Agressieprotocol bestuurders van gemeente Roermond 2024
Tekst van het document
Agressieprotocol voor bestuurders van de gemeente Roermond 2024, gemeenteraad 14 november 2024 Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Blz.
Inleiding Grenzen stellen, een norm Vormen van agressie en geweld Preventieve maatregelen Wat te doen bij agressie en geweld Maatregelen Nazorg en trainingen Bijlagen
1 2 3 4 6 8 10 10
1. Inleiding Agressie en geweld Als politiek ambtsdrager staat u midden in de samenleving. Dat brengt mooie ervaringen met zich mee, maar soms ook minder mooie. Want niet alle burgers kunnen hun frustraties over beleid en standpunten die hen niet bevallen even goed verwerken. In toenemende mate worden politieke ambtsdragers geconfronteerd met agressie en geweld van ontevreden burgers. Het kan ook u overkomen. Agressie en geweld kunnen verschillende vormen aannemen. Het varieert van uitschelden tot molesteren en in sommige gevallen raakt het ook uw gezins- of familieleden. Geen enkele vorm van agressie en geweld is acceptabel. De overheid ziet erop toe dat burgers hiervan zoveel mogelijk gevrijwaard blijven en dat in voorkomende gevallen wordt ingegrepen. De reden om voor politieke ambtsdragers een speciale handreiking op te stellen ligt hierin, dat een uiting van agressie of geweld jegens een raads-, commissie- of collegelid niet alleen een aanval op die persoon is, maar ook op het democratisch bestel als geheel. Op het moment dat een politieke ambtsdrager in de uitoefening van zijn/haar publieke taken wordt belemmerd door incidenten van agressie en geweld, komt het democratisch proces in gevaar. Dan dient er ingegrepen te worden en moet de politieke ambtsdrager erop kunnen rekenen dat hij/zij er niet alleen voor staat.
Rol gemeente De gemeente Roermond voelt verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar politieke ambtsdragers. Functionarissen van de gemeente (burgemeester, griffier, gemeentesecretaris) kunnen als klankbord dienen voor bestuurders die te maken krijgen met agressie en geweld. De gemeente organiseert scholing om bestuurders weerbaar te maken, ondersteunt bepaalde processen zoals het doen van aangifte, biedt opvang en nazorg en registreert incidenten. Voor een politieke ambtsdrager is het belangrijk dat hij/zij gemakkelijk benaderbaar is en open in de samenleving kan staan. Om die reden ligt het voor de hand dat in geval van agressie en geweld in overleg met het slachtoffer de juiste maatregelen genomen worden. Strekking aanpak agressie en geweld Duidelijk maken dat geweld tegen politieke ambtsdragers niet geaccepteerd wordt. Het voorkomen van geweld door preventieve maatregelen. De te nemen maatregelen bij agressie en geweld. In het geval van geweld zo goed mogelijk ondersteunen en de opgelopen schade verhalen. 1
Uitgangspunt is dat agressie, geweld, bedreiging en intimidatie (verbaal & fysiek) tegen politieke ambtsdragers van de gemeente nooit acceptabel is en agressief gedrag altijd een vervolgaanpak krijgt. Voor wie Dit agressieprotocol geldt voor alle politieke ambtsdragers (burgemeester, wethouders, raadsleden). Waar in deze handreiking wordt gesproken over college- en/of raadsleden wordt ook gedoeld op commissieleden en op oud-raadsleden, oud-commissieleden en voormalige wethouders voor zover grensoverschrijdend gedrag betrekking heeft op hun politieke werkzaamheden voor de gemeente.
2. Grenzen stellen, een norm Het is noodzakelijk vast te stellen binnen welke gezamenlijke kaders sprake is van onaanvaardbaar gedrag en hoe daarop gereageerd dient te worden. Eenduidigheid in het beleid en in de aanpak van agressie en geweld straalt daadkracht uit en zal hopelijk uiteindelijk een preventief effect hebben op de agressie- en geweldpleger, waardoor agressie en geweld afnemen. Wanneer er niet wordt gereageerd op het agressieve en gewelddadige gedrag is de kans groot dat dit blijft voortbestaan en/of gaat escaleren. Een gezamenlijke norm is een voorwaarde voor het effectief aanpakken van agressie en geweld. Met een norm wordt helder wat grensoverschrijdend gedrag is, wat gemeld en geregistreerd moet worden en wat afgehandeld moet worden met gerichte maatregelen. Het is van belang een gezamenlijke norm te hanteren. Hoeveel agressief gedrag of uitingen tolereren we en wat is strafbaar? Belangrijke uitgangspunten U voelt de vrijheid om uw mening te verkondigen. Derden geven u de ruimte om uw taak uit te voeren. Derden verstoren de orde bij uw optreden niet. De eigen veiligheid en die van collega’s staat altijd voorop. Agressie, geweld, bedreiging en intimidatie worden niet getolereerd. Iedereen beleeft, interpreteert, hanteert en normeert agressie, bedreiging en intimidatie op zijn eigen manier.
Ook de omgeving waar de situatie zich voordoet kan van grote invloed zijn op uw gevoel van veiligheid. Een verbale bedreiging in uw persoonlijke levenssfeer heeft vaak veel meer impact dan eenzelfde uiting tijdens een openbare bijeenkomst. Zoals aangegeven is niet het feit leidend, maar uw eigen gevoel van veiligheid. Dat kan dus van persoon tot persoon verschillen. De norm die binnen de gemeente Roermond wordt gehanteerd is uw eigen gevoel van veiligheid. Indien u zich niet veilig voelt, dan is de norm overschreden. Ook de vrijheid die u voelt om uw mening te kunnen verkondigen vormt hier onderdeel van. U hoeft om die reden niet te schromen om contact op te nemen met de contactpersonen genoemd in hoofdstuk 5. Door vroegtijdig in te grijpen kan ook voorkomen worden dat situaties escaleren. Samenvattend Op het moment dat u zich door het gedrag van derden belemmerd voelt in uw functioneren als bestuurder, is de norm overschreden en kan gebruik worden gemaakt van dit protocol. 2
3. Vormen van agressie en geweld De rijksoverheid hanteert de volgende definities voor agressie en geweld. De gemeente Roermond neemt deze definities één op één over. Agressie wordt gedefinieerd als gedrag dat erop gericht is een ander te schaden of te intimideren, zonder dat daarbij fysieke schade wordt toegebracht. Dit kan bijvoorbeeld verbaal zijn (zoals schelden of bedreigen), maar ook non-verbaal (zoals intimiderende gebaren of lichaamshouding). Geweld verwijst naar het opzettelijk toepassen van fysiek geweld met als doel schade toe te brengen aan een ander persoon. Dit kan bijvoorbeeld slaan, schoppen of duwen zijn, maar ook het gebruiken van wapens valt hieronder. Beide vormen van gedrag worden door de overheid gezien als onacceptabel, vooral wanneer ze zich richten tegen werknemers die hun werk uitvoeren. Dit wordt ook wel aangeduid als agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. De rijksoverheid heeft verschillende maatregelen en protocollen om dergelijke situaties te voorkomen en aan te pakken. Schriftelijke agressie Het schriftelijk doen van aantijgingen/bedreigingen tegenover politieke ambtsdragers. Hieronder valt ook (schriftelijke) agressie via e-mail, sociale media, websites en dergelijke. Verbale agressie Zowel van persoon naar persoon als telefonisch zoals: uitschelden, beledigende en/of discriminerende opmerkingen etc.
