CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.3.6 - Quickscan Wnb - EQS Wnb Recreatieparken Meinweg Roerdalen

Gemeenteraad 15 december 2021, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Recreatie aan de Meinweg'.12.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Wet natuurbescherming Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies

Quickscan Wet natuurbescherming Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021 Status: Definitief, 30 september 2021 In opdracht van: SRO

Contactpersoon: E. Eussen

Bureau Meervelt, Ecologisch onderzoek en advies

C.E. Linders & Ing. R.A.J. Pahlplatz Projectnummer: 21-093 Foto omslag: Zicht op plangebied

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING................................................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................... 4 1.2 Beschrijving plangebied ....................................................................................................................... 5 1.3 Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................. 8 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................................................... 10

2.

ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING ..................................................................................................... 11 2.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 11 2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming Natura 2000 (voortoets)....................................................... 11 2.2.1 Natura 2000-gebied Meinweg ........................................................................................................ 11 2.2.3 Beoordeling kans op significante gevolgen Natura 2000.................................................................. 14 2.3 Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en beleid Provincie Limburg ................ 15

3.

ANALYSE SOORTBESCHERMING ........................................................................................................ 17 3.1 Inleiding ............................................................................................................................................ 17 3.2 Flora ................................................................................................................................................. 17 3.3 Zoogdieren ........................................................................................................................................ 18 3.4 Vogels............................................................................................................................................... 19 3.5 Reptielen........................................................................................................................................... 21 3.6 Amfibieën en vissen .......................................................................................................................... 22 3.7 Overige beschermde soorten ............................................................................................................. 22

4.

CONCLUSIES ........................................................................................................................................ 24 4.1 Conclusies gebiedsbescherming ........................................................................................................ 24 4.2 Conclusies soortbescherming ............................................................................................................ 24 4.3 Algemene maatregelen uit oogpunt van de zorgplicht ......................................................................... 25 4.4 Natuur-inclusief ontwikkelen............................................................................................................... 26

5.

LITERATUURLIJST EN WEBSITES ........................................................................................................ 27

Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming ........................................................................................... 28 Bijlage 1b Achtergrond bescherming Natuurnetwerk Nederland ........................................................................ 36 Bijlage 2 Gegevens NDFF Quickscanhulp ........................................................................................................ 40

Bureau Meervelt

1.

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

INLEIDING

1.1 Aanleiding De gemeente Roerdalen heeft het voornemen een nieuw bestemmingsplan vast te stellen voor het recreatiegebied dat ligt aan de weg Meinweg ten noordoosten van Herkenbosch. Tot eind 2018 was in dit recreatiegebied één recreatiepark aanwezig. In de huidige situatie bestaat het bestemmingsplangebied uit: 1. Het gemeentelijke deel van het voormalige recreatiepark Elfenmeer dat in erfpacht is uitgegeven aan Huttopia. Huttopia heeft het voornemen hier een vakantiepark te ontwikkelen. 2. Het deel in eigendom van de Oostappen Groep. Hier is Oostappen Park Boschbeek, camper-, kampeer- en bungalowpark in bedrijf; 3. De locatie van de tennisvereniging die nu nog onderdeel uitmaakt van het verblijfsrecreatieve deel van het plangebied. De beoogde ontwikkeling c.q. revitalisering van één recreatiepark naar een tweetal (toekomstbestendige) recreatieparken is niet passend binnen het huidige bestemmingsplan. Om die reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. In onderstaande figuur zijn de drie afzonderlijke delen in beeld gebracht.

Herkenbosch

Figuur 1: Ligging van Huttopia(1), Park Boschbeek (2) en de tennisbanen (3). Onderdeel van het bestemmingsplan is een paragraaf flora en fauna. SRO heeft Bureau Meervelt verzocht een quickscan Wet Natuurbescherming uit te voeren om in kaart te brengen welke beschermde natuurwaarden in het bestemmingsplangebied en de omgeving daarvan aanwezig (kunnen) zijn, en of de ontwikkelingen die in het nieuwe bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt kunnen conflicteren met de Wet natuurbescherming. Ook wordt aangegeven welke stappen doorlopen dienen te worden in geval beschermde natuurwaarden in het geding dreigen te komen. Het Ontwerp bestemmingsplan is vastgesteld op 5 juli 2021. In onderstaande figuur 2 is het bestemmingsplangebied en plangebied voor deze quickscan weergegeven. 4

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Figuur 2: Bestemmingsplangebied Ontwerpbestemmingsplan Meinweg. Donkergroen heeft de bestemming ‘Sport’, lichtgroen heeft de bestemming ‘Recreatie’. De donkere lijn dwars door het gebied is de Bosbeek met de bestemming ‘Water’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

1.2 Beschrijving plangebied Het plangebied ligt ten noordoosten van Herkenbosch en ten noorden van de straat Meinweg. De afzonderlijke delen worden hieronder kort geschetst. 1. Het oostelijke deel Het oostelijk deel, eigendom van de gemeente Roerdalen, ligt min of meer braak. Tot eind 2018 bevond zich binnen dit oostelijk deel het recreatiepark Elfenmeer dat, net als Park Boschbeek, werd geëxploiteerd door de Oostappen Groep. Na het beëindigen van de erfpachtovereenkomst met de Oostappen Groep heeft de gemeente eind 2018 het beheer van het gemeentelijke deel van het park overgenomen. Vervolgens heeft de gemeente alle overeenkomsten met de nog aanwezige jaarplaatshouders beëindigd en de meeste centrale voorzieningen, zoals het receptiegebouw, de horeca, de supermarkt en het zwembad gesaneerd. Nog enkele gebouwen zijn aanwezig waaronder de bedrijfswoning en sanitaire gebouwen. De laatste standplaatshouders zijn in het voorjaar van 2021 vertrokken. De oude infrastructuur is nog aanwezig. In onderstaande afbeeldingen wordt een beeld gegeven van het oostelijke deel.

5

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Figuur 3 - 8: Impressie van het oostelijke deel (voormalig Elfenmeer).

In het oostelijke deel zijn vanaf het voorjaar van 2021 in geringe mate onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Dit deel maakt een licht verruigde tot weinig onderhouden indruk door de opslag van akkerkruiden (vooral Canadese fijnstraal, een éénjarig onkruid dat tot een meter hoog op kan schieten) en grassen. Op het terrein ligt een natuurlijk uitziende poel met waterplanten (voormalige zwemvijver) en midden door het terrein loopt de Bosbeek. Tijdens het veldbezoek was deze geheel drooggevallen en vermoedelijk is deze beek grote delen van het jaar niet watervoerend.

6

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

2. Het westelijke deel Het westelijke deel van het terrein (ca. 10 ha) is eigendom van de Oostappen Groep en geheel in bedrijf als camper, kampeer- en bungalowpark. Het terrein is goed onderhouden en wordt door een hekwerk gescheiden van het voormalig Elfenmeerterrein.

Figuur 9 en 10: Impressie van Oostappen Vakantiepark Boschbeek, Camper-, kampeer- en bungalowpark.

3. De tennisbanen Op dit deel zijn zes verlichte tennisbanen aanwezig en een verenigingsgebouw. De tennisbanen maken in het vigerend bestemmingsplan deel uit van het voormalig recreatiepark.

