CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4: MER Aanmeldingsnotitie

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Herkenbosserweg 2, Vlodrop - uitbreiding tuincentrum6.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Princenweg 42a 6002 AK Weert T 06 - 294 209 18 E ester@buro-ester.nl I www.buro-ester.nl

Aanmeldingsnotitie Herkenbosserweg 2, Vlodro p – uitbreiding tuincentrum Bestemmingsplan ‘ Herkenbosserweg 2, Vlodro p – uitbreiding tuincentrum’ Gemeente Roerdalen

Aanmeldingsnotitie Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum Gemeente Roerdalen

Conform Wet Milieubeheer en Besluit Milieueffectrapportage

Plangebied:

Herkenbosserweg ongenummerd, Vlodrop Kadastraal bekend als gemeente Vlodrop, sectie G, nummer 802, 803, 1753, 1754 (allen geheel) en 1766 (gedeeltelijk)

Datum:

1 december 2023

Status:

definitief

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Inleiding ..............................................................................................................................................5 1.1.

Aanleiding ........................................................................................................................................ 5

1.2.

Samenvatting ................................................................................................................................... 5

1.3.

Geldend bestemmingsplan .............................................................................................................. 5

1.4.

Leeswijzer ......................................................................................................................................... 6

Kader en procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling ..............................................................................7 2.1.

Besluit milieueffectrapportage ........................................................................................................ 7

2.2.

Procedure ......................................................................................................................................... 8

Toetsing milieugevolgen ......................................................................................................................9 3.1.

Inleiding ............................................................................................................................................ 9

3.2.

Kenmerken van het project .............................................................................................................. 9

3.2.1.

Inleiding ................................................................................................................................... 9

3.2.2.

Aard en omvang van het project ............................................................................................. 9

3.2.3.

Mogelijke cumulatie-effecten ............................................................................................... 10

3.2.4.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen ................................................................................... 10

3.2.5.

Productie van afvalstoffen .................................................................................................... 11

3.2.6.

Verontreiniging en hinder ..................................................................................................... 11

3.2.7.

Risico op ongevallen .............................................................................................................. 11

3.3.

Locatie van het project ................................................................................................................... 11

3.3.1.

Inleiding ................................................................................................................................. 11

3.3.2.

Bestaand grondgebruik ......................................................................................................... 11

3.3.3.

Kenmerken van de locatie en natuurwaarden ...................................................................... 12

3.4.

Kenmerken van het potentiële effect ............................................................................................ 12

3.4.1.

Inleiding ................................................................................................................................. 12

3.4.2.

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 12

3.4.3.

Geluid .................................................................................................................................... 13

3.4.4.

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 13

3.4.5.

Bodem ................................................................................................................................... 14

3.4.6.

Wet Natuurbescherming ....................................................................................................... 14

3.4.7.

Geur ....................................................................................................................................... 18

3.4.8.

Externe veiligheid .................................................................................................................. 18

3.4.9.

Kabels en leidingen ................................................................................................................ 20

3.4.10.

Water ..................................................................................................................................... 20

3.4.11.

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 21

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

3

4.

3.4.12.

Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 22

3.4.13.

Gebieds- en milieuzonering ................................................................................................... 24

Conclusie ........................................................................................................................................... 25

Bijlagen: 1.

Vooronderzoek bodem Herkenbosserweg 2 te Vlodrop - BodemInzicht, 12 september 2022

2.

Toelichtende memo behorende bij Aerius-berekening Herkenbosserweg 2 te Vlodrop en Aerius-berekening - NOx Advies, 12 september 2022

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

4

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding

Initiatiefnemer Tuincentrum Schmitz B.V. is voornemens om het kadastrale perceel G 802, grenzend aan de bestaande inrichting, te ontwikkelen als parkeerterrein, buitenverkoopruimte en landschappelijke inpassing. De gronden zijn nu in gebruik als agrarische productiegrond.

Afbeelding 1. Luchtfoto Herkenbosserweg ongenummerd en verdere omgeving, bestaand deel tuincentrum met stippellijn weergegeven (bron: pdok.nl)

1.2.

Samenvatting

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is deze m.e.r.- aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze notitie dient als onderbouwing voor het wijzigen van het bestemmingsplan. Met de resultaten van het onderzoek, zoals verwoord in deze notitie, wordt aangetoond dat bij het wijzigen van het bestemmingsplan geen uitgebreide m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden.

1.3.

Geldend bestemmingsplan

In het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen, 2e herziening’ van de gemeente Roerdalen zijn de te ontwikkelen gronden bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden – 1’. Deze bestemming laat de gewenste ontwikkeling van het gebied niet toe. De gemeente Roerdalen heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van het bestemmingsplan. Hiermee worden aan de gronden specifieke

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

5

bestemmingen en regels toegekend, die de gewenste bebouwing en beoogde gebruik wel mogelijk maken.

Afbeelding 3. Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ perceel G802 en directe omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk van deze aanmeldingsnotitie wordt nader ingegaan op de noodzaak tot het opstellen van een m.e.r.-beoordeling en de inhoudelijke en procedurele uitgangspunten hiervoor. Hoofdstuk 3 gaat conform de wettelijke eisen in op de plaatse en kenmerken van het voorgenomen project en de verwachtte milieueffecten. Hoofdstuk 4 bevat tot slot een korte conclusie.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

6

2.

