CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3C Toelichting met bijlagen BP Huysbongerdweg 4

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Huysbongerdweg 4 Montfort23.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan ‘Woningbouwontwikkeling Huysbongerdweg te Montfort’ Gemeente Roerdalen Vastgesteld

Bestemmingsplan ‘Woningbouwontwikkeling Huysbongerdweg 4 te Montfort’ Gemeente Roerdalen Vastgesteld

Rapportnummer:

P05694

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.1669.BPMFT2022HUYSBNWG4-VG01

Datum:

maart 2024

Opdrachtgever:

Particulier

Projectteam BRO:

HLe, DEe, JEn

Concept:

September 2022

Ontwerp:

27 juni 2023, 15 augustus 2023, december 2023

Vaststelling:

30 mei 2024

Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan ten behoeve van 4 levensloopbestendige woningen aan de Huysbongerdweg 4 te Montfort

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

TOELICHTING

2

Inhoudsopgave 1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 5 5 6

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige ontwikkeling 2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten

6 7 8 9

3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

11 11

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) 3.1.5 Wet milieubeheer 3.2 Provinciaal beleid

11 12 13 13 14 14

3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 14 3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022) 16 3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 20 3.3 Regionaal beleid 21 3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 3.4 Gemeentelijk beleid

21 22

3.4.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 3.4.2 Beleidsregel Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022)

22 24

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Bodem

26 26

4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Onderzoek 4.1.3 Conclusie 4.2 Geluid

26 26 27 27

4.2.1 Algemeen

27

Inhoudsopgave

1

4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit

28 29 29

4.3.1 Algemeen 4.3.2 Toetsing 4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering

29 30 31 31

4.4.1 Algemeen 4.4.2 Toetsing 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur agrarisch

31 32 33 33

4.5.1 Algemeen 4.5.2 Toetsing en conclusie 4.6 Kabels en leidingen 4.7 Externe veiligheid

33 34 34 34

4.7.1 Algemeen 4.7.2 Toetsing 4.7.3 Conclusie 4.8 Ecologie

34 35 36 37

4.8.1 Algemeen 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Verkeer en parkeren

37 39 41 42

4.9.1 Verkeer 4.9.2 Parkeren 4.9.3 Conclusie 4.10 Water

42 42 42 42

4.10.1 Algemeen 4.10.2 Kenmerken van het watersysteem 4.10.2 Conclusie 4.11 Archeologie en cultuurhistorie

42 43 43 44

4.11.1 Archeologie 4.11.2 Conclusie 4.11.3 Cultuurhistorie 4.11.4 Conclusie 4.12 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling

44 44 44 45 45

4.12.1 Conclusie

46

5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de regels

Inhoudsopgave

47 47 47 47

2

5.3.1 Inleidende regels 5.3.2 Bestemmingsregels 5.3.3 Algemene regels

48 48 49

6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

51 51

6.1.1 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

51 51

7.Procedure

53

Separate bijlagen Bijlage 1: Bodemonderzoek Bijlage 2: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 3: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4: AERIUS-berekening stikstof Bijlage 5: Quickscan flora en fauna Bijlage 6: Vervolgonderzoek huismus en vleermuis

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Het voornemen bestaat om aan de Huysbongerdweg 4 te Montfort een viertal levensloopbestendige woningen te realiseren. De huidige bebouwing is gedateerd en niet meer courant. Het betreft een oude (boerderij)woning uit het jaar 1910 met bijgebouw en kippenschuur. Het planvoornemen bestaat om de boerderij met bijgebouw(en) volledig te slopen en hiervoor in de plaats vier levensloopbestendige woningen te plaatsen. Het betreffen vier (half)vrijstaande levensloopbestendige woningen met elk een eigen tuin en een eigen inrit/parkeerplaats op eigen terrein. De Huysbongerdweg is een belangrijke hoofdweg waarover het verkeer afkomstig van de kern van Montfort wordt ontsloten. De weg verbindt de dorpen Montfort en Sint-Joost met elkaar.

Figuur 1. Uitsnede topografische kaart globale ligging plangebied bij rode pijl

Op 16 maart 2022 is er een principeverzoek ingediend bij de gemeente Roerdalen. Op 10 mei 2022 heeft de gemeente Roerdalen onder voorwaarden haar principeakkoord gegeven op het planvoornemen.

Hoofdstuk 1

4

1.2 Plangebied Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Montfort, sectie E, nr. 742 en heeft een oppervlakte van circa 1.575 m2. Het plangebied is gelegen in de kern van Montfort, nabij het centrum. Op dit moment is ter plaatse een woonboerderij gelegen en een tweetal bijgebouwen die in een slechte staat verkeren. Het plangebied is voor één derde deel bebouwd en verhard. De rest van het plangebied is onbebouwd.