Dreigen met geweld/intimidatie Hieronder vallen onder andere het bedreigen (ook van familie- of gezinsleden), chanteren of onder druk zetten en stalken. Fysieke agressie Escalatie van agressie, die zich uit in geweld tegen voorwerpen dan wel personen in welke vorm dan ook. Agressie via sociale media, internet E-mail, sociale media en internet bieden legio kansen voor het (anoniem) uiten van agressie. Ook voor deze uitingen geldt de hierboven geformuleerde norm: uw eigen veiligheidsgevoel. Het bijzondere van internet en de sociale media is dat de drempel om forse uitlatingen te doen lager is dan in het dagelijkse leven, doordat allerlei remmende factoren en correctiemechanismen ontbreken. Je zou daaruit kunnen afleiden dat zulke, min of meer ongerichte, agressieve uitingen minder serieus genomen kunnen worden. Dat is echter maar de vraag: de impact op het persoonlijke leven kan onverminderd groot zijn en uiteindelijk gaat het toch om uw eigen gevoel van veiligheid. Het is voor politieke ambtsdragers, nog meer dan voor privépersonen, te allen tijde belangrijk zich bewust te zijn van de consequenties van handelingen online. Het debat op internet is een verlengstuk van het politieke debat in de raadzaal en in de fysieke stad. Regels die daar gelden, zijn ook van toepassing in de virtuele wereld.
3
Agressie en ongewenst gedrag tussen raads- en/of collegeleden onderling Bij agressie en ongewenst gedrag in de richting van raads- of collegeleden wordt vaak als eerste gedacht aan derden die zich hieraan schuldig maken. Het kan echter ook voorkomen dat dergelijk gedrag voorkomt tussen raads- en collegeleden onderling. De belangrijkste regels en richtlijnen voor het gedrag van raads- en collegeleden onderling zijn opgenomen in: 1. Gemeentewet Dit is de basiswetgeving voor gemeenten in Nederland. Hoewel de Gemeentewet niet expliciet agressie tussen raadsleden benoemt, bevat deze wet wel bepalingen over het gedrag en de integriteit van raadsleden. Bijvoorbeeld, de gemeenteraad kan sancties opleggen aan een raadslid dat zich ernstig misdraagt of de raad stelt een gedragscode vast voor zijn leden en voor de leden van het college van burgemeester en wethouders. 2. Gedragscodes integriteit raads- en commissieleden en leden van B&W Deze codes zijn bedoeld om een veilige en respectvolle werkomgeving te waarborgen en omvatten bepalingen over het omgaan met conflicten en het vermijden van agressie en intimidatie. Nieuwe gedragscodes integriteit voor raads-, commissie- en collegeleden zijn vastgesteld in de raadsvergadering van 6 juni 2024; 3. Integriteitsregels en -beleid Bijv. de procesafspraken handhaving integriteit zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 6 juni 2024. 4.
Reglement van Orde Dit document bevat regels (par. 2 Orde van de vergadering) over de gang van zaken tijdens vergaderingen van de gemeenteraad. Hierin zijn ook bepalingen opgenomen over hoe om te gaan met ongewenst gedrag of ordeverstoringen.
4. Preventieve maatregelen De rijksoverheid besteedt door middel van het programma Veilige Publieke Taak veel aandacht aan het bestrijden van geweld en agressie tegen publieke ambtsdragers. Zie bijlage 1 voor een beschrijving hiervan. Zie ook de website www.veiligepublieketaak.nl Ook op provinciaal niveau wordt er aandacht besteed aan het programma Veilige Publieke Taak. Dat gebeurt via de Limburgse Norm, een handreiking -uitgebracht in september 2023 door het RIEC Limburg- voor een weerbare overheid. Zie bijlage 2 voor een toelichting hierop. Zie ook de website www.limburgsenorm.nl Met het opstellen van dit agressieprotocol wordt tegemoetgekomen aan een oproep aan alle deelnemende organisaties van De Limburgse Norm om een actueel agressieprotocol te hebben waarin wordt beschreven hoe de organisatie handelt in het geval van agressie. Het agressieprotocol is één van de noodzakelijke randvoorwaarden om een weerbare overheid te zijn die tegenwicht biedt aan ondermijning. Hierna volgen enkele concrete preventieve maatregelen die in Roermond worden toegepast. Afspraken griffier en bodes In het Roermondse stadhuis zijn afspraken gemaakt tussen de griffier en bodes. De bodes hebben instructies over wat te doen bij incidenten tijdens bijeenkomsten en vergaderingen. De bodes en/of beveiligers in het stadhuis zijn tijdens kantooruren en openbare bijeenkomsten 4
altijd bereikbaar op nummer 0475-359 266. Lopen vergaderingen uit, dan wacht de bode daarop. Is er een onaangename situatie, dan kan de bode -in overleg met de griffieropschalen. Openbare vergaderingen Indien er voor commissie- of raadsvergaderingen een onderwerp staat geagendeerd dat risico’s met zich brengt (veel belangstelling op de publieke tribune, veel emoties, veel boosheid over voorliggende plannen, specifieke risico doelgroep), treedt de griffie in overleg met Facilitaire Zaken en zo nodig ook met het cluster Leefbaarheid & Veiligheid. Desnoods kan in overleg met de politie een risicoanalyse worden gemaakt. Waar nodig worden extra beveiligers/agenten/boa’s ingezet (in een andere ruimte, in burger of in uniform op de publieke tribune) of kunnen er andere aanvullende maatregelen worden getroffen. Op bijeenkomsten buiten het stadhuis waarbij een politieke ambtsdrager in gesprek gaat met de bewoners en waarbij een gevoelig onderwerp besproken wordt, maakt de afdeling die de bijeenkomst organiseert een risicoanalyse. Waar nodig kan daarbij hulp en ondersteuning van andere afdelingen worden ingeroepen. Op deze locaties in de wijk worden dan waar nodig ook extra veiligheidsmaatregelen getroffen, bijv. extra inzet politie/handhaving.