Kader en procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling

2.1.

Besluit milieueffectrapportage

De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht geldt. De ontwikkeling kan wel beoordeeld worden als opgenomen in onderdeel D, categorie 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen, waaronder de realisatie van een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen dient de m.e.r.beoordelingsprocedure te worden doorlopen. De activiteit betreft een dergelijke ontwikkeling, maar valt onder de genoemde drempelwaarden. De realisatie is op basis hiervan op grond van de wet- en regelgeving zoals omschreven in paragraaf 1.4 m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Voor een m.e.r.-beoordeling gelden geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. Veelal wordt bij aanvragen van na 7 juli 2017, waarbij sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, een aanmeldingsnotitie opgesteld. Doel hiervan is om objectief informatie over de mogelijk relevante milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling te verzamelen. Bij een m.e.r.-beoordeling gaat het vooral om het verkrijgen van inzicht in de milieuthema’s die mogelijk de grootste impact hebben op de omgeving en om na te gaan of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de m.e.r.-beoordeling blijkt dat er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen dient alsnog een MER te worden opgesteld voor het initiatief. In de afweging geldt het uitgangspunt ‘Nee, tenzij …’.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

7

De toets van de gevolgen dient plaats te vinden aan de hand van bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectbeoordeling. Hierin worden 3 hoofdthema’s genoemd 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten': • kenmerk van het project; • plaats van het project; • kenmerken van het potentiële effect. In het volgende hoofdstuk is de beoogde ontwikkeling aan de Herkenbosserweg getoetst aan de hand van deze criteria.

2.2.

Procedure

Paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer (Wm) schrijft voor dat de degene die een activiteit wil ondernemen die is opgenomen in artikel 7.2, eerste lid, onder b en verzoekt tot het nemen van een besluit als bedoeld in het vierde lid, dit schriftelijk mededeelt aan bevoegd gezag. De aanmeldingsnotitie is hiervoor een veelgebruikt document. Na de ontvangst van de betreffende informatie (aanmeldingsnotitie), dient het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Hierin dient zij af te wegen of bij de voorbereiding van het besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die deze voor het milieu kan hebben, een MER (milieueffectrapport) is vereist. Het besluit van het bevoegd gezag dient binnen de 6 weken termijn te worden medegedeeld aan de aanvrager. Publicatie van het besluit is niet nodig. Wel dient het beoordelingsbesluit uiteindelijk bijgevoegd te worden bij de vergunningaanvraag/ stukken ten behoeve van de bestemmingsplanprocedure. Tegen het besluit op de aanmeldingsnotitie staat individueel geen bezwaar/ beroep open. Dit wordt betrokken in het overkoepelend besluit, in dit geval van het bestemmingsplan.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

8

3.

Toetsing milieugevolgen

3.1.

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt getoetst aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze aanmeldingsnotitie is opgesteld op basis van de onderzoeken die reeds zijn uitgevoerd in het kader van de planvorming.

3.2.

Kenmerken van het project

3.2.1.

Inleiding

Als eerste hoofdcriterium wordt genoemd: de kenmerken van het project. Hierbij komen naast algemene gegevens van het project, zoals de omvang en de aard van de voorgenomen activiteit ook mogelijke cumulatie-effecten met andere nabijgelegen projecten aan de orde. 3.2.2.

Aard en omvang van het project

Het perceel G802 is enkele jaren geleden aangekocht door initiatiefnemers en inmiddels is het voornemen ontstaan om dit bij de bedrijfsvoering te betrekken. Het terrein wordt ingericht als parkeerterrein en buitenverkoopruimte, beide functies in het verlengde van het aangrenzend terrein dat reeds deel uitmaakt van het tuincentrum. De voorste ca. 1.000 m2 wordt ingericht voor parkeren, waarbij de indeling van het bestaande parkeerterrein wordt voortgezet. Het betreft 4 stroken schuin parkeren met een doorgaande route en in de middenstrook enkele groenelementen. Het parkeerterrein dient ter vervanging van de noodparkeerplaats, die aan de noordzijde van het bedrijf gelegen is. Een braakliggend deel, grenzend aan het formele parkeerterrein, is hier door de tijd gaan dienen als noodoverloop op drukke dagen. Dit terrein is echter niet ingericht ten behoeve van parkeren, waardoor verkeersstromen chaotisch verlopen hetgeen de verkeersveiligheid niet bevordert. Ook ligt dit deel op aanzienlijke afstand van de entree waardoor bezoekers relatief ver moeten lopen naar en van de winkel. Door de ingebruikname van een deel van het plangebied voor parkeren wordt de verkeersveiligheid vergroot evenals het gebruiksgemak voor bezoekers.

