CConstaterende datRoerdalen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.1: Ruimtelijke onderbouwing Montfort

Gemeenteraad 31 oktober 2024, gemeente RoerdalenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen locaties tijdelijke woningen Posterholt en Montfort15.812 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

27

gevel van een woning (of andere milieugevoelige functie) die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. • De richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’. Wanneer sprake is van ‘gemengd gebied’ kan de richtafstand met één trede worden verlaagd; • De richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. • Bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. • De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Dit betekent dat gemotiveerd afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen.

De richtafstanden voor de te onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: • in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; • in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; • ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten. De grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie.

Milieucategorie Richtafstand 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

De projectlocatie wordt omringd door agrarische gronden, infrastructuur woonbestemmingen en maatschappelijke functies. Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

28

Gezien de aard van de omgeving, met een diversiteit aan functies, kan het gebied worden aangemerkt als ‘gemengd gebied’ als bedoeld in de VNG-brochure. De milieucategorie, en bijbehorende aanbevolen afstand, kan met één categorie worden verlaagd. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In onderstaande afbeelding zijn de inrichtingen in de omgeving aangeduid. In de navolgende tabel is de omschrijving van de bedrijvigheid en toetsing ten opzichte van het initiatief opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

29

4

1 2

3

Afbeelding 15. Bedrijvigheid in de omgeving (bron: pdok.nl, bewerkt)

1.

2. 3. 4.

Toegestane bedrijvigheid Milieucate Minimale o.g.v. bestemmingsplan gorie VNG- aanbevolen lijst* afstand VNGlijst in gemengd gebied (meter) Kastelen en landgoederen 1 0 – horeca tot en met categorie 1 Bedrijf - nutsvoorziening Max 3.1 Max 30 Maatschappelijk – Max 3.1 Max 30 sportvelden en onderwijs Bedrijf 3.1 30 landbouwmechanisatiebe drijf

Daadwerkelijke afstand bestemmingsvlak – projectlocatie

Voldoet ja/ nee

103

J

65 Min 15

J N

215

J

Uit de handreiking blijkt dat de richtafstanden voor de aspecten geluid en licht van de sportvelden reiken tot over de projectlocatie. Verwezen wordt naar de verschillende paragrafen in dit hoofdstuk voor een nadere toetsing per milieuaspect. Overweging Uit de toetsing aan de lijst Bedrijven en Milieuzonering en de verschillende aparte milieuaspecten (zie separate paragrafen) blijkt dat het woon- en leefklimaat ter plaatse voldoende is voor de beoogde ontwikkeling Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

30

Daarnaast heeft de woonfunctie binnen het besluitgebied geen negatieve invloed op de milieuhygiënische kwaliteit van de directe omgeving en de aldaar aanwezige functies.

4.3.

Geluid

Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Wegverkeerslawaai Op grond van de Wet geluidhinder dient voor nieuwe geluidgevoelige objecten getoetst te worden aan de geluidbelasting vanaf omliggende wegen. Door Econsultancy is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Onderzoek wegverkeerslawaai Sportlaan Montfort’ (Econsultancy, 1 maart 2024) en opgenomen als bijlage 1 bij deze onderbouwing. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen in de geluidszone van de Sportlaan en Boordmolenweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen (niet-gezoneerde deel van de Sportlaan en de Boordmoolweg, Hannes Kempkesweg en Wilhelminastraat) in het onderzoek betrokken. Voor het plangebied is reeds een tekening opgesteld met de projectie van de woningen. Voor elke zijde van de woningen zijn toetspunten ten behoeve van 3 bouwlagen gemodelleerd.

De berekeningen zijn verricht aan de hand van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 en met behulp van het programma Geomilieu, versie 2023.3. De geluidsbelasting op de nieuw te bouwen woningen bedraagt maximaal 47 dB. Er vindt geen overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB plaats. Er gelden vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen binnen de zone van een, op grond van de Wet geluidhinder, gezoneerd industrieterrein. Een nadere toets aan dit aspect is dan ook niet noodzakelijk. Uit paragraaf 4.2 blijkt dat de woningen gelegen zijn binnen de door de VNG-aanbevolen richtafstand geluid van 30 meter voor “Gemengd gebied” van de sportvelden ten oosten van de projectlocatie. Door Econsultancy is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de tabellen 4.1 en 4.2 van de rapportage ‘Onderzoek industrielawaai Sportlaan Montfort’ (Econsultancy, 2 mei 2024) en opgenomen in bijlage 2 van deze onderbouwing. Beoordeling woon- en leefklimaat Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dag voldoet aan de streefwaarde van 50 dB(A) onder stap 2 B en m. In de avondperiode is het, gemotiveerd, acceptabel onder toepassing van stap 3 om uit te gaan van een streefwaarde van 50 dB(A). Hier wordt aan voldaan. In de nacht is er geen activiteit.

