12a excerpt raad_20_december_2021 agendapunt 18 (digitaal ter inzage)
Tekst van het document
Excerpt raadsvergadering 20 december 2021 Voorzitter: mevrouw M.J.D. Donders-de Leest (burgemeester). 18. Vragen van raadsleden De voorzitter: Er zijn vragen aangekondigd door het CDA, die hebben wij besproken in het presidium. Het woord is aan het CDA, en ik meen dat het woord zal worden gevoerd door de heer Van der Broek. De heer Van der Broek: Helemaal goed, voorzitter, dank u wel. Namens het CDA willen we het volgende onderwerp bespreken in de rondvraag in deze raadsvergadering. Het CDA heeft namelijk het signaal ontvangen dat er op scholen dringend behoefte is aan extra gelden voor de bekostiging van ventilatiemogelijkheden, zeker nu we al bijna twee jaar in de greep zijn van corona; dat hebben we na zaterdag allemaal mogen ervaren. Het komt ook steeds vaker voor dat leerlingen niet naar school kunnen in verband met besmettingen van medeleerlingen. Het is sowieso al goed om vaker en beter te ventileren, maar zeker nu. Landelijk is er een subsidieregeling voor ventilatie in de school – de regeling heet SUVIS – waarop een schoolbestuur samen met de gemeente een beroep kan doen. Via deze regeling bekostigt de Rijksoverheid 30% van de investering in het binnenklimaat van de school. De voorwaarde die hierbij wel wordt gesteld is dat de resterende kosten door de school en de gemeente gedragen worden. De vragen die wij voor de rondvraag hebben ingediend luiden als volgt.
Is het college bekend met deze subsidieregeling, genaamd ‘Ventilatie in de school’? Hebben reeds scholen de gemeente benaderd om gezamenlijk een aanvraag te doen voor deze regeling van de Rijksoverheid? Wat zijn ongeveer de gemiddelde kosten van zo’n maatregel, wat kunnen de scholen daar zelf aan bijdragen en heeft de gemeente daar al een maatstaf voor? Dus: wat zijn de verhoudingen? Heeft de gemeente Roermond financiële middelen om dit samen met de scholen op te pakken? Zo ja: hoe zijn deze begroot en ingedeeld? Zo nee: hoe kunnen we hen hierbij dan helpen om deze wel aan te vragen? Bestaat de mogelijkheid om voor dit specifieke doel, dus het beter ventileren in de school, een beroep te doen op onze Roermondse coronamiddelen, dus het coronafonds? De vraag die dan ook rijst is of er overleg is met de scholen en of er een idee is voor een plan van aanpak, of om dat te schrijven. Maar misschien bestaat dat al. Zo ja, dan zouden wij graag door de portefeuillehouder worden geïnformeerd en worden meegenomen door dit plan van aanpak. Voorzitter. Dit waren de vragen voor de rondvraag namens de CDA-fractie. Hartelijk dank. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord graag aan de portefeuillehouder, wethouder Pleyte. Wethouder Pleyte: Dank u, voorzitter.
Het binnenklimaat van de scholen is een bekend en erkend vraagstuk en speelt al langere tijd een rol, met name sinds de wijziging van het Bouwbesluit in 2015. Een en ander is al eerder ter kennis van u gebracht, bijvoorbeeld bij de besluitvorming over de renovatie van basisschool Vincent van Gogh, uw besluit uit 2017. Dat was dus nog vóór de besluitvorming rondom het IHP, het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. In de context van deze vergadering beperk ik mij in eerste instantie uiteraard tot de beantwoording van de gestelde vragen. De eerste vraag: is het college bekend met de subsidieregeling ‘Ventilatie in de school’? Volgens mij heet de regeling formeel ‘Specifieke uitkering ventilatie in scholen’, inderdaad afgekort als SUVIS. Ze is gepubliceerd op 30 november 2020. Uiteraard is die regeling ons bekend. U had hopelijk ook niet anders verwacht.