Figuur 2. Uitsnede luchtfoto ligging plangebied blauw omlijnd

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is gelegen in de bestemmingsplannen ‘Kernen Roerdalen’, vastgesteld op 11 december 2014, en ‘1e herziening Kernen Roerdalen’, vastgesteld op 17 juni 2016. Het perceel heeft de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Daarnaast geldt op de planlocatie de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ en is de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – Roerdalslenk II’ binnen het gehele plangebied van toepassing. Op het perceel is een bouwvlak gelegen waarbinnen één vrijstaande woning is toegestaan met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 en 6 meter. Het aantal woningen dat is toegestaan is gebaseerd op het aantal woningen dat op het tijdstip van de eerste dag van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan reeds aanwezig waren. Het aantal beoogde woningen (4) overschrijdt het maximaal aantal toegestane woningen (1). Ook vallen de woningen buiten het bouwvlak. Het initiatief is hiermee in strijd met de regels in het vigerende bestemmingsplan.

Hoofdstuk 1

5

Figuur 3 Uitsnede bestemmingsplan ‘Kernen Roerdalen’ met ligging plangebied (rood omlijnd)

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In hoofdstuk 6 komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. In het laatste hoofdstuk wordt de procedure toegelicht.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Bestaande situatie Het plangebied is gelegen ter hoogte van de Huysbongerdweg 4 te Montfort. Het plangebied is gelegen in het centrum van Montfort in de gemeente Roerdalen. Het plangebied ligt op de hoek van de Rozendaalseheide en de Huysbongerdweg. Verder wordt het plangebied omringd door een menging van functies waaronder een aantal bedrijfsbestemmingen, een horecabestemming en woonbestemmingen. Aan de overzijde van de straat is een (onbemand) tankstation gelegen.

Figuur 4. Luchtfoto ligging bestemmingsplan aangegeven met rode marker

Binnen het plangebied staat een woonboerderij. Eveneens staan er twee bijgebouwen. Dit betreft een schuur en een kippenhok. De woonboerderij uit 1910 en de bijgebouwen die momenteel op het perceel zijn gelegen, zijn in een slechte staat en niet meer courant. Het buitenterrein rondom de woning is verhard. Het overige buitenterrein bestaat uit grasland waarop een aantal ruigtekruiden voorkomen. Het pand wordt momenteel niet meer bewoond en het staat dan ook leeg.

Hoofdstuk 2

7

Figuur 5. Foto's huidige situatie

2.2 Toekomstige ontwikkeling Het voornemen bestaat om in het plangebied een viertal levensloopbestendige woningen te realiseren. De huidige bebouwing is gedateerd en niet meer courant. Het planvoornemen bestaat om de boerderij met bijgebouw(en) volledig te slopen en hiervoor in de plaats vier levensloopbestendige woningen te realiseren. Beoogd zijn vier (half)vrijstaande levensloopbestendige woningen met elk een eigen tuin en een eigen inrit/parkeerplaats op eigen terrein. Momenteel stagneert de doorstroom van de huidige woningvoorraad in Limburg doordat ouderen vaak langer thuis moeten blijven wonen en starters dientengevolge geen mogelijkheid hebben om de woningmarkt te betreden. Met het onderhavige initiatief worden vier levensloopbestendige woningen gerealiseerd welke voorzien in de lokale woonbehoefte. Hierbij dient gedacht te worden aan betaalbare starterswoningen of woningen voor ouderen. Op die manier kan de doorstroom worden gegarandeerd en draagt dit initiatief bij aan een gezondere woningmarkt.

Hoofdstuk 2

8

2.3 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten Het voornemen bestaat om aan de Huysbongerdweg te Montfort 4 levensloopbestendige woningen te realiseren. Om ervoor te zorgen dat de nieuwe inpassing passend is binnen de stedenbouwkundige structuur van het dorp is een stedenbouwkundig advies opgesteld met kaders voor de ontwikkeling. In het advies wordt gekeken naar cultuurhistorie, de ruimtelijke opbouw, uitstraling en de aanwezige hoogteverschillen. Respect voor de historie De voormalige boerderij was een van de eerste gebouwen aan de andere kant van het beekdal in Montfort en daarmee onderdeel van de ontstaansgeschiedenis van het gehucht Aan de Berg. De boerderij was gepositioneerd aan een viersprong waarmee de oriëntatie van het bouwvolume kan worden verklaard. Gezien de slechte staat van de boerderij bestaat het voornemen om het gebouw te slopen. Desondanks dient deze plek met respect voor het verleden te worden behandeld. Door de juiste inpassing kan de hoek van het perceel, waar nu de boerderij is gelegen, een positieve invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de directe omgeving. Daarnaast dienen de nieuwe bouwvolumes in ruimtelijke opbouw en uitstraling op een moderne manier te worden gerefereerd aan de typische vormentaal van de boerderij.

Aansluiten op bestaande ruimtelijke opbouw Bij de inpassing van de levensloopbestendige woningen dient er aangesloten te worden op de bestaande ruimtelijke opbouw van het dorp. Hierbij worden de Huysbongerdweg en de Rozendaalseheide begeleid, waarbij de bebouwing aan de Huysbongerdweg niet de weg volgt maar in richting aansluit bij de naastgelegen bebouwing. Door deze opzet ontstaat achter de woningen ruimte voor de individuele tuinen. Aandacht voor hoogteverschillen Om het stedenbouwkundig plan goed te laten landen op de plek, dienen de aanwezige hoogteverschillen goed in kaart te worden gebracht en te worden ingepast in het plan. Door de stijging van de Rozendaalseheide ontstaat er een hoogteverschil van ongeveer 1,6 meter tussen straatniveau en plangebied. Voor levensloopbestendige woningen zijn hoogteverschillen niet wenselijk, dus voor een aangename woonkwaliteit dient dit hoogteverschil zorgvuldig te worden meegenomen in het ontwerp. Bij een goede inpassing en voorbereiding hoeft dit geen probleem te zijn voor de ontwikkeling. De kaders zijn vertaald in randvoorwaardenkaart en een richtinggevende stedenbouwkundige inpassing. Deze 2 kaarten samen bieden voldoende houvast om te komen tot een stedenbouwkundig wenselijke inpassing.