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

31

Het maximale geluidniveau in de dag is weliswaar hoger dan 70 dB(A) maar dat kan gemotiveerd toelaatbaar worden geacht in de dag. In de avond wordt voldaan aan de streefwaarde van 65 dB(A). Er is sprake van een niet-continue gebruik van de sportvelden. Het geluid is slechts enkele dagen in de week en ook dan niet continue de hele avond, aanwezig. Dit wordt aanvaardbaar geacht. Het nemen van een bronmaatregelen, zoals het gebruik van een scheidsrechterfluit met een lager bronvermogen, die ingrijpen op de organisatie van een sportvereniging en/of het gebruik van de sportvelden wordt hierom afgewezen. Het nemen van overdrachtsmaatregelen, zoals een geluidsscherm of -wal, stuit op overwegende financiële en stedenbouwkundige bezwaren en is niet in verhouding tot de aard van het gebruik. Daarnaast worden de activiteiten van de inrichting (voetbalvereniging) niet ingeperkt, aangezien voldaan wordt aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit – zie onderstaand. Beoordeling Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 2.17 lid 1 onder a Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet aan de grenswaarden van 50 en 45 dB(A) voor resp. de dag en avond; het maximale geluidsniveau voldoet aan de grenswaarde van 70, resp. 65 dB(A) in de dag en avond. In de nacht vinden er geen activiteiten plaats.

Overweging Het aspect geluid vormt, vanuit wegverkeerslawaai geen belemmering voor de realisatie van de flexwoningen binnen de projectlocatie. Voor ‘industrielawaai’ geldt dat er sprake is van enige beinvloeding door de sportvelden. Het geluid wordt echter gemotiveerd aanvaardbaar geacht; het treffen van maatregelen is hierom niet nodig. De sportactiviteiten worden niet ingeperkt, daar aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voldaan.

4.4.

Luchtkwaliteit

Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: • Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. • Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. • Een project draagt ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. • Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen. ‘Niet in betekenende mate (NIBM)’ In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

32

toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: • Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM. • Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de NIBM-grens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen). Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBMproject en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig.

De 3% is als volgt gekwantificeerd: • Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. • Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. De invulling van de projectlocatie met 12 flexwoningen valt ruimschoots binnen de NIBM-grens. Een nader onderzoek naar de luchtkwaliteit ten gevolge van de ontwikkeling is dan ook niet nodig. Huidige achtergrondconcentratie Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit in het plangebied zelf wanneer in de nieuwe situatie sprake is van een nieuw gevoelig object. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Voor de locatie Sportlaan is de achtergrondconcentratie getoetst. Op grond van de Wet zijn grenswaarden opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie bedraagt 40 μg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden getoetst.

Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 μg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 μg/m3 voor het uurgemiddelde van NO2, die niet vaker dan 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden. De norm voor langdurende blootstelling van de bevolking is de grenswaarde van 40 μg/m3 voor de jaargemiddelde NO2-concentratie. Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. Zowel de totale situatie, als de invloed van verschillende stoffen en Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

33

componenten, worden hierbij in de gaten gehouden. De huidige luchtkwaliteit is dan ook getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens uit de verspreidingskaarten (Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten Nederland, Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu). Ter hoogte van de projectlocatie is sprake van de volgende waarden:

PM10 PM2,5 NO2

Waarde projectlocatie (μg/m3) - 2025 (gegevens 2023) 13 8 9

Grenswaarde (μg/m3) 40 25 40

Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt voor de belangrijkste luchtkwaliteitscomponenten binnen de projectlocatie voldaan aan de grenswaarden. De luchtkwaliteit ter plaatse legt dan ook geen belemmeringen op aan de beoogde ontwikkeling. Overweging Door het feit dat de ontwikkeling ‘NIBM’ is, kan geconcludeerd worden dat er geen negatieve gevolgen zullen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Daarnaast wordt voldaan aan de grenswaarden voor de verschillende componenten. Geconcludeerd wordt dan ook dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling van de projectlocatie met 12 flexwoningen met bijbehorende voorzieningen.

4.5.

Geurhinder veehouderijen

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is op 1 januari 2007 in werking getreden. De Wgv kent bescherming toe aan zogenaamde geurgevoelige objecten. Hierbij gaat het in algemeen om gebouwen bestemd voor wonen en verblijf, zoals woningen en bedrijfsgebouwen. De wet schrijft afstanden voor tussen een veehouderij en geurgevoelige objecten die moeten worden gehanteerd bij de verlening van een omgevingsvergunning milieu aan een agrarisch bedrijf waar vee wordt gehouden. Echter ook in de omgekeerde situatie, wanneer in de omgeving van agrarische bedrijven een nieuw geurgevoelig object wordt gesitueerd of uitgebreid, dient aan de wet te worden getoetst (de zogenoemde 'omgekeerde werking'). Met de beoogde ontwikkeling worden nieuwe gebouwen ontwikkeld, bestemd voor wonen en verblijf. Het betreft dan ook geurgevoelige functies. Door Econsultancy is een onderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten zijn opgenomen in de rapportage ‘Onderzoek geurhinder veehouderijen Sportlaan te Montfort’ (Econsultancy, 2 februari 2024), opgenomen als bijlage 3 bij deze onderbouwing. Uit het onderzoek blijkt dat er voor het aspect voorgrondbelastingen geen overschrijdingen van de geurnorm van 3 ouE/m³ zullen plaatsvinden ten gevolge van omliggende veehouderijen. De maximale geurbelasting bedraagt 2,9 ouE/m³ voor de projectlocatie.

