Bijlage_1-12_Beheerplan_Inrichtingselementen_2023-2032
Tekst van het document
Beheerplan Inrichtingselementen 2023 - 2032
Gemeente Roermond Postbus 900 6040AX Roermond
Samenvatting
Verantwoording
Titel
:
Beheerplan inrichtingselementen
Datum
:
februari 2023
Auteur(s)
:
Theo Bloem \ gemeente Roermond
Contact
:
Gemeente Roermond Markt 31
Pagina 2 van 17
Samenvatting
Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................................4 1 1.1 1.2
Inleiding.........................................................................................................................5 Aanleiding en doelstellingen .........................................................................................5 Leeswijzer .....................................................................................................................5
2 2.1 2.2
Areaal............................................................................................................................6 Omvang areaal .............................................................................................................6 Vervangingswaarde ......................................................................................................7
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
Specifiek beleid en wetgeving.......................................................................................8 Burgerlijk wetboek 1992................................................................................................8 Wegenverkeerswet 1994 ..............................................................................................8 CROW-publicatie 337 ...................................................................................................8 Duurzaam inkopen........................................................................................................8 Bouwstoffenbesluit........................................................................................................8 ARBO............................................................................................................................8 Politiekeurmerk Veilig Wonen .......................................................................................8 Regionaal modelbeleid bluswater en bereikbaarheid ...................................................9
4 4.1 4.2
Kwaliteit.......................................................................................................................10 Visuele kwaliteit ..........................................................................................................10 Technische kwaliteit....................................................................................................10
5 5.1 5.2 5.3 5.4
Huidige situatie ...........................................................................................................11 Huidige kwaliteit ..........................................................................................................11 Huidige budgetten.......................................................................................................11 Rol inrichtingselementen in de openbare ruimte.........................................................12 Plaatsing inrichtingselementen ...................................................................................12
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
Onderhoudsscenario’s ................................................................................................13 Algemeen....................................................................................................................13 Uitgangspunten theoretisch benodigde budgetten .....................................................14 Regulier onderhoud ....................................................................................................14 Achterstallig onderhoud ..............................................................................................14 Integrale aanpak groot onderhoud..............................................................................14 Investeringen ..............................................................................................................14
7 7.1 7.2 7.3 7.4
Organisatie beheer .....................................................................................................15 Beheer algemeen........................................................................................................15 Gegevensbeheer ........................................................................................................15 Onderzoeksprogramma ..............................................................................................15 Werkprocessen ...........................................................................................................15
8
Verschillen met voorgaand beheerplan ......................................................................17
Pagina 3 van 17
Samenvatting
Samenvatting
De beheergroep Inrichtingselementen (voorheen wegmeubilair) bestaat sinds 2017. In de openbare ruimte zijn in verloop van tijd veel objecten geplaatst zonder duidelijke afspraken over de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud. Dit leidde tot een ongewenste beheersituatie vandaar dat in 2017 een nieuwe beheergroep is gevormd. Voor het beheerplan inrichtingselementen is en wordt in beeld gebracht welke objecten vanuit karakter en/of functie in deze beheergroep thuishoren. In 2017 is al bepaald dat alle bebording en paaltjes bij de beheergroep Verkeer thuishoren en kunstobjecten bij de beheergroep Kunstobjecten. Het areaal van de beheergroep Inrichtingselementen is daarmee een verzameling met een grote diversiteit aan objecten, die nog verder in beeld gebracht moeten worden op basis van meldingen, inspecties en te maken afspraken. De vervangingswaarde van de in beeld gebrachte inrichtingselementen wordt geschat op € 4.400.000. Het beheer vindt op dit moment plaats op basis van het meldsysteem. Om een beter inzicht te verkrijgen in de staat en omvang van het areaal en daarmee op de bijbehorende onderhoudsen vervangingskosten wordt aanbevolen areaalopnames planmatig op te pakken. Dit kan via een jaarlijkse opnamen van een deel van het areaal waarbij tevens een controle op de hoeveelheden in het GBI systeem wordt meegenomen.
