Notitie Analyse gemeentefondsuitkering naar aanleiding van de decembercirculaire 2020
Tekst van het document
ANALYSE GEMEENTEFONDSUITKERING NAAR AANLEIDING VAN DECEMBERCIRCULAIRE 2020 Gemeenten ontvangen op drie momenten in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkering: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De gemeentefondsuitkering bestaat uit drie onderdelen: 1. Algemene uitkering. 2. Integratie en decentralisatie uitkeringen, gesplitst in: a. de integratie uitkering sociaal deelfonds; b. de overige integratie en decentralisatie uitkeringen 3. Aanvullende uitkeringen (uitkering die gemeenten specifiek krijgen, wij hebben deze niet). Deze notitie gaat over de effecten van de decembercirculaire 2020 voor onze gemeente. Ontwikkeling van de gemeentefondsuitkering In onderstaand overzicht is per uitkeringssoort aangegeven hoe hoog de uitkering voor onze gemeente is op basis van de septembercirculaire 2020 en de decembercirculaire 2020. Daarnaast is het verschil tussen de verschillende uitkeringssoorten aangegeven. Deze verschillen worden toegelicht. (bedragen * € 1.000) 2023 2024
2020
2021
2022
Berekend op basis van septembercirculaire 2020 Algemene Uitkering Integratie uitkering Sociaal deelfonds Overige integratie en decentralisatie uitkeringen Berekend op basis van septembercirculaire 2020
27.379 4.104 881 32.365
27.880 3.630 427 31.937
28.009 3.508 428 31.945
28.018 3.415 428 31.861
28.094 3.301 428 31.822
Berekend op basis van decembercirculaire 2020 Algemene Uitkering Integratie uitkering Sociaal deelfonds Overige integratie en decentralisatie uitkeringen Berekend op basis van decembercirculaire 2020
27.460 4.104 894 32.459
28.040 3.630 524 32.194
28.037 3.508 429 31.975
28.008 3.415 429 31.853
28.049 3.301 429 31.779
81 13 94
160 97 257
28 1 30
-9 1 -8
-44 1 -43
Verschil Algemene Uitkering Integratie uitkering Sociaal deelfonds Overige integratie en decentralisatie uitkeringen Verschil tussen september- en decembercirculaire 2020
Algemene uitkering De grootste afwijking tussen de septembercirculaire 2020 en de decembercirculaire 2020 zit in de algemene uitkering. In onderstaand overzicht zijn de mutaties in de algemene uitkering weergegeven:
2020
2021
2022
(bedragen * € 1.000) 2023 2024
Ontwikkeling uitkeringsfactor en basis Ontwikkeling uitkeringsbasis Hoeveelheidsverschillen Ontwikkeling uitkeringsfactor en basis
36 17 53
68 68
28 28
-9 -9
-44 -44
Taakmutaties Vergoeding corona-effecten o.b.v. maatstaven Mobiliteitshulpmiddelen en roerende voorzieningen (nacalculatie) Bijdrage en bijstellingen landelijke informatievoorzieningen Taakmutaties
65 -25 -12 28
92 92
-
-
-
Verschil tussen september- en decembercirculaire 2020
81
160
28
-9
-44
Ontwikkeling uitkeringsfactor en uitkeringsbasis Accresontwikkeling door aanpassing rijksuitgaven De accresraming blijft in deze circulaire ongewijzigd. Dit is conform de afspraken die bij de meicirculaire 2020 zijn gemaakt over de bevriezing van het accres voor de jaren 2020 en 2021. Dit betekent dat er ten aanzien van het accres geen bijstellingen meer plaatsvinden. We hebben dus niet te maken met mogelijke onderbesteding in de rijksuitgaven. Ontwikkeling uitkeringsbasis en hoeveelheidsverschillen Bij het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis praten we over de mutaties van de maatstaven op landelijk niveau. Het gaat dus om landelijke mutaties in bijvoorbeeld aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden. Deze ontwikkelingen zorgen niet voor een hogere landelijke omvang van de algemene uitkering, maar wel voor een herverdeling bij de gemeenten. Deze herverdeling vindt plaats via een daling of stijging van de uitkeringsfactor. De ontwikkeling van onze hoeveelheden wijkt af van de landelijke ontwikkeling. Om onverwachte effecten bij de ontwikkeling van de maatstaven op te kunnen vangen wordt een gedeelte van de algemene uitkering niet uitgekeerd, maar als reservering apart gehouden. Deze zogenaamde verdeelreserve komt tot uitkering als de maatstaven definitief zijn of geen onverwachte ontwikkelingen meer kunnen doormaken.