Het percentage geurgehinderden binnen een concentratiegebied II blijft beperkt tot 8,3%. Op basis van het percentage geurgehinderden en de GGD-richtlijn kan gesteld worden dat de milieukwaliteit ten gevolge van de afzonderlijke veehouderijen goed zal zijn.

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

34

De achtergrondbelasting ,van alle veehouderijen gezamenlijk, varieert ter plaatse van het plan van 6,6 tot 6,9 ouE/m³. Het percentage geurgehinderden, achtergrondbelasting, binnen een concentratiegebied II blijft beperkt tot 9,4%. Op basis van het percentage geurgehinderden en de GGD-richtlijn kan gesteld worden dat de milieukwaliteit ten gevolge van de gezamenlijke veehouderijen goed zal zijn. Overweging Voor de realisatie van het plan gelden geen beperkingen vanuit het aspect geur. Ter plaatse van de geurgevoelige locaties wordt voldaan aan de Wet geurhinder en veehouderijen en de gemeentelijke verordening. De bestaande veehouderijen worden door de realisatie van het plan niet beperkt.

4.6.

Lichthinder

De beschikbaarheid van verlichting is belangrijk voor een groot aantal functies in ons dagelijks bestaan. Gedacht kan worden aan verkeersveiligheid, sociale veiligheid, economische activiteiten en sport. Echter, de blootstelling aan kunstmatige verlichting tijdens de nachtperiode kan negatieve gevolgen hebben voor mens en dier. Daarnaast kost het (schaarse) energie. In de huidige wet- en regelgeving zijn geen duidelijke afstandsnormen voor het voorkomen van lichthinder opgenomen. De beschikbare bepalingen richten zich met name op de lichtbronnen, de veroorzakers van licht. Specifieke regels over kunstlicht komen voort uit de Wet milieubeheer. De strekking van de regels is dan als volgt: • lichthinder wordt voorkomen en als dat echt niet mogelijk is wordt het tot een aanvaardbaar niveau beperkt; • de verlichting van gebouwen en van open terrein(en), inclusief de verlichting voor reclamedoeleinden, wordt zodanig uitgevoerd dat directe lichtinstraling op lichtdoorlatende openingen van woon- of slaapvertrekken, in gevels of daken van woningen wordt voorkomen; • gedurende een specifiek tijdspad is de verlichting uit of niet zichtbaar (bijvoorbeeld bij assimilatiebelichting en verlichting bij sportvelden e.d.). Ten noorden van de projectlocatie zijn sportvelden gelegen, waarbij lichtmasten aanwezig zijn.

Naast de bepalingen uit de milieuwetgeving heeft de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV) een richtlijn uitgebracht voor het beoordelen van lichthinder. Deze gelden als algemeen maatgevend. Door Lux4u is een lichthinderberekening uitgevoerd om de eventuele impact van de lichtmasten op het plangebied te toetsen. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Lichthindermeting Project tijdelijke woningen Montfort’ (29 april 2024), opgenomen als bijlage 4. Uit het onderzoek blijkt dat de maximale toegestane verlichtingssterkte (lux level, Emax) op de gevel van 10 lux op de fictieve gevel van geplande woningen voor zone E3 (stedelijk gebied) wordt overschreden met een maximale gemeten waarde van 15,93 lux. De maximaal toegestane grenswaarde van ≤ 2.500 en afhankelijk van het schijnbare oppervlakte en de afstand tot het armatuur maximaal 10.000 candela ruim overschreden met de hoogst gemeten waarde van 44.815 candela. Volgens de voorschriften uit de Richtlijn lichthinder van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) van maart 2020 (3e herziene druk) voor zone E3 (stedelijk gebied) is er in Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

35

dit rapport behandelde meting en beoordeling vanaf de meetlocaties op het plangebied nabij de kruising Sportlaan-Boordmoolweg te Montfort sprake van lichthinder. Om lichthinder te voorkomen, wordt de verlichting van het voetbalveld vóór ingebruikname van de woningen vervangen door LED-verlichting. De armaturen die dan toegepast worden zijn voorzien van louvre (afscherming van de LED’s) , waarmee aan de normen voor het aspect ‘verlichting’ te voldoen. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat met de huidige verplichting sprake is van lichthinder. Om dit te voorkomen wordt de verlichting vervangen voor ingebruikname van de woningen. Daarmee vormt het aspect lichthinder geen belemmering voor de voorgenomen realisatie en ingebruikname van de flexwoningen.

4.7.

Bodem

Bij een functiewijziging dient gemotiveerd te worden dat de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoende is ten opzichte van de in het plan toegelaten bestemming/ functie. Met het oog op de toekomstige bebouwing en gebruiksfuncties is binnen de projectlocatie een vooronderzoek bodem uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Sportlaan Montfort’ (Econsultancy, 29 januari 2024), zie bijlage 5.

