Beantwoording artikel 43-vragen LVR VVD GL PvdA onveiligheid en overlast op en rond de Maasplassen
Tekst van het document
gemeente Roermond
uw nummer uw datum
5 augustus 2022
ons nummer onze datum verzonden
114365-2022 8 november 2022
inlichtingen bij cluster doorkiesnr.
A. Janssen
bijlage(n) betreffende
0 9 N0. 2022
AAN de raadsleden Mevrouw A. Dolmans en de heren J. Felix, A. Loganathan, B. Achten, en A. Verheijden
Leefbaarheid & Veiligheid 0475 - 359 716
Artikel 43-vragen inzake (on)veiligheid en overlast op en rond de Maasplassen
Geachte mevrouw Dolmans en de heren Felix, Loganathan, Achten en Verheijden, Ter beantwoording van de door u gestelde vragen op grond van artikel 43 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad met betrekking tot (on)veiligheid en overlast op en rond de Maasplassen delen wij u, met opneming van de inleiding, het volgende mede. Allereerst onze excuses voor het niet binnen de termijn kunnen beantwoorden van deze vragen. Geacht college van B&W, Naar aanleiding van de artikelen van Dagblad de Limburger 'Vogelvrij op de Maasplassen: zowat een jaar na dodelijk speedbootongeval is er qua handhaving niets veranderd' d.d. 5 augustus jl. en 'Ondernemers rond Maasplassen zijn het zat en grijpen in bij wangedrag: geen benzine voor je jetski of niet meer de sliphelling op' d.d. 23 juli jl. willen wij {opnieuw) onze zorgen kenbaar maken betreffende de veiligheid op en rond de wateren van de gemeente Roermond en omgeving. In de afgelopen periode heeft onze raad meermaals vragen gesteld over en aandacht gevraagd voor dit thema, zowel schriftelijk alsmede tijdens diverse commissievergaderingen. In navolging hiervan hebben wij de volgende vragen voor uw college. Voordat wij ingaan op de beantwoording van uw vragen delen wij u nog het volgende mede.
Zoals in de gezamenlijke commissievergadering op 31 oktober al is aangegeven, bekijken we de problematiek op en rond de Maasplassen in brede zin, via een nog op te stellen gebiedsprofiel/ integraal plan Maasplassen. Hierbij zijn veel partijen betrokken, zoals onder andere de Provincie, Rijkswaterstaat, Sportvisserij Limburg, Reddingsbrigade en private partijen. De eerste verkennende gesprekken hebben plaatsgevonden. Hoewel wij geen garantie kunnen geven, proberen wij voor de start van het watersportseizoen, enkele stappen te hebben gezet.
Stadhuis I Markt 31 6041 EM
I Postbus 900 6040 AX Roermond I T 14 0475 1 IBAN NL75 RABO 0127 2861 79 www.roermond.nl
Ons nummer 114365-2022 Pagina 2
Vraag 1.
Is uw college bekend met voornoemde krantenartikelen?
Antwoord.
Ja
Vraag 2.
Is de weergave van De Limburger ten aanzien van de intensiteit van surveillance correct? Zo nee, op welke fronten wijkt deze weergave af van de realiteit?
Antwoord.
De weergave is correct. Vanwege een gebrek aan capaciteit en inzetbare middelen is de surveillance op het water minimaal. Het klopt dat er meerdere partijen een rol hebben bij de veiligheid op en rond het water. Dat maakt handhaving van de veiligheid op en rond het water ook niet eenvoudig.
Vraag 3.
Is uw college het met ons eens dat de gedeelde verantwoordelijkheid van velen er niet toe mag leiden dat er geen échte eindverantwoordelijke is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke mogelijkheden ziet u om met nader te bepalen partijen te komen tot een integrale handhavingsagenda voor het Maasplassengebied (op en rond het water)?
Antwoord.
