CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage toelichting Archeologisch onderzoeksrapport

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hippisch Centrum Montfort17.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAAP-RAPPORT 4251

Plangebied Waarderweg 20 te Montfort Gemeente Roerdalen Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Waarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 11-03-2020 Auteur: E.T.A. van Veldhuizen MA en M.H.P.M. Ruijters MA Projectcode: MONWA Bestandsnaam: RAAPrap_4251_MONWA_20200311 Autorisatie: M.H.P.M. Ruijters MA

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepa ssing van de adviezen.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[2]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van familie Hayen-Visser heeft RAAP in november-december 2019 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Waarderweg 20 te Montfort in de gemeente Roerdalen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieu w bestemmingsplan. Dit is nodig om de in het plangebied aanwezige manage uit te kunnen breiden. Bureauonderzoek Het plangebied bevindt zich op het hoogste en oudste Maasterras dat is gevormd in het Saalien. Op dit maasterras zijn dekzanden en rivierduinzanden afgezet in het Laat Pleistoceen en Vroeg Holoceen. De dekzanden en rivierduinzanden vormden vrij vlakke landduinen met bijhorende vlakten en laagten. In het zuidelijk deel van het plangebied bevindt zich een laagte (een uitblazingsbekken). In de zanden zijn in de loop van het Holoceen vorstvaaggronden en gooreerdgronden ontstaan. Ten noorden van het plangebied zijn veel vondsten aangetroffen. Het gaat om vuurstenen artefacten uit overwegend het mesolithicum en neolithicum, aardewerk uit de bronstijd en ijzertijd, aardewerk uit de Romeinse tijd tot en met nieuwe tijd en granaatscherven en munitie uit de Tweede Wereldoorlog. In het Vlootbeekdal, ten zuiden van het plangebied, is een Romeinse muntschat gevonden. Het noordelijk deel van het plangebied bestond al vanaf het begin van de 19e eeuw uit akkerland.

In het zuidelijk deel van het plangebied ligt een uitblazingsbekken dat in gebruik was als weiland. De toponiem Craeppoel van dit uitblazingsbekken wijst waarschijnlijk op de nattere omstandigheden in dit deel van het plangebied. Het uitblazingsbekken is in 1922 als akkerland in gebruik genomen. Het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied werden gescheiden door een weg. In het plangebied staat sinds 1951 een woonhuis en sinds 2001 een grote paar denstal. De rest van het terrein bestaat uit een gravelveld, rijbakken en weides. In de hogere delen van het plangebied worden laat-paleolithische en mesolithische kampementen verwacht die gekenmerkt worden door een vuursteenconcentratie aan het maaiveld. Nederzettingssporen en akkers uit de periode neolithicum tot en met middeleeuwen worden ook in de hogere delen verwacht. Deze worden gekenmerkt door sporen en vondsten vanaf 30 cm -mv. Uit de nieuwe tijd worden sporen en vondsten verwacht van de weg en akkers vanaf 30 cm -mv. Veldonderzoek In het noorden van het plangebied zijn oeverafzettingen aangetroffen op 27,91 en 28,11 meter boven NAP, die mogelijk aan het Maasterras uit het Saalien gekoppeld moeten worden . In het rest van het gebied komen alleen dekzanden of rivierduinzanden voor als intacte gronden. In een groot deel van het terrein zijn lichtgrijze C-horizonten aangetroffen die duiden op een natte bodem.

Daarnaast komen in het zuidelijk- en westelijk deel van het plangebied steilranden voor aan de grenzen van het plangebied, die er op duiden dat daar mogelijk diep is afgegraven. In het oosten van het plangebied komen nog intacte bodemprofielen voor met verbruiningskenmerken, wat wijst op een van oorsprong relatief vruchtbare bodem. Alleen het oostelijk deel heeft nog een archeologische verwachting voor sporen en vondsten uit de periode neolithicum tot en met middeleeuwen voor akkers en huisplaatsen en voor sporen van akkers

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[3]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

en de weg uit de nieuwe tijd. Dergelijke vindplaatsen kunnen voorkomen vanaf 40 cm -mv. Wanneer er in dit deel van het plangebied verstoringen gaan plaatsvinden, dan wordt geadviseerd om een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven. In de rest van het gebied worden op basis van de resultaten van het veldonderzoek geen vindplaatsen meer verwacht. De aangetroffen bodems zijn ofwel verstoord ofwel te nat voor bewoning, akkers en begraving.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[4]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 9 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 9

2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................... 11 2.1 Methode .............................................................................................................................................11 2.2 Aardkundige situatie ...........................................................................................................................11 2.3 Archeologische gegevens ....................................................................................................................16 2.4 Historische situatie .............................................................................................................................27 2.5 Huidige situatie ...................................................................................................................................29 2.6 Toekomstige situatie ...........................................................................................................................30 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting .......................................................................................31

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 34 3.1 Methode .............................................................................................................................................34 3.2 Resultaten ..........................................................................................................................................34

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 41 4.1 Conclusie ...........................................................................................................................................41 4.2 Advies ................................................................................................................................................43 4.3 Tot slot ...............................................................................................................................................44

Literatuur .......................................................................................................................................... 45 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 46

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[5]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van familie Hayen-Visser heeft RAAP in november-december 2019 een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Waarderweg 20 te Montfort in de gemeente Roerdalen (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan.