Op basis van dit onderzoek bodem en de terreininspectie is gesteld dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bouwplannen op de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. In z’n algemeenheid geldt dat indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing zijn. Conclusie De bodemkwaliteit legt geen beperkingen op aan de voorgenomen plaatsing van de tijdelijke woningen.

4.8.

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen);

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

36

• • •

het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); het gebruik van luchthavens; het gebruik van windturbines.

Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens geldt specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet getoetst worden aan het externe veiligheidsbeleid. In ruimtelijke plannen moet worden ingegaan op de risico’s in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico.

(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn o.a. woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels, restaurants, zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

37

Risicovolle activiteiten In het kader van het plan moet bekeken worden of er in of in de nabijheid van het plan sprake is van risicovolle activiteiten (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes) of dat risicovolle activiteiten worden toegestaan. Plangebied Door Econsultancy is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Quickscan externe veiligheid Sportlaan, Montfort’ (Econsultancy, 26 januari 2024), zoals opgenomen als bijlage 6 bij deze onderbouwing. In het onderzoek zijn de risicobronnen in de omgeving van de projectlocatie in beeld gebracht. Vervolgens is de aard en impact van de verschillende bronnen inzichtelijk gemaakt. De projectlocatie ligt binnen het invloedsgebied van de rijksweg A2. Als gevolg hiervan worden personen binnen de projectlocatie blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s. Uit de beperkte verantwoording van het groepsrisico volgt dat dit aanvaardbaar wordt geacht. De Veiligheidsregio Limburg-Noord dient in de gelegenheid gesteld te worden om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied.

Afbeelding 16. Uitsnede Signaleringskaart externe veiligheid Sportlaan en omgeving (bron: Signaleringskaart EV)

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

38

Advies veiligheidsregio Gezien de ruime afstand tot risicobronnen en beperkte omvang van het plan, is advies van de Veiligheidsregio voor de voorgenomen ontwikkeling niet noodzakelijk. Overweging Op grond van het uitgevoerde onderzoek overweegt de gemeente als bevoegd gezag dat het aspect externe veiligheid geen onevenredige belemmeringen oplegt aan de ontwikkeling. De afstand tussen de risicobron en projectlocatie is voldoende. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.9.

Kabels en leidingen

In het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ of aangrenzend plan ‘1e herziening kernen Roerdalen’ zijn in of in de omgeving van de projectlocatie geen kabels of leidingen opgenomen die planologische bescherming behoeven. Voor het initiatief gelden dan ook geen belemmeringen vanuit het aspect ‘kabels en leidingen’.

4.10.

Water

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dienen waterhuishoudkundige belangen meegewogen te worden. De ‘watertoets’ is hiervoor het toetsinstrument. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat voldoende compenserende maatregelen genomen moeten worden, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding niet zwaarder wordt belast dan voordien. Hiermee wordt het functioneren van het watersysteem als geheel gediend (grondwater en oppervlaktewater). 4.10.1.

Stedelijk afvalwater

Door stedelijk afvalwater in te zamelen en af te voeren wordt de volksgezondheid beschermd en gezorgd voor een aantrekkelijke leefomgeving. Voor nieuwbouw is het gebruikers verboden om stedelijk afvalwater in de bodem of op oppervlaktewater te lozen, dit is in facto een aansluitplicht. De gemeente is verplicht stedelijk afvalwater in te zamelen en te transporteren naar een zuiveringtechnisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel. Overweging Bij de realisatie van de flexwoningen wordt er riolering aangelegd, waar de woningen op aangesloten worden. Het aspect afvalwater vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.10.2.

Hemelwater

De gemeente is verantwoordelijk voor inzameling van afstromend hemelwater van percelen waarvan de eigenaren niet zelf kunnen voorzien in afvoer naar oppervlaktewater of bodem. De Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

39

voorkeursvolgorde die hierbij gehanteerd wordt, is: 1) vasthouden, 2) infiltreren en 3) bergen. Indien de gemeente het hemelwater inzamelt, is de gemeente ook verantwoordelijk voor de verdere verwerking ervan inclusief de lozing in de bodem of op oppervlaktewater. Het hemelwater zowel gescheiden van als gemengd met huishoudelijk afvalwater ingezameld worden. Overweging Als onderdeel van de tijdelijke ontwikkeling wordt ten zuiden van de woningen een hemelwaterbuffer gerealiseerd. Hier wordt het hemelwater naar toe gebracht, vastgehouden en geïnfiltreerd in de bodem. De minimale eis voor het opvangen van hemelwater heeft gemeente Roerdalen gesteld op 58 mm per m2. Deze eis wordt gewaarborgd bij de dimensionering van de hemelwaterbuffer. Het aspect hemelwater vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.11.