Het westelijk deel van het plangebied, met een omvang van ongeveer 3.800 m2, wordt ingericht als buitenverkoopruimte, aansluitend bij het bestaande buitenverkoopdeel. Deze gronden worden met name benut voor uitstalling van producten, waarbij gebruik kan worden gemaakt van themavelden, kleinschalig aan het bedrijf verwant gebruik ter (kinder)vermaak en/ of educatieve objecten (te denken valt aan een kleinschalige kinderboerderij of enkele natuurlijke speelelementen). Binnen het plangebied wordt geen bouwvlak toegekend. Het oprichten van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan. Rond de parkeergelegenheid en buitenverkoopruimte wordt een robuuste groenstructuur aangelegd.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

9

Afbeelding 3. Weergave toekomstige inrichting uitbreidingsdeel plangebied

3.2.3.

Mogelijke cumulatie-effecten

Cumulatie met andere projecten is in deze situatie niet aan de orde. De ontwikkeling betreft een op zichzelf staand initiatief van de ter plaatse gevestigde ondernemer. In de omgeving is geen sprake van bekende initiatieven met significante impact op de omgeving, die in samenhang met voorliggende ontwikkeling beschouwd moeten worden. Met het oog op het initiatief kan dan ook niet gesproken worden van enige cumulatie-effecten. 3.2.4.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Om voor toekomstige generaties de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen te garanderen, is duurzaam voorraadbeheer noodzakelijk. Niet-vernieuwbare grondstofvoorraden (zoals fossiele brandstoffen en ertsen) worden niet of nauwelijks aangevuld en raken als gevolg daarvan bij voortdurende winning ooit op. Bij de realisatie van (ruimtelijke) ontwikkelingen wordt steeds meer aandacht gevraagd voor het zorgvuldig omgaan met natuurlijke hulpbronnen en grondstofvoorraden. Voorliggend initiatief heeft geen betrekking op het oprichten van nieuwe bebouwing, waardoor duurzaam bouwen niet aan de orde is. Binnen het plangebied zijn voorts geen natuurlijke hulpbronnen aanwezig die benut kunnen worden bij de realisatie en/ of exploitatie van de onbebouwde uitbreiding van het tuincentrum, behalve de ondergrond. Hiermee wordt zorgvuldig omgegaan door onder meer het bergen, hergebruiken en infiltreren van grondwater en voorkomen van vervuiling van de ondergrond.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

10

3.2.5.

Productie van afvalstoffen

Bij het beoogd gebruik van het terrein als parkeerplaats en buitenverkoopruimte is nagenoeg geen sprake van productie van afvalstoffen. Het organisch afval dat ontstaat door enige uitval van planten, wordt ter plaatse gecomposteerd of gescheiden afgevoerd. 3.2.6.

Verontreiniging en hinder

De realisatie en het gebruik van de uitbreiding van de parkeerplaats en buitenverkoopruimte vindt zodanig plaats, dat geen sprake is van verontreiniging van de bodem, het grondwater, de lucht of andere natuurlijke elementen. Ook het doen ontstaan van (onevenredige) hinder voor omliggende functies is uitgesloten. Met het oog op het initiatief zijn de diverse relevante milieuaspecten getoetst. Voor de resultaten wordt verwezen naar de volgende paragrafen in deze aanmeldingsnotitie. 3.2.7.

Risico op ongevallen

Bij de ontwikkeling is geen sprake van realisatie van een nieuwe risicobron. Wel neemt de bevolkingsdichtheid beperkt toe met de beoogde ontwikkeling. In het kader van het initiatief is het aspect ‘externe veiligheid’ beoordeeld. De toetsing is opgenomen in paragraaf 3.4.8.

3.3.

Locatie van het project

3.3.1.

Inleiding

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, dient te worden betrokken: • • •

het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied en het opnamevermogen van het natuurlijke milieu met in het bijzonder aandacht voor de beschermde gebieden.

3.3.2.

Bestaand grondgebruik

Het perceel waarop de uitbreiding beoogd is, heeft een omvang van 5.990 m2 . De gronden worden aan de oost-, zuid- en westzijde omsloten door openbare infrastructuur en aan de noordzijde ligt het bestaande deel van het tuincentrum. De gronden zijn in gebruik als agrarisch productieland. Dit agrarisch gebruik bestaat afgelopen jaren uit gras-/ hooiland, eerdere jaren heeft ook akkerbouw plaatsgevonden. Uit historische kaarten blijkt dat het agrarisch gebruik in elk geval al dateert vanaf begin 1900.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

11

De gronden zijn geheel onbebouwd en onverhard en kennen geen beplanting, behoudens voor de agrarische bedrijfsvoering. 3.3.3.

Kenmerken van de locatie en natuurwaarden

De kenmerken van de locatie komen in voorgaande paragraaf aan bod. Voor de toetsing van de natuurwaarden wordt verwezen naar paragraaf 3.4.6 aan de Wet natuurbescherming.

3.4.

Kenmerken van het potentiële effect

3.4.1.

Inleiding

In deze paragraaf worden de (mogelijke) verwachte milieueffecten van het project beoordeeld om per milieuaspect te bepalen of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor deze beoordeling worden de gebieds- en milieuonderzoeken gebruikt, die eveneens input vormen voor het nog op te stellen bestemmingsplan.

3.4.2.

