Kaderbrief 2027-2030
Tekst van het document
KADERBRIEF 2027-2030 Behandeling in de gemeenteraad op 7 juli 2026
Pagina 1
*Z026ACE8BDB*
Inleiding U ontvangt normaal gesproken rond deze tijd van het jaar een kadernota, waarin de financiële kaders en een voorstel voor het beleid van de komende jaren is opgenomen. Dit jaar ontvangt u een beleidsarme kaderbrief in plaats van een kadernota. In de kaderbrief leggen wij geen concrete keuzes voor om de begroting financieel sluitend te maken. We stellen alleen de kaders voor waarbinnen wij de begroting kunnen opstellen. Waarom ontvangt u dit jaar een kaderbrief? In maart jl. vonden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Op het moment van opstellen van deze brief onderhandelen partijen nog over het akkoord ‘Samen aan het roer’ en de vorming van het nieuwe college. Deze onderhandelingen lopen gelijktijdig met de voorbereidingen van deze kaderbrief. Het is uiteindelijk wenselijk dat de programmabegroting wel aansluit bij een vastgesteld akkoord. De beleidsvoornemens voor de komende jaren worden uitgewerkt in het akkoord ‘Samen aan het roer’ dat los van deze kaderbrief wordt aangeboden en behandeld in uw raad. Vanuit de ambtelijke organisatie heeft u daarnaast het overdrachtsdocument “Vliegende start voor Roerdalen” ontvangen waarin de strategische opgaven voor de komende bestuursperiode zijn weergegeven. Doel van de kaderbrief Met deze kaderbrief stelt u de kaders vast waarmee wij de bouwstenen hebben om de programmabegroting 2027-2030 op te stellen.
Daarnaast informeren wij u over het op dit moment meest actuele financiële perspectief voor de komende periode. Proces De afgelopen jaren voerden we de bestuurlijke en politieke discussie over de kaders bij de kadernota. Dit jaar vindt deze discussie plaats in het najaar, bij de behandeling van de programmabegroting 2027-2030.
Bouwstenen opstellen programmabegroting 2027-2030 Uitgangspunt voor het opstellen van de programmabegroting 2027-2030 is het meerjarig perspectief van de programmabegroting 2026-2029 en de daarna vastgestelde begrotingswijzigingen die een meerjarig effect hebben.
Pagina 2
*Z026ACE8BDB*
Ontwikkelingen met een financiële impact Gemeentefondsuitkering De grootste inkomstenpost van de gemeente is de gemeentefondsuitkering. In het actuele financieel perspectief is de voorjaarsnota 2026 van het Rijk als uitgangpunt genomen. Dit zijn verwachte financiële effecten die worden verwerkt in de meicirculaire 2026. Het volume- en loonprijsaccres zijn op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026 iets omhoog bijgesteld. Het BTW compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Gemeenten hebben in 2025 meer gedeclareerd aan BTW dan in eerste instantie was aangenomen, waardoor het bedrag onder het plafond afneemt. Dit heeft een negatief effect op onze geraamde inkomsten naar de toekomst. Daarnaast hebben we de aantallen bijgesteld bij de maatstaven waardoor een negatief hoeveelheidsverschil ontstaat. Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen Wij zijn als gemeente deelnemer in verschillende gemeenschappelijke regelingen (GR’s). Deze GR’s hebben hun begrotingen voor de komende jaren voor zienswijze aan de deelnemers aangeboden. Hoewel deze begrotingen nog niet zijn vastgesteld in de algemene besturen, hebben we hiermee wel inzicht gekregen in de nieuwe bijdragen die aan ons worden gevraagd. De bijstellingen van deze bijdragen nemen we op in het financieel perspectief.
Kaders en “spelregels” begroting 2027-2030 Voor het opstellen van de begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2028-2030 stellen we voor de volgende uitgangspunten te hanteren: • We streven naar een structureel en reëel sluitende begroting, waarbij het uitgangspunt is dat in ieder geval begroting 2027 een sluitend saldo heeft. • Wij conformeren ons aan de provinciale richtlijnen uit de begrotingscirculaire 2027. • Voor de indexeringen gaan we voor alsnog uit van de volgende stijgingen: o voor exploitatiebudgetten 3,8%; o voor het sociaal domein 3,5%; o voor investeringen 4%; o voor loonkostenontwikkeling 4,2%; o voor contractuele afspraken worden de kosten conform deze afspraken verhoogd. • Afvalstoffenheffingen en rioolrechten worden berekend op basis van kostendekkendheid. • Voor belastingen en leges wordt uitgegaan van indexering van 3,8%, voor zover er geen andere afwijkende afspraken zijn gemaakt. • We ramen de post onvoorzien op € 25.000. • We hanteren een rekenrente van 3,25% over het financieringstekort. • Voor de streefwaarden voor de bepaling van de financiële positie gebruiken we de signaleringswaarde uit het "Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader" van de Provincie. • We ramen de bedragen voor alle vier de jaren op prijspeil 2027, we hanteren dus een continue prijspeil. Bovenstaande uitgangspunten zijn doorgerekend in het actuele financieel perspectief.
