Beantwoording vragen LVR over RKC rapport dd 23 juni 2021
Tekst van het document
Tijdens de Cie. RU d.d. is toegezegd dat op navolgende vragen inzake agendapunt 6A RKC onderzoek naar leegstand en het antwoord van STEC ook het College haar standpunt geeft.
➢ Vraag 2: Kan worden uitgelegd wat bedoeld wordt met “verder draagt de gemeente fors financieel bij aan lopende kosten van BIZ-binnenstad”?
Antwoord STEC/RKC: de gemeente draagt 5/7 van de kosten van de BIZ en Citymanagement Roermond en neemt hiermee ruim 70% van de kosten voor haar rekening
Antwoord College: Op pagina 11 staat Verder draagt de gemeente fors financieel bij aan lopende kosten van BIZ binnenstad Roermond en Citymanagement Roermond. en heeft betrekking op hetgeen op pagina 27 staat: Naast de subsidies draagt de gemeente fors financieel bij aan lopende kosten van BIZ binnenstad Roermond en Citymanagement Roermond (5/7 van de kosten worden gedragen door de gemeente en 2/7 door BIZ binnenstad Roermond). De forse bijdrage heeft met name bettrekking op de bijdrage aan de stichting Citymanagement Roermond, waarvan de gemeente 5/7 inlegt en de BIZ 2/7. Daarnaast financiert de gemeente diverse projecten en activiteiten die (mede) geïnitieerd worden door de BIZ Binnenstad, zoals evenementen (met o.a. Lights on Tour/ Winterevent) of de PR Campagne We Are Roermond en de inzet van het Retail Interventie Team. Het merendeel van de BIZ inkomsten komen uit de BIZ bijdrage van ondernemers. De gemeente zorgt voor de uitvoering van wetgeving (coördinatie draagvlakmeting, financiële administratie BIZ bijdrage, subsidieproces) Incidenteel financiert de gemeente de BIZ bij de uitvoering van de draagvlakmeting.
➢ Vraag 5: Als verzachtende omstandigheid voor het hoge percentage leegstand wordt aangevoerd dat de gemeente veel winkeloppervlak heeft. Dat kan echter net zo goed een voordeel zijn. Daar waar je goed in bent trekt dat nieuwe bezoekers aan. Wordt dit onderkend door de RKC? Antwoord STEC/RKC: Wij zien het voordeel niet van het hebben van veel aanbod van winkelmeters in een markt waarin er steeds minder vraag is naar winkelmeters. De structurele trend is dat winkels meer en meer verdrongen worden door B2C. Roermond heeft een forser aanbod dan op grond van haar aantal inwoners en regiofunctie verwacht mag worden. Met het DOR heeft Roermond een winkelfunctie van formaat binnen haar grenzen. Dit is alleen dan een kans voor de binnenstad van Roermond indien Roermond erin slaagt een bezoek aan het DOR te laten uitmonden in een langer verblijf in de binnenstad van Roermond. Hier wordt ook op aangestuurd in de omgevingsvisie en waarschijnlijk dus ook in toekomstig beleid. Het DOR is deels natuurlijk wel een concurrent voor de winkeliers in de binnenstad. Immers, ook
inwoners van Roermond en uit de regio gaan winkelen in het DOR en kleding die in het DOR gekocht is, wordt niet in de binnenstad gekocht. Het DOR heeft echter een grote bovenregionale functie. Dit is niet het geval voor het Retailpark. Het Retailpark en de binnenstad zijn daarmee directe concurrenten van elkaar. Antwoord College: Het tegengaan van leegstand vergt een lange adem. Het is belangrijk om dat te beseffen en naar elkaar uit te spreken. De overlegmomenten met de Raadswerkgroep “toekomstbestendige binnenstad” hebben die ook duidelijk gemaakt. Wat betekent dit voor de aanpak? In het algemeen zijn nu en in de toekomst de aanpak van de leegstand in de binnenstad en transformatie de speerpunten. Daarnaast ligt de focus op ‘recreëren, verblijven en ontmoeten’ waar Roermond een slag in kan en moet maken. Dit betekent dat naast het in stand houden van een bepaald pakket aan winkels meer aandacht moet uitgaan naar ontmoeten en (meerdaagse)verblijven, door hieraan gerichte maatregelen te koppelen. Het is hierbij noodzakelijk in te spelen op de leefstijlen van de verschillende doelgroepen, waarbij ook het besef dat hierin alle doelgroepen online meegenomen moet worden. Dus ‘omnichannel-denken’ bij nieuwe projecten is nodig: inzet op een combinatie van fysieke en online elementen.