Bedrijven en milieuzonering

Goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkómen van hinder en gevaar. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) kan goede ruimtelijke ordening gerealiseerd worden. Het is aan de ene kant zaak om te voorkomen dat er hinder en gevaar voor gevoelige bestemmingen ontstaat en aan de andere kant dient aan bedrijven voldoende zekerheid te worden geboden dat zij niet in hun activiteiten worden beperkt door nieuwe gevoelige functies. Om te bepalen of tussen de milieubelastende activiteiten en de gevoelige functies voldoende afstand in acht wordt genomen, wordt veelal gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie) die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. In een deel van het plangebied worden functies toegevoegd die potentieel milieu-invloed hebben op gevoelige bestemmingen in de omgeving. Binnen het plangebied worden geen gevoelige functies toegevoegd.

Uit de toets aan de richtafstanden uit de VNG-brochure blijkt dat voldaan wordt aan de aanbevolen afstanden. De beoogde ontwikkeling wordt dan ook niet belemmerd door gevoelige functies in de omgeving.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

12

3.4.3.

Geluid

Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende zoneplichtige wegen. Parkeerterreinen en (buitenverkoopruimte van) tuincentra worden door de Wet geluidhinder niet beschouwd als geluidgevoelige functies. Een toets aan het aspect ‘wegverkeerslawaai’ is dan ook niet noodzakelijk. Industrielawaai De eventuele geluidsinvloed van de nieuw te realiseren functie op de omgeving is reeds getoetst in paragraaf 4.3. Aan de, op grond van de VNG-brochure, aanbevolen afstanden wordt voldaan. Daarnaast ligt het plangebied niet in de geluidzone van een geluidgezoneerd industrieterrein op grond van de Wet geluidhinder. Een nader akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect geluid legt, zowel voor het onderdeel ‘wegverkeer’ als voor het onderdeel ‘industrielawaai’, geen beperkingen op aan de beoogde herbestemming van perceel G802 aan de Herkenbosserweg ongenummerd.

3.4.4.

Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • • • •

Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Uit de rekentool volgt dat de ontwikkeling ‘NIBM’ is. Geconcludeerd kan dan ook worden dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast is geen sprake van nieuwe gevoelige functies, waarvoor de grenswaarden van de achtergrondconcentraties getoetst dienen te worden.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

13

3.4.5.

Bodem

Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient gemotiveerd te worden dat de in het plan toegelaten bestemming/ functie passend is in relatie tot de bodemkwaliteit. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de volgens de bestemming toegestane functie(s). Door BodemInzicht is een vooronderzoek bodem uitgevoerd in het deel van het plangebied waar de uitbreiding plaatsvindt (bestemming wijzigt). De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Vooronderzoek Herkenbosserweg 2 te Vlodrop, 12 september 2022’. De rapportage is opgenomen als bijlage 1. Uit het onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie geen belemmering vormt voor de beoogde herbestemming en ontwikkeling. 3.4.6.

Wet Natuurbescherming

Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming) en de Boswet zijn opgegaan in deze ‘nieuwe’ wet. De strekking van de wet blijft gelijk: de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedsbescherming Door het Rijk zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Indien een project geen significante gevolgen heeft voor een Natura 2000gebied, dan gelden geen verdere restricties of procedurele vereisten vanuit de Wet natuurbescherming.

Natura 2000-gebieden en ook andere natuurgebieden kunnen schade ondervinden door diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. Het plangebied is gelegen tussen de Natura 2000-gebieden Meinweg (op circa 550 meter ten noordoosten van het plangebied) en Roerdal (op circa 180 meter ten zuidwesten van het plangebied).

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

14

Afbeelding 4. Plangebied en omliggende Natura2000-gebieden (bron: pdok.nl)

De effectenindicator van BIJ12 is geraadpleegd om potentiële externe effecten inzichtelijk te krijgen. De uitbreiding van een tuincentrum met parkeren en buitenverkoopruimte is niet als activiteit opgenomen in de effectenindicator. Gekozen is voor de categorie ‘bedrijventerrein’. Aangezien de ontwikkeling in het plangebied aansluit bij een bestaand tuincentrum en niet gepaard gaat met realisatie van bebouwing, dienen de effecten in het juiste licht te worden bezien. Uit de indicator blijkt dat Meinweg en Roerdal voor dezelfde storingsfactoren gevoelig zijn. Onderstaand wordt per storingsfactor afgewogen wat de potentiële invloed van het initiatief aan de Herkenbosserweg is op de Natura2000-gebieden. Storingsfactor Oppervlakteverlies

Versnippering

Verontreiniging

Verdroging

Toetsing Het voornemen aan de Herkenbosserweg ongenummerd heeft geen invloed op het areaal Natura 2000 gebied en zorgt niet voor oppervlakteverlies De uitbreiding van het tuincentrum in het plangebied veroorzaakt geen doorsnijding van het Natura 2000 gebied en heeft ook niet tot gevolg dat delen anderszins van elkaar gescheiden raken. Er is dan ook geen sprake van versnippering Het uitbreidingsdeel van het plangebied wordt in gebruik genomen als parkeerterrein en buitenverkoopruimte. Dit gebruik vindt zodanig plaats, dat geen verontreiniging ontstaat. Voor stikstof is een specifieke toets uitgevoerd, die onder deze tabel wordt omschreven. Voor overige stoffen geldt dat de afstand dermate groot is, dat invloed op dit onderwerp op voorhand is uit te sluiten Bij de realisatie worden voorzieningen getroffen, die zorgen dat infiltratie van hemelwater in de bodem blijft plaatsvinden. Er wordt