Voor 2020 is geen aanleiding geweest om de verdeelreserve aan te wenden. Deze valt nu vrij en wordt verdeeld over de gemeenten. Daarnaast zijn maatstaven in omvang bijgesteld die voor 2020 een positief effect hebben op de uitkeringsfactor. Aangezien in de decembercirculaire alleen de uitkeringsfactor van het lopende jaar wordt bijgesteld zijn de effecten voor de jaren 2021 tot en met 2024 nog niet inzichtelijk. Deze worden verwerkt in de meicirculaire 2021. Taakmutaties Taakmutaties zorgen voor een toevoeging of afname van de omvang van de algemene uitkering. Het grootste deel van de taakmutaties heeft te maken met het compensatiepakket coronacrisis medeoverheden. Naast de mutatie in de algemene uitkering zijn in dit kader een deel van de compensatie als decentralisatie-uitkering opgenomen. We gaan hieronder in op de effecten van het gehele compensatiepakket voor onze gemeente. Mobiliteitshulpmiddelen Wet Langdurige Zorg (Wlz) Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz-instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de
Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn ministerie VWS en de VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. Op basis van de realisatiegegevens over de eerste acht maanden van 2020 blijkt dat er € 16,9 miljoen te weinig is overgeheveld vanuit het Gemeentefonds naar de Wlz. Deze correctie vindt nu plaats voor 2020. In de meicirculaire 2021 wordt de nacalculatie structureel verwerkt op basis van realisatiegegevens, aangevuld met een nog af te spreken ophoging voor onderhoudskosten. De kosten voor de verstrekking hulpmiddelen is bij ons niet afgenomen, waardoor deze extra uitname ten laste van resultaat komt. Bijdrage en bijstellingen landelijke informatievoorzieningen De gemeenten maken gebruik van verschillende centrale landelijke voorzieningen op het gebied van digitalisering. De bijdrage aan deze voorzieningen worden conform de afspraak met de VNG verrekend via de algemene uitkering. In deze circulaire worden de bijdragen of de bijstelling hiervan verwerkt voor de centrale voorziening basisregistratie personen, MijnOverheid, DigiD en de generieke digitale infrastructuur (GDI). Overige integratie- en decentralisatie-uitkering Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.
Het gaat om uitkeringen die een tijdelijk karakter hebben, op korte termijn overgaan naar de algemene uitkering of die voor een beperkt aantal gemeenten beschikbaar zijn. 2020
2021
2022
(bedragen * € 1.000) 2023 2024
Ontwikkelingen overige integratie en decentralisatie uitkeringen Vergoeding corona-effecten via decentralisatie uitkering Diversen kleine aanpassingen Ontwikkelingen overige integratie en decentralisatie uitkeringen
10 3 13
96 1 97
1 1
1 1
1 1
Verschil tussen september- en decembercirculaire 2020
13
97
1
1
1
Compensatiepakket Coronacrisis medeoverheden In de memo van de septembercirculaire 2020 hebben wij u geïnformeerd over het 1ste en 2de tranche van het compensatiepakket coronacrisis. De VNG heeft met het kabinet aanvullende afspraken gemaakt voor 2020 en 2021. Een aantal van deze maatregelen is als specifieke uitkering (dus buiten het gemeentefonds om) beschikbaar gekomen. Het gaat hierbij om de vergoeding voor zwembaden en ijsbanen, verlening van de steun aan sportverenigingen, toezicht en handhaving, de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo3) en beschikbaarheidsvergoeding openbaar vervoer. Hier gaan we in op de vergoedingen die wel van het gemeentefonds lopen. Deze zijn deels verwerkt in de algemene uitkering en deels als decentralisatie-uitkering. In onderstaand overzicht zijn de vergoedingen van de 3de tranche opgenomen. In de bijlage is een overzicht opgenomen van de totale vergoedingen die we via het gemeentefonds (hebben) ontvangen.
2020
2021
2022
(bedragen * € 1.000) 2023 2024
3de tranche compensatiepakket coronacrisis Continuïteit van zorg Tweede Kamerverkiezingen Cultuurmiddelen Flankerend beleid participatie Compensatie quarantainekosten Jeugd aan zet
30 32 3 10
31 65 92 -
-
-
-
-
-
-
Totale vergoeding 3de tranche compensatiepakket coronacrisis
75
188
-
-
-
Continuïteit van zorg Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Bij de voorgaande tranches hebben wij inhaalzorg en meerkosten voor jeugd en WMO2015 een bedrag ontvangen van € 51.000. Van het aanvullende bedrag dat we nu ontvangen stellen wij voor om dit evenals het eerste bedrag beschikbaar houden voor dit doeleinde. Bij het opstellen van de jaarrekening 2020 wordt voor de afrekeningen die nog plaatsvinden in 2021 een nog te betalen bedrag opgenomen. Extra kosten Tweede Kamerverkiezing Bij de tweede tranche hebben wij een bedrag van € 37.000 ontvangen voor de extra kosten die samenhangen met de organisatie van de Tweede Kamerverkiezing in 2021. Op basis van het wetsvoorstel tot wijziging van de Tijdelijke wet verkiezing COVID-19 is dit bedrag opgehoogd. Wij stellen voor om evenals vorige keer deze gelden beschikbaar te houden voor de organisatie van de verkiezingen. Na afronding van de verkiezingen wordt een afrekening opgesteld. Eventuele overgebleven middelen kunnen dan vrijvallen.
