CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage toelichting Stikstofdepositieberekening

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hippisch Centrum Montfort17.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Onder “de stikstofdepositie die door de bestaande activiteit ten hoogste feitelijk werd veroorzaakt vóór 1 januari

2015”, wordt op grond van artikel 2.4, zevende lid, van de Rnb verstaan de hoogste stikstofdepositie die in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014 als gevolg van de daadwerkelijk in de betrokken inrichting verrichte activiteiten plaatsvond, voor zover die stikstofdepositie niet meer bedroeg dan de stikstofdepositie die mogelijk was overeenkomstig de op 1 januari 2015 voor de betrokken inrichting geldende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e of i, van de Wabo of de op 1 januari 2015 voor de betrokken inrichting geldende vergunning of melding krachtens de Wet milieubeheer of Hinderwet. 2018/66320

5

Zoals uit het vorenstaande blijkt, kan onder omstandigheden toedeling van OR in het toestemmingsbesluit voor een project of een andere handeling welke stikstofdepositie veroorzaakt op een voor stikstof gevoelig habitat in een in het Programma PAS opgenomen Natura 2000 -gebied achterwege blijven. Achtergrond daarvan is dat in het Programma PAS 2015 – 2021 en de daaraan ten grondslag liggende passende beoordeling rekening is gehouden met zowel de (eerder) toegestane als de feitelijk vóór 1 januari 2015 veroorzaakte stikstofdepositie als hiervoor toegelicht. Bestaat met inachtneming van het vorenstaande (wel) de noodzaak om OR toe te delen in een toestemmingsbesluit, dan is allereerst de vraag opportuun of voor het betreffende project of de andere handeling voldoende OR beschikbaar kán worden gesteld. Zonder toedeling van de benodigde OR kan het betreffende project of de andere handeling in de bedoelde situatie immers niet worden toegestaan. Om te kunnen besluiten tot toedeling van de voor een project of andere handeling noodzakelijke OR in een toestemmingsbesluit, dient voldaan te zijn aan de diverse daarvoor geldende voorwaarden. Relevant in dit opzicht voor (niet-prioritaire) projecten en andere handelingen is allereerst de beschikbaarheid van OR in segment 2.

Toedeling van OR in een toestemmingsbesluit mag er immers niet toe leiden dat de resterende OR voor een hectare voor stikstof gevoelig habitat in een Natura 2000-gebied in segment 2 minder bedraagt dan nul. Daarbij dient de toedeling van OR plaats te vinden in overeenstemming met de door ons college bij besluit van 5 september 2017 vastgestelde “Beleidsregel toestemmingverlening en toedeling ontwikkelingsruimte Programmatische Aanpak Stikstof Limburg 2017 segment 2 versie september”. Uitgangspunt van deze per 1 januari 2017 in werking getreden beleidsregel is onder meer dat bij een toestemmingsbesluit de volgorde van de ontvangst van de volledige én ontvankelijke aanvraag voor een toestemmingsbesluit bepalend is (“wie het eerst komt, wie het eerst maalt”). Voorts geldt als hoofdregel dat aan een project of een andere handeling casu quo per inrichting cumulatief niet meer dan 3 mol stikstof per hectare per jaar aan OR wordt toegedeeld per PAS-programmaperiode. Onder omstandigheden bedraagt de aan een project of een andere handeling casu quo per inrichting cumulatief toe te delen OR per PAS-programmaperiode echter niet meer dan 1 mol stikstof per hectare per jaar.

Meer in het bijzonder geldt dit laatste voor aanvragen om een toestemmingsbesluit die worden ontvangen, nadat via het Provinciaal Blad of op een andere geschikte wijze kennis is gegeven van het feit dat volgens AERIUS Register ten aanzien van een hectare van een voor stikstof gevoelige habitat in het desbetreffende Natura 2000-gebied meer dan 75% van de bij aanvang van de bij PASprogrammaperiode beschikbare OR is toegedeeld. Overigens voorziet de beleidsregel in een specifiek regime voor aanvragen om een toestemmingsbesluit die na 31 december 2016 zijn ontvangen en die betrekking hebben op een bestaande veehouderij, waarbij het wijzigen van het aantal dieren in enige diercategorie binnen één of meer bestaande dierenverblijven leidt tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de stikstofdepositie die ten hoogste feitelijk werd veroorzaakt vóór 1 januari 2015 of de eerder voor de bestaande activiteit toegestane stikstofdepositie. Voor deze categorie aanvragen geldt dat bij een toestemmingsbesluit uitsluitend OR wordt toegedeeld indien de ammoniakemissie vanuit het te wijzigen bestaande dierenverblijf casu quo de te wijzigen bestaande dierenverblijven afneemt met ten minste het in de bijlage van de beleidsregel vastgestelde percentage per dierplaats.

Daarnaast zal bij toedeling van OR aan het toestemmingsbesluit de verplichting worden verbonden om binnen een jaar aan te tonen dat de ammoniakemissie daadwerkelijk is afgenomen met het vastgestelde percentage per dierplaats.

2018/66320

6

Uitsluitend voor zover met inachtneming van het vorenstaande én de noodzaak bestaat om OR toe te delen én wordt voldaan aan de diverse voorwaarden voor het beschikbaar stellen van de benodigde OR, wordt de voor een project of een andere handeling benodigde OR toegedeeld in een toestemmingsbesluit. Is sprake van een toestemmingsbesluit voor onbepaalde tijd, dan wordt eenmalig OR toegedeeld voor onbepaalde tijd ter hoogte van de stikstofdepositie in het jaar waarin deze het hoogst is. Wordt voor een project of een andere handeling toestemming verleend voor ten hoogste vijf jaar, dan is de OR die in het toestemmingsbesluit wordt toegedeeld gelijk aan de som van de stikstofdeposities die het project of de andere handelingen in de onderscheiden jaren op de desbetreffende hectare kan veroorzaken, gedeeld door zes. De OR die in een toestemmingsbesluit wordt toegedeeld, wordt uitgedrukt in mol per hectare per jaar. Wordt bij een toestemmingsbesluit OR toegedeeld, dan wordt deze geregistreerd in AERIUS Register en afgeschreven van de totale hoeveelheid OR. Daarmee is de toegedeelde hoeveelheid OR niet meer beschikbaar voor overige projecten of andere handelingen. 3.3 Buitenlandse toetsingskaders stikstofdepositie Buitenlandse Natura 2000-gebieden vallen nadrukkelijk onder de reikwijdte van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb.

Dat volgt reeds uit deze bepaling in samenhang met de begripsomschrijving van Natura 2000-gebied in artikel 1.1 van de Wnb. Uitvloeisel daarvan is dat bij het beslissen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb tevens de gevolgen moeten worden betrokken die een project of andere handeling kan hebben in een buiten Nederland gelegen Natura 2000-gebied. Daarbij gaat het om alle denkbare (negatieve) gevolgen van een project of andere handeling die de natuurlijke kenmerken van een buitenlands Natura 2000-gebied kunnen aantasten. In de praktijk is het vorenstaande evenwel met name van belang voor aanvragen voor projecten op Nederlands grondgebied die (mede) voorzien in het veroorzaken van stikstofdepositie op stikstofgevoelige buitenlandse Natura 2000-gebieden. In voorkomend geval dat een vergunningaanvraag voor een project (wel) voorziet in een toename van stikstofdepositie op één of meer stikstofgevoelige Duitse en/of Belgische Natura 2000-gebieden is relevant dat volgens paragraaf 5.7 van het Programma PAS 2015 – 2021 voor het beoordelen van de effecten van stikstofdepositie op de betreffende buitenlandse Natura 2000-gebieden toepassing wordt gegeven aan de daarvoor geldende toetsingskaders in Duitsland en België.

