig voor de secundaire wateren (waterpartijen).

 Op percelen gelegen aan primaire wateren, waarvan het onderhoud geschiedt door of onder toezicht van het Waterschap wordt de specie ontvangen, die tot behoorlijk onderhoud uit de wateren wordt verwijderd. 3.8.4 ROVL-2011 / Politiekeurmerk veilig wonen Voor openbare verlichting is de Richtlijn Openbare Verlichting (ROVL-2011) beschikbaar waarin kwaliteitscriteria zijn opgenomen. De richtlijn wordt door veel gemeenten als leidraad bij de invulling van de openbare verlichting gehanteerd, zo ook door gemeente Roermond. In het najaar van 2002 zijn deze richtlijnen vervangen door de NPR 13201-1 “Richtlijnen voor de Openbare Verlichting”. Hierin worden de verschillende verlichtingseisen op elkaar afgestemd door onderscheid te maken in: openbare ruimten met een verkeersfunctie, openbare verblijfsruimten en ruimten die beide functies vervullen. Aan de hand van de functie en de kenmerken van de openbare ruimte (te weten bebouwing, functie van de weg, infrastructuur, verkeer, verkeersintensiteit of moeilijkheidsgraad) worden verlichtingsklassen opgesteld. Deze verlichtingsklassen geven aan, aan welke kwaliteitscriteria de openbare verlichting moet voldoen. Deze kwaliteitscriteria hebben betrekking op de verlichtingssterkte en de gelijkmatigheid van de verlichting. 3.8.5 NEN3398 & 3399 De technische kwaliteit van de riolering wordt bepaald aan de hand van NEN-EN 3398 en NEN-EN 3399.

NEN 3398 geeft eisen inzake onderzoek van de buitenriolering en het vertalen van de onderzoeksresultaten naar de aard en de urgentie van te treffen maatregelen. Voorheen waren in de normeringen waarschuwingsgrenzen en ingrijpgrenzen gedefinieerd. Dit is tegenwoordig niet meer van toepassing. De gemeente dient zelf te definiëren wanneer zij wel of niet ingrijpen. NEN 3399 geeft aan op welke wijze waarnemingen moeten worden geclassificeerd voor het vastleggen van de toestand van de buitenriolering door visuele inspectie. 3.8.6 NEN2767 (kunstwerken) De technische onderhoudskwaliteit van kunstwerken wordt gemeten met behulp van een conditiescore aan de hand van NEN2767. Een beknopte beschrijving van de conditie scores is in onderstaande tabel weergegeven.

Pagina 18 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

Tabel 4: Conditiescores volgens NEN2767 Conditiescore

Omschrijving

Toelichting

1

Uitstekende conditie

Geen of zeer beperkte veroudering. Ten aanzien van het totale gebrekenbeeld geldt dat bouwdelen in een uitstekende en vakkundig uitgevoerde staat verkeren.

2

Goede conditie

Beginnende veroudering. Gebreken aan bouwdelen in de vorm van materiaalaantasting, veroudering van afwerklagen en componenten komen incidenteel voor.

3

Redelijke conditie

Het verouderingsproces is plaatselijk op gang gekomen. Bouwdelen vertonen plaatselijk gebreken aan afwerklagen, materialen en componenten. Regelmatig kunnen goed uitgevoerde een duurzame reparaties worden vastgesteld. Er kunnen incidenteel tot plaatselijk (ernstige) gebreken voorkomen die kunnen leiden tot functieverlies.

4

Matige conditie

Het verouderingsproces wordt met regelmaat geconstateerd. Bouwdelen vertonen regelmatig gebreken aan de afwerklagen, materialen en componenten. Plaatselijk kunnen storingen in het functioneren van het bouwdeel optreden. Er kunnen regelmatig (ernstige) gebreken voorkomen die kunnen leiden tot functieverlies.

5

Slechte conditie

Het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden. Bouwdelen vertonen in aanzienlijke mate gebreken aan afwerklagen, materialen en componenten. De primaire functies van onderdelen die het functioneren van bouwdelen beïnvloeden, zijn dan niet meer gewaarborgd. Er kunnen veel (ernstige) gebreken voorkomen die kunnen leiden tot functieverlies.

6

Zeer slechte conditie

Maximaal gebrekenbeeld. Het bouwdeel is onbruikbaar en technisch rijp voor sloop.

