Bijlage 2.2.2 - Landschappelijke inpassing Boschbeek
Tekst van het document
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING BOSCHBEEK BUNGALOW- & CAMPERPARK HERKENBOSCH TER AANVULLING OP HET MASTERPLAN K3H-ARCHITECTEN
Datum
18-6-2021
Bestand
512-01.docx
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING BOSCHBEEK BUNGALOW- & CAMPERPARK In opdracht van
K3H Architecten Nieuwleusen
Contactpersonen
Mw. M. Dyla Jurdyga
0529 485 888 Voor
Oostappen Groep
Door
Buro Stad en Land Zomerdijk 9e 7942 JR Meppel
Telefoon
06 41 66 55 76
info@burostadenland.nl
Internet
www.burostadenland.nl
Project
512-boschbeek bungalow- en camperpark
Auteur
Wilfred Hilbers
Datum laatst gewijzigd
18-6-2021
Aantal pagina's
22
Bestand
m:\projecten\512-boschbeek bungalow- en camperpark\doc\512-01.docx
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Buro Stad en Land
INHOUD 1
AANLEIDING
1
2
RUIMTELIJKE CONTEXT
3
3
SITUATIE
4
3.1
ABIOTISCHE SITUATIE
4
4
GESCHIEDENIS
6
4.1
HET BOS- EN HEIDELANDSCHAP ZANDBERGEN
6
5
HUIDIGE SITUATIE, VISIE EN BEHEER
8
5.1
KARAKTER
8
5.2
TOEKOMSTBEHEER
8
5.3
HUIDIGE GROENSTRUCTUUR
9
5.4
DOELSTELLINGEN
10
5.5
ONTWIKKELINGSPLAN-ZONERING
10
6
BEPLANTING DEELGEBIED 3
13
6.1
FYSISCH GEOGRAFISCHE PLANTENREGIO’S
13
6.2
PLANTLIJST
15
BIJLAGE LANDSCHAPPELIJKE INPASSING A3 1:2000
19
1 AANLEIDING Boschbeek Bungalow- & Camperpark is door de ligging nabij Nationaal Park De Meinweg bijzonder geschikt voor liefhebbers van rust en natuur. De bossen rondom het park beschikken over uiteenlopende wandel-, fiets- en recreatieroutes waar natuurbeleving voorop staat. In de directe nabijheid zijn daarnaast aanwezig een tennispark, golfbaan en andere recreatieve voorzieningen. De directie van Boschbeek Bungalow- & Camperpark wil haar park toekomstbestendig maken. K3H-architecten werkt aan het Masterplan Boschbeek. De landschappelijke situatie vormt de basis voor de toekomst. K3H heeft een toekomstschets opgesteld waarbij de conclusie is getrokken dat optimalisatie van het bestaande park ten aanzien van de verbetering van landschappelijke kwaliteit en wijziging/toevoeging van recreatievoorzieningen tot optimalisatie kan leiden, waarmee een beter bedrijfsresultaat kan worden behaald en het park meer toekomstbestendig wordt gemaakt. Duurzaamheid en streekeigenheid is daarbij de rode draad. In het masterplan is aandacht voor hoofdentree, parkeren, de ontsluiting van voorzieningen, verkaveling en de wijze waarop het zich in het landschap presenteert. Voor de landschappelijke inpassing is het van groot belang dat
Figuur 1 Topografische situatie locatie
de lokale identiteit herkenbaar wordt op het park. De directie van het park wil een reconstructie doorvoeren om een kwaliteitsslag te maken en het park
De ontwikkeling zou kunnen worden gerealiseerd op voorwaarde dat de
aan de eisen van de tijd te laten voldoen.
ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Dit betekent dat landschappelijke
De gemeente Roerdalen stelt als eis dat 60% van het totale parkoppervlak als groene ruimte dient te worden ingevuld bestaande uit gras, inheemse beplanting en/of bos en bomen.