In verband hiermee wordt onderstaand ingegaan op de toetsingskaders voor de beoordeling van effecten van stikstofdepositie op Duitse en Belgische Natura 2000-gebieden, zoals deze thans in Duitsland en België worden gehanteerd. 3.3.1 Het Duitse toetsingskader voor stikstofdepositie Voorziet een vergunningaanvraag voor een project op Nederlands grondgebied voor geen enkel Duits Natura 2000-gebied in een toename van stikstofdepositie van 0,1 kg N/ha/jaar (7,14 mol/ha/jaar) of meer, dan kan er volgens het Duitse toetsingskader vanuit worden gegaan dat significante effecten zijn uitgesloten. Leidt een zodanige aanvraag voor één of meer Duitse Natura 2000-gebieden wel tot een toename van stikstofdepositie van 0,1 kg N/ha/jaar (7,14 mol/ha/jaar) of meer, dan dient voor het/de betreffende gebied(en) een nadere beoordeling plaats te vinden. Deze beoordeling bestaat er in voorkomend geval primair uit dat ten aanzien van het/de betrokken gebied(en) voor de relevante habitattypen wordt nagegaan of rekening houdend met de extra stikstofdepositie als gevolg van het 2018/66320

7

aangevraagde project en eventuele cumulerende andere projecten, de minimumwaarde van het zogenaamde critical loads-bereik (CL-bereik) wordt overschreden. Wordt de minimumwaarde van het CLbereik niet overschreden óf bedraagt de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door het aangevraagde project en eventuele cumulerende andere projecten voor de relevante habitattypen minder dan 3% van de minimumwaarde van het CL-bereik, dan kunnen significante effecten ook voor het/de betrokken Duitse Natura 2000-gebied(en) uitgesloten worden geacht. Rest de situatie dat de minimumwaarde van het CL-bereik wordt overschreden én het 3%-criterium wordt overschreden. Alsdan dient aan de hand van een passende beoordeling anderszins de zekerheid te zijn verkregen dat de natuurlijke kenmerken van de Duitse Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast. Bij ontstentenis van deze zekerheid, dient er in voorkomend geval vanuit te worden gegaan dat de aangevraagde vergunning dient te worden geweigerd. Overigens kan onder omstandigheden, in afwijking van het normaliter in eerste aanleg te hanteren (afbakenings)criterium van 0,1 kg N/ha/jaar (7,14 mol/ha/jaar), een afbakeningscriterium worden gehanteerd van 0,3 kg N/ha/jaar (21,42 mol/ha/jaar).

Een en ander is evenwel afhankelijk van onder meer de juridische ontwikkelingen en de staat van instandhouding van de kwalificerende habitats en soorten ten tijde van het besluit op de vergunningaanvraag. 3.3.2 Het Vlaamse toetsingskader voor stikstofdepositie De beoordeling van de effecten van stikstofdepositie, maar ook van zwaveldepositie op Natura 2000gebieden bevindt zich in Vlaanderen momenteel in een transitiefase, die uiteindelijk moet leiden tot vaststelling van een Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) naar Nederlands voorbeeld. Onderdeel van deze transitiefase is de inwerkingtreding per 27 februari 2015 van een tijdelijk Vlaams toetsingskader voor de beoordeling van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Dit toetsingskader is per 1 juli 2017 aangepast. Op basis van deze toetsingsmethode kunnen significante negatieve effecten in eerste aanleg uitgesloten worden geacht, indien in een Vlaams Natura 2000-gebied met inbegrip van de bijdrage van een aangevraagd project op Nederlands grondgebied geen sprake is van een overbelaste situatie dan wel wanneer als gevolg van een zodanig project binnen een Vlaams Natura 2000-gebied ter plaatse van een relevant (potentieel) habitattype of een voorlopige zoekzone de zogenaamde nulcontourlijn niet wordt overschreden.

De nulcontourlijn bedraagt in Vlaamse Natura 2000-gebieden voor eutrofiëring via lucht 0,30 kg N/ha/jaar (21,42 mol/ha/jaar) en voor verzuring via lucht 21,45 Zeq/ha/jaar. Voorziet een vergunningaanvraag voor een project op Nederlands grondgebied binnen één of meer Vlaamse Natura 2000-gebieden ter plaatse van een relevant (potentieel) habitattype of een voorlopige zoekzone in een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,30 kg N/ha/jaar (21,42 mol/ha/jaar), onderscheidenlijk 21,45 Zeq/ha/jaar (21,45 mol/ha/jaar) dan is in zoverre een nadere beoordeling noodzakelijk. Significante negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie vanwege het aangevraagde project (zowel ammoniak als NOx) kunnen worden uitgesloten indien de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft ter plaatse van de relevante (potentiële) habitattypen of een daarvoor aangewezen voorlopige zoekzone leidt tot een stikstofdepositie van minder dan 5% van de geldende kritische depositiewaarde. Bij deze beoordeling dient te worden gekeken naar de gehele beoogde activiteit. Voorwaarde voor uitbreidingen van bestaande activiteiten, zogenaamde “hervergunningen” en nieuwe activiteiten is evenwel dat in de vergunning de gangbare emissiereducerende technieken (BBT) zijn voorgeschreven.

Voor SOx als gevolg van de uitstoot van zwavelhoudende gassen (SO2, SO3, H2SO4, HCl), is hetgeen hiervoor is vermeld van overeenkomstige toepassing. 2018/66320

8

Voldoet het aangevraagde project op Nederlands gebied niet aan de hiervoor genoemde criteria, dan dient er vanuit te worden gegaan dat vergunningverlening uitsluitend mogelijk is, indien op grond van een in een passende beoordeling opgenomen ecologische onderbouwing de zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van de relevante Vlaamse Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast. 3.3.3 Het Waalse toetsingskader voor stikstofdepositie Wallonië kent op dit moment geen eigen toetsingskader voor het beoordelen van de effecten van stikstofdepositie op Waalse Natura 2000-gebieden, veroorzaakt door aangevraagde projecten. Dat laatste veronderstelt dat de voor de toetsing van een vergunningaanvraag voor een project op Nederlands grondgebied welke voorziet in stikstofdepositie op één of meer stikstofgevoelige Waalse Natura 2000-gebieden bij voorkeur een passende beoordeling wordt opgesteld, waaruit blijkt of in zoverre de zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van de relevante Waalse Natura 2000-gebieden niet zullen worden aangetast. Relevant is evenwel dat - naar aanleiding van voorliggende vergunningaanvragen van ENCI B.V.

te Maastricht en tegen de achtergrond van het bepaalde in artikel 4, derde lid, van het Verdrag van de Europese Unie – in dit verband op 15 januari 2015 afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden met het Waalse gewest, meer in het bijzonder met het Département de la Nature et des Forêts (DNF). Daarbij is namens DNF medegedeeld dat, bij gebreke van een Waals toetsingskader, ermee wordt ingestemd dat de beoordeling van een vergunningaanvraag voor een project op Nederlands grondgebied welke (mede) voorziet in stikstofdepositie op één of meer Waalse Natura 2000-gebieden in zoverre plaatsvindt met inachtneming van het hiervoor toegelichte Vlaamse toetsingskader. Een en ander is door DNF bevestigd bij brief van 9 september 2015. Gegeven het feit dat DNF daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd, is het verdedigbaar dat voor het beoordelen van de effecten van stikstofdepositie op Waalse Natura 2000gebieden, welke wordt veroorzaakt door een aangevraagd project op Nederlands grondgebied het Vlaamse toetsingskader wordt toegepast.

