Bijlage 13: Nota van zienswijzen
Tekst van het document
Nota van Zienswijzen
Ontwerp omgevingsvergunning voor de bouw van een expositietoren, Station 24 in Vlodrop Geanonimiseerd
4 JULI 2023
Nota van Zienswijzen
Inleiding De ontwerp omgevingsvergunning heeft gedurende zes weken - van 14 november tot en met 27 december 2022 - voor eenieder in ontwerp ter inzage gelegen samen met de ontwerp - verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad. In deze periode zijn 6 zienswijzen ingediend. Nr
1 2 3 4 5 6 7
Naam
Provincie Limburg
Adres
Postcode
Limburglaan 10
6229 GA
Plaats
Maastricht
Ontvangst
14-12-2022 16-12-2022 20-12-2022 20-12-2022 23-12-2022 23-12-2022 23-12-2022
Alle zienswijzen zijn binnen de zienswijzenperiode ingediend en daarmee ontvankelijk. In deze Nota van Zienswijzen worden de ingediende zienswijzen samengevat. Vervolgens worden het gemeentelijk standpunt en eventuele planaanpassingen weergegeven. De samenvatting van de zienswijzen heeft overigens alleen tot doel de leesbaarheid van deze Nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijzen is de volledige brief, zoals deze bij de gemeente is ingediend en kenbaar gemaakt, meegenomen.
2
Nota van Zienswijzen
Zienswijze 1 Samengevatte zienswijze Cultuurhistorische waarde De reclamant stelt dat het voor buurtbewoners wrang klinkt als gesteld wordt dat de cultuurhistorische waarde niet wordt aangetast door de nieuwe ontwikkelingen. De sloop van het klooster St. Ludwig is voor reclamant pijnlijk geweest. Hoogte De gepande toren steekt 30 meter boven de boomgrens uit. Reclamant stelt dat dit een exceptionele verandering is in vergelijking met de vergunde toren uit 2014. Reclamant acht dit onnodig omdat de 12 expositie thema's ook in de vergunde toren met een hoogte van 35 meter ondergebracht kunnen worden. Deze valt volgens reclamant veel minder op in een natuurgebied. Verlichting Het plan om ledverlichting in horizontale en verticale verlichting aan te brengen tot op het hoogste punt van de toren (57 meter) is volgens reclamant niet passend in de ongerepte natuur van het Meinweg gebied. Naast stilte is ook duisternis van grote waarde in de natuur. Ook al geeft het bijgevoegde onderzoek aan dat de natuur geen schade ondervindt en dat de toren met verlichting op circa 4 km zichtbaar is maakt reclamant zich zorgen. Hij stelt dat het licht op open plekken wel zichtbaar en hinderlijk is. Reclamant stelt voor om de toren te verlichten tot en met de hoogte van de twee zijtorens. Dan hoeven omwonenden zich niet te storen aan de verlichting.
Stikstofdepositie Reclamant maakt zich zorgen over de stikstofdepositie door bouwwerkzaamheden op het terrein en met name door het bouwverkeer. De uitstoot van de zware vrachtwagens, graafmachines en hijskranen vindt plaatst in het Natura 2000 gebied en is volgens reclamant zeer schadelijk voor mens en natuur. Verkeer Reclamant geeft aan dat bewoners van Vlodrop-Station veel last ondervinden van het zware bouwverkeer (jarenlange sloop) dat vaak harder rijdt dan 30 km per uur en op drie meter afstand de woningen voorbij rijdt. Reclamant geeft aan dat bewoners al jaren overlast ervaren van de activiteiten op het MERU terrein. Hij stelt dat door het voorgenomen bouwplan de overlast nog jaren gaat duren. Reclamant stelt dat er dagelijks veel te hard wordt gereden door het buurtschap. Ook reeën en zwijnen zijn geregeld slachtoffer. De bewoners hebben hun zorg over de verkeersonveilige situatie uitgesproken in een bijeenkomst georganiseerd door de aanvrager. De reclamant geeft aan dat de dag na de bijeenkomst sprake was van een dodelijk ongeval vlak bij de ingang van het MERU terrein. Reclamant stelt dat dit niet acceptabel is in een Natura 2000 gebied waar je verwacht dat mens en dier veilig kunnen vertoeven.
3
Nota van Zienswijzen
Reclamant verondersteld dat de belangen van aanvrager worden gediend en de belangen van de bewoners van Boslaan en Station niet worden beschermd. Reclamant stelt dat de aanvrager financieel in staat adviesbureaus in te huren en juridische procedures te starten. Voor de individuele buurtbewoners is dit onmogelijk. Reclamant heeft kennis genomen van de verkeerstoets uitgevoerd door bureau Kragten. Deze verkeerstoets gaat echter alleen over regelgeving met betrekking tot verkeersbewegingen van gemotoriseerd verkeer en bermschade. Langzaam verkeer is niet meegenomen en ook de snelheid van het gemotoriseerde verkeer is niet in kaart gebracht op de erftoegangsweg. De gegevens uit het rapport dateren uit 2015. Volgens reclamant doet een verkeerstoets over de Boslaan/Station gebaseerd op gegevens uit 2015 geen recht aan de ernstige zorgen van omwonenden. De conclusies uit de verkeerstoets zijn volgens reclamant enkel gebaseerd op aannames en achterhaalde gegevens. Volgens reclamant is er sinds 2015 veel meer bouwverkeer en zijn er sinds 2020 (corona) veel meer auto's, fietsers en wandelaars bijgekomen. Dat brengt grote risico's met zich mee op deze weg. In de eerder genoemde bijeenkomst is volgens reclamant door de aanvrager aangedrongen op een werkgroep rondom de Boslaan en Station.
Toch zijn de bewoners op geen enkele manier betrokken geweest bij het onderzoek naar de verkeerssituatie. Een onderzoek gericht op veiligheid en gebaseerd op nieuwe tellingen waarbij ook omwonenden worden bevraagd is volgens reclamant noodzakelijk om conclusies te kunnen trekken over de veiligheid van met name het langzaam verkeer en mogelijk aanbevelingen te kunnen doen voor een acceptabele veiligheid op de Boslaan/Station vanaf de kruising bij Rothenbach tot de oprit van Meru. Antwoord gemeente Cultuurhistorische waarde In dit geval gaat het om een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisering van een expositiegebouw. De sloop van het voormalige klooster is in deze procedure niet aan de orde en is onherroepelijk geworden met de uitspraak van de Raad van State op 6 mei 2015. Hoogte In de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd waarom de beoogde hoogte door aanvrager gewenst is. Dit heeft te maken met de thema’s die tentoongesteld gaan worden. Voor de andere motivering wordt verwezen naar de ruimtelijke onderbouwing. Aangaande landschaps- of horizonvervuiling bestaan geen normen in het gemeentelijk, provinciaal of landelijk beleid.
In de ruimtelijke onderbouwing is de toekomstige situatie toegelicht met fotobeelden die aantonen dat vergelijkbare hoge objecten nauwelijks waarneembaar zijn, vanwege de aanwezigheid van de omringende bossen en de natuurlijke landschappelijke barrières. Dit geldt ook voor de beoogde hoogte van het expositiegebouw gelet op de dichte begroeiing van de naaldbomen in de omgeving. In de ruimtelijke onderbouwing zijn ter onderbouwing van dit standpunt aanvullende foto’s toegevoegd.
4
Nota van Zienswijzen
Verlichting In de bijlage van de ruimtelijke onderbouwing is de Natuurtoets opgenomen. Deze natuurtoets is de toetsing van het plan in het kader van de Wet natuurbescherming. In het rapport is geconcludeerd dat er met het plaatsen van de verlichting onder de gestelde condities geen sprake is van een vertreding van: - Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn - Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn - Beschermingsregime andere soorten Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar het rapport. Van lichtinval bij omwonenden is in beginsel geen sprake. Om tegemoet te komen aan deze zienswijze (die door meerdere indieners is aangehaald) zal in de omgevingsvergunning een voorschrift worden opgenomen waarin het licht beperkt wordt tot maximaal 0,3 lux. Tevens wordt opgenomen dat het licht uitsluitend aan mag na zonsondergang tot 22.00 uur. Met uitzondering van de evenementen, zoals bepaald in de evenementenregeling van artikel 3.3.2 van het bestemmingsplan ‘Vedische Universiteit’. Stikstof De depositie van bouwwerkzaamheden inclusief bouwverkeer is onderzocht en levert geen toename voor depositie ten opzichte van het voor de MERU toegestane gebruik. De Aeriusberekeningen zijn geactualiseerd op basis van de laatste update van de calculator en de meest recente uitspraken van de Raad van State.