Bij een bijeenkomst/vergadering met mogelijk risico, is het verstandig om met ondersteuning van de bode enige ruimte te laten tussen de vergadertafel en het publiek. Bij incidenten tijdens vergaderingen schakelen voorzitter en secretaris de dienstdoende bode in voor ondersteuning. Deze heeft de telefoonnummers van anderen paraat. Een moment schorsing van de vergadering is vaak ook verstandig. Bedrijfshulpverlening (BHV) Er is in het stadhuis een pool van BHV-ers. Er is altijd een BHV-er beschikbaar. De BHV-ers zijn bereikbaar via 0475 - 359 266 of via 333, het laatste nummer alleen via een vast toestel in het stadhuis of stadskantoor. Agressie en ongewenst gedrag tussen raads- en/of collegeleden onderling De beste preventieve maatregel om te zorgen dat er geen agressie en/of ongewenst gedrag voorkomt tussen raads- en /of collegeleden onderling is te zorgen voor een sfeer van onderlinge verbondenheid. Dit kan bereikt worden door te zorgen voor een klimaat waarbij er een gevoel van eenheid is tussen raads- en collegeleden. Raads- en collegeleden moeten zich veilig voelen, in elk geval in de omgang met elkaar. Er mag geen ruimte zijn voor passief agressieve uitingen zoals bijv. insinueren, oogrollen, zuchten, verspreiden van geruchten over een collega of gemene opmerkingen maken.
Het introductieprogramma voor de nieuwe raad is een eerste goede gelegenheid om onderlinge verbondenheid te creëren. Ook op latere momenten in de raadsperiode zal er aandacht gegeven worden aan het bevorderen van het groepsgevoel. Dat kan bijvoorbeeld door zo nu en dan voor raad en college een recreatieve activiteit te organiseren. Uitgangspunt is dat politieke ambtsdragers elkaar steunen in plaats van agressief bejegenen en met elkaar de normen bewaken.
5
5. Wat te doen bij agressie en geweld? Met wie wanneer contact opnemen? Bij bedreiging met geweld tegen personen, vernieling gerelateerd aan agressief gedrag of mishandeling altijd direct 1-1-2 bellen. Bij minder dringende gevallen is de politie bereikbaar via het algemene nummer 0900-8844. Burgemeester, griffier en gemeentesecretaris Burgemeester, griffier en gemeentesecretaris vormen met zijn drieën de bestuurlijke driehoek. Alle meldingen van agressie of geweld tegen politieke ambtsdragers worden in de bestuurlijke driehoek besproken. Dit laatste is belangrijk zodat in de bestuurlijke driehoek afwegingen kunnen worden gemaakt wie over bepaalde feiten/maatregelen geïnformeerd dienen te worden. Wordt er bijv. een gebouwontzegging opgelegd aan een burger die zich misdragen heeft bij een raadsvergadering, dan is het zeer wenselijk dit ook door te geven aan de clusters met publiekscontacten omdat de betreffende burger daar bekend kan zijn. Wethouders, raadsleden en commissieleden kunnen bij geweld, bedreiging of intimidatie contact opnemen met de burgemeester, de griffier of de gemeentesecretaris. De burgemeester kan indien nodig en in overleg met de betrokkene de politie inschakelen. De wijkagent Indien gewenst kunt u een persoonlijk gesprek aanvragen met de wijkagent. Dit kan bij u thuis, maar ook op het politiebureau.
U kunt uw wijkagent bereiken, eventueel via de burgemeester, op het nummer 0900 - 8844. Op https://www.politie.nl/mijn-buurt/wijkagenten kunt u zien wie de wijkagent in uw buurt is. Publieke reactie na agressie De burgemeester, de griffier, de collegeleden of raadsleden kunnen, bij een incident gerelateerd aan een lokale politieke ambtsdrager, een gezamenlijke reactie van de gemeenteraad en college initiëren om publiekelijk, eensgezind, duidelijk en krachtig te kunnen reageren tegen de agressie. Ongeacht de aanleiding daartoe en ongeacht de boodschap van de politieke ambtsdrager. Melden Het is belangrijk dat elke vorm van agressie en geweld gemeld wordt. Voor raadsleden is de griffier het meldpunt, voor collegeleden is dat de gemeentesecretaris. Belangrijk is dat de politieke ambtsdrager zijn/haar verhaal kwijt kan en ook de zekerheid heeft dat vervolg gegeven wordt aan de melding. Melden dient zo volledig mogelijk te gebeuren. Als de agressor bekend is, naam adres en woongegevens opgeven. Bestaat er een vermoeden dat er een direct verband is met een door de politieke ambtsdragers of door zijn/haar partij ingenomen standpunt, meld dit. Ontvangt het raadslid een brief of mail, geef een afschrift af.
De burgemeester en griffier of gemeentesecretaris brengen de raad en het college op de hoogte van de melding, tenzij met de melder wordt afgesproken dat dit beter achterwege kan worden gelaten. Burgemeester, griffier of gemeentesecretaris houden na de melding contact met de melder en checken of er voldoende opvolging aan de melding is gegeven. Ook is er aandacht voor hoe de melder zich daarbij voelt. Incidentenregistratie Griffier en gemeentesecretaris zijn verantwoordelijk voor de registratie van meldingen. De griffie registreert meldingen van raads- en commissieleden, de gemeentesecretaris doet dit voor collegeleden. De registraties zijn een middel om inzicht te verkrijgen in de aard en 6
omvang van agressie en geweld. Ook bieden de registraties de mogelijkheid om overheidsorganisaties onderling te vergelijken. Bestuurders wuiven agressie of geweld regelmatig weg: “dit is zo’n klein voorval, dat ga ik niet doorgeven.” Maar door dit wél te doen, ontstaat een beter zicht op agressie. Zo is te zien of het aantal incidenten toe- of afneemt. Zijn er meerdere incidenten met één dader? Dan kan een dossier worden opgebouwd. Ook kunnen slachtoffers van agressie en geweld betere nazorg krijgen. Van elk incident wordt in ieder geval bijgehouden: Wat er gebeurde. Ging het om (non-)verbale agressie of persoonlijke bedreiging? Om fysiek geweld of vernieling? Denk ook aan het verzamelen van bewijs, zoals beelden van beveiligingscamera’s. Of bij online agressie: een schermafbeelding van een beledigende tekst. Waar en wanneer het gebeurde. Wie erbij betrokken waren. Om welke bestuurder ging het en welke informatie is er over de dader? Wat de gevolgen waren voor de bestuurder, de organisatie en de dader. Is er melding gedaan bij de politie en is de dader aangehouden? Is er schade die hij moet vergoeden? Had de bestuurder nazorg nodig? Hoe is er door de organisatie naar de dader gereageerd? Waarom het gebeurde. Het is zinvol om te weten wat de aanleiding was.