3.8.7 Attractiebesluit De wettelijke verplichtingen voor de veiligheid van speeltoestellen zijn geregeld in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen van Maart 1997 of kortweg het WAS. In het attractiebesluit wordt verwezen naar de Europese Normen (NEN-EN 1176 voor speeltoestellen en NEN-EN 1177 voor valdempende ondergronden) als een hulpmiddel voor toetsing van de veiligheid van speeltoestellen en ondergronden. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit is de instantie die het WAS handhaaft. Onder het WAS vallen speeltoestellen, attractietoestellen en waterglijbanen. Een speeltoestel wordt gedefinieerd als: Een inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. In het WAS staat dat speeltoestellen veilig geproduceerd en beheerd moeten worden. Richtlijnen hiervoor staan in de Europese normen voor speeltoestellen en waterglijbanen. De fabrikant moet ervoor zorgen dat het speeltoestel veilig ontworpen en gebouwd is. In de aangewezen Europese normen voor speeltoestellen staan deze algemene eisen nader gespecificeerd. Elk toestel moet een technisch constructiedossier hebben. De beheerder moet ervoor zorgen dat het toestel veilig te gebruiken is. Dat wil zeggen dat het veilig geïnstalleerd en goed onderhouden moet zijn. Dit geldt ook voor het bodemmateriaal.

Speeltoestellen die voor 26 maart 1997 in gebruik waren moeten wel veilig zijn maar hoeven geen certificaat van goedkeuring (typekeuring) te hebben. Voor speeltoestellen na 1997 is dit wel van toepassing. Elk speeltoestel moet een logboek hebben. In dit logboek moeten gegevens over de fabrikant/importeur, de installateur, eigenaar en beheerder staan. Tevens staan hierin gegevens over het toestel zelf, keuringen, inspecties, onderhoud en ongevallen. De beheerder houdt het logboek bij en bewaart dit. 3.8.8 CROW publicatie 146 en 147 Voor het plannen en begroten van het noodzakelijke constructieve wegonderhoud en het vaststellen van de aanwezige kwaliteit maken wegbeheerders al sinds 1985 gebruik van de wegbeheersystematiek

Pagina 19 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

(CROW-publicatie 146 en 147). Hiermee kan op basis van resultaten van een globale visuele inspectie (één keer per twee jaar) het benodigde budget voor de komende 5 jaar worden bepaald. Ook kan inzichtelijk worden gemaakt wat de effecten zijn op de kwaliteit bij een tekort aan beschikbare budgetten. 3.9

Relatietabel onderhoudsbeelden en CROW

Ter verduidelijking is een deel van de beschikbare beheercategorieën uit de CROW kwaliteitscatalogus gebruikt om de onderhoudsbeelden te duiden. Onderstaand de relatietabel tussen onderhoudsbeelden en CROW kwaliteitscatalogus.

Pagina 20 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

Pagina 21 van 26

Kwaliteitssysteem onderhoud Roermond

[1] Naast de schaalbalken die gaan over de visuele kwaliteit van objecten bevat de CROW kwaliteitscatalogus ook schaalbalken die zichtbare technische schade classificeren. Deze laatste soort schaalbalken is niet gebruikt voor dit overzicht, vandaar de vermelding (schoon).

Pagina 22 van 26

Overkoepelende wetgeving en beleid

4

Overkoepelende wetgeving en beleid

In dit hoofdstuk is de wetgeving en beleid beschreven die van toepassing is voor alle beheergroepen. 4.1

Wet- en regelgeving

4.1.1 Burgerlijk wetboek Veiligheid spreekt voor zich. Een object in de openbare ruimte moet voor de gebruikers veilig zijn. Als dit niet het geval is, kan de gemeente wettelijk aansprakelijk worden gesteld voor gebreken aan het object. Dit staat vermeldt in artikel 174 in het burgerlijk wetboek deel 6. Ook de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor gebreken op het object. Dit is geregeld in artikel 162 van boek 6. 4.1.2 Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten 2003 Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een AMvB vanuit de Gemeentewet 2003. Het vormt een aanvulling op een verdere uitwerking van de boekhoudkundige regelgeving van de gemeenten. In artikel 12 schrijft de BBV voor, dat de gemeente inzicht moet geven hoe zij omgaat met haar kapitaalgoederen. In ieder geval voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Civiele kunstwerken worden opgenomen onder het kapitaalgoed wegen. In mei 2007 is een notitie uitgebracht door de commissie BBV waarin wordt verduidelijkt hoe om te gaan met verkrijging, vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen. In maart 2016 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd in het BBV.