Figuur 11: Impressie van de tennisbanen.

7

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

1.3 Voorgenomen ontwikkeling 1. Oostelijk deel De vennootschat HUTTOPIA heeft het voornemen op het oostelijk deel een vakantiepark volgens hun concept te ontwikkelen: ‘Huttopia Camping de Meinweg’. Het terrein dat door Huttopia geëxploiteerd gaat worden is ongeveer 27 hectare groot. Ten behoeve van deze ontwikkeling is door Huttopia een masterplan opgesteld. Het plan bestaat concreet uit het ontwikkelen en/of in gebruik nemen van: • 20 plekken voor verhuur van tenten aan de noordoostzijde, • 80 plekken voor verhuur van accommodaties aan de noordoostzijde, • 100 plekken voor vrije kampeerplaatsen aan de noordwestzijde, • 80 camperplaatsen parallel aan de Meinweg (de verharde weg) die worden afgescheiden van de overige verblijfplaatsen door een ‘natuurzone’, • Een volledig nieuw centrumgebouw met een receptie en ondergeschikte horeca-activiteiten met een terras toegankelijk voor fietsers, wandelaars en dagrecreanten, • Dagrecreatie rondom de zwemvijver, • Een zwembad voor gasten van het vakantiepark, • Een activiteitengebouw voor aan het vakantiepark gerelateerde activiteiten (yoga, kinderactiviteiten etc.), • Een bedrijfswoning (te renoveren aanwezige bedrijfswoning), • Een seizoensgebonden kamp voor parkmedewerkers gedurende het hoogseizoen. De nu aanwezige bebouwing blijft behouden en er wordt een nieuw klein hoofdgebouw gebouwd. van sloopwerkzaamheden is geen sprake.

Enkele bomen in slechte conditie (overwegend naaldbomen met een dikte van circa 30 cm op 1.30 meter hoogte) worden geveld.

Figuur 12: Masterplan Huttopia. Voor toelichting en legenda wordt verwezen naar het Ontwerp-bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl).

8

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

2. Het westelijk deel Het huidige vakantiepark Boschbeek (ca. 10 hectare groot), maakte tot eind 2018 deel uit van het voormalige recreatiepark Boschbeek. Het huidige park is niet toekomstbestendig en kan zich binnen de mogelijkheden van het huidige bestemmingsplan niet ontwikkelen tot een zelfstandig recreatiepark. In figuur 13 is een eerste opzet van het masterplan weergegeven.

Figuur 13: Eerste aanzet tot masterplan vakantiepark Boschbeek (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Het plan van de Oostappen Groep voor vakantiepark Boschbeek bestaat uit: • De bouw van in totaal 180 mobiele chalets, • De renovatie van de bestaande vakantiehuisjes, • 17 camperplaatsen, 9

Bureau Meervelt

•

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

De bouw van een centrumgebouw met receptie, serviceshop, bedrijfswoning etc.

3. De tennisbanen Het tenniscomplex was en is een solitaire locatie die los van het recreatiepark functioneert. De feitelijke situatie wordt nu verankerd in het nieuwe bestemmingplan. Hier vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats.

1.4 Leeswijzer De Wet natuurbescherming kent de aspecten gebiedsbescherming (Natura 2000), soortbescherming en bescherming houtopstanden. Het aspect ‘Houtopstanden’ uit de Wet natuurbescherming is niet van toepassing omdat geen bomen gekapt worden die vallen onder de definitie van ‘houtopstand’ voor de Wet natuurbescherming. In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk de gebieds- en soortbescherming uitgewerkt. In hoofdstuk 4 worden de conclusies op een rij gezet en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen beschreven. In bijlage 1 wordt achtergrondinformatie op het gebied van natuurwetgeving en beleid weergegeven. Bijlage 2 bevat de gegevens uit de Quickscanhulp.

10

Bureau Meervelt

2.

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

ANALYSE GEBIEDSBESCHERMING

2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt per afwegingskader aangegeven of het plangebied deel uitmaakt van een beschermd gebied en wordt inzichtelijk gemaakt of door de geplande ingreep een mogelijk negatieve invloed te verwachten is op aanwezige beschermde gebieden in de omgeving. Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn drie afwegingskaders relevant: • Afwegingskader Wet natuurbescherming (Natura 2000), • Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Ecologische hoofdstructuur), • Afwegingskader Omgevingsverordening Limburg 2014 (Goudgroene en Zilvergroene natuurzones en Bronsgroene landschapszone). Bij onbekendheid met deze afwegingskaders wordt geadviseerd bijlage 1 eerst door te nemen.

2.2 Afwegingskader Wet natuurbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt op een korte afstand van circa 25 meter van Natura 2000-gebied Meinweg. Op iets ruimere afstand ligt Natura 2000-gebied Roerdal. Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (zie figuur 14).

Meinweg

Roerdal

Figuur 14: Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Atlas Limburg, 2021). Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Vanwege de beperkte afstand tot de twee Natura 2000-gebied dient de kans op negatieve effecten als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied beoordeeld te worden. Hieronder wordt kort ingegaan op beide gebieden en worden de instandhoudingsdoelen weergegeven en wordt kort ingegaan op mogelijke effecten.

2.2.1 Natura 2000-gebied Meinweg De Meinweg is een grensoverschrijdend, afwisselend gebied bestaande uit dennen- en loofbossen (o.a. elzenbroekbos langs stromende wateren en hakhout), gagel- en wilgenstruwelen, droge heide (o.a. Herkenbosserbaan, De Lange Luier, hellingen Kombergen), vochtige heide (o.a. Zandbergslenk), schraallanden (o.a. dotterbloem- en kleine zeggengrasland in de Crayhoweide) en vennen (o.a. Elfenmeer, Rolvennen, Vossenkop). Loodrecht op de gradiënt met grote hoogteverschillen (hoog-, midden- en laagterras) liggen de 11

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

beekdalen van de snelstromende terrasbeken Roode Beek en de Boschbeek die nog een natuurlijk karakter hebben met aansluitend tot zeer kleine kwelstroompjes. De beken hebben nog een vrij natuurlijk, kronkelend verloop met stroomversnellingen en grindbanken en bronbossen (natura2000.nl). (ter informatie: door de droge zomers in de afgelopen jaren is de Boschbeek vrijwel geheel drooggevallen. In het benedenstroomse deel buiten het Natura 2000 gebied is dit vrijwel jaarrond het geval. Ook tijdens het veldbezoek in september 2021 werd geconstateerd dat in dit deel van de beek langdurig geen water heeft gestaan of gestroomd). Tabel 1: Habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en broedvogelsoorten waarvoor de Meinweg is aangewezen als Natura 2000-gebied, met status en instandhoudingsdoelen (bron: natura2000.nl).

12

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

2.2.2 Natura 2000-gebied Roerdal Het Roerdal ligt in een slenk (de Centrale slenk of Roerdalslenk) die ontstaan is door opheffing van de omliggende gebieden (de horsten) langs aardbreuken. Het Nederlandse deel van Roer ligt daardoor in een vrij vlak gebied en heeft grote meanders. Langs de oevers bevinden zich plaatselijk grindbanken en er zijn steile oeverwallen aanwezig. Het gebied bestaat uit de Roer, waarin de gemeenschap van vlottende waterranonkel aanwezig is, met de omliggende gronden, bestaande uit landbouwgronden en natuurterreinen met bossen, inunderende graslanden, afgesloten meanders, plassen en poelen en floristisch waardevolle wegbermen (bron: natura2000.nl).