Verkeer Voor de realisatie van het huidige bestemmingsplan is ook reeds voorzien in bouwverkeer ten behoeve de realisering van het plangebied. Verkeersdeelnemers moeten zich houden aan de voorgeschreven snelheid. In het vigerend gemeentelijk verkeers- en vervoersplan 2016 – 2021 is de Boslaan – Station gecategoriseerd als erftoegangsweg type 2 (30/60 km/u). Een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom (ETW-bubeko) heeft als functie uitwisselen. Landbouwverkeer, (brom)fietsers en voetgangers en erfaansluitingen zijn op een erftoegangsweg toegestaan. In onderstaande afbeelding, afkomstig uit het Handboek Wegontwerp van het CROW staat de maatvoering van een erftoegangsweg type 2:
5
Nota van Zienswijzen
De huidige inrichting van de Boslaan – Station voldoet aan deze maatvoering, onder andere met de doorgevoerde wegverbreding net voor MERU, waardoor de inrichting van de weg aansluit op de functie en bijbehorend gebruik van de weg. Verder zijn er naast de rijbaan voldoende uitwijkmogelijkheden om tegemoetkomend verkeer te passeren, onder andere door het aanbrengen van de grastegels. In onderstaande tabel staan de benodigde verkeersruimtes voor de diverse verkeersdeelnemers (bron Handboek Wegontwerp – Erftoegangswegen, CROW) benoemd, waaruit blijkt dat de huidige rijbaanbreedtes inclusief uitwijkmogelijkheden veelal voldoende is voor het veilig kunnen passeren van andere verkeersdeelnemers:
In dit geval gaat het om een aanvraag omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. De vergunde capaciteit van de expositietoren wijzigt niet ten opzichte van de beoogde ontwikkeling. Om overschrijding van deze bezoekerscapaciteit te voorkomen wordt in de definitieve beschikking hiervoor een voorschrift opgenomen. Ten aanzien van het punt dat de belangen van de indiener van de aanvraag worden gediend en niet de belangen van de omwonenden wordt opgemerkt dat er een algemene belangenafweging plaatsvindt waarin ook de belangen van de omwonenden, in het kader van een goede ruimtelijke ordening en aanvaardbaar woon- en leefklimaat, worden meegewogen in de besluitvorming.
6
Nota van Zienswijzen
Zienswijze 2 Samengevatte zienswijze Procedureel Reclamant stelt dat de omschrijving in het ontwerpbesluit ‘expositiegebouw ten bate van een universiteit’ onjuist is. Er is geen accreditatie voor de betreffende onderwijsinstelling en daarmee is geen sprake van een universiteit. De activiteit "natuurtoestemming" is ingetrokken en losgekoppeld van de aanvraag. Volgens reclamant kan de omgevingsvergunning niet verleend worden zonder dat eerst een nieuwe aanvraag natuurtoestemming is ingediend en verleend. Volgens reclamant wordt op pagina 2 en 4 van het ontwerpbesluit vermeld dat het besluit in werking treedt met ingang van de dag volgend op de beroepstermijn van zes weken. In de publicatie staat dat een ieder binnen zes weken een zienswijze kan indienen tegen beide ontwerpdocumenten. Volgens reclamant worden indieners van zienswijzen worden hierdoor op het verkeerde been gezet. Reclamant is van mening dat een nieuw ontwerp besluit ter inzage moet worden gelegd. Reclamant stelt dat de stukken zoals genoemd in bijlage 1 in het ontwerpbesluit niet zijn te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarmee zijn de stukken niet voor iedereen toegankelijk en dient, volgens reclamant, de ontwerp vergunning opnieuw ter inzage worden gelegd. Reclamant concludeert dat het college op 15 februari 2022 heeft besloten om de brief van het provinciale vooroverleg naar de gemeenteraad te sturen.
Reclamant heeft deze brief niet aangetroffen bij de stukken van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen. Inhoudelijk Reclamant heeft in De Limburger gelezen dat dat het Meinweggebied fors groter moet worden om de status van Nationaal Park te kunnen behouden. Reclamant geeft aan dat een groot deel van het probleem zou opgelost kunnen worden door het MERU-terrein aan te wijzen als behorend tot het Nationaal Park De Meinweg. Bouwbesluit Reclamant merkt op dat op pagina 8 van bijlage 2 van het ontwerpbesluit staat dat de aanvraag is getoetst aan het Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening "voor zover op dit moment gegevens bekend zijn". Reclamant vraagt zich af hoe geconcludeerd kan worden dat de aanvraag onder voorwaarden voldoet aan de relevante eisen. De ontwerp verklaring van geen bedenkingen is afgegeven onder de voorwaarde dat de ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende onderzoeken wordt geactualiseerd. Reclamant stelt dat deze verklaring niet strookt met wet- en regelgeving en dat de ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring niet in stand blijven.
7
Nota van Zienswijzen
Welstand Reclamant vindt het vreemd dat het MERU terrein in een welstandsvrij gebied ligt. Er dient volgens reclamant gekeken te worden naar de impact van de toren op zijn omringende omgeving. Dit onafhankelijk van een welstandsvrij gebied of dat het terrein wel of niet behoort tot de Natura 2000. Bodemonderzoek Op pagina 8 van het ontwerp-besluit is opgenomen dat een analytisch onderzoek naar zware metalen en PAK achterwege is gelaten omdat een verhardingslaag geen onderdeel van de bodem vormt. Reclamant stelt dat in een verhardingslaag zich ook zware metalen en PAK bevinden en een onderzoek noodzakelijk is. Reclamant stelt dat er minimaal een verkennend bodemonderzoek conform NEN5725 moet worden uitgevoerd. Toeristisch perspectief Reclamant geeft aan dat de ontwerp omgevingsvergunning op pagina 17 van bijlage 3 wordt ingegaan op de versterking van het toeristisch perspectief. Daarbij wordt gesteld dat de potentie van het Belevenispark de Meinweg wordt benut en onder andere wordt ingezet op bezinningstoerisme. Hierbij wordt opgemerkt dat de natuurwaarden in balans moeten blijven. Volgens reclamant staat dit haaks op elkaar. Volgens hem is De Meinweg geen belevenispark, maar een Nationaal Park waar mensen van rust en ruimte kunnen genieten waarin geen hoge toren past.
Daarnaast stelt reclamant dat er al ingezet wordt op bezinningstoerisme door steeds meer bebouwing toe te staan zodat het terrein uiteindelijk helemaal volgebouwd is. Hierbij wordt opgemerkt dat voor het gemeentelijk monument de bijenstal geen plaats meer zal zijn. Verkeer In het ontwerpbesluit is opgenomen dat "er geen belemmeringen ten aanzien van de verkeersgeneratie en parkeren zijn. Het aantal verwachte bezoekers blijft in de nieuwe beoogde toren gelijk aan het aantal bezoekers beoogd in de voorheen 35 meter hoge toren". Volgens reclamant is het niet mogelijk om de natuurwaarden in balans te laten als er veel meer verkeer van en naar het MERU-terrein gaat. Reclamant stelt dat de toren 57 meter hoog wordt en het grondoppervlakte toe neemt. Volgens reclamant is de stelling dat deze wijziging geen invloed heeft op de maximale bezetting van de toren onjuist. Volgens de onderbouwing trekt de toren 30.000 bezoekers per jaar die over een doodlopende en onoverzichtelijke weg deze bestemming moeten bereiken. Volgens reclamant is de weg bedoeld als toegangsweg voor aanwonenden en recreatieve gebruikers en niet ingericht voor de toename van het verkeer die de toren met zich meebrengt. Volgens de ruimtelijke onderbouwing is de verwachting dat er gemiddeld 175 bezoekers aanwezig zullen zijn in de toren.
Bij 350 dagen betekent dit dat er ruim 60.000 bezoekers komen in plaats van 30.000 bezoekers. Van rust blijft er volgens reclamant dan in het stiltegebied weinig tot niets meer over.
