CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.2. Regels

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Paarloweg 3 Sint Odiliënberg'5.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan - Regels -

Paarloweg 3 Sint Odiliënberg Gemeente Roerdalen

Bestemmingsplan Paarloweg 3 Sint Odiliënberg Gemeente Roerdalen

Onderdeel:

Regels

IDN-nummer:

NL.IMRO.1669.BPODL2020PAARLOWG3-VG01

Projectnummer:

M199046.002

Status:

vastgesteld

Datum:

06 mei 2024

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels

5

Artikel 1 Artikel 2

5 9

Begrippen Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

11 14 17

Maatschappelijk Waarde - Archeologie - 5 Waterstaat - Inundatiezone en meanderzone

Hoofdstuk 3 Algemene regels

19

Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

19 20 22 23 24 25

Artikel 12

Overige regels

26

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

27

Artikel 13 Artikel 14

27 28

Overgangsrecht Slotregel

Regels

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

3

4

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan 'Paarloweg 3 Sint Odiliënberg' met identificatienummer NL.IMRO.1669.BPODL2020PAARLOWG3-VG01 van de gemeente Roerdalen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 archeologische waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis. 1.6 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.7 bebouwingspercentage het op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage tot waar het bouwperceel maximaal mag worden bebouwd, of wanneer dat in deze regels uitdrukkelijk is bepaald, het percentage tot waar het bouwvlak maximaal mag worden bebouwd. 1.8 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren, inzamelen, verwerken, verhuren, opslaan en/of distribueren van goederen.

1.9 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan legaal tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12 bevoegd gezag bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

5

1.13 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.14 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, het vernieuwen of het veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.15 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge deze regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.19 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.20 bouwwerk, geen gebouw zijnde elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond dat een niet voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.21 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid.

1.22 erfafscheiding een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een aangrenzend erf van buren of van de openbare weg. 1.23 evenement een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak met bijbehorende voorzieningen waaronder in ieder geval parkeren. 1.24 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.25 hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk in gebruik is en/of als zodanig valt aan te merken.

6

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

1.26 huishouden Eén of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid. 1.27 kwaliteitskader het kwaliteitskader zoals opgenomen in de Omgevingsvisie 'Roerdalen 2050' zoals vastgesteld op 8 juli 2021. 1.28 maatschappelijke voorzieningen een stiltecentrum dat uitsluitend gericht is op het in groepsverband beoefenen van Trancendente Meditatie met daarbij behorende voorzieningen op het gebied van welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie en onderwijs. 1.29 milieuhygiënisch inpasbaar een ontwikkeling is milieuhygiënisch inpasbaar indien is aangetoond dat: a. b. c. d. e.

voor milieu gevoelige functies een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; omliggende bedrijven niet onevenredige in hun activiteiten worden aangetast; er geen sprake is van significant negatief effecten op Natura 2000-gebied(en); nieuwe functies binnen de ecologische hoofdstructuur niet schadelijk zijn voor de natuur; bij het toestaan van nieuwe geluidsgevoelige functies dient te worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarden of de vastgestelde hogere grenswaarde; f. bij het toestaan van nieuwe geurgevoelige functies wordt voldaan aan de wettelijke geurnormen of vastgestelde hogere geurnorm; g. er geen nieuwe kwetsbare objecten binnen 10-6-contour worden gerealiseerd; h. nieuwe beperkt kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt indien hiertoe gewichtige redenen voor aanwezig zijn; i. de luchtkwaliteit geschikt is voor de gewijzigde functie; j. de toename verhard van oppervlak wordt gecompenseerd; k. de capaciteit van de omliggende wegen voldoende is voor veilige afwikkeling van de verkeerstoename; l. de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie; m. er is voldaan aan de eisen die zijn gesteld in de in Bijlage 3 opgenomen uitwerking van het kwaliteitskader Roerdalen.