Tabel 2: Habitattypen en habitatrichtlijnsoorten waarvoor de Roerdal is aangewezen als Natura 2000-gebied, met status en instandhoudingsdoelen (bron: natura2000.nl).

13

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

2.2.3 Beoordeling kans op significante gevolgen Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel van een van beide Natura 2000-gebieden. Wel ligt het terrein in het noorden dicht bij het Natura 2000-gebied Meinweg. Op het smalste deel bestaat het tussenliggende gebied uit een uitloper van het bos, waardoor zicht op het recreatieterrein vanuit Natura 2000-gebied minimaal is. Habitattypen Waar de afstand tot het Natura 2000-gebied het kleinst is, ontbreken kwalificerende habitattypen. Deze zijn wel aanwezig aan de noordoostzijde (zie figuur 15). Aan de noordoostzijde liggen op ca. 200 meter, ten oosten van de IJzeren Rijn, de habitattypen Droge heiden en Beuken-eikenbossen.

Figuur 15: Globale ligging van het plangebied ten opzichte van habitattypen van Natura 2000 gebied Meinweg. Paars: Droge heiden, Bruin: Beuken-eikenbossen met Hulst (Atlas Limburg, 2021). De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten het Natura 2000-gebied waardoor geen fysieke ingrepen plaatsvinden in de habitattypen. Habitatrichtlijnsoorten Zowel voor Meinweg als voor Roerdal geldt dat, met uitzondering van de Zeggekorfslak, alle habitatrichtlijnsoorten watergebonden zijn. In het plangebied is jaarrond open water aanwezig in de vorm van poel. Deze poel is niet geschikt voor de soorten die gebonden zijn aan stromend water. Kamsalamander kan zich echter wel gevestigd hebben in de poel. Beide gebieden zijn aangewezen voor deze soort. Als aan de poel werkzaamheden uitgevoerd worden die ervoor zorgen dat deze ongeschikt wordt als voortplantingswater, dient onderzocht te worden of deze soort voorkomt in de poel. Als deze soort voorkomt in de poel dient een voortoets Natura 2000 te worden uitgevoerd.om te beoordelen of de poel een betekenis heeft voor de instandhouding van de soort in een of beide Natura 2000-gebieden. Effect van recreatie Op de recreatieparken vinden voornamelijk rustige vormen van recreatie plaats vanaf het voorjaar tot in het najaar. De Natura 2000-gebieden hebben ook in de huidige situatie een recreatieve functie (medegebruik).

Door de voorgenomen ontwikkelingen ontstaat een modern en aantrekkelijk aanbod van recreatieve verblijfsmogelijkheden. Hierdoor kunnen de aantallen bezoekers hoger zijn dan in de oude situatie. De kans op significante gevolgen voor de Natura 2000-gebieden is verwaarloosbaar. Er zijn geen rechtstreekse inloopmogelijkheden van de recreatieparken in de Natura 2000-gebieden en bezoekers volgen de regulier opengestelde paden. Ook de verkeersbewegingen nemen naar verwachting niet spectaculair toe.

14

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Effect van de bouw- en aanlegactiviteiten In het terrein worden enkele nieuwe objecten gebouwd. Hierbij treden tijdelijk storingsfactoren op als geluid en optische verstoring. Deze storingsfactoren kunnen tot in Natura 2000-gebied Meinweg hoorbaar en zichtbaar zijn. Gezien de schaal van het Natura 2000-gebied, de afstand tot het gebied en de tijdelijkheid en de beperkte omvang van de bouw- en aanlegactiviteiten, kunnen significante gevolgen op Meinweg (en Roerdal) op voorhand uitgesloten worden. Effect van ingebruikname van het park Stikstofemissie kan toenemen bij gebruik van fossiele brandstoffen voor de bedrijfsvoering. Indien gebruik gemaakt wordt van fossiele brandstoffen dient een AERIUS-berekening gemaakt te worden om eventuele projectgerelateerde stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden in kaart te brengen. Afhankelijk van de resultaten kan het nodig zijn een Wet natuurbeschermingsvergunning Stikstof aan te vragen. Dit kan voorkomen worden door geen gebruik te maken van fossiele brandstoffen. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat in het kader van Natura 2000: 1. Nader onderzoek nodig is als aan de poel werkzaamheden uitgevoerd worden die ervoor zorgen dat deze ongeschikt wordt als voortplantingswater voor amfibieën. Als blijkt dat Kamsalamander de poel gebruikt als belangrijk voortplantingswater, dient een voortoets uitgevoerd te worden.

Afhankelijk van de resultaten kan het nodig zijn een vergunning Wet natuurbescherming aan te vragen. 2. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is nodig als in de gebruiksfase gebruik gemaakt wordt van fossiele brandstoffen. Afhankelijk van de resultaten kan het nodig zijn een Wet natuurbeschermingsvergunning Stikstof aan te vragen. Dit kan voorkomen worden door geen gebruik te maken van fossiele brandstoffen. 3. Ten aanzien van de overige aspecten is in relatie tot Natura 2000 geen nader onderzoek nodig en zijn geen vervolgstappen nodig. Significante gevolgen als gevolg van de overige voorgenomen ontwikkelingen kunnen op voorhand uitgesloten worden.

2.3 Afwegingskader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en beleid Provincie Limburg In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) en dat deze de begrenzing en bescherming van het NNN dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Limburg is het NNN in het POL2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 als Goudgroene natuurzone vastgelegd. Met de Omgevingsverordening heeft de Provincie Limburg invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van de Barro en de daarin verwoorde ‘Spelregels EHS’ (Nationaal Natuurnetwerk). Met de Beleidsregel natuurcompensatie geeft de Provincie Limburg invulling aan het natuurcompensatiebeleid uit de Omgevingsverordening.

15

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Figuur 16: Globale ligging van het plangebied ten opzichte van het Nationaal Natuurnetwerk/de Goudgroene natuurzone. Binnen de rode contour ligt het plangebied, het meest zuidwestelijke deel overlapt met het deel van het plangebied waar de tennisbanen liggen (Limburg Atlas, 2021).

De beleidsregel Natuurcompensatie is van toepassing als voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd en/of de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone en/of van het Beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. Als de beleidsregel Natuurcompensatie van toepassing is, ontstaat er een compensatieplicht en moet er, wil de activiteit doorgang kunnen vinden, financiële compensatie, dan wel fysieke compensatie plaatsvinden. De voorwaarden die gelden bij een compensatieplicht zijn uitgewerkt in de beleidsregel natuurcompensatie. In figuur 16 is de ligging van het plangebied in de Goudgroene natuurzone weergegeven. Vrijwel het gehele plangebied ligt buiten de Goudgroene natuurzone. In het meest zuidelijke deel (tennisbanen) is wel overlap tussen het plangebied en de Goudgroene natuurzone. Hier worden geen werkzaamheden uitgevoerd. Overigens liggen hier al sinds de jaren ’60 uit de vorige eeuw vier tennisbanen, die nu als Goudgroene natuurzone zijn begrensd. Dit berust waarschijnlijk op een vergissing en kan bij provincie Limburg worden aangegeven zodat de tennisbanen worden geëxclaveerd. Het Nationaal Natuurnetwerk/de Goudgroene natuurzone kent in Limburg geen externe werking.