Pagina 4 van 17
Inleiding
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en doelstellingen
Voor u ligt het beheerplan Inrichtingselementen 2023 – 2032. Inrichtingselementen is een beheergroep van de gemeente Roermond sinds 2017, toen Wegmeubilair geheten. Dit beheerplan maakt onderdeel uit van de beheerplannen reeks voor het uitvoeren van het beheer en onderhoud van de gehele openbare ruimte. Voor begrippen, definities en overige zaken geldend voor alle beheergroepen wordt verwezen naar het algemene deel uit deze reeks. In onderstaande tabel is de opbouw van de reeks weergegeven. Groen gearceerd is de locatie van het beheerplan Inrichtingselementen in de reeks weergegeven. Tabel 4: Locatie beheerplan in reeks
Beheerplannenreeks
Titel
Deel 1
Algemeen
Deel 2
Verhardingen
Deel 3
Kunstwerken
Deel 4
Riolering
Deel 5
Havens & Waterpartijen
Deel 6
Verkeer
Deel 7
Groen & Bomen
Deel 8
Bos & Natuur
Deel 9
Reiniging
Deel 10
Verlichting
Deel 11
Inrichtingselementen
Deel 12
Spelen
Deel 13
Begraafplaatsen
Deel 14
Sportlocaties
Deel 15
Kunstobjecten
Deel 16
Ondergronds
De beheerplannen zijn een gedetailleerde uitwerking per beheergroep vanuit de in de Kadernota Beheer opgestelde kaders. 1.2
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 omschrijft het areaal, waarna het beleid en wet- en regelgeving specifiek voor inrichtingselementen wordt omschreven in hoofdstuk 3. Vervolgens gaat hoofdstuk 4 in op de normering van de kwaliteit en beschrijft hoofdstuk 5 de huidige situatie. In hoofdstuk 6 wordt aandacht geschonken aan de opgestelde onderhoudsscenario’s. Hoofdstuk 7 gaat in op de organisatie van de beheergroep. Als laatste worden in hoofdstuk 8 de verschillen met het voorgaand beheerplannen in kaart gebracht.
Pagina 5 van 17
Areaal
2
Areaal
2.1
Omvang areaal
In de openbare ruimte zijn in verloop van tijd veel objecten geplaatst zonder duidelijke afspraken over de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud. Dit heeft geleid tot een beheersituatie waarbij gehandeld wordt met onvoldoende kennis en inzicht over wat aanwezig is en van welke kwaliteit. In 2017 is een start gemaakt met het in beeld brengen van deze objecten, onder andere met behulp van een quickscan. Ook is bepaald hoe objecten vanuit karakter en/of functie bij welke beheergroep horen. Hierbij zijn alle bebording en paaltjes als behorend tot de beheergroep Verkeer gedefinieerd en is voor kunstobjecten de toen nieuwe beheergroep Kunstobjecten gevormd. Het meubilair in de openbare ruimte dat niet primair wordt aangebracht om het verkeer in goede banen te geleiden wordt samengevat onder het verzamelbegrip inrichtingselementen. Onderstaande tabel geeft een deel van het aldus samengestelde areaal van de beheergroep Inrichtingselementen verdeeld over de structuurgebieden.