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
maatregelen dienen te worden genomen, of de huidige landschappelijke situatie wordt geconsolideerd om de ruimtelijke kwaliteit op het perceel en in de directe omgeving te versterken of te behouden. In deze rapportage treft u aan het benodigde landschappelijk inpassingsplan.
Bij dit initiatief wordt door de directie serieus rekening gehouden met de
De landschappelijke inpassing richt zich met name op het beperkter zichtbaar
landschappelijke inpassing. Van waarde is de beoordeling van het huidige
maken van recreatief gebruik, én het meer natuurlijk maken van de randen.
landschap, de lokale structuur en het toekomstige landschap in relatie tot de te plaatsen objecten. Deze drie schaalniveaus bepalen in hoeverre de ontwikkeling past in de ruimte. Deze landschappelijke inpassing voorziet in de ontwikkeling op basis van de kenmerken van het gebied zoals deze zijn omschreven in de beleid van provincie en gemeente, de aanwezige landschappelijke situatie en de wensen en eisen van de initiatiefnemer. Het gemeentelijk beleid in deze beoogt dat de bestaande (cultuurhistorische) kwaliteit een belangrijke rol speelt bij de uitstraling en uitdraging van de karakteristiek van het gebied. Buro Stad en Land heeft deze landschappelijke onderbouwing opgesteld waarbij de volgende aspecten zijn voorzien: 1. 2.
Waardering voor de historische structuur van het landschap Goede vorm, grootte en ordening van de voorzieningen in verhouding tot het landschap
3.
Goede inpassing (plaats van gebouwen, bomen en structuurgroen in de omgeving)
4.
Goede ontsluiting van de gebouwen en directe omgeving
5.
Een ontwikkeling gericht op de toekomst en passend binnen voorziene ontwikkelingen in de omgeving
6.
Goede ruimtelijke ordening in verhouding tot de aanwezige woningen in de directe omgeving
7.
Voldoende afstand tussen de ontwikkeling en andere ruimtelijke elementen
8.
Een duurzame ontwikkeling waar mogelijk
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 2
Figuur 2 Concept Omgevingsvisie Roerdalen, themakaart landelijk en natuurlijk Roerdalen en ligging plangebied
2 RUIMTELIJKE CONTEXT
heidegebied. Door overbegrazing en intensief plaggen kwam lokaal dekzand boven en ontstonden zandverstuivingen. Rond 1930 veranderde De Meinweg snel van aanzien. Grote stukken heide werden in het kader van de werkverschaffing omgespit en met naaldbomen beplant om later als stuthout voor de mijnbouw te dienen. De verdeling van bos en heide, zoals nu aanwezig, kwam op deze manier tot stand. De aantasting van het gebied bleef doorgaan, ondanks dat men tot besef was gekomen dat er hier sprake was van een bijzonder waardevol natuurgebied. Inmiddels worden randen van huidige naaldbospercelen gedeeltelijk omgevormd met meer loofhout en wordt natuurlijke ontwikkeling van ondergroei (kruid- en struiklaag) gestimuleerd.
