Bijlage 2: was-wordt tabel Apv 2023
Tekst van het document
Bijlage 2.: was-wordt-tabel Apv Roerdalen Leeswijzer: In de linker kolom is de tekst uit de Apv 2019 opgenomen. De cursief weergegeven tekst wijzigt of komt te vervallen. In de rechter kolom staat het tekstvoorstel voor de Apv 2023, waarbij de wijzigingen of aanvullingen blauw en vet gedrukt staan. Bestaande tekst Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019)
Nieuwe tekst Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023)
Geldend van 01-01-2020 t/m heden
Geldend van 01-01-2024 t/m heden
Bestaande tekst Intitulé
Nieuwe tekst Intitulé
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019) De raad van de gemeente Roerdalen heeft;
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Roerdalen houdende gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023) De raad van de gemeente Roerdalen heeft;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 29 oktober 2019,
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 september 2023,
gelet op: de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4 van de Drank- en Horecawet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet;
gelet op: de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet;
Pagina 1 van 43
-
artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s; - het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; het volgende besluit genomen:
-
artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s; - het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; het volgende besluit genomen:
Besluit:
Besluit:
A. de “Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2016” in te trekken; B. de navolgende “Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019” vast te stellen.
A. de “Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2019” in te trekken; B. de navolgende “Algemene plaatselijke verordening Roerdalen 2023” vast te stellen.
Bestaande tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
Nieuwe tekst Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; 2. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; 3. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
2. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 3. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal, of ander materiaal, die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond verbonden is, dan wel direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 4. bromfiets, motorvoertuig en parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; 5. college: het college van burgemeester en wethouders;
Pagina 2 van 43
4. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
5. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; 6. college: het college van burgemeester en wethouders;
6. gebouw: wat in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; 7. handelsreclame: reclame waarbij het commercieel belang centraal staat bij het aanprijzen of aandacht vestigen; 8. ideële reclame: reclame waarbij een sociaal, maatschappelijk of politiek belang centraal staat bij het aanprijzen of aandacht vestigen en de statuten van de organisatie uitsluitsel geven of sprake is van ideële reclame;
9. outlaw motor gang: een groep met een hiërarchische structuur die affiniteit met motorrijden uitdraagt met herkenbare groepssymbolen, waarbij geweld of dreiging met geweld en verstoring van de openbare orde onderdeel zijn van de groepscultuur of het groepsgedrag; 10. ongewenste groep: een door de burgemeester aangewezen groep personen met een herkenbare organisatiestructuur of herkenbare groepssymbolen of een herkenbaar optreden naar buiten als groep, waarbij geweld of dreiging met geweld of verstoring van de openbare orde onderdeel zijn van de groepscultuur of het groepsgedrag. 11. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar zijn of op andere wijze toegankelijk zijn; 12. openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
13. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht 14. reclame: iedere kennelijke vorm van aanprijzen of aandacht vestigen op goederen, diensten, activiteiten of namen, met inbegrip van bevestigings- en hulpconstructies en zichtbaar vanaf de weg.
Pagina 3 van 43
7. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; 8. handelsreclame: reclame waarbij het commercieel belang centraal staat bij het aanprijzen of aandacht vestigen; 9. ideële reclame: reclame waarbij een sociaal, maatschappelijk of politiek belang centraal staat bij het aanprijzen of aandacht vestigen en de statuten van de organisatie uitsluitsel geven of sprake is van ideële reclame; 10. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
11. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; 12. openbare plaats: wat in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; 13. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 14. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; 15. reclame: iedere kennelijke vorm van aanprijzen of aandacht vestigen op goederen, diensten, activiteiten of namen, met inbegrip van bevestigings- en hulpconstructies en zichtbaar vanaf de weg;
15. snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; 16. verboden rechtspersoon: een op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek verboden rechtspersoon; 17. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; 18. weg: wat in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.
Pagina 4 van 43
16. snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats. Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; 17. verboden rechtspersoon: een op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek verboden rechtspersoon; 18. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; 19. weg: wat in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.
