CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Bijlage 3 toelichting

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Landgoed Kasteel Aerwinkel8.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Landgoed Kasteel Aerwinkel November 2023

Klement Rentmeesters. Liefde voor monumenten en landgoederen.

Voorwoord

Bij een ruimtelijke ingreep is het volgens de Wet natuurbescherming verplicht om vooraf te toetsen of er negatieve effecten kunnen optreden op beschermde natuurgebieden en beschermde planten- en diersoorten. Dit gebeurt door middel van een ecologische quickscan. Wanneer negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, is soortgericht onderzoek verplicht. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek, kan een ontheffing aangevraagd worden, waarbij een mitigatie- en compensatieplan voor opgesteld dient te worden.

Ecologische quickscan

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................... 1 1.2 Wettelijke kaders........................................................................................................................................ 1 Bescherming van soorten ............................................................................................................................ 1 Bescherming van gebieden ......................................................................................................................... 2 Bescherming van houtopstanden .............................................................................................................. 2 1.3 Onderzoeksmethode................................................................................................................................. 2 1.4 Leeswijzer.................................................................................................................................................... 2 2.

Plangebied en ingreep ..................................................................................................................................... 3 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ......................................................................................................... 3 2.2 Beoogde ingreep ........................................................................................................................................ 4 3. Resultaten ......................................................................................................................................................... 6 3.1 Beschermde gebieden .............................................................................................................................. 6 3.2 Bescherming houtopstanden................................................................................................................... 7 3.3 Vogels .......................................................................................................................................................... 7 3.4 Planten ........................................................................................................................................................

8 3.5 Vleermuizen ................................................................................................................................................ 8 3.6 Knaagdieren................................................................................................................................................ 9 3.7 Muizen ......................................................................................................................................................... 9 3.8 Marterachtigen ........................................................................................................................................... 9 3.9 Overige zoogdieren ................................................................................................................................... 9 3.10 Reptielen ................................................................................................................................................. 10 3.11 Amfibieën ................................................................................................................................................ 10 3.12 Vissen ......................................................................................................................................................

10 3.13 Vlinders en libellen ................................................................................................................................ 10 3.14 Overige ongewervelden ........................................................................................................................ 10 3.15 Samenvatting resultaten....................................................................................................................... 10 4. Effectbeoordeling en toetsing ...................................................................................................................... 12 4.1 Beschermde gebieden ............................................................................................................................ 12 4.2 Beschermde houtopstanden.................................................................................................................. 12 4.3 Beschermde soorten ............................................................................................................................... 13 4.4 Samenvatting effectbeoordeling en toetsing ....................................................................................... 14

5. Conclusie en aanbevelingen ......................................................................................................................... 15 5.1 Beschermde gebieden ............................................................................................................................ 15 5.2 Beschermde houtopstanden.................................................................................................................. 15 5.3 Beschermde soorten ............................................................................................................................... 15 5.4 Samenvatting ............................................................................................................................................ 16 6. Bronnenlijst ..................................................................................................................................................... 18 6.1 Websites .................................................................................................................................................... 18 6.2 Literatuur ..................................................................................................................................................

18 Bijlage 1 Foto overzicht Bijlage 2 Wet- en regelgeving Bijlage 3 Lijst van vogels met jaarrond beschermde nesten Bijlage 4 Lijst van vrijgestelde soorten

1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van de quickscan beschreven en worden de wettelijke kaders kort benoemd. Vervolgens wordt de onderzoeksmethode toegelicht. Als laatste wordt de leeswijzer beschreven.

1.1 Aanleiding Opdrachtgeefster is eigenaar van Kasteel Aerwinkel met de bijbehorende bijgebouwen op het adres Aerwinkelallee 1 te Posterholt. Opdrachtgeefster is voornemens om de gebouwen op het landgoed op termijn te herbestemmen en te verbouwen. Voor de functiewijziging van de gebouwen wordt een bestemmingsplanwijziging ingediend bij de gemeente Roerdaelen. In het kader hiervan is de ecologische quickscan uitgevoerd. In dit rapport wordt een inschatting gegeven van het effect van de ingreep op beschermde soorten en beschermde gebieden. Wanneer effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden niet kunnen worden uitgesloten, is er aanvullend onderzoek nodig. Op deze manier wordt een mogelijke overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen.

1.2 Wettelijke kaders De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2017 van kracht en bevat Europese en nationale natuurbeschermingsregels voor beschermde soorten, beschermde gebieden en bescherming van houtopstanden. Bij een ruimtelijke ingreep is het verplicht om voorafgaand aan de ingreep onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland). De Wnb zal op termijn overgaan in de nieuwe Omgevingswet.

Bescherming van soorten Voor de verschillende beschermingsregimes van soorten van de Wet natuurbescherming gelden een aantal verbodsartikelen en vrijstellingsmogelijkheden. De beschermingsregimes zijn: • Beschermingsregime Vogelrichtlijn: Europees beschermde vogels; • Beschermingsregime Habitatrichtlijn: Europees beschermde flora en fauna behalve vogels; • Beschermingsregime Andere soorten: Nationaal beschermde soorten. De verbodsbepalingen betekenen globaal dat het is verboden om planten en dieren: • te doden; • te vangen, plukken en uitsteken; • opzettelijk te verstoren; • vernielen of beschadigen van nestplaatsen, voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of standplaatsen. Daarnaast geldt altijd de zorgplicht (art. 1.11), wat betekent dat voor zowel beschermde als onbeschermde flora en fauna negatieve effecten moeten worden voorkomen en positieve effecten bevorderd moeten worden. De zorgplicht geldt ook voor Nationaal beschermde soorten die voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld. Per provincie kunnen verschillende soorten zijn vrijgesteld (zie bijlage 4). In bijlage 2 wordt de wet- en regelgeving uitgebreider beschreven. Van diverse soortgroepen zijn Rode Lijsten beschikbaar, deze lijsten gelden voor heel Nederland. Daarnaast hebben diverse provincies en steden een eigen lijst met soorten, die lokaal extra aandacht en prioriteit krijgen.