Dit laatste geldt te meer nu in voorkomende gevallen dat het voornemen bestaat om voor een zodanig project tot vergunningverlening over te gaan, tijdig afstemmingsoverleg plaatsvindt met DNF waarbij informatie wordt verstrekt over (de gevolgen van) het betreffende project, de vergunningaanvraag (inclusief alle relevante bijbehorende stukken) en de (ontwerp)besluiten tot vergunningverlening aan de Waalse autoriteiten worden gezonden, van de (ontwerp)besluiten op een toereikende wijze kennis wordt gegeven in Wallonië, alsmede genoegzaam de gelegenheid wordt geboden om kennis te nemen van alle relevante stukken, zienswijzen naar voren te brengen en beroep in te stellen.

2018/66320

9

4.

Overwegingen

4.1 Aanvraag De aanvraag heeft betrekking op het oprichten en exploiteren van een paardenhouderij. Naast de ammoniakemissie vindt er ook stikstofemissie van verkeer plaats. Per dag vinden er maximaal 4 verkeersbewegingen plaats met een vrachtwagen, 4 verkeersbewegingen met een bestelbus en 25 verkeersbewegingen met personenauto`s. Deze verkeersbewegingen zijn in AERIUS meegenomen tot aan de A73. Dit resulteert in een stikstofemissie van 38,07 kg/j. Vanaf de A73 is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Mede uit de vanwege de aanvrager overgelegde berekening met behulp van AERIUS Calculator (zie bijlage 1) blijkt, dat thans vergunning wordt gevraagd voor de situatie als weergegeven in tabel 1a en 1b. Emissie Stal-

Code RAV

Code RAV

Aantal

(kg NH3 /

Totaal (kg

Bijlage 2

nummer

Type

Bijlage 1

dieren

dier / jaar)

NH3 / jaar)

Paardenboxen in

Paarden (3 jaar en ouder)

K 1.100

18

5,0

90,00

Paarden (3 jaar en ouder)

K 1.100

26

5,0

130,00

Paarden (3 jaar en ouder)

K 1.100

26

5,0

130,00

Paarden in opfok (jonger dan K 2.100

8

2,1

16,80

Totaal

366,80

rijhal Nieuwe paardenboxen Nieuwe paardenboxen Paardenstallen

naast bedrijfswoning 3 jaar)

Tabel 1a aangevraagde situatie NH3 emissie aan de Waarderweg 20 te Montfort

Type Vervoersbewegingen

Totaal (kg NOx / jaar)

Totaal (kg NH3 / jaar)

38,07

0,68

Tabel 1b aangevraagde situatie NOx emissie aan de Waarderweg 20 te Montfort

De in bovenstaande tabel en volgende vermelde ‘Code RAV’ alsmede de ammoniakemissiefactoren die zijn gehanteerd bij het berekenen van de (totale) emissie, zijn ontleend aan de bijlagen behorende bij de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2015, nr. 16866 (in werking getreden op 1 augustus 2015), de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2016, nr. 15585 (in werking getreden op 31 maart 2016), de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2016, nr. 49500 (in werking getreden op 1 oktober 2016), de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2017, nr. 420218 (in werking getreden op 12 april 2017), de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2017, nr. 69963 (in werking getreden op 13 december 2017) en de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2018, nr. 39679 (in werking getreden op 20 juli 2018).

2018/66320

10

4.2 Nederlandse Natura 2000-gebieden In relatie tot de in de PAS betrokken (Nederlandse) Natura 2000-gebieden dient te worden vastgesteld dat de aanvraag betrekking heeft op het oprichten en voor onbepaalde tijd exploiteren van een nieuwe activiteit (project of andere handeling). Vanwege de aanvrager is een met behulp van AERIUS Calculator gemaakte berekening overgelegd (zie bijlage 1) betreffende de (toename van) stikstofdepositie die door de aangevraagde activiteit wordt veroorzaakt op de voor stikstof gevoelige habitattypen in één of meer Natura 2000-gebieden die zijn opgenomen in het Programma PAS. Uit deze berekening blijkt dat de aanvraag voorziet in een toename van stikstofdepositie van ten hoogste 0,61 mol per hectare per jaar op een voor stikstof gevoelig habitattype in een Natura 2000-gebied dat is opgenomen in het Programma PAS. Voor wat betreft deze aanvraag is toedeling van OR noodzakelijk om toestemming te kunnen verlenen voor de aangevraagde activiteit. Ten aanzien van de mogelijkheid daartoe, dient te worden vastgesteld dat in segment 2 voldoende OR beschikbaar is voor toedeling van de voor de aangevraagde activiteit benodigde OR. Daarbij is relevant dat zodanige toedeling in overeenstemming is met de “Beleidsregel toestemmingverlening en toedeling ontwikkelingsruimte Programmatische Aanpak Stikstof Limburg 2017 segment 2 versie september”.

Meer in het bijzonder is in dit verband geconstateerd dat de voor de aangevraagde activiteit benodigde hoeveelheid OR niet meer bedraagt dan de hoeveelheid OR die op grond van de beleidsregel ten hoogste mag worden toegedeeld aan een project of een andere handeling. Mede in aanmerking genomen dat de voorliggende aanvraag strekt tot het verlenen van een vergunning voor onbepaalde tijd, wordt bij dit besluit voor de aangevraagde activiteit eenmalig OR toegedeeld voor onbepaalde tijd van ten hoogste 0,61 mol per hectare per jaar. Overigens wordt in dit verband overwogen dat in het Programma PAS 2015 – 2021 en de daaraan ten grondslag liggende passende beoordeling rekening is gehouden met het toedelen van OR aan projecten en andere handelingen binnen de daarvoor geldende kaders. Tegen deze achtergrond is genoegzaam gewaarborgd dat de natuurlijke kenmerken van de het Programma PAS 2015 – 2021 betrokken Natura 2000-gebieden in zoverre niet zullen worden aangetast door de aangevraagde activiteit. Reden waarom de aangevraagde vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb in zoverre kan worden verleend, onder het toedelen van de benodigde OR.