Tabel 5: Areaal inrichtingselementen
Een- Binnen- Woon- Bijzondere gebied locaties heid stad
Element
Bedrijven Industrie- BuitenTotaal terrein gebied gebied
Informatiebord
st
48
528
52
92
520
1240
Vlaggenmast
st
4
85
4
8
41
142
Terreinafscheiding
m1
5
5871
436
504
3380
10.087
Bank
st
103
494
48
2
100
747
Picknickset
st
16
2
17
35
Afvalbak
st
540
68
86
861
137
23
7
De gegeven hoeveelheden zijn afkomstig uit de Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT). Om een beeld te krijgen van de kwaliteit en een controle op de hoeveelheden vanuit de BGT, is in 2016 een Quick scan gedaan van de inrichtingselementen. Over het algemeen weken de hoeveelheden niet veel af. Naast bovenstaande lijst is in het proces vastgesteld dat de volgende objecten ook binnen de scope van inrichtingselementen behoren. • • • • • • • • • •
Boombeugels Bloembakken Draaihek Klaphekken Overige afscheidingen Raster Schutting Straatnaambord Urinoir Verzekerd grondslagpunt
Pagina 6 van 17
Areaal
• •
Wildrooster Blusvoorzieningen
Deze objecten zijn deels opgenomen in de BGT, alleen staat daarbij niet vast of het betreffende object ook in beheer en eigendom van de gemeente Roermond is. Een en ander maakt duidelijk dat nog niet alle hoeveelheden en/of kwaliteiten bekend zijn. In de komende planperiode moeten de inrichtingselementen daartoe verder worden geïnventariseerd. 2.2
Vervangingswaarde
In onderstaande overzicht is de vervangingswaarde van de inrichtingselementen weergegeven met de bijbehorende levensduur. De objecten waarover niet voldoende bekend is zijn hierin niet meegenomen. Tabel 6: Vervangingswaarde
Element
Totaal
Informatiebord
st
1240
€
817.538
30
Vlaggenmast
st
142
€
53.250
20
Terreinafscheiding
m1
10.087
€
847.308
25
Bank
st
747
€
379.476
15
Picknickset
st
35
€
49.923
15
Afvalbak
st
861
€
308.100
10
Bronpompen(blus)
st
6
€
37.500
20
€
4.439.817
TOTAAL
Kosten
Levensduur [jaar]
Eenheid
Pagina 7 van 17
Specifiek beleid en wetgeving
3
Specifiek beleid en wetgeving
De beheergroep Inrichtingselementen kent een breed scala aan beheerde objecten van verschillende materialen en vanuit diverse doelstellingen. Er is in die zin geen specifiek beleid of wetgeving voor deze beheergroep, veel is daarom ook op andere beheergroepen van toepassing. 3.1
Burgerlijk wetboek 1992
In het Burgerlijk Wetboek wordt onder andere aangegeven dat de wegbeheerder aansprakelijk is voor optredende schade aan personen en/of zaken als de weg of weguitrusting niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. De beheerder moet dan ook kunnen aantonen dat hij inspectie en onderhoud optimaal uitvoert. 3.2
Wegenverkeerswet 1994
De vastgestelde regels uit deze wet kunnen strekken tot:
3.3
Het gebruik van de weg.
De verkeersveiligheid op de weg.
Het in stand houden van de weg.
Het beschermen van weggebruikers en passagiers. CROW-publicatie 337
De CROW-publicatie “Richtlijn toegankelijkheid” bevat richtlijnen voor het toegankelijk inrichten van de openbare ruimte. Mensen – met en zonder beperkingen – moeten zich zonder belemmeringen en naar behoefte kunnen verplaatsen. Zelfredzaamheid en een zelfstandige mobiliteit zijn belangrijke voorwaarden om aan het maatschappelijke verkeer te kunnen deelnemen. Daarvoor is het nodig dat de openbare buitenruimte, zoals looproutes, bushaltes, parkeerplaatsen, inrichtingselementen en reis- en routeinformatie, op orde is. 3.4
Duurzaam inkopen
In het klimaatakkoord hebben de VNG en VROM met het Rijk afgesproken dat gemeenten zullen streven naar 100% duurzaam inkopen en zodoende een bijdrage te leveren aan een toekomstbestendige wereld. 3.5
Bouwstoffenbesluit
In het bouwstoffenbesluit wordt de verplichting aangegeven met betrekking tot het hergebruik van materialen. 3.6
ARBO
De Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) bevat regels voor werkgevers en werknemers om de gezondheid, de veiligheid en het welzijn van werknemers te bevorderen. Het doel is om ongevallen en ziekten, veroorzaakt door het werk, te voorkomen. 3.7
Politiekeurmerk Veilig Wonen
Voor de woongebieden, vooral het deel van de openbare ruimte in gemeentelijke handen, is het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) een steeds belangrijker handvat bij de inrichting van (nieuwbouw)locaties met inrichtingselementen. De landelijke tendens is dan ook om deze
Pagina 8 van 17
Specifiek beleid en wetgeving
richtlijnen tot norm te verklaren voor het ontwerpen, beheren en onderhouden van de openbare ruimte. De kernpunten van het PKVW zijn als volgt samen te vatten:
3.8
Inrichtingselementen is alleen toegepast op plaatsen waar dit kan worden gemotiveerd door verwacht gebruik;
Kleine voorzieningen zoals een brievenbus, zitbank en een afvalbak worden zoveel mogelijk gecombineerd;
Een zitbank wordt gecombineerd met een afvalbak ter voorkoming van zwerfvuil;
Een zitbank wordt zodanig geplaatst dat deze niet aantrekkelijk is als hangplek. Banken zijn het meest op hun plaats langs looproutes, op pleinen en nabij plantsoenen;
Inrichtingselementen is zodanig geplaatst, dat de bereikbaarheid van (woon)gebouwen voor voertuigen van brandweer (ook in relatie met de openbare bluswatervoorziening), ambulance, vuilophaaldienst en andere (hulp)diensten, gegarandeerd blijft;
Materialen van inrichtingselementen zijn vandalisme bestendig en goed te beheren. Regionaal modelbeleid bluswater en bereikbaarheid
Op basis van de Wet veiligheidsregio’s ligt de verantwoordelijkheid voor voldoende bluswater en een goede bereikbaarheid bij calamiteitenlocatie bij de gemeente. Het “Regionaal modelbeleid bluswater en bereikbaarheid” is tot stand gekomen in samenwerking tussen de Veiligheidsregio in Limburg-Noord, een vertegenwoordiging van diverse gemeenten binnen de regio en Water Maatschappij Limburg. Het modelbeleid is vastgesteld door de bestuurscommissie Veiligheid van de Veiligheidsregio Limburg-Noord.
Pagina 9 van 17
Kwaliteit
4
Kwaliteit
Objecten in de openbare ruimte, waaronder inrichtingselementen dienen te voldoen aan de wettelijke, functionele en beeldkwaliteitseisen die eraan gesteld worden. Ten aanzien van de kwaliteit van objecten in de openbare ruimte wordt onderscheid gemaakt tussen visuele kwaliteit en technische kwaliteit. 4.1
Visuele kwaliteit
De visuele kwaliteit, schoon en netjes, betreft bij inrichtingselementen voornamelijk schoonhouden. De uitstraling van de inrichtingselementen wordt bij aanschaf en plaatsing bepaald. De actuele visuele kwaliteit betreffende schoon en netjes wordt bepaald aan de hand van de beeldkwaliteitscatalogus van de CROW. 4.2
Technische kwaliteit
Bij het begrip technische kwaliteit gaat het om de technisch functionele eisen die aan een object worden gesteld zodat het kan functioneren voor het doel waarvoor het is aangebracht. Het doelmatig en efficiënt beheren van de objecten in de openbare ruimte vereist inzicht in de technische kwaliteit van het areaal. Het gaat hierbij niet om een inspectie van vaste meetpunten, maar om reguliere technische inspecties van de afzonderlijke objecten om te beoordelen of deze aan de gestelde technische eisen voldoen. De technische kwaliteit, heel en veilig, is bij inrichtingselementen zeer divers vanwege de vele verschillende gebruikte materialen en toepassingen. In hoofdzaak gaat het echter om metaal, hout en kunststof en zijn de daarbij behorende technische normen van toepassing. In het algemeen zijn aard en ontwerp van de toegepaste inrichtingselementen erop gericht om met een minimum aan onderhoud jarenlang probleemloos technisch te voldoen in een openbare omgeving.