Werd iemand agressief omdat hij lang moest wachten bijvoorbeeld? Verbetering van de dienstverlening kan dan helpen om nieuwe incidenten voorkomen. Aangifte Naast de melding aan de griffier of de gemeentesecretaris wordt het raads- of collegelid, indien er sprake is van een strafbaar feit, aangeraden altijd direct contact op te nemen met de politie. Afhankelijk van de bewijslast geeft de politie dan het advies om aangifte te doen of om melding te doen van bedreiging. Voor het doen van aangifte bij de politie zijn er twee opties: 1. de gemeente doet de aangifte; 2. het raads- of collegelid doet zelf aangifte. Ad 1 De gemeente doet aangifte In de landelijke praktijk blijkt dat bedreigde college- en raadsleden vaak geen aangifte durven te doen of vrezen niet langer waardevrij hun werk te kunnen voortzetten. Die individuele afweging draagt niet bij aan het streven om als collectief een heldere grens te stellen. Er wordt een krachtig signaal afgegeven door de gemeente Roermond in alle gevallen, met welnemen van de betrokkene, aangifte te laten doen wanneer strafbare feiten zijn vastgesteld. Dit kan gebeuren door de gemeentesecretaris (bij collegeleden), de griffier (bij raadsleden) of de burgemeester.
Aangifte door de gemeente in plaats van door de betrokkene vormt een ‘hitteschild’ waardoor de betreffende college- of raadsleden worden beschermd en hun werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren. De politieke ambtsdrager die het betreft wordt in beginsel als getuige gehoord. Het is hierbij niet mogelijk voor het bedreigde college- of raadslid om anoniem te blijven. Wel kan het adres van de gemeente worden gebruikt in plaats van het privéadres. Ad 2 Het raads- of collegelid doet zelf aangifte Het doen van aangifte van een strafrechtelijk feit is persoonsgebonden. Degene die wordt bedreigd doet daarvan aangifte. Dit ligt in het verlengde van het voornemen van de politie om 7
slachtoffers van misdrijven voortaan extra vragen te stellen over hun persoonlijke omstandigheden. Aan de hand daarvan wordt bepaald of ze hulp of bescherming nodig hebben. Bij het zelf doen van aangifte wordt het raadslid of collegelid zo nodig ondersteund vanuit de gemeentelijke organisatie. Persoonlijk aangifte doen voorkomt dat de relatie kan worden gelegd met de politieke besluitvorming. Vervolgstappen naar aanleiding van de aangifte, bijvoorbeeld het in beroep gaan of een klacht indienen over de rechtsgang, is een persoonlijke afweging. Informatievoorziening over verloop van het onderzoek door politie en Openbaar Ministerie De politieke ambtsdrager en/of degene die aangifte heeft gedaan worden door politie en OM optimaal geïnformeerd over hun positie en de mogelijkheden in het strafproces en de strafrechtelijke afhandeling van de zaak. De burgemeester en de griffier of gemeentesecretaris informeren de raad en het college over de procesmatige voortgang van de aangifte en verloop van het onderzoek. Wat te doen bij agressie en ongewenst gedrag tussen raads- en/of collegeleden onderling Wordt agressie en/of ongewenst gedrag ervaren in de omgang tussen raads- en/of collegeleden onderling, dan is het belangrijk dit bespreekbaar te maken. In de meest ideale situatie is dit in een gesprek tussen degene die het ongewenste gedrag ervaart met de veroorzaker van dat gedrag.
Is een gesprek moeilijk of niet mogelijk, dan zou hulp gevraagd kunnen worden van bijv. de fractievoorzitter(s), de burgemeester, de gemeentesecretaris of de griffier. Desgewenst kan het probleem bespreekbaar worden gemaakt in het Presidium of het fractievoorzittersoverleg.
6. Maatregelen Na een incident met agressie of geweld kunnen verschillende maatregelen worden getroffen: Risicoanalyse De politie kan op basis van de informatie en in overleg met het cluster Leefbaarheid & Veiligheid een risicoanalyse maken over de ernst van de situatie. Afhankelijk van de inschatting over de ernst van de situatie kunnen eventuele instructies gegeven worden over hoe te handelen of waar op te letten. Indien nodig kunnen specifieke maatregelen getroffen worden. Gesprek met de dader De politie of de burgemeester kan een gesprek aangaan met de dader. De dader wordt gevraagd excuses aan te bieden. Vervolgens kunnen er samenwerkingsafspraken gemaakt worden om herhaling te voorkomen. Dit gesprek kan ook worden gecombineerd met andere maatregelen. Waarschuwingsbrief Bij hinderlijk/onacceptabel gedrag, verbaal geweld, telefonische agressie, schriftelijke agressie en stalking kan de burgemeester een waarschuwingsbrief naar de dader sturen. In de waarschuwingsbrief wordt aangegeven dat de dader een grens heeft overschreden en dat dit niet wordt getolereerd. De burgemeester waarschuwt dat bij een volgende misdraging zwaardere maatregelen worden getroffen zoals een pand- of gebiedsverbod.
8
Gebouwontzegging De burgemeester kan bij vernieling of agressief gedrag een burger ontzeggen om één of meer gebouwen of terreinen in eigendom of beheer van de gemeente (bijv. het stadhuis, het stadskantoor, een sporthal of het zwembad) te betreden. Wordt een gebouwontzegging opgelegd, dan is er aandacht voor het communiceren van de maatregel met alle collega’s die hiervan op de hoogte moeten zijn. Gebiedsverbod De burgemeester kan op basis van de APV een persoon voor een bepaalde tijd een verblijfsof gebiedsontzegging opleggen. Contactverbod De Officier van Justitie kan een contactverbod opleggen. Dit kan bijvoorbeeld als er aangifte is gedaan van stalking, waarbij de politieke ambtsdrager zich bedreigd heeft gevoeld. Bewaken en beveiligen Indien uit de risicoanalyse van de politie blijkt dat de politieke ambtsdrager (of zijn familie) een veiligheidsrisico loopt, kunnen er maatregelen getroffen worden. Hierbij wordt contact gelegd met de eenheid bewaken en beveiligen van het Openbaar Ministerie. Bedreigde personen (en de aangever van de bedreiging of agressie) worden periodiek actief geïnformeerd over het verloop van de dreiging en de getroffen maatregelen. Belangen rond inlichtingen, opsporing of vervolging kunnen aanleiding zijn om de bedreigde persoon niet tot in detail te informeren.