4.2 Buitenlandse Natura 2000-gebieden Zoals in paragraaf 3.3 nader is toegelicht, vallen buitenlandse Natura 2000-gebieden onder de reikwijdte van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Daarnaast geldt voor aangevraagde projecten op Nederlands grondgebied die stikstofdepositie veroorzaken op stikstofgevoelige Duitse en Belgische Natura 2000gebieden dat de effecten van stikstofdepositie volgens paragraaf 5.7 van het Programma PAS 2015 – 2021 dienen te worden beoordeeld overeenkomstig de daarvoor geldende toetsingskaders in Duitsland respectievelijk Vlaanderen en Wallonië. Reden waarom onder 3.3.1, 3.3.2 en 3.3.3 uitvoerig op deze toetsingskaders is ingegaan. Duitse toetsingskader De aanvraag voorziet voor de Duitse Natura 2000-gebieden niet in een toename van stikstofdepositie van 0,1 kg N/ha/jaar (7,14 mol/ha/jaar) of meer. Op basis van de Duitse toetsingsmethode voor de 2018/66320

11

beoordeling van effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, kan er derhalve vanuit worden gegaan dat significante negatieve effecten op deze gebieden in zoverre zijn uitgesloten. Overigens zal het voorliggende besluit aan de Duitse autoriteiten worden gezonden. Vlaamse toetsingskader De aanvraag voorziet in stikstofdepositie op de Vlaamse Natura 2000-gebied. Nu in voornoemde Natura 2000-gebieden sprake is van een overbelaste situatie, dient in eerste aanleg te worden bezien of het aangevraagde project ter plaatse van de relevante (potentiële) habitattypen en/of de voorlopige zoekzone(s) leidt tot een stikstofdepositie van meer dan 0,30 kg N/ha/jaar (21,42 mol/ha/jaar) of 21,45 Zeq/ha/jaar (21,45 mol/ha/jaar). De door het aangevraagde project veroorzaakte stikstofdepositie op voornoemde Natura 2000-gebieden bedraagt ter plaatse van de relevante (potentiële) habitattypen en voorlopige zoekzone(s) ten hoogste 0,06 mol/ha/jaar oftewel minder dan 0,30 kg N/ha/jaar (21,42 mol/ha/jaar) en minder dan 21,45 Zeq/ha/jaar (21,45 mol/ha/jaar). Op basis van de Vlaamse toetsingsmethode voor de beoordeling van effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, kan er bijgevolg vanuit worden gegaan dat significante negatieve effecten op voornoemde Natura 2000-gebieden in zoverre zijn uitgesloten.

Overigens zal het voorliggende besluit aan de Vlaamse autoriteiten worden gezonden. 4.3 Beoordeling overige effecten op de beschermde natuurgebieden Uit de aanvraag blijkt dat er als gevolg van de voorgenomen activiteit geen andere - niet aan stikstofdepositie gerelateerde - negatieve effecten (zoals geluid, trillingen, licht, grondwaterstands- en/of grondwaterkwaliteit veranderingen etc.) te verwachten zijn die de natuurlijke kenmerken van voornoemde beschermde gebieden kunnen aantasten. 4.4 Conclusie Op grond van bovenstaande beoordeling concluderen wij dat onderhavige door aanvrager aangevraagde activiteit geen (significante) negatieve effecten zal veroorzaken op de betrokken Nederlandse, Belgische en Duitse Natura 2000-gebieden, mits deze vergunning en de daaraan verbonden voorschriften worden nageleefd. Tegen deze achtergrond is vergunningverlening voor de aangevraagde activiteiten in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de Wet natuurbescherming.

2018/66320

12

5.

Besluit

Gelet op het bepaalde in de Wet natuurbescherming en voorgaande overwegingen, besluiten wij: 1. onder het eenmalig toedelen van ontwikkelingsruimte (voor onbepaalde tijd) van ten hoogste 0,61 mol per hectare per jaar, aan XXX te Montfort een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wnb te verlenen voor het oprichten en exploiteren van een paardenhouderij zoals aangevraagd d.d. 18 juni 2018 met zaaknummer 2018-203877, gelegen aan de Waarderweg 20 te Montfort, waarbij de gevolgen voor de Natura 2000-gebieden zoals opgenomen in de AERIUS-berekening (bijlage 1) zijn bezien; 2. aan de vergunning de beperkingen te stellen en voorschriften te verbinden, zoals opgenomen onder hoofdstuk 7; 3. dat de aanvraag en de bijbehorende stukken ontvangen op 18 juni 2018, aangevuld op 5 juli 2018, deel uitmaken van deze vergunning, behoudens en voor zover daarvan bij dit besluit niet wordt afgeweken. 4. Voor zover de activiteit waarvoor ontwikkelingsruimte is toegedeeld niet binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van deze vergunning is gerealiseerd, kunnen wij de bij dit besluit verleende vergunning in zoverre wijzigen of intrekken.

6.

Besluit

Als dit besluit uw belang rechtstreeks raakt en u het met de inhoud van dit besluit niet eens bent, kunt u, tegen betaling van de verschuldigde griffierechten, beroep instellen bij de Rechtbank Limburg. U moet dan binnen zes weken na de dag waarop dit besluit ter inzage is gelegd een beroepschrift indienen. Op deze procedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het beroepschrift moet worden ondertekend en ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht alsmede de redenen van het beroep (motivering). Het beroepschrift moet worden gericht aan: Rechtbank Limburg, locatie Maastricht, Postbus 1988, 6201 BZ Maastricht. Als u een beroepschrift heeft ingediend, dan kunt u tevens de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg verzoeken een voorlopige voorziening te treffen. Voor meer informatie verwijzen wij u naar www.rechtspraak.nl.

Gedeputeerde Staten van Limburg namens dezen,

drs. M.G.P.I. Arts Kwartiermaker Vergunningen Toezicht en Handhaving (VTH) 2018/66320

13

7.

Voorschriften

Aan deze vergunning worden de volgende voorschriften verbonden: 7.1

De vergunning heeft betrekking op het houden van de dieraantallen op de stalsystemen aan de Waarderweg 20 te Montfort zoals weergegeven in onderstaande tabel:

Stal-

Code RAV

Code RAV

Aantal

Bijlage 2

dieren

nummer

Type

Bijlage 1

Paardenboxen in

Paarden (3 jaar en ouder)

K 1.100

18

Paarden (3 jaar en ouder)

K 1.100

26

Paarden (3 jaar en ouder)

K 1.100

26

Paarden in opfok (jonger dan 3 jaar)

K 2.100

8

rijhal Nieuwe paardenboxen Nieuwe paardenboxen Paardenstallen naast bedrijfswoning

De in bovenstaande tabel en volgende vermelde ‘Code RAV’ alsmede de ammoniakemissiefactoren die zijn gehanteerd bij het berekenen van de (totale) emissie, zijn ontleend aan de bijlagen behorende bij de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2015, nr. 16866 (in werking getreden op 1 augustus 2015), de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2016, nr. 15585 (in werking getreden op 31 maart 2016), de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2016, nr. 49500 (in werking getreden op 1 oktober 2016), de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2017, nr. 420218 (in werking getreden op 12 april 2017), de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2017, nr. 69963 (in werking getreden op 13 december 2017) en de wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij, Staatscourant 2018, nr. 39679 (in werking getreden op 20 juli 2018). 7.2

De vergunning heeft betrekking op de emissie van 366,80 kg NH3 / jaar.

7.3

De vergunning heeft betrekking op maximaal 4 verkeersbewegingen per dag met een vrachtwagen, 4 verkeersbewegingen per dag met een bestelbus en 25 verkeersbewegingen met personenauto`s met een totale emissie van 38,07 kg Nox/jaar en 0,68 kg NH3 / jaar.

2018/66320

14

8.

Afschriften

Een afschrift van dit besluit hebben wij verzonden aan: 

XXX te Montfort, als besluit op de aanvraag;

Burgemeester en Wethouders van de gemeente Roerdalen, Postbus 6099, 6077 ZH te Sint Odiliënberg ter kennisname;

Vlaamse Overheid, Vlaams Administratief Centrum, Koningin Astridlaan 50, Afdeling Agentschap voor Natuur en Bos, busnummer 5, 3500 Hasselt België, ter kennisname;

Bezirksregierung Düsseldorf, Dezernat 32, Postfach 30 08 65, 40408 Düsseldorf Deutschland, ter kennisname.