Alle voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten deze zones. Er gaan geen wezenlijke kenmerken en waarden verloren. Vervolgstappen zijn niet nodig.

16

Bureau Meervelt

3.

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

ANALYSE SOORTBESCHERMING

3.1 Inleiding Ten aanzien van soortbescherming is de Wet natuurbescherming relevant. Voor meer informatie over dit afwegingskader wordt verwezen naar bijlage 1. In de Wet natuurbescherming zijn drie beschermingsregimes vastgesteld: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; 3. Beschermingsregime andere soorten (ook wel de Nationale lijst genoemd). Daarnaast kan voor soorten een vrijstelling gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud. Deze vrijstellingslijst kan per provincie verschillend zijn. De lijsten per beschermingsregime en de vrijstellingslijst van de provincie Limburg is zijn opgenomen in bijlage 1. Bij onbekendheid met dit wettelijk kader wordt geadviseerd deze bijlage eerst door te nemen. In dit hoofdstuk wordt onderzocht of beschermde soorten ter hoogte van het plangebied en de omgeving daarvan (kunnen) voorkomen. Daartoe zijn gegevens verzameld van de sites van de provincie Limburg en de Nationale Databank Flora en Fauna Quickscanhulp (zie bijlage 2). De natuurgegevens van de NDFF (zie bijlage 2) betreffen de gegevens in een straal van ruim 1 kilometer van het plangebied, de waarnemingen uit de laatste vijf jaar worden in de tabel in bijlage 2 weergegeven1.

Met betrekking tot vogelgegevens geldt dat deze in de NDFF Quickscanhulp niet worden geselecteerd op type waarnemingen zoals 'waarneming broedende vogel of overtrekkend'. De NDFF Quickscanhulp geeft een overzicht van alle op het moment van opvragen goedgekeurde actuele waarnemingen, dus ook losse waarnemingen (kort pleisterend, overtrekkend) in de NDFF. Dit houdt in dat de informatie ten aanzien van beschermde broedvogels onvoldoende gedetailleerd is (een te geringe informatiewaarde heeft) om concrete uitspraken te doen op basis van deze gegevensset over voorkomen in het plangebied. De gegevens uit de dataset van de NDFF over vogels worden daarom in de quickscan buiten beschouwing gelaten. Voor informatie over potentiële broedvogels zijn de natuurgegevens van de provincie Limburg geraadpleegd en is een inschatting gemaakt op basis van het veldbezoek en expert judgement. De gegevensset is samengesteld in september 2021 en aangevuld met een oriënterend veldbezoek in dezelfde maand. De resultaten van het veldbezoek zijn in deze rapportage opgenomen. Als beschermde soorten aanwezig (kunnen) zijn, wordt aangegeven of en zo ja welke vervolgstappen moeten worden doorlopen.

3.2 Flora De provincie Limburg heeft een florakartering uitgevoerd in 2007 in de omgeving van het plangebied. Deze gegevens zijn verouderd en geven slechts een indicatie van de soorten die aanwezig kunnen zijn. Uit de gegevens van de NDFF blijken in een straal van ruim één kilometer rond het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten. Door het jarenlang gevoerde (onderhouds)beheer gericht op kamperen en recreëren en het aangetroffen biotoop tijdens het veldbezoek is de aanwezigheid van beschermde soorten planten op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag voor plantensoorten is niet nodig.

1

In de NDFF worden ook gegevens uit andere bronnen geïmporteerd zoals gegevens van de NGO’s en waarneming.nl; updates

vinden met enige regelmaat plaats, maar recente gegevens kunnen met enige vertraging beschikbaar komen in de NDFF.

17

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

3.3 Zoogdieren In onderstaande tabel 3 zijn waarnemingen opgenomen van beschermde soorten zoogdieren rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 3: Overzicht waargenomen beschermde soorten zoogdieren rond het plangebied (bron: NDFF, september 2021). Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud. Naam

Beschermingsregime

Afstand

Bever

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Bunzing

Andere soorten

0 - 1 km

Das

Andere soorten

0 - 1 km

Eekhoorn *

Andere soorten

0 - 1 km

Egel

Andere soorten

0 - 1 km

Gewone dwergvleermuis

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Grote bosmuis

Andere soorten

0 - 1 km

Haas

Andere soorten

0 - 1 km

Ingekorven vleermuis

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Konijn

Andere soorten

0 - 1 km

Laatvlieger

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Mol

Andere soorten

0 - 1 km

Rosse woelmuis

Andere soorten

0 - 1 km

Steenmarter **

Andere soorten

0 - 1 km

Wild zwijn

Andere soorten

0 - 1 km

* Vrijstelling geldt voor de maanden maart, april en juli t/m november. ** Vrijstelling geldt van 15 augustus t/m februari. Beschermingsregime ‘Andere soorten’ Uit de geraadpleegde bronnen zijn waarnemingen bekend van beschermde soorten zoogdieren uit het plangebied en omgeving zoals Egel, Haas, Konijn en Bunzing. Tijdens het veldbezoek werden sporen van Konijn en Mol op enkele plaatsen aangetroffen in het plangebied. Het betreft algemeen voorkomende soorten met vrijstellingen voor verbodsbepalingen als aantasting van verblijfplaatsen en vangen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt ten alle tijden de zorgplicht. De voorgenomen ontwikkelingen zorgen ervoor dat de kwaliteit van het leefgebied van deze soorten in het plangebied zelf afneemt. In de directe omgeving blijft echter geschikt leefgebied in ruime mate aanwezig. Door de voorgenomen ontwikkelingen worden geen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden in relatie tot deze soorten mits de zorgplicht in acht genomen wordt (zie verder hoofdstuk 4). Das Tijdens het inspectiebezoek werden geen burchten of losse pijpen aangetroffen. Andere indicaties van Das, zoals snuitputjes of wissels, werden ook niet aangetroffen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat niet het gehele terrein vlakdekkend onderzocht is. Dassen zijn bekend uit natuurgebied de Meinweg.