Zowel de Nationale Rode Lijst als de regionale lijsten hebben geen juridische beschermingsstatus. Meer gedetailleerde informatie over de Wet natuurbescherming staat beschreven in bijlage 2.

Ecologische quickscan

1

Bescherming van gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen gebieden vanuit de Europose Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor ieder gebied zijn doelstellingen vastgesteld voor beschermde habitats en/of soorten. Daarnaast zijn gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) planologisch beschermd en moeten mogelijke negatieve effecten getoetst worden aan de kernkwaliteiten van het NNN (vaak ook provinciaal natuurnetwerk genoemd).

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming geldt voor bos en andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. De Wet natuurbescherming is van toepassing als: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt; • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

1.3 Onderzoeksmethode De ecologische quickscan is op de volgende manier uitgevoerd: 1. Met behulp van recente bronnen en literatuur is onderzocht welke beschermde soorten flora en fauna in de ruime omgeving van het plangebied zijn waargenomen. Hierbij zijn waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente verspreidingsatlassen en actuele websites gebruikt. 2. De ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) is opgezocht. 3. Op 6 april 2022 is het plangebied door Femke Pakbier bezocht. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen met behulp van verrekijker, zaklamp en fotocamera geïnventariseerd. 4. Op basis van de verspreidingsgegevens en habitateisen van beschermde soorten en de biotoopkenmerken van het plangebied is een inschatting gemaakt of beschermde soorten (potentieel) in het plangebied voorkomen en welke mogelijke functies het plangebied heeft voor beschermde soorten. 5. Op basis van de informatie die door de opdrachtgever is aangeleverd, is de ingreep in kaart gebracht en omschreven. 6. Op grond van de beschreven ingreep is bepaald: a. of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is; b. of de bescherming van houtopstanden aan de orde is; c.

of er negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies te verwachten zijn.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het plangebied en de ingreep beschreven. In hoofdstuk 3 worden de resultaten van de inventarisatie weergegeven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten getoetst aan de Wet natuurbescherming en in hoofdstuk 5 worden de conclusies en aanbevelingen weergegeven. In bijlage 1 zijn diverse foto’s van het plangebied opgenomen. In bijlage 2 worden de wettelijke kaders uitgebreid beschreven. In bijlage 3 is een lijst van jaarrond beschermde nesten in Limburg opgenomen en in bijlage 4 is een lijst van vrijgestelde soorten in Limburg opgenomen.

Ecologische quickscan

2

2. Plangebied en ingreep In dit hoofdstuk worden het plangebied, de huidige situatie en de ingreep beschreven.

2.1 Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied ligt op Landgoed Kasteel Aerwinkel, op het adres Aerwinkelallee 1 te Posterholt. Het plangebied is gelegen in de gemeente Roerdaelen in de provincie Limburg. In onderstaand figuur wordt de begrenzing van het plangebied weergegeven. Landgoed Kasteel Aerwinkel ligt ten zuiden van het gehucht Reutje en ten westen van het kerkdorp Posterholt. Aan de zuidkant van het landgoed ligt het bungalowpark Landal Landgoed Aerwinkel. Kasteel Aerwinkel (1) is gebouwd in de periode 1854-1856 door de Pierre Cuijpers uit Roermond. Het badhuisje (2) is omstreeks 1900 gebouwd ten behoeve van de arbeiders op het landgoed. De schuur (3) dateert uit het midden van de 19e eeuw. Voornoemde gebouwen zijn allemaal aangemerkt als rijksmonument. Het boerderijcomplex op het landgoed bezit geen monumentale waarde. Dit complex was oorspronkelijk gebouwd als carréhoeve, het oudste gebouw op het landgoed. In 1958 werd het landgoed verkocht de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid. Deze Franse kloosterorde richtte het huis in als rusthuis voor bejaarde zusters en verbouwde de boerderij tot een bezinningsoord. Van de oude hoeve bleef alleen de losse schuur (3) en de zuidwestvleugel (4) over, de overige vleugels werden afgebroken. Hiervoor in de plaats kwam een nieuwe kapelvleugel (5) en er werden houten barakken (6 en 7) gebouwd.

In 1990 werd het landgoed verkocht aan de toenmalige gemeente Posterholt en het huis fungeerde als gemeentehuis, na een gemeentelijke herindeling in 1991, van de nieuwe gemeente Ambt Montfort. Na de bouw van een nieuw gemeentehuis midden jaren ’90, werd het huis verkocht aan de huidige eigenaren. Het landgoed ligt in een bosrijk gebied. Rondom het kasteel is een Engelse landschapstuin aanwezig. Rondom de gebouwen zijn diverse weitjes aanwezig waarin boerderij- en huisdieren aanwezig zijn. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Posterholt, sectie G, nummer 431.

Figuur 1. Luchtfoto met ligging plangebied en de gebouwen.