2018/66320

15

Bijlage 1

2018/66320

Aerius-berekening

16

Dit document is een bijlage bij het toestemmingsbesluit als bedoeld in artikel 2.7 eerste lid, van het Besluit natuurbescherming.

Bijlage, Vergunningaanvraag Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl en pas.natura2000.nl.

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 1/10

Ontwikkelingsruimte toegekend

Contact

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

waarderweg 20, 6065EX Montfort

Activiteit

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Bevoegd gezag

Hippisch centrum Montfort

RNMhsgC4uiBH

Provincie Limburg

Datum berekening

Rekenjaar

02 augustus 2018, 09:24

2018

Sector

Deelsector

Landbouw

Stalemissies

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Ontwikkelingsruimte toegekend

Situatie 1

NOx

38,07 kg/j

NH3

367,48 kg/j

Natuurgebied

Bijdrage

Roerdal

0,61

Verhuur na hippische accommodatie, paardenboxen en B&B

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 2/10

Ontwikkelingsruimte toegekend Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

90,00 kg/j

-

< 1 kg/j

38,07 kg/j

Bron 3 Landbouw | Stalemissies

130,00 kg/j

-

Bron 4 Landbouw | Stalemissies

130,00 kg/j

-

Bron 5 Landbouw | Stalemissies

16,80 kg/j

-

Bron 1 Landbouw | Stalemissies

Bron 2 Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Ontwikkelingsruimte toegekend

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 3/10

Ontwikkelingsruimte toegekend Resultaten PASgebieden (mol/ha/j)

Natuurgebied

Hoogste bijdrage *

Roerdal

0,61

Meinweg

0,11

Swalmdal

0,08

Ontwikkelingsruimte beschikbaar?

Ontwikkelingsruimte beschikbaar Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar *

Ontwikkelingsruimte toegekend

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 4/10

Ontwikkelingsruimte toegekend Resultaten per habitattype

Roerdal

(mol/ha/j)

Ontwikkelingsruimte toegekend

Habitattype

Hoogste bijdrage *

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,61

Lg02 Geïsoleerde meander en petgat

0,30 (0,08)

ZGH91D0 Hoogveenbossen

0,07

H91D0 Hoogveenbossen

0,06

Ontwikkelingsruimte beschikbaar?

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 5/10

Ontwikkelingsruimte toegekend Meinweg Habitattype

Hoogste bijdrage *

Lg13 Bos van arme zandgronden

0,11

H4030 Droge heiden

0,10

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,08 (0,06)

H3160 Zure vennen

0,07

H9120 Beuken-eikenbossen met hulst

0,07

H91D0 Hoogveenbossen

0,07

H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

0,07

L4030 Droge heiden

0,06

ZGH3130 Zwakgebufferde vennen

0,06

H3130 Zwakgebufferde vennen

0,06

H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden)

0,06

H7110B Actieve hoogvenen (heideveentjes)

>0,05

Ontwikkelingsruimte beschikbaar?

Swalmdal

Ontwikkelingsruimte toegekend

Habitattype

Hoogste bijdrage *

H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,08

ZGH91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

0,06

Ontwikkelingsruimte beschikbaar?

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 6/10

Ontwikkelingsruimte toegekend Ontwikkelingsruimte beschikbaar Geen ontwikkelingsruimte beschikbaar *

Ontwikkelingsruimte toegekend

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting tussen haakjes aangegeven.

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 7/10

Ontwikkelingsruimte toegekend Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3

Dier

RAV code

Omschrijving

K 1.100

overige huisvestingssystemen (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) (Overig)

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Ontwikkelingsruimte toegekend

Soort

Voertuig

Standaard

Bron 1 194827, 349349 5,0 m 0,000 MW 90,00 kg/j

Aantal Stof dieren

Emissiefactor (kg/dier/j)

Emissie

18 NH3

5,000

90,00 kg/j

Bron 2 193847, 349465 38,07 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen (/dag) Stof

Emissie

Zwaar vrachtverkeer

4,0 NOx NH3

16,50 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

25,0 NOx NH3

7,96 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

4,0 NOx NH3

13,61 kg/j < 1 kg/j

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 8/10

Ontwikkelingsruimte toegekend

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3

Dier

RAV code

Omschrijving

K 1.100

overige huisvestingssystemen (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) (Overig)

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3

Dier

RAV code

Omschrijving

K 1.100

overige huisvestingssystemen (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder)) (Overig)

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud NH3

Dier

Ontwikkelingsruimte toegekend

RAV code

Omschrijving

K 2.100

overige huisvestingssystemen (Paarden; paarden in opfok (jonger dan 3 jaar)) (Overig)

Bron 3 194767, 349307 5,0 m 0,000 MW 130,00 kg/j

Aantal Stof dieren

Emissiefactor (kg/dier/j)

Emissie

26 NH3

5,000

130,00 kg/j

Aantal Stof dieren

Emissiefactor (kg/dier/j)

Emissie

26 NH3

5,000

130,00 kg/j

Aantal Stof dieren

Emissiefactor (kg/dier/j)

Emissie

8 NH3

2,100

16,80 kg/j

Bron 4 194751, 349297 5,0 m 0,000 MW 130,00 kg/j

Bron 5 194721, 349332 5,0 m 0,000 MW 16,80 kg/j

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 9/10

Ontwikkelingsruimte toegekend Disclaimer

De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van de projectinvoer en de aanvraag wordt getoetst door het bevoegd gezag. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2016L_20171215_64190d2d2b Database versie 2016L_20170828_c3f058f00f Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/uitleg

Ontwikkelingsruimte toegekend

RNMhsgC4uiBH (02 augustus 2018) pagina 10/10

BIJLAGE 4 Memo verkeersgeneratie

Kenmerk : Pagina:

RV60190468.M001-1 1

MEMO Aan: Van: Betreft: Datum:

Hippisch Centrum Montfort Ralf Voorbraak Beschouwing verkeersgeneratie en parkeren, Waarderweg 20 te Montfort 29 april 2020

1. Inleiding In opdracht van Hippisch Centrum Montfort is een onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten verkeersgeneratie en de parkeervraag als gevolg van de ontwikkelingen op de locatie Waarderweg 20 te Montfort. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. In bijlage 1 is de planverbeelding weergegeven van Hippisch Centrum Montfort.

2. Vergunde situatie Op 6 juli 2004 is een vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer verleend ten behoeve van de paardenhouderij aan de Waarderweg 20 te Montfort. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de vergunde situatie voor wat betreft het aantal voertuigbewegingen per dag. Tabel 2.1: Vergund aantal voertuigbewegingen per dag Omschrijving Personenauto Bestelbus Vrachtauto

Verkeersbewegingen per dag 160 10 100

3. Uitgangspunten beoogde situatie Binnen het plangebied wordt een Hippisch Centrum gerealiseerd, dat in hoofdzaak gericht is op de professionele wedstrijdsport (springsport), met een oppervlakte van ca. 42.380 m2. Binnen het plangebied zullen diverse activiteiten worden geëxploiteerd, te weten: • Bed & breakfast met 5 kamers (maandag t/m zondag). • Lichte horeca1 met een oppervlakte ca. 400 m2 (maandag t/m zondag). • Trainingsdagen met paarden (maandag t/m vrijdag en zondag). • Concoursen, wedstrijden en shows met paarden (zaterdag [incidenteel op zondag]). Daarnaast wordt binnen de paardensport onderscheid gemaakt tussen het indoorseizoen (begin oktober t/m eind maart) en het outdoor seizoen (begin april t/m eind september). Bij het bepalen van de verkeersgeneratie wordt rekening gehouden met voornoemde uitgangspunten.