Het is echt een gedeelde verantwoordelijkheid. De betrokken partijen hebben ieder hun eigen rollen en verantwoordelijkheden, waarbij de aansluiting bij elkaar wordt gezocht. Wij gaan deze samenwerking verder onderzoeken en meenemen in een integraal plan Maasplassen. Zoals bekend zijn hiervoor in de begroting 2023 incidentele middelen(€ 75.000, -) opgenomen. Na vaststelling van de begroting op 10 november 2022 gaan wij een plan opstellen. Reeds in 2018 heeft uw college in een commissie-informatiebrief gewag gemaakt van de totstandkoming van de Nationale Reddingsvloot, een landelijke samenwerking tussen de veiligheidsregio's. Reddingsbrigade Nederland en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). De veiligheidsregio's zouden wettelijk formeel verantwoordelijk zijn voor de waterhulpverlening bij rampen en crisis. De wijze waarop hier lokaal invulling aan gegeven zou worden, zou behoren tot de verantwoordelijkheid van de betreffende veiligheidsregio. Daarnaast heeft er in 2019 reeds overleg plaatsgevonden tussen een vertegenwoordiging van de reddingsbrigade (posten Wessem, Roermond, Tegelen en Venlo) en de gemeenten Roermond, Venlo en Maasgouw. Daarbij is in gezamenlijkheid gekeken naar de huidige bedrijfsvoering van de reddingsbrigade, hun financiële positie en de mogelijke effecten van de destijds verminderde capaciteit van het varend materieel in de regio, aldus uw college.
In dat verband:
Vraag 4.
Hoe opereert de Nationale Reddingsvloot anno 2022 in de Veiligheidsregio Limburg Noord? Is er sprake van een vooral repressieve waterhulpverlening op het moment dat zich rampen of crises voordoen, of is er ook sprake van een preventieve rol in het voorkomen van incidenten?
Ons nummer 114365-2022 Pagina 3
Antwoord.
In beginsel heeft de reddingsbrigade geen wettelijke taak ten behoeve van de veiligheid op of aan het water. Deze is bij de veiligheidsregio belegd. De inzet is gericht op repressieve waterhulpverlening. In de commissie-informatiebrief van 14 december 2018 over Nationale reddingsvloot en invloed op bedrijfsvoering (lokale) reddingsbrigade is uw raad geïnformeerd over de werkwijze van de Nationale Reddingsvloot.
Vraag 5.
Hebben er nog meer partners, anders dan voornoemde partijen, zitting in Nationale Reddingsvloot in Noord- en Midden-Limburg?
Antwoord.
Nee, zie de commissie-informatiebrief waarnaar bij de beantwoording van vraag 4 wordt verwezen. Deze is opgenomen in het raadsinformatiesysteem iBabs (overzichten/commissie-informatiebrieven).
Vraag 6.
Is er momenteel sprake van een actieve samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en de lokale reddingsbrigade? Zo nee, is dit volgens uw college het verkennen waard?
Antwoord.
Er is sprake van een subsidierelatie (zie b&w besluit d.d. 13 augustus 2019). Daarnaast vindt er afstemming plaats over de maatschappelijke taak die de reddingsbrigade heeft. Waar inzet van de reddingsbrigade gevraagd wordt, worden hierover afspraken gemaakt. Dit gaat in een goede verstandhouding.
Vraag 7.
Welke oplossingsrichtingen zijn in 2019 onderzocht met de gemeenten Venlo en Maasgouw om het serviceniveau van de reddingsbrigade zoveel als mogelijk te handhaven? Wat was de conclusie over de rol die genoemde gemeenten hierin zouden kunnen en/of moeten hebben?
Antwoord.
In 2015 heeft de toenmalige minister van V&J aangekondigd te willen stoppen met de financiering van de Nationale Reddingsvloot. De minister vond dat de samenstelling en het paraat houden van een nationale reddingsvloot een taak is van de veiligheidsregio's. Mede onder de voorwaarde dat de reddingsbrigades in Roermond, Maasgouw en Venlo intensiever zouden gaan samenwerking (synergievoordelen) is de jaarlijkse financiële bijdrage (in Roermond is dit een subsidiebijdrage) aan deze reddingsbrigades verhoogd. Hierdoor zijn de reddingsbrigades in staat gesteld extra vaartuigen aan te kopen. Hiermee is het serviceniveau van de reddingsbrigade voldoende op peil gebracht. Zie hiervoor de eerdergenoemde commissie-informatiebrief van 14 december 2018 en het collegebesluit van 13 augustus 2019.
Vraag 8.
Op welke wijze zou de Roermondse reddingsbrigade, samen met de gemeente. Rijkswaterstaat, ondernemers, watersportverenigingen en/of politie, een bijdrage kunnen leveren aan het toezicht en handhaving te water?
Ons nummer 114365-2022 Pagina 4
Antwoord.
De samenwerking tussen de verschillende betrokken partijen, ook op het gebied van toezicht en handhaving, wordt onderzocht en meegenomen in het integraal plan Maas plassen.
De gemeente Roermond heeft op 2 en 3 juli jl. deelgenomen aan een gerichte actie, zijnde 'Varen doe je samen.nl'. Doel van deze actie is het geven van voorlichting over veiligheidsbewustzijn onder vaarweggebruikers. Vraag 9.