Bestaande tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist binnen acht weken op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing. Deze beslistermijn begint de dag na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de beslistermijn met maximaal acht weken verlengen. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Nieuwe tekst Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist binnen acht weken op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing. Deze beslistermijn begint de dag na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de beslistermijn met maximaal acht weken verlengen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Bestaande tekst Artikel 1:3 Voorschriften, voorwaarden en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften, voorwaarden en beperkingen worden verbonden. Deze strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Het is verboden de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen te overtreden of te laten overtreden
Nieuwe tekst Artikel 1:3 Voorschriften, voorwaarden en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften, voorwaarden en beperkingen worden verbonden. Deze strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Het is verboden de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen te overtreden of te laten overtreden. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Bestaande tekst Artikel 1:4 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Nieuwe tekst Artikel 1:4 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Pagina 5 van 43
Bestaande tekst Artikel 1:5 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning en ontheffing kunnen worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een redelijke termijn, als de vergunning of ontheffing hierover niets regelt; e. de houder dit verzoekt.
Nieuwe tekst Artikel 1:5 Wijziging, schorsing en intrekking van vergunning of ontheffing 1. De vergunning en ontheffing kunnen worden gewijzigd, geschorst of ingetrokken als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning wijziging, schorsing of intrekking noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften, voorwaarden en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een redelijke termijn, als de vergunning of ontheffing hierover niets regelt; e. de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Bestaande tekst Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
Nieuwe tekst Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
1.Het is verboden op of aan de weg te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
1.Het is verboden op een openbare plaats, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2.Hij die op een openbare plaats:
2.Hij die op een openbare plaats:
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
Pagina 6 van 43
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
- is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
- is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3.Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
3.Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
5.Het is verboden om op een openbare plaats kleding, uitrusting of andere uiterlijke verschijningsvormen te dragen met herkenbare groepssymbolen van een Outlaw Motor Gang, een verboden rechtspersoon of van een ongewenste groep. 6.Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
5.Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Pagina 7 van 43
Artikel 2:3 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken, in de vorm van het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg, dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Hiervan is in ieder geval sprake als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer en onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen die gelden voor de plaatsing van voorwerpen op of aan de weg (zie bijlage, “Nadere regels plaatsen containers, steigers, uitstallingen op of aan de weg”). 3. Het is verboden om te handelen in strijd met de nadere regels zoals bedoeld in het tweede lid. 4. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5. De ontheffing van het verbod in het eerste lid wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegde bestuursorgaan, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of onder k van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod in het eerste lid geldt niet in het geval van: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:10; b.
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:14; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:12; d. steigers, containers en uitstallingen, als bedoeld in de “Nadere regels plaatsen containers, steigers en uitstallingen op of aan de weg” (zie bijlage);
Pagina 8 van 43
Artikel 2:3 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats 1. Het is verboden de weg, een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken, in de vorm van het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg, dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Hiervan is in ieder geval sprake als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer en onderhoud van de weg; of b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het bevoegd gezag kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen die gelden voor de plaatsing van voorwerpen op of aan de weg (zie bijlage, “Nadere regels plaatsen containers, steigers, uitstallingen op of aan de weg”). 3. Het is verboden om te handelen in strijd met de nadere regels zoals bedoeld in het tweede lid. 4. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
5. Het verbod in het eerste lid geldt niet in het geval van: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:10; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:14; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:12; d. steigers, containers en uitstallingen, als bedoeld in de “Nadere regels plaatsen containers, steigers en uitstallingen op of aan de weg” (zie bijlage);
e. reclame als bedoeld in de nadere regels reclame, onverminderd artikel 4:14; f. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; g. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
e. reclame als bedoeld in de nadere regels reclame, onverminderd artikel 4:14; f. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; g. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. h. beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Bestaande tekst Artikel 2:4 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als een omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer
Nieuwe tekst Artikel 2:4 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Pagina 9 van 43
3. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties
rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, Omgevingsverordening Limburg, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Bestaande tekst Artikel 2:5 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: a. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of b. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden; 2. De melding wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend gemaakt. 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, of; d. sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 4. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Deze termijn begint de dag na de datum van ontvangst van de melding. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de
Nieuwe tekst Artikel 2:5 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg als: c. daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; of d. het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden; 2. De melding wordt op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend gemaakt. 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg als: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, of; d. sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 4. De uitweg kan worden aangelegd als het college niet binnen vier weken heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Deze termijn begint de dag na de datum van ontvangst van de melding. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of
Pagina 10 van 43
Waterschapskeur of de Omgevingsverordening Limburg.
Bestaande tekst Artikel 2:8 (Rook)verbod in bossen, natuurterreinen, heidevelden en venen, etc. 1. Het is verboden in bossen en bosschages, op heide of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken; of b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a is verder niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen of op aangrenzende erven. 4. De rechthebbende van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit: a. naaldhout; b. een heideveld; c. een veen; d. of een ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in artikel 1.1. van het Bouwbesluit 2012 en dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand.