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

15

Storingsfactor

Toetsing geen grondwater onttrokken. Door de aard van het plan, de te nemen maatregelen en de afstand mag worden aangenomen dat er geen sprake is van significante invloed op het hydrologisch systeem van het Natura 2000 gebied Verstoring door geluid Uit de VNG-toets (paragraaf 4.3) blijkt dat de geluiduitstraling van het initiatief maximaal 30 meter bedraagt. Het initiatief is gelegen op respectievelijk circa 180 en 400 meter afstand en zorgt niet voor een geluiduitstraling van deze omvang. Tussen het plangebied en Natura 2000 gebied Meinweg ligt een doorgaande weg (Herkenbosserweg), die ten opzichte van het initiatief maatgevend is voor de geluidbelasting Verstoring door licht Gedurende de winterperiode wordt in het plangebied gebruik gemaakt van kunstlicht. Dit sluit aan bij het bestaande deel van het tuincentrum. De landschappelijke inpassing zorgt er voor dat de uitstraling van het kunstlicht naar de omgeving beperkt is, en er in elk geval geen sprake is van directe instraling.

Daarnaast zorgen de afstand en tussenliggende functies dat geen sprake is van significante lichthinder Verstoring door Het initiatief en toekomstig gebruik zorgen niet voor trillingen voor de trilling nabije of verdere omgeving Optische verstoring Door de afstand tussen het plangebied en de Natura 2000 gebieden, het toekomstig gebruik en de landschappelijke inpassing is er geen sprake van optische verstoring Verstoring door Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, mechanische effecten luchtwervelingen etc. die optreden ten gevolge van menselijke activiteiten. Het gaat veelal om recreatieve of militaire activiteiten in een gebied of water. Als gevolg van de ontwikkeling in het plangebied is geen sprake van mechanische effecten die de Natura 2000 gebieden Meinweg of Roerdal beïnvloeden. Door de afstand en de aard van het initiatief aan de Herkenbosserweg kunnen potentiële effecten, niet zijnde ten gevolge van stikstofdepositie, op de Natura 2000-gebieden Meinweg en Roerdal worden uitgesloten. Ten behoeve van de uitbreiding van het tuincentrum is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat sprake is van een depositie van 0,00 mol N/ha/jaar.

Geconcludeerd wordt dan ook dat de ontwikkeling van tuincentrum Schmitz aan de Herkenbosserweg 2 te Vlodrop niet leidt tot significante stikstofeffecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling is niet aan de orde. Eén en ander is uitgewerkt in de rapportage ‘Toelichtende memo behorende bij Aeriusberekening Herkenbosserweg 2 te Vlodrop. NOx Advies, 12 september 2022’, opgenomen als bijlage 2.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

16

Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Het uitbreidingsgebied bestaat in de huidige situatie uit onbebouwde agrarische gronden, in gebruik als blijvend grasland. Op de gronden zijn geen gebouwen of andere voorzieningen aanwezig. De gronden worden ten dienste van de agrarische bedrijfsvoering bewerkt (onkruidbestrijding, bemesting en maaien). Dit gebruik zorgt voor een zekere verstoring. Tevens zorgt het er voor dat geen sprake is van een geschikt permanent leefgebied voor diersoorten. Het perceel fungeert op dit moment mogelijk wel als foerageergebied of als routestructuur. Uit de provinciale natuurgegevens blijkt dat het plangebied in 2007 voor het laatst is onderzocht op planten en in 2016 broedvogels.

Bij de flora-inventarisatie zijn in en direct rond de uitbreidingslocatie geen beschermde soorten aangetroffen. Alle waarnemingen bevinden zich op enige afstand van perceel G802. Het ontbreken van kwetsbare/ beschermde soorten is in lijn met het landbouwkundig gebruik van het perceel. De aanwezige planten binnen het plangebied worden strak door de mens gereguleerd. Omdat een aantal wilde planten gezondheidsrisico’s voor landbouwdieren en paarden met zich meebrengt, is sprake van een zorgvuldig beheer van de gronden. De aanwezigheid van beschermde plantensoorten binnen het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. Bij de inventarisatie van broedvogels zijn in het plangebied geen soorten waargenomen. Op enige afstand, in het bosje ten zuiden van het plangebied is een boomkruiper geïnventariseerd en ten zuiden, op/ rond de bebouwing van het naastgelegen tuincentrum (Herkenbosserweg 4), een putter, kneu en geelgors. Voor al deze vogelsoorten geldt dat ze in hun leefgebied zoeken naar bomen, ruigten, struiken en houtwallen. Aangezien deze binnen het plangebied niet aanwezig zijn, is niet te verwachten dat de genoemde soorten zich in het plangebied zullen vestigen. De soortenindicator van BIJ12 geeft voor het plangebied als potentiële soorten de hazelworm en vogels. Hazelwormen leven voornamelijk onder vegetatie en dood hout of ze verblijven in holen in de grond.

