Bijlage 2: Nota van Zienswijzen
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen Bestemmingsplan ‘Landgoed Kasteel Aerwinkel’
8 april 2024
Nota van Zienswijzen
Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Landgoed Kasteel Aerwinkel heeft gedurende zes weken van vrijdag 15 december 2023 tot en met donderdag 25 januari 2024 - voor eenieder in ontwerp ter inzage gelegen. In die periode is door 1 reclamant een zienswijze ingediend. De zienswijze is per post ontvangen op 23 januari 2024 en derhalve ontvankelijk. In deze Nota van Zienswijzen wordt de ingediende zienswijze samengevat. Vervolgens worden het gemeentelijk standpunt en eventuele planaanpassingen weergegeven. De samenvatting van de zienswijze heeft overigens alleen tot doel de leesbaarheid van deze Nota van Zienswijzen te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijze is de volledige brief, zoals deze bij de gemeente is ingediend en kenbaar gemaakt, meegenomen.
Nota van Zienswijzen
Zienswijzen Samengevatte zienswijze Reclamant 1. Buurtoverleg. In het ontwerpbestemmingsplan staat in paragraaf 6.2: ‘Omgevingsdialoog. Er heeft een overleg plaatsgevonden met de omwonenden’ wat wordt gepreciseerd als ‘Er heeft een overleg plaatsgevonden met drie omwonenden die op minder dan 150 meter afstand van het landgoed wonen. Van het overleg is een gespreksverslag gemaakt. Dit verslag is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen.’ Echter, reclamant heeft uitsluitend op persoonlijke titel gesproken en niet namens de buurt. Reclamant heeft ook geen idee wat de buurt er van vindt. Breder overleg met de buurt heeft niet plaatsgevonden, terwijl reclamant dit wel had verwacht.
Standpunt gemeente Initiatiefnemer is er vrij in op welke wijze de omgevingsdialoog vorm wordt gegeven. Het doel van de omgevingsdialoog is om op voorhand onnodige zienswijzen of beroepen te voorkomen.
2. Geen geluidhinder. De voorgestelde woningen en groepsaccommodatie bevinden zich in een klein gebied, dat niet alleen een natuurlijke soortenrijkdom kent, maar ook voor de omwonenden zeer belangrijk is gezien de rust. Daarom wil reclamant dat er strikte voorwaarden worden opgelegd aan de hoeveelheid te produceren geluid en ook de tijdstippen waarbinnen dat gebeurt. De opmerking in tb5 dat ‘een mogelijke ondernemer zal zich zeker moeten houden aan de APV’ snijdt geen hout - dat moet iedereen. Waar het nu juist om gaat, is dat aan de voorgestelde activiteit additionele beperkingen worden opgelegd gezien de uitzonderlijke locatie om de rust in het natuurgebied te waarborgen, niet alleen voor de ecologie, maar ook voor de omwonenden en wandelaars. Dit zal moeten gelden zowel voor de commerciële accommodatie als voor de woningen. Standpunt gemeente Regels geldend bestemmingsplan versus (ontwerp)bestemmingsplan Het plan beoogt het toevoegen van één wooneenheid (levensloopbestendige woning). Het plan beoogt verder een aantal omissies (bouwvlak/functieaanduiding) te corrigeren. Daarmee is er hoofzakelijk sprake van een conserverend bestemmingsplan. De aanpassingen leiden niet tot een zodanige wijziging dat er sprake is van een toename van geluidhinder. Geluidhinder omwonenden en wandelaars
Nota van Zienswijzen
Het plangebied is gelegen op gronden die aangewezen zijn als stiltegebied onder de Omgevingsverordening Limburg 2014. Gelet op het feit dat het ontwerpbestemmingsplan vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 voor zienswijzen ter inzage is gelegd, blijft deze Omgevingsverordening van toepassing. Uit de Omgevingsverordening volgt dat het gebied een hoog beschermingsniveau tegen geluidhinder toekomt. Dit niveau blijft dus ook bij het nieuwe bestemmingsplan voor het Landgoed van toepassing. Geluidhinder ecologie Onderdeel van het (ontwerp)bestemmingsplan is de “Ecologische quickscan Wet natuurbescherming”. In deze quickscan zijn ook externe effecten (effecten buiten het plangebied) bekeken. Enerzijds is gekeken naar de Natura 2000 gebieden, anderzijds naar het Natuurnetwerk Nederland (NNN) waar het plangebied deels in is gelegen. Op de meest nabijgelegen Natura 2000 gebieden zijn effecten uitgesloten vanwege de menselijke invloeden in het tussenliggende gebied (drukke verbindingswegen, bebouwing, landbouwgronden). De bedrijvigheid zal in de toekomst iets toenemen. Deze toename (door de nieuwe functies verblijfsrecreatie en wonen) is echter relatief in verhouding met de huidige bedrijvigheid (wonen, horeca en evenementen). Er wordt geen verstoring van de aanwezige planten- en diersoorten op het landgoed verwacht.
Voor wat betreft het Natuurnetwerk is daarnaast geconstateerd dat de wezenlijke kenmerken en waarden door de ingreep niet worden aangetast. Hierdoor is een nadere toetsing niet noodzakelijk. 3. Geen lichthinder. Hetzelfde argument geldt t.a.v. lichthinder ofwel de uitstraling van verlichting van gebouwen naar het natuurgebied. Dat betekent dus geen felle buitenverlichting, geen tuinverlichting etc. . Reclamant heeft het volste vertrouwen in initiatiefneemster, maar reclamant wil dat ook eventuele latere bewoners en/of eigenaren hieraan gebonden zijn. Het gespreksverslag zegt hierover ‘minimale straatverlichting zal nodig zijn bij opening van een restaurant’. Dat begrijpt reclamant, maar reclamants’ reactie gaat ook over de woningen in het gebied. Graag ziet reclamant een voorwaarde gesteld in de trant van ‘er mag maximaal X lux verlichting vallen op de terreinen buiten het perceel’, waarbij X dan in overleg bepaald zou moeten worden. Standpunt gemeente Zie punt 2 onder geluidhinder ecologie. 4. Het wijdere landschap. In het ontwerp staat: ‘Er liggen kansen om het landgoed (opnieuw) te verbinden met de omgeving. In de onderbouwing worden voorstellen gedaan voor het vergroten van de zichtbaarheid van het landgoed en voor recreatieve routes. Deze voorstellen hebben geen betrekking op het plangebied, maar op het
Nota van Zienswijzen
omliggende gebied dat onderdeel is van de complex historische buitenplaats Aerwinkel.’ Belanghebbenden in dat omliggende gebied moeten dus inspraak hebben. Standpunt gemeente Deze voorstellen zijn weliswaar benoemd, maar worden met het voorliggende bestemmingsplan planologisch niet mogelijk gemaakt. Of belanghebbenden in het omliggende gebied van het Landgoed inspraak moeten hebben op de benoemde voorstellen is binnen het kader van deze ruimtelijke procedure daarom niet relevant. Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan.
Nota van Zienswijzen
Nota van Zienswijzen
ZIENSWIJZEN
Nota van Zienswijzen
Nota van Zienswijzen