Ecologische quickscan

3

Het kasteel (1) en het badhuisje (2) zijn door de huidige eigenaren gerestaureerd, nadat ze het gekocht hebben van de gemeente Ambt Monfort. De gebouwen zijn opgetrokken uit baksteen. De daken bestaan uit dakpannen en leien. Er zijn geen kantpannen aanwezig. Langs de dakranden zijn daklijsten aanwezig waarin de dakgoten verborgen zijn. De dakrand van het bakhuisje bevindt zich op ca. 2,5 meter. Het bakhuisje ligt verscholen in het bos. De schuur (3) is recent geheel gerestaureerd en is in gebruik als horecagelegenheid (de Gasterij). De schuur is opgetrokken uit baksteen en het dak bestaat uit dakpannen. Langs de dakrand aan de kopgevels is een daklijst aanwezig, er zijn geen kantpannen aanwezig. Langs de langsgevels zijn dakgoten aanwezig. De oude boerderijvleugel (4) is opgetrokken uit baksteen en het dak bestaat uit pannen. Langs de dakrand aan de kopgevels is geen daklijst aanwezig en er zijn geen kantpannen. De dakrand is in feite de kopgevel, die een opstaande dakrand van baksteen vormt. Langs de langsgevels zijn geen dakgoten aanwezig. De dakrand bevindt zich op ca. 3,5 meter vanaf de grond. Het dak is in slechte staat. In deze vleugel zijn drie appartementen aanwezig. De kapelvleugel (5) is opgetrokken uit baksteen en het dak bestaat uit pannen. Langs de dakrand aan de kopgevels is geen daklijst aanwezig en er zijn geen kantpannen.

De dakrand is in feite de kopgevel, die een opstaande dakrand van baksteen vormt. Langs de langsgevels zijn dakgoten aanwezig. De dakrand bevindt zich op ca. 3,5 meter vanaf de grond. Op het dak aan de oostkant zijn zonnepanelen aanwezig. De kapelvleugel is als woning in gebruik. De barakken (6 en 7) zijn van hout, voorzien van een dak met golfplaten die asbestverdacht zijn. Er is geen dakbeschot aanwezig. Langs de dakrand zijn dakgoten aanwezig. De dakrand bevindt zich op ca. 3 meter vanaf de grond. Een gedeelte van de barakken (6) is in gebruik als garage. De andere barakken (7) zijn in slechte staat, diverse ramen zijn kapot, het hout is rot. Rondom de gebouwen zijn veel bomen en bos aanwezig.

2.2 Beoogde ingreep Momenteel wordt er een concept bestemmingsplan opgesteld waarin nieuwe functies aan de gebouwen worden toegekend. In dit kader is deze ecologische quickscan uitgevoerd. Hieronder wordt een overzicht weergegeven van de nieuwe functies die in het bestemmingsplan worden opgenomen: Kasteel: in het kasteel wordt een klein hotel met restaurant gerealiseerd met beperkte overnachtingsmogelijkheid (max. 6 kamers). Er zal geen uitbreiding van het bouwvolume plaatsvinden. De woning in het kasteel wordt verplaatst naar het zuidelijk bouwvlak ter plaatse van de houten barakken. Badhuisje: verblijfsrecreatie, hiervoor is op termijn een verbouwing noodzakelijk. Er zal geen uitbreiding van het bouwvolume plaatsvinden. Schuur: horeca/woning, hiervoor is op termijn een verbouwing van de schuur noodzakelijk. Er zal geen uitbreiding van het bouwvolume plaatsvinden. Oude boerderijvleugel: opknappen wooneenheden en toevoegen levensloopbestendige woning. Er zal geen uitbreiding van het bouwvolume plaatsvinden. Kapelvleugel: opknappen woning, hiervoor is op termijn een verbouwing noodzakelijk. Er zal geen uitbreiding van het bouwvolume plaatsvinden. Houten barakken: deze worden op termijn gesloopt. Hiervoor in de plaats komen twee nieuwe woningen en een groepsaccommodatie.

De woning in het kasteel wordt verplaatst naar deze locatie en één van de bestaande woningen in de boerderij wordt verplaatst naar deze locatie. Deze nieuwe gebouwen bestaan uit één bouwlaag met kap en worden gerealiseerd op de footprint van de barakken.

Ecologische quickscan

4

Figuur 2. Gewenste nieuwe situatie per gebouwdeel.

Ecologische quickscan

5

3. Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten van het bureauonderzoek en het terreinbezoek beschreven. Eerst worden de beschermde gebieden beschreven, daarna de houtopstanden en als laatste worden de soorten per soortgroep beschreven.

3.1 Beschermde gebieden Het plangebied ligt op 750 m afstand van het versnipperde Natura2000 gebied Roerdal. Een ander deelgebied van het Roerdal is op ca. 2 km van het plangebied gelegen. Op ca. 4,6 en 8 km zijn de deelgebieden van het Natura2000 gebied Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop gelegen. Op 6,7 km ligt het Natura2000 gebied Meinweg. Op onderstaand kaartje is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura2000 gebieden weergegeven.

Figuur 3. Ligging plangebied ten opzichte van Natura2000 gebieden (met geel en groen weergegeven).

Het landgoed is gedeeltelijk gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een gedeelte van de barakken en het badhuisje zijn ook binnen het NNN gelegen, de overige gebouwen niet. Het grootste beheertype op het landgoed is N16.03 Droog bos met productie. Hierin zijn ook de (gedeelten van) de gebouwen gelegen. Overige beheertypen zijn N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos en N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Natuurgebieden in de buurt zijn het Munnichsbos, het Sweeltje en het Nieuw Annendaalschbos.

Ecologische quickscan

6

Figuur 4. Ligging plangebied ten opzichte van NNN gebieden.

3.2 Bescherming houtopstanden Een paardenkastanje direct naast het gebouw heeft te lijden onder de kastanjefineermot, waardoor de toestand achteruit gaat. Bij hevige stormen is de kans groot dat deze boom omvalt of dat er takken uitscheuren of uitbreken en op de serre terecht komen, waardoor er grote schade kan ontstaan. Het is raadzaam om deze boom preventief te kappen of te kandelaberen.