2 Zijn er scholen die het college hebben benaderd om gezamenlijk een aanvraag te doen voor deze regeling van de Rijksoverheid? Als ik het al te letterlijk neem, zou de vraag zijn wie als eerste contact heeft gehad met wie, maar dat lijkt me niet zo heel interessant. In ieder geval heeft de gemeente Roermond de schoolbesturen op de regeling gewezen, er hebben ook diverse gespreken plaatsgevonden en het resultaat is geweest dat een zestal aanvragen door de gemeente voor de Stichting Swalm & Roer zijn ingediend. Deze aanvragen zijn alle door het Rijk goedgekeurd. Wat zijn de kosten en welk deel kunnen de scholen zelf dragen? Wat ik weet, is dat van de zes genoemde scholen het kostenniveau gemiddeld op circa 450.000 tot 500.000 euro per school ligt. 30% – u zei het zelf al – wordt dan gefinancierd via de SUVIS-regeling. Het resterende bedrag, dat in principe voor rekening van de school komt, is derhalve 300.000 tot 350.000 euro per school. Welk deel van deze kosten door de school zelf te dragen is, is niet eenvoudig te beantwoorden, want dat hangt van een aantal zaken af, bijvoorbeeld of de school is opgenomen in een vroege fase van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. Dan maakt die verbetering namelijk deel uit van de investering, want de IHP-normen voldoen uiteraard aan de huidige normen voor het binnenklimaat.
Scholen hebben ook een onderhoudsbudget per school en de stand daarvan kan van invloed zijn op de mogelijkheden tot financiering van verbetering van het binnenklimaat. Vervolgens is er nog een vraagstuk rondom de realisatie, want ook al zou het geld verder geen probleem zijn, de uitvoering zal vaak niet op korte termijn kunnen plaatsvinden, omdat leveranciers en aannemers op het moment wachttijden kennen. Per saldo bedraagt het totaal van de aangegeven investeringsbehoefte voor zes scholen – alleen die zes dus, terwijl er theoretisch natuurlijk veel meer scholen voor in aanmerking zouden kunnen komen –, na aftrek van de Rijkssubsidie, circa 2 miljoen euro. Het is niet de verwachting dat Swalm & Roer dat op korte termijn geheel kan opbrengen. Heeft de gemeente Roermond financiële middelen om dit samen met de scholen op te pakken? Het zal duidelijk zijn dat uit de bestaande gemeentelijke budgetten voor de huisvesting van onderwijs, zoals nog niet zo heel lang geleden met elkaar besproken en besloten is in het IHP, een dergelijk bedrag niet zomaar vrij te maken is, nog los van het feit dat er nog meer scholen in Roermond zijn. Weliswaar heeft nu slechts een beperkt aantal scholen een aanvrage gedaan, maar wat er zou gebeuren als de norm voor 70% eigen financiering zou worden losgelaten, is niet direct duidelijk.
Logischerwijs zou het kunnen leiden tot een verhoging van de aan de gemeente gevraagde middelen. Aan de andere kant is het budgetrecht uiteraard aan de raad. Wilt u middelen voor dit onderwerp beschikbaar stellen, dan is uiteraard ook voor u de vraag aan de orde waar de financiële ruimte gevonden zou kunnen worden. Dat lijkt me een logische vraag, gelet ook op alle gesprekken die we hebben gevoerd tijdens de laatste begrotingsbehandeling. Bestaat de mogelijkheid om voor dit specifieke doel, het beter kunnen ventileren in de scholen, een beroep te doen op onze Roermondse coronamiddelen? U doelt daarmee waarschijnlijk enerzijds op het Roermondse coronafonds en anderzijds mogelijk op de NPO-middelen (Nationaal Programma Onderwijsmiddelen). Het coronafonds is niet bedoeld voor uitgaven voor verbetering van het binnenklimaat van scholen; dat valt standaard niet binnen de mogelijkheden van het fonds. Er is in zekere zin een uitzondering op geweest, zoals u zich wellicht kunt herinneren, en dat betrof een installatie bij het praktijkonderwijs, maar daar was sprake van een bijzondere samenloop van omstandigheden, waardoor het binnen het fonds wel mogelijk was om aan de vraag te voldoen. De NPO-middelen komen voor verreweg het grootste deel bij de onderwijsinstellingen zelf.
