Bijlage 3. Bestemmingsplan - regels
Tekst van het document
Centrum Herkenbosch
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
4 4 11
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Woongebied Artikel 4 Waarde - Archeologie - 2 Artikel 5 Waarde - Archeologie - 3 Artikel 6 Waarde - Archeologie - 6
13 13 19 21 23
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Artikel 12 Algemene wijzigingsregels
24 24 25 26 27 28 29
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel
30 30 31
Bijlage bij regels
33
Bijlage 1
34
Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
2
Regels
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan 'Centrum Herkenbosch' met identificatienummer NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 van de gemeente Roerdalen.
1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
achterperceelsgrens
de grens van een bouwperceel die is gelegen langs het achtererf.
1.6
afhankelijke woonruimte
bijbehorende bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg gehuisvest is.
1.7
antennedrager
een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.
1.8
antenne-installatie
een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
1.9
archeologische waarde
de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis.
1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
4
1.11
bebouwingspercentage
het op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage tot hoe ver het bouwperceel maximaal mag worden bebouwd, of wanneer dat in deze regels uitdrukkelijk is bepaald, het percentage tot waar het bouwvlak maximaal mag worden bebouwd.
1.12
bed & breakfast
een accommodatie voor recreatief nachtverblijf in een (bedrijfs)woning.
1.13
bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen.
1.14
bedrijf aan huis
de uitoefening aan huis van bedrijfsactiviteiten die vanwege hun kleinschalige omvang en geringe invloed op de omgeving kunnen worden uitgeoefend in een gedeelte van de woning, door diegene die ter plaatse zijn hoofdverblijf heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.
1.15
beperkt kwetsbaar object
beperkt kwestbaar object zoals vermeld in art. 1 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
1.16
beroep aan huis
de uitoefening aan huis van een vrij beroep of de beroepsmatige verlening van diensten aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, vastgesteldtechnisch of hiermee gelijk te stellen terrein, door diegene die terplaatse zijn hoofdverblijf heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.
1.17
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
1.18
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.19
bevoegd gezag
het bestuursorgaan zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, dan wel bij het ontbreken van een bestuursorgaan als bedoeld in dat artikellid, burgemeester en wethouders.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
5
1.20
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
1.21
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of het veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.22
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.23
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop volgens de planregels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.24
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel.
1.25
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.26
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.27
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid.
1.28
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Een en ander met inbegrip van: a. afhaal- en bezorgcentra met dien verstande dat er geen dranken en/of spijzen ter plaatse genuttigd worden; b. internetwinkels waar goederen via internet te koop aangeboden worden waarbij de koopovereenkomst overwegend via elektronische weg tot stand komt en er goederen ter plaatse uitgestald en/of geleverd worden.
1.29
erfafscheiding
een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een aangrenzend erf van buren of van de openbare weg. Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
6
1.30
evenement
een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak met bijbehorende voorzieningen waaronder in ieder geval parkeren.
1.31
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.32
gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven.
1.33
gestapelde woning
woning die is gestapeld met twee of meer andere woningen of indien de bestemming dat toelaat, met één of meer andere functies.
1.34
groepsrisico
groepsrisico zoals vermeld in art. 1 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
1.35
hekwerk
een afscheiding van hout of metaal met openingen, zoals gaaswerk, waar doorheen gekeken kan worden.
1.36
hoofdgebouw
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk in gebruik is en/of als zodanig valt aan te merken.
1.37
huishouden
één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid.
1.38
kantoor
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
1.39
kap
de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm dan wel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°.
1.40
kwetsbaar object
kwestbaar object zoals vermeld in art. 1 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
7
1.41
levensloopbestendige woning
een levensloopbestendige woning is een huis dat zo is aangepast of gebouwd dat het geschikt is om in te wonen, ook als er zorg nodig is of als mensen slecht ter been zijn (toegankelijk, comfortabel en veilig). Een levensloopbestendige woning is bedoeld voor iedereen, van jong tot oud, voor elke levensfase.
1.42
mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
1.43
markt
een plaats waar goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.
1.44
nevenfunctie
een of meer (bedrijfsmatige) activiteiten in combinatie met en ondergeschikt aan de uitoefening van het ter plaatse en bij wijze van hoofdfunctie uitgeoefende (agrarische) bedrijf/wonen.
1.45
nutsvoorziening
een gebouwde voorziening voor het algemeen nut.
1.46
onderkomens
gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, kampeermiddelen, stacaravans, containers, voertuigen, gewezen voertuigen of andere zaken die als tijdelijk dan wel permanent onderkomen dienen van één of meer huishoudens.