Figuur 1. Aanduiding plangebied in rood. Inzet: ligging in Nederland (ster).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[6]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeolo gische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Roerdalen ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting voor droge landschappen, maar ook gedeeltelijk in een zone met een lage archeologische verwachting voor droge en natte landschappen (figuur 2). Het beleid voor de zone met een hoge archeologische verwachting op droge archeologie schrijft voor dat er bij bodemingrepen 2

groter dan 1000 m en dieper dan 40 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. e

Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen -2 herziening 1

2

(vastgesteld op 21-04-2016)’ . De omvang van de bodemingrepen (verharding en bebouwing ) bedraagt 2

15.438 m . De precieze diepte van de ingrepen is nog onbekend, maar deze zijn naar verwachting dieper dan 40 cm –mv. Hiermee zijn de geplande bodemingrepen groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezi gheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de arch eologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, 4004 Opgraven (landbodems) en 4006 Specialistisch onderzoek. Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

1 2

Bestemmingsplan geraadpleegd op www.ruimtelijkeplannen.nl RvO en RT, 2019.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[7]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 2. Uitsnede van de archeologische verwachtings - en beleidskaart voor de gemeente Roerdalen. In rood de ligging van het plangebied (naar Verhoeven et al., 2010).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[8]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

familie Hayen-Visser

Bevoegde overheid

Gemeente Roerdalen

Plaats

Montfort

Gemeente

Roerdalen

Provincie

Limburg

Centrumcoördinaten (X/Y)

194843 / 349318

Toponiem

Waarderweg 20

Kadastrale gegevens

MFT02 E1121

Oppervlakte plangebied

4,2 hectare

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

November en december 2019

Uitvoerder

RAAP Zuid

Projectleider

E.T.A. van Veldhuizen

Projectmedewerkers

M.H.P.M. Ruijters MA

RAAP-projectcode

MONWA

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4754169100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Zuid te Weert

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[9]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[10]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om - op basis van verschillende bronnen - inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gema akt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie Het plangebied bevindt zich in de Roerdalslenk, een geologisch dalingsgebied tussen twee 3

opheffingsgebieden (of horsten) . In de slenk zijn oude afzettingen (o.a. Rijnafzettingen uit het midden en laat pleistoceen) diep weggezakt en afgedekt met dikke pakketten sediment. In de omgeving van het plangebied heeft de Maas een belangrijke invloed gehad op de vorm van het landschap. Door herhaaldelijk in te snijden in de afzettingen heeft de rivier verschillende terrasniveaus gevormd die nu als treden in het landschap herkenbaar zijn. Het plangebied bevindt zich op terrasniveau 1, dat door de Maas verlaten is aan het eind van het Saalien (de voorlaatste ijstijd; 4

380.000 tot 150.000 jaar geleden) . Tijdens het Saalien had de Maas een vlechtend karakter met een sterk fluctuerende afvoer en een grote sedimentlast. Deze riviersedimenten van de Formatie van Beegden (grovere zanden en grinden) vormen de diepere ondergrond in het plangebied. Kenmerkend voor de Maasterrassen in de gemeente Roerdalen is dat de rivierafzettingen vaak niet aan het oppervlak liggen, maar worden afgedekt met een laag eolische afzettingen . Deze afzettingen kunnen bestaan uit dekzand en/of rivierduinzand. Dekzand is gevormd onder periglaciale omstandigheden in het Weichselien (vanaf 115.000 jaar geleden). Als gevolg van het koude klimaat was een schaars begroeid open toendralandschap ontstaan, waarin de wind vrij spel had. Hierdoor zijn met name tijdens het Laat Pleniglaciaal grote hoeveelheden bodemmateriaal door de lucht verplaatst en in glooiende pakketten over de oudere sedimenten afgezet. Dit zogenaamde dekzand wordt gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Hoewel de Formatie van Boxtel centraal in de Roer dalslenk meer dan 30 m dik kan zijn, is het dekzand nabij de Maas meestal relatief dun en dagzomen plaatselijk de onderliggende Maasafzettingen.

3 4

Berendsen, 2011 en Verhoeven et al., 2010. Verhoeven et al., 2010.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[11]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Doordat de Maas en Roer zich telkens dieper insneden, werden de oude dalbodems verlaten. In de droogvallende, onbegroeide beddingen waren tijdens de koude Late Dryas (ca. 12.500 tot 11.500 jaar geleden) de omstandigheden optimaal voor zandverstuiving door de wind, waardoor langs de riviervlakten plaatselijk rivierduinen ontstonden. Vaak ging de verstuiving tot in h et Holoceen door, omdat in de eerste fase daarvan het klimaat ook nog droog en koel was. Deze laat-pleistocene tot vroeg-holocene rivierduinen worden gerekend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen (code: Bx4). Op de plaatsen waar het zand was weggewaaid, bleven soms diepe uitblazingsbekkens in het landschap achter; zij vormen als het ware de negatieven van de duinen (figuur 3 en figuur 4). Rivierduinen zijn in het land schap vrij makkelijk te herkennen, omdat ze grotendeels als bos in geb ruik zijn. Volgens de geologische kaart komen in het plangebied fluviatiele afzettingen voor die kleinschalig zijn afgezet door beken (code: Bx2) en rivierzandduinen (code: Bx4). Volgens de geomorfologische kaart komen in het plangebied vrij vlakke landduinen voor met bijbehorende vlakten en laagten (code: 4L54) die hoofdzakelijk ontstaan zijn door eolische processen in het Laat Pleistoceen (figuur 5).

Voor de gemeente Roerdalen wordt momenteel een nieuwe archeologische verwachtingskaart en beleidskaart gemaakt (Ellenkamp i.v.). Hiervoor is ook een gedetailleerde geomorfologische kaart gemaakt. Op deze kaart bevindt het plangebied zich gedeeltelijk op een paraboolduin (rivierduin) en terrasvlakte (niveau 1) met hierop dekzand (figuur 3). Op deze kaart lijkt ook dat in het zuidelijk deel van het plangebied zich een uitblazingsbekken heeft gevormd.

Figuur 3. Het plangebied weergegeven op een uitsnede van het AHN en de Landvormenkaart (naar www.ahn.nl en Ellenkamp, i.v.).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[12]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Het plangebied weergegeven op het AHN (naar w ww.ahn.nl).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[13]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 5. Het plangebied weergegeven op de geomorfologische kaart (naar Koomen en Maas, 2004).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[14]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 6. Het plangebied weergegeven op de bodemkaart (naar Stiboka, 1993).