1 Lichte horeca t/m categorie 1 [ondersteunend aan hippisch centrum].

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

Kenmerk : Pagina:

RV60190468.M001-1 2

4. Verkeersgeneratie per functie (beoogde situatie) Een deel van het verkeer van en naar het Hippisch Centrum en de aanverwante voorzieningen vindt plaats als gevolg van de bezoekers en het personeel. Tevens vinden voertuigbewegingen met bestelbussen en (kleine) vrachtwagens plaats t.b.v. bevoorrading, het vervoeren van de paarden en legen van afvalcontainers. Voor de verschillende functies binnen de gemengde bestemming is een inschatting gemaakt van de te verwachten verkeersgeneratie. Hiervoor is (waar mogelijk) gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (verder te noemen CROW-publicatie). Gezien de ligging van het perceel aan de rand van de woonkern Montfort wordt uitgegaan van ‘rest bebouwde kom’ en voor de stedelijkheidsgraad wordt uitgegaan van ‘weinig stedelijk’. Lichte horeca Ten aanzien van de lichte horeca bij het Hippisch Centrum wordt opgemerkt dat in de CROW publicatie geen kengetallen zijn opgenomen. Omdat alleen kengetallen voor het aantal benodigde parkeerplaatsen voor een restaurant beschikbaar zijn, is voor de lichte horeca bij Hippisch Centrum uitgegaan van navolgende uitgangspunten. Het aantal benodigde parkeerplaatsen vermenigvuldigd met een gemiddeld aantal parkeerwisselingen van 2 per dag. Voor een restaurant 16,0 parkeerplaatsen per 100 m2. Voor de berekening is derhalve uitgegaan van 16,0 parkeerplaatsen/ 100 m2.

Op basis van deze gegevens kan de navolgende verkeersgeneratie voor de lichte horeca worden berekend. Tabel 4.1: Overzicht verkeersgeneratie lichte horeca (bezoekers en personeel per etmaal) Functie Aantal/ oppervlakte Maximale Totale verkeersgeneratie / verkeersgeneratie eenheid (per etmaal) Lichte horeca ondersteunend aan 400 m2 16,0 pp /100m2 *2 128 hippisch centrum

Ten aanzien van de bevoorrading van de lichte horeca wordt gesteld dat dit gedurende de dagperiode plaats zal vinden middels bestelbussen en vrachtwagens. Het legen van de afvalcontainers vindt gedurende de dagperiode plaats. Hierbij wordt ingeschat dat maximaal 4 bestelbussen en 2 vrachtwagens de bedrijfsvoering bezoeken voor het leveren van goederen. Daarnaast zal 1 vrachtwagen per dag de bedrijfsvoering aandoen voor het legen van de afvalcontainer. Bed & breakfast Ten aanzien van de bed & breakfast wordt opgemerkt dat in de CROW publicatie geen kengetallen zijn opgenomen. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is derhalve aansluiting gezocht bij de gemiddelde verkeersgeneratie zoals die mag worden verwacht als gevolg van een 4* hotel. Tabel 4.2: Overzicht verkeersgeneratie bed & breakfast bezoekers (per etmaal) Functie Aantal Maximale Totale verkeersgeneratie / verkeersgeneratie eenheid (per etmaal) Bed & breakfast 5 kamers 23,1 per 10 kamers 12

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

Kenmerk : Pagina:

RV60190468.M001-1 3

Hippisch centrum Ten aanzien van het hippisch centrum (manege) wordt opgemerkt dat in de CROW publicatie kengetallen zijn opgenomen. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is derhalve aansluiting gezocht bij de gemiddelde verkeersgeneratie zoals die mag worden verwacht bij een manege. Tabel 4.3: Overzicht verkeersgeneratie hippisch centrum bezoekers en personeel (per etmaal) Functie Aantal Maximale Totale verkeersgeneratie / verkeersgeneratie eenheid (per etmaal) Hippisch centrum 72 stalplaatsen 3,0 2162

Ten aanzien van de bevoorrading (stro/voer) wordt gesteld dat dit gedurende de dagperiode plaats zal vinden middels vrachtwagens. De afvoer van mest vindt eveneens gedurende de dagperiode plaats middels een vrachtwagen of tractor. Hierbij wordt ingeschat dat maximaal 2 vrachtwagens de bedrijfsvoering bezoeken voor bevoorrading en afvoer van de mest. Normale trainingsdagen (maandag, donderdag, vrijdag en zondag) Gedurende de normale trainingsdagen kunnen de ruiters de binnenbak of buitenbak afhuren in blokken van minimaal 1 uur t/m 4 uur. De ruiters komen gemiddeld met 5 tot 10 paarden, welke worden vervoerd in maximaal 2 vrachtwagens. De openingstijden van de bakken zijn van 8.00 tot 23.00 uur. Uitgaande dat de ruiters gemiddeld 2 uur een bak afhuren, zullen gedurende een representatieve trainingsdag maximaal 16 (50 % grote/ 50 % kleine) vrachtwagens de bedrijfsvoering aandoen. Trainingsdag onder professionele begeleiding (dinsdag [indoorseizoen], woensdag [outdoorseizoen]) Gedurende deze trainingsdagen kunnen de ruiters onder begeleiding van een trainer in de binnenbak of buitenbak afhankelijk van het seizoen de training afwerken. De ruiters komen gemiddeld met 5 tot 10 paarden, welke worden vervoerd in maximaal 2 vrachtwagens. De trainingstijden van de bakken zijn van 8.00 tot 19.00 uur. Per trainingsdag kunnen maximaal 250 paarden worden bereden.

Derhalve wordt er worst case vanuit gegaan dat een representatieve professionele trainingsdag maximaal 50 (50 % grote/ 50 % kleine) vrachtwagens de bedrijfsvoering aandoen. Concoursen, wedstrijden en shows (zaterdag [sporadisch op zondag]) Indoor concoursen, wedstrijden en shows Gedurende maximaal 26 zaterdagen per jaar kunnen indoor concoursen, wedstrijden en shows in de binnenbak plaatsvinden. De (professionele) ruiters komen gemiddeld met 5 tot 10 paarden naar een wedstrijd, welke worden vervoerd in maximaal 2 vrachtwagens. Een wedstrijddag duurt normaliter van 8.00 tot 21.00 uur. Per wedstrijddag kunnen maximaal 300 verschillende paarden worden bereden. Derhalve wordt er worst case vanuit gegaan dat een representatieve wedstrijddag maximaal 60 (50 % grote/ 50 % kleine) vrachtwagens de bedrijfsvoering aandoen. Outdoor concoursen, wedstrijden en shows Gedurende maximaal 26 zaterdagen per jaar kunnen outdoor concoursen, wedstrijden en shows in de buitenbak plaatsvinden. De (professionele) ruiters komen gemiddeld met 5 tot 10 paarden naar een wedstrijd, welke worden vervoerd in maximaal 2 vrachtwagens. Een wedstrijddag duurt normaliter van 8.00 tot 18.30 uur. Per wedstrijddag kunnen maximaal 300 verschillende paarden worden bereden.