1.47
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.48
pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
1.49
peil
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de wegzijde grenst: maximaal 30 cm boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: maximaal 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
8
1.50
pergola
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, bestaande uit een open constructie van twee of meer palen, die onderling met elkaar verbonden zijn.
1.51
permanente bewoning
het gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd gebruiken van een voor recreatie bestemd verblijf als hoofd(woon)verblijf.
1.52
standplaats
een vaste locatie op een openbare en in de openlucht gelegen plaats ten behoeve van het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of het anderszins aanbieden van goederen en diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
1.53
twee-aaneenwoning
een woning die onderdeel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee hoofdgebouwen, alsmede wanneer deze beide hoofdgebouwen worden verbonden middels twee bijbehorende bouwwerken.
1.54
terras
een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.
1.55
verticale bouwdiepte
de diepte van een gebouw onder de grond of deels onder de grond (half verdiept).
1.56
vloeroppervlakte
de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond.
1.57
voorgevel
de gevel(s) van een gebouw die is/zijn gelegen in de voorgevelrooilijn.
1.58
voorgevelrooilijn
denkbeeldige lijn waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw word(t)(en) / is/ zijn gesitueerd en die is/zijn gelegen aan de zijde van de aan de weg gelegen perceelsgrens.
1.59
vrijstaande woning
een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw, alsmede een vrijstaand hoofdgebouw dat middels een bijbehorend bouwwerk wordt verbonden met een ander vrijstaand hoofdgebouw.
1.60
wonen
huisvesting waarbij de bewoner(s) van een woning gezamenlijk één afzonderlijk huishouden vormen.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
9
1.61
woning
een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder bijvoorbeeld een eigen toegang, toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
10
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6
de verticale bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer tot aan de bovenkant van de onderste afgewerkte vloer. 2.7
ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, ondergeschikte dakkapellen en gevelopbouwen, gevelen kroonlijsten, luifels, waaronder begrepen een overkapping boven de voordeur, uitbouwen, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, onder voorwaarde dat de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt, en de totale oppervlakte van de overschrijding niet meer dan 6 m². 2.8
afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; ondergeschikte bouwdelen worden hierbij niet meegenomen. 2.9 bouwhoogte van een antenne-installatie a. in geval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.10
breedte, lengte en diepte van een gebouw
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren. 2.11
bruto vloeroppervlak
de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van alle bouwlagen, dus inclusief bijvoorbeeld ingesloten buitenruimte, trappen, liftkokers, installatieruimten, enz. 2.12
aanvullende meetregels
Bij het meten gelden de volgende aanvullende regels: a. het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de wegzijde grenst: dient te zijn gesitueerd op maximaal 30 cm boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
11
die hoofdtoegang; b. het peil in andere gevallen: dient te zijn gesitueerd op maximaal 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Woongebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, in de volgende categorieën: 1. vrijstaande woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand'; 2. twee-aaneengebouwde woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen'; 3. gestapelde woningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'; b. uitsluitend levensloopbestendige woningen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - levensloopbestendig'; c. al dan niet in combinatie met een beroep aan huis, zoals nader beschreven in 3.5.1; met de daarbij behorende: d. hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde, installaties voor warmte- of koudeopwekking, erven, tuinen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, ontsluitingspaden en brandgangen; alsmede voor: e. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, met dien verstande dat de ontsluiting van de grondgebonden woningen, welke niet direct aan de Stationsweg of Hoofdstraat zijn gesitueerd, en de gestapelde woningen, plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting'; f. voet- en rijwielpaden; g. bermen en beplanting; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. ondergrondse inzamelcontainers; k. straatmeubilair; l. groenvoorzieningen; m. evenementen; n. standplaatsen; o. markten. 3.2
Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: 3.2.1 Algemeen a. Nieuwe woningen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', waarbij het ter plaatse genoemde aantal niet mag worden overschreden. Voor zover aanduidingsvlakken middels de figuur 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden deze aanduidingsvlakken als één aanduidingsvlak. b. Gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zijn toegestaan binnen en buiten het bouwvlak, met dien verstand dat de hoogte maximaal 3 meter en de oppervlakte maximaal 6 m² mag bedragen. 3.2.2 Hoofdgebouwen a. Een hoofdgebouw is uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. b. De voorgevel van het hoofdgebouw, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, moet worden gesitueerd op of maximaal 2 meter achter de de naar de weg gekeerde bouwgrens. c. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. voor vrijstaande woningen aan minimaal één zijde minimaal 2 meter; 2. voor twee-aaneen gebouwde woningen aan één zijde minimaal 2 meter. d. De maximum goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
13
aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'. e. Woningen moeten zijn voorzien van een kap met een dakhelling van minimaal 30 graden en maximaal 65 graden, dit met uitzondering van gestapelde woningen die ook van een plat dak mogen worden voorzien. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken a. Een bijbehorend bouwwerk is zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan, met in achtneming van de overige bouwregels. b. Een bijbehorend bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, mag uitsluitend worden opgericht op een afstand van ten minste 2 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan, met dien verstande dat wanneer het een garage betreft, de afstand van de garage tot de bestemming 'Verkeer' of de weg aan de voorzijde van de woning minimaal 5,50 meter bedraagt. c. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 150 m² bedragen, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte aan hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken per bouwperceel maximaal: 1. 50% van het bouwperceel bedraagt voor vrijstaande woningen; 2. 60% van het bouwperceel bedraagt voor twee-aaneen gebouwde woningen. d. Voor bijbehorende bouwwerken die aan het hoofdgebouw worden gebouwd gelden de volgende maximum goot- en bouwhoogte: 1.