8
Nota van Zienswijzen
Reclamant geeft aan dat in de onderbouwing wordt gesteld dat bezoekers vooralsnog op eigen terrein kunnen parkeren. Hierbij is opgenomen dat het voornemen bestaat parkeren te verplaatsen naar de voorzijde van het terrein, in het Nationaal Park. Volgens reclamant is dit in strijd met de doelstellingen van het Natura 2000 gebied. Reclamant is zich er van bewust dat hiervoor een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Natuurbelevenis Het feit dat de toren meer dan 20 meter boven de bomen uitsteekt doet volgens reclamant ernstige afbreuk aan de natuurbelevenis van de Meinweg. Volgens de onderbouwing is dit subjectief. Volgens de reclamant is dit onjuist en leidt deze stelling af van de kern van de vraag of het wenselijk dat een hoge toren onderdeel gaat uitmaken van het landschap van Nationaal Park De Meinweg. Reclamant vraagt zich af waarom de gemeente dan bezwaar heeft gemaakt tegen windmolens op Duits grondgebied vanwege de aantasting van de waarden in De Meinweg. Verlichting Reclamant stelt dat er witte LED-verlichting verticaal aangebracht wordt aangebracht op alle vier hoeken en 12 keer horizontaal op diverse plekken. De toren is volgens reclamant een toren die, op het hoogste punt van de Meinweg, licht uitstraalt naar het Nationaal Park De Meinweg.
Reclamant veronderstelt dat de bestaande gebouwen ook licht uitstralen waardoor er een grote verlichte plek ontstaan midden in de Meinweg. Volgens reclamant worden de natuurwaarden hiermee verstoort en zullen de aanwezige dieren dit licht als zeer hinderlijk ervaren. Stikstof Reclamant stelt dat de bouw van de toren en het extra verkeer leidt tot een toename van de stikstofdepositie. Dit zal gecompenseerd moeten worden. Reclamant stelt dat dit niet hoeft als er geen vergunning wordt verleend. Verzoek intrekken bestaande omgevingsvergunning Reclamant verzoekt de aanwezige vergunning voor de bouw van een toren van 35 meter in te trekken. Dit omdat de MERU niet binnen 26 weken na vergunningverlening is gestart met de bouw. Ook is er nu een traject opgestart waarbij de toren hoger en de locatie anders wordt. Geen grond verlenen omgevingsvergunning Reclamant is van mening dat geen juridische grond is om de omgevingsvergunning te verlenen en geen gebruik kan worden gemaakt van de ontwerp verklaring van geen bedenkingen omdat niet alle aspecten voldoende zijn onderzocht en de ruimtelijke onderbouwing te eenzijdig is.
9
Nota van Zienswijzen
Antwoord gemeente Procedureel Reclamant voert aan dat ten onrechte ‘universiteit’ is opgenomen in het besluit omdat de Vedische Universiteit niet wordt erkend in Nederland. De omschrijving in de omgevingsvergunning is niet beslissend voor hetgeen in de omgevingsvergunning wordt geregeld. Er wordt vergunning verleend voor de specifieke activiteiten zoals vermeld in de omgevingsvergunning. Met de keuze voor de term ‘universiteit’ heeft de gemeente aansluiting gezocht bij de benaming van het vigerende bestemmingsplan. Volgens reclamant moet er eerst een Wnb vergunning worden aangevraagd en worden afgegeven voordat er een omgevingsvergunning kan worden verleend. Bij vergunningverlening (Wabo) is op basis van artikel 2.2aa van het Besluit omgevingsrecht een koppeling met Natura2000 en depositie. Het ontkoppelen van een natuurtoestemming is echter mogelijk, zo bevestigt de Raad van State in een uitspraak van 29 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1160). De inhoud van het ontwerpbesluit is, mocht deze niet worden aangepast, gelijk aan het uiteindelijk te nemen besluit. Het is daarmee geen zelfstandig document of besluit. De publicatie van de inzage van het ontwerpbesluit is van dien aard dat mogelijke indieners van een zienswijze duidelijk is op welke wijze deze kan worden ingediend. Mocht er een positief besluit worden genomen wordt dit wederom gepubliceerd.
In deze publicatie wordt eveneens opgenomen hoe partijen tegen het besluit in verweer kunnen komen. Met deze vergunning wordt afgeweken van het ruimtelijk beleid van de gemeente, het bestemmingsplan. Deze afwijking zorgt ervoor dat de uitgebreide procedure moet worden gevolgd. Uw zienswijze is op dit onderdeel van de omgevingsvergunning gericht. Het onderdeel ‘bouw’ van de omgevingsvergunning wordt niet via www.ruimtelijkeplannen.nl ter inzage gelegd. Een aanvrager moet voldoen aan de geldende technische regels. De stukken behorende bij de omgevingsvergunning (alle activiteiten) hebben ter inzage gelegen bij het Servicepunt Roerdalen in het gemeentehuis en waren voor iedereen (op afspraak) toegankelijk. In de toelichting behorende bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt inderdaad niet ingegaan op de vooroverlegreactie van de Provincie. Deze omissie wordt gecorrigeerd in de definitieve beschikking. Ten aanzien van de opmerking over de bijenstal wordt opgemerkt dat deze geen onderdeel uitmaakt van het voorliggende besluit. Inhoudelijk De beoogde ontwikkeling wordt genoemd in de Gebiedsvisie Belevingspark Meinweg waarin een integraal beeld is geschetst van het Nationaal Park en de omgeving. De ontwikkeling is passend binnen dit beleid. Bij de besluitvorming worden alle relevante vastgestelde plannen en verordeningen in acht genomen.
10
Nota van Zienswijzen
Bouwbesluit De toetsing aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening maken deel uit van het onderdeel ‘bouw’ uit de omgevingsvergunning. Het Bouwbesluit biedt de mogelijkheid om bepaalde gegevens later maar uiterlijk drie weken voor aanvang van de werkzaamheden aan te leveren. Deze onderdelen zijn benoemd in het ontwerp besluit. De ontwerp verklaring van geen bedenkingen is afgegeven onder de voorwaarde dat de ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende onderzoeken wordt geactualiseerd. Reclamant stelt dat deze verklaring niet strookt met wet- en regelgeving. Met de ontwerp verklaring van geen bedenkingen geeft de gemeenteraad in principe instemming voor het verlenen van de omgevingsvergunning. De gemeenteraad heeft nog geen definitieve verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Het ontwerpbesluit dat ter inzage heeft gelegen is geactualiseerd en voldoet aan de wet- en regelgeving. De gemeenteraad is na de inzagetermijn, gelet op het feit dat zienswijzen zijn ingediend, opnieuw aan zet om een definitief besluit te nemen over het al dan niet afgeven van de verklaring van geen bedenkingen. Welstand Een welstandscommissie is een onafhankelijke commissie die advies uitbrengt over het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk. De gemeente heeft in 2017 ervoor gekozen in het kader van deregulering slechts een aantal gebieden aan te merken als welstand plichtige gebieden.
Op basis van de Woningwet (artikel 12 en verder) kan alleen een welstandsbeoordeling plaatsvinden in gebieden die zijn aangewezen. Het voorliggend plan ligt in een welstandsvrij gebied. Een aanvraag mag enkel getoetst worden aan vastgesteld beleid. Aangaande landschaps- of horizonsvervuiling bestaan geen normen in gemeentelijk, provinciaal of landelijk beleid. In de ruimtelijke onderbouwing is landschaps- of horizonvervuiling in de dag- en nachtperiode onderzocht met feitelijke fotobeelden, die aantonen dat vergelijkbare hoge objecten nauwelijks waarneembaar zijn vanwege de aanwezigheid van de omringende bossen en natuurlijke landschappelijke barrières in de omgeving. Bodemonderzoek De verhardingslaag is geen onderdeel van de bodem zoals reclamant terecht stelt. Voor de indieningsvereisten geldt enkel een onderzoek van de bodem. Dit verkennend bodemonderzoek is bijgevoegd als bijlage 5 bij de toelichting. Toeristisch perspectief Het bouwen en gebruiken van een expositiegebouw in de vorm van een tentoonstellingstoren was en is planologisch reeds toegestaan. In de Gebiedsvisie Belevingspark Meinweg is deze toren ook beschreven evenals in het Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie Roerdalen 2050. Verkeer Zie de beantwoording van het aspect verkeer bij zienswijze 1.