Hoofdstuk 2

9

Figuur 6 Randvoorwaardenkaart

Figuur 7 Richtinggevende stedenbouwkundige inpassing

Hoofdstuk 2

10

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.

Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving;

Hoofdstuk 3

11

9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn.

De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam, de uitoefening van defensietaken, veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte).

Afweging Op dit bestemmingsplan werken geen van de genoemde rijksbelangen rechtstreeks door. In het plangebied is verder ook geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het plan is dan ook in lijn met het Barro.

Hoofdstuk 3

12

3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en NNN-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Afweging Op dit bestemmingsplan zijn geen belangen uit de Rarro van toepassing. 3.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.

Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.

Afweging Door de omvang van de uitbreiding (toevoeging 3 woningen) is er geen sprake van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een Ladderonderbouwing dan ook niet vereist.

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

13

3.1.5 Wet milieubeheer In artikel 7.2, lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur de activiteiten worden aangewezen: a) die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu; b) ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In het Besluit milieueffectrapportage zijn in artikel 2, lid 1 als activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus de verplichting geldt om een milieueffectrapportage op te stellen), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In lid 2 van hetzelfde artikel zijn als activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en waarvoor op grond van de Wet milieubeheer dus een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt), aangewezen de activiteiten die behoren tot een in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit genoemde categorie. In artikel 2, lid 5, aanhef en onder b.

van het Besluit milieueffectrapportage, is vastgelegd dat de m.e.r.-beoordelingsplicht ook geldt voor plannen die weliswaar vallen onder een van de in onderdeel D genoemde activiteiten maar waarbij het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in onderdeel D, indien: 'op grond van selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben'. Afweging De afweging met betrekking tot de m.e.r.-(beoordelings)plichtigheid van dit bestemmingsplan, is opgenomen in paragraaf 4.12.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014).

Hoofdstuk 3

14

Daarnaast is een nieuwe omgevingsverordening vastgesteld om het beleid juridisch te verankeren (zie paragraaf 3.2.3). Deze nieuwe omgevingsverordening treedt in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening uit 2014 van kracht (zie paragraaf 3.2.2). Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het land lijkals in het bebouwde gebied;  Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.

Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen:  Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;  Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en nietcourante bestaande woningvoorraad.

Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe

Hoofdstuk 3

15

alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Limburgse principes De Provincie Limburg kiest bij (nieuwe) ontwikkelingen voor maatwerk, waarbij rekening wordt gehouden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Dit gebeurt op basis van onderstaande Limburgse principes:  Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving  De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal  Meer stad, meer land  Zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds Afweging Onderhavig plan voorziet in levensloopbestendige woningen binnen bebouwd gebied (landelijke kern). Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. De leefbaarheid en vitaliteit van de kernen in het landelijk gebied is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties). De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten.

Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. Met deze ontwikkeling is er sprake van herstructurering in de landelijke kern Montfort. Een verouderde boerderij wordt gesloopt en daarvoor komen in de plaats duurzame (gasloze) en levensloopbestendige woningen in bestaand bebouwd gebied. Hiermee wordt bijgedragen aan verduurzaming van de woningvoorraad en het meer klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. De ontwikkeling past daarnaast binnen de woningbouwbehoefte, zoals besproken in de ladder voor duurzame verstedelijking (zie ook paragraaf 3.1.4). Onderhavige woningbouwontwikkeling past dan ook binnen de uitgangspunten van de Provinciale Omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsverordening Limburg 2014 (geconsolideerde versie van 16 december 2022)

De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid uit het voormalige Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) juridische binding te geven. Het POL2014 is inmiddels komen te vervallen, maar de in 2014 vastgestelde omgevingsverordening blijft van kracht totdat een nieuwe omgevingsverordening op grond van de nieuwe POVI in werking treedt.

Hoofdstuk 3

16

Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet, en daarmee ook de inwerkingtreding van een nieuwe omgevingsverordening, zijn een tweetal wijzigingsverordeningen in procedure gebracht. 1. Wijzigingsverordening voor de onderwerpen: wonen, huisvesting internationale werknemers, naijlende effecten steenkoolwinning en zonne-energie (vastgesteld op 30 september 2022), en 2. Wijzigingsverordening voor de onderwerpen: vestigingsmogelijkheden bedrijven, kleinschalige veehouderij-initiatieven, beschermingsgebied Einstein Telescope en klimaatadaptatie (vastgesteld op 16 december 2022). Beide wijzigingsverordeningen zijn verwerkt in de geconsolideerde versie van 16 december 2022 en maken onderdeel uit van de Omgevingsverordening 2014. Hierna worden de van toepassing zijnde onderwerpen uit de omgevingsverordening toegelicht en toegepast op onderhavige planontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking In de omgevingsverordening is een verwijzing opgenomen naar de Ladder voor duurzame verstedelijking en hierbij is in artikel 2.2.2 van de verordening het navolgende bepaald: 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2.

Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Afweging Uit paragraaf 3.1.4 volgt dat in dit geval geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, omdat slechts sprake is van de realisatie van 4 levensloopbestendige woningen. Een laddertoets is dan ook niet verplicht. Er is sprake van herstructurering waarbij een verouderde boerderij wordt gesloopt en de locatie gereed wordt gemaakt voor de bouw van 4 grondgebonden woningen. Artikel 2.4.2 Bestuursafspraken wonen In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) zijn, na een proces van co-creatie, eind 2014 de hoofdlijnen voor de ambities, opgaven, rolopvatting en aanpak vastgesteld door Provinciale Staten. Samen met stakeholders hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Het gaat om 8 thema's: wonen, detailhandel, bedrijventerreinen, kantoren, energie, land- en tuinbouw, vrijetijdseconomie en Nationaal Landschap Zuid-Limburg.

De bestuursafspraken maken onderdeel uit van het samenwerkingsmodel gemeenten – provincie dat de afgelopen jaren op het gebied van omgevingsbeleid is gegroeid. Het POL2014 schetst de ambities, opgaven, aanpak op hoofdlijnen en principes. Het is in co-creatie met de gemeenten tot stand gekomen. De gemeenten nemen vervolgens het stokje over en stellen regionale uitwerkingen op in de vorm van structuurvisies, visies of anderszins. De provincie is partner in die regioprocessen en faciliteert deze. Vanuit de regierol ziet de provincie toe op de samenhang tussen de aanpak per regio en die in aangrenzende gebieden.

Hoofdstuk 3

17

Meer specifiek ten aanzien van het thema wonen hebben de bestuursafspraken geresulteerd in de vaststelling van een drietal woonvisies voor respectievelijk Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De gemeente Roerdalen maakt onderdeel uit van de regio Midden-Limburg en binnen deze regio is de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021’ vastgesteld. In artikel 2.4.2 is een instructieregel opgenomen voor de nieuwe planvoorraad wonen. Hierin is het volgende opgenomen: De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het ruimtelijk plan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. e.

realisatie van de woningen beoogd is binnen vijf jaar na vaststelling van het ruimtelijk plan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Afweging Voor de onderhavige ontwikkeling is het volgende van toepassing: a. Er is rekening gehouden met de Limburgse principes, algemene zonering en de uitgangspunten met betrekking tot wonen en leefomgeving (zie ook paragraaf 3.2.1). b. De woningen passen binnen de uitgangspunten van de regionale ‘Structuurvisie Wonen MiddenLimburg’. c. Er is overeenstemming binnen de regio omtrent de woningen. d. Het ruimtelijk plan wordt opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring. e. Woningbouw is voorzien binnen 5 jaar. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee onbenutte bouwtitels voor het toevoegen van woningen in het bestemmingsplan verwijderd of gewijzigd kunnen worden. Hiermee is geborgd dat na 5 jaar nog sprake is van slapende bouwtitels. Klimaatadaptatie In artikel 2.19.1 is het volgende opgenomen: 1. De toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van: a. de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s en gevolgen van klimaatverandering; en b.

de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico’s en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende risico’s betrokken: a. wateroverlast;

Hoofdstuk 3

18

b. overstroming; c. droogte. 4. Bij de beschrijving wordt gebruik gemaakt van de informatie van gemeentelijke, regionale en landelijke stresstest- en overstromingskaarten. Afweging Het plan bevindt zich reeds binnen de stedelijke contouren waardoor het niet significant zal bijdragen aan droogte in het gebied. Daarnaast zal het hemelwater worden geïnfiltreerd waardoor omringende woningen, en de woningen zelf, geen toename aan wateroverlast zullen ervaren. Tevens bevindt het plangebied zich op ruime afstand van beken en waterwegen. De kans op overstroming binnen het plangebied valt daardoor binnen de overstromingsnorm van het Waterschap en het plan voldoet dan ook aan de voorschriften van de geconsolideerde Omgevingsverordening. Beschermingsgebieden Milieubeschermingsgebieden Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied zich begeeft binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II. Het is in de boringsvrije zone Roerdalslenk II verboden om een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren, dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklei. Daarnaast is het verboden om werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de Bovenste Brunssumklei kunnen aantasten.