Derhalve wordt er worst case vanuit gegaan dat een representatieve wedstrijddag maximaal 60 (50 % grote/ 50 % kleine) vrachtwagens de bedrijfsvoering aandoen.

2 Bij een concoursen, wedstrijden en shows worden de verkeersbewegingen van het hippisch centrum toegeschreven aan de

bezoekers van de concoursen, wedstrijden en shows.

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

Kenmerk : Pagina:

5.

RV60190468.M001-1 4

Verkeersgeneratie plan (beoogde situatie) Op basis van gestelde uitgangspunten en de kengetallen uit de CROW publicatie is voor Hippisch Centrum Montfort de verkeersgeneratie per dag bepaald. Tabel 5.1: Overzicht verkeersgeneratie Hippisch Centrum Montfort Dag/ aantal weken per jaar Maandag (52 weken) Dinsdag (indoorseizoen-26 weken) Dinsdag (outdoorseizoen-26 weken) Woensdag (indoorseizoen-26 weken) Woensdag (outdoorseizoen-26 weken) Donderdag (52 weken) Vrijdag (52 weken)

Verkeersbewegingen [per etmaal] pw bb lv zv

Activiteiten Trainingsdag, lichte horeca, bed & breakfast Profesionele trainingsdag, lichte horeca, bed & breakfast Trainingsdag, lichte horeca, bed & breakfast Trainingsdag, lichte horeca, bed & breakfast Profesionele trainingsdag, lichte horeca, bed & breakfast Trainingsdag, lichte horeca, bed & breakfast Trainingsdag, lichte horeca, bed & breakfast

356

8

16

26

356

8

50

60

356

8

16

26

356

8

16

26

356

8

50

60

356

8

16

26

356

8

16

26

Zaterdag (in- en outdoor concoursen, wedstrijden en shows 52 weken)

Wedstrijddag, lichte horeca, bed & breakfast

356

8

60

60

Zondag (52 weken)

Trainingsdag, lichte horeca, bed & breakfast

356

8

16

26

Ten aanzien van bovenstaande tabel wordt opgemerkt dat: Pw = Personenwagens Bb = Bestelbussen Lv= Lichte vrachtwagens Zv = Zware vrachtwagens

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

Kenmerk : Pagina:

6.

RV60190468.M001-1 5

Parkeren (beoogde situatie) Voor de herontwikkeling van de locatie Waarderweg 20, wordt de parkeervraag berekend aan de hand van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ (verder te noemen CROW-publicatie). Hierbij wordt onderscheid gemaakt in navolgende situaties: • Reguliere openingsdagen. • Concoursen, wedstrijden en shows. Voor de verschillende functies binnen de gemengde bestemming is een berekening gemaakt voor het benodigd aantal parkeerplaatsen per functie. Gezien de ligging van het perceel aan de rand van de woonkern Montfort wordt uitgegaan van ‘rest bebouwde kom’3 en voor de stedelijkheidsgraad wordt uitgegaan van ‘weinig stedelijk’.

6.1. Parkeren reguliere openingsdagen Lichte horeca Ten aanzien van de lichte horeca bij het Hippisch Centrum wordt opgemerkt dat in de CROW publicatie geen kengetallen zijn opgenomen. Derhalve is aansluiting gezocht bij de kengetallen van een restaurant. Voor 100 m2 restaurant zijn 16,0 parkeerplaatsen benodigd. Op basis van deze gegevens kan het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de lichte horeca worden berekend. Tabel 6.1: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen lichte horeca Functie Oppervlakte Benodigd aantal lichte horeca parkeerplaatsen personenauto’s per 100 m2 Lichte horeca ondersteunend aan 400 m2 16 hippisch centrum

Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen personenauto’s 64

Bed & breakfast Ten aanzien van de bed & breakfast wordt opgemerkt dat in de CROW publicatie geen kengetallen zijn opgenomen. Voor het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen is derhalve aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van een 4* hotel. Tabel 6.2: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen bed & breakfast Functie Aantal Benodigd aantal parkeerplaatsen personenauto’s Bed & breakfast

5 kamers

8 per 10 kamers

Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen personenauto’s 4

3 Indien geen kentallen in de CROW publicatie beschikbaar waren voor ‘rest bebouwde kom’ is uitgegaan van de kentallen

voor ‘buitengebied’.

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

Kenmerk : Pagina:

RV60190468.M001-1 6

Hippisch centrum Ten aanzien van het hippisch centrum (manege) wordt opgemerkt dat in de CROW publicatie kengetallen zijn opgenomen. Voor het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen is derhalve aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van een manege. Tabel 6.3: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen Hippisch Centrum Functie Aantal Benodigd aantal parkeerplaatsen per box Hippisch centrum

72 stalplaatsen

0,5

Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen personenauto’s 364

Daarnaast kunnen tijdens professionele trainingsdagen de ruiters onder begeleiding van een trainer in de binnenbak of buitenbak afhankelijk van het seizoen de training afwerken. De ruiters komen gemiddeld met 5 tot 10 paarden, welke worden vervoerd in maximaal 2 vrachtwagens5. De trainingstijden van de bakken zijn van 8.00 tot 19.00 uur. Per trainingsdag kunnen maximaal 250 paarden worden bereden. Derhalve wordt er worst case vanuit gegaan dat een representatieve professionele trainingsdag maximaal 50 (50 % grote/ 50 % kleine) vrachtwagens de bedrijfsvoering aandoen. Gezien de trainingen in blokken van 1 uur tot 3 uur plaatsvinden, vinden minimaal 3 parkeerwisselingen voor de parkeerplaatsen voor de vrachtwagens plaats. Tabel 6.4: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen Hippisch Centrum Functie Aantal Aantal parkeerwisselingen Hippisch centrum Hippisch centrum

25 lichte vrachtwagens 25 zware vrachtwagens

3 3

Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen 9 9

Benodigd aantal parkeerplaatsen gehele bedrijfsvoering Hippisch Centrum Op basis van gestelde uitgangspunten en de kengetallen uit de CROW publicatie is voor Hippisch Centrum Montfort het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen per reguliere dag bepaald. Tabel 6.5: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen gehele bedrijfsvoering Hippisch Centrum Omschrijving Totaal aantal benodigde Totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen parkeerplaatsen (zie bijlage 3) Personenauto’s 104 112 lichte vrachtwagens 9 >9 zware vrachtwagens 9 >9

In bijlage 3 is op de terreinindeling indicatief het aantal beschikbare parkeerplaatsen voor de beoogde situatie (reguliere openingsdagen) weergegeven. Hieruit kan worden opgemaakt dat tijdens een reguliere dag ruim voldoende parkeerplaatsen binnen het Hippisch Centrum aanwezig zijn.

4 Bij concoursen, wedstrijden en shows wordt het benodigd aantal parkeerplaatsen gebruikt door de bezoekers van de concoursen, wedstrijden en shows. 5 Bij berekening is uitgegaan van gemiddeld 5 paarden per vrachtwagen.