Pagina 10 van 17
Huidige situatie
5
Huidige situatie
5.1
Huidige kwaliteit
De kwaliteit van de inrichtingselementen is in algemene zin in het vorige beheerplan in kaart gebracht middels een Quick scan, daarna via waarneming en meldingen. In de komende planperiode moet het areaal inrichtingselementen verder worden geïnventariseerd. Met de Quick scan zijn de volgende objecten beoordeeld: • • • • • •
Informatiebord Terreinafscheiding Bank Picknickset Afvalbak Blusvoorzieningen, secundair (blusputten)
De resultaten van de extrapolatie van de Quick scan zijn in onderstaande tabel vastgelegd. Er zijn in de Quick scan twee locaties onderzocht in het structuurgebied “woongebied”, aangezien dit structuurgebied het grootste oppervlak kent binnen de gemeente en er binnen dit gebied dus ook de meeste inrichtingselementen voorkomt. Na extrapolatie wordt verwacht dat 7% van het woongebied een C kwaliteit heeft en 93% van het woongebied een B kwaliteit kent. Op basis hiervan wordt de beeldkwaliteit van de inrichtingselementen als voldoende gezien. Tabel 7: Resultaat Quickscan Huidige
Percentage structuurgebied
Beeldkwaliteit
[%]
Binnenstad
B
100
Woongebied
C
7
Woongebied (overige)
B
93
Bedrijventerrein
B
100
Bijzondere locatie
B
100
Structuurgebied
Voor de volledige Quick scan wordt verwezen naar bijlage 1. 5.2
Huidige budgetten
Binnen de meerjarige begroting zijn een beperkt aantal kostenplaatsen beschikbaar voor het reguliere onderhoud aan inrichtingselementen. Daarbij voert de eigen buitendienst veel onderhoudswerk aan de inrichtingselementen uit. De werkzaamheden die binnen dit budget worden uitgevoerd bestaan uit: • • • • •
Herstel schade ter voorkoming van vandalisme Verwijderen graffiti Aankoop materialen beheer inrichtingselementen Schilderen banken Onderhoud banken
Voor inrichtingselementen maken de middelen voor reguliere vervanging onderdeel uit van de exploitatiebudgetten of vervanging gebeurt grootschalig binnen projecten. Ook het vervangen van inrichtingselementen vindt plaats in lijn met het actuele onderhoudsscenario. Met
Pagina 11 van 17
Huidige situatie
uitzondering van 2018 is dit sober en doelmatig onderhoud op basis van Nul-kwaliteit. Dit vergt extra aandacht in het duurzaam in stand houden van inrichtingselementen. In afwijking tot het overgrote deel van inrichtingselementen zijn de blusvoorzieningen, deze behoeven niet aan een beeldkwaliteit te voldoen. De enige eis die eraan gesteld wordt is dat ze technisch in goede staat verkeren en betrouwbaar zijn. Dit laatste met name gezien vanuit de veiligheidseisen. In de scan is naar voren gekomen dat alle geteste blusputten niet meer voldoen, dat is dus een score van 100% (allen gelegen in Swalmen). Dit vergt een versnelde aanpak van uitvoering om de blusputten weer operationeel te krijgen. De overige blusputten die gemeente Roermond nog heeft zijn gelokaliseerd op en rond het industrieterrein Roerstreek. Deze zullen komende tijd worden getest en aangepast worden aan de huidige normen, zoals gesteld in het “Regionaal modelbeleid bluswater en bereikbaarheid”. 5.3
Rol inrichtingselementen in de openbare ruimte
Inrichtingselementen dragen bij aan de beleving en het aanzicht van de openbare ruimte en dient daarbij op de juiste wijze ingepast te worden qua vorm, uitstraling en plaatsing. Zo kunnen inrichtingselementen de verblijfswaarde van de openbare ruimte sterk verbeteren door goed geplaatste banken bij groen, goed leesbare straatnaamborden of duidelijke informatieborden. Het plaatsen afvalbakken is essentieel in het voorkomen van zwerfafval. Verder bieden boombeugels, hekjes, terreinafscheidingen en dergelijke bescherming en/of noodzakelijke geleiding in verkeerstromen of wandelroutes. 5.4
Plaatsing inrichtingselementen
Belangrijk is dat inrichtingselementen bij nieuwbouw en renovatie al in de ontwerpfase wordt meegenomen. Inrichtingselementen hebben veel raakvlakken met groen, verkeer, verhardingen en reiniging. Als basis voor het ontwerp zijn de wensen en voorwaarden voor het plaatsen van inrichtingselementen vastgelegd in de Technische Inrichtingseisen Roermond (TIR). Om de gekozen uitstraling en meerwaarde van de inrichtingselementen voor de openbare ruimte blijvend tot zijn recht te laten komen dient de inrichtingselementen functioneel en robuust te zijn. Daarnaast geldt voor inrichtingselementen zeker dat ‘overdaad schaadt’ en verdient het aanbeveling om in ontwerp en in bestaande situaties terughoudend om te gaan met het (bij)plaatsen van inrichtingselementen. Dit om zowel aanleg- als onderhoudskosten in de hand te houden alsook om een te drukke en rommelige uitstraling van de openbare ruimte te voorkomen. In dit licht moeten ook individuele verzoeken tot bijplaatsen van inrichtingselementen in een breed perspectief worden afgewogen. Dienen de inrichtingselementen een algemeen belang? Bijvoorbeeld in het kader van toegankelijkheid van de openbare ruimte of als rustpunt. In het voorkomen van klachten is van belang dat er duidelijkheid is over de instemming of acceptatie van de directe omgeving in het plaatsen. Hierin kan ook een rol voor een wijkregisseur zijn weggelegd.