De soort heeft waarschijnlijk verblijfplaatsen in de aangrenzende bossen. Mogelijk maakt het plangebied incidenteel deel uit van het foerageergebied, de betekenis van het plangebied is echter vrij gering door de droge en schrale zandgrond waardoor bodembewonende prooidieren schaars zijn. Omdat nieuwvestigingen niet op voorhand zijn uit te sluiten in rustige delen, dient ruim voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkelingen een inspectiebezoek uitgevoerd te worden om uit te sluiten dat dassenpijpen aanwezig zijn op of in de nabijheid waar de ontwikkelingen plaatsvinden. Grote bosmuis Deze soort komt voor in de omgeving van het plangebied. In 2019 werd gericht onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van deze soort in de Meinweg waarbij in 28 kilometerhokken vallen werden uitgezet. In het bosgebied ten noordoosten van de camping werd Grote bosmuis gevangen. De Grote bosmuis is in Nederland vooral bekend van oudere boskernen maar is in het grote verspreidingsgebied in Europa en de westelijke Aziatische landen ook bekend in tal van andere habitats. Verblijfplaatsen kunnen worden gevonden in holen aan de voet van bomen, holle 18

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

bomen, nestkasten etc. Bij de voorgenomen ontwikkelingen bestaat een risico op vernietiging van vaste verblijfplaatsen bij kap van grotere bomen in het aanwezige bos. Als kap op deze locaties aan de orde is, dient ruim voorafgaand aan de kap een inspectie plaats te vinden om te beoordelen of verblijfplaatsen van deze soort aanwezig zijn. Bij aanwezigheid blijft de verblijfplaats bij voorkeur behouden. Is dit niet mogelijk dan dient een ontheffing te worden aangevraagd voor het vernietigen van deze verblijfplaats. Steenmarter Waarnemingen van Steenmarter zijn bekend uit de omgeving van het plangebied. Deze soort verblijft vaak in op zolders of andere ruimten in gebouwen die niet gebruikt worden en/of niet toegankelijk zijn voor mensen. Het plangebied maakt naar verwachting deel uit van het leefgebied van deze soort. Geschikte opstallen of andere elementen die kunnen dienen als vaste verblijfplaats zijn niet aanwezig. Wild zwijn Wild zwijn komt voor in de omgeving van het plangebied. Het plangebied kan in de huidige situatie deel uitmaken van het leefgebied. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van deze schuwe soort kan uitgesloten worden door de openheid en de menselijke activiteit in het plangebied. Beschermingsregime habitatrichtlijnsoorten Bever Tijdens het veldbezoek werden geen (knaag)sporen van Bever in de aanwezige bomen aangetroffen.

De aanwezige poel in het oosten van het plangebied staat niet in verbinding met doorgaande open wateren (beken, sloten), waardoor het uitgesloten is dat Bever hier aanwezig is. Geconcludeerd wordt dat het plangebied geen deel uitmaakt van het verblijfs- en foerageergebied van Bever en enig negatief effect op voorhand is uit te sluiten. Vleermuizen Uit de omgeving van het plangebied zijn drie soorten vleermuizen bekend (Gewone dwergvleermuis, Ingekorven vleermuis en Laatvlieger). Het plangebied maakt ongetwijfeld deel uit van het foerageergebied van deze soorten en mogelijk ook van enkele andere soorten. De voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot een wezenlijk andere situatie dan voorheen of tot negatieve effecten op eventueel aanwezige migratie- of vliegroutes. Bovendien gaat het om een bosrijke omgeving, waar alternatieve vlieg- en migratieroutes in ruime mate voorhanden zijn. De nu aanwezige gebouwen zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor Gewone dwergvleermuis (een karakteristieke bewoner van gebouwen) door de aanwezigheid van stootvoegen. In geval van werkzaamheden aan de buitenmuren of het isoleren van de spouwen is nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen nodig. Op het terrein van voormalig Elfenmeer staat een aantal in slechter conditie verkerende bomen. Deze bomen gaan worden geveld.

Tijdens het veldbezoek werd geconstateerd dat de bomen niet dikker zijn dan 35 centimeter (op 1.30 meter hoogte) en dat het veelal om naaldbomen gaat. In de bomen werden geen geschikte vaste rust- en verblijfsplaatsen voor vleermuizen, zoals naar boven ingerotte spechtenholen of grote scheuren, aangetroffen. Nader onderzoek naar vaste voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen voor de kap van deze bomen is niet nodig.

3.4 Vogels In de Wet natuurbescherming zijn verbodsbepalingen opgenomen met betrekking tot vogels in het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. In grote lijnen komen deze verbodsbepalingen op het volgende neer: het is verboden vogels te doden of te vangen, het is verboden in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen te beschadigen of weg te nemen, het is verboden eieren te beschadigen, te rapen of onder zich te hebben, het is verboden vogels te storen behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Een ontheffing of vrijstelling is mogelijk onder bepaalde voorwaarden (zie ook bijlage 1).

19

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Jaarrond beschermde nesten Nesten van een aantal soorten zijn jaarrond beschermd; ook de functionele omgeving van deze jaarrond beschermde nesten is beschermd. Storing met als gevolg het (tijdelijk) verlaten van een jaarrond beschermd nest wordt eveneens beschouwd als vernielen van het nest als daardoor het broedsucces vermindert. De lijst van soorten met een jaarrond beschermd nest is hieronder opgenomen: Tabel 4: Lijst jaarrond beschermde vogelnesten (Beleidsregel passieve soortenbescherming Limburg, 2017). Van de vet weergegeven soorten zijn territoria aangetroffen in of in de directe omgeving van het plangebied. Soort

Categorie

Soort

Categorie

Soort

Categorie

Boerenzwaluw

2

Huiszwaluw

2

Roek

1

Boomvalk

3

Kerkuil

1

Slechtvalk

2

Bosuil

2

Oehoe

1

Steenuil

1

Gierzwaluw

2

Ooievaar

2

Torenvalk

3

Grote gele kwikstaart

2

Ransuil

3

Wespendief

3

Zwarte wouw

3

Havik

3

Raaf

3

Huismus

2

Rode wouw

3

Categorie 1:

Jaarrond gebruikte nesten (ook buiten broedseizoen gebruik van de nestplaats).

Categorie 2:

Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar

Categorie 3:

Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.

Soorten waarbij getoetst moet worden of voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft Voor de soorten in onderstaande tabel dient te worden vastgesteld dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. In dat geval geldt geen jaarronde bescherming van het nest. Als er onvoldoende alternatieve leefomgeving aanwezig is, geldt wel een jaarronde bescherming. Tabel 5: Soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is als er onvoldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. (Beleidsregels passieve soortenbescherming Limburg, 2017). Van de vet weergegeven soorten zijn territoria aangetroffen in of in de directe omgeving van het plangebied. Bijeneter

Grauwe klauwier

Kwartelkoning

Roerdomp

Wulp

Blauwe reiger

Grutto

Oeverzwaluw

Sperwer

Zomertortel Zwarte specht

Buizerd

IJsvogel

Paapje

Spotvogel

Draaihals

Kramsvogel

Ringmus

Visdief

Categorie 4:

Nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.