Pagina 11 van 43
waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Nieuwe tekst Artikel 2:8 (Rook)verbod in bossen, natuurterreinen, heidevelden en venen, etc. 1. Het is verboden in bossen en bosschages, op heide of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken; of b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a is verder niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen of op aangrenzende erven. 4. De rechthebbende van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die voor meer dan de helft bestaat uit: a. naaldhout; b. een heideveld; c. een veen; d. of een ander erf of terrein, voor zover niet bedoeld in Bijlage 1, onderdeel A, bij artikel 1.1 van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving en dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen van brand en het beperken van de gevolgen van brand.
Bestaande tekst Artikel 2:9 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht
Nieuwe tekst Artikel 2:9 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Bestaande tekst Artikel 2:10 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:23 van deze verordening; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan een: a. herdenkingsplechtigheid; b. braderie; c. optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2; d. feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. snuffelmarkt als bedoeld in artikel 1:1, lid 15;
Nieuwe tekst Artikel 2:10 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:23 van deze verordening; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan een: a. herdenkingsplechtigheid; b. braderie; c. optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2; d. feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. snuffelmarkt als bedoeld in artikel 1:1, lid 16;
Pagina 12 van 43
f.
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of- gala’s. 3. Bij evenementen wordt de volgende klasse- indeling gehanteerd: a. A-evenement: regulier eenvoudig evenement; b. B-evenement: evenement met verhoogde aandacht en een gemiddeld risico. Dit is een evenement met een lokale of regionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement wordt niet veel publiek van buiten de gemeente verwacht; c. C-evenement: grootschalig evenement met een verhoogd risico. Dit is een evenement met een sterke bovenregionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement wordt ook publiek van buiten de regio verwacht. De vaststelling van de bovenvermelde klasse-indeling vindt plaats aan de hand van het scoreformulier risicopotentie evenement (zie bijlage).
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of- gala’s. 3. Bij evenementen wordt de volgende klasse- indeling gehanteerd: a. A-evenement: regulier eenvoudig evenement; b. B-evenement: evenement met verhoogde aandacht en een gemiddeld risico. Dit is een evenement met een lokale of regionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement wordt niet veel publiek van buiten de gemeente verwacht; c. C-evenement: grootschalig evenement met een verhoogd risico. Dit is een evenement met een sterke bovenregionale uitstraling. Bij een dergelijk evenement wordt ook publiek van buiten de regio verwacht. De vaststelling van de bovenvermelde klasse-indeling vindt plaats aan de hand van het scoreformulier risicopotentie evenement (zie bijlage).
Bestaande tekst Artikel 2:13 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier (zie bijlage). 3. De burgemeester weigert geheel of gedeeltelijk de vergunning of trekt deze in als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. voor de exploitatie van de openbare inrichting ook andere publiekrechtelijke toestemmingen zijn vereist die op grond van of krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen worden verleend; of
Nieuwe tekst Artikel 2:13 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De aanvraag wordt gesteld op een door de burgemeester vastgesteld (elektronisch) formulier (zie bijlage). 3. De burgemeester weigert geheel of gedeeltelijk de vergunning of trekt deze in als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. voor de exploitatie van de openbare inrichting ook andere publiekrechtelijke toestemmingen zijn vereist die op grond van of krachtens de desbetreffende wettelijke bepalingen niet kunnen worden verleend; of
Pagina 13 van 43
f.
4.
5.
6.
7.
8.
c. de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond of intrekkingsgrond onder a houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; b. de aard van de openbare inrichting; c. de spanning, waaraan het woon – en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat; d. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende; en e. het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende. De vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voor de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester nadere regels vaststellen (zie bijlage, “Nadere regels terrassen”). Ten aanzien van het exploiteren of laten exploiteren van een terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting kan de burgemeester in ieder geval nadere regels vaststellen voor: a. het waarborgen van de verkeersveiligheid; b. de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen; c. het voorkomen van overlast voor eigenaren en gebruikers van aangrenzende percelen.
Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde nadere regels als bedoeld in het zesde lid. Als uit de aanvraag en de daarbij behorende stukken blijkt dat het voorgenomen terras niet voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde nadere regels, kan een vergunning als
Pagina 14 van 43
c. de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 4. Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond of intrekkingsgrond onder a houdt de burgemeester rekening met: a. het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; b. de aard van de openbare inrichting; c. de spanning, waaraan het woon – en leefklimaat ter plaatse reeds blootstaat; d. de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende; en e. het levensgedrag van de exploitant of leidinggevende. 5. De vergunning kan worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 6. Voor de uitoefening van zijn bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester nadere regels vaststellen (zie bijlage, “Nadere regels terrassen”). Ten aanzien van het exploiteren of laten exploiteren van een terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting kan de burgemeester in ieder geval nadere regels vaststellen voor: a. het waarborgen van de verkeersveiligheid; b. de inrichting van terrassen, inclusief het voeren van reclame op terrassen; c. het voorkomen van overlast voor eigenaren en gebruikers van aangrenzende percelen. 7.
Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde nadere regels als bedoeld in het zesde lid. 8. Als uit de aanvraag en de daarbij behorende stukken blijkt dat het voorgenomen terras niet voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde nadere regels, kan een vergunning als
bedoeld in het eerste lid worden geweigerd. 9. Geen vergunning als bedoeld in het eerste lid is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant.
bedoeld in het eerste lid worden geweigerd. 9. Geen vergunning als bedoeld in het eerste lid is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant. 10. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Bestaande tekst Artikel 2:14 Sluitingstijd
Nieuwe tekst Artikel 2:14 Sluitingstijd
1. 1.Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 Drank- en Horecawet of een openbare inrichting is in de zin van artikel 2:12, eerste lid van deze verordening, waar voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 07.00 uur. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt: a. met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur; b. tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur; c. op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 04:00 tot 07:00 uur. 2. Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet op 1 januari.
1. Het is de exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting, die een horecabedrijf is in de zin van artikel 1 Alcoholwet of een openbare inrichting is in de zin van artikel 2:12, eerste lid van deze verordening, waar voedsel voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, verboden dit voor bezoekers geopend te hebben en bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 03.00 uur en 07.00 uur. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt: a. met carnaval in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur; b. tijdens de kermisdagen, uitsluitend voor de kern waar de kermis plaatsvindt, in de nachten van zaterdag op zondag, van zondag op maandag en van maandag op dinsdag tussen 04.00 uur en 07.00 uur; c. op Koningsnacht en van 5 op 6 mei van 04:00 tot 07:00 uur. 2. Het in het eerste lid opgenomen verbod geldt niet op 1 januari.
Pagina 15 van 43
3. De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting, die in het bezit is van een geldige exploitatievergunning zoals bedoeld in artikel 2:13, kan maximaal 5 keer per jaar de sluitingstijd verlengen naar 04:00 uur. 4. Het is verboden de sluitingstijd te verlengen zoals opgenomen in het vierde lid als de exploitant of de leidinggevende maximaal op de dag waarop de verlenging betrekking heeft, doch uiterlijk om 23.00 uur, de burgemeester hiervan niet digitaal in kennis heeft gesteld via het emailadres verruimingsluitingsuurRoerdal en@servicecentrum-mer.nl. In de email wordt vermeld: a. naam van de exploitant of leidinggevende; b. naam, adres en telefoonnummer van de openbare inrichting; c. reden verlenging sluitingsuur; d. op welke dag het sluitingsuur met één uur wordt verlengd. 5. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers daar te laten verblijven na sluitingstijd. 6. De sluitingstijden zoals opgenomen in het eerste tot en met het vierde lid gelden niet voor het terras. Voor het terras gelden de sluitingstijden zoals opgenomen in de Nadere regels terrassen, (zie bijlage). 7. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
3. De exploitant of de leidinggevende van een openbare inrichting, die in het bezit is van een geldige exploitatievergunning zoals bedoeld in artikel 2:13, kan maximaal 5 keer per jaar de sluitingstijd verlengen naar 04:00 uur. 4. Het is verboden de sluitingstijd te verlengen zoals opgenomen in het vierde lid als de exploitant of de leidinggevende maximaal op de dag waarop de verlenging betrekking heeft, doch uiterlijk om 23.00 uur, de burgemeester hiervan niet digitaal in kennis heeft gesteld via het emailadres verruimingsluitingsuurRoerdal en@servicecentrum-mer.nl. In de email wordt vermeld: a. naam van de exploitant of leidinggevende; b. naam, adres en telefoonnummer van de openbare inrichting; c. reden verlenging sluitingsuur; d. op welke dag het sluitingsuur met één uur wordt verlengd. 5. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers daar te laten verblijven na sluitingstijd. 6. De sluitingstijden zoals opgenomen in het eerste tot en met het vierde lid gelden niet voor het terras. Voor het terras gelden de sluitingstijden zoals opgenomen in de Nadere regels terrassen, (zie bijlage). 7. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.