Cultuurmiddelen Veel van de culturele instellingen die door gemeenten worden ondersteund, komen door de coronacrisis in de problemen omdat activiteiten niet kunnen doorgaan en eigen inkomsten dalen. Met deze extra middelen worden gemeenten in staat gesteld om deze belangrijke instellingen te ondersteunen en zo de lokale culturele infrastructuur in stand te houden. Het is aan ons zelf om de middelen in te zetten waar de culturele infrastructuur de steun het hardst nodig heeft. Bij de voorgaande tranches hebben wij hiervoor een bedrag van ontvangen van € 111.000 in 2020. In de raadsvergadering van 5 november 2020 is besloten om deze middelen voor dit doeleinde beschikbaar te stellen. Naast de middelen voor cultuur is toen ook besloten om de ontvangen middelen voor buurthuizen (€ 14.000) en vrijwilligersorganisaties jeugd (€ 7.000) beschikbaar te stellen voor het doel. In 2020 zijn tot nu toe zijn er geen uitgaven gedaan voor deze onderdelen. Voor 2021 ontvangen we opnieuw middelen om de lokale culturele infrastructuur te ondersteunen. In totaal ontvangen wij voor de ondersteuning van cultuur, buurthuizen en vrijwilligersorganisaties jeugd € 197.000. Wij zijn op dit moment met een werkgroep bezig om te bekijken hoe de middelen het beste ingezet kunnen worden.
Vooruitlopende op de vaststelling van de jaarrekening 2020 stellen we voor om het volledige bedrag hiervoor beschikbaar te houden. Dit betekent dat we nu een onttrekking aan de algemene reserve doen van € 132.000. Dit bedrag vloeit via het jaarrekeningresultaat weer terug.
Flankerend beleid participatie Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet extra middelen beschikbaar voor: - Re-integratie van bijstandsgerechtigden Wij ontvangen extra middelen zodat we de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt (in 2020 € 17.000 en in 2021 € 40.000). Daarnaast ontvangen we in 2021 een tijdelijke impuls voor re-integratie die ons in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Persoonlijk contact is belangrijk om hen vanuit een uitkeringssituatie naar werk te begeleiden (€ 21.000). - Gemeentelijke schuldenbeleid en bijzondere bijstand Voor de ondersteuning van inwoners die als gevolg van de coronacrisis in de problemen komen ontvangen wij voor 2020 € 15.000 en voor 2021 € 31.000. - Crisisdienstverlening De middelen voor de crisisdienstverlening worden verdeeld over de arbeidsmarktregio’s en zijn bedoeld om de werkloosheid te bestrijden. De gemeente Roermond ontvangen over 2020 een bedrag van € 365.000 en voor 2021 € 717.000. Over de besteding hiervan zullen regionaal afspraken gemaakt moeten worden. Wij stellen voor om de middelen die we ontvangen over 2020 ten gunste van het resultaat te laten komen. Eventuele overschrijdingen in dit kader komen ten laste van het jaarrekening resultaat.
Voor de middelen van 2021 stellen wij voor om deze voor de daarvoor bedoelde doelen beschikbaar te stellen. Compensatie quarantainekosten Het kabinet heeft met gemeenten afgesproken dat zij een rol zullen vervullen bij het ondersteunen van mensen die in quarantaine moeten. Gelet op het geringe bedrag stellen wij voor dit ten gunste van de algemene middelen te brengen. Jeugd aan zet Vanuit de gemeenten is via het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg het initiatief gekomen om jongeren in de leeftijd van 12-18 jaar, die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis, te ondersteunen. Vanuit het programma maatschappelijke diensttijd (MTD) konden gemeenten tot 60.000 inwoners hiervoor een bijdrage van € 10.000 aanvragen. Deze bijdrage is in Roerdalen ingezet voor het project “Mobiele ontmoetingsbus”. Verwerking in circulaire op een later moment Naast de middelen die nu beschikbaar zijn gesteld wordt een vooraankondiging gedaan wat betreft een aantal regelingen. Deze zijn nog niet verwerkt in de cijfers van deze circulaire. Over de verwerking van deze afspraken in de verdeling van het gemeentefonds worden we in het eerste kwartaal van 2021. Het betreffen de volgende onderwerpen - Inkomstenderving Het rijk heeft € 250 miljoen gereserveerd voor inkomstenderving bij gemeenten, provincies en waterschappen.