3.3 Vogels Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1-3) Het dak van het kasteel, het badhuisje, de schuur, de boerderij- en de kapelvleugel bestaat uit dakpannen en leien. Voor een gedeelte is er dakbeschot met isolatie aanwezig. Het dak van de barakken bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot. Het plangebied is gelegen in het bekende verspreidingsgebied van de huismus (Passer domesticus) en de gierzwaluw (Apus apus). Huismussen zijn voornamelijk te vinden in dorpen en in oudere buitenwijken. En vereiste is dat er groen aanwezig moet zijn in de vorm van (rommelige) tuinen met hagen, struiken en heesters. Echter wanneer er te veel hoge bomen aanwezig zijn, verdwijnt de huismus. Tijdens het veldbezoek op 6 april zijn geen huismussen waargenomen. De omgeving van de gebouwen is te bosrijk met te veel hoge bomen voor de huismus. De aanwezigheid van huismussen kan derhalve worden uitgesloten. Door het ontbreken van kantpannen, de aanwezigheid van dakgoten, veel bomen in de directe omgeving van de gebouwen en de hoogte van de dakrand van diverse gebouwen (2,5 tot 3 meter), zijn de gebouwen ongeschikt als nestplaats voor gierzwaluwen. Een gierzwaluw kan niet vanuit het nest opstijgen en moet zich eerst tot zo’n 3 meter naar beneden kunnen laten vallen om weg te kunnen vliegen. De vrije uitvliegbreedte moet ongeveer een meter zijn.

Als er te veel bomen in de directie omgeving aanwezig zijn, wordt de aan- en afvliegroute belemmerd. De aanwezigheid van gierzwaluwen kan derhalve worden uitgesloten.

Ecologische quickscan

7

Onder het dak overstek zijn geen nesten van huiszwaluwen (Delichon urbicum) aangetroffen. Ook voor huiszwaluw is het gebied te bosrijk. Aanwezigheid van deze soort kan derhalve worden uitgesloten. Steenuil (Athene vidalii), kerkuil (Tyto alba) en torenvalk (Falco tinnunculus) zijn vogels van (half)open, kleinschalige, cultuurhistorische landschappen. De omgeving van Aerwinkel is voor deze vogels te bosrijk. Volgens eigenaresse zijn deze vogels niet op het landgoed waargenomen. Derhalve kan de aanwezigheid van deze soorten worden uitgesloten. Voor de overige vogelsoorten van deze categorieën, zijn de gebouwen geen geschikt habitat. In de paardenkastanje zijn geen nesten of holten aangetroffen. Vogelsoorten waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven (categorie 4) In het plangebied zijn van deze categorie geen vogels waargenomen en worden hier ook niet verwacht door het ontbreken van geschikt habitat. Algemene vogelsoorten Tijdens het veldbezoek zijn in de omgeving veel algemene vogelsoorten aanwezig waargenomen. Dit zijn voornamelijk vogelsoorten van het bos, zoals grote bonte specht, vink, groene specht, zwarte kraai, houtduif, tjiftjaf, merel, koolmees. Er werden geen vogels op de daken van de gebouwen aangetroffen.

3.4 Planten Het plangebied betreft een gebouw met muren die opgetrokken zijn uit baksteen en hout. Op deze muren zijn echter geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Overige beschermde plantensoorten kunnen worden uitgesloten door ontbreken van een geschikt habitat of omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied ligt. Rondom het badhuisje zijn Lelietjes-van-dalen aanwezig. Deze soort is niet beschermd.

3.5 Vleermuizen Het dak van het kasteel, het badhuisje, de schuur, de boerderij- en de kapelvleugel bestaat uit dakpannen en leien. Voor een gedeelte is er dakbeschot met isolatie aanwezig. Op het kasteel, het badhuisje en de oude boerderijvleugel zijn schoorstenen aanwezig. Rondom de schoorstenen is lood aanwezig. Diverse soorten vleermuizen kunnen onder de pannen, leien en lood en in de schoorstenen hun verblijfplaats hebben. De aanwezigheid van vleermuizen kan derhalve niet worden uitgesloten. Het gaat hierbij om de volgende soorten: gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus), grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus), laatvlieger (Eptesicus serotinus), ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus), vale vleermuis (Myotis myotis), franjestaart (Myotis nattereri), meervleermuis (Myotis dasycneme) en tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus). Het dak van de barakken bestaat uit golfplaten zonder dakbeschot. De wanden van de barakken zijn gemaakt met houten planken. De barakken verkeren in slechte staat waardoor er grote temperatuuren vochtschommelingen aanwezig zijn. Er is tocht aanwezig. Vleermuizen prefereren locaties met stabiele klimatologische omstandigheden.

In de ruimte onder de golfplaten zijn geen geschikte plekjes om achter weg te kruipen en er heerst een ongeschikt microklimaat. Verder zijn de barakken in de regel te laag (3 meter) om dienst te doen als potentiële verblijfplaats voor vleermuizen.

Ecologische quickscan

8

Aanwezigheid van vleermuizen en hun verblijfplaatsen in de barakken kan derhalve worden uitgesloten. In de paardenkastanje zijn geen holtes of spechtengaten aanwezig waarin vleermuizen hun verblijfplaats kunnen hebben. Derhalve kan de aanwezigheid van vleermuizen en hun verblijfplaatsen in de boom worden uitgesloten.

3.6 Knaagdieren In het plangebied worden geen beschermde knaagdieren (bever, hamster en eekhoorn) verwacht, door het ontbreken van geschikt habitat. Het is niet uitgesloten dat de eekhoorn in het bos voorkomt, maar deze soort heeft geen verblijfplaatsen in gebouwen.