Bestaande tekst Artikel 2:16 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:15, eerste lid;
Nieuwe tekst Artikel 2:16 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:15, eerste lid;
Pagina 16 van 43
c. op het terras voedsel of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. d. een bijeenkomst van een Outlaw Motor Gang, een verboden rechtspersoon of een ongewenste groep, zoals omschreven in artikel 1:1, lid 9, 10 en 16 te laten plaatsvinden.
c. op het terras voedsel of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. d. een bijeenkomst van een verboden rechtspersoon, zoals omschreven in artikel 1:1, lid 17 te laten plaatsvinden.
Bestaande tekst Afdeling 4A Regulering para commerciële rechtspersonen uit de Drank- en Horecawet
Nieuwe tekst Afdeling 4A Regulering para commerciële rechtspersonen uit de Alcoholwet
Artikel 2:18a Definities
Artikel 2:18a Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank; horecabedrijf; horecalokaliteit; inrichting; paracommerciële rechtspersoon; sterke drank; slijtersbedrijf; zwak-alcoholhoudende drank;
9. alcoholhoudende drank; 10. horecabedrijf; 11. horecalokaliteit; 12. inrichting; 13. paracommerciële rechtspersoon; 14. sterke drank; 15. slijtersbedrijf; 16. zwak-alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en Horecawet.
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Bestaande tekst Artikel 2:18d het stellen van voorschriften en beperken vergunning paracommercie
Nieuwe tekst Artikel 2:18d het stellen van voorschriften en beperken vergunning paracommercie
De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid, de volksgezondheid en ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Drank- en Horecawet voorschriften aan de vergunning verbinden en de vergunning beperken tot zwak alcoholhoudende drank.
De burgemeester kan in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid, de volksgezondheid en ter bevordering van de naleving van artikel 20 van de Alcoholwet voorschriften aan de vergunning verbinden en de vergunning beperken tot zwak alcoholhoudende drank.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Pagina 17 van 43
Bestaande tekst
Nieuwe tekst (Hoofdstuk 2) Afdeling 5A Toezicht op campings en recreatieparken Artikel 2:22a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. camping of recreatiepark: hetgeen hieronder in het maatschappelijk verkeer wordt verstaan; b. de exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping of recreatiepark exploiteert op grond van artikel 2:22b; c. de beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen. d. recreatie-standplaats: een gedeelte van een terrein bestemd voor (tijdelijk) recreatief nachtverblijf Artikel 2:22b Vergunningplicht 1.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark te exploiteren. 2. De in het eerste lid vermelde vergunningsplicht geldt niet voor het exploiteren van: a. campings of recreatieparken geschikt voor het exploiteren van 25 recreatiestandplaatsen of minder 3.De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier zie bijlage. 4.In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant; en b. de persoonsgegevens van de beheerder. 5. Op de aanvraag om vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
Pagina 18 van 43
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:22c Gedragseisen De exploitant en de beheerder: a. staan niet onder curatele; b. zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag. Artikel 2:22d Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd als: a. de exploitant of beheerder niet voldoet aan de in 2:22c gestelde eisen; b. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met een geldend omgevingsplan; c. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed; d. de exploitatie van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen; e. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten. Artikel 2:22e Sluiting 1.De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark als daar: a. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen;
Pagina 19 van 43
b. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; d. zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping of recreatiepark ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2.De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark als: a. de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:22b, eerste lid, of 2:22c onder sub a of b; b. de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 3.De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 4.De burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan. 5.De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. Artikel 2:22f Aanwezigheid in gesloten camping of recreatiepark 1. Het is verboden een camping of recreatiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen. 2.
Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de inrichting te betreden.
Pagina 20 van 43
Artikel 2:22g Intrekking vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 wordt de vergunning ingetrokken als: a. De exploitatie van de camping of recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen; b. De exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:22c onder sub a of b gestelde eisen. Artikel 2:22h Overgangsbepaling De gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning krachtens deze afdeling is vereist en die verder niet voorkomen in deze verordening, zijn niet van toepassing gedurende twaalf weken na inwerkingtreding van deze afdeling en ook niet na deze termijn, voor zover degene die op grond van deze afdeling een vergunning nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag voor deze vergunning heeft ingediend, totdat op de aanvraag onherroepelijk is beslist.