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Het is van belang dat archeologisch erfgoed in Nederland wordt beschermd. De regels hiervoor zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Die wet is gebaseerd op het Verdrag van Malta. Beoogd wordt om archeologische waarden zo veel mogelijk in de grond te behouden (behoud in situ). Zo blijven archeologische resten het best bewaard. Als behoud in situ niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en gedocumenteerd. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen effect hebben op de archeologische waarden. Daarom moet rekening gehouden worden met (te verwachten) archeologische waarden. Op de archeologische waardenkaart is aangegeven of er een hoge, middelhoge of lage verwachting is dat archeologische resten te vinden zijn. Daarbij is aangegeven of en wanneer nader onderzoek nodig is. De archeologische waardenkaarten zijn doorvertaald naar het bestemmingsplan. Daarin is tevens een vrijstellingsgrens opgenomen waarbinnen geen nader onderzoek nodig is. Overweging De locatie voor de beoogde ontwikkeling heeft op grond van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Roerdalen – 2e herziening’ geen archeologische dubbelbestemming. Wel is voor de gronden in het bestemmingsplan ‘Actualisatie archeologisch beleid en kwaliteitskader’, dat inmiddels in ontwerp ter inzage heeft gelegen, de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 6’ opgenomen.

Op grond van deze bestemming zijn de gronden mede bedoeld voor bescherming van een terrein met archeologische waarde. Er gelden echter geen restricties voor bouwen of andere bodemwerkzaamheden. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalvondsten. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht in art. 5.10 van de Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en de gemeente Roerdalen. Vervolgens zal bepaald worden of en zo ja welke aanvullende maatregelen getroffen worden. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

40

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten cultuurhistorische belangen worden meegewogen. Het gaat daarbij om cultuurhistorische waarden met betrekking tot sporen, objecten, patronen en structuren die onderdeel uitmaken van de leefomgeving en een beeld geven van de historische situatie of ontwikkeling. Overweging Cultuurhistorisch erfgoed is één van de kernkwaliteiten binnen de Bronsgroene landschapszone, zoals gedefinieerd in Omgevingsverordening Limburg 2014. De planlocatie ligt niet binnen een gebied dat dusdanig is aangeduid. Daarnaast zijn op de kaartlaag ‘Cultuurhistorie’ in de Atlas Limburg onder het aspect ‘bouwkunde’ geen waardevolle elementen opgenomen in of direct rond de projectlocatie. In de iets verdere omgeving zijn naast het kasteeldomein een aantal (weg)kruisen en boerderijen aangeduid. Ook is een aantal gebouwen in de ruimere omgeving van de projectlocatie opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project.

Afbeelding 17. Uitsnede kaartlaag ‘Cultuurhistorie’ (bron: Atlas Limburg)

Qua cultuurhistorisch vlak behoort het projectgebied en omgeving tot de categorie ‘nieuw cultuurlandschap 1890 - 1990’. Dit gebiedstype geldt voor een groot deel van het buitengebied ten zuidwesten van Montfort. Binnen de projectlocatie en directe omgeving zijn geen cultuurhistorische waarden of elementen aanwezig. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de objecten die op grotere afstand zijn gelegen. Het aspect cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12.

Wet Natuurbescherming

Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. De strekking van de op 1 januari 2017 in werking getreden Wet natuurbescherming (Wnb) is dat beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

41

Onderstaand wordt allereerst ingegaan op de gebiedsbescherming en vervolgens op de soortenbescherming. Tenslotte wordt aandacht besteed aan houtopstanden. Gebiedsbescherming Door het Rijk zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald. De gebiedsbescherming van de Wet natuurbescherming richt zich in hoofdzaak op de bescherming van Natura 2000-gebieden. Bij plannen en projecten dient beoordeeld te worden of deze significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, optische verstoring, verzuring en vermesting. De natuurgebieden Roerdal en Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop zijn de meest nabij de projectlocatie gelegen Natura 2000 gebieden. De afstand bedraagt ruim 3,7 km.

Overige effecten, niet zijnde stikstof, kunnen bij een afstand, groter dan 1 kilometer, op voorhand worden uitgesloten.

Afbeelding 18. Ligging projectlocatie Sportlaan ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS.nl)

Voor de toetsing van het aspect stikstof is een onderzoek met berekening uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Onderzoek stikstofdepositie Sportlaan Montfort’ (Econsultancy, 19 maart 2024) en opgenomen als bijlage 7 bij deze onderbouwing. Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

42

Uit het onderzoek blijkt dat het projecteffect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij dit projecteffect zal het plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Het aspect gebiedsbescherming legt dan ook geen beperkingen op aan de voorgenomen realisatie van 12 flexwoningen aan de Sportlaan. Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes omschreven.

Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing en vrijstelling kan worden verleend. Er zijn drie beschermingsregimes, de soorten op basis van de Vogelrichtlijn, de soorten op basis van de Habitatrichtlijn en de andere soorten genoemd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De realisatie van de woningen is voorzien op gronden die momenteel onbebouwd zijn en ingericht als agrarisch gebied. Ten behoeve van de ontwikkeling van het terrein is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De resultaten zijn vastgelegd in de rapportage ‘Quickscan Wet natuurbescherming Sportlaan, Montfort’ (Econsultancy, 31 januari 2024) en opgenomen als bijlage 8 bij deze onderbouwing. In de conclusie van het onderzoek is opgenomen dat er voor twee soortengroepen specifieke bepalingen gelden: Vleermuizen Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten gevolge van verstoring van eventuele verblijfplaatsen in de omliggende bebouwing is te voorkomen door de verlichting op voor vleermuis geschikte gevels niet toe te laten nemen, door rekening te houden met (werk)lichten, zowel tijdens eventuele werkzaamheden als in de toekomstige situatie. Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt bij daglicht en/of er kan worden verlicht met speciale verlichtingsarmaturen waarbij geen strooilicht ontstaat of zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Indien het niet mogelijk is om de bomenrijen op de onderzoekslocatie intact te laten en rekening te houden met verlichting, dient een protocollair vleermuizenonderzoek uitgevoerd te worden in de periode van half april tot half oktober, zodat de functie van de bomenrijen als vliegroute kan worden vastgesteld dan wel kan worden uitgesloten. Amfibieën Voor de Alpenwatersalamander dient de dichte (gras)vegetatie in de bermen langs de Sportlaan en Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

43

Boordmoolweg, waar mogelijk, intact te worden gelaten en dienen werkzaamheden buiten de periode van winterrust (september t/m februari) uitgevoerd te worden, gezien de meeste salamanders dan op het land verblijven. Algemene, overige en sporadisch voorkomende soorten Verder wordt aangegeven dat ten aanzien van algemene overtredingen voorkomen kunnen worden door het aanwezige groen zoveel mogelijk intact te laten en door de geplande werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Bij werkzaamheden binnen het broedseizoen kan voorafgaand een broedvogelinspectie uitgevoerd worden. Voor algemene grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vissen en voor beschermde soorten behorend tot overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming vanwege het ontbreken van geschikt habitat, vanwege het ontbreken van sporen, vanwege slechts sporadische aanwezigheid (bever, hazelworm, levendbarende hagedis, Alpenwatersalamander en rugstreeppad), vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, en/of vanwege het uitblijven van werkzaamheden niet aan de orde. Wel dient te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen en waar mogelijk dienen werkzaamheden buiten de gevoelige periode van voortplanting (april t/m augustus) of winterrust (november t/m maart) plaats te vinden.

Aanwezige dieren moeten daarbij de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Gebiedsbescherming Met betrekking tot Natura 2000-gebieden, geldt dat een oriënterend stikstofonderzoek middels AERIUS-calculator noodzakelijk wordt geacht. Hiervoor wordt verwezen naar het eerste deel van deze paragraaf. Met betrekking tot het Natuurnetwerk Nederland en beschermde houtopstanden worden geen vervolgstappen noodzakelijk geacht. Gezien de resultaten van de quickscan zijn er voor de planontwikkeling ecologische werkafspraken opgesteld. Hierin zijn voor de soortgroepen broedvogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren, amfibieën en reptielen nadere bepalingen vastgelegd voor het moment en de manier van uitvoeren van werkzaamheden:

Door in de bouw en realisatie toepassing te geven aan deze werkafspraken vormt het aspect ‘flora en fauna’ geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ook met toepassing van de werkafspraken geldt ten alle tijden de algemene zorgplicht. Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

44

Houtopstanden Binnen de projectlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig die beschermd worden door de Wnb, APV of het bestemmingsplan. Overweging Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de Wnb geen beperkingen oplegt aan de beoogde realisatie van de tijdelijke woningen binnen de projectlocatie.

4.13.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen In de Wet milieubeheer is aangeven dat voor bepaalde ontwikkelingen een milieueffectrapportage moet worden gemaakt. In de wet is de procedure beschreven en zijn de inhoudelijke eisen opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘m.e.r.-plichtige activiteiten’, waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en ‘m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten’, waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen voor het milieu. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijk plan of de omgevingsvergunning plan m.e.r.-plichtig, project m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. In het Besluit m.e.r. zijn voor deze activiteiten drempelwaarden opgenomen. Daarnaast zijn er ruimtelijke ontwikkelingen die behoren tot één van de in onderdeel C en D opgenomen categorieën, maar onder de drempelwaarden blijven. Voor dit soort situaties moet een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' worden gemaakt. Deze toets is weliswaar 'vormvrij'; de wet stelt echter wel eisen aan de inhoud. Overweging In dit geval is voorliggende ruimtelijke onderbouwing onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag. De te verlenen vergunning biedt de mogelijkheid tot oprichten van 12 flexwoningen, voor een periode van bepaalde tijd, namelijk maximaal 15 jaar.

Gezien de beperkte toevoeging van een ‘stedelijke functies’ is geen sprake van stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. of andere ontwikkeling die hoort tot onderdeel C of D van de bijlage. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de categorieën of bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Uit de toets van de diverse milieuthema’s in dit onderzoekshoofdstuk blijkt dat geen sprake is van significante negatieve gevolgen. Ook over-all bezien is bij de tijdelijke herontwikkeling van een deel van het intensief bewerkt agrarisch perceel aan de Sportlaan voor flexwoningen geen sprake van belangrijke gevolgen voor het milieu.