In de Omgevingsvisie Roerdalen is het plangebied onderdeel van het bos- en mozaieklandschap. In de ruimtelijke context heeft het gebied zich ontwikkeld als bosgebied (Zandbergen), als uitloper van het natuurgebied Nationaal Park De Meinweg. Het natuurgebied is gelegen op de zandgronden van het Roerdal en is grotendeels gevormd door water, ijs en wind. Het Nationaal Park De Meinweg is geologisch gezien van grote betekenis, door het voor Nederland unieke terrassenlandschap, met soms steile overgangen tussen de verschillende terrassen. Deze zijn ontstaan door erosie van de in het verre verleden door Rijn en Maas afgezette sedimenten én door verschuivingen in de aardkorst. Ooit was De Meinweg een gesloten eiken- en beukenbos. In de Middeleeuwen startte de bosweiding en werd het bos meer open en ontstonden ook grotere nederzettingen. Aan het eind van de Middeleeuwen was er door de beweiding en winning van bouw- en brandhout weinig bos meer aanwezig en vormde het een uitgestrekt Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 3
3 SITUATIE 3.1
Bodem
Abiotische situatie
Geomorfologie
Figuur 4 Bodemkaart
De bodem bestaat hier uit Kalkloze zandgronden, zonder minerale eerdlaag Figuur 3 Geomorfologische kaart
Het plangebied wordt voor het grootste deel gevormd door landduinen met vlakten en laagten. Het zijn heuvels en heuvelruggen ontstaan door windafzettingen. Het kenmerkt zich door steile zeer korte hellingen; steilste hellingen >8 graden en max hoogteverschil tov omgeving 5 – 12.5 (m)
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 4
(Zb21), met ijzerhuidjes; met bruine laag in de positie van een B-horizont Specifiek aangeduid als VORSTVAAGGRONDEN
Hydrologie
Hoogte
Figuur 5 Hydrologische kaart
Figuur 6 Hoogtekaart
Het gebied kent overwegend grondwatertrap VII, de gemiddeld hoogste
De overwegende hoogte in het gebied ligt tussen de 25 en 30 m +NAP,
grondwaterstand is 80-140 cm beneden maaiveld, de gemiddeld laagste
Binnen deze verschillen is veel microreliëf aanwezig.
grondwaterstand is dieper dan 120 cm beneden maaiveld. Daarmee is het gehele gebied zeer droog.
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 5
4 GESCHIEDENIS 4.1
Het bos- en heidelandschap Zandbergen
Figuur 8 Kaartbeeld 1950
Rond 1930 veranderde De Meinweg in snel tempo van aanzien. De aanplant Figuur 7 Kaartbeld 1900
van bos leidde tot een onregelmatige blokverkaveling. Het oorspronkelijke
Rond 1900 is het oorspronkelijke gesloten bosgebied Zandbergen met
wordt gevormd door bosbeheerpaden, kavelscheidingspaden en/of
voornamelijk eiken en beuken als gevolg van beweiding en roofbouw verworden tot woeste grond met heide- en ruigteterrein met veel microreliëf als gevolg van zandverstuivingen.
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 6
ontginningspatroon is via de wegen en bospaden nog duidelijk zichtbaar en brandgangen. Het oorspronkelijke reliëf (stuifduinen en laagtes) is grotendeels bewaard gebleven, beplanting bestaat uit Corsicaanse den, grove den, inlandse en Amerikaanse eik en Douglas.
Eind jaren ’60 wordt Vakantiepark Elfenmeer ontwikkeld op een open gebied ten oosten van het huidige plangebied. Halverwege de jaren ’80 wordt het huidige plangebied ontwikkeld met bungalows. Elfenmeer in Herkenbosch werd in 2020 gesloten nadat de gemeente Roerdalen het erfpachtcontract met de exploitant niet verlengde. De gemeente heeft de exploitatie vervolgens opnieuw aanbesteed. Oostappen is sinds de aankoop van Libéma eigenaar van het ten zuidwesten gelegen recreatiegebied, met voornamelijk bungalows, het plangebied Boschbeek. Het kleinschalige vakantiepark beschikt over eenvoudige bungalows en mobilehomes met parkeerplaatsen in het bos. Ook biedt het Figuur 9 Kaartbeeld 1965
vakantiepark camperplaatsen.
Figuur 10 Kaartbeeld 1970 Figuur 11 Kaartbeeld 1985, bungalows en ontsluiting binnen plangebied
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 7
5 HUIDIGE SITUATIE, VISIE EN BEHEER 5.1
Karakter
Toch biedt de huidige situatie landschappelijk voldoende oorspronkelijkheid om het park als multifunctioneel bos een gebiedseigen beeldkwaliteit te kunnen geven. 5.2
Toekomstbeheer
Bij het ontwikkelingsbeheer van het recreatieve bosgebied vormt geïntegreerd bosbeheer het uitgangspunt. Geïntegreerd bosbeheer is vooral gericht op het gewijzigde beheer van grootschalige kap en uitzaaien (of aanplanten) van overstaanders naar meer kleinschalig beheer waarbinnen alle functies vertegenwoordigd zijn. De functies laten zich het best vertalen naar een meer natuurlijke opbouw van het bos, met een natuurlijke kern (de bomen), een mantel (struiken) en zoom (kruidlaag).