In de zanden van de paraboolduin (rivierduin), terrasvlakte (niveau 1) of uitblazingsbekken hebben zich vorstvaaggronden bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (code: Zb21) en gooreerdgronden van leemarm zwak lemig fijn zand (code: pZn21) gevormd (figuur 6). In gebieden waar de bodem bewerkt is, hebben de vorstvaaggronden een 25 cm dikke humushoudende bovengrond. In bebost gebied is de humushoudende bovengrond ca. 10 cm dik. Onder de bouwvoor komt een zeer dunne bruine tot geelbruine moderpodzol-B voor. Vanaf 35 cm –mv komt de gele Chorizont voor. Gooreerdgronden bevinden zich op de overgang naar van de lager gelegen gronden naar de hogere vorstvaaggronden. Het zijn gronden waarvan de bodemvorming in een oligotroof milieu heeft plaatsgevonden, bijv. in afvoerloze laagten. Het zijn gronden met een donkere bovengrond waaronder soms een zwak ontwikkelde zeer fletse B-horizont is gevormd. Daarnaast komt er geen roest voor beginnend dieper dan 35 cm –mv.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[15]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Geologische situatie

Roerdalslenk Maasterras niveau 1

Geologische kaart (Weerts et al., 2006)

Het grootste deel van het plangebied bestaat uit beekzand en –leem van de formatie van Boxtel; laagpakket van Singraven (code: Bx2). Dit zijn fluviatiele afzettingen die kleinschalig zijn afgezet door beken. Het noordoostelijk deel van het plangebied bestaat uit rivierduinzand van de formatie van Boxtel; laagpakket van Delwijnen (code: Bx4). Dit is weggeblazen rivierzand dat in de vorm van duinen is afgezet.

Geomorfologische situatie (Koomen en Maas, 2004)

In het plangebied komen vrij vlakke landduinen voor met bijbehorende vlakten en laagten (code: 4L54) die hoofdzakelijk ontstaan zijn door eolische processen in het Laat Pleistoceen.

Ouderdom geomorfologische structuur

Laat Pleistoceen tot Vroeg Holoceen

Bodemkundige situatie

5

Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen

Het grootste deel van het plangebied bestaat uit vorstvaaggronden bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (code: Zb21). Het zuidwestelijk deel van het plangebied bestaat uit gooreerdgronden van leemarm zwak lemig fijn zand (code: pZn21). Vanaf maaiveld en mogelijk onder de rivierduinzanden

Tabel 2. Overzicht van geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken van het plangebied en de directe omgeving.

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan (Buitengebied Roerdalen – 2 e herziening; vastgesteld op 21-04-2016) 6

Dubbelbestemming ‘waarde-archeologie 5’

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart 7

Het plangebied ligt in een zone met een hoge verwachting voor droge landschappen, maar ook een lage verwachting voor droge en natte landschappen (zie figuur 2).

Gemeentelijke archeologische beleidskaart 8

Het plangebied ligt in een zone met waarde archeologie 5, met een vrijstellingsgrens voor bouwwerkzaamheden wanneer deze een omvang hebben kleiner dan 1000m 2 en ondieper dan 40 cm –mv (zie figuur 2).

In de toelichting is opgenomen dat het verboden is om te bebouwen wanneer het oppervlak van de bebouwing groter is dan 1000 m 2 en dieper is dan 40 cm –mv, wanneer geen gebruik gemaakt wordt van de bestaande fundering of het bestaand bouwoppervlak wordt uitgebreid.

Tabel 3. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

5

Stiboka, 1993. Geraadpleegd op www.ruimtelijkeplannen.nl. Verhoeven et al., 2010. 8 Verhoeven et al., 2010. 6 7

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[16]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bekende archeologische gegevens In een straal van 500 meter rondom het plangebied komen geen archeologische monumenten voor (AMK-terreinen). Aangezien er zich vele archeologische vindplaatsen binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied bevinden, is er gekozen het onderzoeksgebied te verkleinen naar een straal van 300 meter rondom het plangebied. Ten noordoosten van het plangebied op de hoger gelegen dekzandrug (of duin) zijn diverse vindplaatsen aangetroffen (zie zaakid. 3201998100; 3289081100; 3201981100; 3207862100; 3207854100; 3289098100; 3289040100; 3207870100; 3289049100; 3193533100; 3207879100; 3289008100 in figuur 7en tabel 4). Het betreft vindplaatsen die zijn gevonden tijdens diverse veldkarteringen met metaaldetector op een aspergeveld. Het aspergeveld is na het seizoen van 2008 omgefreesd, waarna het perceel is ingeplant met kersenboompjes, waardoor het veld niet meer gekarteerd kon worden. Het gaat om vuurstenen artefacten uit het mesolihticum tot neolithicum, handgevormd aardewerk uit de bronstijd tot ijzertijd, gedraaid aardewerk uit de Romeinse tijd tot nieuwe tijd en granaatscherven en munitie uit de Tweede Wereldoorlog.

Ten noorden van het plangebied bevindt zich nog een terrein (een hoger gelegen dekzandrug of duin) met vele vondstlocaties (2374883100; 3207887100; 2957679100; 3193566100; 3151461100; 3209344100; 2959533100; 2958189100; 2959314100; 3031395100; 3209336100; 3283646100; 3032456100; 3225536100; 3170626100; 3032423100; 3170950100; 3193622100; 3193452100; 2961825100; 3225455100). Het gaat hier om archeologische vondstmeldingen die gedaan zijn bij veldkarteringen op een aspergeveld en tijdens de bouwwerkzaamheden van een woonwijk. Het gaat om vuurstenen artefacten uit het mesolithicum tot neolithicum; handgevormd aardewerk uit de bronstijd tot ijzertijd, gedraaid aardewerk en andere vondsten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd en granaatscherven uit de Tweede Wereldoorlog. Tijdens een archeologisch proefsleuven onderzoek in dit gebied zijn een drietal sporen aangetroffen die niet gedateerd konden worden. Ten zuiden van het plangebied bevond zich in het lager gelegen Vlootbeekdal (waar eerder de Roer heeft gestroomd) een Romeinse muntschat. De schatvondst bestaat uit 65 zilveren munten (denarii) en 6 goudstukken (aurei) daterend van de Republiek tot Keizer Vitellius (69 na Chr.).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[17]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zaakidnr.