1.30 nevenfunctie een of meer (bedrijfsmatige) activiteiten in combinatie met en ondergeschikt aan de uitoefening van het ter plaatse en bij wijze van hoofdfunctie uitgeoefende (agrarische) bedrijf/wonen. 1.31 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.32 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.33 pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.34 peil a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de wegzijde grenst: maximaal 30 cm boven de hoogte

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

7

b.

van de kruin van de openbare weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: maximaal 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

1.35 perceel een stuk grond dat eenzelfde gebruik heeft en is omgeven door een duidelijk herkenbare grens in de vorm van bijvoorbeeld heggen, afrasteringen, sloten of greppels. 1.36 permanente bewoning bewoning van een ruimte als hoofdverblijf. 1.37 stiltecentrum een besloten, maar openbaar toegankelijk, centrum waarin men de gelegenheid heeft om zich te bezinnen, uitsluitend gericht op Trancendente Meditatie. 1.38 Trancendente Meditatie een mentale ontspanningstechniek die diepe rust en vrede brengt in het menselijk zenuwstelsel. Door die diepe rust worden diep gewortelde spanningen opgelost. Dit gebeurt individueel en ook collectief. 1.39 verticale bouwdiepte de diepte van een gebouw onder de grond of deels onder de grond (half verdiept). 1.40 voorgevel de gevel(s) van een gebouw die is/zijn gelegen in de voorgevel. 1.41 wonen Huisvesting waarbij de bewoner(s) van een woning gezamenlijk één afzonderlijk huishouden vormen. 1.42 woning Een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder bijvoorbeeld een eigen toegang, toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel. 1.43 woongroep een groep van samenwonenden die gezamenlijk allerlei dagelijkse, huishoudelijke activiteiten verrichten, uitsluitend gericht op Trancendente Meditatie.

1.44 wooneenheid een woning zoals opgenomen in lid 1.42.

8

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 de goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 de inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 de verticale bouwdiepte van een bouwwerk vanaf de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer tot aan de bovenkant van de onderste afgewerkte vloer. 2.7 de hoogte van een windturbine Vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.

2.8 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, ondergeschikte dakkapellen en gevelopbouwen, gevelen kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, onder voorwaarde dat de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt, en de totale oppervlakte van de overschrijding niet meer dan 6 m². 2.9 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; ondergeschikte bouwdelen worden hierbij niet meegenomen. 2.10 bouwhoogte van een antenne-installatie 1. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; 2. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

9

(schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.11 breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren. 2.12 bruto vloeroppervlak de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakte van alle bouwlagen, dus inclusief bijvoorbeeld ingesloten buitenruimte, trappen, liftkokers, installatieruimten, enz. 2.13 aanvullende meetregels Bij het meten gelden de volgende aanvullende regels: a. b.

10

het peil voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang aan de wegzijde grenst: dient te zijn gesitueerd op maximaal 30 cm boven de hoogte van de kruin van de openbare weg ter plaatse van die hoofdtoegang; het peil in andere gevallen: dient te zijn gesitueerd op maximaal 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het rondom afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Maatschappelijk

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

een woongroep met maximaal 57 slaapkamers voor maximaal 57 personen met daaraan ondergeschikt maatschappelijke voorzieningen. met de daarbij behorende: b.

voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, recreatieve paden en toegangswegen.

3.2 Bouwregels Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. bijbehorende bouwwerken zijn met in achtneming van het bepaalde in artikel 3.2.1 sub f (maximaal bebouwingspercentage van 25% binnen het bouwvlak); uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; c. bijbehorende bouwtwerken dienen achter de voorgevel te worden opgericht, met uitzondering van bestaande bebouwing; d. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; e. de maximale goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte'; f. ter plaatse van het bouwvlak mag het maximum bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bebouwingspercentage'. 3.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde a. binnen het bouwvlak zijn maximaal 3 vlaggenmasten toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan: 1. lichtmasten, waaronder lantaarnpalen en overige buitenverlichting worden verstaan: 3 m; waarbij geldt dat hier voor het bepalen van de bouwhoogte wordt gemeten vanaf het maaiveld; 2.

vlaggenmasten: 8 m; 3. erf- en terreinafscheidingen binnen het bouwvlak: 2 m; 4. erf- en terreinafscheidingen buiten het bouwvlak: 1,2 m; 5. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3m. 3.3 Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik gelden de volgende regels: 3.3.1 Algemeen De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen niet worden gebruikt voor: a.

handels- en bedrijfsdoeleinden behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

11

b. c. d. e. f. g.

voor het geplaatst houden van kampeermiddelen; voor het beoefenen van lawaaisporten; ten behoeve van een helicopterlandingsplaats; voor de huisvesting van internationale werknemers; het verblijven van personen in een woongroep die niet deelnemen aan de gezamenlijke (groeps)beoefening van Transcendente Meditatie; het realiseren van meer dan 57 slaapkamers dan wel het bieden van verblijf aan meer dan 57 personen.