goothoogte: maximaal 30 centimeter boven de bovenkant van de scheidingsconstructie tussen de eerste en de tweede bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw; 2. bouwhoogte: tot maximaal halverwege de kap op het bijbehorende hoofdgebouw. e. Voor bijbehorende bouwwerken die niet aan het hoofdgebouw worden gebouwd, geldt een maximum goothoogte van 3,50 meter en een maximum bouwhoogte vcan 5 meter, met dien verstande dat de maximum dakhelling en hoogte niet meer mogen bedragen dan die van het bijbehorende hoofdgebouw. f. De verticale bouwdiepte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3 meter bedragen. 3.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde a. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan in de tabel hierna is aangegeven:
3.3
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Max. bouwhoogte voor de voorgevelrooilijn
Max. bouwhoogte achter de voorgevelrooilijn
Erfafscheidingen
1,2 m
2m
Buitenverlichting
1m
2m
Lichtmasten
10 m
10 m
Pergola’s
3m
3m
Speelvoorzieningen
3m
3m
Overig
3m
3m
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen met betrekking tot de situering en afmetingen van de onder 3.2 bedoelde bouwwerken en de aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein, indien dat noodzakelijk is in verband met een onevenredige aantasting van: a. het straat- en bebouwingsbeeld: in het belang van een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige inpassing en ter waarborging van de stedenbouwkundige (beeld)kwaliteit; b. de gebruiksmogelijkheden: ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; c. het woon- en leefklimaat: het in stand houden van een goede woonsituatie ter plaatse en in de omgeving, in het bijzonder met het oog op: Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
14
1. 2. 3. 4. 5.
de lichttoetreding/bezonning ten opzichte van de (bebouwing op) aangrenzende gronden; het uitzicht; de aanwezigheid van voldoende privacy; het gebruik in verband met een beroep aan huis; de verkeersveiligheid: ter waarborging van de verkeersveiligheid, in het bijzonder de benodigde uitzichthoeken op hoeken van wegen; d. de sociale veiligheid: ter waarborging en voorkoming van een ruimtelijke situatie die onoverzichtelijk, onherkenbaar en niet sociaal controleerbaar is; e. de brandveiligheid: ter waarborging en voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid respectievelijk brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is. 3.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: 3.4.1 Bouwen buiten 'bouwvlak' en aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' a. 3.2.1 en 3.2.2 onder a. en d. van deze regels, voor het realiseren van nieuwe woningen c.q. hoofdgebouwen buiten de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvvlak' en ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', onder voorwaarde dat: 1. niet meer dan 3 meter wordt afgeweken van de aanduidingsgrenzen; 2. de afstand van de voorgevelrooilijn tot aan de weg minimaal 2 meter dient te bedragen; 3. de maximum goothoogte en maximum bouwhoogte zoals opgenomen voor het van toepassing zijnde bouwvlak ook van toepassing zijn voor de delen waarvoor de grenzen van het betreffende bouwvlak worden overschreden; 4. een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige inpassing en stedenbouwkundige (beeld)kwaliteit is gewaarborgd; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken niet onevenredig worden aangetast. 3.4.2 Afstand voorgevelrooilijn a. 3.2.3, onder b, van deze regels, voor het oprichten van ten hoogste één bijbehorend bouwwerk op een kleinere afstand vanaf de voorgevelrooilijn of de weg aan de voorzijde van de woning, onder voorwaarde dat: 1.