ligging t.o.v. het plangebied

complex

datering

materiaal

diepte

verzamelwijze

3201998100

210 meter ten noorden

niet te bepalen

mesolithicumvroege bronstijd

vuurstenen werktuigen

onbekend

nietarcheologisch: metaaldetector

nieuwe tijd vroeg- nieuwe tijd midden

koperen gesp; kogel; munt; spinklos

midden neolithicumvroege bronstijd

vuurstenen spits; afslag

maaiveld

nietarcheologisch: kartering

late bronstijdijzertijd

handgevormd aardewerk

romeinse tijd – nieuwe tijd

gedraaid aardewerk

niet te bepalen

mesolithicumbronstijd

vuurstenen spits en afslag

maaiveld

nietarcheologisch: kartering

urnenveld

ijzertijd

handgevormd aardewerk

late middeleeuwen

handgevormd aardewerk

niet te bepalen

mesolithicumbronstijd

vuurstenen spits en afslag

maaiveld

archeologisch: veldkartering

urnenveld

ijzertijd

handgevormd aardewerk

niet te bepalen

mesolithicumbronstijd

vuursteen

maaiveld

archeologisch: veldkartering

urnenveld

ijzertijd

3289081100

3201981100

3207862100

3207854100

200 meter ten noordoosten

183 meter ten noordoosten

170 meter ten noordoosten

160 meter ten noordoosten

niet te bepalen

romeinse tijdmiddeleeuwen

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

handgevormd aardewerk gedraaid aardewerk

[18]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zaakidnr.

ligging t.o.v. het plangebied

complex

datering

materiaal

diepte

verzamelwijze

3289098100

157 meter ten noordoosten

niet te bepalen

mesolithicumvroege bronstijd

vuursteen

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

late bronstijdijzertijd

3289040100

130 meter ten noordoosten

niet te bepalen

handgevormd aardewerk

romeinse tijdnieuwe tijd

gedraaid aardewerk

nieuwe tijd en WOII 9

munt, granaat

mesolithicum

vuursteen

late bronstijdijzertijd

handgevormd aardewerk

romeinse tijdnieuwe tijd

gedraaid aardewerk granaatscherven

WOII 3207870100

3289049100

136 meter ten noordoosten

114 meter ten noordoosten

niet te bepalen

niet te bepalen

mesolithicumbronstijd

vuursteen

nieuwe tijd

munt

WOII

munitie

mesolithicumneolithicum

vuursteen

bronstijdijzertijd

handgevormd aardewerk

middeleeuwennieuwe tijd

gedraaid aardewerk spinklos, slijpsteen

nieuwe tijd granaat WOII

9

W OII = Tweede W ereldoorlog

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[19]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zaakidnr.

ligging t.o.v. het plangebied

complex

datering

materiaal

diepte

verzamelwijze

3193533100

108 meter ten noordoosten

bewoning

mesolithicumneolithicum

vuursteen

maaiveld

archeologisch: veldkartering

urnenveld

ijzertijd

handgevormd aardewerk

niet te bepalen

middeleeuwen

gedraaid aardewerk

niet te bepalen

paleolithicumneolithicum

vuursteen

maaiveld

archeologisch: veldkartering

urnenveld

ijzertijd

handgevormd aardewerk

niet te bepalen

romeinse tijdvroege middeleeuwen

niet te bepalen

mesolithicumneolithicum

maaiveld

nietarcheologisch: kartering

25 cm mv

archeologisch: proefsleuven

3207879100

3289008100

108 meter ten noordoosten

104 meter ten noordoosten

late bronstijdijzertijd

glazen beker vuursteen handgevormd aardewerk gedraaid aardewerk

nieuwe tijd 2374883100

200 meter ten noorden

niet te bepalen

neolithicumnieuwe tijd

paalgat; kuil

nieuwe tijd

gedraaid aardewerk

3207887100

155 meter ten noorden

bewoning

neolihticumbronstijd

vuursteen bijl, kling, afslag

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

2957679100

185 meter ten noorden

niet te bepalen

neolithicumbronstijd

vuursteen

onbekend

bronstijd

bronzen beitel

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

nieuwe tijd

kogel en duit

mesolithicumbronstijd

vuursteen

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

3193566100

140 meter ten noorden

niet te bepalen

granaatscherven WOII

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[20]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zaakidnr.

ligging t.o.v. het plangebied

complex

datering

materiaal

diepte

verzamelwijze

3151461100

135 meter ten noorden

bewoning

mesolithicumbronstijd

vuursteen

maaiveld

archeologisch: veldkartering

mesolithicumnieuwe tijd

bot

late middeleeuwennieuwe tijd

slijpsteen

bewoning

mesolithicumbronstijd

vuursteen bijl, kling

onbekend

archeologisch: kartering en metaaldetector

niet te bepalen

bronstijdijzertijd

handgevormd aardewerk

late ijzertijd

bronzen armband

3209344100

120 meter ten noorden

late middeleeuwennieuwe tijd WOII

bronzen beslag granaatscherven

2959533100

140 meter ten noorden

bewoning

mesolithicumneolithicum

vuursteen

maaiveld

archeologisch: kartering en metaaldetector

2958189100

120 meter ten noorden

niet te bepalen

mesolithicumneolithicum

vuursteenartefacten

maaiveld

archeologisch: (veld)kartering

2959314100

150 meter ten noorden

bewoning

mesolithicumneolithicum

vuurstenen artefacten

onbekend

archeologisch: kartering en metaaldetector

niet te bepalen

late middeleeuwen

zilveren denier

bewoning

mesolithicumbronstijd

vuurstenen artefacten o.a. geslepen bijl

onbekend

archeologisch: (veld)kartering

bronstijdijzertijd

handgevormd aardewerk

ijzertijdmiddeleeuwen

slijpsteen

paleolithicumbronstijd

vuurstenen artefacten

maaiveld

archeologisch: (veld)kartering

3031395100

120 meter ten noorden

niet te bepalen

3209336100

105 meter ten noorden

niet te bepalen

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[21]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zaakidnr.