3.7 Muizen In het plangebied worden geen beschermde muizen (grote bosmuis, Noordse woelmuis, hazelmuis, waterspitsmuis, veldspitsmuis en eikelmuis) verwacht door het ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied ligt. Voor aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, gewone bosspitsmuis, huisspitsmuis, molmuis, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis en woelrat geldt dat zij door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

3.8 Marterachtigen Het plangebied ligt in het bekende verspreidingsgebied van de steenmarter (Martes foina). In de omgeving zijn diverse waarnemingen van de steenmarter bekend. Het plangebied is een geschikte verblijfplaats voor de steenmarter. Zeker de ruimte onder de barakken en diverse zolderruimtes in de gebouwen. Aanwezigheid van de steenmarter kan derhalve niet worden uitgesloten. De steenmarter is in Limburg vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m februari. Voor het overige worden in het plangebied geen beschermde marterachtigen (otter, boommarter en das) verwacht, door het ontbreken van geschikt habitat. Voor bunzing, hermelijn en wezel geldt dat zij door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

3.9 Overige zoogdieren In het plangebied worden geen beschermde roofdieren (wilde kat, lynx en wolf) verwacht door het ontbreken van geschikt habitat. Er worden logischerwijs geen beschermde zeezoogdieren (21 soorten walvisachtigen) in het plangebied verwacht, door het ontbreken van geschikt habitat. Voor vos, ree, haas, konijn en egel geldt dat zij door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Voor grote hoefdieren zoals wild zwijn, damhert en edelhert ontbreekt geschikt habitat of het plangebied ligt buiten het verspreidingsgebied, waardoor deze niet in het plangebied te verwachten zijn.

Ecologische quickscan

9

3.10 Reptielen In het plangebied worden geen beschermde reptielen (gladde slang, ringslang, adder, muurhagedis, zandhagedis, levendbarende hagedis en hazelworm) verwacht door het ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied ligt.

3.11 Amfibieën In het plangebied worden geen beschermde amfibieën (knoflookpad, rugstreeppad, geelbuikvuurpad, vroedmeesterpad, boomkikker, poelkikker, heikikker, kamsalamander, vuursalamander, alpenwatersalamander en vinpootsalamander) verwacht, door het ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied niet in het verspreidingsgebied ligt. Voor kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en meerkikker geldt dat zij door de provincie Limburg voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

3.12 Vissen In het plangebied is geen open water aanwezig. De aanwezigheid van vissen is dan ook uitgesloten.

3.13 Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. De aanwezigheid van onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

3.14 Overige ongewervelden In het plangebied worden geen overige beschermde ongewervelden (brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, vermiljoenkever, platte schijfhoren, vliegend hert en Europese rivierkreeft) verwacht door het ontbreken van geschikt habitat of omdat het plangebied buiten het verspreidingsgebied ligt.

3.15 Samenvatting resultaten Van de onderstaande resultaten wordt in hoofdstuk 4 getoetst of de ingreep negatieve effecten heeft en of deze effecten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Beschermde gebieden Uit de resultaten blijkt, dat het plangebied zelf niet in een Natura2000 gebied gelegen is. Er liggen wel diverse Natura2000 gebieden in de omgeving. Het plangebied ligt voor een gedeelte in het Natuurnetwerk, met beheertype N16.03 Droog bos met productie. Beschermde soorten Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek zijn de volgende soorten of soortgroepen in het plangebied aangetroffen of kan de aanwezigheid ervan niet worden uitgesloten. Vrijgestelde soorten zijn hierbij niet opgenomen. In onderstaande tabel zijn de soorten weergegeven.

Ecologische quickscan

10

Tabel 1: Soort(groepen) (potentieel) aanwezig (aangegeven met ‘X’) met functie en beschermingsregime Soort/soortgroep

Functie

Aanwezig

Algemene Leefgebied, nesten vogelsoorten Vleermuizen Verblijfplaatsen Steenmarter Verblijfplaatsen VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere soorten

Mogelijk aanwezig

Beschermingsregime

X

VR

X X

HR AS

Beschermde houtopstanden Een paardenkastanje direct naast het kasteel heeft te lijden onder de kastanjefineermot, waardoor de toestand achteruit gaat. Bij hevige stormen is de kans groot dat deze boom omvalt of dat er takken uitscheuren of uitbreken en op de serre terecht komen, waardoor er grote schade kan ontstaan. Het is raadzaam om deze boom preventief te kappen of te kandelaberen. Omdat het slechts om één boom gaat, is de Wet natuurbescherming hierop niet van toepassing.

Ecologische quickscan

11

4. Effectbeoordeling en toetsing Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek en het terreinonderzoek, wordt in dit hoofdstuk beoordeeld wat de te verwachten effecten van de ingreep zijn op beschermde gebieden en soorten. Als er negatieve effecten optreden, worden deze getoetst aan de Wet natuurbescherming. Daarna wordt aangegeven of er een aangepaste werkwijze, aanvullend onderzoek of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is.

4.1 Beschermde gebieden Ten aanzien van Natura2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. De dichtstbijzijnde Natura2000 gebieden zijn het Roerdal, de Meinweg en Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop. In het Roerdal en de Meinweg zijn stikstofgevoelige habitats aanwezig, derhalve staan deze gebieden op de lijst van stikstofgevoelige natuurgebieden. Door menselijke invloeden in het tussenliggende gebied zoals drukke verbindingswegen, bebouwing, (intensieve) landbouwgronden en door de aard van de ingreep, zijn negatieve effecten door geluidsverstoring of visuele verstoring als gevolg van de ingreep op deze Natura2000 gebieden uitgesloten. Het is echter niet uit te sluiten dat de ingreep bijdraagt aan de stikstofdepositie op deze gebieden. Het is te verwachten dat de stikstof die vrijkomt bij de ingreep te verwaarlozen is in verhouding met de stikstof die vrijkomt door het reeds aanwezige verkeer, landbouw en bebouwd gebied in de omgeving. Om dit echter uit te sluiten, dient een AERIUS berekening uitgevoerd te worden. Deze berekening is geen onderdeel van deze ecologische quickscan. Het plangebied ligt in het Natuurnetwerk met het beheertype N16.03 Droog bos met productie.

Omdat de wezenlijke kenmerken en waarden door de ingreep niet worden aangetast, is nadere toetsing aan het NNN niet noodzakelijk.