het oppervlak van het bijgebouw voor zover gelegen buiten het bouwvlak maximaal 20m² bedraagt; 2. een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige inpassing en stedenbouwkundige (beeld)kwaliteit is gewaarborgd; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; 4. de afstand van het bijgebouw tot de aan de bestemming 'Verkeer' of de weg gelegen zijde van de bestemmingsgrens, mede in verband met de verkeersveiligheid, ten minste 1,50 meter bedraagt. 5. er voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein beschikbaar blijft. 3.4.3 Erfafscheidingen op hoekpercelen a. 3.2.4 , onder a, van deze regels, voor het oprichten van een erfafscheiding vóór maximaal een van de voorgevelrooilijnen op hoekpercelen, onder voorwaarde dat: b. de maximum hoogte 2 meter bedraagt; c. een verantwoorde, evenwichtige en samenhangende stedenbouwkundige inpassing en stedenbouwkundige (beeld)kwaliteit is gewaarborgd; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; e. de verkeersveiligheid, in het bijzonder de benodigde uitzichthoeken op hoeken van wegen, is gewaarborgd. 3.4.4 Woningen voorzien van plat dak a.
3.2.2, onder e, van deze regels, voor het toestaan dat de woning wordt voorzien van een plat dak, onder voorwaarde dat ter beoordeling van de toelaatbaarheid van de afwijking een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken wordt: Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
15
b. de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; c. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; d. de mate waarin de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische-, de verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid is aangetoond. 3.4.5
Ander woningtype
3.1 onder a voor het toestaan van een ander woningtype dan aangeven op de verbeelding onder voorwaarde dat ter beoordeling van de toelaatbaarheid van de afwijking van het woningtype een evenredige belangenafweging plaatsvindt, waarbij betrokken wordt: a. de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; c. de mate waarin de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische-, de verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid is aangetoond. 3.5
Specifieke gebruiksregels
Voor het gebruik gelden de volgende regels: 3.5.1
Beroep aan huis
Een woning mag worden gebruikt voor de uitoefening van een beroep aan huis in de hoofd- en/of bijbehorende bouwwerken, onder voorwaarde dat: a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft en niet meer dan 1/3 van de gezamenlijke vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken daarvoor wordt gebruikt; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat van de omgeving; c. het beroep aan huis wordt uitgeoefend door degene die in de betreffende woning zijn hoofdverblijf heeft; d. het gebruik geen invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaakt; e. er geen detailhandel plaatsvindt; f. per beroep aan huis 1 reclame- of naambord aan de gevel of in de tuin/erf is toegestaan van maximaal 0,5 m². 3.5.2
Mantelzorg
De aan het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt als afhankelijke woonruimte, onder voorwaarde dat: a. de bewoners van het bijbehorende bouwwerk voor hun mantelzorg afhankelijk zijn van de bewoners van het hoofdgebouw; b. op het bouwperceel geen tweede zelfstandige woning ontstaat. 3.5.3
Evenementen
Op de voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn ter hoogte van het openbaar gebied evenementen toegestaan voor maximaal 7 dagen, inclusief opbouwen, inrichten, afbreken en opruimen. 3.5.4
Voorwaardelijke verplichtingen
a
Geluid verkeerslawaai
Nieuwbouwwoningen als bedoeld onder 3.1 mogen pas in gebruik worden genomen ten behoeve van het wonen, indien de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner is dan het verschil tussen de optredende gecumuleerde geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai en 33 dB. b
Geluid installaties warmte- of koudeopwekking
Nieuwbouwwoningen als bedoeld onder 3.1 mogen, indien gebruik wordt gemaakt van een installatie voor warmte- of koudeopwekking die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, pas in gebruik worden genomen indien: Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
16
a. het geluidsniveau als gevolg van de installatie voor warmte- of koudeopwekking op de perceelgrens met een perceel voor een andere woonfunctie ten hoogste 40 dB bedraagt; b. het geluidsniveau als gevolg van een installatie voor warmte- of koudeopwekking, ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie, ten hoogste 40 dB bedraagt; c. het cumulatieve geluidsniveau ten hoogste 43 dB bedraagt op de gevels van woningen op percelen met een andere woonfunctie. De (cumulatieve) geluidsbelasting dient te worden bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai. Indien deze handleiding gedurende de planperiode wordt aangepast, dient rekening te worden gehouden met deze aanpassingen. c
Geluidwerende voorziening
Het gebruik van de openbare ontsluitingsweg en openbare parkeervoorzieningen ten behoeve van wonen als bedoeld onder 3.1 is uitsluitend toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidwerende voorziening' een geluidwerende voorziening wordt gerealiseerd die geluidabsorberend wordt uitgevoerd met een bouwhoogte van minimaal 1,8 meter en een minimale massa van 10 kg/m² en vervolgens in stand wordt gehouden. 3.6
Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1
Bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 van deze regels voor een bed & breakfast in de woning, onder voorwaarde dat: a. b. c. d.