ligging t.o.v. het plangebied

complex

datering

materiaal

diepte

verzamelwijze

3283646100

90 meter ten noorden

bewoning

mesolithicumneolithicum

vuurstenen artefacten

onbekend

niet te bepalen

late bronstijdijzertijd

handgevormd aardewerk

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

romeinse tijdnieuwe tijd

gedraaid aardewerk

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

onbekend

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

onbekend

archeologisch: kartering en metaaldetector

late middeleeuwennieuwe tijd

glazen fles; koperen duit; knoop; kogel

granaatscherven WOII 3032456100

140 meter ten noorden

bewoning

mesolithicumbronstijd

vuurstenen artefacten

niet te bepalen

nieuwe tijd midden

koperen munt granaatscherven

WOII 3225536100

115 meter ten noorden

bewoning niet te bepalen

3170626100

3032423100

110 meter ten noorden

130 meter ten noorden

mesolithicumbronstijd

vuurstenen artefacten

ijzertijd

handgevormd aardewerk

late middeleeuwen

gedraaid aardewerk

nieuwe tijd midden

munt, vork, knoop, kogel, gesp

WOII

granaatsplinters

bewoning

mesolithicumbronstijd

vuurstenen artefacten

niet te bepalen

vroege middeleeuwen

handgevormd aardewerk

nieuwe tijd

kogel

WOII

granaatscherven

bewoning

mesolithicumbronstijd

vuurstenen artefacten

niet te bepalen

nieuwe tijd

slijpsteen; kogel; boekbeslag

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[22]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zaakidnr.

ligging t.o.v. het plangebied

complex

datering

materiaal

diepte

verzamelwijze

3170950100

130 meter ten noorden

bewoning

mesolithicumbronstijd

vuurstenen artefacten

onbekend

archeologisch: kartering en metaaldetector

niet te bepalen

vroege ijzertijd

handgevormd aardewerk

onbekend

bot

nieuwe tijd

munt, kogel

WOII

granaatscherven

bewoning

mesolithicumneolithicum

vuurstenen artefacten

onbekend

niet te bepalen

bronstijdromeinse tijd

handgevormd aardewerk

nietarcheologisch: kartering en metaaldetector

late middeleeuwen

gedraaid aardewerk

nieuwe tijd

muntgewicht

mesolithicumneolithicum

vuurstenen artefacten

onbekend

archeologisch: kartering en metaaldetector

nieuwe tijd

koperen munt

WOII

granaatscherven

mesolithicumneolithicum

vuurstenen afslag

onbekend

archeologisch: kartering en metaaldetector

vroeg neolithicum b

stenen hamerbijl

late middeleeuwennieuwe tijd

bronzen kledinghaak

mesolithicumbronstijd

vuurstenen artefacten

onbekend

archeologisch: kartering en metaaldetector

bronstijdijzertijd

handgevormd aardewerk

late middeleeuwennieuwe tijd

glazen vaatwerk; knoop; gesp; kogel

WOII

granaatscherven

3193622100

3193452100

130 meter ten noorden

100 meter ten noorden

bewoning niet te bepalen

2961825100

3225455100

95 meter ten noorden

70 meter ten noorden

niet te bepalen

niet te bepalen

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[23]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

zaakidnr.

ligging t.o.v. het plangebied

complex

datering

materiaal

diepte

verzamelwijze

2275633100

120 meter ten zuiden

niet te bepalen

vroeg romeinse tijd b

gouden aureus; zilveren denarius (muntschat)

0 tot 45 cm -mv

archeologisch: begeleiding

230 meter ten zuiden

niet te bepalen

laat neolithicum b

stenen polsbeschermer

onbekend

niet archeologisch: graafwerk

10

3096171100

Tabel 4. Overzicht van de bekende archeologische vindplaatsen rond het plangebied.

10

Roymans en Sprengers, 2011.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[24]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer

Ligging t.o.v. het plangebied

Resultaat/advies

2374883100 11

200 meter ten noorden

Tijdens dit proefsleuvenonderzoek is een verploegde vorstvaaggrond aangetroffen. Er zijn een mogelijke paalkuil met paalgat en twee kuilen aangetroffen. Vanwege het ontbreken van vondsten kunnen deze sporen niet gedateerd worden. Er is geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats.

2474667100 12

10 meter ten oosten

Tijdens dit archeologisch bureauonderzoek is geadviseerd om een archeologisch vervolgonderzoek uit te laten voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek aangezien er een hoge verwachting is voor archeologische resten uit de steentijd, al kunnen jongere vondplaatsen ook niet uitgesloten worden.

2238868100 13

120 meter ten zuiden

Een archeologisch bureauonderzoek waaruit blijk dat, in het deel van het onderzochte gebied nabij het huidig plangebied, er een middelhoge verwachting is voor rituele deposities, jagers-verzamelaars, afvaldumps en oude overgangen.

2275633100 14

120 meter ten zuiden

Een archeologische begeleiding waarbij een romeinse muntschat tevoorschijn kwam. De schatvondst bestaat uit 65 zilveren munten (denarii) en 6 goudstukken (aurei) daterend van de Republiek tot Keizer Vitellius (69 na Chr.). In totaal vertegenwoordigt de muntschat een waarde van 215 denarii, destijds iets minder dan het jaarsalaris van een legionair.

2259977100

120 meter ten zuiden

Dit is de melding van de archeologische begeleiding waarbij de romeinse muntschat is gevonden (zie zaakid. 2275633100)

Opmerking

Opgevolgd door het proefsleuvenonderzoek 2275633100

Tabel 5. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

11

Senica, 2012. Van Putten, 2016. Keijers, 2009. 14 Roymans en Sprengers, 2011. 12 13

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[25]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 25 november is een verzoek gedaan aan de Heemkundevereniging Roerstreek voor aanvullende gegevens. Wij hebben van hen geen reactie ontvangen.

Figuur 7. Overzichtskaart archeologische gegevens uit de directe omgeving van het plangebied.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[26]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in de het historisch gebrui k van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men v eel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaats gevonden. Op de Tranchotkaart uit 1803-1820 is duidelijk zichtbaar dat nabij het plangebied diverse hoogteverschillen aanwezig zijn (figuur 8). In het noordelijk deel van het plangebied bevindt een ak ker (T). Het zuidelijk deel is onderdeel van een uitgestrekt heidelandschap (Br). Dit heidelandschap in het plangebied wordt rond 1811-1832 ontgonnen. Het kadastrale minuutplan laat zien dat de noordelijk gelegen akker bestaat uit diverse kleinere percelen. Op de kaart uit 1922 is te zien dat niet alleen de omgeving van het plangebied zeer heuvelachtig is, maar in het plangebied zelf ook hoogteverschillen voorkomen. Het plangebied wordt vanaf 1811 doorkruist door een weg die zich op de grens tussen de noordelijke akker en zuidelijke weilanden bevindt. Deze weg is tot 1967 aanwezig in het plangebied.