11
Nota van Zienswijzen
Ten aanzien van het parkeren wordt opgemerkt dat dit, conform de vergunde situatie en de situatie zoals geregeld in het bestemmingsplan ‘Vedische Universiteit’ op eigen terrein (MERUterrein) plaatsvindt. Natuurbelevenis Zie de beantwoording van het aspect hoogte bij zienswijze 1 en de reactie hierboven onder het aspect toeristisch perspectief. Verlichting Zie de beantwoording van het aspect verlichting bij zienswijze 1. Stikstof Zie de beantwoording van het aspect stikstof bij zienswijze 1. Verzoek intrekken bestaande omgevingsvergunning De gemeente kan een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen intrekken indien binnen 26 weken niet is gestart met de bouw. De gemeente heeft hiervoor niet gekozen. Echter, nadat de omgevingsvergunning voor de beoogde toren onherroepelijk is zal de bestaande vergunning worden ingetrokken om te voorkomen dat twee tentoonstellingstorens gebouwd kunnen worden. Dit wordt als voorwaarde opgenomen in de definitieve beschikking. Geen grond verlenen omgevingsvergunning De inhoudelijke gronden van reclamant zijn hierboven beantwoord en leiden in een aantal gevallen tot aanpassingen aan het plan. In tegenstelling tot hetgeen reclamant aangeeft is er op basis daarvan geen aanleiding om geen definitieve verklaring van geen bedenkingen af te geven, danwel de omgevingsvergunning te weigeren.
Zienswijze 3 Samengevatte zienswijze Horizonvervuiling De MERU wil een expositietoren bouwen van 57 meter hoog bouwen en voorzien van (sfeer) LED verlichting tot het hoogste punt van de toren. Volgens reclamant hoort een toren van dergelijke hoogte volledig omringd door Natura 2000 gebied hier niet thuis. De toren steekt meer dan 30 meter boven de omringende boomgrens uit steekt en is volgens reclamant van ver te zien. Hij stelt dat dit een ongewenste ontwikkelingen in het natuurgebied is. Reclamant stelt dat een expositieruimte voor 12 thema's ook gerealiseerd kan worden in een gebouw met een groter grondoppervlak dat niet hoger is dan de omringende boomgrens. Reclamant vraagt zich af of het niet de taak van de gemeenteraad respectievelijk het college is om ongewenste ontwikkelingen in een uniek natuurgebied tegen te gaan.
12
Nota van Zienswijzen
Natuur Reclamant stelt dat de omringende natuur door zowel de toren als de verlichting veel schade zal ondervinden, nog afgezien van de onomkeerbare horizon vervuiling. (Bouw)verkeer Reclamant vreest dat de bewoners van buurtschap Vlodrop-Station veel last gaan ondervinden van zwaar bouwverkeer tijdens de bouw en daarna van het verkeer van de bezoekers van de expositie ruimte. De smalle Boslaan ligt over de gehele lengte binnen Natura 2000 gebied en is gezien de geringe breedte en het bochtige tracé niet berekend op toenemende verkeersbewegingen. Volgens reclamant zal het verkeer schade aan de weg en onherstelbare schade aan Flora en Fauna toebrengen. Antwoord gemeente Horizonvervuiling Zie de beantwoording van het aspect hoogte bij zienswijze 1. Natuur Zie de beantwoording onder het aspect hoogte bij zienswijze 1 en toeristisch perspectief bij zienswijze 2. Verkeer Zie de beantwoording van het aspect verkeer bij zienswijze 1. Zienswijze 4 Samengevatte zienswijze Wet natuurbescherming Reclamant geeft aan dat in de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen dat er een aanvraag Wnb is aangevraagd. Bij de conclusie echter staat dat er geen Wnb vergunningplicht is. Reclamant vindt in de onderbouwing niet terug wat de Provincie met de aanvraag Wnb heeft gedaan. Er wordt alleen uitgelegd waarom er volgens initiatiefnemer geen Wnb vergunningplicht is.
De relatie tussen de Wnb aanvraag en de conclusie dat er geen Wnb plicht is moet volgens reclamant nader worden toegelicht in de ruimtelijke onderbouwing. Reclamant stelt voor inzichtelijk maken wat de Provincie Limburg met de Wnb aanvraag heeft gedaan en aan te geven of de Provincie Limburg (net als initiatiefnemer) van mening is dat er geen Wnb plicht is.
13
Nota van Zienswijzen
Stikstof De calculatie stikstofdepositie ontbreekt. In de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen dat voor de stikstofdepositie voor de gebruiksfase van de toren een verschilberekening is gemaakt. Daarbij zijn de uitgangspunten ten tijde van de referentiedata (bij de vergunde situatie) ten opzichte van de beoogde situatie voor de MERU-toren opgenomen. Uit de Aerius verschilberekeningen volgt dat voor het project met de saldering voor het verkeer er géén overschrijding is van 0,00 mol/ha/jaar. De uitgevoerde Aerius berekening ontbreekt bij de stukken. Op geen enkele wijze is volgens reclamant inzichtelijk gemaakt met welke Aerius versie de stikstofdepositie is berekend, hoe gesaldeerd is en wat de uitkomst daarvan is. Volgens reclamant had een stikstofdepositierapport deel uit moeten maken van de stukken van de ontwerp verklaring van geen bedenking omdat er wordt afgeweken van het geldende bestemmingsplan. Volgens reclamant een juridische tekortkoming waardoor de stukken opnieuw ter inzage moeten worden gelegd. Uitspraak 202107079/1/R4 Reclamant valt op dat in het rapport is geen rekening gehouden met de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022. De ontwerp verklaring van geen bedenking ligt met ingang van 14 november 2022 ter inzage. Volgens reclamant is dit ruim na de datum van de uitspraak.
De uitspraak had volgens reclamant in het stikstofrapport verwerkt moeten worden. Reclamant stelt voor de gevolgen van de uitspraak voor dit ontwerp bestemmingsplan inzichtelijk te maken en bij te voegen. Aerius Calculator versie 2022 Op 26 januari 2023 komt de geactualiseerde versie van Aerius beschikbaar (Aerius versie 2022). Initiatiefnemer kan andere uitkomsten van de berekeningen krijgen met de nieuwe versie van Calculator. Reclamant gaat er van uit dat er geen besluit wordt genomen vóór de actualisatiedatum. Reclamant stelt voor de stikstofdepositie berekenen met de meest actuele Aerius versie (versie 2022). Antwoord gemeente Wet natuurbescherming Zie de beantwoording van het aspect stikstof bij zienswijze 1 en het aspect procedureel bij zienswijze 2 . Voor de reactie van de provincie wordt verder verwezen naar de vooroverlegreactie van de provincie op grond van artikel 3.1.1. Bro. Stikstof Zie de beantwoording van het aspect stikstof bij zienswijze 1 en het aspect procedureel bij zienswijze 2.
14
Nota van Zienswijzen
Uitspraak 202107079/1/R4 In de Wnb-aanvraag was reeds het aanleggen en het bouwen meegenomen. De berekening is geactualiseerd met betrekking tot de laatste versie van Aerius Calculator. Aerius Calculator versie 2022. Zie de beantwoording van het vorige punt. Zienswijze 5 Samengevatte zienswijze Vooroverleg De reclamant geeft aan dat zij in het kader van vooroverleg (art. 3.1.1 Bro) opmerkingen heeft geplaatst. Volgens reclamant zijn deze niet (volledig) in de vergunning meegenomen en heeft hij daarom een zienswijze ingediend. Reclamant merkt op dat gesteld wordt dat het plan past binnen de provinciale beleidskaders. Dit doet, volgens reclamant geen recht aan zijn visie op de detonerende landschappelijke inpasbaarheid en de overige opmerkingen uit de vooroverlegreactie. Ook wordt geconcludeerd dat in paragraaf 5.2 geen melding wordt gemaakt van de vooroverlegreactie. Ook de reactie van de gemeente op de vooroverlegreactie ontbreekt. Hierdoor kan reclamant niet herleiden hoe de gemeente de vooroverlegreactie heeft afgewogen. Reclamant verzoekt een nota van vooroverleg op te stellen en de overwegingen in het besluit aan te passen. Verlichting. In de vooroverlegreactie heeft reclamant aangegeven kritisch te zijn op de gewenste verlichting op de toren. Reclamant geeft in het verlengde van de vooroverlegreactie aan dat de verlichting niet passend te vinden.