De bepaling van de definitieve compensatie van deze inkomstenderving gebeurt op basis van de vastgestelde jaarrekeningcijfers 2020. - Afvalinzameling Door de corona hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. In overleg met de VNG is besloten deze kosten ad € 32 miljoen voor 2020 te vergoeden. - Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) Het kabinet creëert een Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) voor huishoudens die door omstandigheden in ernstige financiële problemen dreigen te komen. Voor deze tijdelijke ondersteuning wordt het bestaande instrument van de bijzondere bijstand gebruikt. In totaal is
-
een bedrag van maximaal € 130 miljoen gereserveerd voor het eerste halfjaar van 2021. Voor het eerste kwartaal komt € 65 miljoen beschikbaar. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 zal op basis van de dan geldende situatie rondom de maatregelen tegen het coronavirus de inzet voor het tweede kwartaal van 2021 worden gewogen. Perspectief Jeugd en jongeren Voor jongeren is het essentieel om elkaar fysiek te kunnen ontmoeten. Met een jeugdpakket van € 58,5 miljoen wil het kabinet een gerichte (financiële) impuls aan gemeenten geven om samen met jongeren, lokale organisaties en evenementensector volledig coronaproof kleinschalige activiteiten te programmeren op het gebied van cultuur, sport en andere zinvolle vrijetijdsbesteding.
Het kabinet stelt in het vooruitzicht dat inkomstenderving en compensatie van reële kosten ook zullen worden voortgezet tot en met het 1e kwartaal 2021. En ten aanzien van de GGD en veiligheidsregio loopt het door in het hele kalenderjaar 2021. Herijking verdeling gemeentefonds De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Hoewel er ook berichten zijn dat de herverdeling per gemeente lager zijn dan in eerste instantie verwacht stellen wij voor om hiermee in onze begroting toch rekening te blijven houden. Dit betekent dat de bedragen die we hebben geraamd als nadelig effect van de herijking 1 jaar opschuiven in de tijd. Voor de jaren 2022 tot en met 2024 ontstaat hierdoor jaarlijks een voordeel van € 205.000 in het saldo. We stellen voor om dit voordeel voor de jaren 2022 en 2023 in mindering te brengen op de onttrekking van de reserve “afdekking tekorten”. Effect op saldo begroting als gevolg van de effecten van de decembercirculaire
Aanpassingen gemeentefondsuitkering Algemene uitkering Overige integratie en decentralisatie uitkeringen Verschuiving herijking met 1 jaar Aanpassingen gemeentefondsuitkering Extra uitgaven als gevolg van decembercirculaire Continuïteit van zorg Extra kosten tweede Kamerverkiezingen Ondersteuning lokale voorzieningen Flankerend beleid participatie
(bedragen * € 1.000) 2023 2024
2020
2021
2022
81 13
160 97
94
257
28 1 206 235
-9 1 205 197
-44 1 206 163
-30
-32
-31 -197 -92
Onttrekking algemene reserve ondersteuning lokale voorzieningen Terugdraaien onttrekking reserve "afdekking tekorten" Extra uitgaven als gevolg van decembercirculaire
132 -62
-188
-206 -206
-205 -205
-
Effect op begroot-rekeningsaldo
32
69
29
-8
163
Totaal per uitkeringssoort Totaal compensatiepakket per jaar
3de tranche Continuïteit van zorg (COVID 19) Compensatie quarantainekosten Aanvullende pakket re-integratiekosten Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere bijstand Impuls re-integratie Jeugd aan zet Cultuurmiddelen Extra kosten verkiezingen
2de tranche Lokale culturele voorzieningen Buurt- en dorpshuizen Vrijwilligers organisaties Toezicht en handhaving Schrappen opschalingskorting voor 2020 en 2021 Participatie (WSW-bedrijven) Extra kosten verkiezingen
1ste tranche Lokale culturele voorzieningen Inhaal Jeugd Inhaal Wmo Participatie (WSW-bedrijven) Toeristen/parkeerbelasting Eigen bijdrage Wmo Noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep Voorschoolse voorziening peuters
372.752
65.552
29.935 3.121 17.367 11.298 3.830
199.751
55.183 13.763 6.979 52.996 70.831
107.449
56.085 33.979 17.385
Algemene uitkering
210.731
-
75.261
75.261
135.470
135.470
233.233 816.715
10.000
10.000
36.993 36.993
124.000 24.377 28.285 9.578 186.240
2020 Integratie Decentralisatie uitkering SD uitkering
-
254.097
92.199
39.943 23.097 7.829 21.329
161.898
161.898
Algemene uitkering
-
-
-
-
95.023 349.120
64.524 30.500 95.023
-
-
2021 Integratie Decentralisatie uitkering SD uitkering
BIJLAGE 1: OVERZICHT TOTAAL COMPENSATIEPAKKET CORONACRISIS VIA GEMEENTEFONDS