3.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijkeinpassing a. Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Maatschappelijk' is uitsluitend toegestaan als de landschappelijke inpassing, conform het landschapsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels, is uitgevoerd binnen 18 maanden na de start van de bouwwerkzaamheden binnen de bestemming 'Maatschappelijk' als opgenomen onder artikel 3 van deze regels en dit landschapsplan kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden; b. Onder landschapsplan wordt in deze planregels verstaan het 'Landschaplan Paarloweg 3 Sint Odiliënberg, Projectnr. 040-066 / d.d. 6 maart 2023, opgesteld door bureau Pouderoyen (bijlage 1 bij de regels). 3.3.3 Voorwaardelijke verplichting lichtverstoring Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Maatschappelijk' is uitsluitend toegestaan als de verlichting van het buitenterrein plaatsvindt met uitsluitend amberkleurige UV-vrije ledlampen, waarbij de lantaarnpalen en overige buitenverlichting maximaal 3 meter hoog mogen zijn gemeten vanaf het maaiveld en daarbij vanuit die voorzieningen geen sprake is van uitstralend licht richting het Roerdal en omliggende woningen.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

het aanbrengen van oppervlakteverhardingen in de vorm van parkeervoorzieningen of wegen voorzover hierdoor de totale oppervlakte van 4000 m² aan deze voorzieningen wordt overschreden; het aanbrengen of verwijderen van bovengrondse of ondergrondse hoofd transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verlagen, vergraven, ophogen, diepwoelen of egaliseren van de bodem met meer dan 50 cm; het aanbrengen van niet inheemse en van hoogopgaande beplanting anders dan in het kader van bos- of natuurbeheer; het wijzigen van de waterhuishouding of de grondwaterstand en/of het vergroten van de toe- of afvoer van water door onder meer het afdammen, stuwen, bemalen, onderbemalen, het draineren van gronden, en het graven, dempen of anderszins wijzigen en verbeteren van waterlopen, sloten en greppels.

3.4.2 Uitzonderingen Het verbod van lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b.

12

normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

3.4.3 Voorwaarde De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

13

Artikel 4

Waarde - Archeologie - 5

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een terrein met archeologische waarde. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Verbod Het is verboden om zonder of in afwijking van een besluit om van de bouwregels af te wijken, te bouwen of te laten bouwen op de voor 'Waarde - Archeologie - 5' mede bestemde gronden. 4.2.2 Uitzonderingen Het in lid 4.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing: a. 1. 2. b. 1. 2. 4.3

op bebouwing die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en) indien voldaan wordt aan de volgende twee voorwaarden: de oppervlakte van de bebouwing maximaal 1.000 m² bedraagt; de ondergrondse bouwdiepte max. 40 cm bedraagt; op de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: de bestaande fundering wordt gebruikt; de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid. Afwijken van de bouwregels

4.3.1 Afwijking Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in 4.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: a. b.

op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord; of op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden afdoende kunnen worden beschermd door middel van het verbinden van voorschriften aan het besluit om af te wijken.

4.3.2 Beperkingen Het bevoegd gezag kan het besluit om af te wijken onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan het besluit verbinden: a. b.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

4.3.3 Advies Alvorens het bevoegd gezag besluiten om af te wijken kan zij schriftelijk advies inwinnen bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een besluit om af te wijken archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan het besluit moeten worden verbonden.

14

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie - 5' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een 'omgevingsvergunning voor de uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden': a. b. c. d. e. f. g.

de bodem met meer dan 1 m op te hogen boven het bestaande maaiveld; het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; het graven, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren; de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld; het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting; andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 40 cm onder het bestaande maaiveld.

4.4.2 Uitzondering op het uitvoeringsverbod Het in lid 4.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a.

b. c. d. e.

de werken of werkzaamheden een oppervlakte hebben van niet meer dan 1.000 m²; en het werken of werkzaamheden betreft waarbij de bodem tot ten hoogste 40 cm onder het bestaande maaiveld wordt geroerd; of de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud betreffen; of de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan; of de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; of de werken en werkzaamheden het archeologisch onderzoek betreffen.