➢ Vraag 20a: Gaarne overzicht van die 37 panden? Antwoord STEC/RKC: Wij baseren ons alleen op de voortgangsrapportage van de gemeente. Wij hebben geen overzicht van deze panden. Dat zou de gemeente dan moeten verstrekken. Controle of de rapportage van de gemeente juist was, was geen onderdeel van dit onderzoek. Antwoord College: Op basis van aangereikte overzichten van het Citymanagement over nieuwe bedrijven, vertrek of verplaatsing van bedrijven plus de overzichten van Locatus, zijn momentopnames gemaakt. Daaruit bleek dat in 37 panden is geïnvesteerd omdat zich er nieuwe bedrijvigheid heeft gevestigd, al dan niet voor korte of lange termijn. Dat was het aantal op basis van de 3e tussenrapportage Vitale Stad. De cijfers hebben betrekking op het kernwinkelgebied en de aanloopstraten; de totale binnenstad. Wellicht dat we bij de evaluatie van Vitale Stad een overzicht op adresniveau kunnen toevoegen.
➢ Vraag 20b. Gaarne opgave van de 65 wooneenheden? Antwoord STEC/RKC: Wij baseren ons alleen op de voortgangsrapportage van de gemeente. Wij hebben geen overzicht van deze panden. Deze lijst zou de gemeente dan moeten verstrekken. Controle of de rapportage van de gemeente juist was, was geen onderdeel van dit onderzoek. Antwoord College: Per kwartaal zijn gegevens bijgehouden van allerlei ontwikkelingen, bouwprojecten in de binnenstad die voldeden aan de uitgangspunten van de regeling. Wederom betrof het
momentopnames bij de tussenrapportages Vitale Stad en wellicht dat we ook hier een overzicht op adresniveau kunnen toevoegen bij de evaluatie Vitale Stad.
➢ Vraag 20c. Stimuleringsregeling Vitale Stad Heeft RKC nagegaan hoeveel subsidies zijn uitgekeerd vanuit stimuleringsregeling Vitale Stad?
Antwoord STEC/RKC: Het aantal keer dat een subsidie is toegepast is in ons rapport aangegeven. Welke exacte bedragen hieraan zijn besteed is ons niet bekend. Wij baseren ons op de financiële verslaglegging van de gemeente, in de derde voortgangsrapportage van de gemeente (document Bijlage 2: resultaten begroting vitale stad, 3de voortgangsrapportage_07112019 en de fact sheets van de verschillende programmaonderdelen). Een verdergaand inzicht hebben wij niet.
Antwoord College: Zoals reeds beantwoord is ca. € 135.000,-- ten behoeve van een 15-tal projecten uitgegeven. Per project kon maximaal € 15.000,-- subsidie worden verleend en 50% van de subsidiabele kosten. Ook hier zouden we bij de evaluatie Vitale Stad op adresniveau kunnen aangeven welk subsidiebedrag is verleend.
➢ Vraag 23: Structuurvisie Wonen Midden Limburg Heeft RKC-kennis genomen van RIB van 3 feb 2012 nummer 74381-2020? Zo ja waarom niet vermeld dat aanvulling woningbouwplannen kansen biedt voor extra transformatie? Zo neen bent u bereid de inhoud van die brief te beoordelen? Antwoord STEC/RKC: de Structuurvisie Wonen Midden Limburg is beoordeeld. De RIB van 3 februari 2012 kennen wij niet. Gezien het feit dat dit document reeds 9 jaar oud is en het project Vitale Stad voor ons het vertrekpunt is geweest en van veel recentere datum is, zien wij geen aanleiding dit document bij de beoordeling te betrekken. Wij wijzen erop dat het aantal woningen dat gebouwd kan worden, wordt bepaald in de woonvisie. Wij hebben in ons rapport nadrukkelijk aangegeven dat u prioriteit dient te geven aan de binnenstad en dat transformatie naar wonen een belangrijk instrument is. Daarbij stellen wij in ons rapport ook dat – indien nodig – de woonprogrammering voor de binnenstad prioriteit dient te krijgen boven andere deelgebieden van de gemeente Roermond en zelfs ten koste moet gaan van andere deelgebieden. Het aantal woningen dat gebouwd kan worden wordt niet bepaald door de leegstand, maar door de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoeften.
In ons rapport adviseren wij u de woonvisie te updaten en een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit te voeren, zodat inzichtelijk is welk programma beschikbaar gesteld kan worden aan transformatie van winkels in de binnenstad. Dit is nodig omdat de Structuurvisie Wonen Midden Limburg onvoldoende inzicht geeft in de kwalitatieve woonbehoefte. Antwoord College: Voorafgaand aan de RIB van 3 februari 2021 zijn alle relevante stukken bij de RKC aangeleverd door de gemeente. Het RKC rapport is ook een momentopname en uw Raad kan bij de besluitvorming daar nieuwe en relevante informatie bij betrekken. Ons College heeft in
de RIB van 3 februari 2021 inzicht gegeven in de kwantitatieve aspecten van het woningbouwprogramma met ruimte voor plannen die perspectief bieden voor Transformatie. Een lokale woonvisie helpt daarbij om de focus voor de binnenstad kwalitatief en kwantitatief te onderbouwen. De structuurvisie geeft intussen ook al voldoende richting op welke doelgroep(en) en segmenten in het woningaanbod de gemeente zich moet gaan richten bij Transformatie in de binnenstad.