Ook moeten inrichtingselementen zodanig worden geplaatst dat onderhoud, aan bijvoorbeeld openbaar groen of verhardingen of aan de inrichtingselementen zelf, niet gehinderd of gecompliceerd wordt. In de afweging van eventuele conflicterende belangen moet het duurzaam in stand houden van dat wat wordt aangebracht leidend zijn. Mochten er conflicterende belangen zijn, bijvoorbeeld tussen het openbaar groen en verkeer, dan zal per situatie op basis van functionaliteit bekeken worden welk beheergroep leidend is.
Pagina 12 van 17
Onderhoudsscenario’s
6
Onderhoudsscenario’s
6.1
Algemeen
In de kadernota zijn onderhoudsscenario’s omschreven die binnen de gemeente Roermond zijn gedefinieerd. In onderstaande tabel zijn deze weergegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat ook in beeld is gebracht wanneer sprake is van slecht onderhoud. Dit is in onderstaande tabel niet weergegeven omdat dit geen keuzemogelijkheid is. Het betreft onverantwoord beheer wat resulteert in kapitaalvernietiging of niet voldoen aan de minimaal vereiste beeldkwaliteit passend bij de aard en functie van het gebied. Tabel 8: Onderhoudsscenario’s Scenario
Omschrijving
Basiskwaliteit
Een sober en verantwoord beheer, gericht op het boven de ondergrenzen van normen blijven waardoor mede risico’s en klachten worden beperkt.
Nul-kwaliteit
Het minimaal nog verantwoorde beheer gelet op zaken zoals veiligheid, voorkomen kapitaalsvernietiging, functionaliteit, ingrijpen bij klachten en minimale visuele eisen.
Om structuur aan te brengen in het beheer zijn in Roermond een aantal structuurgebieden gedefinieerd. Structuurgebieden zijn gebieden in de openbare ruimte met gelijke visuele beheerkenmerken vanwege overeenkomsten in bijvoorbeeld inrichting, functie en/of gebruik. Binnen de structuurgebieden zijn vervolgens onderhoudsbeelden bepaald. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 9: Onderhoudsbeelden per structuurgebied Onderhoudsscenario’s
Bedrijven-/
Binnenstad
Woongebied
Buitengebied
Nul-kwaliteit
II
IV
IV
IV
Basiskwaliteit
II
III
IV
III
Industrieterrein
Om de visuele kwaliteit meetbaar te maken heeft de CROW een beeldcatalogus samengesteld. Binnen de onderhoudsbeelden is per beheerobject de visuele beeldkwaliteit overeenkomstig de CROW systematiek vastgelegd. Daarmee wordt de visuele kwaliteit meetbaar. De beheerobjecten binnen inrichtingselementen en de daaraan verbonden beeldkwaliteit zijn weergegeven in de volgende tabel. Tabel 10: Onderhoudsbeelden vertaalt naar CROW beeldkwaliteit Tabel Onderhoudsbeelden I-V
Onderhoudsbeelden I
Beheercategorieën
II
III
IV
V
Classificatie CROW kwaliteitscatalogus Beeldkwaliteit
Afvalbakken
A
A
B
C
≤D
Inrichtingselementen (schoon)
B
B
C
C
≤D
Pagina 13 van 17
Onderhoudsscenario’s