4.14.

Verkeer en parkeren

Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen en/ of de parkeerbehoefte. Het is daarom van belang om te beschouwen welke veranderingen optreden en welk effect dit heeft op verkeer en parkeren. Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

45

Verkeer De nieuw te realiseren woningen worden ontsloten via de Boordmoolweg. Deze weg vormt een perceelsontsluitingsweg, die vanuit de wegzijde van Monfort in zuidelijke richting het buitengebied in loopt. De weg is vanuit onder andere de Zandstraat – Sportlaan goed bereikbaar. De weg bestaat ter hoogte van het projectgebied uit één gecombineerde rijbaan met een brede berm en zonder voorzieningen voor langzaamverkeer. Ten noorden van de projectlocatie loopt de Sportlaan. Ook hierbij is sprake van één gecombineerde rijbaan zonder voorzieningen voor langzaamverkeer. In de wegberm ter hoogte van de projectlocatie is een bomenrij aanwezig. Het Kennisplatform CROW heeft kencijfers opgesteld voor de verkeersgeneratie van diverse functies. Deze kencijfers zijn opgenomen in publicatie 381, december 2018 ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. De verkeersgeneratie betreft de som van de verkeersproductie en verkeersattractie, of wel het totaal aantal motorvoertuigbewegingen per etmaal (zowel komend, als vertrekkend). In de CROW-publicatie wordt onderscheid gemaakt naar functies en naar verstedelijkingsgraad van het gebied (hoog schaalniveau) en type omgeving (laag schaalniveau). Montfort kan worden ingedeeld in de verstedelijkingsgraad ‘weinig stedelijk’ en de projectlocatie kan worden beschouwd als ‘bebouwde kom’.

Op basis van voornoemde CROW-publicatie en de bovengenoemde gegevens is de verkeersgeneratie berekend: Verkeersgeneratie (max) Totaal Woningtype Aantal in plangebied Kleine woning, tiny house

12

2,4

Totaal afgerond

28,8 29

De ontsluiting van de projectlocatie is voldoende gedimensioneerd om de extra verkeersbewegingen te verwerken. Vanuit de Boordmoolweg wordt een doodlopend weggetje gecreëerd, met parkeervakken aan weerszijden. De woningen worden ten zuiden hiervan gesitueerd en zijn aan de voor- en achterzijde bereikbaar via trottoirs. De inrichting van de Boordmoolweg en aangrenzende wegen is zodanig dat de extra voertuigen zonder nadelige gevolgen voor de doorstroming verwerkt kunnen worden. Bij het ontwerp van de nieuwe ontsluiting en parkeerplaatsen is de meest recente NEN normering gehanteerd. Op de aangrenzende wegen geldt deels een maximum snelheid van 30 km/ uur en deels 60 km/ uur. Parkeren De berekening van de parkeerbehoefte is gebaseerd op bovengenoemde CROW-publicatie. Woningtype Aantal in plangebied Parkeernorm Totaal Kleine woning, tiny house 12 0,8 9,6 Totaal afgerond 10 In het plan worden ten noorden van de woningen, aan weerszijden van de weg, parkeerplaatsen aangelegd. In totaal worden 31 parkeerplekken gerealiseerd, deels ten behoeve van de bewoners van de tijdelijke woningen en deels ten behoeve van omliggende functies.

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

46

5.

Juridische aspecten

5.1.

Omgevingsvergunning

De voorgenomen ontwikkeling is niet passend binnen het geldende bestemmingsplan. Het is daarom niet toegestaan om de woningen te realiseren zonder omgevingsvergunning (artikel 2.1 lid 1 Wabo). In dit geval kan een omgevingsvergunning worden verleend op grond van artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 3° van de Wabo. De motivering van het besluit dient daarbij een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten. Onderhavig document voorziet in deze ruimtelijke onderbouwing.

5.2.

Besluitvormingsprocedure

5.2.1.

Hoofdregel: uitgebreide procedure

Op de voorbereiding van het besluit op de aanvraag is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing. Dit volgt uit artikel 3.10 van de Wabo. Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen 6 maanden na ontvangst van de aanvraag een besluit. In de voorbereiding legt het college een ontwerp van het te nemen besluit voor 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht. Nadat het definitieve besluit is genomen, staat er beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 5.2.2.

Uitzondering: Crisis- en herstelwet

De procedure van 6 maanden is tijdrovend. De Crisis- en herstelwet geeft bij experimenten de mogelijkheid om af te wijken van de Wabo-regels. De besluitvormingsprocedure wordt verkort door af te wijken van artikel 3.10, eerste lid, onder a van de Wabo. Dit is alleen mogelijk bij aanvragen ten behoeve van het bevorderen van duurzame en innovatieve toepassingen voor een bepaalde termijn. De experimenten moeten tevens zijn opgenomen in de Crisis- en herstelwetgeving. In dat geval is artikel 3.10, eerste lid, onder a van de Wabo niet van toepassing. Dit volgt uit artikel 6 Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Met andere woorden: de uniforme openbare voorbereidingsprocedure is niet van toepassing. In plaats daarvan geldt artikel 3.9 van de Wabo: de reguliere voorbereidingsprocedure. Daarvoor geldt een beslistermijn van 8 weken. Overweging Het college van Roerdalen heeft het project Flexwoningen Roerdalen als experiment aangemeld bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het ministerie heeft het project aangemerkt als experiment. Naar aanleiding hiervan is het grondgebied van de gemeente Roerdalen opgenomen in artikel 3.6 van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet. Daardoor is artikel 6, eerste en tweede lid van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet van toepassing.