Boschbeek Bungalow- & Camperpark heeft haar boomrijke karakter behouden. Als gevolg van het gebruik als vakantiepark heeft het boskarakter in de loop der tijd wel als volledig bossysteem aan kwaliteit ingeboet, maar dit kan, inherent aan het gebruik, als acceptabel worden benoemd. De inrichting bestaat voornamelijk uit infrastructuur en bomen (merendeels
Onder de bomen is de aanwezigheid van struikvormende soorten in een optimale situatie echter minimaal. Deze vind je wel langs open (grazige) gebieden waar voldoende licht op de bodem valt. Gelet op de wens meer
naaldhout) in gras of kleine bossages.
natuur en in mindere mate beslotenheid op het park te creëren omwille van
Het gebruik met bungalows en stacaravans, de behoefte aan meer ruimte
(met uitzondering van de oostzijde), maar anderzijds juist meer, of ruimere
voor recreatieve functies en de wijze van beheren hebben geleid tot een afwijkende beeldkwaliteit (ten opzichte van het oorspronkelijke bos en het bos in de omgeving).
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 8
privacy en diversiteit is het daarom niet nodig extra bomen aan te planten open plekken te voorzien waardoor langs randen struikvormende soorten meer tot ontwikkeling kunnen komen.
5.3
Huidige groenstructuur
De huidige groenstructuur van Boschbeek is eenvoudig, ruimtelijk kan het
3)
Zeer open gebied
4)
Parkranden zonder struiklaag grenzend aan bos
5)
Parkranden met struiklaag aan openbare weg
gebied in hoofdlijnen worden opgedeeld in (relatief):
Figuur 12 Huidige groenstructuur
1)
2)
Boomopstand met gesloten boomkronendek (75%) noordwest
Boomopstand met halfopen boomkronendek (50%) zuidoost
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 9
Wensbeeld
houtoogst plaats; tenzij noodzakelijk in verband met omvormingsbeheer, het
Op het park verandert binnen de meeste deelgebieden weinig. Gewenst is
verwijderen van naaldhout en exoten.
per definitie bestaande bomen te behouden en meer natuurlijke
Het streven is gericht op een minimaal bosbeheer om kosten te verlagen en
onderbegroeiing tot ontwikkeling te laten komen aan de randen van het
natuurlijke processen tot ontwikkeling te laten komen waarbij veiligheid
park. Het beheer richt zich hierbij op het integreren van de functies natuur
voorop blijft staan.
en recreatie op langere termijn.
5.4
Doelstellingen
Aandacht moet er zijn voor de verdichting (struiklaag) van randen. Invasieve
In deze paragraaf worden de doelstellingen voor de lange termijn
exoten zoals Amerikaanse vogelkers moeten worden bestreden.
aangegeven.
Visie
Bij de omschrijving van de doelstellingen is uitgegaan van het principe dat
De visie op de ontwikkeling van bos- en natuur is als volgt gedefinieerd:
elke doelstelling voor het dagelijks beheer sturing moet bieden.
Boschbeek Bungalow- & Camperpark dient zich te ontwikkelen tot een
Een visueel aantrekkelijk gevarieerd bosbeeld laten ontstaan.
Een zo natuurlijk mogelijke soortensamenstelling binnen de randen van
divers bos- en boomrijk gebied met een gevarieerde, streekeigen
het bos te bevorderen
samenstelling, waarbij 60% van het terrein als groene ruimte (gras,
Een natuurlijke overgang van het bos naar de omgeving te ontwikkelen
heesters, bomen) wordt ingevuld, gebaseerd op het boskarakter van De
Enkel nog inheems (streekeigen) plantmateriaal toe te passen (met
Meinweg, waarbij de randen met name worden omgevormd tot natuurbos
uitzondering van het intensievere centrumgebied en entree) en in het
met inheemse, bladverliezende soorten maar waarbij op het gehele park
verleden aangeplante exoten (als tuininrichting) te verwijderen
de integratie met recreatiefuncties en het optimaal functioneren ervan het hoofddoel is.
