CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: toelichting

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Oprichten levensloopbestendige woning Roermondseweg ong. Posterholt'10.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Cultuurhistorie

Volgens de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg zijn binnen het plangebied geen panden die zijn geïnventariseerd als beeldbepalend. Ook zijn er geen (rijks-)monumenten aanwezig. Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat er geen aantasting van cultuurhistorische elementen en/of structuren plaats zullen vinden. 3.5

Ecologie

3.5.1

Ecologische Hoofdstructuur

De gevraagde ontwikkeling is niet gelegen in de Ecologische hoofdstructuur. Het voorliggende initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor dit gebied. 3.5.2

Gebiedsbescherming; Wet natuurbescherming/ Natura 2000

Het projectgebied is niet gelegen binnen zeer kwetsbare gebieden in het kader van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). Op circa 1300 meter afstand bevindt zich het Natura 2000-gebied. Om te bepalen of er in de beoogde situatie gevolgen zijn voor de NOx-depositie op de te beschermen gebieden zijn Aeriusberekeningen uitgevoerd voor de bouwfase en beoogde situatie. In bijlage 4a, 4b en 4c zijn de uitstoot van NOx nader onderbouwd en zijn de berekeningen toegevoegd. Uit de berekening blijkt dat er geen depositie is op omliggende beschermde gebieden ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Daarnaast zijn gezien de aard, de omvang, het effectbereik en de

25

afstand, significant negatieve gevolgen op voorhand uit te sluiten. Hierdoor geldt er geen vergunningsplicht in het kader van de Wnb. Op basis van bovenstaande gegevens is te concluderen dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve bijdrage heeft op de te beschermen gebieden. 3.5.3

Soortenbescherming Wet natuurbescherming

Op basis van de Wet Natuurbescherming moet bij alle geplande ruimtelijke ingrepen nagegaan worden of er schade wordt toegebracht aan beschermde planten- en diersoorten. In de wet is vastgelegd welke handelingen ten aanzien van beschermde soorten verboden zijn. Als de uitvoering van het plan een of meerdere verboden handelingen met zich meebrengt, is ontheffing of vrijstelling nodig van de verbodsbepalingen. In de voorgaande paragraaf is al aangegeven dat vanwege de grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de aard van de activiteiten het niet te verwachten is dat het planvoornemen enig effect op de natuurwaarden in deze gebieden zal hebben. Het besluitgebied zelf ligt niet binnen de NNN; Natuur Netwerk Nederland. Gelet op de aard en ondergeschiktheid van het planvoornemen zijn er geen effecten te verwachten. Het plangebied wordt door de mens al jarenlang gereguleerd, zijnde agrarisch grondgebruik. De impact van de voorgenomen ontwikkeling is per saldo te verwaarlozen. Door het intensieve gebruik van de agrarische grond zullen er naar verwachting geen beschermde flora en fauna voorkomen. 3.5.4

Bescherming bossen

Tevens bevat de Wet natuurbescherming regels voor het vellen van bomen in houtopstanden. De wet geeft aan welke bomen door de regels worden beschermd en regelt verder: ▪

Een meldingsplicht voor het vellen van bomen;

▪

Verplichtingen rondom het herplanten van bomen;

▪

De invoer van en handel in hout en houtproducten.

Binnen het plangebied wordt het vellen van bomen niet beoogd. Hierdoor vormt dit aspect geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling. 3.6

Verkeer en parkeren

Het verkeer van en naar het plangebied neemt door het onderhavige initiatief toe ten opzichte van de vigerende situatie. Gezien het kleinschalige initiatief is de situatie passend in het plaatselijke verkeersbeeld. Daarnaast wordt de locatie ontsloten middels een nieuw aan te leggen inrit. Voor de nieuwe woning geldt dat parkeren zal plaatsvinden op het eigen terrein. Hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar. Toetsing Door het realiseren van voorliggende initiatief zal de verkeersintensiteit niet noemenswaardig worden beïnvloed . Vervolgonderzoek heeft om die reden dan ook niet plaatsgevonden. Voldoende parkeervoorzieningen zullen aanwezig zijn op eigen erf.