Nesten van andere soorten zijn buiten het gebruik voor de voortplanting niet beschermd. Voor kunstmatige nestgelegenheid geldt dat deze verplaatst mogen worden als de functionaliteit effectief behouden blijft ondanks de verplaatsing. Alle nesten van broedvogels zijn beschermd zo lang deze in gebruik zijn en de jongen afhankelijk zijn van het nest. Nesten van een aantal soorten genieten een jaarronde bescherming. Verstorende werkzaamheden of activiteiten in het broedseizoen zijn niet toegestaan als nesten aanwezig zijn in het plangebied of de nabijheid daarvan. Een

20

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

indicatie voor de broedperiode is 1 maart tot 15 juli. Let op: dit is slechts een indicatie, van belang is of broedende vogels aanwezig zijn of niet. Broedvogels in het plangebied In 2018 is door de provincie Limburg een broedvogelkartering uitgevoerd in de regio. Het plangebied is daarbij volledig onderzocht op schaarse en zeldzame broedvogels. Vastgesteld werden een of meerdere territoria van Appelvink, Boomklever, Boomkruiper, Canadese gans, Gekraagde roodstaart, Grote gele kwikstaart, Holenduif, Grauwe vliegenvanger, Grote bonte specht, Kuifmees, Putter, Vuurgoudhaan, Zwarte kraai en Zwarte mees. Door het (deels voormalige) gebruik als camping (met een relatief grote mate van activiteit) is de aanwezigheid van nesten met een jaarrond bescherming (roofvogels en Grote gele kwikstaart) in de huidige situatie uit te sluiten. Algemene broedvogels die op het terrein voorkomen zijn onder andere Roodborst, Winterkoning, Merel, Vink, Koolmees, Zwartkop en Houtduif. Door de voorgenomen ontwikkelingen zijn geen effecten op broedvogels te verwachten mits voor broedvogels verstorende werkzaamheden (zoals kap van bomen en weghalen van struweel) buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Nader onderzoek of een ontheffing voor broedvogels is dan niet nodig.

3.5 Reptielen In onderstaande tabel 6 zijn waarnemingen opgenomen van reptielen in een straal van circa 1 kilometer rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 6: Overzicht waargenomen beschermde soorten reptielen rond het plangebied (bron: NDFF, september 2021). Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud. Naam

Beschermingsregime

Afstand

Adder

Andere soorten

0 - 1 km

Gladde slang

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Hazelworm*

Andere soorten

0 - 1 km

Levendbarende hagedis**

Andere soorten

0 - 1 km

Zandhagedis

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

* Vrijstelling geldt in de maanden juli, augustus en september ** Vrijstelling geldt van 15 augustus t/m 15 oktober.

Het natuurgebied de Meinweg is een bekend gebied voor reptielen in Nederland, vijf van de zes inheemse soorten komen hier voor. De kern van de verspreiding van de meeste reptielen is beperkt tot de heidegebieden. De (zand)wegen en bermen door het gebied en het spoor van de IJzeren Rijn maken ook deel uit van het leefgebied. Het plangebied ligt op circa 200 meter afstand van de IJzeren Rijn en is hierdoor bereikbaar vanuit de kerngebieden. De verspreiding van Adder en Gladde slang is nagenoeg beperkt tot de heideterreinen en de IJzeren Rijn, waarnemingen buiten dit gebied zijn incidenteel. Levendbarende hagedis is gebonden aan meer vochtige biotopen en kan mogelijk aanwezig zijn in bij de vijver in het meest oostelijke deel van het terrein. Door de ruime opzet en de vele bosrandjes met gering reliëf biedt het plangebied plaatselijk in enige mate geschikt leefgebied voor Levendbarende hagedis en Hazelworm; voor Zandhagedis kan de noordelijke rand van het terrein geschikt zijn. Uit het terrein van de camping zijn enkele waarnemingen bekend van Levendbarende hagedis en Hazelworm. Beide soorten zijn goede verspreiders en kunnen het gebied vanuit de omgeving bereiken. Voor de overige soorten geldt dit eveneens maar het recreatieterrein zelf is slechts marginaal geschikt voor deze soorten waardoor het voorkomen van een populatie uitgesloten kan worden.

Door het nemen van enkele gerichte beheers- en inrichtingsmaatregelen kan in geschikt leefgebied voor reptielen worden voorzien en kunnen slachtoffers worden voorkomen: • Daar waar mogelijk maaien op een hoogte van 10 centimeter, om slachtoffers onder reptielen (en andere dieren) te voorkomen. Enkel de delen voor tenten of andere voorzieningen lager maaien. Op deze plaatsen bij voorkeur ook zeer regelmatig maaien, zodat de vegetatie hier kort blijft. Hierdoor zijn deze plaatsen minder aantrekkelijk als verblijfsplaats. • Ontwikkelen van kleine oppervlakten met structuurrijke (heide)vegetaties, waardoor voldoende schuilmogelijkheden ontstaan. 21

Bureau Meervelt

• • •

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Ontwikkelen van kleine stukjes open zand (in mozaïek met de structuurrijke heide) om in voortplantingsmogelijkheden van Zandhagedis te voorzien. Vrijkomend snoeihout (takhout) op rillen leggen vergroot het aanbod aan schuilmogelijkheden. Dood hout op stam kan op een hoogte van één tot twee meter worden afgezaagd of de stam kan ergens op het terrein worden neergelegd. Dit vergroot de structuur en biedt schuilplaatsen aan reptielen en andere soorten.

Met inachtneming van bovenstaande aanbevelingen is het risico op slachtoffers (met name door de uitvoering van maaiwerkzaamheden) nihil. Nader onderzoek of een ontheffing voor reptielen is niet nodig.

3.6 Amfibieën en vissen In onderstaande tabel 7 zijn waarnemingen opgenomen van amfibieën en vissen in een straal van circa 1 kilometer rond het plangebied in de laatste vijf jaar. Tabel 7: Overzicht waargenomen beschermde soorten amfibieën en vissen rond het plangebied (bron: NDFF, september 2021). Grijs: soorten waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer of onderhoud. Naam

Beschermingsregime

Afstand

Alpenwatersalamander

Andere soorten

0 - 1 km

Bastaardkikker

Andere soorten

0 - 1 km

Heikikker

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Kamsalamander

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Knoflookpad

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Poelkikker

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Rugstreeppad

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Vinpootsalamander

Andere soorten

0 - 1 km

Beekprik

Andere soorten

0 - 1 km

De Meinweg is een bekend gebied voor amfibieën in Nederland. De kern van de verspreiding van de meeste soorten is beperkt tot de diverse heidevennen en laagtes in de omgeving van de beekjes. Open water ontbreekt grotendeels in het plangebied, enkel in het oostelijke deel ligt een poel/voormalig zwemvijver die permanent waterhoudend is. Tijdens het veldbezoek werden hier verschillende Bastaardkikkers (Middelste groene kikkers) aangetroffen, aannemelijk is dat in de poel voortplanting heeft plaatsgevonden door deze en mogelijk ook andere soorten. De door het gebied lopende Boschbeek is grote delen van het jaar droog en is niet geschikt als voortplantingswater. Uit het terrein zijn waarnemingen bekend van Bastaardkikker, Alpenwatersalamander en Rugstreeppad. De overige soorten zijn bekend uit de omgeving. Voor Bastaardkikker geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen, voor de overige soorten geldt deze vrijstelling niet. De poel kan in de huidige situatie door meerdere soorten als voortplantingswater worden gebruikt. Bij voorgenomen werkzaamheden aan de huidige poel waarbij de functie als voortplantingswater voor amfibieën verloren kan gaan, is nader onderzoek nodig. Bij aangetoonde aanwezigheid van zwaarder beschermde soorten kunnen een ontheffing en het nemen van mitigerende en/of compenserende maatregelen nodig zijn.

Geschikt leefgebied voor Beekprik (jaarrond waterhoudende, schone beekjes) ontbreekt, de aanwezigheid binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.