Ze hebben een voorkeur voor enigszins vochtige, met dichte vegetatie bedekte gebieden. Het is voorstelbaar dat zich in de omgeving van het plangebied geschikte biotopen bevinden voor de hazelworm, met name (in de rand van) het bosgebied ten zuiden van het tuincentrum en uitbreidingsperceel. De uitbreidingslocatie zelf is door de eentonige vegetatie en het ontbreken van hoogteverschillen en ruigtes niet geschikt voor deze diersoort. Door de ontwikkeling verdwijnt een agrarisch graslandperceel gelegen tussen twee tuincentra. Ten zuidwesten van het plangebied zijn eveneens agrarische gronden aanwezig. Het betreft een aanzienlijk areaal, omgeven door natuur- en landschapselementen. Gezien de aard van het plangebied en van de omgeving en het ongewijzigde gebruik van de gronden in de omgeving blijft er voldoende leefruimte voor eventueel voorkomende diersoorten beschikbaar.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

17

Nu geen bebouwing aanwezig is op de uitbreidingslocatie, is er in het kader van de planontwikkeling ook geen sprake van sloop. Hiermee is uitgesloten dat nest- of rustplaatsen van gebouwbewonende soorten (zoals uilen en vleermuizen) worden verstoord of vernietigd. Tenslotte is de uitbreiding gelegen tussen twee tuincentra en aan een doorgaande verkeersas (provinciale weg). De locatie wordt dan ook voor een belangrijk deel omgeven door antropogene functies. Door dit gebruik van de omgeving, is sprake van levendigheid in het gebied en zullen alleen dier- en plantensoorten die zich in de buurt van de mens en menselijke activiteiten durven/ kunnen begeven het terrein als foerageergebied en/ of route gebruiken. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig initiatief geen negatieve effecten zal hebben op (beschermde) flora- en fauna. Uiteraard geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht, indien tijdens werkzaamheden toch soorten worden aangetroffen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit de verschillende aspecten van de Wet natuurbescherming geen belemmeringen zijn voor de uitbreiding van Tuincentrum Schmitz op perceel G802. 3.4.7.

Geur

Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. In deze wet zijn normen opgenomen die moeten worden gehanteerd bij de verlening van een milieuvergunning aan een agrarisch bedrijf waarin vee wordt gehouden. Echter ook in de omgekeerde situatie, waarbij in de omgeving van agrarische bedrijven een nieuw geurgevoelig object wordt gesitueerd of uitgebreid, dient aan de wet te worden getoetst (de zogenoemde 'omgekeerde werking'). Beoogde ontwikkeling voorziet niet in de oprichting van een nieuwe veehouderij. De (toekomstige) functies in het plangebied hebben dan ook geen (negatieve) invloed op hun omgeving voor het aspect geur. Binnen het plangebied wordt eveneens geen nieuwe geurgevoelige functie toegestaan. Vanuit de Wet geurhinder en veehouderij gelden er dan ook geen beperkingen voor de gewenste ontwikkeling. 3.4.8.

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • • • •

het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens; het gebruik van windturbines.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

18

Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voorliggend plan ziet niet op het oprichten van nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten nu geen sprake is van het oprichten van nieuwe gebouwen.

Wel kan de personendichtheid ter plaatse van perceel G 802 beperkt toenemen door de beoogde ontwikkeling. Voor de volledigheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat op een afstand van ca. 550 meter ten zuidoosten en 750 meter ten noordwesten inrichtingen met LPG tanks aanwezig zijn.

Afbeelding 5. Uitsnede kaartbeeld Veiligheidsafstanden Risicokaart Herkenbosserweg 2 en omgeving (bron: risicokaart.nl)

De afstand van het plangebied tot deze inrichtingen is dusdanig groot dat het plangebied ruimschoots buiten de invloedszones van deze activiteiten ligt. ‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

19

Voor het overige zijn er in de omgeving geen inrichtingen of transportroutes benoemd die een externe veiligheidsrisico veroorzaken. Gezien het ontbreken van risicobronnen en de aard van de ontwikkeling is een verder onderzoek naar het aspect externe veiligheid niet noodzakelijk.

3.4.9.

Kabels en leidingen

In het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ en op de risicokaart zijn in of in de omgeving van het plangebied geen kabels of leidingen opgenomen die planologische bescherming behoeven. Voor het initiatief gelden dan ook geen belemmeringen vanuit het aspect ‘kabels en leidingen’.

3.4.10.

Water

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). Beleid Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Limburg, het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014), het Nationaal Waterplan, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Water legt een ruimteclaim op het (stads)landschap waaraan voldaan moet worden. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: • vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. Hemelwater Het plan ziet niet op toevoeging van bebouwing binnen de her te bestemmen gronden. Wel wordt een deel van het terrein verhard, hetgeen eveneens invloed heeft op de infiltratiemogelijkheden voor hemelwater. Het hemelwater dat terecht komt op de bebouwing en verharding van het bestaande deel van het tuincentrum wordt reeds afgekoppeld. Ook de verharding van de uitbreiding wordt geheel