De prominente verlichting op korte afstand een Natura 2000natuurgebied, mede vanuit de algemene zorgplicht Wet natuurbescherming en de landschappelijke waarden met een Goudgroene waarden aanduiding, vindt hij niet passend. Reclamant adviseert de omgevingsvergunning op het onderdeel verlichting te heroverwegen en in de voorwaarden op te nemen dat de toren niet verlicht en aangelicht mag worden. Stikstof Reclamant merkt op dat de stikstofdepositie tijdens de bouwfase niet is meegenomen. Reclamant verzoekt om na te gaan of nadelige effecten nog steeds kunnen worden uitgesloten. Reclamant vraagt de voorliggende zienswijzen te verwerken in paragraaf 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid.
15
Nota van Zienswijzen
Antwoord gemeente Vooroverleg Reclamant heeft op 4 februari 2022 een vooroverlegreactie afgegeven op grond van artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht juncto artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. Reclamant constateert terecht dat geen melding wordt gemaakt van deze reactie in de stukken die ter inzage hebben gelegen. Dit is aangevuld in de ruimtelijke onderbouwing. Reclamant geeft verder aan dat de conclusie dat het plan passend is binnen de provinciale beleidskaders geen recht doet aan de visie van reclamant op de detonerende landschappelijke inpasbaarheid en de overige opmerkingen uit de vooroverlegreactie. Wij merken daarbij op dat de aanvraag omgevingsvergunning ziet op een verhoging van een reeds planologisch toegestane expositietoren en reclamant in haar vooroverlegreactie expliciet heeft aangegeven in haar vigerende omgevingsverordening en de Omgevingsverordening 2021 geen grondslag zien voor het innemen van een inhoudelijk provinciaal standpunt ten aanzien van de voorgestelde bouwhoogte van de toren. In dat kader hebben wij geen aanleiding gezien om een nota van vooroverleg op te stellen zoals reclamant graag zou zien. Wel wordt in de ruimtelijke onderbouwing melding gemaakt van de volledige reactie en verwoord op welke wijze de reactie verwerkt is. Hiervoor wordt verwezen naar de paragraaf Maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Verlichting De beoogde verlichting is onderzocht in het de uitgevoerde natuurtoets. Uit deze natuurtoets blijkt dat de verlichting geen nadelige gevolgen veroorzaakt voor de omliggende natuur. Hoewel dit niet noodzakelijk is ons inziens in het kader van de goede ruimtelijke ordening is er, mede op basis van deze zienswijze, voor gekozen om in de definitieve beschikking een voorschrift op te nemen met betrekking tot de tijdsvakken waarbinnen de verlichting mag worden gebruikt. Zie hiervoor het aspect verlichting bij zienswijze 1. Stikstof Stikstofdepositie voor de aanleg en de bouwfase is meegenomen en berekend met de laatste actuele versie van Aerius Calculator en geeft geen nadelige gevolgen ten opzichte van de referentiesituatie. Zienswijze 6 Samengevatte zienswijze Situering in gebied Reclamant ervaart de Meinweg als (onder andere) een krachtige helende plek, waar je nog stilte kan ervaren en waar je kan genieten van pure relatief ongerepte biodiverse natuur. Reclamant vraagt zich af waarom er geen toren kan worden gebouwd die onder de boomkruinen blijft waardoor deze ervaring niet wordt verstoort. Het gedachtegoed van de 12 lagen zou ook anders ontworpen kunnen worden.
16
Nota van Zienswijzen
Klimaatverandering Reclamant vraagt zich af of de gemeenteraad gelooft in de scenario's die in het IPCC rapport staan en zich realiseert dat hoe wij nu leven niet toekomstbestendig is. Reclamant vraagt de gemeenteraad dat besef mee te nemen in besluiten ook al is de wetgeving nog niet zo ver. Geestelijke gezondheid Reclamant stelt dat in de toekomst mensen in identiteit/existentiële crisissen gaan komen. De Meinweg kan volgens reclamant hierin helpen. Reclamant verzoekt dan ook omwille van de geestelijke gezondheid in de toekomst de zichtbare bouwsels in de Meinweg te beperken. Reclamant vraagt de vergunning voor een toren die boven de boomkruinen uitsteekt en de helft van het jaar (geen bladeren aan de bomen) op veel plekken zichtbaar is niet te verlenen. Vervoer De Meinweg ervaart hinder en overlast van gemotoriseerd verkeer. Volgens reclamant verstoort verkeer de stilte en de bewegingen van dieren. Natuur maakt plaats voor parkeerplaatsen waardoor het makkelijk is voor mensen om er te komen, ook mensen die niet netjes omgaan met de omgeving. Reclamant stelt voor om in te zetten op het minimaliseren van gemotoriseerde verkeer. Wel ruimte voor verkeer voor de ondernemers en bewoners maar niet voor bouwverkeer en dagjesmensen. Biodiversiteit Reclamant vraagt de/ een toren natuur inclusief te bouwen.
Antwoord gemeente Situering in gebied De visie van reclamant op de Meinweg wordt onderschreven. Dit is ook zo opgenomen in de Gebiedsvisie Belevingspark Meinweg. MERU en de beoogde ontwikkeling zijn passend binnen deze visie. Klimaatverandering De bouw van de beoogde tentoonstellingstoren bevat geen stookinstallatie en wordt dus met schone energie voorzien. Hierdoor is het gebruik van de tentoonstellingstoren toekomstbestendig. Geestelijke gezondheid Zie de beantwoording van het aspect hoogte bij zienswijze 1. Vervoer Zie de beantwoording van het aspect verkeer bij zienswijze 1. Biodiversiteit Uit de ruimtelijke onderbouwing en daarbij behorende natuurtoets blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor de biodiversiteit.
17
Nota van Zienswijzen
Zienswijze 7 Samengevatte zienswijze Algemeen Reclamanten voelen zich niet gehoord door de aanvrager en door de gemeenteraad. Reclamanten krijgen de indruk dat de mening van inwoners niet meetelt. Reclamanten vragen kritisch te kijken naar de verstrekte informatie en de argumenten ter harte te nemen, zodat een weloverwogen besluit wordt genomen, gebaseerd op volledige informatie. Volgens reclamanten is de besluitvorming in strijd met actueel beleid en gebaseerd op eenzijdige en selectieve informatie. Reclamanten concluderen dat de aanvrager wist dat ze een terrein kochten in een natuurgebied. De omliggende terreinen hebben de status van Natura2000-gebied en de toegangsweg maakt deel uit van het stiltegebied ter plaatse. Reclamant stelt dat de aanvrager weet dat aan exploitatie binnen een natuurgebied beperkingen zitten maar de grenzen opzoekt. Reclamant stelt dat door aanpassingen in deelstappen door te voeren de impact, ten onrechte lijkt mee te vallen. Volgens reclamant belemmert actueel internationaal, nationaal en provinciaal beleid op gebied van (brand- en verkeers)veiligheid, biodiversiteit, stikstofdepositie en klimaatadaptatie belemmert een te rechtvaardigen realisatie van de kennistoren op deze plek. Daarnaast stelt reclamant dat het plan slecht is onderbouwd.
Omdat tussen de afgegeven vergunning voor de 35 meter toren en de voorliggende ontwerp vergunning het maatschappelijk besef en de urgentie van ontwikkelingen is veranderd stellen reclamanten dat dat de aanvraag niet alleen op planologische gronden moet worden beoordeeld, maar als een nieuwe aanvraag moet worden gezien en worden getoetst. Volgens reclamant mag de gemeente mag op basis van actualiteitsbesef en realiteitszin de nieuwe vergunning niet verlenen en moet de aanwezige vergunning intrekken. Reclamanten stellen dat de Gemeente en de aanvrager bewust een groot risico op het gebied van verkeersveiligheid, natuurschade en omgevingsbelasting nemen en dat zijn ook verantwoordelijk zijn voor de gevolgen op dit gebied.