De gemeente ontvangt ruim 600.000 euro per jaar vanuit dit fonds gedurende twee jaar, dus 2 x 600.000 euro, maar het onderwijs zelf ontvangt twintig keer zoveel. Er is uiteraard overleg met het onderwijs over de vraag hoe deze middelen in het kader van de pandemie kunnen worden ingezet, maar de Rijksregeling geeft weinig tot geen ruimte om royaal in te zetten op klimaatverbetering. Voorts vroeg u nog of er een plan van aanpak bestaat. In feite is dat een beetje de samenvatting van wat ik net heb gezegd. Ja, er wordt met het onderwijs over gesproken en er
3 wordt gekeken naar mogelijkheden, onder andere recent in de vragen en de overleggen over de besteding van de NPO-middelen en uiteraard ook via het IHP. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De vragen zijn gesteld en de antwoorden gegeven. U kent de spelregels: u kunt er aanvullend nog iets over vragen, maar een discussie voeren doen we niet. Ik zie een hand van de heer Franssen en een hand van de heer Van der Broek. Het woord is als eerste aan de heer Franssen. De heer Franssen: Het lijkt me wel zo chic om als eerste de vragensteller zelf het woord te geven, ik wacht dan rustig mijn beurt af, maar dat laat ik aan u. De voorzitter: Dan kijk ik even naar de heer Van der Broek, of hij graag als eerste wil. De heer Van der Broek: Dank u wel, voorzitter. Allereerst willen we de portefeuillehouder bedanken voor het beantwoorden van onze vragen. Wij nemen het nu mee terug naar de fractie, maar zouden dan graag een verslag willen hebben van hetgeen de portefeuillehouder in antwoord op onze vragen heeft verkondigd. Dank u wel. De voorzitter: Dan geef ik u een tip: als u ze schriftelijk stelt, krijgt u de antwoorden sowieso op papier. Maar dat is natuurlijk een beetje een flauw grapje. De heer Van der Broek: Dat is mijn onervarenheid. De voorzitter: Maakt niet uit. U kunt de antwoorden natuurlijk op schrift krijgen.
Ik zie ondertussen ook de hand van de heer Oele en van de heer Coskun. Maar eerst is het woord nu aan de heer Franssen. De heer Franssen: Dank u wel, voorzitter. Zoals u terecht zei, is het niet de bedoeling hierover te gaan discussiëren, dus ik zal proberen enkele vragen te stellen. Het begin van de uitleg van de portefeuillehouder was mij niet geheel duidelijk: de relatie met het Integraal Huisvestingsplan. De LVR-fractie is altijd geleerd dat bij investeringen in de gebouwelijke kant wel degelijk ook de gemeente een rol heeft. Dus als er bepaalde ventilatiesystemen zijn die gekoppeld zijn aan de gebouwelijke kant, dus echt het gebouw ‘an sich’, dan zouden wij niet weten- Laat ik de vraag anders stellen, anders is het geen vraag: heeft u ook met die bril op naar de vraagstelling gekeken? Met andere worden: als er flinke bouwkundige zaken aan de orde zijn, zou hieraan wellicht door het meenemen van de ventilatiesystemen juist wel tegemoet kunnen worden gekomen. Ik hoop dat de vraag voldoende duidelijk is. Onze primaire woordvoerder onderwijs, Mieke van der Stelt is natuurlijk afwezig, dus ik hoop dat u daar begrip voor hebt. Vraag twee. Wij hebben informatie gekregen dat in elk geval in Duitsland eenzelfde soort regeling al ruim een jaar actief is en die zou zelfs gaan tot 70% Rijkssubsidie.
Is dat per land afhankelijk, zitten daar nog mogelijkheden in, of is in Nederland gewoon de stelregel: 30% vanuit het Rijk en geen euro meer? Vraag drie heeft een relatie met mijn eerste vraag. In mijn eerste vraag heb ik geduid op echt gebouwelijke aanpassingen. Als daarmee ook de ventilatie verbeterd zou kunnen worden, zou de aanpak van die ventilatie juist aan de gebouwelijke kant kunnen zitten. Maar als dat niet zo is: is het de portefeuillehouder dan bekend dat voor relatief veel lagere bedragen ook mobiele luchtreinigers besteld zouden kunnen worden? Ga me nou niet vragen wat dat allemaal voor capaciteit betekent, want dat weet ik ook niet, maar bij scholen waar sprake is van een absolute urgentie zou men misschien geholpen zijn met een aantal mobiele luchtreinigers.
4 Dit waren de drie vragen vanuit de LVR-fractie, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Coskun. De heer Coskun: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de heer Van der Broek danken voor zijn vragen, waarmee het ook voor ons mogelijk wordt een vraag te stellen over dit onderwerp. Ik refereer aan het artikel in De Limburger van 7 december jl., waarin het gaat over de discussie tussen de islamitische basisschool en de gemeente Roermond over de slechte isolatie en ventilatie. Het gebouw is tijdelijk cosmetisch opgeknapt, maar de kwaliteit van lucht en van isolatie is heel slecht. Zou de wethouder ons ook kunnen informeren over de status daarvan op dit moment? De voorzitter: Ik moet nu toch het volgende zeggen. Er zijn vragen gesteld door het CDA en daarover kunt u aanvullende vragen stellen, maar het gaat nu wel een heel specifieke kant op en ik kan me voorstellen dat dat vanavond niet gaat lukken. Maar we gaan zien hoe ver de wethouder daarmee komt. Eerst nog de vragen van de heer Oele. De heer Oele: Ja, voorzitter, misschien ook als verlengstuk van de vraag van de heer Coskun. De regeling was oorspronkelijk gesloten en is naar ik meen in november, of oktober, weer opengesteld, met de mogelijkheid aanvragen in te dienen tot 31 januari 2022. De wethouder sprak zojuist over zes scholen.