Pagina 3
*Z026ACE8BDB*
Indexeringen Uitgangspunt voor de indexeringen is in basis het CEP 2026 zoals begin maart 2026 is gepubliceerd. De indexeringen die hierin werden aangegeven waren: - materiële overheidsconsumptie 2,1% - bruto overheidsinvesteringen 2,3% - loonvoet sector overheid 4,2% - Cao-loon marktsector 3,5% Deze indexeringen waren echter voor de stijging van de energieprijzen als gevolg van de Iranoorlog. In april is door het Centraal Planbureau aan de hand van drie scenario’s de mogelijke impact op onder andere de inflatie van het consumentenprijsindex (CPI) doorgerekend. Naast een scenario met marktverwachtingen zijn twee scenario’s met een ernstigere verstoring onderzocht, met variatie in de herstelduur. In het scenario marktverwachtingen stijgt het CPI met 1,7% ten opzichte van de stijging in het CEP. In de andere twee scenario’s stijgt het CPI nog meer. Wij stellen voor om rekening te houden met de stijging vanuit het scenario marktverwachtingen. In de uitgangspunten hebben we de voorgestelde indexering voor exploitatie- en investeringsbudgetten met deze stijging aangepast. Als er ten tijde van het opstellen van de begroting nog nieuwe informatie komt vanuit het CPB houden we daar uiteraard rekening mee. De compensatie die we in het gemeentefonds ontvangen voor loon- en prijs ontwikkeling is lager dan de verwachte stijging.
Dit komt doordat er voor de compensatie uitgegaan wordt van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Nog uit te werken ontwikkelingen Bij het opstellen van deze kaderbrief zijn nog niet alle ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het saldo bekend. Deze ontwikkelingen worden wel uitgewerkt in de programmabegroting 20272030. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: • De effecten van het nog vast te stellen akkoord ‘Samen aan het roer’. • De effecten vanuit het begrotingsadvies van de VNG van 19 mei 2026 • De impact van de actualisatie van het actieplan versnelde woningbouw. • De structurele financiële effecten op het bestaande beleid vanuit de halfjaarrapportage 2026.
Financieel perspectief 2027-2030 In de geactualiseerde begroting 2026-2029 hebben we in het meerjarig perspectief nog een positief saldo voor 2027. Dit slaat vanaf 2028 om naar een negatief saldo. Op basis van de doorrekening van de bouwstenen die hierboven zijn beschreven komen we voor alle jaren uit op een negatief saldo. In 2027 komen we uit op een negatief saldo van afgerond € 1.200.000. Dit loopt richting 2028 in eerste instantie op naar € 2.600.000. Voor 2030 komen we op dit moment uit op een negatief saldo van € 1.500.000. In onderstaande tabel is het verloop weergegeven.