Tot slot moet het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Roerdalslenk dieper dan 30 meter (in zone II) tot aan de Bovenste Brunssumklei vier weken tevoren schriftelijk gemeld worden aan gedeputeerde staten. Afweging Binnen onderhavig voornemen zijn geen grondboringen dieper dan 30 meter voorzien. De ligging binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk II vormt derhalve geen belemmering. Beschermingszones natuur en landschap Het plangebied is niet gelegen in of in de directe nabijheid van een natuur of landschapszone. Het dichtstbij gelegen Natuur Netwerk Nederland (goudgroene natuurzone) ligt op een afstand van ruim 90 meter ten noordoosten van het plangebied. De onderhavige ontwikkeling heeft geen invloed op deze zone. Afweging Er zijn op dit onderdeel geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling. Conclusie Er zijn geen rechtstreeks doorwerkende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Hoofdstuk 3

19

3.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Provinciale Staten hebben op 17 december 2021 de Omgevingsverordening Limburg 2021 vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op het moment dat ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier onder andere om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Deze onderwerpen zijn overigens inmiddels ook vastgelegd in de huidige Omgevingsverordening Limburg 2014 middels een tweetal in procedure gebrachte wijzigingsverordeningen. Afweging Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied binnen het gebied ‘Landelijke kernen’ en meer specifiek binnen de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen.

Uitsnede kaart ‘Wonen, Werken en recreëren' Omgevingsverordening Limburg 2021 (plangebied rood omlijnd)

Voor wat betreft de voor deze ontwikkeling relevante onderwerpen en beschermingsgebieden wordt verwezen naar de nadere toelichting bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 (paragraaf 3.2.2). De Omgevingsverordening Limburg 2021 brengt geen andere relevante onderwerpen aan de orde die hier nader besproken moeten worden.

Hoofdstuk 3

20

De onderhavige ontwikkeling is dan ook in lijn met de Omgevingsverordening Limburg 2021.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025 Op 14 juli 2022 is door de gemeenteraad van Roerdalen de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025’ vastgesteld. De samenwerkende gemeenten in Midden-Limburg (Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert) hebben middels de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025’ de nota ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021’ uit 2019 geactualiseerd. In de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022 tot en met 2025 leggen de gemeenteraden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting vast op het gebied van wonen. Uitgangspunt is dat MiddenLimburg het verbindend hart is van Limburg, waar wonen aantrekkelijk is. De kwaliteit van de leefomgeving en daarmee van het wonen is hoog. Toch zijn er op het gebied van wonen, zeker gezien de huidige woningmarkt, uitdagingen: het (laten) bouwen van voldoende woningen voor de juiste doelgroepen. De structuurvisie legt de nadruk op het tegemoet komen aan de groeiende woningbehoefte met kwalitatief het juiste aanbod. Maar ook de bestaande woningen moeten duurzamer en levensloopbestendiger worden. In deze Structuurvisie wordt ruimte gemaakt om de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment te kunnen realiseren. De ambitie, zoals opgenomen in de Structuurvisie, is hoog.

Daarnaast is er aandacht voor transformatie en herstructurering. Doel is het op peil houden van de leefbaarheid in steden en dorpen en een thuis te kunnen bieden aan (toekomstige) inwoners. Roerdalen Roerdalen kent momenteel een krapte op de woningmarkt. De werkelijke groei van het aandeel huishoudens overtreft de verwachte groei op basis van eerdere prognoses. Uit de prognose van Etil 2021 blijkt dat de top van het aantal huishouden in Roerdalen wordt verwacht in 2025. Tot die tijd vertoont het aantal huishoudens een stijgende lijn. In Roerdalen is de bouwproductie stevig, zo zijn er in 2018 bruto 64 woningen gerealiseerd (gereed gemeld), in 2019 en 2020 waren dit 75 respectievelijk 79 woningen. De ambitie is om jaarlijks 75-100 woningen te realiseren, waarbij de ingezette koers om te bouwen naar behoefte wordt gecontinueerd. Binnen de algemene kaders van deze Structuurvisie blijft er ruimte voor lokaal woonbeleid. Concreet betekent dit het volgende: 1. Het voortzetten van regulier woonbeleid. Realiseren van woningbouwplannen uit de planvoorraadlijst, passend bij de woningbehoefte zoals die o.a. op basis van de resultaten van het Woningmarktonderzoek Midden-Limburg is vastgesteld.

Het bestaand lokaal woonbeleid zoals de lokale “Beleidsregel compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2019)” met de daaraan gekoppelde afwegingscriteria of de “Verordening Starterslening gemeente Roerdalen 2021” blijft onverminderd van kracht. 2. Het koppelen van wonen en zorg. Ambitie is om de koppeling tussen zorg en wonen te versterken. Dit doet Roerdalen door samen te werken met woon- en zorgpartners.

Hoofdstuk 3

21

3. Woningbouw aanvullend op de, volgens de huishoudensprognose, benodigde aantallen. Hierbij wordt vooral ingezet op herstructurering- en transformatieprojecten. De mogelijkheden van aanvullende woningbouw zijn mede afhankelijk van de behoefte. (Ook voor deze aanvullende woningbouw geldt het lokaal woonbeleid, zoals vermeld onder 1). 4. Samenwerken met de woningcorporatie. Roerdalen maakt ieder jaar afspraken met Wonen Limburg en de huurderbelangenvereniging over thema’s als beschikbaarheid, betaalbaarheid, duurzaamheid, zorg, bijzondere doelgroepen (woonwagenbewoners, statushouders etc.) en leefbaarheid. 5. Innovatieve projecten. Verkennen van mogelijkheden voor innovatie projecten zoals ecologische wonen, tiny housing, tijdelijke woningen en alternatieve woonconcepten door en voor eigen inwoners. 6. Verduurzaming en klimaatadaptatie. De komende jaren staan in het teken van het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en de duurzame, groenere en klimaat adaptieve woonomgeving (in combinatie met de resultaten uit de stresstest). Afweging In de onderhavige situatie worden vier levensloopbestendige woningen gerealiseerd en de verouderde woonboerderij binnen het plangebied wordt gesloopt. Netto worden dan ook slechts drie woningen