18
Nota van Zienswijzen
Verkeersveiligheid en verkeersonderzoek Reclamanten geven aan dat de weg naar het Meru terrein intensief wordt gebruikt door recreatief verkeer. Zij maken zich zorgen over de gevolgen van een kennistoren op de verkeersveiligheid van de Boslaan en Vlodrop-Station. Met 14 onoverzichtelijke bochten op 2,5 kilometer leidt dit, volgens reclamanten, tot (levens)gevaarlijke situaties. De weg is duidelijk niet geschikt voor extra verkeer. Reclamant voert aan dat tijdens de raadsvergadering van 10 maart door twee partijen tegen de Kennistoren gestemd en is er door twee partijen een verkeersonderzoek als voorwaarde is gesteld. Volgens reclamanten is er zonder een verkeersonderzoek een meerderheid van de gemeenteraad tegen de realisatie van de kennistoren. Dit maakt volgens reclamanten dat het rapport door deze de voorwaardelijke instemming onlosmakelijk deel uit van de vergunningsprocedure. Zij vinden het vreemd dat zowel de gemeente als de aanvrager aangeeft dat het verkeersrapport geen deel uitmaakt van de vergunningsprocedure. Reclamanten hebben op 10 maart 2022 een bewonersavond, georganiseerd door aanvrager bijgewoond. Hier hebben bewoners zorgen en bezwaren kenbaar gemaakt. Verkeerveiligheid was daarbij de voornaamste zorg. Volgens reclamanten is de situatie vooral tijdens weekenddagen al ernstig en gevaarlijk.
Het gros van het gemotoriseerd verkeer raast met snelheden van ruim boven de 50 kilometer/uur op 3 meter van de voorgevels en op de bochtige en onoverzichtelijke toegangsweg voorbij. Aanvrager wil volgens reclamant aantonen pro-actief met de buurtbewoners in overleg te zijn door het vormen van een bewonerscommissie die de verkeersveiligheid moet gaan bespreken. Na 10 maart is er geen enkele bijeenkomst van de commissie geweest. Ook heeft de aanvrager, volgens reclamant aangegeven dat zij “de verkeerssituatie niet gaan oplossen”. Naar aanleiding van de raadsvergadering heeft de aanvrager een verkeersonderzoek uitgevoerd. De reclamant heeft de indruk dat hierbij sprake is van een “slager die zijn eigen vlees keurt”. Reclamanten hebben de verkeerstoets ontvangen van de gemeente. Op 8 november heeft een tweede bewonersavond plaatsgevonden. Tijdens deze bijeenkomst is het verkeersonderzoek besproken. Volgens reclamanten betreft dit alleen een toets aan de normen volgens Handboek Wegontwerp van CROW. Die normen beschrijven de technische constructie, uitvoering en bemating van wegen. Wegen worden daarbij in categorieën ingedeeld waarbij maximale verkeersaantallen worden genoemd waarboven bermschade optreedt. Er is daarbij alleen geteld met aantallen motorvoertuigbewegingen. Veiligheid wordt in het Handboek niet besproken.
Andere verkeersdeelnemers zijn niet genoemd, dit terwijl de Boslaan een van de drukst bezochte wegen voor recreatief verkeer is binnen de gemeente. De weg wordt in dezelfde categorie ingedeeld als bijvoorbeeld een weg in het landbouwgebied van Montfort, waar 10 fietser per dag komen. Volgens reclamanten is dit volkomen onvergelijkbaar en de conclusies zijn dus nutteloos. Reclamanten hebben al eerder aangegeven dat een onderzoek naar het verkeer op de Boslaan geen standaardonderzoek kan zijn, omdat de aard, ligging en het gebruik van de weg totaal afwijkend zijn van de standaardnormen.
19
Nota van Zienswijzen
Volgens reclamanten staan er een aantal misleidende aantallen in het rapport: - Het rapport stelt dat door realisatie van het Masterplan de aantallen verkeersbewegingen tussen Hotel Sint Ludwig en de ingang naar het MERU-terrein zullen afnemen. Dit wordt onderbouwd door de verwachte toekomstige verkeersbewegingen af te zetten tegen de op dit moment vergunde verkeersbewegingen. Dit omdat er geen werkelijke getallen bekend zijn. Volgens het rapport wordt de maximale intensiteit bij lange na niet gehaald. Tijdens een bewonersbijeenkomst heeft de aanvrager gemeld dat er ongeveer 20 auto’s op het terrein aanwezig zijn, busjes vijf keer op en neer rijden om de mensen op te halen en te brengen. Daarnaast zijn er nog een aantal mensen die met eigen vervoer komen. Inclusief bouw- en verzorgingsverkeer bedraagt het aantal voertuigbewegingen gegenereerd door de activiteiten van aanvrager, naar schatting van reclamant, momenteel maximaal 80-100. Reclamanten zetten dit af tegen de 232 bewegingen in de toekomst. Dit betekend een verdubbeling/ verdrievoudiging van het verkeer. Ook geven reclamanten aan dat het aantal bewoners op het terrein momenteel minder is dan 200. Dit aantal stijgt na realisatie van de bouwplanen naar 300-350 en mogelijk naar 500. Reclamant vraagt zich af of deze mensen alleen op het eigen terrein blijven.
- In de verkeerstoets In (Bijlage 1, p 12) wordt een “worst-case-scenario” geschetst waarbij dagelijks maximale aantallen worden opgeteld en vervolgens wordt daaruit op basis van jaaraantallen een daggemiddelde bepaald. Volgens reclamanten is die benadering onjuist. Een daggemiddelde houdt geen rekening met pieken en dalen. Aangezien de normering van het Handboek Wegontwerp spreekt van maximum aantallen, moet er volgens reclamanten ook met maximumaantallen worden gerekend. Er is gerekend met gemiddeld 175 personen terwijl de piek van bezoekers in het weekend ligt. Volgens reclamant kunnen in het weekend per dag maximaal 450 personen tegelijkertijd in de toren verblijven. (veiligheidvoorschrift). De gemiddelde bezoekduur is 1,5 – 2,5 uur (opgave aanvrager) en de geschatte openingstijd is van 09-17 uur. Dit houdt in dat er 1.800 bezoekers (4 x 450 bezoekers) kunnen worden ontvangen op een piekdag. Met het gemiddelde van 2,3 personen per auto betekent volgens reclamant dat maximaal 1560 motorvoertuigbewegingen (780 * heen en terug). Volgens reclamanten is dat het worst-case scenario en niet het genoemde jaargemiddelde van 152. Dit zijn extra vervoersbewegingen bovenop de huidige/ reguliere vervoersbewegingen. Met het door reclamanten berekende aantal vervoersbewegingen wordt de maximumcapaciteit van de weg in technische zin overschreden.
Reclamanten geven aan dat auto’s door het recreatieve verkeer, dat ook zijn pieken in de weekenden kent, ook nog mee moeten worden genomen. De Boslaan wordt druk gebruikt door toeristisch fietsverkeer en een groot deel maakt onderdeel uit van de knooppuntenroute. Reclamanten stellen dat het niet de beleving hoort om elke 30 seconden gepasseerd te worden door een auto terwijl je door een nationaal park en stiltegebied fietst. Volgens reclamanten betekent dit niet dat de weg aangepast moet worden; het betekent dat de locatie niet geschikt is voor een dergelijke ontwikkeling. Reclamant stelt dat de verkeerstoets niet voldoet aan de voorwaarde die tijdens de gemeenteraadsvergadering is uitgesproken en daarmee de vergunning niet kan worden verleend. Die veiligheid is in het geheel niet getoetst.
20
Nota van Zienswijzen
Vergunningsprocedure Reclamanten hebben een aantal bezwaren tegen de gevolgde procedure. Reclamanten stellen dat de gemeente heeft aangegeven de aanvraag alleen op planologische gronden te kunnen toetsen omdat het een wijziging van een bestaande vergunning betreft. Volgens reclamant is dit onjuist. De bestaande vergunning stamt uit 2015. Een vergunning blijft in principe geldig, maar de gemeente mag een vergunning intrekken als niet binnen 26 weken is gestart met de bouw of als de bouw meer dan 26 weken stilligt. Beide zijn van toepassing. Volgens reclamanten is niet gestart met de bouwwerkzaamheden omdat al meteen duidelijk was dat de toren ergens anders moest worden gebouwd. De gemeente kan een vergunning volgens reclamanten intrekken op een aantal gronden waaronder veiligheid en milieu zijn twee van die gronden. In de afgelopen jaren is er volgens reclamanten veel gebeurd en zijn veel inzichten veranderd. Reclamanten stellen dat de noodzaak van maatregelen om het milieu te beschermen (klimaatverandering, biodiversiteit) onomstotelijk is aangetoond. Zij vragen zich af waarom de gemeente dan toch een vergunning wil verlenen waarvoor al het bezoekersverkeer gebruik moet maken van een weg die dwars door een zeer stikstofgevoelig gebied loopt.