de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat van de omgeving; de exploitant in de betreffende woning zijn hoofdverblijf heeft; het gebruik geen invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaakt; e. per bed & breakfast 1 reclame- of naambord aan de gevel of in de tuin/erf is toegestaan van maximaal 0,5 m²; f. de bed & breakfast door indeling en maatvoering niet functioneert als een zelfstandige woning, zodat een aparte kookgelegenheid niet is toegestaan; g. maximaal 5 slaapplaatsen in ten hoogste 2 kamers mogen worden gerealiseerd; h. ter voorkoming van permanente bewoning een kortdurende recreatieve verblijfsduur geldt van maximaal 3 weken. 3.6.2
Bedrijf aan huis
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 van deze regels voor de uitoefening van een bedrijf aan huis in de hoofd- en/of de bijbehorende bouwwerken, onder voorwaarde dat: a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft en niet meer dan 1/3 van de gezamenlijke vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken daarvoor wordt gebruikt; b. geen afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat van de omgeving; c. uitsluitend bedrijfsactiviteiten worden toegestaan tot en met categorie 2 van als Bijlage 1 bij deze regels opgenomen 'Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis'; d. het bedrijf aan huis wordt uitgeoefend door degene die in de betreffende woning zijn hoofdverblijf heeft; e. het gebruik geen invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige parkeerdruk veroorzaakt; f. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in verband met het bedrijf aan huis; g. per bedrijf aan huis 1 reclame- of naambord aan de gevel of in de tuin/erf is toegestaan van maximaal 0,5 m².
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
17
3.6.3
Ontsluiting
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1 van deze regels om de ontsluiting ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' anders te situeren, onder voorwaarde dat dit vanuit zowel verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar wordt geacht. 3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.7.1
Verbod
Het is zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning verboden om de voor 'Woongebied' aangewezen gronden, voor meer dan 50 procent van de oppervlakte per bouwperceel voor zover gelegen tussen de naar de weg gekeerde voorgevelrooilijn van een woning en het aangrenzende openbaar gebied, te voorzien van verharding. 3.7.2
Voorwaarden
Het bevoegd gezag kan voorwaarden verbinden aan het verlenen van de vergunning met betrekking tot: a. de waterdoorlatendheid van de verharding; b. het maximaal te verharden percentage van het bouwperceel binnen de bestemming 'Woongebied', voor zover het gronden gelegen tussen de naar de weg gekeerde voorgevelrooilijn van een woning en het aangrenzende openbaar gebied betreft.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
18
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Verbod
Het is verboden om zonder of in afwijking van een besluit om van de bouwregels af te wijken, te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie - 2' mede bestemde gronden. 4.2.2
Uitzonderingen
Het in lid 4.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing: a. op bebouwing die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en) indien voldaan wordt aan één van de volgende twee voorwaarden: 1. de maximum oppervlakte van de bebouwing bedraagt ten hoogste 250 m²; 2. de maximum ondergrondse bouwdiepte bedraagt ten hoogste 40 cm; b. op de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en) indien voldaan wordt aan de volgende twee voorwaarden: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijking
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 4.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd door middel van het verbinden van voorschriften aan het besluit om af te wijken. 4.3.2
Beperkingen
Het bevoegd gezag kan het besluit om af te wijken onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan het besluit verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 4.3.3
Advies
Alvorens het bevoegd gezag besluiten om af te wijken kan zij schriftelijk advies inwinnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een besluit om af te wijken archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan het besluit moeten worden verbonden. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een 'omgevingsvergunning voor de uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden': Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
19
a. de bodem met meer dan 1 m op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; c. het graven, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; d. de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; e. de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; f. het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting; g. andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld. 4.4.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het in lid 4.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. de werken of werkzaamheden een oppervlakte hebben van niet meer dan 250 m² en het werken of werkzaamheden betreft waarbij de bodem tot ten hoogste 40 cm onder het bestaande maaiveld wordt geroerd; of b. de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud betreffen; of c. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; of d. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; of e. de werken en werkzaamheden het archeologisch onderzoek betreffen. 4.4.3
Toetsingscriteria
De vergunning wordt verleend, indien de in 4.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 4.4.4
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 4.4.5
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning kan zij schriftelijk advies inwinnen bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 4.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie - 2' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
20
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Verbod
Het is verboden om zonder of in afwijking van een besluit om van de bouwregels af te wijken, te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie - 3' mede bestemde gronden. 5.2.2
Uitzonderingen