Tabel 1: Aan te houden groei / kwantitatieve woningbehoefte (Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025’ )

Echt-Susteren Leudal Maasgouw Nederweert Roerdalen Roermond Weert Midden-Limburg

Afspraak 1: Aan te houden groei van 2021 tot top huishoudens (Etil 2021) 339 870 168 453 68 3.244 1.236 5.387

Top in jaar (Etil 2021)

2.029 2.032 2.206 2.036 2.025 2.038 2.038 2.034

Afspraak 2: Aan te houden groei van 2021 tot en met 2025 (Etil 2021) 295 603 168 265 67 1.432 628 3.459

Ambitie jaarlijks te realiseren aantal woningen 2021 tot en met 2025 100-125 125-150 75-100 75-100 75-100 325-350 200-225 975-1.150

Planvoorraad 1-1-2021

640 499 460 502 359 2.371 1.557 6.388

toegevoegd. Met deze ontwikkeling wordt een minder uitziende locatie geherstructureerd en daarvoor in de plaats komen woningen die duurzaam en levensloopbestendig zijn. Daarnaast zijn de woningen geschikt voor diverse doelgroepen. Onderhavige ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de uitgangspunten uit de ontwerp ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025’.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Roerdalen 2050 Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Roerdalen 2050 vastgesteld. De structuurvisie is een ontwikkelingsperspectief voor de middellange termijn. Het is een plan met thema’s, zoals leven, wonen en werken, die een samenhangend geheel vormen voor de keuzes van

Hoofdstuk 3

22

de gemeente Roerdalen, de kernen en het buitengebied. Het plan vormt voor het gemeentebestuur het vertrekpunt bij concrete beslissingen en het vaststellen van plannen.

Figuur 9. Uitsnede kaart Omgevingsvisie Roerdalen 2050 'Kern Montfort'

Met betrekking tot de woningmarkt wordt gestreefd naar een gezonde evenwichtige verdeling van koop, middenhuur en sociale huurwoningen. Hiermee wordt ingezet op het behoud van een gezonde mix (diversiteit) aan inwoners, zowel in leeftijd als achtergrond. Het strategisch verdunnen van het woningaanbod vormt een oplossingsrichting om de balans op de woningmarkt te herstellen. Het biedt kansen om de kwaliteit van de woningvoorraad, binnen de kernen van Roerdalen, op peil te houden. Strategisch verdunnen kan vorm krijgen door op specifieke plekken in een wijk een deel van de bebouwing te slopen. De vrijgekomen ruimte wordt benut voor de herbouw van woningtypes die aansluiten bij de behoefte; bijvoorbeeld levensloopbestendige woningbouw voor senioren. Deze vastgoedontwikkeling kan direct worden gebouwd conform de nieuwste eisen ten aanzien van energie en duurzaamheid. Kwaliteitskader Roerdalen In bijlage II van de Omgevingsvisie is het Kwaliteitskader Roerdalen opgenomen. Het Kwaliteitskader Roerdalen is de vervanger/opvolger van het Limburgs Kwaliteitsmenu / Gemeentelijk Kwaliteitsmenu uit de Structuurvisie Roerdalen 2030. Het Kwaliteitskader Roerdalen is pas van toepassing nadat er een positieve grondhouding ten aanzien van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is aangenomen.

Het Kwaliteitskader Roerdalen richt zich op initiatieven in het buitengebied en is van toepassing op (niet onaanvaardbare) ontwikkelingen in het buitengebied die middels een planologische procedure mogelijk worden gemaakt. Het gaat om ontwikkelingen die niet rechtstreeks of via een flexibiliteitsbepaling zijn toegestaan in het vigerende bestemmingsplan/omgevingsplan. Verstening/ verharding van

Hoofdstuk 3

23

het buitengebied welke niet rechtstreeks is toegestaan moet altijd ruimtelijk en landschappelijk worden ingepast. Daarnaast is het kwaliteitskader voor het thema woningbouw ook van toepassing op het stedelijke gebied. Het realiseren van een nieuwe woning welk in beginsel niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan vormt één van de genoemde ruimtelijke ontwikkelingen. Voor een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling is bepaald dat in principe een LKM+ bijdrage moet worden geleverd van € 35,- per m2 bouwvlak. Afweging Onderhavig voornemen ziet op het realiseren van 4 nieuwe levensloopbestendige woningen. Aangezien dit woningtype aansluit bij de behoefte, wordt in overeenstemming gehandeld met de ‘Omgevingsvisie Roerdalen 2050’. De bouwvlakken hebben tezamen een oppervlakte van ca. 480 m2. Het bestaande bouwvlak van circa 70 m 2 mag daar vanaf worden getrokken. Dit betekent dat er over 410 m2. moet worden afgerekend. Derhalve is een bijdrage van maximaal € 14.350,- van toepassing. Onderhavige locatie ligt binnen de bestaande grens van de kern en is daarmee geschikt voor woningbouw. Ingevolge het Kwaliteitskader Roerdalen valt de onderhavige locatie binnen de module ‘bebouwd gebied (binnen de kerngrenzen)’ en meer specifiek onder 13 ‘projectmatige woningbouw’.