Vanaf 1939 wordt Montfort steeds meer uitgebreid richting het plangebied. In 1951 wordt het woonhuis 15

gebouwd in het plangebied en in 2001 wordt de stal gebouwd . In het plangebied komen geen historische rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, MIP -objecten of overige bouwhistorische waarden voor.

15

BAG (basisregistratie Adressen en Gebouwen)

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[27]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 8. Overzicht van historische kaarten (naar https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl en www.topotijdreis.nl).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[28]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente luchtfoto’s, Google Street View, locatiebezoek en navraag bij de opdrachtgever zijn de onderstaande zaken over de huidige situatie te meld en. Huidig grondgebruik Hoogteligging maaiveld

Weiland, paardenstal/overdekte rijhal, rijbakken, woning 16

Grondwatertrap of -stand 17

27 tot 30 meter boven NAP. Het grootste deel van het plangebied heeft de grondwatertrap VIII. De gemiddeld hoogste grondwaterstand is > 140 cm –mv en de laagste grondwaterstand is >160 cm –mv. Het zuidwestelijk deel van het plangebied heeft grondwatertrap Vb. De gemiddeld hoogste grondwaterstand is 25-40 cm –mv en de gemiddeld laagste grondwaterstand is >120 cm –mv. Daarnaast kan dit deel ook periodiek overstroomd zijn.

Milieutechnische condities

De eigenaar van het plangebied heeft geen weet van de aanwezigheid van explosieven of bodemverontreiniging.

Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)

Aan de noordwestzijde van de overdekte rijhal blijkt een grote deur naar een kelder te lopen. De precieze omvang en diepte van deze kelder is onbekend. Daarnaast bevinden zich in het plangebied een woonhuis, gravelveld en verschillende niet -overdekte rijbakken. Tijdens de overname van het terrein is er grootschalig opgeruimd. In dezelfde periode is er aan de zuidzijde van het plangebied een sloot gegraven.

Locatie en diepte van kabels/leidingen 18

In het plangebied komen diverse kabels en leidingen voor. Vanuit de Waarderweg lopen rechtstreekse kabels en leidingen naar het woonhuis. Daarnaast lopen er ook vanuit de Waarderweg onder de weg aan de noordoostzijde van de overdekte rijhal di verse kabels en leidingen die naar de rijhal lopen. Ook loopt er onder dezelfde weg een laagspanningskabel langs de overdekte rijhal naar het zuidelijk deel van het plangebied richting het zuidelijk gelegen zwembad.

Tabel 6. Overzicht van de huidige situatie van het plangebied.

16

Stiboka, 1993. Stiboka, 1993. 18 Op basis van de opgevraagde KLIC gegevens; www.kadaster.nl 17

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[29]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de opdrachtgever is het volgende gebleken over de toekomstige situatie (figuur 9): Aard

Naast een aantal bouwkundige aanpassingen die passen binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan, gaat het om: 1. Het na sloop van de bestaande paardenstallen, realiseren van twee nieuwe paardenstallen. 2. Een verdichting van het bouwvlak met een extra paardenstal en een nieuwe hooiopslag, en het realiseren van een bed & breakfast met vijf kamers in de bestaande bedrijfswoning. De nieuwe hooiopslag, alsmede de bestaande rijhal, worden aan de achterzijde uitgebreid. Op het achterterrein worden 10 paddocks gerealiseerd, alsmede een stapmolen en longeercirkel. Tevens is hier ruimte voor parkeren voorzien. Aan de westzijde worden een buitenpiste, een los-rijpiste en dressuurring gerealiseerd, met daarbij een jurylokaal. Tevens is hier een paardenwei aanwezig, welke kan worden ingericht als evenementenlocatie.

Omvang en diepte

Het oppervlak van de verharding en bebouwing is 15.438 m 2 . De fundering van de bebouwing zal tussen de 80 tot 100 cm diep geplaatst worden.

Invloed op maaiveld en grondwater

Waarschijnlijk wordt er geëgaliseerd, zodat de geplande stallen gerealiseerd kunnen worden. Invloed op de grondwaterstand zal m inimaal zijn aangezien de hoge grondwatertrap (VIII).

Toekomstig gebruik

Alles omtrent paarden

Toekomstige gebruiker

Hippisch Montfort.

Tabel 7. De toekomstige situatie.

Figuur 9. Inrichtingsplan (naar RvO en RT, 2019).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[30]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze geeft inzicht in de aard en de ouderdom (inclusief omvang en uiterlijke kenmerken), (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en ouderdom Het verspreidingspatroon van archeologische vindplaatsen is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en woonomgeving. Het meest markant zijn de verschillen tussen jager-verzamelaars enerzijds en landbouwers anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager -verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones waren namelijk de meeste voedselbronnen voorhanden en was (drink)water bereikbaar. In het plangebied komen gradiëntsituaties voor. Zodoende worden vindplaatsen van jager-verzamelaars verwacht. Het betreft resten van kampementen uit het laat paleolithicum tot mesolithicum.