5.5
Ontwikkelingsplan-zonering
De bosgebieden zijn in het ontwikkelingsplan op basis van de huidige situatie en het wensplan onderverdeeld in vijf deelgebieden: Daarbij is het streven dat de functies natuur, recreatie, en landschapsschoon
1)
Boomopstand met gesloten boomkronendek (75%) noordwest
zo optimaal mogelijk samengaan. Lokale omstandigheden binnen opstanden
2)
Boomopstand met halfopen boomkronendek (50%) zuidoost
kunnen hierbij zorgen voor een accent op één of meerdere functies. Binnen
3)
Zeer open gebied
de meer intensieve recreatiegebieden (centrum) wordt meer aandacht
4)
Parkranden zonder struiklaag grenzend aan bos
gegeven aan de functie recreatie. Binnen de zonering randen vindt geen
5)
Parkranden met struiklaag aan openbare weg
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 10
Deelgebieden 1 en 2
mantel en bos wordt gerealiseerd door de randen van een struiklaag te
Binnen het gehele terrein ligt het accent van het beheer op integratie van de
voorzien.
verschillende functies, waarbij de nadruk ligt op de functie recreatie of natuur. Binnen het meer recreatieve bos (centrum) ligt de nadruk van het
Voor gebied 3 geldt de aanplant van boom- en struikvormende soorten
beheer vooral op recreatieve functies en een aantrekkelijk bosbeeld met
noodzakelijk is voor een versnelde beeldvorming (zie beplantingsplan in de
boomvormers (gesloten 75% op halfopen 50%) in gras of struweel. Binnen
bijlage). In deelgebied 4 wordt door de maatregel ‘Niets doen’ uitgegaan van
het gehele gebied vindt geen kap van bomen plaats en wordt vooral gebruik
spontane ontwikkeling van de struiklaag, die is deels aanwezig en deels zal
gemaakt van natuurlijke processen.
deze ontstaan door niet meer te maaien en enkel beheertechnisch te dunnen. In deelgebied 5 is deze struiklaag reeds aanwezig en zal deze middels dunning na sluiting uitgroeien tot een gesloten bosrand. Aandachtspunten: Bij spontane ontwikkeling blijft het bos gevoelig voor invasieve exoten zoals Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik. De binnen het geïntegreerde
Figuur 13 Halfopen boomlaag
bosbeheer vlakgewijze bestrijding van deze exoten is kostbaar en zal geen blijvend effect laten zien; de exoten zullen nooit geheel uit het bos verdwijnen en na het stoppen van de bestrijding neemt de bedekking weer toe.
Figuur 14 'Gesloten' boomlaag
Parkranden deelgebieden 3, 4 en 5 Een geïntegreerd bosbeheer leidt tot meer variatie in structuur, meer menging, een hoger aandeel inheemse bomen en waar mogelijk (met inachtneming van de veiligheid) meer dode en aftakelende bomen. Dit alles leidt tot een gevarieerder en natuurlijker bosbeeld. Het bosbeeld van zoom,
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 11
Figuur 15 Principe randen
Figuur 16 Referentie Naaldbos
Figuur 17 Referentie Randen met onderbegroeiing
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 12
6 BEPLANTING DEELGEBIED 3 6.1
Fysisch geografische plantenregio’s
Op basis van de fysisch geografische plantenregio’s wordt de relatie tussen standplaats en bosgemeenschap en tussen bosgemeenschap en soortenkeuze bepaalt. Met behulp van deze informatie kunnen de soorten worden bepaald welke van nature op een bepaalde standplaats groeien. Aanbevolen wordt om indien de ecologische of landschappelijke functie belangrijk is, alleen van deze soorten bij aanleg gebruik te maken. Voor het bepalen van de (boom- en struik)soorten die van nature op een bepaalde standplaats voorkomen wordt de regio bepaald waarbinnen de beplanting wordt aangelegd. De soorten welke hier uit voort zijn gekomen, komen overeen met de in de omgeving aangetroffen soorten. Onder andere zomereik, ruwe berk lijsterbes, hulst, meidoorn, en grauwe wilg zijn in de omgeving aangetroffen, zowel aangeplant, als vermeerderd als zaailing of opslag. Hogere zandgronden De hogere zandgronden omvatten de dekzandgebieden in Oost- en ZuidNederland, de stuwwallen in Midden-Nederland en de rondmorenegebieden (keileem) in Noord-Nederland. Het overwegend zwak golvende, in het Pleistoceen gevormde landschap wordt doorsneden door beekdalen en rivieren. Binnen de dekzandgronden, met name bij de stuifzandgronden, is het van
Figuur 18 Fysisch geografische regio's
De methodiek van de fysisch geografische plantenregio’s wordt gehanteerd om een juiste soortenkeuze te bepalen, gebaseerd op soorten die van oorsprong voorkomen in een bepaald gebied, gerelateerd aan specifieke hydrologische- en bodemeigenschappen.