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

20

afgekoppeld en middels voorzieningen terug in de bodem geleid of hergebruikt in de bedrijfsvoering. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat het deel van de uitbreidingsruimte die wordt benut voor parkeren geheel verhard wordt en de buitenverkoopruimte voor 70%. De gronden waar landschappelijke inpassing plaatsvindt, worden uiteraard niet verhard. De toename verhard oppervlak bedraagt daarmee 1.000 + (0,7 * 3.800) = 3.660 m2. Het Waterschap Limburg heeft in haar Keur vastgelegd dat een te realiseren hemelwatervoorziening dient te worden gedimensioneerd op een extreme bui met een neerslaghoeveelheid van 100 millimeter in 24 uur, met een noodoverlaat. Voor de nieuwe verharding binnen het plangebied is dan ook een buffer- en infiltratiecapaciteit nodig van circa 36,6 m³ (3.660 m2 x 100 mm). De keuze voor de hemelwatervoorziening met ontwerp en dimensionering wordt uitgewerkt in het civieltechnisch ontwerp. Het hemelwater wordt voor een belangrijk deel hergebruikt binnen het bedrijf en voor het overige terug de bodem in gebracht. Afvalwater Binnen het uitbreidingsdeel van het plangebied is geen sprake van het ontstaan van (huishoudelijk) afvalwater. Voor het bestaande deel van het bedrijf wijzigingen de bronnen en afvoer van afvalwater niet.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het initiatief door de afkoppeling van het verhard oppervlak geen belemmeringen oplevert voor de waterhuishoudkundige situatie en dat de waterhuishoudkundige situatie ook geen belemmeringen oplevert voor de bestemmingswijziging. 3.4.11.

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: • De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; • Er dient vroeg in het proces van ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect ‘archeologie’. De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. Aan het plangebied zijn archeologische verwachtingswaardes toegekend, die in het bestemmingsplan zijn vertaald in de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie - 5’ (zuidwestelijk deel plangebied) en ‘Waarde – Archeologie - 6’ (noordoostelijk deel plangebied). Archeologisch onderzoek is op grond van deze verwachtingswaarden en dubbelbestemmingen noodzakelijk bij bodemverstoring groter dan 1.000, respectievelijk 2.500 m2 en dieper dan 40 cm. In het kader van het plan wordt geen nieuwe bebouwing gerealiseerd. Wel wordt verharding aangebracht. Hiervoor wordt de bodem tot maximaal 30 cm onder het maaiveld geroerd. ‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

21

Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. De archeologische dubbelbestemming blijft behouden ter bescherming van potentiële waarden in de verdere toekomst. Cultuurhistorie Uit de provinciale cultuurhistorische waardenkaart blijkt dat in het plangebied en directe omgeving geen bouwkundige cultuurhistorische elementen aanwezig zijn. Wel is aan de voorzijde van het perceel een cultuurhistorisch lijnelement geduid, betreffende een oude akkergrens. Deze lijn loopt evenwijdig aan de Herkenbosserweg, ook langs aangrenzende percelen. In het veld is de lijn niet meer herkenbaar. De Herkenbosserweg is aangewezen als cultuurhistorische weg, ouder dan 1806. Het verloop, de opzet of vormgeving van deze weg wordt met dit plan niet gewijzigd. Ook heeft het project geen invloed op het cultuurhistorische waarden, nu die in en om het plangebied niet aanwezig zijn. Het initiatief heeft dan ook geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in het plangebied of de omgeving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen zijn voor de bestemmings- en gebruikswijziging in het plangebied.

3.4.12.

Verkeer en parkeren

Verkeer De uitbreidingslocatie binnen het plangebied, vooralsnog bekend als Herkenbosserweg ongenummerd, wordt aan de noordzijde ontsloten door de Herkenbosserweg en aan de oostzijde door de Veeweg. De Herkenbosserweg is een doorgaande provinciale weg. Het plangebied is van en naar de regio dan ook goed ontsloten. In de toekomstige situatie wordt de inrichting van het bestaande tuincentrum binnen het plan gebied doorgetrokken in zuidelijke richting. Het nieuw te realiseren parkeerterrein wordt ontsloten via de bestaande in- en uitrit van Herkenbosserweg 2. Er worden geen nieuwe toegangen aangelegd en de bestaande mogelijkheden om het terrein G802 te betreden verdwijnen. Door de functiewijziging zal het aantal verkeersbewegingen beperkt toenemen. Voor het openbaar gebied is sprake van een beperkte toename van het gebruik van de in- en uitrit Herkenbosserweg 2. Rechtstreeks verkeer van of naar het deel van het plangebied waar de uitbreiding plaatsvindt, zal niet meer plaatsvinden. Het onverkort toepassen van de CROW-verkeerscijfers voor verkeersaantrekkende werking (en parkeren) is gezien de ontwikkeling niet passend. Deze CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ gaat voor een tuincentrum in het buitengebied uit van maximaal 18 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Bij dit aantal verkeersbewegingen is ook de buitenruimte meegenomen.