Deze vindplaatsen kenmerken zich door een (oppervlakkige) concentratie van vuurstenen werktuigen en afval. Landbouwers Met de introductie van de landbouw (vanaf het neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mens en. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied kenmerkt zich door twee type gronden. In het zuidelijk deel van het plangebied bevindt zich een lager gelegen (natte) uitblazingsbekken. Hier kunnen sporen aanwezig zijn van randactiviteiten, zoals greppels van akkerpercelen, van boeren vanaf he t neolithicum tot en met de middeleeuwen. In de rest van het plangebied komen droge vruchtbare vorstvaaggronden en semi droge/vruchtbare gooreerdgronden voor. Hier worden ook archeologische resten vanaf de tijd van de eerste landbouwers (vanaf het neolithicum) verwacht. Dit kunnen huisplaatsen zijn, akkers en nederzettingen. Huisplaatsen 2

hebben een gemiddelde omvang van 500-2000 m . De omvang van akkers kunnen verschillen. De vindplaatsen worden gekenmerkt door een archeologische sporenlaag (paalkui len, kuilen, greppels) inclusief vondsten. Bovendien zouden graven of grafvelden aanwezig kunnen zijn in het plangebied. De omvang van deze graven of grafvelden zijn divers.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[31]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Op basis van het historisch kaartmateriaal blijkt dat er in de nieuwe tijd een gedeelte van het plangebied bestond uit akker en een weg die het plangebied doorkruiste. Sporen hiervan zouden in principe aanwezig kunnen zijn in de ondergrond. De resten van akkers en de weg uit de nieuwe tijd kunnen bestaan uit grondsporen (greppels, verharding, karrensporen, paalgaten etc.) of vondsten. (Diepte)ligging In het plangebied liggen dekzanden uit het laat-pleistoceen direct aan het maaiveld. Het huidige maaiveld vormt zodoende al sinds het laat paleolithicum het loopvlak. Aangezien een jong afdekkend pakket ontbreekt, kunnen archeologische resten vanaf deze periode direct aan het maaiveld aanwezig zijn. Fysieke kwaliteit Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied is ontgonnen voor de landbouw. Regelmatige landbouwkundige werkzaamheden resulteren meestal in een bouwvoor met een gemiddelde dikte van 30 tot 40 cm. Eventuele archeologische resten zullen tot die diepte verstoord zijn. Met name grondsporen kunnen onder de bouwvoor nog bewaard zijn gebleven. Onder bestaande gebouwen en verhardingen zullen archeologische resten grotendeels verstoord zijn, omdat ingrepen voor funderingen en dergelijke daar vermoedelijk dieper reiken dan het verwachte archeologische niveau.

Het plangebied is dermate ontwaterd dat archeologische resten voor namelijk anorganisch van aard zullen zijn (aardewerk, steen, houtskool). Het organische materiaal zal reeds zijn vergaan. Mogelijk kan het organisch materiaal uit de nieuwe tijd nog wel bewaard zijn gebleven . Overzicht De archeologische verwachting en de verschillende deelaspecten daarvan, zoals hiervoor beschre ven, zijn samengevat in tabel 8.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[32]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Archeologische periode

Locatie in plangebied

Complextype

Paleolithicummesolithicum

Hele plangebied

kampementen

Omvang

Kenmerken

Diepte

Gaafheid

ligging divers

Vuursteenconce ntraties

Aan het maaiveld

Slechte gaafheid Alleen anorganische vondsten

Neolithicummiddeleeuwen

Droge delen in plangebied

Huisplaats

500-2000 m2

Nederzetting en akkers

Divers

Graven; grafvelden

Divers

Sporen van greppels, paalkuilen, kuilen inclusief vondsten

30 cm mv

Matige gaafheid Alleen anorganische vondsten

Verbrand bot; lijk-silhouetten en grafgiften Natte delen in plangebied

Nieuwe tijd

Hele plangebied

akkergrenzen

Weg en akker

divers

Divers

Sporen van greppels en mogelijk vondsten

30 cm mv

Sporen van greppels, verharding of karresporen met mogelijk wat vondsten

30 cm mv

Matige gaafheid Alleen anorganische vondsten Matige gaafheid Anorganisch e en mogelijk organische vondsten

Tabel 8. Samenvatting van de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[33]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van onderhavig bureauonderzoek. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 2 december 2019. Het verkennend veldonderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwacht ing getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. In het plangebied zijn 24 boringen verricht in een grid van 40 bij 50 m in zeven noordwest -zuidoost georiënteerde raaien. Ten behoeve van de optimale spreiding versprongen de boorpunten ten opzichte van de volgende raai 20 m van elkaar, waardoor een systeem van gelijkbenige driehoeken ontstond. Het boorgrid is tijdens het veldwerk aangepast, aangezien er geen boringen gezet mochten worden in de rijbakken (figuur 12). Er is geboord tot maximaal 280 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm).

De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3; zie bijlage 3) en met behulp van GPS ingemeten (locatie en hoogte). Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken).

3.2 Resultaten 3.2.1

Veldwaarnemingen

Voor aanvang van de uitvoering van het veldwerk is er met de eigenaar besproken dat er niet geboord kon worden ter locatie van de paardrijbakken. Het booronderzoek zou namelijk de plasticafscheiding doorboren welke zich tussen de oorspronkelijke bodem en de tapijtvezels bevindt. In het terrein komen diverse hoogteverschillen voor, welke nog niet allemaal op de AHN2 aanwezig zijn (figuur 4). Zo bevindt zich in het zuidelijk deel een sloot. In het zuidoostelijk deel is er vanaf de straat een geleidelijk aflopende weg gegraven naar het lagergelegen c entrale deel van het plangebied. Daarnaast lijken de weilanden in het oosten van het plangebied meer vlak getrokken (figuur 10). Ten zuiden van de overkapte rijbak ligt een groot gravelveld. De poel die nog op de AHN2 zichtbaar was , ligt nu onder het gravelveld. Ten westen van dit gravelveld loopt een gravelweg die naar de zwembadweg gaat. De paardenstal achter het huis, die nog op de AHN2 zichtbaar is, is gesloopt. Vergeleken met de omgeving is het plangebied minder reliëfrijk. Dit is vooral zichtbaar in het zuidelijken westelijk deel van het plangebied waar hoge steilranden aanwezig zijn (figuur 10).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[34]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 10. Veldwerkfoto’s. Van boven naar beneden: 1. De uitvoering van boring 16 centraal op het gravelveld. 2. De steilrand in het zuidwestelijk gebied en een groot deel van het gravelveld gefotografeerd vanaf boring 9. 3. De steilrand in het westen van het plangebied (nabij boring 20) met meer dan 2 meter hoogteverschil (gps stok van 2 meter als maatstaaf).

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[35]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

3.2.2

Geologie en bodem

Ter locatie van de niet overdekte rijbakken is de bodemopbouw en geologie onbekend. Dit geld t ook bij de overdekte paardenbak. Daarnaast bevindt zich onder het noordelijk deel van overdekte paardenbak een kelder.