Het in lid 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing: a. op bebouwing die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en) indien voldaan wordt aan één van de volgende twee voorwaarden: 1. de maximum oppervlakte van de bebouwing bedraagt ten hoogste 1.000 m²; 2. de maximum ondergrondse bouwdiepte bedraagt ten hoogste 40 cm; b. op de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en) indien voldaan wordt aan de volgende twee voorwaarden: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijking
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 5.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd door middel van het verbinden van voorschriften aan het besluit om af te wijken. 5.3.2
Beperkingen
Het bevoegd gezag kan het besluit om af te wijken onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan het besluit verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.3.3
Advies
Alvorens het bevoegd gezag besluiten om af te wijken kan zij schriftelijk advies inwinnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een besluit om af te wijken archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan het besluit moeten worden verbonden. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een 'omgevingsvergunning voor de uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden': Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
21
a. de bodem met meer dan 1 m op te hogen boven het bestaande maaiveld; b. het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; c. het graven, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; d. de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; e. de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; f. het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting; g. andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld. 5.4.2
Uitzondering op het uitvoeringsverbod
Het in lid 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. de werken of werkzaamheden een oppervlakte hebben van niet meer dan 1.000 m² en het werken of werkzaamheden betreft waarbij de bodem tot ten hoogste 40 cm onder het bestaande maaiveld wordt geroerd; of b. de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud betreffen; of c. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; of d. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; of e. de werken en werkzaamheden het archeologisch onderzoek betreffen. 5.4.3
Toetsingscriteria
De vergunning wordt verleend, indien de in 5.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 5.4.4
Voorwaarden voor een omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg. 5.4.5
Advies
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning kan zij schriftelijk advies inwinnen bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden. 5.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
22
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie - 6
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Voor het bouwen of laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie - 6' mede bestemde gronden gelden geen restricties.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
23
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
24
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Bestaande en afwijkende maatvoering
a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maatvoering en situering van gebouwen gelden de bouwregels, zoals die onder de bestemmingen en algemene bouwregels zijn voorgeschreven, dan wel de bestaande overschrijding daarvan, zoals deze op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, of kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen. b. Het bepaalde in artikel 8.1 onder a geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. c. In geval van herbouw is het bepaalde in artikel 8.1 onder a, uitsluitend van toepassing indien herbouw op dezelfde plaats geschiedt. 8.2
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
8.2.1
Parkeernormen
Op eigen terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als voor vrijstaande en twee-aaneengebouwde woningen wordt voorzien in minimaal 1,7 parkeerplaatsen per woning en voor gestapelde woningen in minimaal 1,0 parkeerplaats per woning. 8.2.2
Afmetingen parkeerruimte
De in artikel 8.2.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 1,80 m bij 5,00 m bedragen. 8.2.3
Laad- en losruimte
Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 8.2.4
Omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.1 en 8.2.3 indien aangetoond is door initiatiefnemer dat in de directe omgeving (een straal van circa 100 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn en de openbare ruimte niet onevenredig wordt belast. 8.2.5
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
25
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
Onder gebruik in strijd met dit bestemmingsplan, wordt in ieder geval verstaan: a. opslagdoeleinden, anders dan in verband met het toegelaten gebruik, waarbij in ieder geval als strijdig gebruik wordt aangemerkt: brand- en explosiegevaarlijke opslag, waaronder opslagruimte voor vuurwerk; b. het plaatsen en/of geplaatst houden van onderkomens; c. het storten en/of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen of het laten storten daarvan; d. het gebruik of laten gebruiken van de gebouwen voor een seksinrichting; e. (raam)prostitutie; f. het splitsen van een woning in meer dan één woning, of het gebruiken van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden. g. andere doeleinden dan waarvoor burgemeester en wethouders met een omgevingsvergunning zijn afgeweken.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
26
Artikel 10 10.1
Algemene aanduidingsregels
milieuzone - roerdalslenk III
Ter plaatse van de aanduiding‘milieuzone - roerdalslenk III' zijn de regels met betrekking tot de Roerdalslenk zone III, zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg 2014 van toepassing. Indien de omgevingsverordening gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
27
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van deze regels voor een geringe overschrijding van de bestemmings-, aanduidings- en/of bouwgrenzen, indien een onnauwkeurigheid of de feitelijke toestand van het terrein daartoe aanleiding geeft, of indien een rationele verkaveling van de gronden een geringe overschrijding vergt, onder voorwaarde dat de grens of grenzen met niet meer dan 2 meter worden overschreden.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
28
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingsgrenzen met maximaal 5 meter te verschuiven, onder voorwaarde dat het bestemmingsvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
29
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
30
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Centrum Herkenbosch'.