Beveiligingsmaatregelen Op 1 januari 2024 is de nieuwe Regeling Beveiligingsmaatregelen Decentrale Bestuurders ingegaan. Daarin is geregeld dat alle decentrale bestuurders een persoonlijk beveiligingsadvies voor hun woningen kunnen krijgen op basis van individuele veiligheidsrisico's. Zo kunnen beveiligingsmaatregelen op maat getroffen worden. Denk bijvoorbeeld aan fysieke en elektronische maatregelen in en om het huis, zoals een vrijstaande brievenbus, een alarmsysteem, maar ook bewustwording rond online vindbaarheid en vervoer. Om in gezamenlijkheid de veiligheid van decentrale bestuurders te vergroten, is met gemeenten, provincies en waterschappen afgesproken dat zij de geadviseerde maatregelen altijd overnemen. Hierdoor wordt voorkomen dat de kosten voor benodigde beveiligingsmaatregelen onderdeel worden van politiek debat. De regeling is van toepassing op bestuurders van provincies, gemeenten en waterschappen. Zij zijn in de nieuwe regeling verantwoordelijk voor de kosten van de beveiligingsmaatregelen. Ter ondersteuning stelt het ministerie van BZK een jaarlijks bedrag van € 2,5 miljoen euro beschikbaar. Dit bedrag wordt gelijkmatig over alle gemeenten en provincies verdeeld en dekt een groot deel van de kosten van de preventieve beveiligingsmaatregelen.
Het geld voor de preventieve woningbeveiligingsmaatregelen is onderdeel van de structurele middelen van 10 miljoen per jaar voor het weerbaarder maken van het openbaar bestuur vanuit de brede aanpak ondermijning. Met deze middelen zet het ministerie van BZK zich samen met het Netwerk Weerbaar Bestuur in voor de (online) veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers. Verhalen van materiële en of immateriële schade op de dader(s) In geval van schade kan de dader mogelijk financieel verantwoordelijk gesteld worden voor zijn gedrag. Dit geldt voor zowel materiële als immateriële schade
9
7. Nazorg en trainingen De vertrouwenslijn Object zijn van agressie en geweld kan hard aankomen en iemand echt raken. In veel gevallen is goede opvang uit de directe omgeving (familie, vrienden, partijgenoten) voldoende. Het gevolg kan ook zijn dat de bedreigde zich langdurig angstig, onzeker, machteloos, ongeremd woedend voelt. In dat geval is het raadzaam een deskundige te raadplegen. Dit kan de huisarts zijn. Voor raadsleden, wethouders en burgemeesters en hun familie is er een vertrouwenslijn van de overheid waarin om ondersteuning gevraagd kan worden. Via 08002800200 of www.devertrouwenslijn.nl Slachtofferhulp Nederland Slachtofferhulp (0900-0101, www.Slachtofferhulp.nl) biedt praktische en juridische adviezen en emotionele steun na een misdrijf (geweld, stalking etc.) of een verkeersongeluk. Schade Het kan zijn dat er schade is geleden, dit kan in het algemeen verhaald worden op de dader. Het gaat hier om het verhalen van materiële kosten, zoals de kosten van medische behandeling en re-integratie of immateriële schade. Enkele voorbeelden zijn inbreuk op privacy, gederfde levensvreugde, psychische schade zoals slapeloosheid etc. Voor informatie over het verhalen van schade op de dader, zie website www.veiligepubliekedienstverlening.nl. De griffier kan hier waar nodig ook ondersteuning bieden aan de raadsleden.
Raadsleden zijn meeverzekerd in de molestverzekering van de gemeente Roermond. Het is ook raadzaam de eigen verzekeraar te raadplegen. Advocaatkosten Als het nodig lijkt een advocaat in te schakelen om schade te verhalen of om een maatregel bij de rechtbank te verzoeken, kan een raadslid dit melden bij de griffier. Een collegelid wendt zich tot de gemeentesecretaris. Griffier of gemeentesecretaris leggen de zaak voor bij een medewerker van juridische zaken. Juridische zaken adviseert over de betreffende claim of vordering en adviseert over het inschakelen van een advocaat. Naar aanleiding van een concreet verzoek kan de burgemeester in samenwerking met de griffier of gemeentesecretaris, na kennis genomen te hebben van het advies van Juridische Zaken, beslissen dat de advocaatkosten naar redelijkheid en billijkheid door de gemeente betaald of vergoed worden. Trainingen Er zijn verschillende trainingen beschikbaar waarin wordt geleerd hoe om te gaan met agressie en geweld en wat in bepaalde situaties wel of juist niet moet worden gedaan. We spreken af elk jaar tenminste één avond bijeen te komen voor een training over integriteit, agressie en/of debattechnieken. In het introductieprogramma voor raad en college wordt ook aan deze onderwerpen aandacht besteed.
8. Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Veilige Publieke Taak De Limburgse Norm “Melden helpt” van het Netwerk Weerbaar bestuur Stappenplan Melding en aangifte voor politieke ambtsdragers 10
Bijlage 1 Veilige Publieke Taak Het programma Veilige Publieke Taak (VPT) is een initiatief van de rijksoverheid, gericht op het beschermen van werknemers met een publieke taak tegen agressie en geweld. Het programma geldt niet alleen voor bijv. politieagenten, brandweerlieden, zorgmedewerkers, ambulancepersoneel en gemeenteambtenaren maar ook voor leden van gemeenteraden en colleges van B&W. Ook zij vervullen een publieke taak en staan in direct contact met burgers. Dit kan hen kwetsbaar maken voor agressie en geweld, bijvoorbeeld tijdens raadsvergaderingen, publieke bijeenkomsten of via sociale media. Net als andere publieke dienstverleners kunnen zij te maken krijgen met bedreigingen, intimidatie of zelfs fysiek geweld vanwege hun werk in het publieke belang. Doelen van het programma Veilige Publieke Taak: 1. Preventie van agressie en geweld Het programma richt zich op het voorkomen van agressie en geweld door onder andere het aanbieden van trainingen en voorlichtingscampagnes. Er wordt aandacht besteed aan het herkennen van risicosituaties en het ontwikkelen van vaardigheden om deze te deescaleren. 2. Bescherming en ondersteuning Het programma beoogt een veilige werkomgeving te creëren voor werknemers met een publieke taak. Dit omvat maatregelen zoals het verbeteren van beveiliging op de werkplek en het bieden van psychologische ondersteuning na incidenten. 3.
Aanpak en Handhaving Bij incidenten van agressie of geweld is het belangrijk dat er adequaat wordt opgetreden. Het programma ondersteunt organisaties bij het opstellen van protocollen voor het melden en afhandelen van incidenten, en stimuleert een strenge aanpak door justitie, inclusief strafrechtelijke vervolging waar nodig. 4. Beleidsontwikkeling en Samenwerking Het programma helpt bij het ontwikkelen van beleid en het stimuleren van samenwerking tussen verschillende partijen, zoals gemeenten, zorginstellingen, scholen, en politie, om gezamenlijk agressie en geweld tegen te gaan. Belangrijke Instrumenten en Maatregelen: 1. Registratiesystemen om incidenten van agressie en geweld vast te leggen en te analyseren. 2. Trainingen en workshops voor werknemers en politieke ambtsdragers om hen voor te bereiden op het omgaan met agressieve situaties. 3. Publiekscampagnes om bewustwording te creëren over het onacceptabele karakter van agressie en geweld tegen publieke werknemers. 4. Ondersteuning en nazorg voor slachtoffers van agressie en geweld, zoals hulp bij het doen van aangifte en het bieden van psychologische zorg. 5. Het programma Veilige Publieke Taak is in de loop der jaren geëvolueerd en geïntegreerd in het bredere veiligheidsbeleid van de rijksoverheid, waarbij het blijft bijdragen aan een veiligere werkomgeving voor publieke dienstverleners.