26

4 UITVOERBAARHEID 4.1

Economische uitvoerbaarheid

4.1.1

Exploitatieplan

Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: ▪

het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd;

▪

het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden;

▪

het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden;

▪

het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen;

▪

het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.

De gemeente Roerdalen sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers van het planvoornemen. Hiermee is het kostenverhaal anderszins geregeld. 4.1.2

Planschade

Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een ontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een ontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning.

27

De gemeente Roerdalen sluit een planschadeverhaalsovereenkomst met initiatiefnemers. Eventuele tegemoetkomingen in planschade zijn dan ook niet voor rekening van de gemeente Roerdalen. Eventuele toe te kennen planschadeclaims worden hiermee op initiatiefnemer verhaald. 4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro In artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg dient te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en diensten van de provincie en het Rijk in zoverre belangen van deze overheden in het geding zijn. Inspraak- en zienswijzenprocedure Vanaf het moment dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage ligt heeft eenieder de mogelijkheid om binnen zes weken zienswijze kenbaar te maken. Naar aanleiding van het ontwerp bestemmingsplan is geen zienswijze kenbaar gemaakt.

28

5 JURIDISCHE TOELICHTING 5.1

Onderdelen bestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan is een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, en gaat vergezeld van een toelichting inclusief bijlagen. Onderhavig document vormt de toelichting bij dit bestemmingsplan. 5.2

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar kunnen verschillen omdat de manier van raadplegen verschillend is. De digitale verbeelding is juridisch bindend. 5.3

Toelichting op de regels

Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Artikel 1 bevat een uitleg van de begrippen die in de planregels voorkomen. Artikel 2 bepaalt de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Door het geven van begripsomschrijvingen en aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid verkleind en daardoor de duidelijkheid en rechtszekerheid vergroot. Bestemmingsregels In hoofdstuk 2 worden de op de verbeelding aangegeven bestemmingen omschreven en voor welke doeleinden de in die bestemmingen opgenomen gronden en gebouwen mogen worden gebruikt. Daarnaast zijn per bestemming de bebouwingsmogelijkheden vermeld. Bij de totstandkoming van de bestemmingsregels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan “1e herziening Kernen Roerdalen”. Het bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Bestemming ‘Wonen’ De in dit voorliggend plan opgenomen plangebied wordt grotendeels bestemd als ‘Wonen’. De bestemmingsomschrijving van deze bestemming blijft ongewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Bestemming ‘Tuin’ De in dit voorliggend plan opgenomen plangebied wordt gedeeltelijk bestemd als ‘Tuin’. De bestemmingsomschrijving van deze bestemming blijft ongewijzigd ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.

Dubbelbestemming ‘Archeologie 7’ Deze bestemming uit het vigerend bestemmingsplan ‘1e herziening Kernen Roerdalen’ wordt overgenomen. Er zijn geen wijzigingen ten aangebracht ten opzichte van de vigerende regels. Indien 29

sprake is van een bouw c.q. aanlegactiviteit waarbij de bodem dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld wordt geroerd, of waarbij sprake is van een bodemingreep met een brutovloeroppervlak van meer dan 10.000 m2, is voorafgaand archeologisch onderzoek vereist. Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Dit hoofdstuk bevat een aantal algemene regels die gelden voor het hele plangebied. Het betreft de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. Milieuzone – Roerdalslenk II In verband met bescherming van grondwaterwinning verbiedt deze regeling het oprichten of in exploitatie nemen van boorputten dieper dan 30 meter beneden maaiveld. Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregel van het bestemmingsplan. In de overgangsregels is het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik geregeld. In de slotregel is bepaald onder welke titel het plan kan worden aangehaald.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=a7b65947-b255-4795-89b6-e6248d040006