3.7 Overige beschermde soorten In onderstaande tabel 8 zijn waarnemingen opgenomen van overige beschermde soorten in een straal van circa 1 kilometer rond het plangebied in de laatste vijf jaar. 22

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Tabel 8: Overzicht overige waargenomen beschermde soorten rond het plangebied (bron: NDFF, september 2021). Naam

Beschermingsregime

Afstand

Grote vos

Andere soorten

0 - 1 km

Grote weerschijnvlinder

Andere soorten

0 - 1 km

Kleine ijsvogelvlinder

Andere soorten

0 - 1 km

Beekrombout

Andere soorten

0 - 1 km

Bosbeekjuffer

Andere soorten

0 - 1 km

Gaffellibel

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Gevlekte glanslibel

Andere soorten

0 - 1 km

Gevlekte witsnuitlibel

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Gewone bronlibel

Andere soorten

0 - 1 km

Teunisbloempijlstaart

Habitatrichtlijn

0 - 1 km

Voor de dagvlinders Grote vos, Grote weerschijnvlinder en Kleine ijsvogelvlinder ontbreken waardplanten op het terrein van de camping. Bestendige populaties van deze soorten zijn hier afwezig. De beschermde libellen Beekrombout, Bosbeekjuffer en Gaffellibel zijn gebonden aan stromende open wateren. Geschikte voortplantingswateren ontbreken op de camping. De aanwezigheid van populaties van Gevlekte glanslibel en Gevlekte witsnuitlibel zijn niet uit het plangebied bekend. De vijver is een mogelijk geschikte voortplantingslocatie. Bij werkzaamheden die ingrijpen in de poel en de functie als (potentieel) voortplantingswater aantasten dient vooraf onderzoek uitgevoerd te worden naar de betekenis van deze poel voor de beschermde soorten libellen. Waardplanten van Teunisbloempijlstaart ontbreken in het plangebied waardoor het voorkomen van eitjes en rupsen van deze soort op voorhand kan worden uitgesloten. Door het in gebruik nemen van het terrein treden geen effecten op deze habitatrichtlijnsoort.

23

Bureau Meervelt

4.

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

CONCLUSIES

4.1 Conclusies gebiedsbescherming •

Natura 2000: Het plangebied ligt op een korte afstand van circa 25 meter van Natura 2000-gebied Meinweg. Op iets ruimere afstand ligt Natura 2000-gebied Roerdal. Overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden fungeren wel als recreatiegebied voor bezoekers van de recreatieparken. De Natura 2000gebieden hebben ook in de huidige situatie een recreatieve functie. Door de voorgenomen ontwikkelingen ontstaat een modern en aantrekkelijk aanbod van recreatieve verblijfsmogelijkheden. Hierdoor kunnen de aantallen bezoekers hoger zijn dan in de oude situatie. De kans op significante gevolgen voor de Natura 2000gebieden is verwaarloosbaar. Er zijn geen rechtstreekse inloopmogelijkheden van de recreatieparken in de Natura 2000-gebieden en bezoekers volgen de regulier opengestelde paden. Ook de verkeersbewegingen nemen naar verwachting niet spectaculair toe.

Het is echter op basis van de huidige informatie niet uit te sluiten dat een toename optreedt van stikstofemissie door gebruik van fossiele brandstoffen. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat in het kader van Natura 2000: 1. Nader onderzoek nodig is als aan de poel werkzaamheden uitgevoerd worden die ervoor zorgen dat deze ongeschikt wordt als voortplantingswater voor amfibieën. Als blijkt dat Kamsalamander de poel gebruikt als belangrijk voortplantingswater, dient een voortoets uitgevoerd te worden. Afhankelijk van de resultaten kan het nodig zijn een vergunning Wet natuurbescherming aan te vragen. 2. Het uitvoeren van een AERIUS-berekening is nodig als in de gebruiksfase gebruik gemaakt wordt van fossiele brandstoffen. Afhankelijk van de resultaten kan het nodig zijn een Wet natuurbeschermingsvergunning Stikstof aan te vragen. Dit kan voorkomen worden door geen gebruik te maken van fossiele brandstoffen. 3. Ten aanzien van de overige aspecten is in relatie tot Natura 2000 geen nader onderzoek nodig en zijn geen vervolgstappen nodig. Significante gevolgen als gevolg van de overige voorgenomen ontwikkelingen kunnen op voorhand uitgesloten worden.

•

Natuurnetwerk Nederland/Goudgroene natuurzone: Vrijwel het gehele plangebied ligt buiten de Goudgroene natuurzone. In het meest zuidelijke deel is wel overlap tussen het plangebied en de Goudgroene natuurzone. Hier worden geen werkzaamheden uitgevoerd. Hier liggen al sinds de jaren ’60 uit de vorige eeuw vier tennisbanen, die nu als Goudgroene natuurzone zijn begrensd. Dit berust waarschijnlijk op een vergissing en kan bij provincie Limburg worden aangegeven zodat de tennisbanen worden geëxclaveerd. Het Nationaal Natuurnetwerk/de Goudgroene natuurzone kent in Limburg geen externe werking. Alle voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats buiten deze zones. Er gaan geen wezenlijke kenmerken en waarden verloren. Vervolgstappen zijn niet nodig.

4.2 Conclusies soortbescherming •

Het plangebied en omgeving maakt naar verwachting deel uit van het leefgebied van algemene en bijzondere beschermde soorten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen gelden voor de algemeen voorkomende soorten vaak een vrijstelling voor het beschadigen van vaste voortplantingsplaatsen en rustplaatsen en het vangen van deze soorten. Wel geldt de zorgplicht. Voor veel minder algemene soorten en de habitatrichtlijnsoorten geldt deze vrijstelling niet. In onderstaande tabel is per voorgenomen ontwikkeling aangegeven voor welke soorten nader onderzoek of andere vervolgstappen nodig kunnen zijn.

24

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

Tabel 9: Voorgenomen ontwikkelingen waarbij aandacht nodig is voor beschermde flora en fauna. Werkzaamheden waarbij

Soortgroepen/soorten

Nader onderzoek nodig?

Ontheffing nodig

Werkzaamheden in

Das, Grote bosmuis,

Inspectie minimaal zes

Alleen bij aantasting vaste

bosgebieden

broedvogels (alle soorten),

maanden voorafgaand aan

voortplantings- of

Hazelworm en

de werkzaamheden (Das,

rustplaatsen van Das, Grote

Levendbarende hagedis

Grote bosmuis, holten van

bosmuis en vleermuizen en

vleermuizen). Eventuele

werken buiten de

kap- en

vrijgestelde periode in

grondwerkwerkzaamheden

boslocaties waar

uitvoeren buiten de

voortplantings- of

broedperiode en in de

rustplaatsen van Hazelworm

vrijgestelde periode voor

en Levendbarende hagedis

Levendbarende hagedis en

kunnen voorkomen.

flora en fauna een rol speelt

Hazelworm (vanaf 15 augustus tot eind september) óf onder begeleiding van een ecoloog Renovatie bestaande