3.2.3

19

De precieze omvang en diepte van de kelder is niet bekend.

Geologie

In alle boringen komen zwak siltige zanden voor met een matig fijne korrelgrootte (bijlage 3). Deze zanden worden geïnterpreteerd als rivierduinzand of dekzand . In boring 12 en 19 komt onder dit zand een sterkzandige leemlaag of sterk siltige zandlaag voor met een fijnere korrelgro otte. Deze laag is geïnterpreteerd als oeverafzetting van Maas van terrasniveau 1 (verlaten aan het eind van het Saalien). De oeverafzettingen bevinden zich tussen 27,91 en 28,11 meter boven NAP.

3.2.4

Bodem

In de dek-of rivierduinzanden heeft zich in de loop van het Holoceen een bodem ontwikkeld. Op basis van de veldwaarnemingen kan het plangebied ingedeeld worden in een gebied met een droge bodem en een gebied met een natte bodem (figuur 12). Droge bodem In het oostelijk deel van het plangebied bevindt zich een zone met (relatief) intacte en droge bodems. Deze drogere bodem is herkenbaar aan de heldere gele C-horizont.  In boringen 1 en 6 bevindt zich onder de bouwvoor van 40 cm dik een deel van de oorspronkelijke bodemopbouw. Het gaat hier om de B en BC horizont welke zich bevinden op een hoogte van 29,61 en 29,23 meter boven NAP.  In boringen 2 en 5 bevindt zich onder een 50-60 cm dikke verstoorde laag direct de C-horizont. De top van deze laag ligt op een hoogte van 29,26 en 29,01 meter boven NAP.  In boringen 3 en 4 bevindt zich onder een ophogingslaag, met een dikte van 115 en 130 cm, de oorspronkelijke moderpodzol B-horizont. De top van deze B-horizont bevindt ligt op 28,1 en 27,88 meter boven NAP. Op basis van deze bovenstaande boringen kan gezegd wo rden dat het oorspronkelijke reliëf in dit deel van het plangebied van zuid naar noord afliep. De afwisseling van intacte en minder intacte bodems is waarschijnlijk gerelateerd aan egalisatie van het terrein.

De zanden van de hogere delen (boringen 2 en 5) zijn vermoedelijk afgeschoven richting het lage terrein (boringen 3 en 4) om deze op te vullen. Op basis van boringen 3,4 en 6, met kenmerken van een banden-B of moderpodzol, kan gesteld worden dat de oorspronkelijke bodem relatief vruchtbaar was, wat een algemeen kenmerk is van rivierduinzanden. Centraal in het plangebied toont de boorraai van boring en 8, 9, 10 en 11 dat ook in dit deel van het plangebied een drogere bodem voorkomt (of zeer waarschijnlijk voorkwam). In boringen 8, 10 en 11 komt deze droge bodem (helder gele C-horizont) voor. In boring 11 bevindt zich onder een 20 cm dikke bouwvoor een intacte BC horizont (op 29,36 meter boven NAP ). Onder de 70 cm dikke ophogingslaag

19

De ingang van de kelder bevindt zich op basis van een waarneming aan de noordwestzijde van het gebouw.

RAAP-rapport 4251 / versie 11-03-2020

[36]

Plangebied W aarderweg 20 te Montfort, gemeente Roerdalen ; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

van boring 10 bevindt zich ook een intacte B horizont (28,93 meter boven NAP). Boring 8 heeft direct aan het maaiveld een onverstoorde C horizont (28,28 meter boven NAP) wat betekent dat de bovenliggende A en B horizont zijn verwijderd. Aangezien tussen boring en 10 en 8 de (droge) C horizont zich bevindt op 28,28 en rond de 28,58 meter boven NAP is het zeer aannemelijk dat de bodem bij boringen 7 en 9 is afgetopt. Aangezien hier een onverstoorde bodem (natte C) zich pas een meter lager bevindt. In het noordwestelijk deel van het plangebied komt in boring 17,18,19 en 20 ook een droge bodem voor, maar deze bodem is grotendeels verstoord of afgegraven. Boring 19 toont onder een 75 cm dik ophogingspakket nog een intacte C horizont (vanaf 28,36 meter boven NAP). De intacte C horizont in boring 20 bevindt zich direct aan het maaiveld (28,29 meter boven NAP). Naast de boorgegevens is de afgraving van de oorspronkelijke bodem ook duidelijk zichtbaar op de AHN en in het veld (zie figuur 4 en figuur 10). Natte bodem De boringen in het zuidwestelijk deel van het plangebied tonen allemaal een grijze/witte C horizont die duidt op een natte bodem. De C-horizont ligt veel lager dan in zones met de drogere bodem (gemiddeld 26,5 meter boven NAP i.p.v. 28,5 meter boven NAP). Op de kadastrale kaart van 1811-1832 heette dit deel van het plangebied Craeppoel.

Op de natte C horizont bevinden zich grotendeels bruine recente ophogingslagen. Ter hoogte van boring 16 heeft in het verleden een poel gelegen (wel ke nog aanwezig is op het AHN). Hier is de onverstoorde ondergrond pas veel dieper aangetroffen dan in de andere boringen (op 25,79 meter boven NAP). Langs de noordwestelijke en zuidwestelijke rand van het plangebied is een steilrand aanwezig (figuur 10). Minstens een deel van de steilrand is niet natuurlijk. Enkele boringen met een lichtgrijze (natte) C horizont aan de randen van het plangebied, zouden derhalve mogelijk bij de droge bodems gerekend moeten worden, en niet bij de natte bodems. Het oorspronkelijke reliëf is langs de randen van het gebied echter niet meer te reconstrueren, waardoor niet met zekerheid aan te geven is welke boring zeker van oorsprong nat was, en welke alleen sterk afgetopt is. Ten zuidwesten van boring 23 is een deel van de steilrand afgestoken om de bodemopbouw te bekijken (figuur 11). Het gaat hier om een lichtgrijze, mogelijk sterk afgetopte C horizont met daarboven verstoorde lagen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=f1b2595f-ffdd-4a20-a623-5579fd02b21a