Een uitgebreide omschrijving van de visuele onderhoudskwaliteit is opgenomen in het algemeen deel van deze beheerplannen reeks (deel 1). 6.2
Uitgangspunten theoretisch benodigde budgetten
De berekende theoretische budgetten zijn gebaseerd op landelijke kostenkentallen. Beheer en onderhoudskosten worden gedeeltelijk ook beïnvloed door lokale factoren. De kosten kunnen bijvoorbeeld stijgen indien objecten moeilijk bereikbaar zijn, waardoor de tijdsduur van de werkzaamheden toeneemt. Deze aanvullende kosten zijn niet meegenomen in de berekende budgetten. De verschillen in kosten tussen onderhoudsscenario ontstaan met name door de frequentie waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd. 6.3
Regulier onderhoud
De Binnenstad kent vanuit economisch belang een hogere beeldkwaliteit dan bijvoorbeeld woongebieden. Dit uit zich ook in het beheer, onderhoud en vervanging van inrichtingselementen. In de overige gebieden ontstaat lagere onderhoudskwaliteiten met name door bekladding en/of besmeuring van inrichtingselementen. Schoonmaakactie zijn dan vaak voldoende om de beeldkwaliteit aanzienlijk toe te laten nemen. In de onderhoudscontracten wordt gewerkt met beeldkwaliteit. Voor het berekende benodigde budget wordt verwezen naar de kadernota. 6.4
Achterstallig onderhoud
Zoals hierboven reeds beschreven is per onderhoudsscenario een bepaalde kwaliteitsambitie gedefinieerd conform de CROW beeldkwaliteitscatalogus. Op basis hiervan zijn de bijbehorende reguliere onderhoudsbudgetten bepaald om de kwaliteit van de objecten te handhaven op dit omschreven niveau. Bij de berekening is dus uitgegaan van het feit dat de kwaliteit reeds op dat bepaalde niveau is. Een eventueel benodigde upgrade is hierin niet meegenomen. In het geval dat de kwaliteit nog niet afdoende is, noemen we dit achterstallig onderhoud. Voor de berekende benodigde financiële middelen om de objecten op niveau te krijgen wordt wederom verwezen naar de kadernota. 6.5
Integrale aanpak groot onderhoud
Het onderhoud en plaatsen van inrichtingselementen wordt waar mogelijk afgestemd met overig onderhoud binnen de gemeente. Dit alles om overlast voor de bewoners en winkeliers waar mogelijk te beperken, maar zeker ook om zo doelmatig mogelijk om te gaan met de beschikbare middelen. Als voorbeeld kan hier gedacht worden aan het integraal groot onderhoud in de wijken. Hier wordt de inrichtingselementen waar noodzakelijk ook meegenomen. 6.6
Investeringen
Alle objecten in de buitenruimte kennen een bepaalde levensduur, waarna een object dient te worden vervangen. Er is geen aparte activa voor inrichtingselementen, de activa voor verkeersvoorzieningen is 10 jaar. De cyclische vervanging is berekend door de totale vervangingswaarde te delen door de geschatte levensduur van de objecten.