4.2 Beschermde houtopstanden Een paardenkastanje direct naast het gebouw heeft te lijden onder de kastanjefineermot, waardoor de toestand achteruit gaat. Bij hevige stormen is de kans groot dat deze boom omvalt of dat er takken uitscheuren of uitbreken en op de serre terecht komen, waardoor er grote schade kan ontstaan. Het is raadzaam om deze boom preventief te kappen of te kandelaberen. De Wet natuurbescherming geldt voor bos en andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. De Wet natuurbescherming is van toepassing als: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt; • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m²) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Omdat het in dit geval om slechts één boom gaat, is de Wet natuurbescherming hier niet van toepassing.

Ecologische quickscan

12

4.3 Beschermde soorten Vogels In de directe omgeving van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten hun nestplaats hebben. De nesten hiervan zijn niet jaarrond beschermd. Het is verboden om vogels te vangen en te doden en om voornoemde nesten of rustplaatsen, te verstoren, te vernielen of te verwijderen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. Het verstoren van broedende vogels is te allen tijde verboden, ook voor nesten van vogels die niet jaarrond beschermd zijn. Wanneer de ingreep buiten het broedseizoen kan worden uitgevoerd, leidt dit niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli. Echter hierop zijn altijd uitzonderingen. Het is niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels. Vleermuizen Uit de resultaten blijkt, dat diverse soorten vleermuizen in het plangebied kunnen voorkomen. Diverse soorten gebouw bewonende vleermuizen kunnen hun verblijfplaats hebben onder de dakpannen, leien en lood van het kasteel, het badhuisje, de schuur en de boerderij- en kapelvleugel. Daarnaast zijn er op het kasteel, het badhuisje en de boerderijvleugel schoorstenen aanwezig met daaromheen lood.

Diverse soorten vleermuizen kunnen hieronder hun verblijfplaats hebben. De aanwezigheid van vleermuizen kan derhalve niet worden uitgesloten. Vleermuizen zijn beschermd onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Het is verboden om vleermuizen te vangen en te doden en om hun verblijfplaatsen te verstoren, te vernielen of te verwijderen. Voornoemde is een overtreding van artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wet Natuurbescherming. Wanneer er geen werkzaamheden aan de daken en de schoorstenen worden uitgevoerd, is er geen negatief effect op de (mogelijk) aanwezige vleermuizen en hun verblijfplaatsen en wordt een overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen. Aanwezigheid van vleermuizen en hun verblijfplaatsen in de barakken en in de paardenkastanje kan worden uitgesloten. Het slopen van de barakken t.a.v. vleermuizen en het kappen van de paardenkastanje is derhalve geen overtreding van de Wet natuurbescherming. Steenmarter De steenmarter is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. In de gebouwen (op de zolderruimtes) en in de ruimte onder de barakken kan de steenmarter mogelijk zijn vaste rusten/of verblijfplaats hebben. Bij werkzaamheden op de zolders of bij sloop van de barakken kan de steenmarter en zijn verblijfplaats verstoord, vernield of verwijderd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming.

De steenmarter is in Limburg vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m februari. Wanneer de werkzaamheden aan de zolders en de sloop van de barakken in deze periode plaatsvinden, wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden.

Ecologische quickscan

13

4.4 Samenvatting effectbeoordeling en toetsing Uit de effectbeoordeling volgt voor welke soorten/soortgroepen de ingreep wel of geen negatieve effecten heeft op beschermde soorten. In onderstaande tabel is aangegeven of er negatieve effecten zijn (rood), geen effecten zijn (groen) en of de effecten en daarmee de overtredingen zijn te voorkomen door middel van aangepaste werkwijze (met Ja aangegeven). Tabel 2: Samenvatting effectbeoordeling en overtreding van Wet natuurbescherming (Wnb) Soort/soortgroep

Functie

Algemene vogelsoorten

Aanwezig

Mogelijk aanwezig

Overtreding

Aangepaste werkwijze

Leefgebied, nesten

X

VR

Vleermuizen

Verblijfplaatsen in gebouwen

X

HR

Steenmarter

Verblijfplaatsen

X

AS

Ja, werken buiten het broedseizoen Ja, geen werkzaamheden uitvoeren aan daken en schoorstenen Ja, werken in de vrijgestelde periode

VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere soorten

Algemeen Door de ontwikkelingen zal de bedrijvigheid in de toekomst op het landgoed iets toenemen. Echter deze toename zal relatief zijn in verhouding met de bedrijvigheid die reeds aanwezig is op het landgoed (wonen en horeca). Het landgoed is opengesteld voor publiek, waardoor er momenteel op diverse momenten bezoekers aanwezig zijn. De horecafunctie van de schuur trekt veel bezoekers. Daarnaast worden er met regelmaat evenementen georganiseerd die eveneens veel bezoekers trekken. De nieuwe functies (verblijfsrecreatie en wonen) zullen wellicht meer bezoekers trekken, maar deze functies zijn wel vergelijkbaar met de functies die er reeds zijn (wonen en horeca). De nieuwe functies worden ondergebracht in de huidige bebouwing. De bouwvolumes worden niet uitgebreid. Er wordt niet verwacht dat de extra bedrijvigheid zorgt voor verstoring van de aanwezige planten- en diersoorten op het landgoed.

Ecologische quickscan

14

5. Conclusie en aanbevelingen In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen.

5.1 Beschermde gebieden De ingreep leidt niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in Natura2000 gebieden. Uitzondering hierop vormt de mogelijke toename in stikstofdepositie die door de ingreep veroorzaakt kan worden. Verwacht wordt dat deze te verwaarlozen is, echter door middel van een AERIUS berekening kan dit met zekerheid vastgesteld worden. Het plangebied ligt in het Natuurnetwerk met het beheertype N16.03 Droog bos met productie. Omdat de wezenlijke kenmerken en waarden door de ingreep niet worden aangetast, is nadere toetsing aan het NNN niet noodzakelijk.