Het betreft namelijk een project dat voldoet aan de voorwaarden uit de Crisis- en herstelwetgeving: • het project is innovatief, omdat de woningen die worden gerealiseerd binnen dit project, de eerste flexwoningen in Roerdalen zijn; • het project draagt op meerdere vlakken bij aan duurzaamheid. De woningen worden gasloos en ‘all electric’ uitgevoerd. Hemelwater wordt op locatie vastgehouden en geïnfiltreerd in de bodem. De flexwoningen zijn eenvoudig te verplaatsen en zodoende na 15 jaar elders inzetbaar; Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

47

•

het project is gebonden aan een bepaalde termijn, namelijk 15 jaar.

Artikel 3.10, eerste lid, onder a van de Wabo is daarom niet van toepassing op onderhavig project. Derhalve geldt de reguliere procedure. 5.2.3.

Reguliere procedure

Bij de reguliere procedure geldt een beslistermijn van 8 weken. Het college van burgemeester en wethouders neemt een besluit waartegen belanghebbenden bezwaar kunnen maken. Vervolgens kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de rechtbank en daarna hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

5.3.

Vooroverleg

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening pleegt het college van burgemeester en wethouders overleg met de besturen van andere overheidsdiensten, wanneer diens belangen in geding zijn. In het kader van deze omgevingsvergunning wordt vooroverleg gevoerd met de provincie Limburg en waterschap Limburg. Aangezien er geen Rijksbelangen in geding zijn, is er geen vooroverleg met het Rijk gevoerd. De Provincie heeft de omgevingsvergunning beoordeeld op de provinciale belangen. In haar reactie geeft de provincie aan dat de locatie direct aansluit op bestaand bebouwd gebied en aansluit bij de gemeentelijke ambitie om in elke kern een opvanglocatie voor statushouders (opgave Spreidingswet), Oekraïense vluchtelingen, starters en spoedzoekers te realiseren. In beginsel schaadt deze vergunning in deze vorm geen provinciale belangen. Wel is er aanleiding tot het maken van enkele opmerkingen. Deze worden hieronder opgesomd en van reactie voorzien: 1 Participatieproces Het participatietraject maakt geen onderdeel uit van de regionale afstemming wonen. Een wijziging/ aanpassing is dan ook niet aan de orde. 2. Klimaatadaptatie; de aspecten overstromingen en hittestress worden hier gemist. Paragraaf 3.2.2 is aangevuld op dit onderwerp. 3. Overstromingskansengebied; advies waterschap. Zoals hieronder beschreven is het plan ter advisering voorgelegd aan het waterschap.

Daarbij wordt opgemerkt dat het benoemde overstromingskansengebied betrekking heeft op de doelstelling die de gemeente stelt omtrent de maximale frequentie van overstromingen in een gebied. In de kern geldt een hogere norm (lagere overstromingskans), in het buitengebied een lagere norm (hogere overstromingskans). De aanduiding geeft dan ook geen informatie over het aanwezige overstromingsrisico. Het waterschap heeft de omgevingsvergunning beoordeeld op de belangen van het waterschap en op het plan gereageerd. Aangegeven wordt dat ten zuiden van de ontwikkeling voldoende ruimte is om de hemelwatervoorziening te realiseren. Daarbij adviseert het waterschap om als norm 100 mm/ 24 Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

48

uur te hanteren voor dimensionering van de voorziening. Het waterschap is van mening dat her voldoende ruimte is om hier rekening mee te houden bij de aanleg van een wadi. De gemeente Roerdalen heeft afgewogen welke norm toe te passen, en besloten de norm uit haar eigen beleid, zijnde 58 mm/ 24 uur te hanteren. Het realiseren van een leegloop op de watergang van het waterschap is niet aan de orde.

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

49

6.

Uitvoerbaarheid

6.1.

Economische uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van de projectontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente Roerdalen is initiatiefnemer van deze ontwikkeling. Daarom is er geen sprake van verhaalbare kosten en is de economische uitvoerbaarheid geborgd.

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor de voorgenomen ontwikkeling is een participatietraject doorlopen. In informatiebijeenkomsten zijn onder andere de aanleiding en doelstelling toegelicht, waarna omwonenden en belanghebbenden gevraagd zijn om input. Tot slot is er een brede inloopavond georganiseerd rondom het definitieve ontwerp.

Ruimtelijke onderbouwing flexwoningen Sportlaan, Montfort |29 juli 2024

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Roerdalen&id=0c95646b-83d2-4c09-88c7-cdda2f32fa52