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
31
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
32
Bijlage bij regels
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
33
Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis
Centrum Herkenbosch NL.IMRO.1669.BPHKB2021CENTRUMHB-VG01 vastgesteld
34
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen Versie 1.0 – 30 oktober 2015
Lijst van afkortingen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten < > = cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d
niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag
w j B C D L Z R V G/P
week jaar bodemverontreiniging continu divers luchtverontreiniging zonering op basis van Wet geluidhinder risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) Vuurwerkbesluit van toepassing verkeersaantrekkende werking goederenvervoer/personenvervoer: 1. potentieel geringe verkeersaantrekkende werking 2. potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking 3. potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking
CATEGORIE
VERKEER
01
01
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN DE LANDBOUW
0112
011, 012, 013, 016
0
Tuinbouw:
0112
0113
4
-
champignonkwekerijen (algemeen)
30
10
30
C
10
30
2
1 G
0112
0163
6
-
bloembollendroog- en prepareerbedrijven
30
10
30
C
10
30
2
1 G
0112
011
7
-
witlofkwekerijen (algemeen)
30
10
30
C
10
30
2
1 G
014
016
0
Dienstverlening ten behoeve van de landbouw:
014
016
1
-
algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
2 G
014
016
2
-
algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
014
016
-
algemeen met opslag bestrijdingsmiddelen > 10 ton: zie SBI-code 51.55
014
016
3
-
plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
2 G
014
016
4
-
plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
0142
0162
30
10
30
C
0
30
2
1 G
05
03
0501.2
0312
50
0
50
C
10
50
3.1
1 G
0502
032
0
Vis- en schaaldierkwekerijen
0502
032
1
-
oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven
100
30
50
C
0
100
3.2
1 G
0502
032
2
-
visteeltbedrijven
50
0
50
C
0
50
3.1
1 G
15
10, 11
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
101, 102
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
151
101
5
-
vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1.000 m²
50
0
50
C
30
50
3.1
1 G
151
101
6
-
vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
30
0
50
10
50
3.1
1 G
151
101, 102
7
-
loonslachterijen
50
0
50
10
50
3.1
1 G
151
108
8
-
50
0
50
10
50
3.1
2 G
152
102
0
KI-stations -
AFSTANDEN IN METERS
INDICES AFSTAND
GROOTSTE
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-2008 VNG-VNGVNG-nr.
SBI-1993
GEVAAR
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
STOF
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
GEUR
2
D
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Binnenvisserijbedrijven
vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaarmaaltijden met p.o. < 2.000 m² Visverwerkingsbedrijven:
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
102
6
-
1531
1031
0
Aardappelproductenfabrieken:
1531
1031
2
-
1551
1051
0
Zuivelproducten fabrieken:
1552
1052
2
-
1581
1071
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1071
1
-
1584
10821
0
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
1584
10821
3
-
1584
10821
6
-
1585
1073
17
13
173
133
174,175
139
176,177
139, 143
18
14
181
141
Vervaardiging kleding van leer
182
141
Vervaardiging van kleding en –toebehoren (exclusief van leer)
183
142, 151
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
19
15
192
151
193
152
20
16
1 G
50
3.1
1 G
0
30
2
1 G
10
30
2
1 G
30
10
30
2
1 G
10
30
10
30
2
1 G
30
10
10
50
3.1
2 G
50
0
50
10
50
3.1
2 G
10
0
50
10
50
3.1
1 G
0
10
50
10
50
3.1
1 G
30
0
50
0
50
3.1
1 G
10
10
30
10
30
2
2 G
50
10
10
10
50
3.1
1 G
Lederwarenfabrieken (exclusief kleding en schoeisel)
50
10
30
10
50
3.1
2 G
Schoenenfabrieken
50
10
50
10
50
3.1
2 G
GEUR
STOF 10
30
50
10
50
50
10
0
30
30
10
30
30
10
30 50
Textielveredelingsbedrijven Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² v.c. < 7.500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens cacao- en chocoladefabriek en vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² suikerwerkfabrieken zonder suikerbranden: p.o. <= 200 m²
-
-
-
C
R
AFSTAND
3.1
GELUID
50
VNG-VNGVNG-nr.