Maatregelen binnen het programma voor politieke ambtsdragers: 1. Agressieprotocollen: gemeenten worden aangemoedigd om protocollen te ontwikkelen en te implementeren specifiek gericht op het beschermen van raadsleden en wethouders.
11
2.
3.
4.
Ondersteuning en begeleiding: politieke ambtsdragers kunnen aanspraak maken op psychologische ondersteuning, juridische bijstand en advies bij het doen van aangifte als zij te maken krijgen met agressie of geweld. Bewustwording en training: gemeenteraadsleden en leden van B&W kunnen deelnemen aan trainingen om hen te helpen omgaan met agressieve situaties en om hen bewust te maken van de risico's die gepaard gaan met hun publieke functie. Samenwerking met politie en justitie: er is nauwe samenwerking met de politie en het Openbaar Ministerie om bedreigingen en geweld tegen politieke ambtsdragers serieus te nemen en waar nodig strafrechtelijk op te treden.
Bijlage 2 De Limburgse Norm Hoofdstuk 3 van de Limburgse Norm gaat over de Veilige Publieke Taak. In dit hoofdstuk worden de volgende uitspraken gedaan: 1. wij hebben een actueel agressieprotocol voor medewerkers en bestuurders en dragen dit actief uit; 2. wij laten intern en extern weten wat onze acceptatienorm van acceptabel gedrag is en wat dit betekent voor de houding van bestuurders en medewerkers; 3. wij zijn ons bewust van de veiligheidsrisico’s van het verspreiden van de persoonlijke gegevens van medewerkers; 4. wij trainen onze bestuurders en medewerkers in het voorkomen van en het omgaan met (digitale) agressie en geweld; 5. wij stimuleren dat bestuurders en medewerkers van elk voorval van (digitale) agressie melden of er aangifte van doen en wij registreren alle voorvallen van agressie en geweld tegen bestuurders en medewerkers; 6. wij hebben (structurele) middelen beschikbaar in de begroting zodat er bij de bedreiging van bestuurders en medewerkers, op advies van het OM en de politie, passende (fysieke) beveiligingsmaatregelen getroffen kunnen worden; 7. wij verhalen de schade op de dader bij agressie of geweld; 8. wij verlenen nazorg aan de bestuurder of medewerker die slachtoffer is van (digitale) agressie en geweld. Alle Limburgse gemeenten, de provincie Limburg en het Waterschap Limburg hebben zich aan de Limburgse Norm gecommitteerd.
Met het vaststellen van dit agressieprotocol voor bestuurders wordt voor een groot deel aan deze oproepen voldaan.
12
Te maken met agressie of intimidatie tijdens jouw raadswerk? Melden helpt! Agressie en intimidatie horen niet bij jouw werk als raadslid en worden niet geaccepteerd. Je kunt het met elkaar oneens zijn, maar (verbale) agressie of bedreigingen, online en offline, zijn nooit de oplossing. Dit gedrag kan jouw functioneren en besluitvorming beïnvloeden en is daarmee een gevaar voor jouw gezondheid, die van je omgeving en voor het goed functioneren van de democratische rechtsstaat.
Meld incidenten daarom altijd. Bij wie kan ik een incident melden? Meld een incident bij de griffier of burgemeester, of bij iemand van je fractie waar je je prettig bij voelt, die vervolgens de melding door kan zetten. Wat moet of kan ik melden? Meld alle incidenten die te maken hebben met (alle vormen van) agressie of intimidatie, strafbaar of niet. Ook als je er zelf geen last van hebt, kan het helpen om inzicht te krijgen in de omvang van het probleem. Kost melden veel tijd? Het meldingsproces is zo ingericht dat jij als raadslid ontlast wordt. Het melden kost dus weinig tijd. Dat betekent dat degene waarbij je de melding doet, samen met de organisatie, zoveel mogelijk van de verdere afhandeling op zich neemt.
Wat gebeurt er met mijn melding? Dat verschilt per incident en waar behoefte aan is, er gebeurt niets zonder jouw toestemming. Na een melding kan bijvoorbeeld steun voor jou en (indien nodig) jouw familie ingeschakeld worden, afhankelijk van de situatie. Je staat er niet alleen voor. Ook wordt er gekeken welke reactie richting de agressor wenselijk en mogelijk is. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een waarschuwing, stopgesprek of aangifte. Zo geven we met elkaar een belangrijk signaal naar de dader en de buitenwereld: hier trekken wij de grens. Ook kun je voor vertrouwelijk advies en ondersteuning na een incident altijd contact opnemen met het landelijke Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur via tel. 070 – 373 8314.
De volledige norm ‘Melden helpt’ en het stappenplan melding en aangifte voor politieke ambtsdragers zijn te vinden op de website van het Netwerk Weerbaar Bestuur: www.weerbaarbestuur.nl.
Stappenplan
Melding en aangifte voor politieke ambtsdragers Decentrale politieke ambtsdragers krijgen helaas steeds vaker te maken met fysiek geweld, intimidatie, bedreiging of scheldpartijen. Ook al voelt het soms bijna als een ‘normaal’ onderdeel van het werk; het hoort niet bij het politieke ambt. We mogen agressie en intimidatie niet stil houden en daarom is er een collectieve norm opgesteld met als uitgangspunt: melden helpt. Of het nu online of offline is, misdragingen tegenover ambtsdragers accepteren we niet en worden altijd gemeld. In dit infoblad beantwoorden we de volgende vragen: • Hoe en waar kunnen misdragingen zich voordoen? • Welke strafbare feiten komen bij bedreiging, intimidatie en agressie in beeld? • Zijn er ook passende alternatieven voor een strafrechtelijke reactie? Hierna volgt een 9-stappenplan voor hoe je een melding kunt oppakken voor een politieke ambtsdrager, hoe je een melding of aangifte doet bij de politie en waarmee je daarbij rekening moet houden.
Achtergrondinformatie Hoe en waar kunnen misdragingen zich voordoen? Politieke ambtsdragers kunnen op verschillende manieren bedreigd worden. Bijvoorbeeld tijdens een vergadering, thuis, op straat of via sociale media. Er is een verschil tussen je geïntimideerd of bedreigd ‘voelen’ en wat er op grond van de wet als bedreiging wordt aangemerkt. Niet elke vorm van bedreiging of intimidatie is namelijk strafbaar. De bedreiging moet daarnaast ook bewezen kunnen worden om er succesvol strafrechtelijk tegenop te kunnen treden.