4.4.3 Toetsingscriteria De vergunning wordt verleend, indien de in 4.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 4.4.4 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden: a. b.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

4.4.5 Advies Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning kan zij schriftelijk advies inwinnen bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

15

4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie - 5' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

16

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

Artikel 5

Waterstaat - Inundatiezone en meanderzone

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat - Inundatiezone en meanderzone' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor: a. b.

het op natuurlijke wijze meanderen van de Roer en de daarvoor benodigde herinrichting; het onder water zetten bij hoge waterstanden en de daarvoor benodigde herinrichting.

5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en geldt de volgende regel: a.

op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m.

5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 5.2, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en rekening wordt gehouden met eventuele bezwaren van de natuur- en waterbeheerder.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

17

18

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

Hoofdstuk 3 Artikel 6

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

19

Artikel 7

Algemene bouwregels

7.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a. Voor een bouwwerk, dat bij of krachtens de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c. Op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. 7.2 Afstand van bebouwing tot verharde wegen a. Binnen het bouwvlak moet de bebouwing op een afstand van ten minste 10 m van de as van een verharde weg met een breedte van 10 m of minder worden gebouwd of op een afstand van ten minste 15 m van de as van een verharde weg breder dan 10 m. b. Met dien verstande dat: 1.

voor bebouwing, dat bij of krachtens de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan gevolgde de bestemming is toegelaten, maar waarvan de afstand tot de as van de weg kleiner is dan onder a genoemd, geldt dat de bestaande afstand als ten hoogste toelaatbaar wordt aangehouden. 7.3

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

7.3.1 Parkeernormen In, op of onder gebouwen dan wel het daarbij behorende terrein dienen voldoende parkeerplaatsen voor auto's aanwezig te zijn. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeernormen van de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels (die zijn neergelegd in CROW publicatie 317, dan wel de opvolger dan die regel) worden nageleefd. 7.3.2 Afmetingen parkeerruimte De in artikel 7.3.1 bedoelde parkeerplaatsen moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien de afmetingen minimaal 1,80 m bij 5,00 m bedragen. 7.3.3 Laad- en losruimte Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

20

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

7.3.4 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.3.1 en 7.3.3 indien aangetoond is door initiatiefnemer dat in de directe omgeving (een straal van circa 100 meter) voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn en de openbare ruimte niet onevenredig wordt belast. 7.3.5 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan ten behoeve van een goede parkeerbalans, de verkeerssituatie en/of het stedenbouwkundig beeld.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

21

Artikel 8 a.

22

Algemene gebruiksregels

Het gebruik of laten gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

Artikel 9 9.1

Algemene aanduidingsregels

Milieuzone - roerdalslenk II

9.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - roerdalslenk II' gelden voor die gronden in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald de navolgende aanvullende regels. 9.1.2 Bouwregels Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - roerdalslenk II' is het niet toegestaan om: a. b.

boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 30 meter beneden het maaiveld; de grond te roeren dieper dan 30 meter beneden het maaiveld, of deze handeling toe te laten, of anderszins werken of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van de slechtdoorlatende bodemlagen kunnen aantasten.

9.1.3 Uitzonderingen De in artikel 9.1.2 gestelde verboden gelden niet voor: a. b.

het inrichten van boorputten ten behoeve van het provinciale grondwaterbeheer in het kader van de Wet bodembescherming en de Waterwet; het verrichten van bodemonderzoeken die bij of krachtens wet zijn voorgeschreven.

Indien er bij de werkzaamheden als bedoeld in dit artikel sprake is van een boorput, dienen de doorboorde weerstandbiedende lagen en het boorgat, van 0 tot 3 meter beneden het maaiveld, te worden afgedicht met klei of bentoniet. 9.1.4 Afwijken Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de verboden in dit artikel.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

23

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Maten en bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is – bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a.

overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen.

De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 10.2 Hogere erf- en terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2 teneinde hogere erf- en terreinafscheidingen toe te staan, met inachtneming van het volgende: a. b.

de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; hogere erf- en terreinafscheidingen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van de landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden.

De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

24

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

11.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

25

Artikel 12

Overige regels

12.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

26

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.

1. 2.

3. b.

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met ten hoogste 10%; het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.

c.

d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

27

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Paarloweg 3 Sint Odiliënberg'.

28

bestemmingsplanPaarloweg 3 Sint Odiliënberg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=57c970bc-0eee-459d-9076-851496842357