5.2 Beschermde houtopstanden Binnen het plangebied wordt mogelijk één boom gekapt, de paardenkastanje naast het kasteel. Omdat het hier slechts om één boom gaat, is bescherming van houtopstanden niet van toepassing. Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is derhalve niet van toepassing.

5.3 Beschermde soorten Vogels Alle in het wild levende vogels in Nederland zijn beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. In en rondom het plangebied zijn algemene vogelsoorten aanwezig. De nesten van algemene vogelsoorten zijn niet jaarrond beschermd. Werkzaamheden die uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen kunnen leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar en zijn een overtreding van de Wet natuurbescherming, artikel 3.1, lid 1 en 2. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli. Echter hierop zijn altijd uitzonderingen. Het is niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels. Wanneer de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen, is een overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende soorten vleermuizen zijn beschermd volgens het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Uit de resultaten blijkt, dat diverse soorten vleermuizen in het plangebied kunnen voorkomen. Diverse soorten gebouw bewonende vleermuizen kunnen hun verblijfplaats hebben onder de dakpannen, leien en lood van het kasteel, het badhuisje, de schuur en de boerderij- en kapelvleugel.

Daarnaast zijn er op het kasteel, het badhuisje en de boerderijvleugel schoorstenen aanwezig met daaromheen lood. Diverse soorten vleermuizen kunnen hieronder hun verblijfplaats hebben. De aanwezigheid van vleermuizen kan derhalve niet worden uitgesloten.

Ecologische quickscan

15

Bij werkzaamheden aan de daken van het kasteel, het badhuisje, de schuur en de boerderij- en kapelvleugel en de schoorstenen op het kasteel, het badhuisje en de boerderijvleugel kunnen vleermuizen en hun verblijfplaats verstoord, vernield of verwijderd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wet Natuurbescherming. Middels aanvullend onderzoek naar vleermuizen dient onderzocht te worden of er daadwerkelijk verblijfplaatsen van deze soorten in het plangebied aanwezig zijn. Het is aan te bevelen om het vleermuisonderzoek uit te voeren volgens het Vleermuisprotocol 2017. Het vleermuisonderzoek wordt uitgevoerd door middel van drie veldbezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli (twee direct na zonsondergang en één direct voor zonsopkomst) en twee veldbezoeken in de periode 15 augustus t/m 1 oktober (één ruim na zonsondergang en één ruim voor zonsopkomst). Deze bezoeken dienen met behulp van een heterodyne batdetector met time expansion uitgevoerd te worden. Wanneer geen werkzaamheden plaatsvinden aan de daken van het kasteel, het badhuisje, de schuur en de boerderij- en kapelvleugel en de schoorstenen op het kasteel, het badhuisje en de boerderijvleugel, is er geen negatief effect op de (mogelijk) aanwezige vleermuizen en hun verblijfplaatsen en wordt een overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen.

Steenmarter De steenmarter is beschermd volgens het beschermingsregime Andere soorten. Op de zolders van de gebouwen en in de ruimte onder de barakken kan de steenmarter zijn vaste rust- en verblijfplaats hebben. Bij een verbouwing van de zolders en bij sloop van de barakken, kan de steenmarter en zijn verblijfplaats verstoord, vernield of verwijderd worden. Dit is een overtreding van artikel 3.10, lid 1 en 2 van de Wet Natuurbescherming. De steenmarter is in Limburg vrijgesteld in de periode 15 augustus t/m februari. Wanneer de werkzaamheden aan de zolders en de sloop van de barakken in deze periode worden uitgevoerd, zijn er geen negatieve effecten op de steenmarter en wordt de Wet natuurbescherming niet overtreden.

5.4 Samenvatting De werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen. Voor het broedseizoen stelt de wet geen vaste begin- of einddatum. Normaal gesproken loopt het broedseizoen voor de meeste vogelsoorten van 15 maart tot 15 juli. Echter hierop zijn altijd uitzonderingen. Het is niet mogelijk ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedende vogels. Wanneer de werkzaamheden plaatsvinden buiten het broedseizoen, is een overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Wanneer er geen werkzaamheden plaatsvinden aan de daken van het kasteel, het badhuisje, de schuur en de boerderij- en kapelvleugel en de schoorstenen op het kasteel, het badhuisje en de boerderijvleugel, is er geen negatief effect op de (mogelijk) aanwezige vleermuizen en hun verblijfplaatsen en is overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Worden er wel werkzaamheden uitgevoerd aan de daken van het kasteel, het badhuisje, de schuur en de boerderij- en kapelvleugel en de schoorstenen op het kasteel, het badhuisje en de boerderijvleugel, dan dient tijdig aanvullend onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd te worden. Afhankelijk van de resultaten van dit aanvullend onderzoek kan een aanvraag van een ontheffing en het opstellen en uitvoeren van een compensatie- en mitigatieplan noodzakelijk zijn.

Ecologische quickscan

16

Voor de sloop van de barakken geldt het volgende. Wanneer de barakken gesloopt worden in de periode 15 augustus t/m februari, worden negatieve effecten op de steenmarter voorkomen. Een overtreding van de Wet natuurbescherming is dan niet aan de orde. Het opstellen van het concept bestemmingsplan is geen ruimtelijke ingreep. Het toewijzen van nieuwe functies aan de gebouwen is ook geen ruimtelijke ingreep. In feite hebben deze handelingen geen negatief effect op potentieel aanwezige beschermde soorten. Pas op het moment dat daadwerkelijk werkzaamheden aan of sloop van gebouwen gaat plaatsvinden, is er sprake van een ruimtelijke ingreep. Een ecologische quickscan en een aanvullend ecologisch onderzoek is in de regel drie jaar geldig, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd. Hiermee dient in de planning van de werkzaamheden rekening gehouden te worden.