Ik mag aannemen dat die zes scholen al vroegtijdig die aanvragen ingediend hebben en ik kan me voorstellen dat, nu die regeling nog tot 31 januari 2022 openstaat, nog meer aanvragen binnen zullen komen. Is daar iets van bekend? De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan wethouder Pleyte. Wethouder Pleyte: Dank u, voorzitter. Ik zal proberen de vragen te beantwoorden. Ik moet zeggen dat ik de eerste vraag van de heer Franssen misschien niet voor honderd procent heb begrepen, maar dat hoor ik dan wel. Het gaat over de relatie met het IHP. Wat ik daarmee bedoelde was dat, als een school al in een vroeg stadium van het IHP aan de beurt is, om het zomaar te zeggen, om gerenoveerd te worden, wellicht nieuwbouw te laten plaatsvinden, et cetera, in dat project al de kosten zijn opgenomen die gemaakt moeten worden voor een klimaat dat hoort bij een modern, nieuw schoolgebouw. In dat geval is het erg onlogisch zwaar te investeren – u heeft de orde van grootte van de bedragen gehoord – om voor een heel korte termijn een verbetering te bereiken. In dat geval lijkt het niet logisch een investering te doen die op korte termijn al tot een desinvestering leidt.
Bij onderhoud van schoolgebouwen, ook groter onderhoud, is altijd discussie mogelijk over de vraag waar dat begint en waar het eindigt, maar ook die regelingen zijn onlangs nog aangepast en daarbij is meer verschoven naar het onderhoud dat de scholen zelf dienen te doen en waarvoor ze in principe ook middelen hebben gekregen van het Rijk. Dat bedoelde ik met de tweede fase van het antwoord. Het hangt ervan af hoeveel onderhoud een school in de laatste periode gehad heeft, en ook nodig was, en in hoeverre wellicht voor een specifieke school wel een spaarpotje bestaat, omdat er in de afgelopen periode weinig onderhoud nodig is geweest. Daar zit wel wat speling in. Dat was allemaal naar aanleiding van de vraag in hoeverre scholen zelf de lasten konden dragen. De Rijksregeling in Nederland is 30%, die geldt dus voor heel Nederland en is geen Europese regeling. Wat dat betreft is er geen wisseling van het percentage. Dat er goedkopere noodoplossingen zijn, ben ik met u eens. Daar gebeurt ook wel het een en ander in en dat is altijd voor rekening van de school zelf, want zo zijn nu eenmaal de afspraken over de verdeling van dergelijke middelen en onderhoudskosten. In dat geval doet de school dat ook zelf en omdat er lagere bedragen in het geding zijn, hoeft dat ook geen probleem te zijn.
Bij de islamitische basisschool is sprake van een specifieke situatie, omdat daar in principe sprake is van huisvesting voor een onzekere periode. De school moet haar bestaansrecht eerst
5 nog bewijzen en daarom is er in die zin sprake van een bijzondere situatie. We zijn met de islamitische basisschool in gesprek over de situatie van de huisvesting in het algemeen, en dus ook over hetgeen eventueel nog aan achterstallig onderhoud zou moeten worden weggewerkt en hoe en op welke termijn we wat dat betreft met die school verder kunnen. De heer Oele heeft terecht opgemerkt dat de regeling weer opnieuw is opengesteld. Of daar meer aanvragen uit voortkomen, weten we op dit moment niet. Ze hebben ons nog niet bereikt, maar we hebben natuurlijk in de eerste ronde al wel met alle scholen gesproken over de wenselijkheid, dan wel noodzaak, om in die scholen wat te doen. Wat dat betreft zullen we nog even moeten afwachten in hoeverre de nieuwe openstelling nog tot een verandering van standpunten van scholen leidt. Dat zou kunnen gebeuren, maar op dit moment hebben we er geen signalen over. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga ervan uit dat alle vragen afdoende zijn beantwoord.