10
50
conserveren of verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²
Deegwarenfabrieken -
INDICES VERKEER
152
AFSTANDEN IN METERS CATEGORIE
OMSCHRIJVING
GROOTSTE
SBI-2008
GEVAAR
SBI-1993
3
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCLUSIEF KLEDING)
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK EN
D
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
Houtconserveringsbedrijven:
2010.2
16102
2
-
202
1621
203,204,205
162
0
203,204,205
162
1
205
162902
21
17
-
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN
2112
1712
0
Papier- en kartonfabrieken:
2112
1712
1
-
212
172
22
18
2222.6
18129
2223
1814
A
2223
1814
B
2224
0
50
VERKEER
0
CATEGORIE
16102
100
3.2
2 G
AFSTAND
2010.2
GROOTSTE
16101
INDICES
GEVAAR
2010.1
AFSTANDEN IN METERS GELUID
OMSCHRIJVING STOF
SBI-2008 VNG-VNGVNG-nr.
SBI-1993
Versie 1.0 – 30 oktober 2015
GEUR
4
DERGELIJKE Houtzagerijen met zoutoplossingen
100
50
R
10
30
50
10
50
3.1
2 G
100
30
100
10
100
3.2
3 G
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout
0
30
100
0
100
3.2
2 G
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²
0
30
50
0
50
3.1
1 G
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10
10
30
0
30
2
1 G
50
30
50
C
30
R
50
3.1
1 G
30
30
100
C
30
R
100
3.2
2 G
10
0
30
0
30
2
1 P
Grafische afwerking
0
0
10
0
10
1
1 G
Binderijen
30
0
30
0
30
2
2 G
1813
Grafische reproductie en zetten
30
0
10
10
30
2
2 G
2225
1814
Overige grafische activiteiten
30
0
30
10
30
2
2 G
223
182
Reproductiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
10
1
1 G
2442
2120
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2442
2120
1
-
formulering en afvullen geneesmiddelen
50
10
50
50
R
50
3.1
2 G
2442
2120
2
-
2464
205902
2466
205903
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
p.c. < 3 ton/uur
Papier- en kartonwarenfabrieken -
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
A
D
verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
2 G
Fotochemische productenfabrieken
50
10
100
50
R
100
3.2
3 G
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
50
10
50
50
R
50
3.1
3 G
STOF
CATEGORIE
VERKEER
2512
221102
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
2512
221102
1
-
vloeroppervlak < 100 m²
50
10
30
30
50
3.1
1 G
2512
221102
2
-
vloeroppervlak >= 100 m²
200
50
100
50
R
200
4.1
2 G
2513
2219
100
10
50
50
R
100
3.2
1 G
252
222
0
Kunststofverwerkende bedrijven:
252
222
3
-
50
30
50
30
50
3.1
2 G
26
23
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN
261
231
0
Glasfabrieken:
261
231
4
-
500
200
300
500
5.1
2 G
2612
231
10
30
30
10
30
2
1 G
262, 263
232, 234
0
Aardewerkfabrieken:
262, 263
232, 234
1
-
10
10
30
10
30
2
1 G
28
25, 31
-
VERVAARDIGING EN REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCLUSIEF MACHINES/TRANSPORTMIDDELEN)
284
255, 331
B1
Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen en dergelijke, p.o. < 200 m²
30
30
50
10
50
D
3.1
1 G
2852
2562, 3311
2
Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, p.o. < 200 m²
10
30
50
10
50
D
3.1
1 G
287
259, 331
B
Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.; inpandig, p.o. < 200 m²
30
30
50
10
50
3.1
1 G
29
27, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN
29
27, 28, 33
0
Machine- en apparatenfabrieken, inclusief reparatie:
29
27, 28, 33
30
30
50
30
50
3.1
1 G
30
26, 28, 33
-
VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS
30
26, 28, 33
A
Kantoormachines- en computerfabrieken, inclusief reparatie
30
10
30
10
30
2
1 G
Rubberartikelenfabrieken productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen
glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 ton/jaar
Glas-in-loodzetterij
-
vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
reparatie van machines en apparaten, zonder proefdraaien verbrandingsmotoren = 1 MW
AFSTANDEN IN METERS
INDICES
GEVAAR
GELUID C
Z
50
R
AFSTAND
SBI-2008
GROOTSTE
SBI-1993
VNG-VNGVNG-nr.
OMSCHRIJVING
5
GEUR
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
D
Staat van Bedrijfsactiviteiten – Roerdalen
OMSCHRIJVING
31
26, 27, 33
316
293
32
26, 33
321 t/m 323
261, 263, 264, 331
3210
2612
33
26, 32, 33
-
VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN
33
26, 32, 33
A
Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten en dergelijke, inclusief reparatie
35
30
-
VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCLUSIEF AUTO'S, AANHANGWAGENS)
351
301, 3315
0
Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:
351
301, 3315
1
-
351
301, 3315
2
351
301, 3315
352
302, 317