Antwoord.
Hoe is deze actie verlopen en is hieromtrent sprake van tevredenheid bij de gemeente? De actie is goed verlopen. De gemeente stimuleert acties die worden gehouden om de bewustwording van veiligheid op het water te vergroten.
Vraag 10.
Wie zijn de andere partners bij dit initiatief?
Antwoord.
Het betreft een initiatief van de stichting "Varen doe je samen". Naast de gemeente Roermond zijn onder andere Rijkswaterstaat en de Reddingsbrigade hierbij betrokken.
Vraag 11.
Krijgt het initiatief een vervolg ten faveure van de veiligheid te water?
Antwoord.
De gemeente Roermond staat altijd open voor dergelijke initiatieven.
Ook in andere gemeenten staat veiligheids- en omgevingsbewustzijn op en rond het water op de maatschappelijke agenda. Zo heeft een Zwolse stichting als pilot onlangs vier opvallende boeien geplaatst in de Zwolse grachten: op elke boei 'zit een Zwollenaar', om maar eens aan te geven dat je niet alleen op het water bent. In dat verband: Vraag 12.
Is uw college bekend met deze pilot?
Antwoord.
Nee.
Vraag 13.
Ziet u in het verlengde van deze pilot mogelijkheden om gebruikers van de Maasplassen op een soortgelijke informatieve en laagdrempelige manier te wijzen op de vaarregels en gewenste omgangsvormen op het water?
Antwoord.
Verdere mogelijkheden worden onderzocht en meegenomen in het bredere integraal plan Maasplassen. Wij nemen uw suggesties daarin mee.
In het artikel van Dagblad de Limburger van 23 juli jl. staat verder vermeld dat de ondernemers en watersportverenigingen in het Maasplassengebied zich hebben samengepakt in de vorm van een Whatsappgroep om de toename van onaanvaardbaar en/of onveilig gedrag op het water tegen te kunnen gaan. In dat verband:
Ons nummer 114365-2022 Pagina 5
Vraag 14.
Is er naar aanleiding van dit initiatief contact geweest tussen de gemeente Roermond en de betreffende ondernemers en watersportverenigingen om een mogelijke samenwerking te verkennen op het gebied van informatieuitwisseling? Zo ja, hoe zal deze samenwerking eruit gaan zien? Zo nee, bent u dan voornemens om deze samenwerking op te pakken?
Antwoord.
Nee. In het integraal plan Maasplassen worden de ondernemers en de watersportverenigingen betrokken. Ook rond de Maasplassen wordt overlast ervaren, als gevolg van onder meer verrommeling en parkeer- en geluidsoverlast. Het belang van handhaving op het water blijft natuurlijk onverminderd groot. Tegen deze achtergrond de volgende vragen:
Vraag 15.
Welke handhavingsmogelijkheden ziet uw college om onder meer verrommeling en parkeer- en geluidsoverlast tegen te gaan op drukke, warme dagen?
Antwoord.
In het eerdergenoemde integraal plan Maasplassen zal aandacht zijn voor zowel de preventieve- als de repressieve kant vanuit handhaving. Het is nu nog te vroeg om de meest effectieve maatregelen te benoemen. Dit wordt integraal bekeken. Hierbij zal ook de inrichting van de openbare ruimte worden meegenomen.
Vraag 16.
Is uw college (in samenwerking met de partners op de Maasplassen) voornemens om de handhaving op en rond de Maasplassen te intensiveren? Zo nee, kan er geïnventariseerd worden wat de kosten zouden zijn die ermee gemoeid zijn om dit wel te doen?
Antwoord.
Ja, dat is wel onze intentie en dat zal ook in het integrale plan worden opgenomen. Maar het is de vraag of intensivering van de gemeentelijke handhaving op en rond de Maasplassen alleen de meest effectieve manier is om de genoemde vraagstukken aan te pakken. De noodzaak hiertoe wordt wel onderzocht en meegenomen in het genoemde plan. Het vertrekpunt van onze aanpak is de overtuiging dat handhaving het sluitstuk is van een integrale aanpak waarbij ook preventieve maatregelen en inrichting van de openbare ruimte belangrijk zijn.
Een kopie van deze brief is aan de overige leden van de raad gezonden. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de loc
bc,1
&.eiJ' _.--·····••"'
✓-~/ _ •• -··.
...---"
drs. J.W.A. Kradolfer (a.i.)