Bijlage 12: Reactie gemeente op vooroverleg provincie
Tekst van het document
Reactie van het college op de bijdrage van de provincie Beoordeling: De provincie stelt primair dat er geen provinciale belangen in het geding zijn inzake de hoogte van de toren. Verder geven de onderzoeken in het kader van de Wet natuurbescherming (stikstof en flora en fauna) geven geen aanleiding om de conclusie die in deze rapporten getrokken worden ter discussie te stellen. Naast deze opmerking geeft de provincie het volgende mee: 1. dat de hoogte van de toren niet passend is binnen de ambitie uit de omgevingsvisie voor het gebied. 2. adviseert de lichtsterkte terug te brengen naar 0.2 lux Ad 1. Onduidelijk is het waarom de hoogte niet strookt met de ambitie. In de vooroverlegreactie wordt hier niet op ingegaan. In de beschouwing ontbreekt eveneens de relatie met de opgestelde onderbouwing waarin het onderdeel horizonvervuiling (de hoogte van de toren in relatie tot de omgeving) is opgenomen. Zie pagina 25 tot en met 28 van de ruimtelijke onderbouwing. Ad 2. De resultaten van het onderzoek naar het lichteffect wordt niet ter discussie gesteld door de provincie. De aanvrager heeft inmiddels aangegeven de verlichting in de nachturen tussen 23:00 in de avond en 5:00 uur in de ochtend uit te schakelen. Dit kan geborgd worden als voorwaarde in de omgevingsvergunning. Hiermee wordt aan het verzoek van de provincie tegenmoet gekomen.
Aandachtspunten: 1. 2.
3.
4. 5.
De Provincie geeft in overweging de medewerking aan de toren te koppelen aan planmatig aanpak van de natuurbestemming in eigendom van de aanvrager. De provincie vraagt de toren niet te zien als separate vraag maar te zien als onderdeel van de ontwikkeling van de campus. De Provincie vraagt in de ruimtelijke onderbouwing en de anterieure overeenkomst een planning op te nemen om zo de ontwikkeling te borgen. Daarnaast geeft de provincie de suggestie om deze eveneens te waarborgen met een bestemmingsplan. De provincie stelt onvoldoende te kunnen beoordelen of de toren een voldoende meerwaarde heeft voor het toerisme in Midden Limburg. Zij vraagt dit nader te onderbouwen en af te stemming in SML verband. De provincie geeft aan dat er wellicht nog andere toestemmingen noodzakelijk zijn en dat er een foutieve passage in de natuurtoets is opgenomen. De provincie vraagt om een advies van de Veiligheidsregio Noord Limburg over deze aanvraag.
Ad 1. Onduidelijk is op basis van welke grondslag een dergelijke koppeling kan worden gemaakt. Binnen het bestemmingsvlak is bebouwing toegestaan. De Omgevingsvisie geeft aan dat bij ontwikkelingen in natuur (hier is sprake van een enclave in Natura 2000 gebied) inpassing
Pagina 1 van 2
11 11 111 1 111 1 111 1 1 1 1111111 IIII IIIIII IIII I III I II II I IIII
noodzakelijk is. Er wordt momenteel onderzocht of een dergelijke constructie juridisch mogelijk is. Hierbij zal ook gekeken worden naar het Kwaliteitskader Roerdalen. Ad 2. De gemeente heeft een aanvraag om omgevingsvergunning ontvangen waarop moet worden beslist. De gemeente kan geen onderdelen zelfstandig toevoegen aan een aanvraag om omgevingsvergunning en kan in dat kader ook geen bestemmingsplan vaststellen. Ad 3. In de bestuursafspraken met de provincie is opgenomen dat nieuwe ruimtelijke initiatieven worden besproken/afgestemd in regionaal verband. Er is reeds een omgevingsvergunning verleend voor een expositiegebouw in de vorm van een toren en is dit ook in het geldende bestemmingsplan verankerd. Het betreft daarom geen nieuw initiatief dat volgens de bestuursafspraken regionaal moet worden afgestemd. Ad 4. Deze opmerkingen worden meegegeven aan de aanvrager. De foutieve zin in de natuurtoets moet worden gecorrigeerd bij het actualiseren van de planstukken. Ad 5. Het plan is beoordeeld aan de brandveiligheidseisen uit het Bouwbesluit. Het doel van deze eisen is het voorkomen van slachtoffers en het voorkomen dat een brand zich uitbreid naar een ander perceel. De brand-specialist heeft het plan op het gebied van brandveiligheid akkoord bevonden. Het plan is tevens beoordeeld door de specialist externe veiligheid.
Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen, de zo genaamde risicobronnen. De specialist heeft geoordeeld dat er geen risicobronnen aanwezig zijn in het plangebied. Dit maakt dat volgens de specialist dat externe veiligheid niet nader hoeft te worden onderbouwd. Zie pagina 52 tot en met 54 van de ruimtelijke onderbouwing. Nader onderzoek ( en een advies van de Veiligheidsregio) is niet nodig.
Pagina 2 van 2