Voor deze module geldt dat maatwerkafspraken worden gemaakt via de grondexploitatie en financiële compensatie per toe te voegen type conform de Beleidsregel woningbouwcompensatie Roerdalen (2022). In onderhavige situatie zal met de ontwikkelaar een anterieure overeenkomst gesloten worden. In de navolgende paragraaf wordt voornoemde beleidsregel nader besproken. 3.4.2 Beleidsregel Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022) De ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021’ was nader uitgewerkt in de beleidsregel ‘Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen 2019’. Gelet op de vaststelling van de nieuwe ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025’ is deze beleidsregel op 14 juli 2022 ingetrokken en vervangen door de nieuwe beleidsregel ‘Compensatie woningbouwinitiatieven gemeente Roerdalen (2022)’. De realisatie van nieuwe woningbouwontwikkelingen heeft een negatief effect op de huidige woningvoorraad. Ter compensatie wordt derhalve voor specifieke initiatieven een financiële compensatie vereist. De compensatieregeling is zodoende van toepassing op nieuw te bouwen woningen, die niet zijn opgenomen in de planvoorraadlijst. De beleidsregel wordt enkel toegepast indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden (artikel 4 van voornoemde beleidsregel): 1.

De ruimtelijke kwaliteit en de locatie van het initiatief wordt door de gemeente akkoord bevonden; 2. Het gaat om de toevoeging van maximaal 20 woningen per project, met uitzondering van projecten waarbij wonen en zorg wordt gecombineerd; 3. Het woningbouwinitiatief voldoet aan minimaal 3 van de 5 criteria uit de kwaliteitszeef (die van toepassing blijft volgens bijlage 5 van de Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2022-2025): 1. Er moet sprake zijn van inbreiding; 2. Bestaand vastgoed wordt hergebruikt; 3. Er moet sprake zijn van een herstructureringslocatie (oplossen rotte plekken); 4. Het plan moet onderscheidend zijn op basis van duurzaamheid; 5. Er moet sprake zijn van levensloopbestendig wonen.

Hoofdstuk 3

24

Afweging Met de realisatie van 4 woningen is sprake van een toename van de planvoorraad. In het huidige bestemmingsplan is op de planlocatie één woning toegestaan. Er worden derhalve 3 woningen toegevoegd aan de planvoorraad. Deze toevoeging is niet opgenomen op de planvoorraadlijst en derhalve is de beleidsregel van toepassing. Aan het initiatief kan daarom uitsluitend medewerking worden verleend wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 4 ‘Nee, tenzij-principe’ van de beleidsregel: 1. De ruimtelijke kwaliteit en locatie moeten akkoord zijn Er is sprake van een inbreidings- en herstructureringslocatie. Met de ontwikkeling wordt er invulling gegeven aan de herontwikkeling van het perceel Huysbongerdweg 4, in de kern van Montfort. De bebouwing op dit moment, die vooral bestaat uit een woonboerderij en een tweetal bijgebouwen, is in slechte staat en heeft deswege een negatieve impact op het straatbeeld. Het ontwerp voor onderhavig voornemen voorziet in een stedenbouwkundige inpassing binnen het huidige straatbeeld. In hoofdstuk 2 is een stedenbouwkundige schets opgenomen. 2. Het gaat om de toevoeging van maximaal 20 woningen per project Het plan voegt 3 woningen toe. Hieraan wordt dan ook voldaan. 3.

Het woningbouwinitiatief voldoet aan minimaal drie van de vijf criteria uit de kwaliteitszeef zoals bedoeld in de ‘Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018-2021: a. Er moet sprake zijn van inbreiding; b. Bestaand vastgoed wordt hergebruikt; c. Er moet sprake zijn van een herstructureringslocatie; d. Het plan moet onderscheidend zijn op basis van duurzaamheid; e. Er moet sprake zijn van levensloopbestendig wonen.

Afweging Het plan kan op voorhand voldoen aan drie van de vijf criteria uit de kwaliteitszeef. Er is sprake van een inbreidingslocatie in de kern van Montfort. Daarnaast is er sprake van een herstructureringslocatie. De huidige woning en bijgebouwen worden vervangen door nieuwbouw die beter past in de omgeving. Tot slot is er sprake van levensloopbestendige woningen. In de beleidsregel is opgenomen dat bij nieuwe woningbouwinitiatieven de mogelijkheid bestaat tot compensatie (compenseren van de negatieve invloed op de planvoorraad) in de vorm van een financiele bijdrage. Voor grondgebonden seniorenwoningen en levensloopbestendige woningen staat het compensatiebedrag op € 0,-.

Hoofdstuk 3

25

4.

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Bodem 4.1.1 Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. 4.1.2 Onderzoek Door Econsultancy is een vooronderzoek bodem 2 uitgevoerd. Het volledige rapport is als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt een samenvatting en de conclusies van het onderzoek weergegeven. Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er plaatselijk mogelijk sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met de bijmengingen met kolengruis en baksteen. Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen.

