CConstaterende datRoermond
Koppel je AI →
Document · PDF

2023.006 CDA levensmiddelenzaken DOR

Commissie Ruimte (RU) 5 april 2023, gemeente RoermondBij agendapunt: Principemedewerking luxe chocoladewinkel DOR (punt 9A op de agenda)1.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de griffier van de gemeente Roermond Postbus 900 6040 AK Roermond

Betreft: schriftelijke vragen art. 43 op grond van R.v.O inzake principemedewerking levensmiddelenzaken DOR

Roermond, 13 februari 2023

Geacht college van B&W,

De CDA-fractie heeft met verbazing, verbijstering en teleurstelling kennisgenomen van het principebesluit van uw college om in het Designer Outlet Roermond (DOR) een levensmiddelenzaak toe te staan die zich gaat richten op de verkoop van luxe chocolade. U uit een voornemen strategisch beleid te wijzigen, zonder hierover de raad en de omgeving te consulteren. Bovendien heeft de raad het college opgedragen een integrale visie voor de Binnenstad op te stellen, waar de raad richtinggevende uitspraken kan doen. Zeker op een dergelijk strategisch vraagstuk mag u de raad niet op deze wijze passeren. We zien steeds vaker dat u afwijkt van een raadskader, vervolgens de raad met een raadsinformatiebrief informeert en overgaat tot de (ad-hoc) orde van de dag. Met verbazing en verbijstering, omdat er harde en duidelijke afspraken zijn gemaakt over toegestane branches die in het DOR gevestigd mogen zijn en dit ook juridisch verankerd is in het daar geldende bestemmingsplan en de realiseringsovereenkomst met het DOR. Dit om een broos evenwicht tussen het Designer Outletcenter en een Binnenstad met overlevingskansen te behouden. Maar ook met hevige teleurstelling, omdat de recente geschiedenis ons leert dat het toestaan van winkelbranches buiten de binnenstad, die ook in de binnenstad gevestigd zijn, in de binnenstad leidt tot verschraling en tot verdere leegstand.

Een goed voorbeeld is het Retailpark. Hier zijn diverse winkels gevestigd die de afgelopen jaren hun deuren in de binnenstad gesloten hebben en zo deels hebben bijgedragen aan de hedendaagse leegstand. U vraagt het DOR aan te tonen wat de effecten zijn op de Binnenstad: wij zouden dat veel liever onafhankelijk laten beoordelen.

Voor het CDA ligt dit onderwerp inhoudelijk, zeker gelet op de toenemende leegstand in de binnenstad, zeer gevoelig. Bestrijding van leegstand in de binnenstad en inzetten op een vitale binnenstad en vitale wijken en kernen vormen voor ons een belangrijk speerpunt. We tillen er zwaar aan dat het college zich aan de eerder met de raad gemaakte afspraken houdt. Maar ook procedureel is het niet in de haak: u wijzigt beleid onder de noemer ‘daadkracht’ en ‘doen’, terwijl de consequenties ongekend groot kunnen zijn. Hier hoort u de raad in positie te brengen. Het bovenstaande brengt de CDA-fractie tot de volgende vragen: 1. Waarom komt u de afspraak met de raad, om de aan het college gerichte aanbevelingen op te volgen inzake het leegstandsbeleid (onderzoek Rekenkamer behandeld 8 juli 2021), met name aanbeveling 1, niet na? 2. De raad heeft onderschreven dat een herziening van leegstandsbeleid nodig en urgent is. Bent u het met de CDA-fractie eens dat dit strategische onderwerp, zeker gelet op de toenemende leegstand in de binnenstad, een gevoelig onderwerp is, zowel voor de ondernemers maar ook voor de Roermondse politiek? Zo nee, waarom niet? In juli 2022 heeft de Raad unaniem een motie aangenomen die het college oproept om uit te zoeken hoeveel middelen nodig zijn ten behoeve van het opstellen leegstandsbeleid en daarover een voorstel aan de Raad voor te leggen.

Wat is de stand van zaken hiervan en binnen welke termijn verwacht u bovengenoemd voorstel aan de Raad voor te leggen? 3. Welke beleidskaders liggen ten grondslag aan vestiging van winkels in het DOR? 4. Wij vragen u de afspraken met het DOR beschikbaar te stellen en/of voor ons ter inzage te leggen. 5. Tevens vragen wij u ons de gespreksverslagen van de overleggen met DOR over uitbreiding van de branchering te doen toekomen. 6. Concreet: welke uitbreidingswensen zijn nog meer bij het college neergelegd? Ook deze ontvangen we graag van u. 7. Waarom heeft u het voornemen om levensmiddelenzaken in het DOR toe te staan, niet voorafgaand aan de besluitvorming besproken met de Raad als hoogste orgaan en de ondernemers, gelet op de gevoeligheid van dit onderwerp? U schrijft in de RIB: De rol en positionering van het Designer Outlet binnen de gemeente Roermond is sinds die tijd gegroeid en prominenter geworden. Daarmee is wellicht een moment aangebroken om de gemaakte afspraken opnieuw tegen het licht te houden. 8. Graag schriftelijk een nadere toelichting en uitwerking op de veranderde rol en positionering van het Designer Outlet Roermond. Tevens hoe u als college inschat dat deze veranderende rol van het DOR zich verhoudt tot een veranderend consumentengedrag en de consequenties voor de Binnenstad. 9.