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 13
belang te weten of we te maken hebben met uitgestoven laagten of opgestoven duinen en tevens de mate van bodemvorming (onder andere de humushoeveelheid).
Voor deze locatie is van toepassing binnen het gebied van de hogere
Struiklaag Droog Berken-Zomereikenbos (6) en Droog Wintereiken-
zandgronden de ligging op opgestoven gronden bestaande uit een bodem
Beukenbos (8)
van voedselarme zuur zand, haarpodzol- of duinvaaggrond met micropodzol, met een hydrologisch droge situatie , de Associatie Droog
Wetenschappelijke
V
Presentie
Nederlandse naam
overgangsvegetatie, waarin we zowel soorten van het alluviaal elzen-
2
weinig
Vuilboom
Rhamnus frangula
essenbos als van het drogere eiken-haagbeukenbos in terugvinden. De
3
matig
Scherpe hulst
llex aquifolium
P
pionier
Salix caprea
Boswilg
2
weinig
Lijsterbes
Sorbus aucuparia
Berken-Zomereikenbos (6) en Droog Wintereiken-Beukenbos (8) Qua soortensamenstelling is het Vochtig Berken-Zomereikenbos een
boomlaag wordt gedomineerd door zomereik, ruwe berk, grove den en zachte berk.
naam
Boomlaag Droog Berken-Zomereikenbos (6) en Droog WintereikenBeukenbos (8)
In het beplantingsplan wordt uitgegaan van een standaard menging, geschikt voor de bodemkwalificatie ter plaatse. Afhankelijk van de mate van
V
Presentie
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
5
zeer freq
Zomereik
Quercus robur
3
matig
Wintereik
Quercus petraea
2
weinig
Ruwe berk
Betula pendula
r
randen
Wilde appel
Malus sylvestris
r
randen
Wilde peer
Pyrus communis
r
randen
Kers
Prunus avium
2
weinig
Winterlinde
Tilia cordata
5
zeer freq
Fagus sylvatica
Beuk
P
pionier
Grove den
Pinus sylestris
2
weinig
Tamme kastanje
Castanea sativa
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 14
organische stofgehalte, vochthuishouding en leemgehalte zullen specifieke soorten zich sneller of minder snel ontwikkelen. De beplanting wordt verdicht (1 st/1,5 m2) aangeplant zoals gebruikelijk bij de aanleg van landschappelijke beplantingen. Het eindbeeld wordt uiteindelijk bepaald door de individuele eigenschappen van verschillende soorten. De beplanting zal vervolgens middels beheeractiviteiten in stand worden gehouden. Middels dunning van de beplanting na sluiting van de boom- en heesterkronen worden soorten bevorderd, of gereduceerd. Door aanplant in groepen wordt een gevarieerde beplanting behouden/gestimuleerd, uiteindelijk te bepalen door de beheerder. Deze moet er van uitgaan dat alle soorten in principe moeten blijven voorkomen. De mate waarin valt echter moeilijk te voorspellen.