Pagina 14 van 17
Organisatie beheer
7
Organisatie beheer
7.1
Beheer algemeen
Belangrijk voor het beheer van inrichtingselementen is dat er sinds eind 2022 een aparte beheerder is voor deze beheergroep. Hierdoor kan meer aandacht worden gegeven aan het beheer en onderhoud van inrichtingselementen in samenhang met de het beheer en onderhoud door andere beheergroepen. 7.2
Gegevensbeheer
Belangrijk in elk beheer zijn de hoeveelheden van wat beheerd wordt. Voor de beheergroep Inrichtingselementen zijn veel objecten goed in beeld te brengen en te houden met behulp van het beheerssysteem GBI en op basis van de BGA. Ook mutaties in gegevens kunnen goed via dit systeem verwerkt worden. Dit overzicht omvat echter niet alle inrichtingselementen. Via een onderzoeksprogramma kan dit in de komende planperiode verbeterd worden om op die manier een goed overzicht te krijgen op het totaal van de in de gemeente in beheer zijnde inrichtingselementen, bijbehorende kosten en samenhang met ander objecten behorende tot andere beheergroepen. Met name met de beheergroep Verkeer is afstemming in gegevensbeheer van belang. 7.3
Onderzoeksprogramma
Om een beter inzicht te verkrijgen in de staat en omvang van het areaal en daarmee de op handen zijnde onderhouds- en vervangingskosten is een mogelijkheid met regelmaat een schouw uit te voeren. Schouwonderdelen zijn het signaleren van ongewenste situaties, het vastleggen van de actuele kwaliteit en een controle op hoeveelheden zoals opgenomen in het beheersysteem GBI. Met name het vaststellen van eventueel ongewenste situaties is belangrijk. De schade ontstaan uit gebreken aan de inrichtingselementen kunnen namelijk wettelijk worden verhaald op de gemeente. Nader onderzocht moet worden de meest geschikte manier om het areaal aan inrichtingselementen in beeld te houden naast het goed en tijdig verwerken van meldingen. 7.4
Werkprocessen
Het regulier onderhoud omvat de beheerwerkzaamheden die gericht zijn op het in goede staat houden van het inrichtingselementen. Goed uitgevoerd dagelijks onderhoud voorkomt dat deze objecten sneller degenereren dan op grond van de technische levensduur verwacht mag worden en dat investeringen vroegtijdig verloren gaan. De maatregelen die in het kader het dagelijks onderhoud worden uitgevoerd zijn: • Schoonmaken (aanslag) • Schilderen (hekwerken, banken, etc.) • Repareren (vervangen plank van bank, rechtzetten of vervangen inrichtingselementen, etc.) Deze werkzaamheden vloeien voort uit onderhoudsinspecties, meldingen van inwoners en eigen waarneming. De maatregelen zijn over het algemeen klein van omvang en worden door eigen personeel uitgevoerd. Het schoonhouden van inrichtingselementen en het ledigen van de prullenbakken zijn ondergebracht in het beheerplan Reinigen.
Pagina 15 van 17
Organisatie beheer
Planmatig onderhoud op basis van technische inspecties Tijdens de technische inspecties worden geconstateerde gebreken en te nemen onderhoudsmaatregelen in het beheersysteem ingevoerd. Snel en eenvoudig te herstellen gebreken (bijv. een losse plank van een bank) worden direct verholpen. De werkzaamheden die meer tijd kosten worden ingeroosterd en planmatig uitgevoerd. Onderhoud naar aanleiding van klachten en schademeldingen Meldingen met betrekking tot het herstellen van inrichtingselementen worden binnen 48 uur afgehandeld. Indien dit niet mogelijk is (levertijden) worden de werkzaamheden ingeroosterd en zo spoedig mogelijk uitgevoerd. Tevens wordt de melder van de vertraging op de hoogte gesteld.
Pagina 16 van 17
Verschillen met voorgaand beheerplan
8
Verschillen met voorgaand beheerplan
Het beheerplan inrichtingselementen is sinds 2017 een beheergroep in de gemeente Roermond, toen benoemd als Wegmeubilair. Deze beheergroep omvat echter een veelheid aan objecten en is daarom hernoemd tot Inrichtingselementen. Het voorgaande Beheerplan Wegmeubilair 2017 – 2026 was samengesteld op basis van beschikbare gegevens, een uitgevoerde quickscan en overleg met betrokkenen in het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het oprichten van de beheergroep Inrichtingselementen is van belang geweest om meer en specifiekere aandacht te verkrijgen voor deze objecten in de openbare ruimte en zo het beheer en onderhoud ervan te verbeteren. Ook is zo een betere en duidelijkere scheiding ontstaan in de beheerde arealen binnen de diverse beheergroepen waardoor ook verantwoordelijkheden beter geplaatst zijn. Een ander belangrijke vooruitgang is dat er sinds eind 2022 een beheerder is voor het beheer van inrichtingselementen. Deze positieve ontwikkeling is echter nog van te kort geleden dan dat deze al veel impact heeft kunnen hebben om het beheer van de inrichtingselementen.
Pagina 17 van 17