Waarop baseert u dat er sprake zou zijn van ‘eenmalige’ ontwikkeling? Hoe rijmt u ‘eenmalige ontwikkeling’ met de uitspraken van het DOR dat er meer uitbreidingswensen liggen? 10. Loopt u hier vooruit op een versoepeling en verruiming van de brancheringsmogelijkheden? En vanuit welk mandaat handelt u dan?

11. Waarop baseert u uw stelling dat er ruimte is voor versoepeling en verruiming? Hoe rijmt u dit met de ambitie van uw college om de leegstand in de binnenstad proactief aan te pakken en het voorzieningenaanbod in de binnenstad op peil te houden en waar mogelijk te versterken? Uw college constateert dat het besluit gevolgen kan hebben voor het winkelaanbod in de binnenstad. In het collegebesluit lezen we dat het DOR als voorwaarde voor de principemedewerking een visie moet opstellen waarin de kansen en nieuwe ontwikkelingen voor de toekomst zijn opgenomen. De effecten op de voorzieningen- en detailhandelsstructuur worden onafhankelijk getoetst en ter besluitvorming voorgelegd aan het college. De door partijen vastgestelde visie wordt gehanteerd als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. De Raad wordt volgens uw besluit in positie gebracht middels een raadsinformatiebrief 12. Wat bedoelt u met ‘kansen en nieuwe ontwikkelingen voor de toekomst’? 13. Op welke wijze vindt onafhankelijke toetsing van de effecten plaats? Hoe borgt u de onafhankelijkheid? 14. Bent u van mening dat uw college de Raad als hoogste orgaan serieus neemt door haar voor zo’n belangrijk onderwerp alleen in positie te brengen middels een raadsinformatiebrief? Graag vernemen wij een nadere toelichting op uw antwoord. 15.

Wat betekent het als de visie, die door de aanvragende partij wordt geleverd, gehanteerd gaat worden als toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen? Wat betekent dat voor de gemaakte afspraken in verleden? Wordt de visie en de onafhankelijke toetsing, voorafgaand aan besluitvorming, besproken met de binnenstadondernemers? Zo nee, waarom niet? 16. Waarom wordt de ingediende visie enkel ter besluitvorming aan het college voorgelegd en niet aan de Raad, als hoogste orgaan van onze gemeente? 17. Bent u bereid om bovengenoemde visie (en daarmee het uiteindelijk beoogde toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen) ter besluitvorming voor te leggen aan de Raad? Zo nee, waarom niet? Er zal periodiek worden bekeken of het vestigen van een (luxe) chocoladewinkel in het Designer Outlet een (nadelig) effect heeft op de reeds in de binnenstad gevestigde chocolatiers. Hierbij vindt een evaluatie plaats met bestuurders van Stichting BIZ-Binnenstad en/of andere vertegenwoordigers c.q. belanghebbenden namens de (binnenstad)ondernemers. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt.

18. Wat bedoelt u met periodiek? 19. Wanneer is er sprake van een nadelig effect? Waaraan toetst u dit? Graag de toetsingscriteria bijvoegen met een toelichting. 20. Waarom alleen evaluatie? Waarom niet vooraf betrekken van een brede(re) groep ondernemers? Graag nadere uitleg. 21. Op welke manier wordt de Raad verder betrokken als het gaat om dit initiatief, (toekomstige) vergelijkbare initiatieven en het actualiseren/herzien van de overeenkomst met het DOR uit 2001? 22. Op welke wijze, vooral ook naar aanleiding van de commotie van diverse binnenstadondernemers naar aanleiding van uw principebesluit én naar aanleiding van de mogelijke gevolgen voor het voorzieningenaanbod in de binnenstad, gaat u de binnenstadondernemers én de Raad vanaf nu proactief bij het verdere proces naar de visie en naar besluitvorming te betrekken? We zouden uw antwoorden graag ontvangen voor de komende commissievergadering Ruimte. Dan ook willen we dit onderwerp graag agenderen.

We zien uw reactie met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groet, namens de CDA-fractie,

Marc Breugelmans Faruk Aslankurt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roermond&id=d1644aad-5502-479a-b0d0-50c18cb865ac