6.2
Plantlijst
In ieder geval 60% van het totale parkoppervlak is als groene ruimte bestemd, bestaande uit gras, inheemse beplanting en/of bos en bomen. Deze groenoppervlakte wordt aangevuld met Deelgebied 3 en heeft een lengte van ca. 110 m1, gemiddelde breedte is 8 m1. Daarmee wordt een oppervlakte van 880 m2 aangeplant. Terreinoppervlak totaal
97.500 m2
Centrumvoorzieningen
400m2
Recreatiewoningen
2.750 m2
Chalets
12.600 m2
Bebouwing totaal
15.750 m2
Wegen
9.530m2
Parkeren incl. camperplekken
6.000 m2
Verharding t.b.v. verkeer totaal
15.530 m2 31.280 m2
97.500 x 40%= 39.000 m2 waarmee ruim 60% van de oppervlakte groengebied blijft.
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 15
Aantal
%
Wetenschappelijke naam
Ned. naam
Planteisen
Levermaat/-kwaliteit
Grove den Vuilboom Ruwe berk Zomereik Lijsterbes Beuk Tamme kastanje scherpe hulst Boswilg Wilde appel Kers
1 st/1,5 m2, in gr van min 10 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 5-10 st. 2 st/1,5 m2, in gr van min 5-10 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. 1 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. randen 2 st/1,5 m2, in gr van min 3-5 st. randen
100-125 wortelgoed 100-125 wortelgoed 100-125 wortelgoed 100-125 wortelgoed 100-125 wortelgoed 100-125 wortelgoed 80-100 wortelgoed 100 kluitgoed 100-125 wortelgoed 100-125 wortelgoed 100-125 wortelgoed
#
DEELGEBIED 3 Bosplantsoen boom- en struikvormers
880 m2 117 20% Pinus sylvestris 88 15% Rhamnus frangula 59 10% Betula pendula 59 10% Quercus robur 59 10% Sorbus aucuparia 59 10% Fagus sylvatica 41 7% Castanea sativa 29 5% Ilex aquifolium 29 5% Salix caprea 29 5% Malus sylvestris 18 3% Prunus avium 100%
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 16
Figuur 19 Pinus sylvestris - Grove den
Figuur 22 Quercus robur -Zomereik
Figuur 20 Rhamus frangula - Vuilboom
Figuur 23 Sorbus aucuparia – Lijsterbes
Figuur 21 Betula pendula - Ruwe berk
Figuur 24 Fagus sylvatica - Gewone beuk
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 17
Figuur 25 Castanea sativa - Tamme kastanje
Figuur 28 Malus sylvetris - Wilde appel
Figuur 26 Ilex aquifolium - Scherpe hulst
Figuur 29 Prunus avium - Zoete kers
Figuur 27 Salix caprea – Boswilg
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 18
BIJLAGE LANDSCHAPPELIJKE INPASSING A3 1:2000
Buro Stad en Land – Bosontwikkelingsplan - 18-6-2021
pagina 19
3
1
4
3
2
LEGENDA 1
GESLOTEN BOOMLAAG (75%) in gras of struweel
2
HALFOPEN BOOMLAAG (50%) in gras
3
BEHEER RANDEN GERICHT OP ONTWIKKELING KRUID- EN STRUIKLAAG
4
AANPLANT BOOM- EN STRUIKLAAG
3
3
LA N DSC H APPELIJKE IN PASSIN G B O SC H BEEK B U N G AL O W- & C A M PERPARK
tekeningno
formaat
datum
door
HERKENB O SC H
1(1)
A3
4-6-21
w.f. hilbers
versie
schaal
bestand
1.0
1:2000
advies en inrichting landschap en openbare ruimte meppel - info@burostadenland.nl - www.burostadenland.nl - tel 06 41 66 55 76
M:\PROJECTEN\512-boschbeek bungalow- en camperpark\tek\512-02.vwx