➢ Faciliteren "blurring". Vraag 27: In hoeverre is verregaande inperking van de blurring bij de uitwerking dit instrument monddood gemaakt? Antwoord STEC/RKC: we begrijpen de vraagstelling niet. Er is toch (nog) geen sprake van het ‘monddood maken’ van het instrument (we nemen aan dat hier het instrument toestaan van ‘blurring’ wordt bedoeld). Uit ambtelijke gesprekken werd duidelijk dat er een pilot is uitgevoerd en ook in het gesprek met de BIZ kwam dit aan de orde. Daarbij werd ambtelijk aangegeven dat het niet eenvoudig is, omdat ‘blurring’ vanuit het ene beleidsveld misschien gewenst is, maar vanuit een ander beleidsveld niet. Hierdoor is het toestaan van ‘blurring’ een moeizaam proces. Vanuit het oogpunt van de BIZ werd het thema ‘blurring’ zo moeilijk gemaakt, dat er uiteindelijk niets van is terechtgekomen. Stichting Streetwise heeft in het interview aangegeven dat ‘blurring’ voor veel ondernemers van belang is, om een business case rond te krijgen. Als dit waar is, speelt ‘blurring’ overal in de toekomst. Blurring kan – indien op substantiële schaal toegestaan – tot problemen leiden in bijvoorbeeld de horeca. Er moet dus de afweging gemaakt worden hoe voorkomen kan worden dat het helpen van de ene sector niet leidt tot het veroorzaken van nieuwe bestaansrechtproblemen in een andere sector, bijvoorbeeld de horeca.
Ook hiervoor geldt ons advies, dat het hebben van een alomvattende visie voor de binnenstad, het startpunt moet zijn. Antwoord College: In de afgelopen 2 jaren zijn diverse “blurring” concepten door het College ondersteund. Enerzijds binnen de bestaande planologische mogelijkheden en anderzijds in afwijking van het bestemmingsplan. Zo zijn er concepten geland in diverse delen van de Binnenstad. Bij de herijking van het horeca- en detailhandelsbeleid zal dit onderwerp nadrukkelijk worden meegenomen. De tekst in de tabel op pagina 20 heeft bettrekking op de pilot “Blurring” waarbij de gemeente de ondernemers de mogelijk bood om gedurende een bepaalde periode gebruik te maken van een melding en onder voorwaarden de combinatie (in verschillende vormen) kon worden gelegd tussen Retail en Horeca. Ondanks de inzet van diverse communicatiemiddelen bleef de respons heel erg mager. Verzoek om ondersteunende Horeca is in diverse casussen positief opgepakt door ons College. Een evaluatie pilot Blurring wordt integraal meegenomen bij de herijking van de Horecanota.
➢ Vraag 28: Heeft RKC kennisgenomen van brief BIZ van 27 november 2019 aan gemeente Roermond? Heeft RKC kennisgenomen van reactie van B&W op17 december 2019 op brief BIZ van 27 nov 2020? Zo ja waarom niets over gerapporteerd? Zo neen, bent u bereid de inhoud van beide brieven te beoordelen?
Antwoord STEC/RKC: wij hebben de brief van de BIZ Binnenstad gekregen en er kennis van genomen. Zie voor onze inhoudelijke toelichting het antwoord op vraag 26. Wij kennen de schriftelijke reactie van de gemeente niet, maar het standpunt van de gemeente is wel in de interviews toegelicht, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Om deze reden is in ons rapport opgenomen dat de gemeente niet heeft toegestemd in een bijdrage voor een revolverend fonds (zie conclusies, aan het einde van paragraaf 4.1). Antwoord College: RKC heeft tijdens de interviews kennis kunnen nemen van ons bestuurlijk standpunt destijds. Onzekerheid over deelname vastgoed en inleg gemeentelijke middelen was voor ons College reden om een stichting af te wijzen. In de vergadering van 23 juni jl. heeft uw Raad kennis kunnen nemen dat het College met een aantal stakeholders en deelnemers van de Raadswerkgroep “toekomstbestendige binnenstad” op bezoek gaat bij de gemeente Deventer waar een succesvolle stichting stadsherstel operatief is. De bevindingen worden in eerste instantie gedeeld in de Raadswerkgroep.