Reclamant stelt dat als de gemeente enig besef heeft van actualiteit en zich niet alleen in woord wil profileren als groene gemeente de wenselijkheid van een toren op de die locatie opnieuw belicht. De aanvraag van de vergunning moet dan in zijn geheel opnieuw getoetst worden op basis van nieuwe inzichten en standpunten. Ook hebben reclamanten bezwaar tegen het uitsluiten van de verkeerstoets bij de vergunningverlening. Door twee raadsfracties is deze als voorwaarde aan deinstemming verbonden. Daardoor maakt volgens reclamanten de (juiste) verkeerstoets integraal onderdeel uit van de aanvraag. Bovendien noemt de aanvrager de toets zelf in hun toelichting, die bij de aanvraag is gevoegd. Om dit te kunnen verifiëren had de toets volgens reclamanten dus bijgevoegd moeten zijn bij de aanvraag en voor iedereen ter inzage moeten liggen. Daarnaast doet de toets geen onderzoek naar veiligheid en is de vraagstelling gestuurd door belanghebbende. Reclamant vraagt om een onafhankelijk onderzoek in opdracht van de gemeente, waarbij niet alleen naar statistische cijfers wordt gekeken, maar naar echte aantallen, werkelijke situatie en ook de bewoners zou moeten raadplegen over hun ervaringen. Alleen dan kan er een volledig en objectief rapport worden opgesteld.
In de gebiedsvisie Belevingspark De Meinweg van de gemeente Roerdalen (juli 2020) staat vermeld dat de MERU op haar terrein een toren van 12 verdiepingen bouwt. Er is sprake van een visie. Volgens reclamant was er op dat moment een vergunning voor een toren van 35 meter en lag er nog geen aanvraag voor van een toren van 57 meter. Hierdoor wordt de schijn gewekt van achterkamertjespolitiek, voorafspraken en vooringenomenheid. Volgens reclamanten is hierdoor een onafhankelijke en rechtmatige procedure twijfelachtig. Tenslotte zijn de gevolgen van de ontwikkeling volgens reclamanten strijdig met de Omgevingsvisie van gemeente Roerdalen. Hierin komt De Meinweg en dus de toegangsweg naar terrein in als “bouwstenen van het landschap” als belangrijk naar voren.
21
Nota van Zienswijzen
Stikstofdepositie Het extra verkeer leidt volgens reclamanten tot een meetbare toename van de stikstofdepositie in het gebied. Volgens dwingend Rijks- en provinciaal beleid moeten alle activiteiten die leiden tot een toename worden ontmoedigd. Het extra verkeer komt er alleen als de toren wordt gerealiseerd en is dus integraal onderdeel van de besluitvorming. Reclamant stelt dat het verlenen van de vergunning strijdig is met overheidsbeleid. Doelstelling van dat beleid is een reductie van 70% in een ring rond de Natura 2000-gebieden en zelfs 95% in deze gebieden. Volgens reclamant is iedere activiteit die leidt tot een verhoging ontoelaatbaar. Uit een nieuw internationaal onderzoek onder leiding van de Verenigde Naties is volgens reclamanten gebleken dat Nederlandse natuurgebieden nog meer te lijden hebben van stikstof dan tot nu toe gedacht (2 september 2022) Volgens wetenschappers moeten hier (nog) strengere KDW’s (Kritische Depositie Waarde) worden gesteld. Volgens het onderzoek moet er sneller en drastischer moet worden verminderd. Deze uitkomsten stroken niet met een grote toename van het verkeer voor kortstondige recreatie. Reclamanten vragen zich af hoe deze ontwikkeling is te verantwoorden als er tegelijkertijd langs de randen van het Nationaal Park boeren moeten worden opgekocht om de doelstellingen te behalen.
De toegangsweg ligt door een aantal uiterst kwetsbare gebieden. Reclamant verwijst hierbij naar een afbeelding uit de Aeriuscalculator. Het verkeer wordt dus dwars door kwetsbare gebieden geleid. Volgens reclamant zijn de ingevoerde gegevens in de Aeriuscalculator fictief, maar wel gebaseerd op het aantal van 175 bezoekers per dag en is het zwaar verkeer heel laag gehouden. De werkelijke extra stikstofbelasting ligt volgens reclamant vrijwel zeker hoger. Volgens reclamanten is het toestaan van activiteiten die leiden tot een grote toename van extra bewegingen niet in overeenstemming te brengen met provinciaal- en rijksbeleid en in strijd met wettelijk overheidsbeleid. Lichthinder In de toelichting van het rapport is er sprake van spaarzame verlichting aan de buitenkant van het gebouw, in afwijking van het bestemmingsplan. In de bij de vergunningsaanvraag bijgevoegde Natuurtoets Wnb tentoonstellingstoren MERU (p 13, figuur 3.5) is een voorbeeld opgenomen. Reclamant stelt dat de term “spaarzame verlichting” misleidend is. Het onderzoek is, na de raadsvergadering van 10 maart 2022, uitgebreid en onderbouwd met metingen. Deze metingen geven volgens reclamanten de schijn van volledigheid en betrouwbaarheid. Echter leiden ze af van andere aspecten, waar deze metingen geen invloed op hebben.
Volgens reclamanten een bekende tactiek zij ook opmerken in andere onderdelen van de onderbouwing. De lichtsterkte van volle maan bij heldere hemel op het aardoppervlak is circa 0,1 lux. In stedelijk gebied is dat verwaarloosbaar klein. Reclamant stelt dat de lichtsterkte bij volle maan in een natuurgebied behoorlijk hoog is. De uitstraling van de toren heeft een drievoudig effect op de donkere omgeving. Reclamant haalt een onderzoek aan van de Vlinderstichting. Hieruit blijkt dat de lichtsterkte van de maan (0,1 lux) al invloed heeft op de oriëntatie en het gedrag van nachtvlinders.
22
Nota van Zienswijzen
Volgens reclamanten toont de foto, gebruikt als voorbeeld, uit de toelichting aan dat hier geen sprake is van spaarzame verlichting. De verlichting loopt door tot meer dan 25 meter boven de bomen. Volgens reclamanten wordt gesteld dat het object op afstand niet zichtbaar is. Volgens reclamanten laat echter de verlichting met geringe lichtsterkte op windmolens zien dat deze op tientallen kilometers afstand zichtbaar is. De toren is gesitueerd op het hoogste punt van de Meinweg. Reclamant stelt dat dit volgens het Informatiepunt Leefomgeving per definitie horizonvervuiling is vanwege de zichtbaarheid van licht op langere afstand. Er is dan geen direct licht meer te meten van een lamp. Het licht is nog wel zichtbaar. Het gaat dan volgens Informatiepunt Leefomgeving om een afstand tot 5 à 10 kilometer en boven zee tot maximaal 15 kilometer. Volgens reclamanten komt dat overeen met deze ontwikkeling. De verlichting steekt ruim 25 meter uit boven een bos in een verder donkere omgeving. Volgens reclamanten een gebied waar het donker moet worden beschermd, omdat het al zo weinig voorkomt. Wat voor impact de verlichting heeft op de omgeving is volgens reclamanten duidelijk en onacceptabel. De toren zal volgens reclamanten van kleinere en grotere afstand een effect hebben en zichtbaar zijn, hetzij door een gloed boven het gebied, hetzij door direct zicht.