Pagina 4
*Z026ACE8BDB*
bedragen * € 1.000
Ontwikkeling begrotingssaldo 2027-2030
2027
2028
2029
2030
Saldo conform primaire begroting 2026-2029
359
-1.007
-314
2
Raadsbesluiten Septembercirculaire 2025 t Ploensjbad Vlodrop Incidentele aframing stelpost accommodatiebeleid Voorbereidingskrediet MFA Montfort
19 -30 -100 -
-66 -30 -
-109 -30 -9
-171 -30 -9
Raadsbesluiten
-111
-96
-148
-210
Saldo primaire begroting incl. vastgestelde begrotingswijzgingen t/m mei
248
-1.103
-462
-208
Ontwikkelingen algemene uitkering Decembercirculaire 2025 Bijstellingen voor prijs- en loonontwikkeling, BCF en maatstaven
-15 860
-40 765
-38 744
-33 922
Ontwikkelingen algemene uitkering
845
725
705
889
Aanpassingen verbonden partijen Veiligheidsregio Limburg Noord incl. overgang fte's van MER-OD Westrom Servicecentrum MER MGR Sociaal domein Limburg Noord BsGW Omnibuzz RUD
-221 -12 -341 -112 1 51 -312
-221 -24 -259 -112 5 51 -311
-184 -259 -112 9 52 -314
-184 -259 -112 -8 23 -327
Aanpassingen verbonden partijen
-946
-872
-808
-866
Indexering en prijsstijgingen Ontwikkeling loonkosten Algemene indexering kosten Specifieke prijsontwikkeling zorg Indexering belasting, retributies en rechten
-492 -471 -618 209
-481 -449 -622 210
-470 -458 -626 212
-470 -458 -630 212
Indexering en prijsstijgingen
-1.372
-1.343
-1.342
-1.345
Saldo na autonome ontwikkelingen
-1.226
-2.592
-1.907
-1.530
Pagina 5
*Z026ACE8BDB*
Oplossingsrichtingen Zoals bij de kaders en “spelregels” begroting 2027-2030 is aangegeven willen we in ieder geval het begrotingsjaar 2027 sluitend hebben. Voor het meerjarig perspectief accepteren we op dit moment een negatief saldo. 2027 Inzet algemene reserve Om de begroting sluitend te krijgen, kan de gemeente onder voorwaarden een deel van de algemene reserve gebruiken als structurele dekking. Met deze aanpak kunnen we de financiële druk tijdelijk opvangen en hoeven we niet meteen besluiten te nemen die achteraf niet nodig en wenselijk waren. Om de algemene reserve in te mogen zetten moet wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Een deel van de algemene reserve moet duurzaam beschikbaar blijven. Dit betekent dat de reserve regelmatig wordt aangevuld, bijvoorbeeld door jaarlijkse overschotten en minimaal de omvang houdt van de benodigde weerstandcapaciteit. Bovendien mag de solvabiliteitsratio niet onder de 20% komen. Het ingezette deel mag niet meer zijn 10% van de algemene reserve. Dit betekent dat we op basis van een eerste berekening afgerond € 1,9 miljoen kunnen inzetten voor 2027. Uitvoeringsmiddelen voor klimaat en energiebeleid Vanaf 2026 zijn aan de algemene uitkering structurele middelen toegevoegd voor de uitvoering voor het klimaat- en energiebeleid. De gemeente is vrij over de wijze waarop deze extra middelen worden ingezet.
Een deel van deze middelen zijn nodig voor de structurele kosten die nu al in de begroting zijn opgenomen. Het resterende deel van afgerond € 390.000 is vanaf 2027 nog niet opgenomen als inkomsten. Of en welke structurele middelen nog nodig zijn om de wettelijke taak op dit terrein uit te voeren wordt op dit moment nog onderzocht. 2028 en verder Raming kosten jeugdzorg Door het Rijk zijn in de voorjaarsnota 2025 al aanvullende maatregelen gepresenteerd op het gebied van jeugdzorg. Dit gaat onder andere over de invoering van een eigen bijdrage en het sturen op de verkorting van de trajectduur. Daarnaast heeft het Rijk aangegeven dat ook de gemeenten moeten kijken naar besparingsmaatregelen binnen jeugdzorg. Het effect van deze maatregelen is dat de algemene uitkering vanaf 2028 met afgerond € 870.000 afneemt. Deze daling is verwerkt in het meerjarig perspectief. Wij hebben als gemeente besloten om de kosten voor de jeugdzorg reëel te ramen en niet al op voorhand een besparing in te boeken. Het advies van de VNG is om deze maatregelen wel budgetneutraal te maken en aan de kostenkant hiervoor een stelpost op te nemen.
Pagina 6
*Z026ACE8BDB*
Kerntakendialoog Een belangrijk instrument om onze uitvoeringskracht duurzaam te versterken is de kerntakendialoog. De kerntakendialoog helpt om scherper te kiezen en om helder te krijgen waar onze inspanningen de komende jaren op gericht moeten zijn. Het gaat daarbij niet alleen om welke taken we uitvoeren, maar vooral om het zorgvuldig afwegen van wat noodzakelijk is, wat anders of samen kan en wat mogelijk niet langer past binnen onze gemeente. Het doel is om deze dialoog af te ronden richting de kadernota 2028.
Pagina 7
*Z026ACE8BDB*