Deze wijziging zorgt voor een betere toegankelijkheid van de BBV voor niet ingewijden door de wijze waarop cijfers en prestaties worden gepresenteerd te veranderen en daarin meer eenheid aan te brengen. Eén van de wijzigingen is het invoeren van een uniforme verdeling in taakvelden. 4.1.3 Arbo-richtlijnen Aangezien het werken in de openbare ruimte niet zonder risico is, zowel fysiek als mentaal, is de Arbowet geen overbodige luxe. De Arbowet is een raamwerk en geeft algemene verplichtingen, zowel voor werkgever als werknemers. De werkgever dient ervoor te zorgen dat een zo groot mogelijke veiligheid en een zo goed mogelijke bescherming van de gezondheid gewaarborgd wordt en dat het welzijn van de werknemers niet in het gedrang komt. Naast de werkgever heeft ook de werknemer de verplichting de vastgestelde werkmethoden toe te passen en daarvoor bestemde materialen te gebruiken. Bij sommige beheergroepen is veiligheid uitgewerkt in een schrijven specifiek voor de beheergroep, zoals bijvoorbeeld het boekje ‘Veiligheidsvoorschriften voor Groenvoorzieners en Wijkbeheerders’ waarin veiligheidsvoorschriften opgenomen zijn die betrekking hebben op werken in het groen. Ze behoort niet tot de wetgeving, maar is wel de norm die de arbeidsinspectie hanteert bij het beoordelen van werksituaties.

Bij veel aannemers en bouwprojecten is het behalen van een VCA (veiligheidscertificaat aannemerij) diploma verplicht. Hiermee toon je aan dat weet wat de regels zijn om veilig te kunnen werken. De Arbowet verplicht de werkgever een beleid te voeren dat gericht is op het voorkomen van ongelukken, het vermijden van ongezond werk en het bieden van welzijnsvriendelijk werk (art. 4). Om dit beleid concreet te maken en de volgorde van prioriteiten vast te stellen verplicht de Arbowet (conform art. 5) iedere werkgever een Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) uit te voeren, een plan van aanpak op te stellen en deze te onderhouden voor en tijdens een werk. Deze brengt problemen, knelpunten, onveilige situaties e.d. aan het licht.

Pagina 23 van 26

Overkoepelende wetgeving en beleid

4.1.4 Wet Milieubeheer De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet. Deze wet bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. De belangrijkste instrumenten zijn milieuplannen en milieuprogramma's, milieukwaliteitseisen, vergunningen, algemene regels en handhaving. Ook bevat de wet de regels voor financiële instrumenten, zoals heffingen, bijdragen en schadevergoedingen. In de wet milieubeheer is bijvoorbeeld geregeld dat elke gemeente in Nederland de verplichting heeft tot het opstellen van een plan waarin staan hoe de gemeente de zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater gaat uitvoeren en welke maatregelen de komende jaren genomen gaan worden. Ook over de omgang met andere afvalstoffen (in het kader van het weg- en groenbeheer) zijn in de Wet Milieubeheer bepalingen opgenomen. 4.1.5 WION WION staat voor Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten, ook wel grondroerdersregeling genoemd. De wet beoogt gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. Sinds 2008 is het verplicht een melding te doen bij een mechanische grondroering. Kabels- en leiding beheerders moeten hun kabels en leidingen digitaal vastleggen.

Van sommige kabels of leidingen is niet bekend wie de eigenaar of beheerder is. Een grondroerder is verplicht deze bij het Kadaster te melden. Het kadaster meldt de vondst van de onbekende leiding aan alle beheerders van leidingen in het betrokken gebied. Als het kadaster niet binnen tien werkdagen kan achterhalen van wie de leiding is, dan krijgt de gemeente de verplichting om (het gevonden deel van) de leiding te registreren als weesleiding. De gemeente is verplicht om deze informatie bij een melding beschikbaar te stellen. 4.1.6 Explosieven Ten tijde van de tweede wereldoorlog is er in Roermond veelvuldig gevochten. Dat betekent dat er in de Roermondse bodem nog regelmatig explosieven en blindgangers worden aangetroffen. Hier moet rekening mee worden gehouden bij het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte. Alvorens een werk wordt uitgevoerd in braakliggend terrein moet hiervoor eerst een bodemonderzoek worden uitgevoerd. Ten aanzien van de kosten kan een beroep worden gedaan op het gemeentefonds. Vanaf 2015 kunnen alle gemeenten in geval van opsporing en ruiming van explosieven een bijdrage van 70% in de kosten ontvangen door het indienen van een raadsbesluit. Dit is vastgesteld in de septembercirculaire Gemeentefonds 2014. 4.2

Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot wetgeving

4.2.1 Omgevingswet In de Omgevingswet worden een aantal weten gebundeld met als uitgangspunten:  Het moet eenvoudiger, efficiënter en beter (aanpak per gebied, geen eindeloze procedures, voorspelbaar, betaalbaar en transparant);  Zekerheid en dynamiek (wetgeving moet uitnodigen tot nieuwe initiatieven en ontwikkelingen);  Ruimte voor duurzame ontwikkeling (regels zijn verouderd en staan nieuwe initiatieven in de weg)  Ruimte voor regionale verschillen (niet elk gebied is gelijk)  Actieve en kwalitatief goede uitvoering (nieuwe omgevingsrecht is flexibel en biedt transparante en doelmatige procedures) De invloed van de omgevingswet op het beheer is bekeken. De wetten die volledig overgaan in de omgevingswet:  Belemmeringenwet Privaatrecht  Crisis- en herstelwet  Interimwet stad- en milieubenadering  Ontgrondingenwet  Planwet verkeer en vervoer

Pagina 24 van 26

Overkoepelende wetgeving en beleid

       

Spoedwet wegverbreding Tracéwet Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet inzake de luchtverontreiniging Wet ammoniak en veehouderij Wet geurhinder en veehouderij Wet hygiëne veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden Wet ruimtelijke ordening

Daarnaast vervangt het wetsvoorstel grote delen van:  Monumentenwet 1988  Waterwet  Wet beheer rijkswaterstaatwerken  Wet milieubeheer en woningwet Verder gaan één of enkele bepalingen over van:  Gaswet  Elektriciteitswet  Mijnbouwwet  Spoorwegwet  Spoorwegwet 1875  Wet bereikbaarheid en mobiliteit  Wet lokaal spoor  Wet luchtvaart  Wet natuurbescherming (boswet, flora- en faunawet)  Natuurbeschermingswet 1998 Verder zijn er nog aantal wetten die via latere wetswijzigingen waarschijnlijk volledig overgaan in de omgevingswet:  Onteigeningswet  Waterwet (resterende delen)  Waterstaatswet 1900  Wegenwet  Wet beheer rijkswaterstaatwerken (resterende delen)  Wet bodembescherming  Wet geluidhinder  Wet herverdeling wegenbeheer  Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken  Wet inrichting landelijk gebied  Wet milieubeheer (resterende delen)  Wet natuurbescherming (Boswet, Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998)  Wet voorkeursrecht gemeenten  Wrakkenwet Blijvende aandacht is nodig van de invloeden van wetswijzigingen op het beheer. 4.3

Beleid

Beleid is er in vele soorten en mate, vanuit het beheer is het zaak de beleidsontwikkelingen in de gaten te houden, waar nodig hierin te adviseren en te verwerken in de beheerpraktijk. Per individueel beheerplan wordt zo nodig ingegaan op beleid dat van belang is voor de betreffende beheergroep. Voor het totaal vormt het coalitieakkoord 2022 als actueel document belangrijke input voor aandachtspunten en uitgangspunten in het beheer van onze openbare ruimte.

Pagina 25 van 26

Overkoepelende wetgeving en beleid

In het bijzonder betreft die uitgangspunten zoals dat onze wijken en kernen schoon, groen, heel en veilig moeten zijn waarin het beheer een actieve rol speelt. Via de onderhoudscontracten worden mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt geholpen terwijl tegelijkertijd Gezorgd wordt voor kwalitatief hoogwaardig groen en behoud van natuur- en landschapswaarden. In het doen van kleine aanpassingen via onderhoudswerk worden vaak praktische problemen voor mensen met een beperking verholpen. Via de structuurgebieden wordt invulling gegeven aan het gericht differentiëren van onderhoudskwaliteit waarbij bijvoorbeeld voor bewoners en ondernemers een aantrekkelijke binnenstad blijft bestaan ondanks intensief gebruik van deze openbare ruimte. Meer algemeen is het beheer van belang voor het anticiperen op gevolgen van de klimaatverandering, in het bevorderen van biodiversiteit en in aandacht voor energiebesparing, circulariteit en duurzaamheid.

Pagina 26 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=ca6cc97f-2a03-44cd-b33f-212bf4ec5ed9