Omdat het aantal vierkante meters bvo van Tuincentrum Schmitz niet verandert, zal de extra verkeersaantrekkende werking vermoedelijk beperkt zijn. Het assortiment wordt iets verruimd en de producten worden ruimer opgezet op het terrein. Er zal sprake zijn van een beperkte toename van bezoekers, maar streven is vooral dat bezoekers door meer beleving langer blijven.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

22

In de huidige situatie bedraagt het bvo van het tuincentrum (maximaal) 8.500 m2 (incl. opslag, kantoor, laad- en losruimte en dergelijke). Uitgaande van 18 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo/ etmaal is sprake van 1.530 verkeersbewegingen per etmaal. Uitgangspunt is dat de extra verkeersaantrekkende werking vanwege de uitbreiding van de buitenruimte een toename veroorzaakt van maximaal 10% van de huidige verkeersaantrekkende werking. Dit resulteert in maximaal 153 extra lichte verkeersbewegingen per etmaal als gevolg van de uitbreiding. Door een grotere buitenverkoopruimte zullen meer producten aanwezig zijn, hetgeen mogelijk zorgt voor enkele extra (zware) vrachtwagenbewegingen. Uitgegaan wordt van maximaal 4 extra bewegingen zwaar verkeer per etmaal door leveranciers. Zowel het lichte als zware verkeer gaat op de N570 direct op in het heersende verkeersbeeld. De provinciale Herkenbosserweg is een drukke ontsluitingsweg met intensiteit van circa 6.000 lichte en middelzware motorvoertuigbewegingen per etmaal en 162 zware verkeersbewegingen, waardoor de toename van 153 extra bewegingen per etmaal en 4 bewegingen met zware motorvoertuigen per etmaal enkele procentpunten betreft van de heersende intensiteit. Gezien de inrichting van de openbare weg en het parkeerterrein van het tuincentrum zal de wijziging niet leiden tot knelpunten in de verkeerscirculatie in het openbaar gebied.

De verkeersbewegingen kunnen zonder problemen verwerkt worden op de Herkenbosserweg. Parkeren Een deel van de uitbreidingsruimte van het plangebied wordt ingericht als parkeerterrein bij het tuincentrum. Aan de voorzijde (noordzijde) van het tuincentrum is reeds een omvangrijk parkeerterrein aanwezig (ca. 190 plekken). Bij drukke dagen is de capaciteit van dit terrein echter niet altijd voldoende, en wordt ook gebruik gemaakt van een braakliggend stuk van het bedrijf tussen de bedrijfswoning, parkeerplaats en het gebouw van het tuincentrum. Met de toevoeging van het parkeerterrein binnen het plangebied wordt de parkeerdruk verlaagd en extra ruimte geboden als gevolg van de uitbreiding van de buitenverkoopruimte. Als gevolg van de uitbreiding van het tuincentrum zal het aantal verkeersbewegingen naar verwachting met maximaal 153 bewegingen per etmaal toenemen (zie bovenstaand). Dit komt overeen met 77 motovoertuigen. Aangezien klanten geen volledig dag bij het tuincentrum aanwezig zijn, is sprake van dubbelgebruik van parkeerplaatsen. De uitbreiding van het oppervlak zorgt voor circa 50 extra parkeerplaatsen. Uitgaande van gemiddeld 4 unieke voertuigen per plek per dag, wordt ruimte gecreëerd voor 200 voertuigen. Dit is ruimschoots voldoende voor de beperkte toename en biedt aanvullende capaciteit om de overloop op het braakliggend terrein te beperken.

Conclusie De herbestemming brengt geen negatieve consequenties met zich meebrengen voor de verkeerssituatie ter plaatse. Bij de ontwikkeling wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

23

3.4.13.

Gebieds- en milieuzonering

Het plangebied is onderdeel van de Roerdalslenk en aangewezen als Boringsvrije zone Roerdalslenk III. Vanwege de zorg voor het grond(water)systeem en de waterwinning is het binnen de Roerdalslenk verboden om: 1. een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei; 2. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten. Voor boringsvrije zone III, zoals van toepassing op het plangebied, geldt een diepte van 80 meter beneden maaiveld. Het initiatief zorgt niet voor verstoringen van de ondergrond en/ of aantasting van de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei. De beoogde ontwikkeling wordt dan ook niet belemmerd door de ligging in de Roerdalslenk en daarbij behorende boringsvrije zone.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

24

4.

Conclusie

Zoals weergegeven in hoofdstuk 1 en 2 dient in de m.e.r. aanmeldingsnotitie aandacht te worden besteed aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. De criteria luiden als volgt: • kenmerk van de activiteit; • plaats van de activiteit; • kenmerken van het potentiële effect (in samenhang met bovenstaande omstandigheden). Deze aspecten zijn in voorgaande hoofdstukken aan bod gekomen en hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet zal leiden tot belangrijke negatieve milieugevolgen. Op basis van deze toetsing en beoordeling wordt geconcludeerd dat de beoogde uitbreiding van het tuincentrum aan de Herkenbosserweg 2 op het perceel G802 met parkeerplaats, buitenverkoopruimte en landschappelijke inpassing, gezien de kenmerken, plaats en potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieueffecten kan veroorzaken die een volwaardige m.e.r.procedure wenselijk of noodzakelijk maken.

‘Aanmeldingsnotitie’ Herkenbosserweg 2, Vlodrop – uitbreiding tuincentrum

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=af8a0169-7c74-4acf-abdb-613cf00ef9ce