Vleermuizen

opstallen met spouwmuren

Ingrijpende veranderingen

Amfibieën, libellen

Nader onderzoek is nodig

Bij aanwezigheid en

als potentieel geschikte

mogelijke aantasting van

invliegopeningen en/of

vaste voortplantings- en

verblijfplaatsen ongeschikt

rustplaatsen van

gemaakt worden

vleermuizen

Onderzoek naar betekenis

Bij vastgestelde

aan aanwezige

van de poel voor o.a.

voortplanting van

poel/zwemvijver

Alpenwatersalamander en

Alpenwatersalamander of

Kamsalamander

een van de strikt beschermde overige amfibieën

Houd bij voorgenomen ontwikkelingen rekening met de onderzoeksperiode. Voor vleermuizen is een doorlooptijd inclusief verlening van een ontheffing vaak een jaar vanwege de onderzoeken die plaat moeten vinden van april tot en met september. De aanwezigheid van amfibieën en libellen kan alleen in voorjaar en zomer onderzocht worden. De procedure voor het verstrekken van een ontheffing duurt minimaal 12 weken. Inclusief voorbereidende werkzaamheden, mogelijke opschorting etc. moet rekening gehouden worden met een doorlooptijd van 4 maanden tot een half jaar.

4.3 Algemene maatregelen uit oogpunt van de zorgplicht 1. De rijroutes (aan- en afvoer van materiaal) worden zo beperkt mogelijk gehouden en volgen de bestaande (gemaaide) paden. 2. Voor zover aanwezig dienen holen van algemeen voorkomende soorten als Konijn en soorten knaagdieren zo mogelijk handmatig uitgegraven worden, zodat aanwezige dieren de kans krijgen te ontsnappen. Deze maatregel geldt alleen voor holen van dieren waarvoor een vrijstelling bestaat, dus niet voor dassenholen of holen van Grote bosmuis! 3. Houtstapels, stapelstenen, boomstammen of ander materiaal dat een geschikte verblijfplaats vormt voor amfibieën en kleine zoogdieren worden voorzichtig verwijderd. Als dieren aanwezig zijn worden de werkzaamheden op deze locatie tijdelijk stilgelegd tot aanwezige individuen zichzelf in veiligheid hebben gebracht.

25

Bureau Meervelt

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

4. Werkoppervlakten dienen zo beperkt mogelijk gehouden te worden en de werkzaamheden dienen in een zo beperkt mogelijk tijdsbestek afgerond te worden. 5. Activiteiten dienen plaats te vinden in de daglichtperiode (in de periode van een half uur na zonsopgang en een uur voor zonsondergang) opdat verstoring van de omgeving door verlichting en menselijke aanwezigheid tijdens de actieve periode van vleermuizen en andere soorten wordt voorkomen. 6. Beperk het aanbrengen van verlichting zoveel mogelijk en maak gebruik van aangepaste verlichting (armaturen die het licht afschermen). Maak waar mogelijk gebruik van light-on-demand en/of schakel verlichting na een bepaalde tijd uit om nachtelijke donkerte zoveel mogelijk te behouden. 7. Bij het aantreffen van niet genoemde beschermde soorten of calamiteiten dient meteen een ecoloog geraadpleegd te worden.

4.4 Natuur-inclusief ontwikkelen Vanwege de bijzondere ligging tussen twee beschermde natuurgebieden en vanwege de huidige groene inrichting hebben de parken potentie om leefgebied te ontwikkelen voor bijzondere soorten en de beleefbaarheid van natuur voor de recreanten te vergroten. Hierbij kan gedacht worden aan: • Het versterken van de groene structuren op de parken door aanplant van inheemse beplanting (aantrekkelijk voor kleine zoogdieren en insecten). • Het aanleggen van takkenrillen aan de randen van de delen met de verblijflocaties (aantrekkelijk als verblijfplaats voor kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen). • Het creëren van permanente verblijfplaatsen voor bijvoorbeeld Huismus en vleermuizen in te bouwen opstallen door het gebruik van vogelvides en/of inbouwstenen of het toegankelijk maken van zolders voor zolderbewonende vleermuissoorten. • Het aanleggen van een aparte poel (of gebruik maken van de huidig aanwezige poel) die beheerd wordt als amfibieën- en libellenpoel. • Het integreren van bijenhotels in afscheidingswanden of schuilgelegenheden. • Een maaibeheer waarbij niet alles op een hoogte gemaaid wordt maar waarbij gefaseerd wisselende delen gemaaid worden (zogenaamde sinusbeheer).

• Vergroten van de beleefbaarheid van de natuur door het aanbrengen van nestkasten voor broedvogels en vleermuiskasten, egelhuisjes en/of een vogelkijkscherm aan de buitengrens. Ook het aanbrengen van voedermogelijkheden voor vogels in de winter behoort tot de mogelijkheden. • Het vergroten van de beleefbaarheid en betrokkenheid door een infobord met informatie over de omliggende natuurgebieden.

26

Bureau Meervelt

5.

Quickscan Wnb Recreatie aan de Meinweg, Roerdalen 2021

LITERATUURLIJST EN WEBSITES

Buggenum H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders, 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980 - 2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 79-409 inzake het behoud van de Vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no. 92-43 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Huizenga C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980 - 2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Lange R., P. Twist, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij van de KNNV, VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten, 1994. LNV, ongedateerd. Handreiking Beheer en onderhoud - Aanpak Stikstof. Juwett, D. & W. Vergoossen, 2020. De Grote bosmuis in Nationaal Park De Meinweg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, 2012. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijke milieu in Europa, 1979. Bern.

www.limburg.nl www.natuurgegevensprovincielimburg.nl www.waarneming.nl

27

Bijlage 1a Achtergronden Wet natuurbescherming

In deze bijlage wordt kort ingegaan op een relevant geachte selectie uit de Wet natuurbescherming. Aan deze bijlage kunnen geen rechten worden ontleend. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Wet natuurbescherming.

Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De wet bestaat uit 12 hoofdstukken waarvan voor deze quickscan de eerste vier hoofdstukken relevant zijn: - Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen - Hoofdstuk 2: Natura 2000 - Hoofdstuk 3: Soorten - Hoofdstuk 4: Houtopstanden, hout en houtproducten De overige hoofdstukken behandelen vrijstellingen, beschikkingen en verplichtingen, financiële bepalingen, handhaving, overige aspecten, overgangsrecht en de wijziging en samenloop van en met andere wetten en/of wetsvoorstellen. De quickscan beperkt zich tot toetsing aan de eerste vier hoofdstukken. Eventueel relevante bepalingen over vrijstellingen (bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestendig beheer en onderhoud) worden in de quickscan ook meegenomen,

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verleent ontheffingen en vergunningen voor ruimtelijke ingrepen die gevolgen voor de natuur kunnen hebben zoals: •

Projecten van gebieden die niet op provinciaal niveau zijn ingedeeld.

•

Hoofdwegen, hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen.

•

Kustbescherming: primaire waterkeringen zoals kustverdediging en rivierveiligheidsmaatregelen, zoals Ruimte voor de Rivier

projecten. •

Activiteiten op militaire terreinen en oefengebieden.

•

Landelijk energietransportnetwerk (hoogspanningsverbindingen vanaf 220kV).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=42405b35-f486-4df7-827b-a19bb58f5921