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

Kenmerk : Pagina:

RV60190468.M001-1 7

6.2. Parkeren concoursen, wedstrijden en shows Lichte horeca en bed & breakfast Tijdens de concoursen, wedstrijden of shows is de parkeerbehoefte voor de lichte horeca en de bed & breakfast identiek aan de reguliere dagen. Hippisch centrum Ten aanzien van het hippisch centrum (manege) wordt opgemerkt dat in de CROW publicatie kengetallen zijn opgenomen. Voor het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen is derhalve aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van een manege. Tabel 6.6: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen Hippisch Centrum Functie Aantal Benodigd aantal parkeerplaatsen per box Hippisch centrum

72 stalplaatsen

0,5

Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen personenauto’s 366

Outdoor concoursen, wedstrijden en shows (worst case) Gedurende maximaal 26 zaterdagen per jaar kunnen outdoor concoursen, wedstrijden en shows in de buitenbak plaatsvinden. De (professionele) ruiters komen gemiddeld met 5 tot 10 paarden naar een wedstrijd, welke worden vervoerd in maximaal 2 vrachtwagens7. Een wedstrijddag duurt normaliter van 8.00 tot 18.30 uur. Per wedstrijddag kunnen maximaal 300 verschillende paarden worden bereden. Derhalve wordt er worst case vanuit gegaan dat een representatieve wedstrijddag maximaal 60 (50 % grote/ 50 % kleine) vrachtwagens de bedrijfsvoering aandoen. Gezien tijdens de concoursen, wedstrijddagen en shows normaliter in verschillende categorieën wordt gereden, zal een deel van de ruiters met paarden niet de gehele dag aanwezig zijn en na de prijsuitreiking vertrekken. Derhalve is aangehouden dat 2 parkeerwisselingen voor de parkeerplaatsen voor de vrachtwagens plaatsvinden. Tabel 6.7: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen Hippisch Centrum Functie Aantal Aantal Totaal aantal benodigde parkeerwisselingen parkeerplaatsen Hippisch centrum 30 lichte vrachtwagens 2 15 Hippisch centrum 30 zware vrachtwagens 2 15

Benodigd aantal parkeerplaatsen gehele bedrijfsvoering Hippisch Centrum Op basis van gestelde uitgangspunten en de kengetallen uit de CROW publicatie is voor Hippisch Centrum Montfort het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen bepaald tijdens een concours, wedstrijd of show. Tabel 6.8: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen gehele bedrijfsvoering Hippisch Centrum Omschrijving Totaal aantal benodigde Totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen parkeerplaatsen (zie bijlage 4) Personenauto’s 104 122 lichte vrachtwagens 15 20 zware vrachtwagens 15 20

In bijlage 4 is op de terreinindeling een indicatie van het aantal beschikbare parkeerplaatsen voor de beoogde situatie tijdens concoursen, wedstrijden en shows weergegeven. Hieruit kan worden opgemaakt dat concoursen, wedstrijden en shows voldoende parkeerplaatsen binnen het Hippisch Centrum aanwezig zijn. 6 Bij concoursen, wedstrijden en shows wordt het benodigd aantal parkeerplaatsen gebruikt door de bezoekers van de concoursen, wedstrijden en shows. 7 Bij berekening is uitgegaan van gemiddeld 5 paarden per vrachtwagen.

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

Kenmerk : Pagina:

7.

RV60190468.M001-1 8

Conclusie

7.1. Verkeersgeneratie plan Op basis van gestelde uitgangspunten en de kengetallen uit de CROW publicatie is in hoofdstuk 4 voor Hippisch Centrum Montfort de maximale verkeersgeneratie bepaald. Tabel 7.1: Overzicht verkeersgeneratie Hippisch Centrum Montfort (beoogde situatie) Verkeersbewegingen [per etmaal] Dag Activiteiten PersonenBestelLichte Zware wagens bussen vrachtwagens vrachtwagens Maximale dag Wedstrijddag, Dinsdag of woensdag / professionele zaterdag training, lichte 356 8 60 60 (in- en outdoor concoursen, horeca, bed & wedstrijden, professionele breakfast trainingen en shows) Reguliere dag Trainingsdag, Maandag, dinsdag of lichte horeca, 356 8 16 26 woensdag, donderdag, vrijdag bed & en zondag breakfast

In hoofdstuk 2 is de vergunde situatie voor het Hippisch Centrum Montfort voor wat betreft het aantal voertuigbewegingen per dag weergegeven. Tabel 7.2: Vergund aantal voertuigbewegingen per dag Omschrijving Personenauto Bestelbus Vrachtauto

Verkeersbewegingen per dag 160 10 100

Uit bovenstaande tabellen kan worden opgemaakt dat tijdens een reguliere dag in de beoogde situatie minder vrachtwagens de inrichting aandoen dan in de vergunde situatie. Tijdens de concoursen, wedstrijden, professionele trainingen en shows slechts 10 vrachtwagens meer het Hippisch Centrum bezoeken dan in de vergunde situatie.

7.2. Parkeren Benodigd aantal parkeerplaatsen gehele bedrijfsvoering Hippisch Centrum Op basis van gestelde uitgangspunten en de kengetallen uit de CROW publicatie is voor Hippisch Centrum Montfort het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen voor een maatgevende dag bepaald. In hoofdstuk 6 is het aantal benodigde parkeerplaatsen tijdens de concoursen, wedstrijden en shows vastgesteld. In onderstaande tabel is het aantal benodigde parkeerplaatsen en het aantal beschikbare parkeerplaatsen weergegeven. Tabel 7.3: Overzicht benodigd aantal parkeerplaatsen gehele bedrijfsvoering Hippisch Centrum Omschrijving Totaal aantal benodigde Totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen parkeerplaatsen (zie bijlage 4) Personenauto’s 104 122 lichte vrachtwagens 15 20 zware vrachtwagens 15 20

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

Kenmerk : Pagina:

RV60190468.M001-1 9

In bijlage 4 is op de terreinindeling indicatief het aantal beschikbare parkeerplaatsen voor de beoogde situatie tijdens concoursen, wedstrijden en shows weergegeven. Hieruit kan worden opgemaakt dat concoursen, wedstrijden en shows (worst case situatie) voldoende parkeerplaatsen binnen het Hippisch Centrum aanwezig zijn.

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

: : : :

Planverbeelding Hippisch Centrum Montfort Verkeersbewegingen vergunde situatie Terreinindeling parkeerplaatsen beoogde situatie (reguliere openingsdagen) Terreinindeling parkeerplaatsen beoogde situatie (concoursen, wedstrijden en shows)

Datum: Projectnummer :

29 april 2020 WRO-60190468

BIJLAGE 1 Planverbeelding Hippisch Centrum Montfort

+

+

+

+

+

+

+

+

+ +

+

+ +

+ +

+ + +

+ +

+ +

+

+

+

+

+

+ +

+

+

+

++

+ +

+ + + +

+

50 80

+

eventueel vergroenen

+ +

+

+

+

+

3

(niet van invloed op compensatieopgave)

12 30 65

2 +

+

52

+ +

+

+

+

+

2

2

+

+

eventueel onverhard uitvoeren

+

(niet van invloed op compensatieopgave)

+

5 +

1

+

6

6

+

+

4 +

+ +

+

+ + + + + +

+

+

+

+ +

1

+ +

+ +

+ + +

+ +

+

+

+

+

+ + +

+

Landschappelijke inpassing Waarderweg 20 - Montfort Gemeente Roerdalen +

+

+

+

+

+

+

+ +

+

+

+

+

+

+

+

Bosscheweg 107 Boxtel

datum: mei 2019

schaal: 1:1.250

www.bro.nl info@bro.nl

getekend: Ruud Tak

formaat: A3

telefoon +31 (0)411 85 04 00

tekening nr.: -

project nr.: P00687

Bijlage 2 Verkeersbewegingen vergunde situatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=aa62102c-9f0f-4833-90f1-666d82a46780