De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK en minerale olie. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie derhalve onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VEDHE-NL). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens adviseert Econsultancy in verband met het aantreffen van deze bodemvreemde bijmengingen om tevens een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 te laten uitvoeren. Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt verder ook, dat het dak van de kapschuur is voorzien van asbestverdachte golfplaten zonder dakgoot. Ter plaatse van de onverharde toplagen van de bodem kan derhalve sprake zijn van een (mogelijke) verontreiniging met asbest. Een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 alhier kan uitsluitsel geven of ter plaatse van de spatzones daadwerkelijk een bodemverontreiniging aanwezig is.

2

Econsultancy, Milileuhygiënisch vooronderzoek bodem Huysbongerdweg 4 te Montfort, rapportnr.: 19576.001, d.d. augustus 2022.

Hoofdstuk 4

26

Door Econsultancy is een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest3 uitgevoerd. Het volledige rapport is als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Hieronder wordt een samenvatting en de conclusies van het onderzoek weergegeven. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De bovengrond is licht verontreinigd met metalen (cadmium, kobalt, koper, nikkel, lood en zink) en PAK. De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt. Het grondwater is licht verontreinigd met koper, nikkel en xylenen. De metaalverontreinigingen zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707 Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm eveneens geen asbest aangetoond. Ter plekke van de druppelzone is geen asbest aangetoond. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Er bestaan op milieuhygiënisch vlak geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie.

Op basis van de onderzoeksresultaten van het asbestonderzoek wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin. In geval van grondwerkzaamheden op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke maatregelen te worden getroffen 4.1.3 Conclusie Er gelden vanuit het aspect ‘bodem’ dan ook geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.

4.2 Geluid 4.2.1 Algemeen Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een onderzoekszone van een (spoor)weg, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een onderzoekszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten zoals woningen binnen een dergelijke onderzoekszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen.

3

Econsultancy, Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Huysbongerdweg 4 Montfort, rapportnr.: 19576.004, d.d. 22 februari 2023.

Hoofdstuk 4

27

4.2.2 Onderzoek Bij de projectie van een nieuwe geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een weg is een onderzoek verkeerslawaai noodzakelijk. De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Huysbongerdweg, Stationsweg en de Waardenweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen (Ambt Montfort, Dijk, Linnerweg en de Rozendaalseheide) in het onderzoek betrokken. In het onderzoek wordt de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemming inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Binnen het plangebied worden geluidgevoelige objecten (woningen) gerealiseerd. De geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Huysbongerdweg, Stationsweg en de Waardenweg. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 4 uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Hierna wordt volstaan met een korte samenvatting. Alleen als gevolg van de Huysbongerdweg treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. In onderstaande figuur is met rode belijning weergegeven op welke gevels de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als gevolg van de Huysbongerdweg wordt overschreden.

Figuur 10 gevels met geluidsbelasting hoger dan 48 dB

Het beperken van de rijsnelheid of de verkeersintensiteiten van de Huysbongerdweg zijn onder andere vanuit verkeerskundig oogpunt geen reële maatregelen. De Huysbongerdweg beschikt over een referentiewegdek (AC 16 surf). Met een stiller wegdektype (zoals SMANL5) kan een reductie van hoogstens 1 dB behaald worden. Om de reductie te realiseren dient het wegdek over een lengte van 100 meter te worden vervangen. Bij een eenheidsprijs van € 35 per m2 zullen de totale kosten van het vervangen van het wegdek circa € 28.000 bedragen. In verband met de beperkte te behalen reductie

4

Econsultancy, Onderzoek wegverkeerslawaai Huysbongerdweg 4 te Montfort, rapportnummer 19576.003 D2, d.d. 8 december 2023.

Hoofdstuk 4

28

en het feit dat de berekende geluidsbelasting niet tot aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan worden teruggebracht, maakt dat deze maatregel als niet doelmatig wordt geacht. Daarnaast bevindt zich binnen het te vervangen wegdeel een kruispunt. Als gevolg van het kruispunt zal er sprake zijn van relatief veel optrekkend en afremmend verkeer. Door deze verkeersactiviteit zal er al snel sprake zijn van groot kwaliteitsverlies van het wegdek, waardoor gestuit zal worden op civieltechnische bezwaren. Het vergroten van de afstand tussen de weg en de woningen is gezien de beperkte ruimte op de kavel tevens niet efficiënt. Het plaatsen van een geluidsscherm of -wal kan een effectief middel zijn om het geluid in de woonomgeving terug te dringen. Geluidsschermen zijn echter alleen mogelijk als er voldoende ruimte tussen de bron en de woningen is. Aangezien de woningen vrijwel direct naast de weg wordt gesitueerd is deze ruimte er niet. Daarnaast zal vanwege de hoogte van de woningen een relatief hoog geluidscherm benodigd zijn om voldoende afscherming te bieden. Binnen het stedelijke gebied wordt het treffen van overdrachtsmaatregelen derhalve als onwenselijk en onrealistisch beschouwd. Realisatie van een scherm zal immers stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige aard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=1ff384b7-85c7-4bef-8cbf-4c32006ba690