Waarom is melden belangrijk? Het melden van intimidatie, bedreiging of andere misdragingen is het startpunt voor hulp van de politieke ambtsdrager (zoals steun en nazorg). Ook helpt de melding bij de strafrechtelijke vervolging van de dader (dossieropbouw), het in kaart brengen van de problematiek binnen de gemeente en het op gang brengen van het gesprek over intimidatie en bedreiging binnen het politieke ambt.
Wie handelt een melding door een politieke ambtsdrager af? Omdat onder andere Statenleden, waterschapsbestuurders en burgemeesters geen ‘echte’ werkgever hebben, is het van belang om een gerechtigd vertegenwoordiger aan te wijzen die zich ontfermt over meldingen van incidenten door politieke ambtsdragers. Leg dit ook vast, bijvoorbeeld in een agressieprotocol. De griffier, burgemeester of gemeentesecretaris vervullen in de meeste gevallen deze niet-klassieke werkgeversrol. De gerechtigde vertegenwoordigers
kunnen ook namens de melder aangifte of melding doen bij de politie. Een uitzondering hierop is de aangifte tegen belaging, stalking, of stelselmatige intimidatie. Dit zijn ‘klachtdelicten’, waarbij alleen tot vervolging kan worden overgegaan als het slachtoffer zelf daarom verzoekt.
of foto’s. Doxing is momenteel net als ‘intimidatie’ op zichzelf niet per definitie illegaal, maar het gaat dikwijls gepaard met gedragingen die strafbaar zijn (opruiing, laster, smaad, belediging, belaging, bedreiging, discriminatie, het heimelijk opnemen van beelden in een niet-openbare ruimte, etc.).
Tip Neem in het lokale agressieprotocol op waar per doelgroep gemeld kan worden, wie over de melding wordt geïnformeerd en wie het verder oppakt. Gebruik het model agressieprotocol en geef hier lokaal invulling aan. Benoem ook bij wie de politieke ambtsdrager binnen de organisatie terecht kan en wie verantwoordelijk is voor het doen van aangifte. Bekijk enkele voorbeelden van hoe bij gemeenten lokaal invulling gegeven wordt aan het model agressieprotocol.
Zijn er ook passende alternatieven voor een strafrechtelijke reactie? De norm blijft: van alle gevallen van intimidatie en agressie wordt een melding gedaan. Na de melding volgt niet altijd een strafrechtelijke reactie. Bijvoorbeeld omdat er nog geen sprake is van een strafbaar feit. Maar het kan ook zijn dat er voor de gegeven situatie een passend alternatief voorhanden is. Een voorbeeld hiervan is het ‘stopgesprek’ of een ‘stop- of waarschuwingsbrief’.
Voorbeelden stopgesprek Welke strafbare feiten komen bij bedreiging, intimidatie en agressie in beeld? Als iemand slachtoffer wordt van fysiek geweld, (offline en online) intimidatie, bedreiging of scheldpartijen, dan kan afhankelijk van de situatie aangifte van een strafbaar feit worden gedaan. Je kan hierbij denken aan één of meer strafbare feiten van onderstaande, niet uitputtende lijst: • Bedreiging (bijvoorbeeld mondeling, via een dreigbrief, via sociale media) • Belaging/stalken/stelselmatige intimidatie (al dan niet via sociale media) • Fysiek geweld (als er sprake is van letsel en/of schade) • Belediging, laster en smaad • Discriminatie (naar huidskleur, geloofsovertuiging, sekse, seksuele geaardheid of voorkeur) • Afpersing en afdreiging • Diefstal • Vernieling • Dwang en ambtsdwang • Openlijke geweldpleging • Mishandeling • Valse aangifte • Opruiing, haatzaaien en aanzetten tot een misdrijf (bijv. op internet oproepen tot x of y) • Identiteitsfraude (bijv. online profielen aanmaken in naam van een x) Bekijk een verdere toelichting van deze strafbare feiten.
Doxing Het komt steeds meer voor dat persoonlijke informatie van politici, ambtenaren, politiemedewerkers, etc. worden verzameld met als doel hun doen en laten te beïnvloeden of hen te ‘ontmaskeren’, beschadigen of te intimideren. Ook kan er sprake zijn van ‘doxing’: het verzamelen en (online) publicatie van privégegevens, zoals adres, telefoonnummer en/
• Een persoon zegt tegen een politieke ambtsdrager ‘jij doet je werk niet goed, je moet ontslagen worden, ^^^^’, ik weet je te vinden. Dit gedrag vertoont de persoon herhaaldelijk. De wijkagent kent de persoon en heeft de dader aangesproken en het gedrag is gestopt. • De aanvraag voor een vergunning in de horeca is afgewezen, de burger zet de politieke bestuurder onder druk en geeft aan dat als de bestuurder de vergunning niet regelt, hij er last van gaat krijgen. De organisatie gaat het gesprek aan met de burger. • Een verward persoon zet op sociale media dat de wethouder een oplichter is. Ga als organisatie het gesprek aan met de persoon en zorg dat het gedrag stopt. Hiermee voorkom je schade voor de wethouder en de organisatie.
Praktisch stappenplan
Na een interne melding van een incident kan de aangewezen vertegenwoordiger namens de organisatie een melding of aangifte doen bij de politie. Hier lees je in 9 stappen hoe je een interne melding kunt begeleiden, hoe je een melding of aangifte doet bij de politie en wat daarbij goed is om rekening mee te houden.
Stap 1 Meld het incident intern Situatie: een politieke ambtsdrager of diens familie krijgt vanwege de uitoefening van het politieke ambt te maken met agressie en intimidatie. 1. Zorg dat zij volgens de interne meldingsprocedure intern melding doen van het incident. 2. Bespreek met andere aangewezen personen, zoals de griffier, burgemeester of gemeentesecretaris, wie de melding verder begeleidt. 3. Overleg met de melder over het doen van een melding of aangifte bij de politie. 4. De organisatie doet melding of aangifte namens het slachtoffer bij de politie.
5. Neem ook contact op met het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur, zij staan klaar voor advies en ondersteuning en kunnen collega-ambtsdragers koppelen aan het slachtoffer. De politie kan de organisatie daarnaast ook in contact brengen met Slachtofferhulp. Wordt iemand bedreigd vanuit het criminele circuit? Doe een melding en neem altijd contact op met de politie. Samen met de politie wordt bekeken hoe een passend veiligheidsplan gemaakt kan worden voor het slachtoffer, het gezin en de nazorg.