Bestaande tekst
Pagina 21 van 43
Nieuwe tekst
Artikel 2:23a Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de Kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
Artikel 2:23a Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de Kansspelen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Bestaande tekst Artikel 2:28 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Omgevingsverordening Limburg.
Nieuwe tekst Artikel 2:28 Rijden over bermen en dergelijke 1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist. 2. Dit verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Bestaande tekst Artikel 2:30 Verboden drankgebruik
Nieuwe tekst Artikel 2:30 Verboden drankgebruik
1. Het is verboden op de volgende openbare plaatsen alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke
1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op de volgende openbare plaatsen
Pagina 22 van 43
met alcoholhoudende drank bij zich te hebben: a. binnen het gebied rond Jeugdsoos Amicale. Dit gebied wordt gevormd door de Schoolstraat, Jagerstraat, Heuvelstraat, Pastoor Rohsstraat, Europalaan-Centrum, Europalaan-West, Kerkplein, Kloosterstraat, Craenberglaan en Bosscherhof; b. binnen het gebied rond Jeugdhuis de Blokhut te Vlodrop. Dit gebied wordt gevormd door de Koebroekweg, Schappweg, Kerkbergweg, Kasteelweg, Angsterweg, Kerkstraat, Kerkhofweg en de Markt; c. binnen andere door het college aangewezen gebieden. 2.Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras, dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.
alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben: a. binnen het gebied rond Jeugdsoos Amicale. Dit gebied wordt gevormd door de Schoolstraat, Jagerstraat, Heuvelstraat, Pastoor Rohsstraat, Europalaan-Centrum, Europalaan-West, Kerkplein, Kloosterstraat, Craenberglaan en Bosscherhof; b. binnen het gebied rond Jeugdhuis de Blokhut te Vlodrop. Dit gebied wordt gevormd door de Koebroekweg, Schappweg, Kerkbergweg, Kasteelweg, Angsterweg, Kerkstraat, Kerkhofweg en de Markt; c. binnen andere door het college aangewezen gebieden. 2.Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras, dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Bestaande tekst Artikel 2:33 Verblijven honden en loslopende honden
Nieuwe tekst Artikel 2:33 Verblijven honden en loslopende honden
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
a. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;
a. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, sportvelden en schoolterreinen;
b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide, sportvelden en schoolterreinen;
Pagina 23 van 43
c. buiten de bebouwde kom, zonder toezicht en zonder begeleiding;
c. buiten de bebouwde kom, zonder toezicht en zonder begeleiding;
d. op de weg als de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
d. op de weg als de hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2.Het eerste lid, aanhef en onder a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
2.Het eerste lid, aanhef en onder a is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
3.Het eerste lid, aanhef onder a en b is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die:
3.Het eerste lid, aanhef onder a en b is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die:
a. zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
a. zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of
b. deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond sociale hulphond.
b. deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond sociale hulphond.
Bestaande tekst Artikel 2:36 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid, is het verboden op door het college aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, de door het college aangewezen dieren: a. aanwezig te hebben, of; b. aanwezig te hebben in strijd met de door het college gestelde regels, en/of; c. te voeren.
Nieuwe tekst Artikel 2:36 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid, is het verboden op door het college aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben, of; b. aanwezig te hebben in strijd met de door het college gestelde regels, en/of; c. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van één of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
2.
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van in het eerste lid opgenomen verbod.
Pagina 24 van 43
Bestaande tekst Artikel 2:37 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden binnen een afstand van 30 meter: a. van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; en/of b. van de weg. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een legale afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te voorkomen. 3. Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid. 4. Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Limburg.
5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:37 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden binnen een afstand van 30 meter: a. van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; en/of b. van de weg. 2. Het verbod bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing als op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een legale afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit en invliegen van de bijen te voorkomen. 3. Het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid. 4. Het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Nieuwe tekst (Hoofdstuk 2) Afdeling 8 consumentenvuurwerk en carbidschieten Artikel 2:37a Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit. Artikel 2:37b Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
Pagina 25 van 43
jaarwisseling 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. 2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 3. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 2:37c Carbidschieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet buiten bebouwde kom van 31 december 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. 3. Het college kan nadere regels stellen over het bepaalde in het tweede lid 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. Bestaande tekst Afdeling 8 Drugsoverlast