Onwenselijk en niet passend in de huidige tijd en opvattingen. In het rapport wordt vanaf de locatie van de geplande toren opeen hoogte van 54 meter gekeken naar aanwezige verlichting op grote afstand. Volgens reclamanten is dit irrelevant. Er moet worden bezien hoe er van buiten naar de toren wordt gekeken. Zicht In de toelichting zijn een aantal selectieve plaatsen aangegeven van waar de toren niet of nauwelijks zichtbaar is. Reclamanten stellen dat er veel plaatsen zijn waarvandaan de toren zichtbaar is. Met name de zichtbaarheid vanaf de Duitse kant is volkomen genegeerd. Volgens reclamanten is de toren met name in de herfst en de winter veel zichtbaarder dan wordt suggereert. Volgens de reclamanten klopt de afbeelding in het rapport niet. De aanvrager stelt dat het negatieve aspect van de zichtbaarheid een subjectief argument is. De reclamant stelt dat het argument op zijn minst net zo subjectief en dus niet bruikbaar is als ontlastend argument. Reclamant wijst de gemeente erop dat zij recentelijk bezwaar heeft aangetekend tegen windmolens in het Birgeler Urwald en Wegberg. Dit omdat de zichtbaarheid afbreuk zou doen aan de beleving van de Meinweg. Het is volgens de reclamanten dan zacht gezegd erg vreemd dat de plannen voor een toren door de gemeente wel worden gesteund.
Parkeerprobleem en brandgevaar Volgens reclamanten vermeld de toelichting (paragraaf.4.5) dat bezoekers vooralsnog kunnen parkeren op eigen terrein binnen het bestemming Maatschappelijk. Hierin is ook opgenomen dat het voornemen bestaat de parkeergelegenheid naar de voorzijde van het terrein te verschuiven hetgeen impliceert dat in de natuurbestemming moet worden geparkeerd. Volgens reclamanten een ongewenste situatie.
23
Nota van Zienswijzen
Volgens reclamanten ontstaat veel (geluid)overlast door voertuigen en hun inzittenden. Ook bestaat het voorterrein uit (oud) bos. De verdichting van de bodem door het gewicht van het verkeer kan volgens reclamanten funest zijn voor de aanwezige begroeiing (zie bijgevoegde Bomenposter). Een bomeneffectanalyse, die voorafgaand aan van deze werkzaamheden plaats moet vinden, zal dit volgens reclamant bevestigen. Een permanent gebruik als parkeerzone is onmogelijk zonder ernstige schade aan de natuur toe te brengen en funest voor de aanwezige bomen. Volgens reclamanten wegen de belangen van Natuur zwaarder en is er dus geen ruimte voor het realiseren van parkeerplaatsen. De toelichting wijst eveneens naar de beschikbare parkeerplaatsen (35st) bij Van Kempen/Sint Ludwig. Deze zijn volgens reclamanten nu al vaak niet toereikend voor het aantal bezoekers. Er wordt dan geparkeerd in de bermen (zie foto’s bijlage zienswijze). Provincie Limburg waarschuwt voor bermbranden ontstaan door geparkeerde auto’s in de zomer. Volgens reclamanten wordt het gevaar van berm parkeren en daarmee het risico op brand door extra verkeer onacceptabel groot. Reclamant geeft aan dat deze parkeerplaats bedoeld voor de wandelaars die De Meinweg willen bezoeken. Volgens reclamant schuift aanvrager het parkeerprobleem af op de andere eigenaren in het gebied.
Volgens reclamanten stelde aanvrager tijdens een bewonersbijeenkomst dat zij “al die auto’s ook niet wilden”. Reclamanten veronderstellen dat het blijkbaar geen probleem is als de auto’s bij iemand anders voorbijrijden, parkeren of overlast en gevaarlijke situaties veroorzaken. Volgens reclamanten is het plan op dit punt niet volledig doordacht en onvoldoende onderbouwd. Het plan leidt tot parkeren op ongewenste plekken en overlast voor de bewoners, zeker met de worst-case-scenario-aantallen op piekdagen. Natuur en verkeer Volgens reclamanten is De Meinweg is geen “gewoon bos”, maar een natuurgebied met de status van Nationaal Park. Over de status zijn internationale afspraken gemaakt waarbij de hoofdfunctie van een nationaal park natuurbehoud is. Recreatief medegebruik is mogelijk, zolang dit geen schade berokkent aan natuur en landschap. Het gebied heeft eveneens de status Natura2000 gebied en de hele toegangsweg naar het terrein is onderdeel van een stiltegebied.
24
Nota van Zienswijzen
De ontsluiting loopt door het natuurgebied. Veel dieren moeten deze weg oversteken. Daarbij gaat het volgens reclamanten niet alleen over zoogdieren maar ook over veel reptielen. De provincie heeft volgens reclamanten tientallen miljoenen euro’s subsidie beschikbaar gesteld met als doel de biodiversiteit in natuurgebieden te verbeteren. Hierbij citeren reclamanten Gedeputeerde Geert Gabriëls. Volgens reclamanten is duidelijk dat de activiteiten een bedreiging vormen voor deze doelstelling. Tienduizenden extra voertuigbewegingen in een natuurgebied hebben volgens reclamanten een negatief effect en kan. Antwoord gemeente Algemeen De aanvrager heeft twee bijeenkomsten georganiseerd waarin de plannen zijn besproken. De gemeente heeft verder het plan in ontwerp ter inzage gelegd waarbij eenieder de mogelijkheid heeft gehad om zienswijzen in te dienen. De voorliggende aanvraag is getoetst aan het aspect goede ruimtelijke ordening waarvoor een ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende onderzoeken is opgesteld. Daarin is gemotiveerd op welke wijze de ontwikkeling past binnen actuele wetgeving en beleidskaders en welke ruimtelijke gevolgen de ontwikkeling heeft. Daarbij zijn geen belemmeringen naar voren gekomen. Verkeersveiligheid en verkeersonderzoek Zie de beantwoording van het aspect verkeer bij zienswijze 1.
Vergunningsprocedure De gemeente heeft de aanvraag, zijnde een expositiegebouw in de vorm van een tentoonstellingstoren, beoordeeld. Daarbij heeft een volledige beoordeling plaatsgevonden van de aangevraagde activiteiten op basis van de actueel geldende wet- en regelingeving en beleidskaders op Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. In tegenstelling tot wat reclamant stelt is geen sprake van een beoordeling van een wijziging van de bestaande vergunning. Stikstofdepositie Zie voor de beantwoording het aspect stikstof in zienswijze 1 en het procedureel in zienswijze 2.. Lichthinder Zie voor de beantwoording het aspect hoogte in zienswijze 1 en verlichting in zienswijze 1. Zicht Zie voor de beantwoording het aspect hoogte in zienswijze 1. Parkeerprobleem en brandgevaar Zie voor de beantwoording het aspect verkeer en parkeren in zienswijze 2. Natuur en verkeer Zie voor de beantwoording het aspect natuurbelevenis en verkeer in zienswijze 1.
25
Nota van Zienswijzen
Conclusie De ingediende zienswijzen hebben op onderdelen geleid tot aanpassingen aan het plan. Daarbij gaat het concreet om de volgende aanpassingen: -
-
In de ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende bijlagen zijn aanvullende foto’s toegevoegd voor de motivering van de hoogte van de toren en het zicht op de omgeving / uit de omgeving. De verlichting is verduidelijkt dat het in deze enkel gaat om gevelverlichting van de tentoonstellingstoren. Verder is het gebruik verminderd tot een periode vanaf na zonsondergang tot 22.00 uur. In de omgevingsvergunning wordt een voorschrift opgenomen waarin beschreven staat dat het licht beperkt wordt tot maximaal 0,3 lux op de nabijgelegen bosrand. Tevens wordt opgenomen dat het licht uitsluitend aan mag na zonsondergang tot 22.00 uur. Met uitzondering van de evenementen, zoals bepaald in de evenementenregeling van artikel 3.3.2 van het bestemmingsplan ‘Vedische Universiteit’. De Aerius-calculaties en de bijbehorende motivering zijn geactualiseerd In de omgevingsvergunning wordt een voorschrift opgenomen wat betreft het maximaal aantal bezoekers. Het maximum aantal bezoekers bedraagt 900 per dag en maximaal 450 personen tegelijkertijd aanwezig in de tentoonstellingstoren. De vooroverlegreactie van de provincie is toegevoegd. In de omgevingsvergunning wordt als voorwaarde opgenomen dat de reeds verleende vergunning voor een expositiegebouw wordt ingetrokken zodra de te verlenen omgevingsvergunning onherroepelijk is. Het verkeersonderzoek is aangepast naar aanleiding van de zienswijzen.