Stap 2 Verzamel zoveel mogelijk feiten Adviseer het slachtoffer om zo veel mogelijk feiten te verzamelen. Gebruik daarvoor de 7 W’s: wie, wat, waar, waarmee, op welke wijze, wanneer en waarom? Maak foto’s (van de situatie, schade of verwoningen) en vraag camerabeelden op. Bewaar eventuele video-opnames, printscreens of berichten van de dader (op sociale media). Betrek hier een informatiedeskundige/CISO bij, om zo snel mogelijk eventuele metadata (zoals IP-adres afzender/dader) veilig te stellen. Verwijder deze bewijzen niet na het doen van de aangifte. Politie, officier van justitie en rechter moeten zich een goed beeld kunnen vormen van wat er precies is gebeurd. Laat zo nodig een arts of een getuige een verklaring opstellen.
Stap 3 Maak een afspraak met de politie Om lange wachttijden te voorkomen, helpt het vaak een afspraak met de politie te maken. De organisatie doet namens het slachtoffer melding of aangifte bij de politie. Zo ontzorgt ze het slachtoffer en geeft ze een signaal af aan de samenleving dat zij agressie tegen haar ambtsdragers onder geen beding tolereert. Dit is de taak van de gerechtigd vertegenwoordiger. Het slachtoffer zelf wordt gehoord als getuige. Een getuige kan altijd opgeroepen worden om de verklaring toe te lichten.
Stap 4 Doe een melding of aangifte bij de politie Laat de politieke ambtsdrager de politiefunctionaris vertellen wat er feitelijk is gebeurd: welke impact het heeft gehad (zoals angst of stress), welke gebeurtenissen zijn voorafgegaan en de gevolgen en impact voor de organisatie. Dit is van belang voor het vervolg van de zaak. Lever bewijsmateriaal aan als dat er is (zie stap 2). Neem een voorbeeld proces-verbaal mee en eventueel een kopie van de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA), zie kader. Als er sprake is van getuige(n), neem dan gegevens zoals naam en telefoonnummer mee.
Tip Zorg ervoor dat de schade die al bekend is op het moment van het doen van aangifte, in de aangifte wordt opgenomen. De organisatie kan namens het slachtoffer een vordering voor vergoeding van de schade indienen. Verhaal de materiële en immateriële schade altijd als de dader bekend is. Voor het verhalen van de schade kun je je voegen in het strafproces. De strafrechter kan ook besluiten de aangever voor het vergoeden van de schade door te verwijzen naar de civiele rechter.
Stap 5 Bescherm privégegevens Bij aangifte door de organisatie is het aan te raden dat de aange wezen vertegenwoordiger samen met het slachtoffer een schriftelijke, ondertekende verklaring opneemt over het incident en deze meeneemt naar de politie. Het slachtoffer en de aangewezen vertegenwoordiger kunnen ook samen aangifte doen. Geef bij de aangifte het adres van de organisatie op als woonadres (het domicilie-adres), zodat het adres van het slachtoffer geheim blijft. Alle correspondentie loopt dan via het werkadres.
Melding of aangifte
Stap 6 Meld dat je een publieke taak hebt
Elk geval van intimidatie en agressie moet worden gemeld (intern en soms ook bij de politie). Een interne melding wordt meegenomen in het politiedossier van de dader. Bij een combinatie van handelingen of opstapeling van incidenten, kan eventueel toch worden overgegaan tot aangifte. Een aangifte heeft tot doel om te komen tot strafrechtelijke vervolging. De politie helpt met kijken of er sprake is van een strafbaar feit dat vervolgd kan worden. Het is uiteindelijk aan de officier van justitie om dat te beoordelen.
De politie en het openbaar ministerie geven agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak hoge prioriteit. Ook worden er hogere straffen geëist. De politie moet aan de aangifte de VPT-code (VPT = Veilige Publieke Taak) toekennen. Vraag hierom tijdens de aangifte.
De politie kan eventueel ook helpen met een incidentgesprek zonder dat een strafrechtelijk traject nodig is. Dat kan bijvoorbeeld als de dader een verward persoon is. De dader wordt aangesproken op zijn of haar gedrag, in een poging het gedrag te stoppen. Maak tijdens het gesprek wel goede afspraken over de consequentie als het gedrag niet stopt.
Stap 7 Controleer de melding of aangifte Gebruik hiervoor de volgende checklist: • Controleer de inhoud voordat deze ondertekend wordt. • Ga na of het juiste adres is vermeld en of de VPT-code is toegekend. • Vraag hoe je op de hoogte wordt gehouden van het vervolg. • Loopt de correspondentie via de organisatie? Regel dan intern dat alle post op de juiste plek terecht komt en de post niet voor het slachtoffer wordt geopend. Het slachtoffer heeft recht op informatie over het strafproces.
Stap 8 Vervolg van de melding of aangifte
Stap 9 Nazorg (gefaciliteerd) vanuit de organisatie
Een melding wordt opgenomen in het dossier en wordt niet doorgestuurd naar de officier van justitie. Een aangifte wordt wel naar de officier van justitie gestuurd. Eerdere meldingen kunnen hierbij gevoegd worden. De officier van justitie beslist of hij tot vervolging overgaat en laat weten als in de zaak een verdachte is gevonden. Als dat zo is, wordt de zaak voorgelegd aan de rechter. De officier kan ook beslissen de zaak niet verder te vervolgen (te seponeren), bijvoorbeeld vanwege onvoldoende bewijs, de gezondheidstoestand van de verdachte, de verhouding tot het slachtoffer is langs andere weg geregeld of anders ingrijpen dan strafrechtelijk heeft de voorkeur.
De eerste stap na confrontatie met agressie is directe steun en opvang waar nodig. De organisatie speelt daarin een belangrijke rol. Stress is een normale reactie op een abnormale situatie. In veel gevallen gaat stress vanzelf weer weg. Gebeurt dat niet, dan is hulp nodig. Hoe eerder aanhoudende stressklachten herkend worden, hoe sneller een slachtoffer kan worden geholpen. Houd de vinger aan de pols door regelmatig gesprekken te voeren met het personeel en een buddysysteem in te stellen, waarbij collega’s bij elkaar letten op tekenen van stress en trauma. Bied bij een trauma professionele psychosociale hulp aan en vergoed deze. Onderken dat het ook voor directe familie een grote impact kan hebben en biedt ook steun aan hen. Politieke ambtsdragers die te maken krijgen met intimidatie of agressie kunnen terecht bij het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur.
Als het slachtoffer wordt opgeroepen om zijn/haar verklaring toe te lichten, wordt eerst overlegd met de officier van justitie op welke wijze het verhoor kan plaatsvinden.
Dit is een publicatie van:
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 | 2500 EA Den Haag Ministerie van Justitie en Veiligheid Postbus 20301 | 2500 EA Den Haag November 2021