Ecologische quickscan

17

6. Bronnenlijst 6.1 Websites • • • • • • • • • • •

www.eis-nederland.nl www.minez.nederlandse soorten.nl/zoeken-naar-soort www.ndff-ecogrid.nl www.ravon.nl www.soortenbank.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl

6.2 Literatuur •

• • • •

Broekhuizen S., Spoelstra K., Thissen J.B.M., Canters K.J. en Buys J.C. (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers C.M. en Van Delft J.C.W., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Dietz C., Von Helversen O. en Nill D., 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. Tirion Natuur. Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. BIJ12, 2017. Kennisdocumenten diverse beschermde soorten, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

Ecologische quickscan

18

Bijlagen 1. Foto overzicht 2. Wet- en regelgeving 3. Lijst van vogels met jaarrond beschermde nesten 4. Lijst van vrijgestelde soorten

Bijlage 1 Foto overzicht

Foto 1. Paardenkastanje naast de serre

Foto 2. Paardenkastanje naast de serre

Foto 3. Badhuisje

Foto 4. Badhuisje schoorsteen

Foto 5. Schuur

Foto 6. Schuur

Foto 7. Oude boerderijvleugel

Foto 8. Oude boerderijvleugel

Foto 9. Kapelvleugel

Foto 10. Kapelvleugel

Foto 11. Houten barakken

Foto 12. Houten barakken

Foto 13. Houten barakken

Foto 14. Houten barakken

Bijlage 2 Wet- en regelgeving Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Vanaf 2022 wordt deze wet opgenomen in de nieuwe Omgevingswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: • bescherming van Natura 2000-gebieden; • bescherming van soorten; • bescherming van houtopstanden. Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor gebieden of soorten (niet alleen de beschermde). Hieronder volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden.

Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: • leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of • natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Habitatrichtlijn. Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: • de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of, • een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: • beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, • beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn, • beschermingsregime andere soorten. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels.

Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: 1. opzettelijk vogels te doden of te vangen; 2. opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; 3. eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; 4. opzettelijk vogels te storen. Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2. De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: • de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, • het Verdrag van Bern, bijlage II, • het Verdrag van Bonn, bijlage I, en alle planten uit: • de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b, • het Verdrag van Bern, bijlage I. Volgens artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1.

opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. opzettelijk dieren te verstoren; 3. opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; 4. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 5. opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd. Dit betekent dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort. Beschermingsregime andere soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10 is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1. opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3. opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën.

Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: • geen andere bevredigende oplossing bestaat; • geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort; • en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en artikel 3.10, lid 2). Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang. Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming geldt voor bos en andere 'houtopstanden' zoals houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen. De Wet natuurbescherming is van toepassing als: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt; • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m²) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: • houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden; • houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: - ten minste eens per tien jaar worden geoogst; - bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; - zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant.

Vrijstellingen gelden wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Wet dieren De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: • zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In een ecologische quickscan wordt niet getoetst aan de Wet dieren.

Bijlage 3 Lijst van vogels met jaarrond beschermde nesten In Limburg zijn jaarrond beschermde nesten verdeeld in vier categorieën: • • • •

Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest Categorie 4: Vogel die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van het leefgebied niet in het geding mag komen.

Vogels jaarrond beschermde nesten Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Categorie

Kerkuil Steenuil Oehoe Roek Boerenzwaluw Gierzwaluw Huiszwaluw Huismus Bosuil Grote gele kwikstaart Ooievaar Slechtvalk Boomvalk Torenvalk Ransuil Havik Rode wouw Zwarte wouw Wespendief Raaf

Tyto alba Athene vidalii Bubo bubo Corvus frugilegus Hirundo rustica Apus apus Delichon urbicum Passer domesticus Strix aluco Motacilla cinerea Ciconia ciconia Falco peregrinus Falco subbuteo Falco tinnunculus Asio otus Accipiter gentilis Milvus milvus Milvus migrans Pernis apivorus Corvus corax

1 1 1 1 2 2 2 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 3 3

Vogels waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Categorie

Bijeneter Blauwe reiger Buizerd Draaihals Grauwe klauwier Grutto IJsvogel Kramsvogel Kwartelkoning Oeverzwaluw Paapje Ringmus Roerdomp Sperwer Spotvogel Visdief Wulp Zomertortel Zwarte specht

Merops apiaster Ardea cinerea Buteo buteo Jynx torquilla Lanius collurio Limosa limosa Alcedo atthis Turdus pilaris Crex crex Riparia riparia Saxicola rubetra Passer montanus Botaurus stellaris Accipiter nisus Hippolais icterina Sterna hirundo Numenius arquata Streptopelia turtur Dryocopus martius

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Bijlage 4 Lijst van vrijgestelde soorten In Limburg zijn een aantal soorten geheel vrijgesteld of vrijgesteld in een bepaalde periode. Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Vrijstelling

Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Eekhoorn Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Bruine kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Bastaardkikker

Microtus agrestis Apodemus sylvaticus Mustela putorius Micromys minutus Sorex minutus Erinaceus europaeus Sciurus vulgaris Sorex araneus Lepus europeus Mustela erminea Crocidura russula Oryctolagus cuniculus Arvicola scherman Pitymys subterraneus Capreolus capreolus Clethrionomys glareolus Martes foina Sorex coronatus Microtus arvalis Vulpes vulpes Mustela nivalis Sus scrofa Arvicola terrestris Rana temporaria Bufo bufo Anguis fragilis Triturus vulgaris Zootoca vivipara Pelophylax ridibundus Pelophylax klepton esculentus

Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Maart t/m april en juli t/m november Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar 15 augustus t/m februari Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Hele jaar Juli t/m september Hele jaar 15 augustus t/m 15 oktober Hele jaar Hele jaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=117140fd-747f-4fe2-94b7-b3a82b1297c3